Skype veroordeeld wegens schenden GPL

In Duitsland is het bedrijf Skype veroordeeld voor schending van de GPL, melden onder andere Heise en Slashdot. Het bedrijf gebruikt open source in haar Voice-over-IP telefoon WSKP100, en bood de broncode daarvan aan op haar website (een 106 MB zipfile met een Linux kernel, Busybox, GNU binutils, curl, glibc, libjpeg, u-Boot en wpa_supplicant).

Punt is alleen dat dat niet genoeg is. De GPL eist dat je de broncode meelevert of op zijn minst een schriftelijk aanbod bijsluit om mensen de broncode toe te sturen als ze daar om vragen. Verwijzen naar een website mag alleen als de software zelf ook via een website wordt verspreid. Verspreid je de software anders, bijvoorbeeld in een telefoon dus, dan moet je meeleveren of dat aanbod bijsluiten. Verder bleek de handleiding geen kopie van de tekst van de GPL te bevatten, wat ook verplicht is.

De telefoon in kwestie is overigens afkomstig van SMC. Maar omdat Skype deze op de markt bracht, zijn zij toch verplicht om zich aan de GPL te houden. Het bedrijf kan zich niet verschuilen achter de toeleverancier (wat eerder ook D-Link niet lukte). Tegen SMC loopt een identieke rechtszaak trouwens.

iFross merkt nog op:

Zudem macht das Urteil in unmissverständlicher Weise klar, dass eine nur ungefähre Beachtung der GNU GPL nicht ausreichend ist, sondern auch Verletzungen von Lizenzdetails zum Rechtsverlust des Lizenznehmers und damit zur rechtswidrigen Nutzung der GPL-Software führen.

In het eerste vonnis inzake Sitecom werd namelijk nog simpelweg gezegd dat Sitecom niet mocht verspreiden

without at the same time – in accordance with the license conditions of the GNU General Public License, Version 2 (GPL) – making reference to the licensing under the GPL and attaching the license text of the GPL as well as making available the source code of the software “netfilter/ iptables free of any license fee.

Sitecom maakte vervolgens de software als download beschikbaar, met de zure opmerking “that these downloads are completely unnecessary unless you plan to do programming to alter the code.” Dat blijkt nu dus onvoldoende te zijn.

Op Slashdot wordt nog wat gemopperd over het Duitse vonnis, want dat gaat er vanuit dat de GPL een contract is. Maar naar Duits recht is de GPL ook een contract. Naar Nederlands recht ook.

Arnoud

Boek “Innovation at Risk”: octrooien hebben duidelijke grenzen nodig

Via Slashdot vond ik de site van Innovation at Risk, een nieuw boek over de problemen met het (Amerikaanse) octrooisysteem. Het boek is geschreven door James Bessen en Michael Meurer, beiden ervaren researchers in dit onderwerp. Bessen publiceerde o.a. het veel geciteerde paper An Empirical Look at Software Patents.

Het boek is zo nieuw dat het nog niet uit is, maar via de site zijn een aantal hoofdstukken al in te zien.

Het basisargument is dat

patents today often fail to grant well-defined property rights. Over the last two decades, the courts have made patent boundaries less certain, most notably by permitting increasingly abstract patent claims and tolerating patents on a growing number of obvious inventions. As a result, most innovators cannot easily and reliably determine whether their technology infringes others’ patents. Institutions that effectively support clear property boundaries for real property are dysfunctional or non-existent for patents.

Zij noemen dit het “notice problem” en stellen dat dit aan de basis ligt van de problemen met octrooien. Als mensen niet goed kunnen zien wat welk octrooi afdekt, kunnen ze de risico’s van inbreuk (of de mogelijkheid van omzeilen) niet meer inschatten, en dat maakt bedrijven terughoudend bij het introduceren van nieuwe innovaties.

