“Bescherming Funda nekt marktwerking”

Gespecialiseerde zoekmachines moeten niet gehinderd worden door geschriftenbescherming. Dat schrijft Laurens Mommers van eLaw@Leiden in Het Financieele Dagblad naar aanleiding van de Jaap-zaak, waarbij de NVM-makelaars overname van huizenadvertenties voorkwamen met een beroep op de geschriftenbescherming, het stiefbroertje van het auteursrecht.

We zullen steeds vaker gespecialiseerde zoeksites gebruiken om op internet te vinden wat we zoeken. Algemene zoekmachines zoals Google zijn nauwelijks geschikt om een nieuw huis of om een goedkoop ticket te vinden, omdat ze geen specifieke zoek‐ en selectiemogelijkheden bieden, zoals de prijs van een product. We zijn dus gebaat bij partijen die dergelijke gegevens verzamelen en het daarmee mogelijk maken om gemakkelijk iemands telefoonnummer te vinden, de goedkoopste reis naar Spanje te boeken, of het mooiste huis tegen de beste prijs te vinden. Alle stappen die bedrijven zetten om zich tegen zo’n vergelijking te wapenen, werken uiteindelijk tegen onze welvaart.

Via Emerce.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Aansprakelijkheid

Aanbieders van internetdiensten, zoals providers maar ook forumbeheerders en soms zelfs bloggers, hebben in theorie de mogelijkheid om alles wat ze plaatsen, aanbieden en/of doorgeven te controleren. Wie iets publiceert, is dan ook in principe aansprakelijk voor bijvoorbeeld inbreuk op auteursrecht van anderen, of als sprake is van smaad of laster. De wet beperkt deze aansprakelijkheid echter wanneer het gaat om materiaal van anderen.

Aansprakelijkheid.

Met deze artikelen en verwijzingen (vetgedrukt zijn nieuw):

Gronden voor aansprakelijkheid

Wanneer aansprakelijk

Identificatie van klanten

Arnoud

Niet zeuren, gewoon samen delen dat netwerk

Kijk, zo kan het ook. In plaats van netneutraliteit aan de kant te willen zetten, gewoon een technische oplossing voor al die video die het internet verstopt. Via ISPam.nl:

De oplossing van de video werkgroep van AMS-IX moet er voor gaan zorgen dat populaire video’s, die veel bekeken worden, automatisch op de servers van ISP’s worden geplaatst, waardoor deze enkel nog via het eigen interne netwerk hoeven te worden verspreid. Of te wel het principe van caching zoals we dat al langer kennen, maar dan voor video.

Iets meer uitleg bij Emerce:

De afgelopen jaren waren er al onderlinge afspraken tussen providers om bandbreedte uit te wisselen bij de Ams-IX, het zogeheten ‘peering’. Het nieuwe systeem gaat volgens de betrokkenen een stap verder. Het zorgt ervoor dat de meest bekeken videobestanden automatisch op servers van de providers komen te staan waarna ze die de beelden binnen het eigen netwerk kunnen verspreiden.

Caching, tijdelijke opslag voor je klanten, is geen inbreuk op het auteursrecht wanneer een provider het doet. De auteurswet, artikel 13a kent daar een expliciete vrijstelling voor:

Onder de verveelvoudiging van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet verstaan de tijdelijke reproductie die van voorbijgaande of incidentele aard is, en die een integraal en essentieel onderdeel vormt van een technisch procédé dat wordt toegepast met als enig doel a) de doorgifte in een netwerk tussen derden door een tussenpersoon (…) van een werk mogelijk te maken, en die geen zelfstandige economische waarde bezit.

Arnoud

Want zo is het ook!: ‘Deze maar doen dan?’ is een stomme vraag

Want zo is het ook! is er weer:

Het zou te ver gaan om het een noodzakelijk kwaad te noemen, maar winkelen is niet mijn hobby. Maar soms moet je. Omdat iemand per se jarig moet worden, omdat je met je grauwgrijze Nike-sweater niet voor de klas kan, omdat je iemand gezelschap houdt, of omdat je schoenen eigenlijk allang wijlen zijn. In dergelijke gevallen spoed ik mij dorpwaarts en bestorm hier en daar een winkel.

Lees verder waarom ‘Deze maar doen dan’ een stomme vraag is. En Tink, als je dit leest: blog alsjeblieft vaker.

Arnoud

BREIN: “providers zijn aansprakelijk voor wangedrag anonieme klanten”

Een opvallende passage uit het persbericht van BREIN waarin men meldt weer 6 Bittorrent websites uit de lucht te hebben gehaald :

Met de verstrekte naam- en adresgegevens van de site-eigenaren kan BREIN deze in persoon aanspreken om herhaling te voorkomen en schadevergoeding te vorderen. Het komt voor dat service providers niet over betrouwbare klantgegevens beschikken omdat zij toestaan dat deze zich anoniem of met valse gegevens registeren. In dat geval trekken zij de aansprakelijkheid voor de door de site veroorzaakte schade naar zich toe.

