Auteursrechtclaims meest succesvol bij oudere internetters

stichting-copyright-nieuwe-media.pngOudere internetters betalen eerder voor auteursrechtclaims dan jongeren. Dat was voor mij de meest verrassende uitkomst van het onderzoek dat on-line marktonderzoekbureau Multiscope voor onze stichting Copyright & Nieuwe Media heeft uitgevoerd. (Ik ben secretaris van die stichting, weet u nog.)

Bijna 40% van de 5000 ondervraagden van het Multiscope consumentenpanel geeft aan regelmatig online te publiceren op bijvoorbeeld weblog, forum, profielensite of vergelijkbaar medium. Ook hier is een duidelijk verband met leeftijd te zien: jongeren publiceren (goh) veel vaker online dan ouderen.

Zo’n 22% van deze 40% gebruikt daarbij wel eens (delen van) werk van anderen. Soms integraal, maar meestal een gedeelte. Bijna 6% van deze hergebruikers heeft daarbij weleens een claim van een auteursrechthebbende of een vertegenwoordigende instantie gekregen. Die wordt door de meeste jongeren dus genegeerd maar door 100% van de 50+-ers gewoon betaald.

En al 30 % van de ondervraagden heeft al eens van onze stichting gehoord!

Wat ik me nu altijd afvraag: hoe vinden bureaus als Multiscope hun deelnemers? Ik ben waarschijnlijk niet gemiddeld genoeg om in die panels te mogen zitten, maar hoe weten ze wie wel?

Arnoud

Alle postcodes op een rijtje

postcodegebieden.pngZoiets simpels en openbaar als een postcode blijkt nog steeds een groot geheim, zo opent het 6PP-project. Iedereen heeft een postcode, maar als je ieders postcode wilt weten, zul je bij Postcode.nl een licentie moeten nemen. 6pp vroeg zich af, een vrije postcode database moet toch op te bouwen zijn, net zoals een vrije encyclopedie, wegenkaart of film? En men voegde gelijk maar de daad bij het woord door een open databank neer te zetten, inclusief API om er op afstand bij te kunnen.

De vraag daarbij is natuurlijk altijd: mag dat? Postcodes zijn tot op vier cijfers algemeen bekend, maar welke straten nu horen bij welke twee letters, vind je niet zomaar terug. Kennelijk zit daar dus één of andere beperking op. Postcode.nl hanteert ook nog eens licentiemodel, dus dan zal er vast een of ander recht zijn op postcodes. Auteursrecht? Nee, postcodes zijn feiten en die op een rijtje zetten, mag gewoon. Geschriftenbescherming? Wederom nee, de postcodedatabank is geen geschrift. Databankenrecht dan maar?

Zoals vaste lezers wel weten, is een databank beschermd als de bouwer een substantiële investering heeft gedaan (tijd, geld of moeite) om die databank op te bouwen of te onderhouden. Het is op zich best veel werk om heel Nederland in te delen in postcode-regio’s, en natuurlijk om die te updaten. Postcode.nl verkoopt wekelijkse updates, dus kennelijk worden er elke week wijken gesloopt, huizen bijgebouwd of gebieden heringedeeld. TNT Post, voorheen TPG Post, voorheen de PTT, kiest de postcodes zelf. Er is geen overheidsbesluit, zodat het postcodebestand ook niet onder de uitzondering van overheidsdatabanken kan vallen. Gemeentes geven nieuwe straten en andere mutaties door aan TNT, en die verzint daar dan een passende postcode bij.

In een bezwaarprocedure over publicatie van het wegenbestand (NWB) erkende de Staat dat TNT Post een databankrecht heeft op het postcodebestand. Op die grond mochten postcodes niet zomaar in het NWB verwerkt worden. Nu is zo’n beslissing geen jurisprudentie, laat staan bindend recht, maar toch. De hele site Postcode.nl leegtrekken zou ik dus niet adviseren, want als er een databankrecht zit op dat bestand, dan is dat leegtrekken een inbreukmakende handeling.