Zonder duidelijke grenzen dekken octrooien abstracte technnieken af. Nu kan dat formeel niet, want octrooiwetten verbieden octrooi op ideeën, principes en abstracte zaken. Maar zeker wanneer software gebruikt wordt, kan een claim veel meer afdekken dan alleen die ene concrete machine. Bessen en Meurer signaleren twee problemen:

First, these claims reward patentees for inventions they do not invent. This means that the actual, future inventors face reduced incentives because they have to obtain a license from the patentee to develop or to commercialize their inventions. Clearly this counters the social benefit of the patent system.

Second, it may be difficult to determine the boundaries of such claims and thus it may be difficult to provide notice, to conduct clearance searches, or to even determine the content of the prior art. The problem of mapping words to technology is difficult and it is made more difficult if the claims are not tethered to a specific device or to a specific physical or chemical process.

In hoofdstuk 9 leggen ze uitgebreid uit waarom dit specifiek een probleem is voor software, veel meer dan voor andere technologie.

Software patents are, in fact, responsible for a major share of patent lawsuits. They thus play a central role in the failure of the patent system as a whole. Any serious effort at patent reform must address these problems and failure to deal with the problems of software patents—either with software specific measures or general reforms—will likely doom any reform effort.

Arnoud

Europees Octrooibureau: computer gebruiken maakt uitvinding technisch

Octrooigemachtigde Axel H. Horns blogt over een nieuwe uitspraak van de Kamer van Beroep van het Europees octrooibureau (T 1351/04) waarin het Octrooibureau een zoeksysteem tot technische uitvinding verklaart.

Het Europees Octrooiverdrag verbiedt octrooi op “software als zodanig”, maar het Europees Octrooibureau legt dit verbod beperkt uit. Als er een computer aan te pas komt, is sprake van een technische vinding:

The claimed method requires the use of a computer. It has therefore technical character and constitutes an invention within the meaning of Article 52(1) EPC

Dit bevestigt de eerdere uitspraken van het Octrooibureau, met name de Hitachi-beslissing T 258/03. Maar het is natuurlijk wel erg kort door de bocht.

Arnoud

Alweer portretrecht voor de politie

Portretrecht voor de politie, het blijft een actueel onderwerp. Het Nederlands Juridisch Dagblad bericht over de antwoorden van minister Ter Horst over kamervragen over publicatie van foto’s van agenten. Kort gezegd ziet de minister geen aanleiding om nadere regels te stellen over het politiek-portretrecht.

De regels omtrent het portretrecht bepalen dat bij foto’s als deze een belangenafweging gemaakt moet worden tussen de privacy van de agent en de uitingsvrijheid van degene die de foto publiceert.

Uit jurisprudentie blijkt dat een van de uitgangspunten bij de belangenafweging is dat personen die in het kader van een onderwerp van maatschappelijk belang in het openbaar in de uitoefening van hun functie optreden, zoals politieambtenaren, als publieke personen onder omstandigheden meer kritiek en een grotere inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer moeten toestaan dan privépersonen.

Er is dus geen algemeen antwoord te geven op de vraag of agenten op de foto mogen, en of zo’n foto gepubliceerd mag worden. Het hangt er van af.

Arnoud

Creditcard-maatschappij niet aansprakelijk voor inbreuk door website

Perfect 10, de pornoboer met de vele rechtszaken, heeft onlangs een zaak verloren waarin ze probeerde creditcard-maatschappijen aansprakelijk te houden voor inbreuk op auteursrecht door betaalsites. Dat meldt de Register:

Perfect10, which touts its products as featuring “tasteful copyrighted images of the world’s most beautiful natural models,” sued Visa, MasterCard and others after sending repeated notices that some of the websites receiving credit card processing services from the financial institutions contained stolen Perfect10 images.

The court dismissed Perfect10’s contributory copyright claim after determining that the credit card companies had neither materially contributed to nor induced the infringing behavior. Since, the court argued, Visa and MasterCard did not use their payment processing systems to locate, transmit, alter or display copyrighted works, they did not contribute to the infringement.

