Blogdialoog: Laat de maatschappij beslissen (Toekomst van auteursrecht)

anno-1912-steen-huis.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

“De maker beslist”. Dat is volgens Future of Copyright het uitgangspunt van het auteursrecht. En het klinkt zo logisch: wie bloed, zweet, tranen of venture capital investeert in de totstandkoming van een werk, mag toch zeker wel beslissen wat hij daarmee doet? Dat werkt voor alle eigendommen zo, van huizen tot de zaterdagse boodschappen. Dus waarom niet voor auteursrecht?

Simpel: auteursrecht is geen eigendomsrecht. Hoewel het vaak “intellectueel eigendom” genoemd wordt, is die term nogal misleidend. Eigendomsrecht is ingevoerd om het mijn en dijn te kunnen reguleren. Auteursrecht is om een heel andere reden ingevoerd, namelijk om te stimuleren dat er creatieve werken worden gemaakt en op de markt worden gebracht. Die stimulans werd gezocht in de wortel van het exclusieve recht: als jij nou je verhaal als boek uitgeeft, dan mag je iedereen aanklagen die zonder jouw toestemming dat boek kopieert. Zo kun je als auteur geld vragen voor dat kopiëren, en daarmee inkomsten verwerven.

Het elegante van dit systeem is dat het geen kwaliteitstoets nodig heeft, in tegenstelling tot systemen waarbij de overheid subsidie geeft aan bepaalde kunstenaars (wie kies je? welke werken koop je aan?) of waarbij je als maker een mecenas moet zoeken die je werk hopelijk leuk genoeg geeft. Met het auteursrecht in deze vorm beslist de markt. Als veel mensen je werk kopen, dan verdien je veel geld. Maak je werk waar niemand op zit te wachten, dan krijg je geen inkomsten en dan moet je maar wat anders gaan doen. Zo ontstaat er een markt voor werken waar iedere auteur/maker zich op kan begeven en via zijn auteursrecht kan proberen zijn of haar boterham te verdienen.

Het nadeel van dit systeem is echter dat er niet geregeld is hoe die werken op de markt komen. Dat lijkt een trivialiteit: natuurlijk komt een verhaal in boekvorm of als feuilleton in een tijdschrift, dat hoef je niet op te schrijven. En als er een nieuw nuttig medium komt, dan zal die auteur natuurlijk zijn werk daarvoor uitbrengen. Hij wil toch geld verdienen?

Maar nee, de industrie gaat “niet altijd even enthousiast met nieuwe technologieën” om, zoals FOC het noemt. Dat is bepaald een understatement. Elke nieuwe innovatie op distributiegebied, van de pianola tot de grammofoonplaat, de bioscoop, de audio- en videocassette tot bittorrent, werd verketterd als mechanisme voor piraterij. Van de grammofoonplaat zouden we onze stembanden verliezen, de videorecorder was een sluipmoordenaar op het auteursrecht, betaaltelevisie een monster. Pas na héél veel geduw en getrek wilde daar nog wel eens verandering in komen. Maar eigenlijk altijd was daar wel een wetswijziging voor nodig, die bv. verplichte licenties instelde of een toeslag op lege opslagmedia invoerde. Op Buma/Stemra/Sena valt veel aan te merken, maar ze hebben wel een markt op gang geholpen die voordien flink vast zat.

Bij de digitale omgeving ziet het er echter niet naar uit dat die wetswijzigingen er gaan komen. Dankzij steeds sterkere auteurswetgeving kunnen nieuwe businessmodellen en innovaties de nek om worden gedraaid voordat ze zich in de praktijk hebben kunnen bewijzen. Zo is het onmogelijk de politiek te laten zien dat die modellen waardevol zijn voor de maatschappij en dus óók bescherming verdienen.

Elektronische distributie van en toegang tot content is een groot goed, dat snel van de grond moet komen. Nieuwe modellen en technieken op dat gebied verdienen stimulans, geen ex parte verbod. Natuurlijk zitten er ook malafide groepjes tussen (de Pirate Bay-jongens zijn niet serieus te nemen), maar Kazaa en eerder Napster hebben het geprobeerd te regelen en kwamen nergens. Het feit dat we anno 2010 als enige legale voorbeelden iTunes en Spotify kunnen noemen, is eigenlijk een schande.