Er zijn echter nog genoeg andere plekken om postcodes vandaan te halen. Wat te denken bijvoorbeeld van de Kamer van Koophandel? Die hebben voor alle ingeschreven bedrijven de adresgegevens online, en daar staan ook de postcodes bij. Met een beetje slim zoeken krijg je zo een aardig lijstje postcodes. Ook bij huizensites zoals Funda zijn hele lijsten met postcodes te achterhalen. Die lijsten komen niet uit het postcodebestand van TNT Post, ook niet indirect. Bedrijven of makelaars typen die in wanneer ze hun bedrijf aanmelden of een huis te koop zetten. Daarmee zijn die gegevens openbaar, zodat je op basis van die gegevens best je eigen lijst met postcodes mag bouwen.

Update (5 maart 2009): het 6PP project heeft alle gegevens van Buurtlink en Zoekplaats.nl verwijderd uit haar database en gaat via andere wegen aan de slag om legaal postcodes te verzamelen. En via Frankwatching nog een verwijzing naar een petitie Bevrijd de postcode, waar ze helaas lijken te denken dat de postcodes door de overheid verzonnen worden.

Arnoud

Europarlement keurt helemaal geen three-strikes beleid goed

three-strikes.jpgHet Europees Parlement heeft een pakket maatregelen goedgekeurd om de telecomsector te hervormen. Mooi initiatief, omdat de positie van de consument flink versterkt wordt. Zo wil het voorstel bijvoorbeeld dat je na een jaar je abonnement per maand kunt opzeggen. En oh ja, er zou stiekem een achterdeur in zitten waardoor mensen na drie keer illegaal downloaden afgesloten worden van internet. Tenminste, als ik bepaalde mensen moet geloven. Maar ik lees liever dan dat ik mensen op hun woord geloof. Waar staat dat, vroeg ik dan ook in juli.

Ik was eigenlijk van plan mijn donderdagavond vrij te houden, maar ik kreeg er zo veel mails over dat ik de 250 pagina’s juridisch geneuzel toch maar heb door zitten lezen. Research heet dat, iets dat sensatiebeluste journalisten ook eens zouden moeten doen. En ik kan nergens iets vinden over verplichtingen tot afsluiten of zelfs maar bevoegdheid tot afsluiten van mensen wegens vermeende schending van auteursrechten.

Wat staat er wel in dan over auteursrechten?

Allereerst dit:

(12c) In order to address public interest issues with respect to the use of communications services, and to encourage protection of the rights and freedoms of others, the relevant national authorities should be able to produce and have disseminated, with the aid of providers, information related to the use of communications services. This information should include warnings regarding copyright infringement, other unlawful uses and dissemination of harmful content, and advice and means of protection against risks to personal security, which may for example arise from disclosure of personal information in certain circumstances, privacy and personal data.

Oftewel: het lijkt ons een goed idee als overheden aan voorlichting gaan doen omtrent onder andere wanneer je auteursrechten schendt of andere illegale dingen op internet doet. Daar kan ik me alleen maar bij aansluiten.

Die informatieplicht komt nog een paar keer terug, met name in de vorm van verplichtingen voor providers om zulke foldertjes op te sturen naar klanten. Bevoogdend, misschien. Maar de mogelijkheid tot afsluiten? Ik zie het niet staan.

Het meest dreigend is nog dit:

6a. Member States shall ensure that subscribers are clearly notified in the event of repeated breaches of copyright and related rights so that they are able to cease their unlawful activities.

Maar: notified – op de hoogte gesteld dus. Het zal wel aan mij liggen, maar ik vind de hellend-vlak redenering die van een brief sturen naar verplicht detecteren en afsluiten toch bepaald vergezocht.

In het het persbericht staat dit nog een keer:

Community law does not define what content is lawful or harmful, nor any penalties, since this is up to each Member State. However, all consumers must be informed of national rules on this.

