OV-chipkaart toch geen elektronisch geld

ov-chipkaart.pngDe OV-chipkaart blijkt geen elektronisch geld in de zin van de wet, zodat exploitant Trans Link Systems geen vergunning van de Nederlandse Bank nodig heeft om de veelgeplaagde kaart landelijk uit te rollen. Recent werden de Europese regels op dit gebied verruimd.

De Wet op het Financieel Toezicht bevat een serie bepalingen voor elektronischgeldinstellingen (egi’s). Zij moeten zich aan grofweg dezelfde regels als banken houden. Een belangrijke is dat zij hun financiële verplichtingen moeten kunnen nakomen. Tot nu toe zat de hoeveelheid geld achter de ov-chipkaart onder de ” 6.000.000, waardoor (art. 1:5 Wft) geen vergunning nodig was. Maar bij landelijke uitrol van de kaart zou dit bedrag overschreden worden. TLS zat al enkele jaren in de procedure om een vergunning te krijgen, en werd nogal verrast door een brief van DNB dat die niet meer nodig zou zijn.

De reden? In Europa is men bezig de enigszins mislukte Richtlijn 2000/46/EC over elektronisch geld aan te passen. Deze was bedoeld om het elektronisch geldverkeer en de ontwikkeling van financiële diensten te stimuleren. Maar de regels bleken te breed en daarmee te beperkend voor allerlei toepassingen.

Op 24 april keurde het Europees Parlement een serie amendementen goed die onder andere bepaalden dat de Richtlijn niet langer zou moeten gelden voor “beperkte” toepassingen. Daaronder dienen prepaid kaarten te vallen waarmee je alleen bij de uitgever van het elektronisch geld zelf zaken of diensten kunt kopen, of bij een beperkt netwerk of beperkte groep bedrijven. En, belangrijk voor de OV-chipkaart:

An instrument should be considered to be used within a ‘limited network’ if it can be used only for the purchase of goods and services in a specific store or a chain of stores or for a limited range of goods or services, regardless of geographical location of the point of sale. Such instruments could include store cards, petrol cards, membership cards, public transport cards, meal vouchers or vouchers for services …

Op 5 mei 2009 is onder andere dit amendement door de Europese Raad van Ministers aanvaard, zodat deze regels binnenkort in werking zullen treden. Daarmee zag DNB niet langer een reden om TLS als vergunningplichtig aan te merken.

En bijgevolg kan de strippenkaart nu worden afgeschaft. Wanneer heel Nederland aan de OV-chipkaart moet zitten, is nog niet bekend.

Arnoud

Elektronisch archiveren bij de overheid (gastpost)

archiefkasten.pngOnlangs deed een rechter voor het eerst uitspraak in een zaak waarin digitale duurzaamheid een rol speelt: de manier waarop we digitale bestanden gaan bewaren om in de toekomst historisch onderzoek te kunnen doen, maar ook om onze overheid te kunnen controleren. Een archiefdienst wilde een papieren archief scannen en de originelen weggooien. Maar dat mag (nog) niet. Want wie zegt dat we de digitale bestanden voor altijd kunnen blijven lezen?

Het archiefwezen bewaart de (tot nu toe papieren) weerslag van (overheids)handelen, zoals brieven en beleidsnota’s. Dit is geregeld in een heuse Archiefwet. Maar de weerslag van handelen gebeurt nu en in de toekomst steeds meer digitaal. Hoe moet een commissie Davids onderzoek doen naar de besluitvorming over Irak, als Balkenende daarover bijvoorbeeld Word-documenten op zijn computer zou hebben staan, die hij – vlak voor hij de commissie benoemd – even in zijn voordeel aanpast? Hoe moet een historicus over 100 jaar onderzoek doen naar deze besluitvorming als de Word-documenten software-matig niet meer kunnen worden geopend of – nog erger – op een 5 1/4 floppy zijn bewaard en überhaupt niet meer hardwarematig kunnen worden gelezen?

Je kunt je – dichterbij huis – voorstellen dat het lastig wordt je recht te halen bij je gemeente als dit soort zaken niet goed zijn geregeld. Wat te denken van journalisten die dingen aan de kaak willen stellen en op basis van de WOB aanspraak kunnen maken op inzage in overheidsarchieven.

