Politie mocht iPhone verdachte onder dwang via duim ontgrendelen

De politie heeft in een onderzoek naar een phishingbende de iPhone van een verdachte onder dwang via zijn duim mogen ontgrendelen, las ik bij Security.nl. In drie vonnissen besliste de rechtbank Noord-Holland dat deze opsporingstechniek legitiem is, ook nu er geen specifieke wettelijke regeling is. Dat bevestigt de eerdere lijn uit februari waarin ook de Marechaussee dit mocht doen.

In deze zaak ging het om verdenkingen van phishing (juridisch: diefstal in vereniging en oplichting), waarbij de verdachten in voorlopige hechtenis waren genomen. Daarbij werd een iPhone aangetroffen, die de politie wilde ontgrendelen waarvoor de vinger van de verdachte nodig was. Die weigerde dat, waarop de officier besloot dat de verdachte weerspannig was en hem liet boeien, waarna de vinger door een agent op de telefoon werd gezet. Daarna was de telefoon toegankelijk voor onderzoek.

Het juridische probleem hierachter is dat er geen specifieke regels zijn over het doorzoeken van telefoons die als bewijs in beslag zijn genomen. Dat moet eigenlijk wel, omdat dergelijke apparaten tegenwoordig veel persoonlijke informatie bevatten. Om diepgaand te treden in de privacy van een verdachte, is een wettelijke regeling nodig. Denk aan huiszoeking of snuffelen in iemands mailbox.

De Hoge Raad bepaalde in 2017 dat de politie terughoudend moet zijn met telefoondoorzoekingen. Even kijken naar “een gering aantal bepaalde gegevens” bij een concrete aanleiding kan nog net, de gehele telefoon van 0 tot 255 doornemen zou te ver gaan tenzij daar héél zwaarwegende redenen voor zijn. In de praktijk komt dit erop neer dat hoe ernstiger de verdenking, hoe verder men mag kijken.

Leuk en aardig maar als die telefoon niet open gaat, dan houdt al het onderzoek snel op. De laatste jaren is er dan ook veel discussie geweest over hoe de politie een telefoon mag open forceren als ze niet zelf de pincode of andere unlockinformatie kan achterhalen. De vinger op de sensor forceren werd al snel een centraal punt in die discussie. Is dat nu gewoon een vingerafdruk nemen (zoals al sinds jaar en dag gebeurt) of is dit iemand dwingen tegen zichzelf te getuigen?

De lijn die bij dit nemo tenetur-beginsel in mensenrecht-jurisprudentie getrokken wordt, is of de gedwongen actie iets is dat al dan niet onafhankelijk van de wil van de verdachte plaats kan vinden. Hem fotograferen of een vingerafdruk afnemen voor het dossier, is iets dat kan of hij dat nu wil of niet. Zeggen waar het lijk ligt, vereist zijn wil. Je mag in die lijn dan ook wel een verdachte dwingen in de lens te kijken of zijn vinger op een stempelkussen te duwen en daarna op een papiertje, maar niet op een kaart te markeren waar het lijk te vinden is.

Anders dan de situatie waarin verdachte wordt gedwongen de toegangscode van zijn telefoon te geven, hetgeen een verklaring van verdachte vereist, maakt het plaatsen van de duim van verdachte op zijn iPhone naar het oordeel van de rechtbank geen inbreuk op het nemo tenetur-beginsel. Het betreft hier namelijk het dulden van een onderzoeksmaatregel die geen actieve medewerking van verdachte vereist. Daar komt bij dat de vingerafdruk met een zeer geringe mate van dwang is verkregen. Dat met het plaatsen van de duim van verdachte op de iPhone toegang wordt verkregen tot mogelijk wilsafhankelijke en voor hem belastende gegevens, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders.

De rechtbank weegt daarbij mee dat er maar weinig andere mogelijkheden waren, onder meer omdat een telefoon zich na een bepaald aantal pogingen permanent vergrendelt. En de verwachting was zeer groot dat er wat te vinden zou zijn. Dat alles bij elkaar maakt dat het ontgrendelen legitiem wordt geacht.