De samenleving heeft wensen, behoeften en rechten die voldaan en beschermd moeten worden, zoals Maarten Goudsmit het formuleerde. In het bijzonder is er nu een maatschappelijke wens om content in digitale vorm on-demand af te nemen. Niet “het product tv-avond” – gewoon, de film of serie die je wilt, wanneer je wilt. Er zijn nu genoeg kanalen die voorzien in die behoefte, maar die heten dan piraten en moeten keihard besteden worden. Een werkend alternatief lijkt nog ver weg.

Nieuwe businessmodellen en daarmee een wérkende markt zijn inderdaad essentieel. Maar waarom daar een signaal in de vorm van een downloadverbod voor moet worden afgegeven, begrijp ik niet. Als ik kijk naar wie er daadwerkelijk content naar de mensen brengt, en wie er dwars ligt, dan lijkt me een licentieplicht voor de contenteigenaren meer voor de hand te liggen. Napster, Mininova en Kazaa weten hoe je het publiek bereikt. Geef hen, en andere slimme jongens met nieuwe modellen, de ruimte om dat te doen, en geef de rechthebbenden geen kans om dat tegen te houden.

Dat betekent niet dat alles dus maar gratis en vrij moet worden. Het gaat me nu even om het verbodsrecht, dat centraal staat in de Auteurswet. Dat moet anders: minder macht bij de auteur en meer macht bij de distributeur en de maatschappij. Laat de maatschappij beslissen hoe zij content wil afnemen, en zorg dat de auteurs daarvoor een billijke vergoeding krijgen.

Arnoud<br/> (Met dank aan Daniël Mantione, MathFox en mijn andere commenters voor hun waardevolle reacties en discussie bij deel 1).

Blogdialoog met Future of Copyright: de toekomst van het auteursrecht

Auteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

FOC neemt vandaag de aftrap, en mijn antwoord lezen jullie volgende week hier.

De maker beslist

Dat is volgens ons het uitgangspunt van het auteursrecht. Wie bloed, zweet, tranen of venture capital investeert in de totstandkoming en ontwikkeling van een creatief werk, moet zelf kunnen beslissen wat er met zijn creatie gebeurt.

Lees verder bij Future of Copyright.

En reageer daarna daar en/of hier want zij zijn met een team en ik blog alleen 🙂

Arnoud

Rechteninformatie in lettertypes: wat moet ik ermee?

boek-zend-framework-beginning.pngEen lezer vroeg me:

Ik ben systeembeheerder en bouw veel applicaties met het Zend Framework. Bij de PDF-component zit echter een probleem. Deze component weigert lettertypes (fonts) in een PDF te embedden als er in de metadata van het font “embeddable=false” staat. Dit zou in verband met de auteurswet zijn. Maar is zo’n tekstje metadata dan ook een kopieerbeveiliging?

Nee, die tekst is geen kopieerbeveiliging want de tekst voorkomt niet dat er iets wordt gekopieerd. Dat is ook niet het doel van zulke metadata.

Dergelijke indicatoren staan bekend als “elektronische informatie betreffende het beheer van rechten”. Zulke informatie mag je niet verwijderen als je daarmee “weet of redelijkerwijs behoort te weten dat je zodoende aanzet tot inbreuk op het auteursrecht” (artikel 29b Auteurswet).

Opmerkelijk genoeg zie ik nergens een verbod richting aanbieders van software waarmee rechteninformatie verwijderd kan worden uit werken. Het gaat alleen om het verwijderen van rechteninformatie zelf of het verspreiden van werken waar je die informatie uit gesloopt hebt. Je mag dus geen copyrightvermeldingen, watermerken met “(C) 2010” of tellertjes die het aantal keer gebruiken van een werk bijhouden, verwijderen.

