Hyperlink naar opruiiend materiaal mogelijk strafbaar

Hyperlinks zijn legaal, behalve in bijzondere gevallen. Inbreuk op auteursrecht is de meest voorkomende uitzondering, maar ook bijvoorbeeld linken naar een smadelijke publicatie kan onrechtmatig zijn. Hyperlinken kan zelfs strafbaar zijn.

In een zaak over opruiing via internet heeft de rechter nu beslist dat een directe link naar een opruiiend geschrift strafbaar kan zijn. Het verspreiden van een “geschrift of afbeelding waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid” is strafbaar (art. 132 Wetboek van Strafrecht). De rechter stelt een “directe link” hiermee gelijk:

Door het plaatsen van een dergelijke link kan de lezer met slechts één handeling (te weten het klikken/dubbel klikken op de link) het onderliggende document opvragen en lezen. Het onderliggende document is daarmee zodanig verbonden met de link dat door het plaatsen van de link het onderliggende document in zekere zin onderdeel is geworden van het stuk waarin de link is geplaatst. In die zin wordt naar het oordeel van de rechtbank door het plaatsen van de link ook het onderliggende document verspreid.

Van die conclusie schrok men zelf kennelijk ook, want vervolgens wordt deze vérstrekkende bepaling meteen genuanceerd:

De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of het enkel plaatsen van een link ook moet vallen onder de strafbaarstelling van artikel 132 van het Wetboek van Strafrecht. Die vraag is van belang omdat de rechtbank niet aannemelijk acht dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om het enkele plaatsen van een link in alle gevallen onder die strafbepaling te laten vallen. Gevolg daarvan zou immers onder meer zijn dat (de exploitanten van) internetzoekmachines – die links produceren naar aanleiding van ingevoerde zoektermen – ook onder deze strafbepaling zouden komen te vallen als die links leiden naar opruiende geschriften en/of afbeeldingen. Bij bepaalde zoektermen is het immers onontkoombaar dat die links opleveren naar geschriften of afbeeldingen waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid.

En u voelt ‘m al aankomen: het moet afhangen van de relevante concrete omstandigheden van het geval.

Arnoud

Forumlid worden als minderjarige vereist toestemming ouders

“Ik stem toe met de voorwaarden en ben ouder dan 13 jaar.” Wie zich op een Nederlandstalig forum registreert dat phpBB gebruikt, moet op deze zin klikken om de registratie te voltooien. Die zin is rechtstreeks afkomstig uit de Amerikaanse versie, waar de Children’s Online Privacy Protection Act eist dat forumbeheerders uitdrukkelijke toestemming van de ouders moeten vragen voordat ze personen onder de 13 jaar lid mogen laten worden van het forum.

De Nederlandse wet is veel strenger. Voor personen onder de zestien jaar is toestemming van diens ouders of verzorgers nodig.

Minderjarigen (personen onder de achttien) kunnen alleen overeenkomsten sluiten als zij daarvoor toestemming hebben van hun ouders of verzorgers. Een overeenkomst zonder toestemming kan altijd door de ouders worden teruggedraaid. De wederpartij heeft dan pech; hij kan zich niet beroepen op bijvoorbeeld het feit dat hij dacht dat de koper meerderjarig was. Registratie bij (lid worden van) een forum is ook een overeenkomst en valt dus ook onder deze regel.

De toestemming wordt verondersteld te zijn gegeven als de overeenkomst voor personen van diezelfde leeftijd gebruikelijk is. Een twaalfjarige kan dus rechtsgeldig een blikje cola kopen op het station. Een zeventienjarige kan een mountainbike kopen. De ouders van deze twee kunnen daar niets tegen beginnen.

Internet is natuurlijk erg populair onder jongeren, dus je kunt goed verdedigen dat lid worden van een internetforum gebruikelijk is. Daarmee is het voor jongeren toegestaan om zich zonder expliciete toestemming van hun ouders op te geven. Zou je denken.

De spelbreker hier is namelijk de artikel 5 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Bij registratie op een forum geef je namelijk persoonsgegevens aan de site. Daarvoor is toestemming van de ouders nodig als de minderjarige de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt.

En die toestemming moet altijd expliciet worden gegeven. De regel hierboven van “verondersteld te zijn gegeven” geldt hier niet.