De uiteindelijk gevonden informatie blijkt vervolgens ook relevant voor de strafzaak. Ik ben dan nog wel benieuwd hoe dit uit zou pakken als blijkt dat de politie verkeerd zat, maar de lijn dat een vinger afdwingen mag, lijkt daarmee wel definitief gezet.

Arnoud

Wanneer is het hebben van een Remote Acces Tool en een Keylogger strafbaar?

In december werd een man veroordeeld voor het voorhanden hebben en verspreiden van Blackshades software. De rechtbank merkte dit aan als medeplichtigheid tot computervredebreuk, omdat deze software gebruikt kan worden om een inbraak in andermans computer te vergemakkelijken. Wat diverse lezers ertoe bracht om me te vragen, hoezo is het strafbaar om die software te hebben? Er zijn zo veel tools voor remote access, hoe moet je nu weten wanneer dat wel of niet strafbaar is?

Het enkele feit dat software geschikt is voor remote access maakt deze natuurlijk niet meteen een hulpmiddel voor computervredebreuk. De wet spreekt van “ontworpen of geschikt gemaakt” voor het misdrijf (art. 139d lid 2 Strafrecht), en niet alle binnengaan of binnendringen in andermans computer is een misdrijf. Een ICT-bedrijf kan immers prima legaal bij de klant zijn computer binnengaan om onderhoud te plegen onder een contract, of op verzoek inloggen om een probleem te herstellen.

Dergelijke software kan ook door criminelen worden gebruikt om stiekem bij mensen binnen te dringen, en dan bijvoorbeeld data te gijzelen of te verkrijgen, of om de computer als springplank voor een aanval elders te gebruiken. Dat zijn misdrijven.

Hoe zie je dan het verschil? Zoals ik wel vaker zeg, dat zie je aan de intentie van hoe de software wordt vermarket en hoe deze in de markt bekend staat. De software Blackshades staat bekend als hackingtool:

Blackshades is the name of a malicious trojan horse used by hackers to control infected computers remotely. The malware targets the computers using Microsoft Windows -based operating systems. According to US officials, over 500,000 computer systems have been infected worldwide with the software. … Blackshades infects computer systems by downloading onto a victim’s computer when the victim accesses a malicious webpage (sometimes downloading onto the victim’s computer without the victim’s knowledge, known as a drive-by download) or through external storage devices, such as USB flash drives.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Blackshades software hoofdzakelijk is ontworpen om het plegen van computervredebreuk mogelijk te maken. Daarmee is bezit van deze software dus strafbaar. Dat de software ook gebruikt kan worden voor legale activiteiten is dan niet relevant; het gaat erom of hij hoofdzakelijk bedoeld is voor illegale zaken. En gezien hoe deze software algemeen bekend staat, en het soort features dat aan boord is, is dat hier dus het geval.

De verdachte wilde zich aansluiten bij de reeds bestaande Blackshades organisatie, en kreeg dat op zeker moment ook voor elkaar. Bovendien had hij wetenschap van alle functionaliteiten en illegale mogelijkheden van deze software. Dat maakt hem ook strafbaar voor het voorhanden hebben van die software, én voor medeplichtigheid aan misdrijven zoals binnendringen en denial of service aanvallen.

Arnoud

200.000 particuliere beveiligingscamera’s in politiedatabase

De afgelopen jaren hebben bedrijven en particulieren meer dan 200.000 beveiligingscamera’s in een database van de politie laten registreren, las ik bij Security.nl. Het gaat om de database “Camera in Beeld”, die informatie over beveiligingscamera’s in Nederland bevat. Het register stelt de politie in staat om snel camerabeelden te vorderen van strafbare feiten en andere misstanden.

Voor de duidelijkheid: Camera in Beeld is géén centrale toegang tot private beveiligingscamera’s. Het is een database met waar camera’s hangen, welk deel van de straat wordt opgenomen en wie de beheerder is. Zo kan de politie zoeken naar beelden van een misdrijf (zoals een vluchtende verdachte) en direct de juiste persoon benaderen met een vordering tot afgifte. Want ja, de politie moet die beelden opeisen en kan niet zomaar snuffelen of vrijwillig vragen beelden aan te leveren.