Het lijkt me nogal een gat in de wet, maar ik zie dus geen verbod om die Zendframeworkcomponent aan te passen zodat ‘ie elk font embedt, of de rechteninformatie in het font dat nu toestaat of niet.

Het is wel verboden om fonts aan te passen om die rechteninformatie te wissen. Ook blijft het na zo’n aanpassing aan de Zendframeworkcomponent natuurlijk verboden om fonts te embedden (en in embedded vorm te verspreiden) wanneer daar geen geldige licentie voor is.

Arnoud<br/> Foto: Beginning Zend Framework door Armando Padilla, Apress 2009.

Overnemen fotootje bij forumcopypastepost geen inbreuk

maroc-peter-vincent-schuldEen foto die bij een overgenomen nieuwsbericht op een foto stond, levert geen schending van het auteursrecht of het portretrecht op. Dat bepaalde het Gerechtshof Amsterdam eerder deze week in het hoger beroep van de zaak Peter Vincent Schuld tegen forum Maroc.nl (via).

Een forumlid had een artikel uit een krant overgenomen, inclusief het fotootje daarbij. De fotograaf daarvan eiste een schadevergoeding van de forumbeheerders omdat zijn auteursrecht en het portretrecht van zijn dochter zou zijn geschonden. Die stond namelijk op de foto.

In eerste instantie had de rechtbank geoordeeld dat Maroc.nl als forum niet aansprakelijk was voor deze publicatie, omdat de fotograaf de klachtprocedure niet had doorlopen en haar claimbrief naar een verouderd adres had gestuurd.

In hoger beroep werd hier niet op ingegaan, omdat de rechter vindt dat er sowieso geen sprake is van schending van rechten. Het fotootje was immers een beeldcitaat:

De functie van de foto bij het artikel is functioneel van aard en vergroot de zeggingskracht van het artikel en verbeeldt op doeltreffende wijze het schrijnende karakter van het aangesneden onderwerp (kinderlokken op internet).

Nu er geen auteursrechten geschonden zijn, hoeft het gerechtshof ook niet te bedenken of Maroc.nl voor zo’n schending aansprakelijk zou zijn. Een beetje jammer, hoewel het wel goed is om te zien dat het Gerechtshof zo’n foto-overname als citaat ziet want er zijn tientallen fotografen actief die voor dat soort hergebruik gewoon een factuur menen te kunnen sturen.

Voor wat betreft het portretrecht is het Hof minstens zo snel klaar: (de ouder van) het kind had toestemming gegeven voor de originele publicatie in de krant, dus kan hij niet protesteren bij herpublicatie in dezelfde context op een internetforum. Terecht, lijkt me.

(En ja, ik ben nog met vakantie maar bij dit soort opstekertjes blog ik wel eventjes hoor.)

Arnoud

Flashcards en modchips schenden de Auteurswet

De rechtbank in Den Haag heeft elf Nederlandse webwinkels op de vingers getikt omdat de bedrijven het illegaal downloaden van games van Nintendo stimuleren, las ik bij Nu.nl. In deze zaak uit 2008 draaide het om de legaliteit van modchips en flashcards. Mag je kaartjes op de markt brengen waarmee je Linux op een Wii kan draaien maar ook illegale (gekraakte) kopieën van Nintendo-spellen? Volgens de rechtbank is het antwoord nee: de kaartjes worden in de praktijk vrijwel alleen gebruikt om Nintendo’s auteursrechten te schenden.

De basis van Nintendo’s eis is artikel 29a Auteurswet, dat het omzeilen van “doeltreffende technische voorzieningen” verbiedt. Middelen om dat te doen, zijn ook verboden. In 2002 werd een verkoper van Playstation-modchips veroordeeld, maar daar ging het om artikel 32a: het omzeilen van de beveiliging van software. In de Nintendo-zaak werd ook betoogd dat artikel 29a niet op zou gaan, maar daar ging de rechter niet in mee: de Nintendo-spellen zijn naast software ook “werken” en artikel 29a geldt voor alle werken die de Auteurswet beschermt.