Het “ik ben ouder dan dertien” moet in Nederland dus “ik ben minimaal zestien” worden.

En dat realiseren zich maar weinig sites. Habbo Hotel: “wanneer je jonger bent dan 12 jaar”). Myspace “verklaart en garandeert u dat … u 14 jaar of ouder bent”. Sugababes en Superdudes: “Je moet minimaal 13 jaar zijn om lid te mogen worden”. Hyves: stelt geen eisen. TMF: idem. De Nederlandse vertalers van phpBB bevelen zelfs aan de hele controle te verwijderen.

De Richtsnoeren persoonsgegevens op internet van het College Bescherming Persoonsgegevens leggen uit waarom:

De dagelijkse gang van zaken op internet is dat veel jongeren gedetailleerde informatie over zichzelf en hun vrienden en kennissen publiceren op internet, op een eigen website of in sociale netwerkomgevingen. Zo lang de betrokkenen geen hinder ondervinden van dergelijke publicaties, kan het wettelijk toestemmingsvereiste daarbij soms zinloos lijken. Bij publicatie op internet moet echter rekening worden gehouden met het feit dat de gevolgen pas jaren later merkbaar kunnen worden, door koppeling van gegevens over een persoon door de tijd heen, of omdat een jongere zich in een nieuwe omgeving (bijvoorbeeld bij wisseling van school) op een andere manier wil kunnen ontwikkelen dan voorheen.

Arnoud

Het recht om gevonden te worden bij de vrije meningsuiting

“Freedom of the press belongs to those who own one.” Dat citaat (van Henry Mencken), lijkt achterhaald nu iedereen een website, blog of vergelijkbare uitlaatklep op internet kan opzetten. Dat gebeurt dan ook, waardoor we nu met een ander probleem zitten: hoe vind je al die meningen, en het liefst ook nog eens de relevante? Met een zoekmachine natuurlijk.

Search is de toekomst, zo wordt ons voorspeld. Straks kunnen we alles vinden. Derde-generatie zoekmachines, ook wel Search 2.0, zullen ons precies de relevantste resultaten laten zien, gebaseerd op context, samenwerkende gebruikers, voorkeuren en al die andere dingen die Web 2.0 groot maken. Hopelijk reduceert dat de zoekmoeheid die mensen vandaag de dag treft.

Maar zoekmachines zijn niet neutraal, en hebben niet noodzakelijkerwijs het beste met ons voor. De klant staat voorop – en dat is de adverteerder. Wij zijn het product, en de zoekresultaten slechts een middel om dat product te kunnen leveren aan de adverteerders. Zoekmachines zijn dus onvermijdelijk vooringenomen.

In het uitstekende artikel A Right to Reach an Audience: An Approach to Intermediary Bias on the Internet schrijft juriste Jennifer Chandler over bias en het recht om gehoord te worden – of in ieder geval niet zomaar door een zoekmachine aan de kant gezet te worden.

Het recht op vrije meningsuiting omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken. Dat betekent niet alleen dat mensen niet gehinderd mogen worden bij hun meningsuiting. Onder omstandigheden kan iemands zelfs verplicht worden mee te werken aan andermans meningsuiting. Dat geldt in ieder geval voor de overheid – denk aan politiebescherming bij een demonstratie. Maar heeft een bedrijf of privépersoon die verplichting?

Of vrije meningsuiting horizontale werking heeft, zoals juristen dat noemen, is een open vraag. In de meeste gevallen niet. Een burger hoeft niet mee te werken aan andermans meningsuiting. Zeker niet op internet, zo lijkt het. Op internet kan iedereen zijn eigen kanaal opzetten en zich vrijelijk uiten. Bescherming lijkt niet zo nodig. Maar, zo pleit Chandler, juist hier is bescherming nodig. Bescherming tegen willekeur door zoekmachines:

[Free speech] includes not only the right to speak and the right to hear, but also the right to reach an audience free from the influence of extraneous criteria of discrimination imposed by selection intermediaries. If selection intermediaries block or discriminate against a speaker on grounds that listeners would not have selected, that speaker’s ability to speak freely has been undermined.