Let met name op dat stukje “since this is up to each Member State”. Bepalingen van strafrecht mogen helemaal niet worden ingevoerd in Richtlijnen, want daar is de Europese Unie niet toe bevoegd. Strafrechtelijke regelingen kunnen alleen via een zogeheten Kaderbesluit worden ingevoerd. En ja, een overheidsverplichting om een klant een sanctie op te leggen is een bepaling van strafrecht.

Weet iemand trouwens waarom de bepaling over netneutraliteit uit het Engelstalige persbericht ontbreekt in de Nederlandse versie?

Arnoud

Buma/Stemra probeert het weer: “embedden = betalen”

papier-licentie-huis-buma-stemra.jpgIk word een beetje moe van de BS van B/S. Webwereld bericht over het ‘licentiehuis’ van de collectieve rechtenorganisaties. B/S heeft de muziekgebruikerswereld in een 3×5 matrix in kaart gebracht, die de drie mogelijke manieren van aanbieden op internet afzet tegen de vijf mogelijke businessmodellen voor aanbieders. (Heerlijk toch, zo’n overzichtelijke wereld.) Op elke combinatie kan dan een vergoeding worden geplakt.

Nu wil ik best geloven dat muziekwinkels, radiostations en advertentie-gebaseerde aanbieders zoals Youtube daar in passen. Hoe je het ook wendt of keert, zij verspreiden muziek en als dat B/S-repetoire is dan moeten zij daarvoor betalen. Maar wat me stoort, is de hernieuwde poging om embedded players onder de auteurswet te laten vallen:

Bij embedded players is er namelijk sprake van twee soorten openbaarmaking, stelt De Waij. “Een player embedden noemen we een secundaire openbaarmaking. Nederlandse websites die embedded players gebruiken met muziek en bedrijfmatig van aard zijn zullen we geld gaan vragen”, aldus De Waij. Maar de particuliere blogger hoeft voor het gebruik van ingebedde muziek en muziekvideo’s geen factuur op de mat te vrezen, zo benadrukt hij.

Over dat laatste had ik laatst al geblogd. Zoals ik ook daar al schreef, embedden is geen openbaarmaken. Het werk wordt niet door de embedder verspreidt. Hij faciliteert slechts de openbaarmaking door bijvoorbeeld Youtube. Daarom moet Youtube betalen – en volgens het bericht gaat Youtube dat ook doen.

Is er sprake van openbaarmaking zonder dat de openbaarmaker betaalt, dan moet B/S daar langsgaan. Niet bij degene die met een player verwijst naar dat liedje.

In welk hokje gaan torrentsites vallen trouwens? Of zijn die gewoon per definitie illegaal?

Arnoud

Collectieve licenties voor internetgebruik?

Om nog maar even door te gaan op de discussie van maandag: in juridisch tijdschrift Ars Aequi schrijft professor Bernt Hugenholtz over hoe om te gaan met auteursrechten op internet. “Verwende internetgebruikers ervaren de uitoefening van het auteursrecht door commerciële contentaanbieders, zoals muziek­-, film­- en softwareproducenten, dan ook dikwijls als een belemmering van de informatievrijheid” klinkt het nog in de opening, maar uit het artikel wordt duidelijk dat er nu eindelijk iets moet gebeuren om auteursrechten weer werkbaar te krijgen.

Hugenholtz trekt een parallel met de kabelexploitanten in de jaren tachtig:

In de jaren 80, toen het internet nog in de kinderschoenen stond, vormde de kabel de bron van alle auteursrechtelijke kwaad. Volgens de kabelexploitanten was het doorgeven van televisieprogramma’s een louter technische aangelegenheid, waar het auteursrecht buiten stond.