Bij artikel 29a is verder altijd de discussie wat “doeltreffend” is. Een niet-doeltreffende voorziening mag je immers doorbreken. Een paar jaar geleden had de Finse rechter nog geoordeeld dat het CSS-systeem voor DVD video’s niet doeltreffend was omdat het zo eenvoudig te kraken was. Maar hier is (helaas) niet ter discussie gesteld of de beveiliging van de Wii “doeltreffend”.

Je schendt de wet als je voorzieningen omzeilt die auteursrechtenschendingen voorkomen. Maar is dat wel het geval bij modchips? De maatregel beperkt immers vooral het draaien van software als zodanig (haha). Niet alleen het draaien van illegale kopieën van Nintendo-software. Maar volgens de rechtbank is dat niet relevant: omdat de maatregelen “dienen voor het voorkomen of beperken van auteursrechtelijk relevante handelingen” op de Nintendo-software, zijn ze toegestaan. Door deze maatregelen kun je geen illegale kopieën van Nintendo-spellen draaien op een ongemodde Wii, en daarom is sprake van “doeltreffende technische voorzieningen”. Ook als de maatregelen daarnaast nog andere handelingen voorkomen of beperken.

Daarover hadden de winkeliers nog het verweer ingebracht dat je met een gemodde Wii nog veel meer dingen zou kunnen doen, zoals homebrew software draaien. Dat gelooft de rechtbank simpelweg niet:

Dat de producten daadwerkelijk op grote schaal voor die alternatieve doeleinden worden gebruikt, is in het licht van het voorgaande niet aannemelijk, mede gelet op het feit dat de spelcomputers van Nintendo specifiek zijn ontworpen voor het spelen van de Nintendo spellen en niet voor het – buiten het kader van een spel – afspelen van muziekbestanden, internetten, fotograferen en bellen.

En nee, Nintendo maakt hiermee ook geen misbruik van haar machtspositie. Als iemand dit toch zou willen doen, dan kan hij bij Nintento een SDK-licentie nemen en zo geheel legaal Linux naar de Wii porten of er een audiospeler van maken.

De kaartjes worden dan ook aangemerkt als middelen die “vrijwel uitsluitend worden gebruikt voor het omzeilen van de voorzieningen die Nintendo heeft getroffen om inbreuken op haar auteursrecht tegen te gaan.” Daarmee mag Nintendo alle modchips bij de webwinkels opeisen en laten vernietigen.

Arnoud

Ziggo hoeft Pirate Bay niet te blokkeren

brein-fail-ziggo-xs4all-verlies-auteursrecht-rechtszaak.pngDit betreft een voor Nederland unieke zaak, vindt de kortgedingrechter zelf ook. Kan een internetprovider worden verplicht om een website ontoegankelijk te maken? Nee, vonnist de kortgedingrechter in Den Haag: een dergelijke, verstrekkende, vordering is “naar voorlopig oordeel eenvoudigweg niet toewijsbaar”. BREIN moet individuele abonnees aanklagen als blijkt dat die auteursrechten schenden via Bittorrent. Niet de provider. Die hoeft pas in te grijpen bij een “concrete en individualiseerbare inbreuk op auteursrechten.”

Er is in de pers steeds gezegd dat BREIN The Pirate Bay ontoegankelijk wilde laten maken, dus het verbaasde me nogal om in het vonnis alleen maar te lezen over Ziggo-abonnees die auteursrechten schenden. Kennelijk vond BREIN dat ze sterker zou staan met het argument “Ziggo zit vol piraten die via TPB handelen” dan “TPB is illegaal verklaard, mag het afgesloten”.

Het argument was dan kortweg:

nu Ziggo de grootste provider van kabelinternet in Nederland is en de hoogste downloadsnelheden biedt de conclusie gerechtvaardigd [is] dat Ziggo een substantieel deel van de Nederlandse gebruikers van The Pirate Bay tot haar abonneebestand mag rekenen.