Gelukkig is de overheid zich hiervan bewust, dus zal Balkenende niet zo maar relevante Word-documenten op zijn eigen PC hebben en wordt gewerkt aan inzichten en systemen om dit probleem te ondervangen. Het idee voor een oplossing wordt een e-depot genoemd. Dit is (kort-door-de-bocht) een hele grote storage unit, met onder andere allerlei geavanceerde backup-faciliteiten, extra controles op authenticiteit van data en autorisatie op toegang. En het systeem wordt ingericht voor de hele lange termijn. De implementatie en organisatie van deze e-depots staat nog in de kinderschoenen: er is bij velen nog onduidelijkheid wat je nu allemaal realistisch kunt doen. Er wordt wel hard aan gesleuteld.

Bij het Stadsarchief in Amsterdam vonden ze hun e-depot al goed genoeg om de papieren originelen weg te gooien en alleen de digitale scans te bewaren. Hiervoor hebben ze vergunning aangevraagd bij de provincie. In mooi juridisch, de stad Amsterdam vraagt aan de provincie of zij haar archief mag “substitueren” oftewel vervangen door een ander origineel, in dit geval scans. De provinciale archiefinspectie vond het e-depot niet goed genoeg en weigerde de vergunning. En toen mocht de bestuursrechter het zeggen. Hij stelde de provincie in het gelijk.

Kern van zijn vonnis is dat er behalve een goed technisch systeem ook een visie moet zijn op hoe het technische systeem op de lange termijn onderhouden moet worden, en dat de organisatie erop moet worden ingericht. De rechter oordeelde dat deze organisatie in Amsterdam nog niet voldoende was. Ik kan dat niet beoordelen, maar zoals zo veel ICT gerelateerde onderwerpen is het dus voornamelijk een organisatorisch probleem en niet een technisch. Voor digitale duurzaamheid zijn nog best wat innovaties noodzakelijk (en misschien wel voortdurend innovaties noodzakelijk), maar deze kunnen alleen organisatorisch worden opgelost.

Ivo Zandhuis is deskundige op het gebied van automatisering en cultureel erfgoed en werkt sinds 2000 als onafhankelijk adviseur voor erfgoedinstellingen. Zie Ivo Zandhuis Onderzoek & Advies.

CPB rapport over stimuleren van open source

Waarom maken zo weinig bedrijven open source? Is hier misschien sprake van marktfalen waarbij de overheid in zou moeten grijpen met bv. een actief stimuleringsprogramma? Dat was de vraag waar het Centraal Planbureau antwoord op probeert te geven in haar rapport Competition, innovation and intellectual property rights in software markets dat onlangs verscheen.

Allereerst: hoe stimuleer je innovatie? Om te innoveren, heeft een bedrijf prikkels nodig. De verschillende licentievoorwaarden van gesloten en open source zorgen voor verschillende prikkels. De prikkel bij gesloten software zit hem in de te verwachten opbrengsten uit directe verkopen: één keer schrijven, een miljoen keer verkopen is leuke winst. Bij open source ligt die prikkel wat moeilijker. De software zelf is lastig te verkopen. Je moet als ontwikkelaar een model opzetten waarbij je bijvoorbeeld dienstverlening of onderhoud aanbiedt. Daarover vond ik onlangs trouwens een heel aardig overzichtsrapport (PDF) van de Franse Association de promotion et de défense du Logiciel Libre.

Belangrijker dan die prikkels is of de markt wel goed werkt. Het rapport heeft het over de marktfalens – ja, vind ik ook een raar woord. Afijn. Men doelt vooral op het ontstaan van ongewenste marktmacht bij de partij die bepaalde software ontwikkelt. Wie software heeft met een sterk netwerkeffect en hoge kosten bij overstappen, heeft een sterke positie. Deze vorm van marktfalen doet zich vaak voor bij gesloten software, maar kan bijna niet bij open source omdat er per definitie geen leveranciersafhankelijkheid kan zijn als je zelf de broncode over kunt nemen en eender wie kunt inhuren voor onderhoud en ontwikkeling. Wat dat betreft, is open source dus een goede manier om deze vorm van marktfalen op te heffen.