Inmiddels zijn we 25 jaar verder en is het betalen van vergoedingen voor de doorgifte van omroepprogramma’s via de kabel algemeen geaccepteerd. Als we aan de hand van het verleden de toekomst moeten voorspellen, ligt er voor het auteursrecht op het internet ook een happy end in het verschiet. Iedereen blij: de internetgebruikers, die tegen een kleine extra vergoeding onbeperkt mogen down- en uploaden; de auteurs en rechthebbenden, die eindelijk betaald krijgen; de rechterlijke macht, die niet langer met lastige handhavingsproblemen belast wordt; en de auteur van deze bijdrage, die het auteursrecht even belangrijk vindt als de informatievrijheid.

Mijns inziens een prima oplossing. Providers zullen zeker in staat zijn om een goede licentie te onderhandelen, wat de kosten ten goede komt. En wij zijn van een hoop gelazer en rechtszaken af.

Wat vinden jullie?

Via Boek9.nl.

Arnoud

Ik beken: ik ben lid van een kartel

benzinepomp-prijs-vast.pngJa, echt waar. Ik maak mij schuldig aan het afstemmen van feitelijke gedragingen met andere ondernemingen, wat ten gevolge heeft althans ertoe strekt dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst (art. 6 Mededingingswet). Ook kan deze afstemming de mededinging binnen de gemeenschappelijke Europese markt verhinderen, beperken of vervalsen (art. 81 EG-Verdrag).

Mijn enige excuus: ik moet wel, want de Nederlandse wetgever verplicht mij om lid te worden van dit kartel. Op grond van de Wet op de vaste boekenprijs ben ik namelijk een uitgever, en daarmee verplicht om een vaste prijs voor mijn boek vast te stellen. Alle Nederlandse boekhandels zijn eveneens verplicht om die prijs aan te houden.

Het idee achter de vaste boekenprijs is, kort gezegd, dat uitgevers daardoor meer boeken zullen uitgeven in plaats van alleen bestsellers. Niet dat ik nu ineens van plan ben om boeken van anderen uit te geven (laat staan boeken die kennelijk niemand wil lezen), maar goed ik ben dan ook geen grote uitgever. Het gekke is, in de wet staat nergens dat uitgevers de winst die ze halen met de vaste boekenprijs moeten investeren in het opbouwen van een pluriform cultureel verantwoord aanbod. Dus hoe deze wet hiertoe zal leiden, is me volstrekt onduidelijk.

Verder gaat deze wet er vanuit dat het uitgeven van boeken een kostbare en riskante onderneming is. Dat was twintig jaar geleden misschien zo, maar tegenwoordig kun je via print-on-demand en internetuitgeverijen de risico’s behoorlijk beperken. Internetboekhandels slagen er prima in om de long tail van relatief slecht verkopende boeken aan de man te brengen, ook -of vooral- in landen met een vrije boekenprijs.

Waarom niet gewoon een subsidie voor cultureel verantwoorde boeken? Dat is een veel directer middel om te stimuleren dat bepaalde boeken er komen. Bij andere vormen van kunst is dit al gebruikelijk. Voor non-fictie ligt dat misschien iets lastiger, maar uit onderzoek van het CBP blijkt dat het aanbod van non-fictie boeken relatief toeneemt bij afschaffing van de vaste boekenprijs.

Gelukkig voor u mag ik als uitgever regelmatig kortingen geven aan kopers van mijn boek.

Ziet er iemand voordelen in een vaste boekenprijs?

En heeft u al vooringetekend op mijn boek?