Die nogal boude stelling onderbouwt BREIN met een steekproef die zou aantonen dat van de 325 gecontroleerde Nederlandse IP-adressen van Pirate-Bay gebruikers 27% tot de IP-adressen van Ziggo behoort. Hoe weten ze dat, vraag ik me dan af? Omdat die de torrents met thepiratebay.org als tracker gebruiken? Maar die is toch uit de lucht?

De blokkade van TPB is dus gebaseerd op het idee “een kwart van TPB’s gebruikers zit via u illegaal materiaal uit te wisselen, draait u eens centraal de kraan dicht.” Dat is héél wat anders dan “TPB is door de rechter verboden, staak doorgifte van die site”.

Hoe dan ook, de toegang tot TPB moest worden geblokkeerd. Daarvoor nam BREIN de insteek dat Ziggo een tussenpersoon is “wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op het auteursrecht en naburige rechten te maken”. Volgens artikel 26d Auteurswet kan de rechter zo’n tussenpersoon bevelen de diensten die worden gebruikt om die inbreuk te maken, te staken. Die ‘derden’ zijn dan in dit geval de abonnees van Ziggo, omdat die illegaal uploaden dankzij de Pirate Bay.

BREIN leest dat artikel als “providerbreed blokkeren van een website”, maar de rechter citeert de minister die bij het invoeren van dit wetsartikel verklaarde:

De tussenpersoon dient redelijkerwijs in staat te zijn aan de vordering te voldoen, zonder daarvoor onevenredige kosten te moeten maken. Indien de tussenpersoon zelf geen inbreuk pleegt en het dagvaarden van de inbreukmaker evenzeer voor de hand ligt en even goed mogelijk is als het dagvaarden van een tussenpersoon, dan zal de vordering tegen de tussenpersoon afgewezen dienen te worden. De vordering tegen de tussenpersoon zal een zelfstandig doel moeten dienen dat niet op enige andere wijze te realiseren is via de inbreukmaker zelf.

Daarom kan dit artikel alleen worden ingezet tegen een specifieke, oftewel concrete en individualiseerbare inbreuk op auteursrechten. Zeg maar: we weten dat vanaf IP-adres X nú de film Komt een vrouw bij de dokter wordt verspreid, blokkeer dat.

Hoofdregel is en blijft dat je de uploaders moet aanpakken. En dat is dus ook wat BREIN had moeten doen, zo verwijt de rechter de organisatie:

[N]iet [valt] in te zien waarom het onmogelijk zou zijn een of meer abonnees in rechte aan te spreken. Brein zou onder omstandigheden de NAW-gegevens van de betreffende abonnee bij Ziggo kunnen opvragen, iets waarvan Ziggo ter zitting ook heeft aangegeven daartoe in beginsel bereid te zijn.

Dat dat niet wenselijk zou zijn is “een eigen afweging van Brein” en niet doorslaggevend. Dat ondergraaft het “de cirkel is rond”-argument van BREIN dat

ThePiratebay zegt: “ik doe niks mijn gebruikers maken inbreuk”, die gebruikers zeggen: “je moet je klanten niet aanpakken, criminaliseer mij niet, ik heb recht op mijn privacy en op vrije toegang tot informatie”, Ziggo zegt: “ik doe niks je moet bij ThePiratebay wezen”.

Dat “recht op mijn privacy” is een stroman-argument om bezwaren van o.a. Bits of Freedom weg te zetten als beschermers van illegale verspreiding. Wie de wet schendt, heeft geen recht op privacy. De privacybezwaren ontstaan wanneer internetverkeer van onschuldige mensen structureel wordt gemonitord. BREIN is kennelijk prima in staat om te zien wie er zit te uploaden “via TPB” en kan dus die personen gewoon aanpakken. Het is dus niet nodig om tussenpersonen lastig te vallen met afsluitclaims.

Bits of Freedom wijst er op dat BREIN al jarenlang als beleid voert dat ze geen eindgebruikers aanpakt. BREIN zou daar dus op terug moeten komen wil ze de suggestie van de rechter volgen. Ik ben er nog niet uit of dat een goed idee is. Mij lijkt het logisch dat je achter de uploaders aangaat als er illegaal geüpload wordt, niet achter partijen die hooguit een afgeleide verantwoordelijkheid hebben. Maar het opent wel het risico van Amerikaanse toestanden met hoge claims bij armlastige partijen. Ik weet niet of we daarop zitten te wachten.