Voor open source is een lastiger vorm van marktfalen de free riders, in goed Nederlands profiteurs. Wie kennis verspreidt, krijgt te maken met partijen die daar gratis mee aan de haal gaan zonder dat de ontwikkelaar van die kennis daar een beloning voor krijgt. Bij gesloten software is het moeilijk om kennis te misbruiken (die zit opgesloten in de software immers) en bovendien kan de ontwikkelaar met zijn auteursrecht (of octrooirecht) juridische stappen ondernemen. De open source-ontwikkelaar geeft de kennis weg en staat juist toe dat iedereen erop doorontwikkelt. De free riders kunnen dus meteen aan de slag.

De nuttige variant van profiteurs zijn de doorbouwers, zij die voortbouwen op wat er bestaat. Een mechanisme dat profiteurs tegen probeert te houden, zal ook doorbouwers afremmen. Dit is een bekend probleem in het auteursrecht: omdat de regels tegen overnemen zo streng zijn, is het ook moeilijk om legitiem gebruik te maken van andermans werk. De vraag is dus wat het beste is voor de markt: wil je graag veel doorontwikkelaars en neem je de profiteurs voor lief, of wil je profiteurs ten koste van eventuele vervolginnovatie tegenhouden. In het eerste geval wil je open, in het tweede geval gesloten software.

Het rapport sluit af met de bevinding dat de keuze voor open source de voorkeur verdient als:

  1. de leveranciersafhankelijkheid groot is, terwijl
  2. er in de ontwikkelingsfase geen specifieke, complementaire input tegen substantiële kosten ingekocht hoeft te worden, en
  3. vervolginnovaties sociaal wenselijk zijn maar er beperkingen zijn om die door middel van contracteren tussen ontwikkelaars tot stand te laten komen.

Ik meen daar tussen de regels door te lezen “Als u af wilt van Microsoft, dan kunt u maar beter inzetten op open source want die kunnen een net zo goed Officeproduct maken omdat ze weten waar ze heen moeten”. Jullie ook?

Arnoud

De keus is aan de auteur (gastpost)

“Op mijn weblog staat groot de melding dat iedereen mijn berichten met bronvermelding mag overnemen. Naamsbekendheid is voor mij belangrijk in verband met mijn nieuwe boek”, zei een journalist onlangs uitdagend tegen mij.

Hij verwachtte van mij, als directeur van Cozzmoss, overduidelijk een afkeurende reactie. Maar die kreeg hij niet. Als een auteur, om welke reden dan ook, toestemming geeft zijn werk over te nemen is daar niets mis mee. De plek waar ik deze gastblog zet, is daar een mooi voorbeeld van. Deze weblog van Arnoud Engelfriet is mooie reclame voor zijn broodwinning, namelijk zijn juridische werk. Geen wonder dat hij bezoekers toestaat zijn artikelen vrijelijk te kopiëren. Alhoewel, het wordt natuurlijk wel wat vervelend als een andere jurist bezoekers naar zijn website probeert te trekken met de gespecialiseerde artikelen van Engelfriet.

De keus is aan de auteur, zo is de gedachte achter de Auteurswet. Heel helder. Er wordt wel eens gepleit voor een aanpassing van de Auteurswet, waarbij de overheid voor de auteur bepaalt dat hij zijn werk wel moet laten kopiëren door niet-commerciële partijen. Nog afgezien van de -zeer lastige- discussie over wat wel en niet commercieel is, vind ik dit geen afweging van de wetgever maar van de auteur. Ik zou er bijvoorbeeld als fotograaf, journalist of illustrator niet blij van worden als ik mijn werk terugvind op de weblog van een -particuliere- rechts-extremist.

Particulieren die graag teksten van (professionele) auteurs op hun weblog plaatsen, kunnen naar de politiek stappen en aandringen op een wetswijziging. De oplossing is zoveel eenvoudiger: vraag gewoon netjes om toestemming aan de auteur.

Terug naar de journalist die zijn weblog als reclame voor zijn boek gebruikt: ik vroeg hem of hij zijn boek ook gratis als download op zijn blog publiceerde en liet verspreiden. Even was het stil. “Nee, daar heb ik een heel jaar aan gewerkt. Ik moet toch ergens van leven”, zei hij tenslotte.

Marcus van de Kerkhof

Marcus van de Kerkhof is directeur van Cozzmoss dat zich toelegt op de verkoop en bescherming van teksten waarop auteursrecht berust.