Juridisch lijkt me dit prima in orde. De kern zit hem in dat vorderen. Dat is een wettelijk recht van de politie, het enige nieuwe van Camera in Beeld is dat men makkelijk en snel weet bij wie de vordering moet worden neergelegd. Met deze route kunnen er ook geen discussies ontstaan of de camera-eigenaar dit wel had moeten doen of niet; bij een vordering moet het gewoon, klaar.

Het gaat vrijwel altijd om beelden van de openbare weg. (Natuurlijk kan men ook beelden van privéterrein zoeken hiermee, maar dan gaat het om misdrijven gepleegd op dat terrein en dan is de eigenaar vaak zelf aanwezig om de camera aan te wijzen en de beelden op vordering te verstrekken.) Daar kun je vraagtekens bij stellen vanuit privacyoogpunt, maar ook illegale beelden zijn bewijs wanneer burgers ze hebben gemaakt. De AVG of het portretrecht staat niet in de weg aan gebruik van camerabeelden voor opsporing en vervolging van strafbare feiten.

In het verleden waren er nog wel geluiden vanuit de AP dat filmen van de openbare weg met je beveiligingscamera niet zou mogen. Zowel de politie als de AP bevestigen nu dat de regels overigens niet zó streng zijn dat cameratoezicht op de openbare weg nooit mag. De AP zegt nu:

De AVG is wél van toepassing als u delen van de openbare ruimte filmt voor beveiliging. Bijvoorbeeld als u een camera in uw tuin heeft om uw woning te beveiligen en deze camera ook de openbare weg filmt die aan de tuin grenst. U mag alleen dát deel van de openbare weg filmen dat noodzakelijk is om uw woning te beveiligen.

Die noodzaak zul je overigens vooraf moeten bedenken en motiveren (op papier zetten dus), je kunt niet volstaan met “dat kwam handig zo uit” of “de installateur zei dat de camera hier moest”. Je zou kunnen denken aan kwesties als de auto ook willen bewaken, omdat er in jouw buurt nog wel eens auto’s bekrast worden, of kunnen vastleggen wie er jouw oprit op draait zodat je nummerbord en bestuurder kunt vastleggen. Maar wie bang is voor diefstal in de achtertuin, heeft denk ik een lastiger argument waarom de stoep vóór ook gefilmd moet worden.

Arnoud

Mag Taylor Swift met gezichtsherkenning mensen weren van haar concerten?

Popartiest Taylor Swift gebruikt gezichtsherkenning tegen stalkers die naar haar concerten gaan, meldden diverse media. Een camera was verborgen in een zuil waar men highlights van het concert kon terugkijken. Deze scande gezichten van geïnteresseerden en een extern bedrijf vergeleek ze automatisch met bekende gezichten. Voor zover bekend werd er niemand gevonden. Maar het roept wel de vraag op, mag zoiets in Europa wel van de AVG?

Het herkennen van mensen aan hun gezicht staat natuurlijk bekend als een vorm van biometrie, en de AVG is daar streng in. Biometrische gegevens mogen niet zomaar worden gebruikt, dit zijn bijzondere persoonsgegevens, net als gegevens over seksualiteit of politieke voorkeur. Daar moet een specifieke wettelijke grondslag voor zijn. Artikel 9 van de AVG noemt er een aantal, maar het screenen van gezichten om ongewenste personen te weren staat daar niet bij.

Wel staat in lid 4 van dat artikel dat lidstaten eigen regels mogen maken over de inzet van biometrie. In Nederland is er sinds 25 mei de Uitvoeringswet AVG, waarin een aantal nationale regels zijn opgenomen die de AVG nader uitwerken of aanvullen, waaronder op het punt van biometrie. In artikel 29 daarvan wordt het verbod op gebruik van biometrie opgeheven wanneer

de verwerking noodzakelijk is voor authenticatie of beveiligingsdoeleinden.

Je kunt denk ik wel redelijk eenvoudig betogen dat hier sprake is van een beveiligingsdoel. Zij wil immers ongewenste en mogelijk zelfs gevaarlijke bezoekers buiten de deur houden.

De discussie zal gaan over noodzaak. Daarvoor is vooral de vraag of het ook anders kan. Denk aan bewakers die met foto’s voor de neus zelf kijken naar camera’s, in plaats van apparaten die dat doen. Of het vragen van identificatie van bezoekers wanneer ze een kaartje kopen, in combinatie met een verbod op doorverkoop. Maar dat voelt eigenlijk allemaal ongeveer even heftig qua privacy-inbreuk.