Vorige week werden trouwens ook de Belgische providers Telenet en Belgacom ook niet verplicht Pirate Bay te blokkeren, hoewel dat vonnis vooral werd gewezen omdat de rechter niet vooruit wilde lopen op een al aangespannen bodemprocedure.

BREIN meldt in hoger beroep te gaan én een bodemprocedure aan te spannen.

Arnoud<br/> Fotocredit: House M.D. van Retecool

Geen richtprijzen, wel schadevergoeding voor gebruik creatieve pasfoto

pasfoto-lijstje-kader-polaroid.jpgVijftienhonderd euro voor een pasfoto “die niet geschikt is voor de officiële documenten, maar wel érg leuk is!” Dat moest Ringfoto betalen nadat ze een via Google gevonden pasfoto op haar site had opgenomen. Er was 4500 euro gevorderd exclusief proceskosten. De rechter wijst de “richtprijzen van de Fotografenfederatie” af als basis en wijst 1500 euro toe als niet-betwiste licentievergoeding.

Op een pasfoto zit normaal geen auteursrecht, omdat zo’n foto puur functioneel en zakelijk is en er geen ruimte is voor creativiteit (dat is immers verboden bij pasfoto’s). Maar het ging hier om wat de fotograaf “leuke pasfoto’s” noemde. Het is echt jammer dat de site van de fotograaf gesloten is, want ik had graag de betreffende foto erbij gehad. Nu moeten we het doen met de inschatting van de kantonrechter:

Uit de vergelijking van de gewone pasfoto van [YYY] met de foto waarop het onderhavige geschil betrekking heeft, blijkt naar het oordeel van de kantonrechter in voldoende mate van persoonlijke, creatieve keuzes die [eiser] heeft gemaakt teneinde het verschil met de gewone pasfoto tot uitdrukking te brengen. Het mag dan zo zijn, dat de beide foto’sniet (zichtbaar) verschillen in achtergrond en kleding van [YYY], de overige aspecten, zoals de uitsnede van de foto, de pose van [YYY], de belichting van haar gezicht, de wijze waarop het haar is geschikt, getuigen van even zovele zelfstandige, subjectieve keuzes van de maker bij het tot stand brengen van het portret

De kantonrechter hanteert daarbij overigens nog het oude criterium “persoonlijk stempel van de maker”, wat dus “eigen intellectuele schepping” moet zijn. Maar op zich lijkt me de invulling van die criteria niet heel verschillend.

De pasfoto is beschermd, en is zonder toestemming overgenomen op een bedrijfsmatige site. Dat mag niet, en de fotograaf kan dan een schadeclaim indienen. Wel moet hij dan bewijzen dat hij schade heeft, en dat valt bij fotografen lang niet mee. Zeker hier: hoe kun je iemands pasfoto immers in licentie geven? En welk bedrag vraag je dan?

Terecht wijst de rechter de gevorderde boeteschadeclaim van 4500 euro af. Die was immers gebaseerd op de “door de Fotografenfederatie opgestelde algemene voorwaarden en de door de Fotografenfederatie opgestelde richtprijzen voor de fotografie”, maar dat kan niet: de Fotografenfederatie hanteert sinds 2004 geen richtprijzen meer (dat mag ook niet van de NMa). En ik zie dat het particuliere initiatief www.richtprijzen.org opgeheven is.

Er wordt wel een schadevergoeding toegewezen van 1500 euro, op basis van een niet-betwiste verklaring van de fotograaf zelf. Die zou 750 euro licentievergoeding en 750 euro afkoop gevraagd hebben als er vooraf om een licentie was gevraagd. Dat is trouwens wel opmerkelijk, omdat de site van de fotograaf vermeldt “Een set kost slechts ” 8,95″ (hoewel dat natuurlijk niet exploitatie op een website dekt, maar toch). De proceskostenvergoeding wordt niet toegekend, omdat beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld.