Onderzoek toont aan: filesharing positief voor cultuur en welvaart

De economische effecten van file sharing op de Nederlandse welvaart op de korte en de lange termijn zijn per saldo sterk positief, zowel op korte als op lange termijn. Consumenten krijgen als gevolg van file sharing toegang tot een breed scala aan cultuurproducten. Daar staat tegenover dat een daling van de omzet uit de verkoop van geluidsdragers, dvd’s en games als gevolg daarvan aannemelijk is. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van TNO, SEO en IViR zoals neergelegd in het rapport “Ups and downs – economische en culturele gevolgen van file sharing voor muziek, films en games” (gevonden via Solv).

Het rapport schat het aantal downloads in Nederland op op 1,5 tot twee miljard per jaar. Dat zou ongeveer neerkomen op 7,5 downloads voor iedere in Nederland verkochte track. Opvallend daarbij is dat downloadgedrag het koopgedrag niet beïnvloedt. Onder downloaders van muziek en film is het percentage kopers even groot als onder niet-downloaders, bij games is het percentage kopers zelfs hoger. Sterker nog: downloaders blijken vaak een “nauwe relatie met muziek, films of games” te onderhouden. Daar hoort downloaden bij maar ook kopen. Downloaders gaan bovendien vaker naar concerten of bioscopen en kopen vaker merchandiseartikelen.

Oh, en Tim, let je even op:

Voor zover file sharing wel leidt tot een daling van de verkoop (vervanging), staat daar een welvaartsoverdracht van de producent naar de consument tegenover. Naar schatting ligt de toename van welvaart bij de consumenten in de orde van 200 miljoen euro per jaar. Daar tegenover staat een maximaal omzetverlies voor producenten en uitgevers van muziekopnames van 100 miljoen euro per jaar.

Het gevolg voor de creatieve industrie verschilt nogal:

  • De muziekindustrie kampt met een krimpende markt. De nieuwe markt van betaalde downloads kan op dit moment die krimp niet compenseren. Innovatie van het businessmodel achter muziek is daarom nu het meest urgent. In de toekomst lijkt het niet meer mogelijk om alleen op basis van muziekopnamen een renderend bedrijf te runnen.
  • In de filmindustrie groeien de markten voor bioscoop en DVD-verkoop. DVD-verhuur daalt flink. Omdat films vaak slechts één keer bekeken worden, is het risico van substitutie hier groter dan bij muziek. Als het aantal filmdownloads dus groeit, zal dat een serieuze bedreiging zijn voor met name DVD-verkoop. Downloaden om het product te leren kennen, ligt niet voor de hand. De filmindustrie moet zich dus niet in slaap laten sussen door de vooralsnog relatief geringe impact van gratis downloads.
  • De gamesindustrie groeit onstuimig, althans voor zover het de consolegames en de bijbehorende hardware betreft. Het officiële exemplaar van een game kent dermate veel voordelen in vergelijking met een muziek-cd (of zelfs DVD) dat deze industrie veel minder hoeft te vrezen voor inkomstendaling door de concurrentie met gratis filesharing.

De belangrijkste conclusie: “het is juist de uitdaging om mee te gaan met de nieuwe werkelijkheid van de gebruikers en businessmodellen te ontwerpen waarbij geprofiteerd kan worden van de nieuwe dynamiek.” Criminaliseren van downloaden, bijvoorbeeld door downloaden uit illegale bron te verbieden, acht het rapport weinig zinvol. Dit zal hooguit een tijdelijk effect sorteren.

Oftewel: innoveer nou eens een keer in plaats van alleen juridische stappen te ondernemen om het einde van het huidige model zo lang mogelijk uit te stellen. Filesharing verdwijnt niet meer, dus accepteer dat en bedenk hoe je geld verdient met gratis.

Iemand nog tips voor de muziek- of filmindustrie?

Arnoud

Betalen om te bieden op het recht te mogen bieden op een veiling – eh, wat?

swoopo-logo.pngWebwinkels snap ik, en veilingsites over het algemeen ook. Maar wat het model achter Swoopo is, ontgaat me volledig. Betalen voor het recht om te bieden op een veiling? En nog leuker, betalen voor een betaling voor het recht om te bieden?