In de praktijk denk ik dat het zal worden uitgevoerd als een systeem dat mogelijke matches zoekt, en een mens de definitieve herkenning zal laten doen – en vooral, zal laten besluiten wat te doen. De tijd dat een robot de meneer in kwestie automatisch naar buiten werkt, ligt nog ver van ons. Ik denk om die reden dat het wel kan.

Meer moeite heb ik persoonlijk met het verborgen karakter in die zuil. Een duidelijk aangekondigde herkenning bij de ingang lijkt mij gevoelsmatig juist prettiger. Dan weet je waar je aan toe bent. Heel gechargeerd, iedereen verplicht zijn gezicht in de herkenzuil steken (en dat vooraf natuurlijk duidelijk zeggen) zou ik liever hebben dan “haha, we hebben er eentje gepakt bij de videozuil”. Wat denken jullie?

Arnoud

Hoe je een bak geld verdient door gewoon de inkoopvoorwaarden te accepteren, wacht wat?

Corporate purchasing and policies make funding open source Literally Impossible, aldus Swift on Security, een parodiërende maar serieus te nemen securityonderzoekster. De onderliggende klacht is namelijk best reëel: als je een paar tientjes wilt vragen van een groot bedrijf om een bug in je open source project te fixen, dan is dat enorm ingewikkeld. Maar vraag je tienduizend euro voor een supportcontract waaronder je hetzelfde doet, dan is dat zo geregeld. Met dus het advies, doe dat laatste. Waarbij allerlei juristen beginnen te roepen, ja maar de inkoopvoorwaarden dan. Nou ja, die accepteer je dan dus gewoon, wat kan je gebeuren.

In de kern is het probleem de bureaucratie en overhead die je krijgt als je met een groot bedrijf zaken gaat doen. Er moeten veel punten op de i worden gezet wil zo’n organisatie overtuigd zijn dat ze met jou in zee moeten. Dat gaat vaak beter als je een serieuze belofte met langetermijntoezegging kunt doen, oftewel een supportcontract voor drie jaar met 24/7 beschikbaarheid. Dat dat wat meer kost dan het half uurtje dat ze eigenlijk wilden, is een bijzaak.

Natuurlijk zal zo’n bedrijf ook flink wat verwachten, althans op papier. Denk aan stevige aansprakelijkheid, lange betalingstermijnen, eenzijdig opzeggen en al die andere dingen waar je als leverancier op dag 1 tegen gewaarschuwd wordt. Dat moet je niet accepteren natuurlijk. Alleen: als er in de praktijk echt niet meer te verwachten is dan af en toe wat kleine vragen over dingen die je toch al deed, en de software gratis weggegeven wordt, welke aansprakelijkheden zijn praktisch gezien dan te verwachten? Vanuit dat perspectief is “teken gewoon en pak dat geld” een hele logische.

Een andere reden voor dit probleem is denk ik dat een eenmalige uitgave van een paar tientjes vaak wordt gerekend onder het kopje reiskosten/onvoorzien, en bedrijven zijn daar vaak erg huiverig over omdat de kans voor misbruik groot is. Als iedereen in het bedrijf ineens 50 euro mag geven aan een vaag figuur op internet omdat die een of ander leuk tooltje zou hebben gemaakt, waar ben je dan als multinational? (Ik ken mensen die om die reden die 50 euro dan maar privé betalen en het later verrekenen met reiskosten naar een conferentie.)

Het doet natuurlijk raar aan, blog ik een hele serie over hoe je je verweert tegen inkoopvoorwaarden en dan kom ik ineens met een advies om ze gewoon maar te accepteren. Maar soms kan dat gewoon het goede advies zijn.

Arnoud

Moet je van het AVG-vergeetrecht je backups opschonen van oude persoonsgegevens?