Arnoud

Kun je software kopen?

imagesan-movie-software.pngSoftware is geen zaak, maar je kunt het toch kopen. Dat oordeelde het Gerechtshof Arnhem begin juni in een zaak over een niet naar wens functionerend softwarepakket. Dat is opvallend, omdat “koop” als juridische constructie alleen geldt voor zaken, fysieke en voor menselijke beheersing vatbare objecten. Software koop je niet, maar neem je in licentie, is altijd het mantra.

Centraal stond het pakket ImageSan, dat videobewerking ondersteunt. De eisende partij kreeg het niet goed werkend (het arrest meldt helaas niet meer dan dat men “problemen ondervond”) en claimde dus schadevergoeding omdat er een minderwaardig alternatief moest worden afgenomen (FiberJet). De gedaagde partij beriep zich op artikel 7:23 BW, dat zegt dat iemand na het ontdekken van een defect “binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt” dit moet melden, en dat zou niet zijn gedaan.

De reactie van de eiser (en de in vrijwaring opgeroepen leverancier van de software) daarop was te stellen dat dit artikel niet geldt bij software, omdat dit gaat over koop en fysieke zaken en software dat nu eenmaal niet is. Het Gerechtshof oordeelt dat, hoewel software inderdaad geen zaak is, het artikel tóch opgaat. Er staat namelijk in de wet een zogeheten schakelbepaling (art. 7:47 BW) die zegt dat wat voor fysieke zaken geldt, ook voor ontastbare “vermogensrechten” geldt. En volgens het Hof valt software daaronder:

BM6320

[H]het feit dat ImageSan standaardsoftware is, die als een pakket kan worden aangeschaft (hier voor ruim ” 46.000) en waarmee het recht op het vrije en duurzame gebruik van de software wordt verkregen met de omstandigheid dat het in deze zaak gaat om de kwaliteit van die software en niet om de auteursrechtelijke dimensie daarvan, leidt het hof tot het oordeel dat, op grond van het bepaalde in art. 7:47 BW, titel 7.1 [het hoofdstuk over koop, AE] van toepassing moet worden geacht.

Het Hof gaat dus uit van de omvang van de licentie. Die blijkt hier zo breed dat het Hof de verkrijger in dezelfde positie vindt staan als een koper van een fysieke zaak. Het “vrije en duurzame gebruiksrecht” komt op ongeveer hetzelfde neer als “koop”, zeg maar.

Met die opmerking over “niet om de auteursrechtelijke dimensie” bedoelt het Hof denk ik dat ze niet bedoelt dat het auteursrecht is verkocht of iets dergelijks. Het Hof redeneert denk ik als volgt: het gaat om de kwaliteit van de software, en in de artikelen over koop staat een keurige aanpak over kwaliteit van zaken, dus die kunnen we hier best van toepassing verklaren.

Ik ben wel blij met deze redenering. Het is me altijd een doorn in het oog geweest dat je als softwareleverancier zomaar kon zeggen “u krijgt deze software zonder enige aanspraak op conformiteit”. Goed, één arrest maakt nog geen vaste jurisprudentie maar het is een goede eerste stap.

Update 1 mei 2012: de Hoge Raad bevestigt het arrest.

Arnoud

Bindt een downloadlink iemand aan een licentie?

Een lezer vroeg me:

Stel, een website (persoon A) biedt software als download aan. Op de downloadpagina staat “Om een licentie te krijgen op onderstaande software, moet u 50 euro overmaken op bankrekeningnummer X.” met daaronder een directe downloadlink. Persoon B ziet die pagina en stuurt die downloadlink naar persoon C, zonder erbij te zeggen dat er eerst betaald moet worden. Persoon C klikt op de link en krijgt de software op zijn PC. Kan persoon A nu 50 euro van C verlangen?

Deze opzet is natuurlijk niet handig van persoon A. Maar goed, ‘onhandig’ is geen juridisch criterium.