Arnoud

Niet-bestaande auteursrechten, deel 2 (gastpost)

Sommige mensen, de meeste van hen waarschijnlijk solidaire lezers, vinden dat auteurs verdienen te worden gecompenseerd voor hun arbeid. Over het algemeen wordt dit gezegd in referentie naar concrete, openbaar gemaakte werken, maar de uitspraak is ook dan te breed. Deze mythe is de gevaarlijkste van allemaal, omdat hij zo bijzonder redelijk klinkt. Hij lijkt ook veel op een verklaring die vaak van het auteursrecht wordt gegeven, namelijk dat dat recht bestaat om auteurs een kans te geven geld te verdienen met de distributie van hun werken. Het verschil is razend belangrijk: in het eerste statement krijgt een auteur sowieso geld, ongeacht de hoeveelheid arbeid die hij in een werk stopt én ongeacht de kwaliteit van het werk. De BKR-variant van het auteursrecht, zeg maar. Slechts een werk uitgeven is al genoeg.

Nergens op deze planeet is er iemand die gelooft dat arbeid automatisch recht geeft op beloning. Zou dat wel het geval zijn, zou ik morgen onmiddellijk beginnen met ongevraagde consultancyklussen—tegen het hoge tarief, dat spreekt. Buiten het sprookjesbos van het auteursrecht begrijpt iedereen dat er een overeenkomst moet zijn tussen werknemer en werkgever (of leverancier en opdrachtgever). De beloning is een resultaat van die overeenkomst. [bron]

Andere lezers geloven dat zij het recht hebben bestanden te delen, omdat zij menen dat auteurs al rijk genoeg zijn. Ik vermoed dat dit geloof ironisch genoeg het gevolg is van de hele mythologie is die door voorstanders van een harder auteursrecht rond dat recht werd geweven. Zo is daar het spookbeeld van de arme, hongerende artiest (zie bijvoorbeeld opmerkingen van ene Charlie McCreevy van de Europese Commissie over de op handen zijnde verlenging van bepaalde naburige rechten).

Lezers zijn niet dom: die merken hoeveel geld er in de uitgeverswereld omgaat. En aangezien de McCreevy’s van deze wereld erop blijven hameren dat het geld dat in die wereld omgaat een eerlijke beloning voor auteurs is, kan de lezer nauwelijks anders concluderen dan dat er een continuë stroom kruiwagens met goud op weg is naar de auteurs. Niemand zou een auteursrechtensysteem willen hebben dat voornamelijk uitgevers wat oplevert, dus moeten de voorstanders van een harder auteursrecht (uitgevers) blijven doen alsof er bergen geld naar auteurs gaan.

De praktijk is uiteraard een klein beetje anders. Als een auteur meer dan tien procent ontvangt van de winkelprijs van zijn werken, heeft zijn uitgever het gevoel gefaald te hebben. Dit geldt ook voor werken die elektronisch gedistribueerd worden, ook al zijn de kosten daarvan (50% in het geval van “analoge” verspreiding) vrijwel nihil. Het is ook niet ongebruikelijk een auteur simpelweg niet te betalen voor nieuwe distributiemethodes.

Ten slotte zijn er ook lezers die geloven dat goede werken worden onderdrukt ten faveure van middelmatige werken. Deze mythe is zo hardnekkig, omdat er een kern van waarheid in zit. Zo krijgen populaire rockbands disproportioneel veel geld uit radioheffingen in de VS en de EU. De berekening van de verdeelsleutel heeft hiermee te maken, en ook het feit dat kleinere acts vaak niet weten waar de ruif staat. [bron]

Een interessant voorbeeld: het jaarlijkse budget van de Science Fiction Writers of America wordt grotendeels gehaald uit Zweedse bibliotheekheffingen, die de organisatie voor zijn leden int. Er zijn veel landen waar leners dergelijke heffingen betalen, en het is waarschijnlijk dat niet elke auteur zijn deel krijgt, zeker als die auteur in het buitenland zit. [bron]

Maar net zo waar is dat auteurs weinig geld krijgen, omdat simpelweg veruit de meeste auteurs niet bijzonder goed in hun vak zijn. Een bewijs uit het ongerijmde: de slushpile. Een term uit de uitgeverswereld die slaat op de enorme stapel manuscripten waar een uitgever elk jaar doorheen moet waden om de enkele ruwe diamanten te vinden die hij gaat uitgeven. De meeste auteurs zijn precies zo populair als ze verdienen.