Interessante discussie in de berichtgeving over de Bits of Freedom informatieopvraagtool, waarmee je makkelijk brieven genereert om je rechten naar bedrijven over je persoonsgegevens uit te oefenen. En dan (natuurlijk) het vergeetrecht, hoe ver gaat dat als je vraagt om vergeten te worden. Tweaker ‘RedSandro’ signaleert een specifiek probleem:

Af en toe komt het – hoewel uitzonderlijk – voor dat een bedrijf te maken heeft met dataverlies. Er wordt dan tijdelijk (onlangs github iirc) of permanent (verleden jaar gitlab iirc) een backup teruggezet. Nu ben ik benieuwd wat de wet hierover te zeggen heeft. Als klant denk ik: Ik wil ook niet meer in backups voorkomen. Dit is al dan niet een smoes die ik wel eens heb gehoord als reden waarom ik na verloop van tijd weer een nieuwsbrief ontvang nadat ik me heb uitgeschreven.

Als iemand zijn recht te worden vergeten uitoefent, dan geldt dat in principe jegens alle data die een bedrijf over hem heeft. In principe, want alleen data hoeft weg die verouderd of irrelevant is. Een vergeetverzoek op de debiteurenadministratie zal niet zo veel zin hebben dus, om eens wat te noemen.

Ben ik al jaren geen relatie meer bij een organisatie, dan heb ik ondertussen wel het recht verworven te worden vergeten. Men zal dan braaf mijn vermelding als oud-klant verwijderen, maar er zwerven vast nog backups rond van het nieuwsbriefbestand of de oudklantenadministratie. Dat is dan een probleem, want ook daar moet ik uit worden verwijderd.

In principe. Want: het doel van een backup is te zorgen dat een bedrijf weer verder kan na een catastrofe, en dat is gewoon een legitiem eigen belang onder de AVG (artikel 6 sub f) waarbij je de inhoud van de backup nodig hebt. Ook die verouderde, achterhaalde informatie over die exklant die vergeten wilde worden. Backups zijn niet ontworpen of bedoeld om individuele bestanden uit weg te halen.

Problemen ontstaan als na het herstellen van de backup die personen weer terug opduiken in de verzendlijst. Maar dat hoort niet te gebeuren. Als je een backup terugzet, lijkt het mij dat je daarmee terugkomt bij de huidige situatie. Mogelijk een dag of wat terug, maar verder niet. De bedoeling van een backup is immers terug te komen bij waar je was, zodat je weer door kunt.

Daarmee komen bij het restoren weliswaar verouderde gegevens terug, maar ook alle oude afmeldingen. Heb je dus zo’n backupprocedure, dan is er niets aan de hand. De restore zorgt er voor dat óók de afmeldingen weer gerestored worden. Althans, dat zou moeten om een AVG compliant backup strategie te hebben.

Dus nee, je hoeft je backups niet op te schonen – mits je maar zeker weet dat het terugzetten van een backup leidt tot herstel in de toestand van zo kort mogelijk voor de catastrofe. Komt je backupstrategie neer op “ik kopieer alles naar een externe disk en daarvan zet ik alles terug bij een storing” dan heb je een probleem.

Arnoud

Als een security onderzoeker een datalek ontdekt, is dat dan een datalek?

Een vraag via Twitter:

Suppose during a contracted test a security testers stumbles upon a number of personal data… Is that a data breach? #gdpr – no clue yet…

Van een datalek is onder de AVG/GDPR sprake bij “een inbreuk op de beveiliging die per ongeluk of op onrechtmatige wijze leidt tot de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens” (artikel 4 definitie 12). Kernwoorden hierbij zijn dat de beveiliging geschonden is en dat die persoonsgegevens vervolgens per ongeluk of onrechtmatig zijn verwerkt.

Je kunt als security-onderzoeker bij een opdracht ontdekken dat persoonsgegevens kwetsbaar zijn voor zulk onrechtmatig verwerken. Dat kan per toeval of door gericht onderzoek naar security-kwetsbaarheden. Een simpel voorbeeld is dat je een standaardwachtwoord gebruikt (het bekende admin/admin voorbeeld) of een trucje uithaalt om een beveiliging te omzeilen, dat is immers deel van security onderzoek bij een bedrijf.

Met zulk handelen wordt dan een beveiliging geschonden, en vervolgens krijg je toegang tot persoonsgegevens die niet voor jou bestemd zijn. Dat zou volgens de letter dan een datalek zijn.