Volgens mij heb ik een nieuwe Kluwer collegebundel nodig. Waar staat dat?

Artikel 6:196c BW gaat over de aansprakelijkheid van providers.

Een webhoster valt onder lid 4:

Degene die diensten van de informatiemaatschappij verricht als bedoeld in artikel 15d lid 3 van Boek 3, bestaande uit het op verzoek opslaan van van een ander afkomstige informatie, is niet aansprakelijk voor de opgeslagen informatie, indien hij:
a. niet weet van de activiteit of informatie met een onrechtmatig karakter en, in geval van een schadevergoedingsvordering, niet redelijkerwijs behoort te weten van de activiteit of informatie met een onrechtmatig karakter, dan wel
b. zodra hij dat weet of redelijkerwijs behoort te weten, prompt de informatie verwijdert of de toegang daartoe onmogelijk maakt.

Ik zie daar nergens staan dat ze moeten weten wie hun klanten zijn. Als ze (moeten) weten dat de informatie onrechtmatig is, dan moeten ze de informatie verwijderen. Dat lijkt me logisch, en dat zou ook genoeg moeten zijn.

De Nederlandse wet heeft wel een regeling over afgifte van identificerende gegevens:

Artikel 54A Wetboek van Strafrecht. Een tussenpersoon die een telecommunicatiedienst verleent bestaande in de doorgifte of opslag van gegevens die van een ander afkomstig zijn, wordt als zodanig niet vervolgd indien hij voldoet aan een bevel van de officier van justitie, na schriftelijke machtiging op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris, om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de gegevens ontoegankelijk te maken.
Maar let wel: de officier van justitie. Niet Brein.

Dat past ook binnen het advies van de Advocaat-Generaal van het Europese Hof trouwens. Ook die was van mening dat de Richtlijn alleen gebruikt kan worden om afgifte van persoonsgegevens aan opsporingsdiensten toe te staan. Niet aan private personen of organisaties.

Via ISPam.nl.

Arnoud

Social engineering: van vuilnisbak naar Hyves-profiel

Een erg lastige vorm van computercriminaliteit is social engineering: niet een computer hacken maar de persoon er voor. Je voordoen als je slachtoffer, dat helaas zijn wachtwoord is vergeten (“en mijn gebruikersnaam is er-o-o-tee”) en zielig doen tot de helpdesk het wachtwoord verandert. Meer voorbeelden bij Microsoft en Securityfocus.

Daar heb je natuurlijk wel de nodige informatie over je slachtoffer bij nodig. Vroeger moest je dan diens vuilnisbak plunderen in de hoop een brief of bankafschrift te vinden. Tegenwoordig is dat een stuk makkelijker: bekijk iemands Hyves-profiel, blader door zijn Linkedin-contactenlijst of lees zijn weblog.

In Emerce een waarschuwend artikel over de risico’s van zulke Web 2.0-sites. Men citeert XS4All:

Met Web 2.0-toepassingen wordt van mensen verwacht dat ze informatie géven. Dat is wezenlijk anders dan de aard van het web een paar jaar geleden. Toen was internet er vooral om informatie tót je te nemen. Hoe meer je geeft, hoe meer risico je loopt. We vinden het verstandig om internetgebruikers erop te wijzen dat dat hun eigen risico is.

XS4All biedt ook een veiligheidstraining waar deze aspecten aan de orde komen.

Je voordoen als iemand anders kan computervredebreuk zijn. Het probleem is natuurlijk dat dat bijzonder lastig te bewijzen is als iemand jou je wachtwoord weet te ontfutselen. Dat laat geen sporen na die een echte ‘hack’ wel nalaat.

UPDATE: (6 september) ook Corcom heeft er een stukje over.

Arnoud

De mens achter: iusmentis.com (in Elsevier)

Ik sta in de Elsevier!

ELSEVIER Uw website staat bol van de juridische informatie. Zelf noemt u het een uit de hand gelopen hobby.

Engelfriet: ‘Klopt, ik verdien er niets mee. In mijn dagelijks leven ben ik octrooigemachtigde bij Philips, maar daarmee heeft de website niets te maken. Halverwege de jaren negentig zat ik in een studentenvereniging, en op een dag kregen we een boze fax. Dat ging over een plaatje van Garfield dat we nietsvermoedend op de verenigingswebsite hadden geplaatst. Ik heb toen met een paar vrienden proberen uit te zoeken wat wel en niet mag. Maar over internetrecht was weinig te vinden.’