Chandler noemt vier criteria om dit “recht om gevonden te worden” af te kunnen dwingen:

  1. Zoekmachines mogen geen sites verwijderen uit de index, tenzij ze daartoe wettelijk verplicht zijn. Een publicatie die smadelijk is, strafbaar materiaal bevat of inbreuk op auteursrechten vormt, zou verwijderd moeten worden.
  2. <li>Zoekmachines moeten de criteria voor het sorteren van zoekresultaten publiceren. Niet te gedetailleerd, want dat nodigt maar uit tot misbruik, maar op een voldoende niveau dat mensen kunnen inschatten of deze zoekmachine voor hen nuttige resultaten op zal leveren.</li>
    
    <li>Zoekmachines mogen sites alleen weren uit zoekresultaten als sprake is van kennelijk misbruik. En in zo'n geval moeten zij de webmaster van de geweerde site informeren dat zij geweerd zijn.</li>
    
    <li>Zoekmachines moeten gesponsorde koppelingen duidelijk apart neerzetten en als zodanig identificeren, zodat de lezer meteen ziet of een resultaat "organisch" is of gesponsord.</li>
    

Vergelijkbare criteria zouden moeten gelden voor internetproviders, dit om netneutraliteit te kunnen garanderen.

Het is daarbij wel erg belangrijk hoe machtig de zoekmachine is. En dan kom je bij het mededingingsrecht terecht. Een dominante zoekmachine, zoals Google, heeft heel veel invloed. Bedrijven kunnen failliet gaan omdat ze niet meer via Google te vinden zijn. Obscure auteurs kunnen beroemd worden omdat ze ineens bovenaan staan. En wie zo’n machtspositie heeft, zo zegt de Mededingingswet, mag deze niet misbruiken. Op die grond zou je de bovenstaande criteria dus kunnen afdwingen.

Eerder schreef hoogleraar Eric Goldman het artikel Search Engine Bias and the Demise of Search Engine Utopianism, waarin hij stelt dat deze bias van zoekmachines niet noodzakelijkerwijs slecht is. Net als een krant redactionele invloed uitoefent, moet een zoekmachine dat ook. Met slechte resultaten trek je geen bezoekers, dus zoekmachines moeten wel selecteren.

En daar zit natuurlijk het knelpunt. Iedereen wil graag gehoord worden, maar ik wil alleen maar horen waar ik naar op zoek ben. Waarom zou een zoekmachine dan al die meningen in mijn zoekresultaten stoppen?

Goldman ziet dit dan ook als een tijdelijk probleem:

Complaints about search engine bias implicitly reflect some disappointed expectations. … [S]earch engines naturally will continue to evolve their ranking algorithms and improve search result relevancy—a process that, organically, will cause the most problematic aspects of search engine bias to largely disappear. To avoid undercutting search engines’ quest for relevance, this effort should proceed without regulatory distortion.

Daar zit dan weer wel het risico aan vast dat ik dan altijd alleen maar mijn eigen mening bevestigd zie, en nooit geprikkeld wordt door andersdenkenden om mijn eigen opvattingen bij te stellen. Dat pleit dus wel voor volledigheid.

Via Technology & Marketing Law Blog van diezelfde Eric Goldman.

Arnoud

Magenta als merk, mag dat? T-Mobile claimt alleenrecht op kleur

tmobile-trademark-magenta.jpgHet Zwolse computerbedrijf Compello, en radiozenders Slam FM en 100 procent NL zijn door T-Mobile gesommeerd de kleur magenta niet meer te gebruiken in hun reclame-uitingen. Een merk geeft je het alleenrecht op een bepaald woord, teken of afbeelding in het handelsverkeer. Je mag geen telefoniebedrijf beginnen dat Tea-Mobile of T-Mobiel heet. Die namen lijken verwarrend veel op T-Mobile. En dat geldt niet alleen voor telefoniediensten, maar ook bijvoorbeeld voor winkels die mobiele telefoons verkopen (“The Mobile Shop” mag dus ook niet).

Kleuren zijn erg algemeen, en daarom niet echt geschikt als merk. Hoe kan ik aan een kleur zien wie of wat er mee wordt bedoeld? Bij een woord, een logo of zelfs een bepaald kleurpatroon lukt dat nog wel, maar een paars, oranje, groen of geel vlak zegt niet zo veel. De belangrijkste eis is dus dat die kleur echt uniek is voor jouw bedrijf. Geel voor telefoongidsen was bijvoorbeeld niet onderscheidend genoeg, kreeg de Gouden Gids in juni 2005 te horen. Ook al gebruikt de Gouden Gids die kleur “goudgeel” al jaren, in die branche is geel een gebruikelijke kleur.

