Zijn foto’s van schilderijen auteursrechtelijk beschermd?

Wikipedia zegt wat anders dan ik, zo meldde een lezer mij. Nou ja zeg. En het gaat nog over auteursrecht ook. Heel stellig staat er namelijk op de pagina over het Van Dale/Romme arrest:

Een fotografische reproductie van bijvoorbeeld De Nachtwacht kan nooit auteursrechtelijk beschermd zijn, aangezien het geen persoonlijk stempel van de maker draagt.

Let op dat nooit (mijn cursivering).

Mijn iets langere tekst over originaliteit bij foto’s:

De vereiste originaliteit kan hier liggen in bijvoorbeeld de invalshoek, de compositie van het gefotografeerde, de belichting enzovoorts. In de praktijk blijkt dat de rechter al snel aanneemt dat er sprake is van een originele foto. Alleen puur mechanisch tot stand gekomen foto’s, zoals uit pasfotohokjes en beveiligingscamera’s, zijn niet beschermd.

Het is niet automatisch zo dat een foto van een schilderij beschermd is, enkel en alleen omdat het een foto is. Maar het is ook niet automatisch zo dat een foto van een schilderij nooit beschermd is. Zoals altijd: het hangt er vanaf.

Ik pak er maar even een paar bronnen bij: het standaardwerk Auteursrecht van Spoor/Verkade/Visser, 2005), dat op pagina 107 schrijft:

Dat daarmee iedere foto een werk zou zijn, gaat echter te ver (…) Twijfels kunnen dan ook rijzen over het werkkarakter van foto’s met een – als foto – sterk ’technisch’ karakter, zoals productfoto’s voor advertenties en catalogi. Hetzelfde geldt voor foto’s van schilderijen etc. die in musea e.d. te koop zijn of in tentoonstellingscatalogi worden fgedrukt (foto’s van driedimensionale voorwerpen zullen eerder een werkkarakter hebben).

Iets toegankelijker is Beelddatabanken Stilstaand beeld in beweging? (ITeR reeks nr. 54, Babette Aalbers):

Toch wordt er verschillend gedacht over de vraag of individuele foto’s met een sterk technisch karakter, zoals foto’s van schilderijen die in musea hangen of in tentoonstellingscatalogi worden afgedrukt, voldoende oorspronkelijk karakter hebben.

Beide bovengenoemde citaten verwijzen naar een vonnis uit 1990 (Rb. Maastricht 29 nov. 1990 (Bankstel in showroom), Informatierecht/AMI 1992, p. 32 m.nt. J. Spoor) waarin ’technisch perfecte’ foto’s van een bankstel niet creatief genoeg geacht werden. Dat lijkt me logisch: iets zo exact mogelijk reproduceren sluit uit dat je eigen creativiteit toepast.

De grote vraag bij een foto van een schilderij is dus of de fotograaf creativiteit heeft gebruikt bij die foto. Ging het alleen om een exacte reproductie, een ’technisch perfecte’ foto die het schilderij zo getrouw mogelijk weergeeft, dan zal de foto niet beschermd zijn. Een schilderij op de scanner leggen, levert dus geen auteursrecht op de scan op.

Niet elke foto van een schilderij is bedoeld om ’technisch perfect’ te zijn. Foto’s en schilderijen zijn verschillende mediums, en een mooi uitziend schilderij kan een bleke foto opleveren. Of wat te denken van een foto van een groot schilderij. Daar zul je als fotograaf toch creatief uit de hoek moeten komen om een mooie foto bij te maken. Je zou dan een representatief, herkenbaar deel kunnen nemen. Niet de hele Nachtwacht, maar alleen kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh. En dat is dan een creatieve keuze, zodat de foto auteursrechtelijk beschermd wordt. Ook kan er met de foto digitaal geknutseld zijn, en dat “oppoetsen” kan best creatief zijn.

Wel moet die creativiteit uit de foto blijken. Zie bijvoorbeeld dit arrest van het Gerechtshof Leeuwarden, waarin de eiser betoogde dat hij had “aangegeven van welke afstand en uit welke hoek gefotografeerd moest worden”. Dat bleek volgens het Hof echter niet uit de foto’s, en daarom werden die foto’s geen beschermde werken geacht.