Alleen, gezien de aard van het onderzoek zou ik het raar vinden om deze toegang als “onrechtmatig” te kwalificeren. Het is deel van je werk, het kan gebeuren dat je dit tegenkomt. Daar is dan niets onrechtmatigs (of per ongeluks) bij. Ook zou ik dit geen ‘inbreuk’ in de zin van de wet noemen – die term heeft een ondertoon van illegaal gedrag, en een ingehuurde security onderzoeker handelt natuurlijk niet illegaal in zijn werk.

Natuurlijk moet je als onderzoeker wel gebonden zijn aan geheimhouding, het is immers niet de bedoeling dat je die gegevens vervolgens ergens anders voor gaat gebruiken. Maar dat staat standaard in de algemene voorwaarden (of apart getekende NDA) lijkt me zo.

Belangrijk is wel dat deze constatering door de security onderzoeker moet leiden tot een nader onderzoek. Want als de onderzoeker erbij kon, dan konden anderen dat misschien ook. En dát zou dan wel een datalek opleveren.

Arnoud

Een openbaar toegankelijk script manipuleren is ook gewoon computervredebreuk

De rechtbank Den Haag heeft geen straf opgelegd aan een 45-jarige it’er die een datalek had ontdekt en aan de grote klok had gehangen. Dat las ik bij Tweakers vorige week. De man was met een script binnengedrongen in een databank. De beveiliging daarvan was minimaal, maar dat was genoeg voor de rechtbank om van computervredebreuk te spreken. Het ethisch karakter van de computerkraak was echter reden om geen straf op te leggen.

In 2015 ontdekte de it’er hoe hij toegang kon krijgen tot donateursgegevens van een stichting. In het robots.txt-bestand van de webserver was een script vermeld dat op basis van een ID donateursgegevens teruggaf. Het script kende een gebrekkige beveiliging, waardoor de man simpelweg 80.000 ID’s kon doorlopen en de bijbehorende gegevens kon verkrijgen.

Uit het vonnis blijkt dat de man digitaal was gaan rammelen aan de deur nadat hij in de robots.txt dit script ontdekte. Hij wilde gebreken in de beveiliging van vertrouwelijke persoons- en betalingsgegevens aantonen, en daarvoor achtte hij het nodig om uitgebreid te testen om de omvang van het probleem vast te stellen. Daarna stapte hij naar klokkenluidersite Publeaks, waarna onder meer Tweakers erover berichtte. Opmerkelijk genoeg koos hij er niet voor de stichting zelf in te lichten. En dat wordt hem zwaar aangerekend.

Allereerst kijkt de rechtbank echter naar de vraag of überhaupt sprake is van computervredebreuk. Het script was niet met een wachtwoord beveiligd, maar bij artikel 138ab Strafrecht is dat ook geen vereiste. Enkel willens en wetens binnengaan waar je niet mag zijn, is een strafbaar feit. Analogieën zijn altijd gevaarlijk, maar in dit geval zou de analogie zijn dat je iemands achtertuin betreedt door een per ongeluk opengelaten tuinhekje. Dat is erfvredebreuk, ook als je niets kapotgemaakt hebt.

In dit geval komt de rechtbank tot de conclusie dat sprake is van ‘valse signalen’, een specifieke vorm van computervredebreuk:

De webserver is zo ontworpen, dat een record werd geretourneerd aan wie pictura.php opvroeg en daarna een geldig ID invoerde. De veronderstelling van de beheerder daarbij was dat alleen rechthebbenden dat konden en zouden doen. Door als niet-rechthebbende het pictura.php script op te vragen en een geldig ID in te voeren – en daarmee de webserver “enig teken” te geven –, heeft verdachte een gevolg uitgelokt – het retourneren van een record aan een niet-rechthebbende – waartoe de webserver weliswaar de mogelijkheid bood, maar waarmee de beheerder geen rekening had gehouden. Daarmee is sprake van het geven van valse signalen.
Dit betekent dus inderdaad dat je een strafbaar feit begaat door URL’s te raden. Ik zou wel zeggen, pas vanaf het moment dat je denkt “hé dat is raar, krijg ik echt hiermee gegevens die ik niet behoor te krijgen” en dan gaat doorvragen. Een URL overtypen en dan een typefout maken, waarna je andermans records krijgt, is natuurlijk een heel ander verhaal.