Je hebt als bedrijf dus een zware taak: zorg door jarenlang gebruik van die kleur dat mensen die kleur meteen met jou en jou alleen gaan associëren. Libertel probeerde dat met oranje, maar dat lukte niet. Oranje werd door heel veel bedrijven gebruikt, en bovendien was het ook nog eens de nationale kleur van Nederland natuurlijk.

Wie kan laten zien dat die kleur alleen door hem gebruikt wordt, kan die kleur als merk deponeren, mits hij dan maar heel specifiek aangeeft (met bijvoorbeeld het Pantone Matching System) welke kleur hij bedoelt. Daar struikelde KPN met hun groen over in november vorig jaar. Daarnaast moet je de kleur uitgebreid, consequent en eenduiding gebruiken. Het moet echt je huiskleur zijn.

Gezien de strenge jurisprudentie op dit moment lijkt de kans niet heel groot dat dit merk overeind blijft. Maar T-Mobile heeft wel altijd heel consequent die kleur magenta gevoerd, en sprong er daarmee wel uit tussen de andere telecombedrijven.

Arnoud

Bloggen, astroturfen en oneerlijke handelspraktijken

Met al die vergelijkingssites, sociale netwerken en webwinkels met productrecenties wordt het wel heel verleidelijk voor sommige bedrijven om zelf ook wat positieve opmerkingen over hun bedrijf of product achter te laten. Het liefst natuurlijk zogenaamd afkomstig van een eerlijke consument (“ik doe dit eigenlijk nooit, maar dit product was toch zo goed…”). Of, wat tegenwoordig steeds vaker gebeurt, een paar nepblogs aanmaken waar het product of bedrijf dan de hemel in geprezen kan worden. Dat noemen ze in de VS astroturfen en het gaat dankzij Europa verboden worden, schrijft The Register.

De basis is de Europese Richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Het Nederlandse wetsvoorstel (TK 30 928) om dit te verwerken ligt nog bij de Tweede Kamer, maar ook bij ons staat daarin:

De volgende handelspraktijken zijn onder alle omstandigheden misleidend: … op bedrieglijke wijze beweren of de indruk wekken dat de handelaar niet optreedt ten behoeve van zijn handel, bedrijf, ambacht of beroep of zich op bedrieglijke wijze voordoen als consument;

En een blog beginnen onder een valse naam om marketing voor je product te doen, lijkt mij inderdaad je “op bedrieglijke wijze voordoen als consument”. Hetzelfde geldt voor het achterlaten van productrecenties op consumentensites.

De rest van de zwarte lijst is trouwens ook erg interessant. Trucs als elke week opheffingsuitverkoop, een superaanbieding die binnen 5 minuten is uitverkocht “maar we hebben nog wel een andere”, piramidespelen en onduidelijk als zodanig herkenbare advertorials worden ook verboden. Zie de folder van de EU.

Arnoud

Auteursrecht-incasso, Cozzmoss stijl

Weblogger beboet wegens auteursrecht-inbreuk, schrijft Marketingfacts. En die is dan nog netjes. Elders lees ik blogposts over copyright-aasgieren, Kotsmos, Amerikaanse toestanden, Siciliaans aandoende intimidatie, chanteurs en provocateurs en zo kan ik nog wel even doorgaan. Henk Blanken is zowat het enige tegengeluid.

Weblogster Cinner kreeg een blafbrief van een bedrijf genaamd Cozzmoss, dat “schendingen opspoort en de kosten voor u verhaalt op degene die inbreuk heeft gemaakt op uw auteursrecht.”

Nu mag je zonder toestemming niet zomaar hele teksten overnemen van een ander. Op teksten zit auteusrecht. Je kunt er natuurlijk wel gewoon naar linken. Ook mag je uit een webpagina citeren. Ik heb geen idee hoe veel er nu precies overgenomen was en of dat onder het citaatrecht zou vallen. Maar het gaat mij om die “boete”. Bedrijven kunnen namelijk geen boetes opleggen. Dat kan alleen de rechter.