Voor zover ik er chocola van kan maken, is het idee dat je 75 cent betaalt om het recht te verwerven een product te mogen kopen tegen de huidige prijs. Na die betaling gaat de prijs met 15 cent omhoog, en hebben andere mensen de gelegenheid ook zo’n recht te kopen. Op zeker moment is de tijd op (die wordt trouwens verlengd bij elk aangekocht recht) en dan krijgt de laatste betaler van 75 cent het product voor de dan geldende prijs. Daarnaast gaat Swoopo bij iedere betaler langs om 75 cent te incasseren per bod dus.

Maar het kan nog leuker: je kunt ook bieden op die rechten. Je betaalt dan dus 75 cent om met een beetje geluk het recht te verwerven om voor 75 cent te mogen bieden op producten. Waarbij je dus rustig meer dan 75 cent kwijt kunt zijn voor zo’n bieding. Ik begrijp dit niet. Jullie wel?

Het komt me allemaal nogal gezocht over, en op het moment dat verkopers met gezochte technieken aankomen waarmee je heel goedkoop iets zou kunnen kopen, gaan bij mij de oneerlijkehandelspraktijkalarmbellen rinkelen. Zo ook hier. Kan dit wel door de beugel? Hebben mensen door dat het goed mogelijk is dat ze meer betalen dan de nieuwprijs van de artikelen?

Een verboden kansspel lijkt het me niet. Alle handelingen zijn afhankelijk van wat andere deelnemers doen, en niet van het lot. Maar toch vind ik het hoogst merkwaardig. Zouden jullie hieraan meedoen?

Via Ted Dzubia in The Register.

Arnoud

Wettelijk voorgeschreven normen moeten openbaar zijn

nen-normen-bestellen.pngNou, dat is snel! Mijn eerste voorspelling voor 2009 komt nu al uit. En het is een mooie uitspraak ook nog eens. Een wettelijk voorgeschreven norm (standaard) dient publiekelijk bekendgemaakt te zijn, en mag vervolgens vrijelijk worden gekopieerd. Dat vonniste de rechtbank Den Haag op 31 december.

In deze zaak geen harde ICT, maar nog veel hardere stenen en cement: het ging namelijk over normen in de bouw. De Woningwet en het Bouwbesluit schrijven technische eisen voor aan gebouwen. Een deel van deze eisen staat niet in Wet of Besluit zelf, maar is alleen te vinden in NEN-normen, opgesteld door het NNI. Om daar een kopie van te krijgen, moet betaald worden (gemiddeld zo’n 60 euro per norm). Bouwadviesbureau Knooble (onderdeel van Centraal Bureau Bouwtoezicht) stapte in 2006 naar de rechter met de eis dat wettelijk voorgeschreven normen publiek beschikbaar moeten zijn. En nu, na een dikke anderhalf jaar wachten, heeft Knooble daarin gelijk gekregen.

De rechtbank wijst het argument van de Staat en de NNI af dat het zou gaan om zelfregulering (omdat ze in overleg met de branche geformuleerd zijn). De NEN-normen zijn rechtsnormen, ze leggen juridische plichten op aan bouwbedrijven. De verwijzing naar bepaalde normen in een wet of daarop gebaseerd overheidsbesluit maakt van die normen een publiekrechtelijk, algemeen geldend document. Opmerkelijk was dat dit al bij de parlementaire behandeling in 1986 al erkend werd.

Omdat die norm vervolgens niet op de juiste manier bekendgemaakt is, worden ze onverbindend (juridisch ongeldig) verklaard. Wetten kunnen pas geldig zijn nadat ze netjes gepubliceerd zijn in het Staatsblad of de Staatscourant, zie art. 3 en 4 van de Bekendmakingswet. En het mooie is: de publicaties daar tellen als ‘wetten, besluiten en verordeningen’ in de zin van artikel 11 Auteurswet. Iedereen mag het Staatsblad en de Staatscourant kopiëren en verspreiden zoveel hij wil.

De rechter verklaart echter de NEN-normen niet meteen publiek domein. Dat kan pas gebeuren na bekendmaking volgens de wettelijke procedures, omdat dan pas vaststaat wat nu precies de wettelijke norm is geworden. Ook krijg je dan een lastige complicatie dat de Staat iets publiek domein maakt waar een private partij (NNI) auteursrechten op heeft. Artikel 11 Auteurswet schrijft immers voor dat er op wetten, en dus ook op daarop gebaseerde normen, in het geheel geen auteursrecht rust. De rechter zegt hierover dat de Staat en de NNI dit dan maar samen op moeten lossen.