Juridisch is het mogelijk dat je een strafbaar feit begaat zonder zelf strafbaar te zijn. Dat kan bijvoorbeeld wanneer sprake is van ethisch hacken – vanuit een wezenlijk maatschappelijk belang handelen. Dat belang weegt dan zwaarder dan de achterliggende norm die het gedrag strafbaar verklaart. Wel is vereist dat je dan proportioneel en subsidiair handelt.

Proportioneel wil zeggen dat je niet meer doet dan nodig is voor dat belang. In dit geval ging het erom vast te stellen dat er inderdaad persoonsgegevens opvraagbaar waren zonder beveiliging. Daarvoor was het in dit geval niet nodig om 80.000 gegevens te downloaden, met een handjevol kom je ook al een heel eind. Hier ging de man dus veel verder dan nodig.

Subsidiair wil zeggen dat je bij de uitvoering van het feit zo zorgvuldig mogelijk te werk gaat. Dat betekent bij ethisch hacken dat je het ontdekte meldt aan de organisatie. Natuurlijk is het mogelijk dat een organisatie je negeert, maar het is gewoon een verplicht nummer. Het feit dat hij dit niet heeft gedaan, maar direct de publiciteit zocht, wordt hem dan ook zwaar aangerekend.

Omdat de man dus niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit heeft voldaan, wordt zijn handelen strafbaar verklaard. Echter, vanwege zijn nobele doel, het feit dat hij steeds meewerkte en dat hij geen strafblad had, wordt hem uiteindelijk geen straf opgelegd.

Voor mij is de uitspraak vooral van belang omdat hij onderstreept dat ethisch hacken wel degelijk een goede grond kan zijn om computervredebreuk te ‘mogen’ plegen. Je moet daarbij wel héél netjes te werk gaan, én natuurlijk de organisatie altijd inlichten.

Arnoud

Wie is er aansprakelijk voor een door de browser onthouden internetbankierenwachtwoord?

ING onderzoekt of het mogelijk is zijn Chrome-inlogpagina weer ondersteuning te laten bieden voor het invullen van wachtwoorden met een wachtwoordmanager. Dat meldde Tweakers onlangs. De bank had dit geblokkeerd uit angst dat mensen hun browser dit laten onthouden, zodat een derde zonder veel moeite vanaf die laptop kan internetbankieren met alle gevolgen van dien. Wachtwoordmanagers zijn veiliger, maar werken met dezelfde herkentechniek voor inlogpagina’s. De maatregel gaf dan ook de nodige ophef, waaronder “maar het is toch jouw keuze of je zo onveilig bent”? Ja, maar bij bankieren zijn de regels net even anders.

Hoofdregel uit het recht is dat je aansprakelijk bent voor je eigen keuzes. Dus als jij de sleutels van je pand slordig opbergt, dan kun je dat moeilijk anderen verwijten. En specifiek bij internetdiensten is het dan ook jouw keuze en jouw risico hoe je wachtwoorden kiest, beheert en toegankelijk maakt.

Natuurlijk, wachtwoorden kunnen worden gestolen of afgekeken. Maar hoe moet een internetdienst weten dat iemands login door een ander gebeurde? Behoudens heel concrete aanwijzingen zou ik dat niet weten. En pas bij een hele grote of belangrijke dienst zou ik vinden dat die actief moeten monitoren op ongebruikelijk inloggedrag.

Specifiek bij banken ligt het iets complexer. De wet zegt namelijk dat een bank altijd aansprakelijk is voor beveiligingsincidenten, behalve bij fraude, opzet en grove nalatigheid van de klant (art. 7:529 BW). Bij gewone slordigheid of onoplettendheid van de internetbankierende consument draait de bank dus op voor ongeautoriseerde transacties, met hooguit een eigen risico van 150 euro voor die consument. Per ongeluk of uit gemakzucht kiezen voor het onthouden van je inlogwachtwoord voor bankieren lijkt mij een gevalletje slordigheid en géén grove nalatigheid.