Als de auteursrechthebbende vindt dat zijn copyright geschonden is, dan moet hij naar de rechter en aantonen dat er werkelijk sprake is van inbreuk. Is dat het geval, dan moet hij aantonen hoe veel schade hij heeft geleden, en dan moet de inbreukmaker die vergoeden. Zet de auteur zelf het artikel gratis en vrij op internet, dan zal de schade door een eveneens gratis herpublicatie niet zo vreselijk groot zijn lijkt mij.

Nu mag je als rechthebbende (of vertegenwoordiger) natuurlijk best een schikking voorstellen. Rechtszaken zijn tenslotte duur en verre van snel afgehandeld. En dat schikkingsvoorstel kan prima je normale factuurbedrag zijn. Of iets meer. Maar dat is feitelijk niet meer dan gewoon een aanbod, en het staat de wederpartij vrij om er al dan niet mee akkoord te gaan. Ik vind het ietwat kwalijk als een bedrijf zo’n schikkingsvoorstel presenteert als een voldongen feit of zelfs het woord “boete” gebruikt.

Wat de meeste mensen hier steekt, is de hoogte van de gevraagde schikking. Cozzmoss komt aan dat bedrag door de schade gelijk te stellen aan drie maal het bedrag dat men normaal gefactureerd zou hebben als er netjes om toestemming was gevraagd. Plus nog eens een vierde maal dat bedrag omdat de naamsvermelding zou ontbreken. Dat staat namelijk netjes zo in de algemene voorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Dat mag, maar daar heeft een inbreukmaker niet zo veel mee te maken natuurlijk. Algemene voorwaarden gelden pas als je een contract sluit met de rechthebbende.

Deze passage:

Elk gebruik van een bijdrage dat niet is overeengekomen, wordt beschouwd als een inbreuk op het auteursrecht. Bij inbreuk komt de leverancier een vergoeding toe van tenminste drie maal het overeengekomen honorarium.

is dus geen wet maar een voorstel van de leverancier aan degene die het werk wil gebruiken. Je kunt daar wel van alles zetten, en het zou een mooie boel worden als de inbreukmaker zomaar aan die voorwaarden gehouden wordt.

En nee, het is zeker geen vaste prik dat de rechter die bedragen overneemt als inschatting van de schade. Zo vonniste de rechter in de Galeries.nl zaak (over inbreuk op auteursrecht op een foto):

[eiser] heeft betoogd dat de richtprijzen van de Fotografenfederatie in de fotografiebranche als gebruikelijk worden aanvaard … In beginsel zouden deze richtprijzen derhalve als uitgangspunt kunnen gelden bij de begroting van de door [eiser] gederfde licentievergoeding. De rechtbank is echter van oordeel dat onverkorte toepassing van de richtprijzen in deze zaak niet tot een realistisch en redelijk resultaat leidt.

En over de specifieke vergoeding voor de ontbrekende naamsvermelding:

Voor toekenning van de door [eiser] gevorderde additionele vergoeding van 200% van de gebruikelijke vergoeding overeenkomstig artikel 15 van de Algemene Voorwaarden van de Fotografenfederatie, bestaat geen ruimte. Toepasselijkheid van die voorwaarden is immers niet tussen [eiser] en [gedaagde] overeengekomen en er bestaat evenmin een wettelijke grondslag voor het opleggen van een dergelijke verhoging, die naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete heeft.

Bij een commerciële site kan dat anders uitpakken. Een bedrijf wordt geacht te weten dat er auteursrecht op teksten of foto’s zit, en welke tarieven er daar normaal voor gerekend worden. Die kunnen dus wel degelijk deze standaardvergoedingen opgelegd krijgen als schadevergoeding. Zie bijvoorbeeld de Go2Web zaak.

Cozzmoss zelf heeft een wat merkwaardige blogpost als reactie, waar de reaguurders vooral roepen dat hun reacties verwijderd zijn. Als bedrijf een blog op Punt.nl hebben is sowieso wat apart.

Arnoud<BR/> PS: Jolie, als je wilt weten wat ik er van vind, dan kún je me natuurlijk ook mailen hoor 🙂

Zijn vergelijkingssites legaal?

Het is alweer een tijdle geleden, maar er is weer een verse Vraag het Mr. Ras bij ISPam.nl: deze keer over de vraag of vergelijkingssites rechtmatig bezig zijn.