De vraag is dus: is er aan de foto van het schilderij iets te zien waaruit de creativiteit, het persoonlijk stempel van de fotograaf te herkennen is?

En die vraag is niet in het algemeen te beantwoorden. Dat kan alleen van geval tot geval.

Wil iemand die het met mij eens is, dit even aanpassen in Wikipedia? 🙂

En wie nog een stempel van de maker wil: als het goed is, zijn ze bij de collega’s van Volledig bericht, pardon Boek 9 nog gewoon verkrijgbaar.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Beschermen van een idee – is vastleggen genoeg?

Een idee of concept beschermen is lastig. Octrooi- en auteurswetten eisen een behoorlijke mate van uitwerking of concretisering voordat een concept beschermd kan worden. Het idee opschrijven en ergens deponeren (‘vastleggen’) biedt meestal maar zeer weinig bescherming.

Een goed idee kan veel geld waard zijn. Een slimme verbetering voor een product, een concept voor een spel of marketingtechniek of zelfs maar een naam voor een dienst kunnen het verschil maken tussen middenmoter en marktleider. Alleen kan iedereen met zo’n idee aan de haal. Hoe bescherm je nu je idee tegen namaak of imitatie?

Een abstract idee is juridsch niet of nauwelijks te beschermen. Via intellectueel eigendomsrechten zoals octrooien, auteursrecht of merken zijn uitgewerkte ideeën vaak wel van bescherming te voorzien. Ook kan een geheimhoudingsovereenkomst soms handig zijn, zodat een idee kan worden besproken zonder dat de andere partij er zomaar mee vandoor kan gaan.

Registratie of depot van een beschrijving van het idee biedt geen bescherming. Weliswaar ligt daarmee vast op welke datum het idee bestond, maar dat geeft geen juridische rechten.

Lees verder in Beschermen van een idee – is vastleggen genoeg? (in Innovatie @ iusmentis.com).

Arnoud

“Het bekijken van onze HTML-code is verboden”

Weer eentje in de categorie maffe algemene voorwaarden: de User Agreement/Privacy Policy van Dozier Internet Law.

As you may know, you can view the HTML code with a standard browser. We do not permit you to view such code since we consider it to be our intellectual property protected by the copyright laws. You are therefore not authorized to do so.

Grapjassen. Moet ik nog citaatrecht zeggen?

U kent Dozier misschien nog van hun auteursrechtelijk beschermde blafbrief.

Via Techdirt.

Arnoud

Kroes: “Microsoft zal haar API’s voor open source beschikbaar stellen”

Microsoft luistert naar Eurocommissaris Kroes. In een persbericht vandaag verklaart ‘Steely’ Neelie Kroes dat zij overeenstemming bereikt heeft met Microsoft over o.a. gebruik van haar interoperabiliteitsinformatie door open source ontwikkelaars:

I told Microsoft that it had to make interoperability information available to open source developers. Microsoft will now do so, with licensing terms that allow every recipient of the resulting software to copy, modify and redistribute it in accordance with the open source business model.

I told Microsoft that it should give legal security to programmers who help to develop open source software and confine its patent disputes to commercial software distributors and end users. Microsoft will now pledge to do so.

Alleen dat “commercial” is wat ongelukkig. Ook open source verspreiders zijn commercieel. Het verschil zit hem in de manier van zakendoen. Geen royalties per kopie, maar bijvoorbeeld geld voor diensten of bijkomende producten. Ik hoop dat MS dit niet interpreteert als “we hoeven alleen hobbyisten gratis octrooilicenties te geven”. Dat zou wel erg makkelijk zijn, want hobbyisten kunnen per definitie geen inbreuk maken op octrooien. Alleen commercieel gebruik van een octrooi kan inbreuk zijn.

Al eerder gaf Microsoft namelijk een gratis octrooilicentie aan “hobbyisten”:

Many software developers, often referred to as “hobbyists,” write code not with the expectation of making money, but because they enjoy solving technical challenges and participating in a community of enthusiasts who recognize and encourage one another’s talents. One such community of hobbyist developers participate in the development of open source software. To further encourage these efforts, this pledge provides non-compensated individual hobbyist developers royalty-free use of Microsoft patents as set forth below.