Dit risico komt ook weer terug in de Uniforme Veiligheidsregels van de banksector, die expliciet over beveiligingscodes vermelden:

Schrijf of sla de codes niet op. Of, als het echt niet anders kan, alleen in een voor anderen onherkenbare vorm die alleen door uzelf is te ontcijferen. Bewaar in dit geval de versleutelde informatie niet bij uw bankpas of bij apparatuur waarmee u uw bankzaken regelt;

Ik kan dit niet anders lezen dan dat je je browser geen wachtwoorden mag laten opslaan, maar dat je ook geen wachtwoordmanager mag gebruiken. Die “apparatuur” is immers je laptop of telefoon, en de wachtwoordmanager slaat daar het wachtwoord bij op. Dus wat dat betreft is ING wel consistent.

Tegelijk: een wachtwoordmanager en dan een stevig master password is gewoon de beste manier om jezelf te beveiligen bij online diensten. Dus dit voelt als een best wel fundamenteel dilemma.

Arnoud

Nederlandse rechter verplicht Samsung niet om snel Android-updates aan te bieden

De rechtbank in Den Haag heeft in een zaak van de Consumentenbond bepaald dat Samsung niet snel beveiligingsupdates voor alle smartphones hoeft aan te bieden. Dat meldde Tweakers vorige week. De Bond had een principezaak tegen de smartphonemaker aangespannen omdat zij vond dat Samsung te weinig informatie gaf over updates, en bovendien te traag was met security updates uitgeven. Samsung belooft goedkopere modellen minimaal twee jaar na de release te voorzien van updates, terwijl dat bij high-end modellen minimaal drie jaar is.

De Consumentenbond spande de zaak aan in 2016. Op dat moment stond Samsung bekend als niet zo’n snelle updater, zeker voor goedkope modellen was er vaak snel geen fatsoenlijke security update te krijgen. Dat is sindsdien fors verbeterd, zo lees ik overal. Die verbeterslag weegt mee in het vonnis, want de rechtbank beoordeelt Samsung naar hoe ze nu werkt en niet naar hoe het bij de dagvaarding was.

Het eerste aspect dat in het vonnis aan de orde kwam, was dat Samsung met name te weinig doet om securityupdates zo snel mogelijk naar de consument te krijgen, en wel eigenlijk gewoon binnen een maand nadat de patch is verschenen. Maar dat vindt de rechtbank te rigide: Samsung zit nu eenmaal vast aan het updateproces zoals door Google gedefinieerd, en kan dus niet altijd zo snel met een update komen. Het is een complex proces en daarom kun je niet in het algemeen zeggen dat Samsung te weinig doet en daarmee nodeloos risico’s bij de consument legt.

Het tweede punt is dat Samsung te weinig zou doen om de consument te informeren over veiligheidsrisico’s die aan haar smartphones kleven. Dat zou eigenlijk wel moeten, want dat is toch essentiële informatie zou je zeggen en dan ben je wettelijk verplicht daarover actief mede te delen. Maar de rechtbank ziet dat Samsung op haar site een uitgebreide uitleg publiceert over beveiliging, en oordeelt dat dat genoeg is voor de gemiddelde consument:

De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking dat de “maatman consument” waarop de onder meer door de Consumentenbond ingeroepen artikel 6:193a e.v. 3W zien, een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument is, van wie verwacht mag worden dat hij bereid is zich in de aangeboden informatie te verdiepen, tvaarbij denkbaar is dat informatie langs verschillende wegen wordt aangeboden. De gemiddelde consument wordt in beginsel geacht in staat te zijn om verstrekte informatie op waarde te schatten, om zo nodig nadere informatie te zoeken en om vervolgens informatie uit verschillende bronnen met elkaar in verband te brengen; enige onderzoeksplicht is inherent aan de maatstaf van de gemiddelde consument.

De ‘maatman’ lijkt me daarmee iets proactiever en ondernemender in zijn informatieverwerving dan ik gewend ben. Het is jammer dat er niet inhoudelijk is ingegaan op waar deze lat had moeten liggen.

Alles bij elkaar worden alle eisen dus afgewezen; Samsung mag doorgaan met haar huidige beleid en hoeft niet meer te doen om de consument op te voeden.

Arnoud