In principe zijn websites waarin mensen ervaringen over bedrijven, producten of diensten uitwisselen, natuurlijk gewoon legaal. Je mag je mening uiten over een bedrijf, ook als die negatief is. En ja, daarbij mag je de merknaam van het bedrijf gewoon noemen. Helaas blijkt dat die sites ook misbruikt worden. Gefrustreerde klanten laten overdreven negatieve reacties achter, soms zelfs verzonnen, en eigenaren van zulke bedrijven prijzen hun eigen producten onder pseudoniem de hemel in. En dan gaan mensen boos kijken naar de sitebeheerders.

Steven Ras legt uit dat er twee belangrijke voorwaarden zijn:

In de eerste plaats dient de inhoud van de ervaring/mening niet onrechtmatig te zijn. Ervaringen mogen in sterke bewoordingen worden omschreven, maar de inhoud mag niet onjuist zijn. De klaagsitebeheerder moet een onjuiste mening van de klant, die door de rechter in het ongelijk is gesteld, dan ook verwijderen. Daarnaast mag een mening niet onnodig beledigend zijn.

In de tweede plaats dient een klaagsite hoor en wederhoor toe te passen. Als er een negatieve ervaring over je bedrijf wordt geplaatst, moet je daar wel op kunnen reageren. Daarbij is het verstandig als klaagsitebeheerder maatregelen neemt om valse berichten tegen te gaan. Denk hierbij aan het weren van mensen die steeds onder verschillende namen negatieve ervaringen plaatsen.

Een hier relevante uitspraak is het vonnis in de Garagetest-zaak. Daar hadden de beheerders in het forum-reglement bepaald dat gebruikers hun negatieve ervaringen alleen mochten plaatsen als ze die onderbouwden. Bovendien boden ze de mogelijkheid voor een weerwoord door de garage over wie geklaagd werd. Door die maatregelen vond de rechtbank dat de site niet onrechtmatig handelde.

Arnoud

Beledigen en bedreigen via MSN ook strafbaar

Net als op straat is beledigen en bedreigen via het chat-programma MSN strafbaar, meldt De Stentor. Onlangs legde de rechtbank hiervoor een boete van 750 euro op aan een chatter die via msn een donkere, homoseksuele Amsterdammer beledigde en doodwenste.

Franklin Hill (32) uit Amsterdam meldde zich in de vroege morgen van 18 juli 2006 aan op msn. De hem onbekende ‘Marleen’ nodigde hem uit voor een gesprek. Toen hij die aanvaarde, scholden ‘Marleen’ en drie anderen hem uit voor ‘kankerhond, vieze flikker en zwarte’ en ze bedreigden hem met de dood. Hill meldde zich na een paar minuten weer af, maar sloeg het gesprek op en leverde de spullen in bij de politie.

De tekst van de chatsessie is via de Volkskrant beschikbaar.

Weet iemand waar dit vonnis te vinden is? Rechtspraak.nl lijkt het niet te hebben.

Via Geenstijl.

Arnoud

Verantwoord hacken van beveiligingen is legaal

Tweakers in de bocht: het testteam van Tweakers haalt de biometrische USB-stick BioSlimDisk Signature volledig uit elkaar, en ontdekt hoe men de beveiliging voor de gek kan houden. Ze deden dat al eens eerder trouwens. Maar het gaat me deze keer om hoe men omging met de bevindingen:

De lezer zal begrijpen dat we wederom verrukt waren met het resultaat; weer een stick bezweken. Zoals de regels van responsible disclosure vereisen, hebben we uiteraard voor publicatie contact opgenomen met de leverancier. De Nederlandse importeur verwees ons direct door naar de fabrikant. Deze nam vanuit het hoofdkantoor in Singapore contact op.

De fabrikant wilde de hack wel erkennen, maar gaf direct aan dat Tweakers.net een prototype getest had, een prototype dat niet op de markt zal verschijnen. In de definitieve stick zouden extra beveiligingen zijn aangebracht die de door ons uitgevoerde hack zouden moeten voorkomen.

En zo hoort het. Het is in Nederland toegestaan om de beveiliging te testen van je eigen apparatuur. Er zijn uitzonderingen, zoals het aanpassen van regio-restricties of het omzeilen of uitschakelen van kopieerbeveiligingen. En andermans systeem hacken “om de beveiliging te testen” mag natuurlijk niet zonder toestemming.