Dit zijn zo wat nieuwe mythen die rond het auteursrecht zweven. Als we ze leren herkennen, kunnen we voorkomen dat ze beleid en wet ten grondslag worden.

Branko Collin is een vrijwilliger van Project Gutenberg, de digitale bibliotheek van boeken die (voor het grootste deel) tot het publiek domein zijn teruggekeerd. Net als de oprichter van het project, Michael Hart, vindt hij dat hij veel minder van het auteursrecht afweet dan zou moeten, en veel meer dan hij wil. Tien jaar geleden vond Branko het document “10 Big Myths about copyright explained” van Brad Templeton briljant, nu achterhaald.

Niet-bestaande auteursrechten (gastpost)

(Definities: lezer = iemand die werken “consumeert”, auteur = iemand die werken “produceert”, uitgever = tussenpersoon voor lezers en auteurs, Britney Spears = een oeuvre waarvan een elitaire snobistische kliek de kwaliteit in twijfel trekt.)

Het auteursrecht geeft je controle over de distributie van werken. Dat is het zo’n beetje. Maar wat auteursrecht is, en wat mensen denken dat auteursrecht is, loopt nogal eens uiteen. Wat zijn zo de moderne mythen over het auteursrecht?

  • alles is eigendom
  • de auteur is de ouder van een werk
  • voordelen van het auteursrecht beperken zich niet tot werken
  • auteurs verdienen te worden gecompenseerd voor hun arbeid
  • auteurs zijn rijke stinkerds
  • goede werken worden onderdrukt ten voordeel van Britney Spears

Op het eerste gezicht lijken sommige van deze mythen elkaar tegen te spreken. Vrees niet: dat doen ze inderdaad! Dit is (nog) niet een taxonomie, slechts een verzameling van de vormen die ik zo op het web tegenkom.

Sommige burgers (hoofdzakelijk advocaten en uitgevers?) geloven dat alles = eigendom. Als zij zien dat mensen werken distribueren, gaat bij hen onmiddellijk het alarm af: aangezien als eigendom is, moet er ergens een eigenaar zijn, en aangezien de distributeur er niet als een traditionele uitgever uitziet, moet de distributie wel illegaal zijn. (De wet helpt hier niet echt: zelfs het stompzinnigste, miniemste werk krijgt automatisch een auteursrecht aangeplakt, en dat duurt dan voor vrijwel altijd. Er was ooit een tijd dat de helft van alle werken publiek domein was.)

Deze mythe ligt mogelijk ten grondslag aan de juridische actie die Science Fiction Writers of America ondernam tegen documentenwebsite Scribd in 2007, toen de eerstgenoemde niet alleen illegaal maar ook legaal aangeboden documenten liet verwijderen. [bron]

De Motion Picture Association of America ging nog een stapje verder. In een rechtszaak tegen filesharers beweerde de MPAA niet met bewijzen te hoeven aankomen, omdat het verzamelen daarvan zo lastig is. Alleen iemand die aanneemt dat iedereen een wetsovertreder is kan zoiets bedenken. [bron]

Toen een Nederlandse rechter kort geleden tot het oordeel kwam dat downloaden uit een illegale bron zelf illegaal is, leidde dat tot brede kritiek onder Nederlandse IE-advocaten. Maar een van hen, Arnout Groen, beweerde: “Het is een gek idee, dat je iets van waarde gratis kunt consumeren”. [bron]

Sommige auteurs hebben sterke ouderlijke gevoelens tegenover hun werken. Zij hebben het gevoel “hun kindje” te moeten “beschermen” door elk soort gebruik waar ze het niet mee eens zijn te verbieden, zoals gebruik dat door de auteurswet als niet-inbreukmakend wordt bestempeld.