In de Verenigde Staten kent men naast de “gewone” inbreuk op auteursrecht ook afgeleide varianten. Een “contributory infringer” is iemand die weet van de inbreuk en deze ook nog eens actief steunt. Bijvoorbeeld door de apparatuur te leveren waarmee het kan. Sony werd destijds onder dit leerstuk aangepakt toen ze de Betamax-videorecorder op de markt brachten, maar werd vrijgesproken omdat de videorecorder “substantial noninfringing uses” had en daarmee niet de inbreuken actief steunden. Filesharing bedrijf Grokster ging daarentegen hiermee nat omdat hun software vooral gericht was op het uitwisselen zonder toestemming.

Een “vicarious infringer” weet van de inbreuk en heeft de mogelijkheid om deze te stoppen. Bijvoorbeeld de organisatie van een computerbeurs: die kunnen een kraampje sluiten als daar illegale DVD’s worden verkocht. Doen ze dat niet, dan zijn ze in de VS aansprakelijk voor de inbreuk door die verkopers.

Het argument hier was dus dat de creditcard-maatschappijen onder een van deze varianten moest vallen, omdat zij immers inbreuk steunen door de betaling mogelijk te maken. Bovendien kunnen ze het stoppen: weiger je medewerking, en de inbreukmaker gaat vanzelf failliet.

Het 9e Hof vindt dit echter wel erg vergezocht. Je moet immers meehelpen aan de inbreuk zelf, en niet alleen maar in het algemeen samenwerken met het bedrijf:

The credit card companies cannot be said to materially contribute to the infringement in this case because they have no direct connection to that infringement. Here, the infringement rests on the reproduction, alteration, display and distribution of Perfect 10’s images over the Internet. Perfect 10 has not alleged that any infringing material passes over Defendants’ payment networks or through their payment processing systems, or that Defendants’ systems are used to alter or display the infringing images.
Je bent pas aansprakelijk als je op een of andere manier meehelpt aan de verspreiding van de inbreukmakende materialen zelf. Een online betalingsmogelijkheid doet dat niet. Die heeft net zo veel te maken met de dienst die verkopers leveren als bijvoorbeeld het electriciteitsbedrijf of de cateraar.

Arnoud

Optimale duur van auteursrecht: 14 jaar, wiskundig bewezen

Auteursrecht duurt tot zeventig jaar na de dood van de maker, maar is dat wel de optimale duur? Niet volgens onderzoek van Rufus Pollock, die promoveert op innovatie en intellectuele eigendom bij de Universiteit van Cambridge. Ars Technica vat het samen:

Pollock’s work is based on the promise that the optimal level of copyright drops as the costs of producing creative work go down. As it has grown simpler to print books, record music, and edit films using new digital tools, the production and reproduction costs for creative work in have dropped substantially, but actual copyright law has only increased.

Dat laatste verbaast natuurlijk niet. Zo schrijft Pollock zelf ook:

the level of protection is not usually determined by a benevolent and rational policy-maker but rather by lobbying. This results in policy being set to favour those able to lobby effectively – usually groups who are actual, or prospective, owners of a substantial set of valuable copyrights – rather than to produce any level of protection that would be optimal for society as a whole. Furthermore, on this logic, extensions will be obtained precisely when copyright in existing, and valuable, material is about to expire.

Op Slashdot wordt er uitgebreid op doorgegaan. Eén reactie wil ik u niet onthouden:

Ironically, longer copyright protection is arguably more valuable to the Free Software movement than it is to commercial software developers who publish their works in binary form. With a 14-year copyright length, for example, Windows NT 3.1 would soon enter the public domain, but since only binaries were published, free access to it would be of little value. In contrast, all of the GNU software from the same period was published in source form, and with the expiry of its copyright, would become free for commercial developers to use in closed source software.

En inderdaad, de kracht achter het open source model zit hem in de samenwerkingsovereenkomst, het verplicht delen van wijzigingen zodat iedereen op elkaars werk kan voortbouwen.