De interessante vraag is natuurlijk, wat mag je met het resultaat? Je hebt natuurlijk recht op vrije meningsuiting, ook (juist!) voor maatschappelijk relevante zaken als een onveilig systeem. Vandaar dat zo vaak gepleit wordt voor full disclosure: publiceer alle details over beveiligingsfouten, zodat iedereen er rekening mee kan houden.

Een nadeel van full disclosure is dat ook kwaadwillenden meteen leren van de fouten, en er gebruik van kunnen maken terwijl de fabrikant nog bezig is met de reparatie. Dat pleit dan weer voor geheimhouding. Alleen, ervaringen uit het verleden leren dat niet alle leveranciers even snel aan de slag gaan met gemelde beveiligingsfouten. Full disclosure is voor een deel dan ook een reactie op deze praktijk: publicatie dwingt de leverancier zo snel mogelijk aan de slag te gaan en met een reparatie (bug fix) te komen.

Een tussenvorm is responsible disclosure: geef de leverancier of fabrikant een redelijke tijd om de fout te repareren, en houd de fout geheim zolang er uitzicht is op een snelle reparatie. Blijkt de leverancier onwillig of duurt het onredelijk lang om tot een oplossing te komen, dan publiceer je de fout zodat mensen in ieder geval weten dat het probleem bestaat, en ze een lapmiddel kunnen verzinnen.

Hoe dan ook, publicatie van zulke resultaten mag. Een dergelijke publicatie moet wel duidelijk gericht zijn op een wetenschappelijk of journalistiek doel, en rekening houden met de redelijke belangen van de fabrikant. De publicatie mag niet ontaarden in een recept of instructies om het systeem te kraken, want dat dient geen legitiem doel en is er vooral op gericht de fabrikant schade toe te brengen. En dat mag niet.

Kortom, doe het zoals Tweakers

Wat overigens helaas niet uitsluit dat je toch juridische problemen tegen kunt komen. Dat ondervond Fox-IT bij het testen van een serie beveiligde USB-sticks. De bedrijven wier producten slecht uit de tests kwamen, begonnen over “smaad” en “reputatieschade”, en dreigden met advocaten. De bedrijven in kwestie hadden het rapport trouwens nog niet gezien toen een van de wel succesvolle firma’s al met een juichend persbericht naar buiten kwam. Dat was inderdaad niet zo netjes. De bedrijven allemaal op de hoogte houden is dus wel belangrijk.

Arnoud

Hergebruik van andermans idee, mag dat?

Een lezersvraag over de mogelijkheid andermans idee te hergebruiken:

In een Amerikaans boek kwam ik iets interessants tegen. Een bekende designer heeft een systeem ontworpen waarmee hij alle vrouwen in kan delen in 48 types (wel zo gemakkelijk toch?). Helaas doet hij hier verder weinig mee (hij heeft dus alleen dat boek geschreven). Ik vind dat zijn ideeën ook in Nederland verspreid moeten worden. De inhoud, titel, vormgeving moet dan echter wel drastisch worden veranderd (te Amerikaans). De opzet van het boek is verder prima. In hoeverre schend ik zijn auteursrecht wanneer ik “zijn theorie en ideeën” als uitgangspunt neem voor een eigen boek?

Een idee is vrij. Je mag dus je eigen boek schrijven over 48 types vrouwen. Wat niet mag, is de uitwerking uit dat boek vertalen en in je eigen boek overnemen. De namen en beschrijvingen van die 48 types zul je dus zelf moeten invullen. Maar ik denk dat Nederlandse vrouwen onvergelijkbaar zijn met Amerikaanse, dus dat zou geen probleem moeten zijn. (Toch? Dames, laat van u horen, tot nu toe is deze blog men only gebleken)

Vermeld je zijn theorie, dan mag je stukken citeren uit zijn boek (ook in vertaling), mits je dat maar zo kort mogelijk houdt en uiteraard de bronvermelding noemt.

Geheel los van het auteursrecht en andere juridische zaken denk ik dat het wel zo netjes is om te noemen op wiens werk je je baseert. Het kan worden gezien als plagiaat om zonder bronvermelding je eigen uitwerking van andermans idee te presenteren. Ook als er geen sprake is van inbreuk op het auteursrecht.

Arnoud