ELSEVIER En toen dacht u: ik ga al mijn vrije tijd eens gezellig in een website steken.

Ik zou zeggen, lees verder, maar dan moet u wel een abonnement hebben. Of even naar de AKO of Bruna natuurlijk.

En die Egyptische priesteres had geen auteursrecht, het medium wel.

Arnoud

Aangeraden: ¡Viva la Creación! (Opinieweblog XS4All)

Niels Huijbregts is op Opinieweblog de serie ¡Viva la Creación! begonnen over creativiteit, internet en de toekomst van auteursrecht. Dit is de aanloop voor de discussie op PICNIC’07 waarover ik gisteren schreef.

De aftrap begint goed: creativiteit is altijd voor een deel na-apen. Niet zozeer jatten, als wel bestaande dingen samenvoegen en zo iets nieuws te creëren. En ja, dan loop je tegen het auteursrecht aan. Iedere auteur heeft volautomatisch dat auteursrecht, en kan daarmee elk gebruik van zijn werk controleren.

Da’s mooi, maar er zit een groot nadeel aan: ‘alle rechten voorbehouden’ is wel erg streng. Het houdt in dat je je , als je geïnspireerd raakt door iets dat je hoort of ziet, telkens moet afvragen of dat wel mag. En dat belemmert de creativiteit. Want creativiteit wil helemaal niet onderbroken worden door juridische vraagstukken. Creativiteit wil creëren.

Wordt vervolgd.

Arnoud

Voor de algemene voorwaarden, zie onze website

Juristen die de bovenstaande titel lezen, worden spontaan zenuwachtig. De regels over algemene voorwaarden zijn streng. Geen stuk papier met de algemene voorwaarden meegegeven? Dan zijn ze niet geldig. Gewoon verwijzen naar de Kamer van Koophandel of aanbieden dat je ze op verzoek opstuurt, mag alleen als het echt onredelijk is om te verlangen dat dat stuk papier wordt afgegeven.

Een website-adres (URL) noemen is tegenwoordig echter hetzelfde als een stuk papier overhandigen, zo besliste onlangs de Rechtbank Haarlem. Daarmee zou het niet langer nodig zijn om algemene voorwaarden ter hand te stellen bij het sluiten van een overeenkomst. Dat lijkt mij onwenselijk en bovendien juridisch onjuist.

Het uitgangspunt is duidelijk. Aan algemene voorwaarden zit je snel vast, ook als je ze niet gelezen hebt. Maar de gebruiker moet wel aan de wederpartij een redelijke mogelijkheid hebben geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Anders zijn deze vernietigbaar, zo zegt art. 6:233 (weet u nog van Planet). Wel zo eerlijk; je moet tenslotte weten waar je voor tekent. En dat papieren exemplaar dient als bewijs.

Artikel 6:234 noemt vier manieren waarop je die redelijke mogelijkheid kunt bieden:

  1. Je geeft ze op een stuk papier aan de wederpartij voor of bij het sluiten van de overeenkomst.
  2. Als dat echt niet praktisch is, zoals bij de supermarkt, dan wijs je de wederpartij er voor of bij het sluiten van de overeenkomst op dat ze bij de Kamer van Koophandel of de rechtbank liggen, en bied je aan ze een kopie te sturen.
  3. Als het een elektronische overeenkomst is, dan zet je de tekst leesbaar en downloadbaar online zodanig dat de wederpartij ze voor of bij het sluiten van de overeenkomst kan lezen.
  4. Als het een elektronische overeenkomst is, en de vorige optie is toch echt niet praktisch (denk aan een overeenkomst via SMS), dan meld je waar ze staan en bied je aan ze een kopie te sturen, eventueel per e-mail.
Deze regels zijn duidelijk en overzichtelijk. Geef een stuk papier, tenzij dat echt niet kan en meld dan dat je ze zult opsturen als iemand dat wil. En dan bedoelen we dus als dat echt niet kan. Doe je het elektronisch, toon dan gewoon de tekst, en geen flauwekul met rare iframes of niet-kopieerbare PDF-bestanden. Heb je geen ruimte voor die tekst, link er dan naar. Kan zelfs dat niet, dan willen we graag weten wat je aan het doen bent, maar zeg dan in ieder geval waar ze staan.

De hoofdregel is en blijft “geef een stuk papier”. Doe je dat niet, en heb je geen goede uitleg waarom niet, dan worden je algemene voorwaarden vernietigd. Zie bijvoorbeeld LJN AW4154:

Het moet er derhalve voor gehouden worden dat Rialto aan [geïntimeerde] niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen, nu de in artikel 6:234 lid 1 aanhef en sub a BW genoemde handelwijze niet is benut en Rialto niet heeft aangegeven waarom dit redelijkerwijs niet mogelijk was. Met name gelet op deze laatstgenoemde omstandigheid kan het Rialto niet baten dat zij de in dat artikel sub b genoemde handelwijze heeft toegepast.