Toen het Copyright Office van de VS aan burgers vroeg om mee te denken over het probleem van verweesde werken, reageerde ene Kristie Hubler: “Als mensen toegang hebben tot mijn werk zonder ervoor te betalen, en ze gebruiken het alleen om geld te verdienen, dan is dat alsof ik verkracht word, of als een baby die ik heb gebaard uit mijn armen wordt gerukt, om nooit meer te worden teruggezien.” [bron, PDF]

Openbaar maken betekent letterlijk: aan de openbaarheid prijsgeven. Als je niet een bepaalde mate van zeggenschap over je werken wilt opgeven, moet je je werken niet openbaar maken.

Sommige organisaties menen dat de gigantische voordelen van het auteursrecht automatisch ook op niet-werken van toepassing zijn. Zo gelooft een bepaalde fabrikant van besturingssystemen dat op API’s ook auteursrecht van toepassing is, ook al is een API niet een werk in de zin van de auteurswet. (Een API is een protocol, een interface, dat computerprogramma’s gebruiken om met elkaar te communiceren.)

Om te citeren wat ik eerder elders schreef: “Microsofts licenties voor zijn eigen netwerkprotocollen zijn te beperkend volgens de Europese Unie.” Microsofts wat? Maar inderdaad, dat is precies wat de Amerikaanse softwarefabrikant suggereert: “De […] licentieovereenkomst […] kent aan de licentienemers […] een licentie toe onder Microsofts Europese intellectuele eigendomsrechten ten bate van het correct samenwerken van software met Microsoft-client- en serverbesturingssystemen.” Geen IE-advocaat heeft me ooit kunnen uitleggen wat deze “intellectuele eigendomsrechten” zijn en welke wet Microsoft zou gebruiken om me aan te klagen als ik hun “licentie” overtrad. [bron]

Branko Collin is een vrijwilliger van Project Gutenberg, de digitale bibliotheek van boeken die (voor het grootste deel) tot het publiek domein zijn teruggekeerd. Net als de oprichter van het project, Michael Hart, vindt hij dat hij veel minder van het auteursrecht afweet dan zou moeten, en veel meer dan hij wil. Tien jaar geleden vond Branko het document “10 Big Myths about copyright explained” van Brad Templeton briljant, nu achterhaald.

Stichting Copyright & Nieuwe Media

Ik sta in statuten! Op 7 juli 2008 vond de oprichting en openingsbijeenkomst van de Stichting Copyright & Nieuwe Media plaats, met mij als secretaris. Doel van de stichting is het zich sterk maken voor de belangen van een ieder die op internet publiceert. Steeds meer bloggers en andere actieve internetters lopen tegen juridische problemen of zelfs claims en rechtszaken aan. Hoe ga je daarmee om, wat moet je daarmee doen en waarom is er niemand die tegengas geeft aan clubs als de Buma, BREIN of de Fotografenfederatie en NVJ? Daar is deze stichting dus voor.

De stichting is nog jong, en de website is dus nog vrij leeg. Dat is dus meteen het eerste actiepunt (en nee, daar gaan we niet eindeloos over vergaderen).

Eén van de dingen die de stichting wil doen, is een meldpunt/helpdesk bieden voor mensen die tegen claims of rechtszaken aanlopen. Denk aan bloggers die een plaatje van 150×150 pixels overnemen en een claim van 1578 euro (“inclusief verhoging van 300% conform standaardvoorwaarden NVJ”) in hun mailbox krijgen. Om daar goede hulp bij te bieden, is medewerking van juristen en advocaten nodig die bereid zijn de nodige bijstand te leveren. Meelezende kantoren: ik hoor graag van u.

Een andere nieuwe activiteit is inderdaad ordinair lobbyen voor nieuwe of herziene wetgeving. Bij veel overleg over auteurswetgeving zitten alleen de bekende, gevestigde partijen aan tafel. En dat is niet goed, als je wetgeving wilt maken die goed aansluit bij internet, blogs en webforums. Vandaar dat de stichting een ander geluid wil laten horen tijdens consultatierondes over wetgeving en aanverwante initiatieven. Een uitgebreider citaatrecht, of misschien wel een compleet fair use systeem zoals in de VS, zou best een goed idee zijn.