Om geld te vragen, moet sprake zijn van hetzij een overeenkomst, hetzij een onrechtmatige daad. Als we afspreken dat ik iets moet betalen, dan moet ik dat betalen. En als ik iemand schade berokken, dan moet ik die schade vergoeden.

Persoon C wist niet van het aanbod van de rechthebbende, dus kan er geen sprake zijn van een overeenkomst. Wat je niet kent, kun je niet aanvaarden.

Dat kan anders worden als de software iets zegt over de licentie die C afgenomen had moeten hebben. Bijvoorbeeld met een opstartscherm waarop iets staat over “Dank u voor uw betaling” of dat verwijst naar de betaalprocedure. In zo’n geval moet C lont ruiken en kan hij de software niet zomaar in gebruik nemen.

Persoon B heeft wel een probleem, want hij verspreidt opzettelijk de link naar de downloadlocatie terwijl hij weet dat je moet betalen voor de software. Door dit te ‘vergeten’ te melden aan persoon C, handelt hij denk ik onrechtmatig jegens de rechthebbende. Er is dus een goede grond voor de rechthebbende om de 50 euro te incasseren – bij persoon B dus.

Misschien kan B nog wel betogen dat hier sprake is van eigen schuld (art. 6:101 BW) op grond waarvan de hoogte van de schadevergoeding omlaag moet.

Arnoud<br/> De foto van de CD uit de envelop is gemaakt door Wellington Grey en is beschikbaar onder de Creative Commons 3.0 BY-SA licentie.

Noemen bestandsnaam is openbaarmaking van bestand

Ik word zelden boos, maar dit vind ik dan toch ongelofelijk(*). Gisteren bevestigde de rechtbank Den Haag haar ex parte verbod van half mei. Door toe te laten dat gebruikers bestandsnamen noemen van downloadbaar materiaal op Usenet, maakt Usenetplatform FTD de genoemde films openbaar in de zin van de Auteurswet.

Of eigenlijk, hoezo bevestigt: de rechtbank gaat nog een stapje verder. Want waar in het ex parte verbod nog werd gesproken van “mede openbaar maken”, zeg maar actief meehelpen en diensten verrichten om een ander openbaar te laten maken, houdt men het nu bij het directe “openbaar maken”. Het noemen van een bestandsnaam is dus hetzelfde als het online zetten van de .rar met de film. Eh, juist. Het zou om te lachen zijn als het niet zo treurig was.

Update (15:44) bedankt, Christiaan voor je uitgebreide analyse. Hij noemt het een “aardverschuiving” in de jurisprudentie en signaleert dat het vonnis ook voor tussenpersonen bij “legale” diensten impact kan hebben: ook die moeten volgens dit vonnis “[toestemming vragen] aan de rechthebbenden die rol te mogen vervullen”.

In het persbericht van FTD schreef ik al:

Het vonnis staat hiermee mijlenver af van de gevestigde jurisprudentie. In eerdere zaken tegen onder andere Mininova, Pirate Bay, MyP2P en ZoekMP3 werd de afgelopen tien jaar juist geoordeeld dat het publiceren van hyperlinks of torrents naar illegaal aanbod géén openbaarmaking is.

Kan iemand mij uitleggen waarom een hyperlink of torrent géén en een forumbericht met een bestansnaam wél een openbaarmaking is?

Tussen de regels door lezend lijkt het alsof de rechter het recente Newzbin-vonnis uit Engeland als handleiding heeft gebruikt. Newzbin is een NZB-zoekmachine, en op FTD kun je ook zoeken, dus dan zijn ze op één lijn te zetten en maakt FTD ook openbaar. Zoiets.

Echt zwaar frustrerend dit. FTD overweegt in hoger beroep te gaan, maar eerst even de argumenten en de feiten goed op een rijtje zetten. Hoewel, allereerst even wat stoom afblazen is nog beter. Argh.

(*) En wie nu zegt dat ik dat alleen maar vind omdat FTD mijn klant is, kan jeuk krijgen. En een permaban.

Arnoud