En uit het HR-arrest Geurtzen/Kampstaal blijkt dat dit wel degelijk een uitputtende lijst is. Voldoe je niet aan een van deze vier, dan zit je fout. De enige ‘escape’ is als de wederpartij wist van de algemene voorwaarden, ook al waren ze niet ter hand gesteld bij de overeenkomst. Bijvoorbeeld als je meerdere malen overeenkomsten sluit met steeds dezelfde algemene voorwaarden (zie het Hoge-Raad arrest van 6 april 2001, LJN AB0901). De wederpartij mag dan bekend geacht te zijn met die algemene voorwaarden.

Het bewijs ligt bij de gebruiker van de voorwaarden; die moet aantonen dat hij die redelijke mogelijkheid heeft geboden. Iets wat Scarlet in juli niet lukte trouwens.

In deze zaak werden er geen stukken papier uitgewisseld. De gedaagde had alleen deze mededeling bij de offerte geplaatst:

Op de dienstverlening zijn Algemene leveringsvoorwaarden van toepassing […]. Deze Algemene leveringsvoorwaarden vindt u op www.marijnontwerp.nl en worden u op verzoek onmiddellijk verstrekt.

Het ging hier om een schriftelijke offerte voor een grafisch ontwerp. Dat is geen elektronische overeenkomst, dus in principe had de ontwerper gewoon de voorwaarden op een stuk papier moeten afgeven. Een ontwerper is geen Albert Heijn, dus het excuus dat “dit redelijkerwijs niet mogelijk is” gaat voor hem niet op. Daarmee gaat artikel 6:234 dus niet op. Zou je denken.

Want wat zegt de rechter:

Het gebruik van het internet is in het huidige tijdsgewricht inmiddels zodanig ingeburgerd, dat het op elektronische wijze beschikbaar stellen van algemene voorwaarden naar het oordeel van de kantonrechter gelijkwaardig geacht kan worden aan de feitelijke terhandstelling daarvan als genoemd in artikel 6:234 lid 1 sub BW. (…) Nu door [gedaagde] geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat het hem onmogelijk was om via het internet kennis te nemen van de door [eiseres] gehanteerde algemene voorwaarden, leidt het voorgaande ertoe dat zijn beroep op de vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden geen effect kan sorteren.

Met andere woorden, een website-adres (URL) noemen is gelijkwaardig aan een stuk papier overhandigen, en daarmee is voldaan aan de eis dat er een stuk papier moet worden overhandigd.

Dat is toch echt niet de bedoeling. Ter hand stellen is ter hand stellen, en niet wuiven naar een website. En het rare is, als het een elektronische overeenkomst was geweest, had de gebruiker bij het sluiten van de overeenkomst een link naar de voorwaarden zelf (en niet naar de hoofdpagina) moeten tonen, op een zodanige manier dat je die kon opslaan ook nog. En hier is het genoeg om te verwijzen naar een mystery meat hoofdpagina, waarbij je maar moet weten dat “leveringsvoorw.” de algemene voorwaarden zijn. We mogen denk ik blij zijn dat de voorwaarden in een PDF staan en niet in een dansende Flash-animatie.

Update (6 december 2009): een lezer wees in de comments op dit arrest met daarin de overweging

Hutten heeft aangevoerd dat [gedaagde sub1] en [gedaagde sub 2] – zoals in de overeenkomst is vermeld – de algemene voorwaarden ook op haar website konden raadplegen. Dit maakt echter nog niet dat Hutten daarmee aan [gedaagde sub1] en [gedaagde sub 2] – in de zin van artikel 6:233 sub b BW – een redelijke mogelijkheid heeft geboden om kennis te nemen van de algemene voorwaarden. Dat zou anders zijn als het redelijkerwijs niet mogelijk was de algemene voorwaarden aan [gedaagde sub1] en [gedaagde sub 2] ter hand te stellen en dat is niet gesteld of gebleken.

(Bedankt voor de tip, Arnout)

Arnoud

XS4ALL organiseert wedstrijd videosampling

XS4ALL organiseert wedstrijd videosampling:

Vandaag is op www.vivalacreacion.nl een wedstrijd in videosampling gelanceerd. Iedereen kan aan het project deelnemen door beeld en geluid te uploaden en te remixen. Jeroen Hofs – bekende videosampler Eboman – mixt mee en helpt deelnemers. Op 27 september wordt tijdens PICNIC’07 een prijs uitgereikt aan de mooiste creatie.

Op diezelfde 27 september organiseert XS4ALL samen met Creative Commons Nederland een discussiesalon over auteursrecht in de hedendaagse remixcultuur.

Arnoud