Een goede zaak, dit vonnis. Het deed me denken aan het Amerikaanse Veeck-arrest, waarin de ‘building codes’ van gemeenten als wet en daarmee als publiek domein werden aangemerkt. Je moet als burger tenslotte kunnen inzien welke wetten er gelden, en daar hoor je in principe niet voor te hoeven betalen (behalve misschien kopieerkosten als je het op papier wilt).

Ik heb nog geen idee of de Staat in hoger beroep gaat, maar stel dat dit bindende jurisprudentie blijkt: waar in de ICT zou dit interessante situaties opleveren?

Update: (25 februari) goed artikel van Dirkzwager advocaat M.R.J. Baneke over de handhavingsproblemen naar aanleiding van dit vonnis.

Arnoud

Terugblik: Waarom ik (nog steeds) al mijn werk gratis weggeef

CC-BY-SAJa, ik doe het nog steeds. Vorig jaar rond deze tijd schreef ik over waarom ik al mijn werk gratis weggeef. Dat gaf aardig wat reacties, waaronder een paar van ongeloof: hoe ga je rondkomen als je je werk gratis weggeeft? Nou, ik ben er nog steeds en over inkomsten heb ik niet te klagen. Nee, niet uit royalties, maar uit exposure, spreekbeurten, boekverkopen en gewoon betaalde opdrachten voor mijn bedrijf.

En dat was dan ook het bezwaar van een freelance auteur die me een tijd geleden mailde: “jij bent geen professioneel schrijver, want je verdient geen geld door je werk te verkopen”. En daarom zou mijn betoog over je werk gratis weggeven niet opgaan voor professionele auteurs, fotografen of muziekmakers. Dat leek me een beetje een cirkelredenering: professionele schrijvers verdienen geld per verkocht exemplaar, ik stel voor om royalties per exemplaar af te schaffen, dus mijn model kan niet werken voor professionele schrijvers.

Maar na enige verdere discussie kwamen we op iets diepers uit. Schrijven is niet mijn primaire bezigheid, maar een nevenactiviteit naast mijn werk als juridisch adviseur. Als ik ophoud met schrijven, krijg ik nog steeds opdrachten. Een romanschrijver die ophoudt met romans schrijven, heeft niets anders meer op terug te vallen. Het deed me denken aan de opmerking dat “Creative Commons alleen voor hobbyisten” zou zijn.

Hobbyisten is niet het goede woord, maar er zit wel een kern van waarheid in. Geld verdienen per exemplaar, per kopie van je werk is geen optie meer nu er via internet gratis en voor niets oneindig veel kopietjes gemaakt kunnen worden. Je moet dus op zoek naar een ander model, en dat zal betekenen dat je ander werk moet gaan doen naast het maken van je werken. In mijn geval is dat dus opdrachten voor mijn bedrijf binnenhalen, maar het kan ook dichter bij het scheppend werk zijn: denk aan die spreekbeurten of seminars waar je over je werk kunt vertellen.

Hoe denken jullie dat er geld te verdienen is als je vooral goed bent in schrijven, fotograferen, musiceren of filmen?

Arnoud

Monty Python in actie tegen Youtubers

monty-python.jpgMonty Python en internetcultuur zijn al jaren onlosmakelijk met elkaar verbonden. Spam heet spam dankzij de Spam Song, bijvoorbeeld. Op Youtube vind je dan ook tientallen zo niet honderden filmpjes met hilarische fragmenten van deze unieke groep. Allemaal wel zwaar ongeautoriseerd natuurlijk, en daar gaat Monty Python nu wat aan doen:

No more of those crap quality videos you’ve been posting. We’re giving you the real thing – HQ videos delivered straight from our vault. What’s more, we’re taking our most viewed clips and uploading brand new HQ versions. And what’s even more, we’re letting you see absolutely everything for free. So there!

Monty Python heeft nu dus haar eigen Youtube-kanaal, waar alle belangrijke clipjes gewoon netjes online staan. Wel met het dringende verzoek om de DVD’s te kopen (als je die niet al hebt natuurlijk).