Arnoud

Informatieverzamelaars vs. Robots.txt (Bart Beuving)

Op het altijd zeer leesbare blog van auteursrechtadvocaat Bart Beuving deze keer een bijdrage over Informatieverzamelaars vs. Robots.txt. Er is veel te doen geweest over het scrapen van andermans site. Databankrechten, auteursrechten en zelfs de geschriftenbescherming werden van stal gehaald om te voorkomen dat slimme jongens ermet duur gemaakte databanken vandoor gaan.

Beuving bespreekt nu een vaak onderbelicht aspect: de robots.txt regels. Via dit bestand kan een sitebeheerder aangeven wat robots wel en niet geacht worden te doen op een site. Maar dat is puur een beleefdheidsnorm: robots kunnen immers net als elke browser elke pagina opvragen op een site, of dat nou “mag” van robots.txt of niet.

Kun je daar iets aan doen? Nee, betoogt Beuving terecht:

Op grond van de auteurswet is het onrechtmatig om ‘doeltreffende technische voorzieningen’ te omzeilen. In normaal Nederlands: onder meer het ‘kraken’ van beveiliging is niet toegestaan. Door de Nederlandse rechter is echter in de kwestie Web Measurement Services/Weborama (ziehier, AE) uitgemaakt dat het negeren van een robots.txt niet wordt beschouwd als het omzeilen van een technische voorziening is en dus ook niet onrechtmatig is.

Inderdaad. Robots.txt is een beleefdheidsnorm. Netiquette. Die norm schenden is inderdad niet netjes, maar je onfatsoenlijk gedragen is niet onrechtmatig. Trek eens de lijn naar de ‘echte’ wereld: wat zou er moeten gebeuren als een marktkraamhouder een bordje ophangt “Medewerkers van concurrenten mogen onze prijzen niet opschrijven om er zelf onder te gaan zitten”? Kan de ene marketman dan de andere aanklagen wegens negeren van het_bordje.txt? Ik mag hopen van niet.

Maar dan schrijft Beuving:

Aan de andere kant: het opzetten en instandhouden van een informatiewebsite vereist substantiële investeringen in de vorm van tijd en geld. Verdienen dergelijke investeringen niet een betere bescherming?

En daar ben ik het volstrekt mee oneens. Elke commerciële activiteit, en niet alleen het opzetten van informatiewebsites, vereist substantiële investeringen in de vorm van tijd en geld. Maar om nu enkel en alleen om die reden een exclusief recht op die activiteit te geven gaat mij veel en veel te ver. IE-rechten worden bijvoorbeeld pas verstrekt als je iets bijzonders doet: je hebt een uitvinding gedaan, een nieuw dessin ontworpen of een werk van letterkunde of kunst gemaakt. Daar kan ik nog wel een rechtvaardiging in zien (ook al blijkt die rechtvaardiging in de praktijk niet te kloppen). Maar het enkele hard werken, wat de Amerikanen sweat of the brow noemen (Feist), behoort geen rechten op te leveren.

Meer algemeen: informatie wil vrij zijn. Informatie gaat vrij zijn. Je kunt dus beter een businessmodel verzinnen waarbij je niet afhankelijk bent van het als enige bepaalde informatie aanbieden. Anderen zullen die van je overnemen. Je moet iets toevoegen. Je bent de eerste, of je selecteert het beste, of je sorteert het het handigste. Zoiets. Bij Marketingfacts verscheen onlangs nog het bericht dat FUnda haar marktaandeel terug aan het winnen is op sites als Miljoenhuizen en Jaap. Het gaat dus om kwaliteit en actualiteit niet alleen om aantallen advertenties.

En wat vinden jullie?

Arnoud