Arnoud

I AMbtenaar vs I AMsterdam – Auteursrecht en merkenconflict

Logos I Amsterdam Ambtenaar Maarten ter Horst, de ambtenaar achter de Hyves I Ambtenaar, kreeg een blafbrief van de juridische dienst van de gemeente Amsterdam. Daarin werd hem verweten inbreuk op auteursrecht en merkrechten van Amsterdam te maken door zijn gebruik van “I Ambtenaar”.

Voor merkinbreuk moet er normaal sprake zijn van commerciële activiteit. Wie niets verkoopt en ook geen dienst levert, kan geen merkinbreuk plegen. De enige uitzondering daarop is als je gebruik ongerechtvaardigd voordeel oplevert of er afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. De gemeente moet dus aantonen dat “I AMbtenaar” waarde of reputatie van “I AMsterdam” aantast.

Ik zou niet zo 1-2-3 weten hoe dat zou kunnen. Meestal gaat het bij dit soort zaken om verwatering of nodeloos grievend gebruik van een merk. Er was ook ooit een zaak over een act in een bordeel waarin een mevrouw “iets onfatsoenlijks” (ahem) deed met een als zodanig herkenbaar Coca-Cola flesje (een vormmerk). Het merk werd ook daar niet gebruikt om de diensten van de dame in kwestie aan te bieden, maar het gebruik was wel schadelijk voor de reputatie van Coca-Cola.

De case voor auteursrecht ligt anders. Dit logo is auteursrechtelijk beschermd, en dan mag je het niet zomaar overnemen. Ook niet voor een niet-commerci”ele site.

Is er hier overgenomen? Als je goed kijkt naar de twee logo’s, dan zie je dat ze allebei beginnen met “I AM” in rood, waarbij bij beiden de letters “A” en “M” aan elkaar geschreven zijn:

Vergroot logo IAM

De overige letters hebben dat niet. Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken dat Ter Horst dat stukje van het logo “I AMsterdam” heeft afgeknipt en er “btenaar” achter heeft gezet. En dat is inbreuk op het auteursrecht.

Maar is het logo “I AMsterdam” wel een beschermd werk? Een werk hoeft niet heel kunstzinnig te zijn om auteursrechtelijk beschermd te zijn. Ook een klein, simpel werk kan beschermd zijn. En wat wil nu het geval: al een jaar voordat Amsterdam met haar logo kwam, had het bedrijf Boomerang (van de briefkaarten) al kaarten met dit logo, weliswaar zonder in elkaar overlopende “A” en “M” maar toch:

I AMsterdammer van Boomerang

Volgens de Merkplaats duidelijk inbreuk op het auteursrecht:

Volgens mr. Alphons Geerlings is er geen twijfel mogelijk dat hier inbreuk wordt inbreuk gemaakt op het auteursrecht van ontwerpster Van Dam. “Je kunt niet in ieders bureaulaatje kijken om te zien wat daar ligt aan eigen werk, je kunt dus nooit honderd procent zeker weten of jouw werk niet eerder is bedacht,” legt hij uit. In dit geval echter, waarbij er zoveel boomerangkaarten zijn verspreid, lijkt het onwaarschijnlijk dat niemand van reclamebureau KesselsKramer, eerder heeft gezien.

Volgens zowel de Merkplaats als Parool zijn de rechten vervolgens voor 20.000 euro overgedragen aan de gemeente Amsterdam. Deze heeft nu dus het auteursrecht op zowel het originele “I Amsterdammer” als de afgeleide versie “I AMsterdam”. Overnemen van die versies is dus inbreuk op het auteursrecht van de gemeente.

Dat geldt alleen voor overnemen van het logo, het plaatje dus. De tekst “I Amsterdam” is te kort om auteursrechtelijk beschermd te zijn. Dus je Hyves “I Ambtenaar” of “I Amanuensis” of wat dan ook noemen, mag best. Maar je moet wel je eigen logo maken.