Wat is jullie favoriete Python-moment? Het mijne: de Black Knight!

Uw eigen filmpjes kunt u hieronder kwijt, het liefst inclusief embed code zodat we allemaal meteen kunnen genieten.

Via ZB Digitaal.

Arnoud

Commissie mag doorgaan met hervorming collectieve rechtenorganisaties

collectieve-instellingen-eu-royalties.pngVoor de auteursrechtenbeheersorganisatieliefhebber, noemen ze dat bij Boek 9, hoewel dit arrest van het Europese Gerecht van Eerste Aanleg bepaalt niet spreekt van liefde voor de collectieve rechtenorganisaties. In juli besloot de Europese Commissie dat deze organisaties zich schuldig hadden gemaakt aan verboden kartelvorming, en dat daar per direct een einde aan zou moeten komen. Volgens de drie organisaties die naar het Gerechtshof waren gestapt, zou dit hun bedrijfsvoering in gevaar brengen en ook het einde zijn van culturele diversiteit onder Europese muzikanten. Terecht vindt het Gerecht dat onbewezen retoriek: de Commissie mag doorgaan met haar plannen.

In Commission Decision C(2008) 3435 van 16 July 2008 besliste de Europese Commissie dat de collectieve rechtenorganisaties op diverse manieren een kartel hadden gevormd. Zo mocht je je als artiest maar bij één rechtenorganisatie aansluiten, en hadden deze clubs onderling de Europese markt mooi onderling verdeeld. Een voorbeeld uit het boekje van een verboden kartel, maar toch duurde het nog best lang voordat de Commissie hieraan toekwam. (Misschien is het einde van de vaste boekenprijs nu ook in zicht?)

Niet meteen boos worden op de Buma trouwens, want die zit nu net eens aan de goede kant: zij bood weblicenties aan voor heel Europa, en werd daarvoor door haar Britse zusje op de vingers getikt.

In ieder geval, daar waren een drietal rechtenorganisaties het niet mee eens en zij stapten naar het Europese Hof om deze beslissing aan te vechten. In het enige Engelstalige arrest verklaart organisatie de Hongaarse organisatie Artisjus dat:

if the model envisaged by the Commission were put into practice, it would bring about lasting changes in the field of reciprocal representation agreements to the detriment of the applicant’s interests. Those changes would destroy a system which has proved to serve the interests of authors, commercial users and the general public, and has played an important part in promoting cultural diversity during the last hundred years. The changes required by the Commission would entail a risk that the present network of reciprocal representation agreements would disappear, which would endanger the existence of ‘niche repertoires’

Kan iemand me uitleggen hoe dat laatste gaat gebeuren? Die niche repetoires zitten allang gewoon op Youtube zichzelf te promoten. Echt veel geld uit airplay krijgen ze niet, juist omdat ze niche zijn.

Maar het kan nog mooier: de eisen van de Commissie

would be fundamentally contrary to the applicant’s commercial interests, in particular because it would dramatically reduce its income, possibly even endangering its existence

Joh.

In ieder geval, het Gerecht gelooft er maar weinig van, omdat deze verklaringen nergens onderbouwd worden, en dat is toch echt nodig als je zo’n beslissing van de Commissie wilt tegenhouden:

Findings of the President of the Court: “43. Accordingly, in the absence of specific factors put forward by the applicant, its bald assertion as to the collapse of the system of reciprocal representation agreements and the serious financial damage which it would suffer as a result, in terms of threatening its existence, does not justify suspending the operation of the contested decision.”

De Commissie mag dus doorgaan met de hervormingen die zij voor ogen heeft. Een zeer goede zaak.

Ik heb altijd in dubio gezeten over collectieve rechtenorganisaties. Als mensen het uitoefenen van hun auteursrecht willen uitbesteden, vind ik dat prima. Hoe die clubs dan de afdracht regelen met de artiesten, is dan verder een contractueel gebeuren. Waar ik moeite mee heb, is als zulke clubs dan wettelijke monopolies krijgen of de markt verpesten door op oncontroleerbare manier geld te incasseren (al dan niet met schimmige botjes). Heel goed dus dat de Europese Commissie daar nu een einde aan maakt. Collectieve afdracht prima, maar wel op een eerlijke manier. En dus met concurrentie, want daar word je eerlijk van.

Arnoud