Arnoud

Bruce Sterling’s Open Source Speech

Via via kwam ik de Open Source Speech van science-fiction auteur Bruce Sterling tegen. Sterling is geen programmeur maar kan wel ontzettend goed aangeven hoe dingen in elkaar zitten. Deze speech, of beter rant, is al uit 2002 maar nog steeds actueel. En de ontwikkelaars krijgen er flink van langs:

It’s like life in a refugee camp. If you want Doctors Without Borders to show up, you don’t want to have yourself any kind of really nice refugee camp. With some flowers, and a safe place for old ladies to knit. You want that inferno of starvation and disease that looks really good on CNN. Because if you actually organized a refugee camp, then you’d have stuff like taxes and gas and electricity and police protection, as opposed to what one gets in squatters’ camps, which is, incessant internal quarrels. Because there’s never just one gang trying to run the anarchy. You get bitter quarrels, between Free Software and Open Source, between the Stallman hero-model and alternative business.

Oftewel: het verschil tussen open source en vrije software.

Arnoud

Het verschil tussen vrije software en open source

Op Bright las ik een artikel over de Neo1973 dat begint met:

De iPhone is prachtig, maar programmaatjes draaien van derden is er niet echt bij. Ok, programmeurs kunnen programma’s schrijven zolang deze in Safari draaien, maar de iPhone blijft een duur, gesloten systeem.

En dat deed me meteen denken aan de klaagzang van de FSF over de iPhone, die precies gelanceerd werd op de dag dat GPL versie 3 uitkwam:

Tomorrow, Steve Jobs and Apple release a product crippled with proprietary software and digital restrictions: crippled, because a device that isn’t under the control of its owner works against the interests of its owner.

Alleen is het antwoord van de FSF niet veel meer dan “het moest niet mogen”, terwijl het antwoord van open source op de iPhone een stuk duidelijker is:

De Neo1973 heeft een 2,8 inch touchscreen, geïntegreerde AGPS, bluetooth, micro SD-kaart, is een quad band telefoon, draait op open source Linux, is sim-lock vrij en kost slechts 300 dollar.

Meer over dit apparaat bij Ars Technica.

En dat laat precies zien wat het verschil is tussen vrije software en open source. Open source is één van de succesvolste modellen voor softwareontwikkeling. Vrije software is een politieke beweging, waarbij het maken van software slechts een middel is.

UPDATE: (27 juli) vandaag publiceerde Livre mijn artikel GPL versie 3 is in feite tegen open source.

Arnoud

Discussie over GPL versie voor Busybox

Een voorbeeldje van de praktische problemen die we kunnen verwachten met GPL versie 3: heftige discussie over de licentie van Busybox in LWN: Busy busy busybox. Busybox is een veelgebruikt stuk software in embedded systemen, dat zo ongeveer alle veelgebruikte Linux-tools vervangt maar vele malen kleiner is.

Busybox was altijd onder “de GPL”, en de huidige maintainer wilde dit omzetten in “GPL versie 2 of 3”. Dual licensing dus, zodat bedrijven konden kiezen of ze liever versie 2 of versie 3 wilden gebruiken. Dat gaf veel discussie, want de oorspronkelijke auteur claimde dat het project begonnen was met “de GPL” en nu dus naar GPL versie 3 zou moeten gaan.

What followed was a long discussion on whether DRM differs from simply putting the code into ROM, whether the FSF is more worthy of trust than IBM, whether a move to a GPLv2-only license was possible, how much of Bruce’s original contribution remains, and so on. Interested parties are encouraged to go into the BusyBox list archives and spend considerable time plowing through the postings; they do not always show the free software community at its best. The real outcomes, however, are this:

BusyBox will be GPLv2 only starting with the next release. It is generally accepted that stripping out the “or any later version” is legally defensible, and that the merging of other GPLv2-only code will force that issue in any case.

Bruce Perens wants his contributions to keep the “any later version” language, and has requested (“and required”) that the copyright notices reflect this wish. Accommodating a contributor’s wishes in this regard is normally done, but Rob Landley has refused to go along; his reason, in the end, boils down to “I’m mad at Bruce and don’t want to.”

Zie ook de uitgebreide kritiek uit the Jem Report waarover ik eerder blogde. Mijn eigen commentaar komt na mijn vakantie trouwens.

Arnoud