Via Yahoo (via Reuters) nog de opmerking dat het overleg tijdens diverse diners in Rotterdam plaatsvond. Kroes betaalde; mag ook wel als de ander je al driekwart miljard euro heeft betaald.

Arnoud

Ook betrouwbare en dure informatie wil vrij zijn

Half september is de New York Times als een van de laatste grote sites opgehouden met geld te vragen voor toegang tot haar informatie. Knowledge@Emory bespreekt de consequenties. Het unieke model aan informatie maken is dat de kosten voor het maken weliswaar hoog zijn, maar de kosten voor reproductie nul. Dat maakt het lastig om de kosten voor het maken door te berekenen in de prijs van een reproductie, want iemand anders kan diezelfde reproductie dan goedkoper nogmaals maken. Auteursrecht was de 19e-eeuwse manier om dat te verbieden, maar hoe moet het nu in de 21e eeuw?

Je kunt natuurlijk abonnementsgeld vragen, zoals de NYT dus deed. Maar dan moet je dat wel allemaal doen, anders lukt het niet:

“If all media sites work on a pay-to-play pricing model then consumers would pay for their favorite sites,” says Thomas. “However, when it comes to news there are a lot of third-party payer sites, where advertising provides the revenues. This allows people to read several media sources for free, and if one source is not free then it is bound to lose readership unless its content is highly distinctive. As a consumer, why should one pay for news content when nearly the same news content can be read for free?”

Je kunt natuurlijk mensen de keuze bieden: of gratis met advertenties, of betaald zonder. En dan wordt de discussie over advertentieblokkers ineens weer heel relevant. Zo’n ding gebruiken is dan geen diefstal maar mogelijk wel contractbreuk.

Via Digitaal Inlichtingenwerk Zeeuwse Bibliotheek, dat als prachtige afsluiter nog opmerkt:

Alle pulp, onzin en leugens bewegen zich vrij over het web. Maar zij, de brokjes gedegen informatie, bevinden zich achter slot en grendel en zien met lede ogen aan hoe de onbetrouwbare broeders de wereld veroveren en in de hoofden van de mensheid kruipen. Alleen omdat zij wel vrij zijn.

Dat is oneerlijk. Informatie verdient geen ketens. Informatie wil vrij zijn.

Arnoud

Niet-commercieel volgens de Buma (via TLC)

Wat is commercieel? Olivier Oosterbaan, die iets rustiger blogt dan ik, analyseert een tot nu toe relatief onderbelicht stukje van de Buma/Creative Commons pilot:

I would like to highlight one particular part of the Buma/Stemra CC pilot, and that is the attention to detail in defining what is non-commercial for the purposes of the pilot. In short, non-commercial is not a use for which you would normally expect to get paid. Or, non-commercial is not where Buma/Stemra would normally collect royalties or levies.

Intrigerend: commercieel is datgene waar de Buma geld voor zou willen krijgen. Dat is een erg brede definitie, die volgens mij niet helemaal past bij de manier waarop CC-werken vaak gratis worden hergebruikt. De BUMA vindt bijvoorbeeld ook dat 10 seconden muziek op je persoonlijke homepage een licentie vereist:

Moeten enkele seconden muziekgebruik in een productie worden aangemeld bij Stemra?
Ja. Alle gebruik van muziek moet in verband met het auteursrecht erop aan Stemra gemeld, ongeacht tijdsduur.

Toch zou 10 seconden muziek van een Creative Commons-werk met een “Non-Commercial” beperking geen enkel probleem moeten zijn.

Oosterbaan schreef al eerder over (non)-commercieel gebruik van Creative Commons.

Arnoud

The Jem Report: The real heart of the GPLv3 rift

Alweer een zeer juiste observatie over GPL versie 3 in The Jem Report:

With events like Eben Moglen’s bizarre tirade against Tim O’Reilly, the FSF leadership (even though Moglen is no longer officially a leader, he still acts as a spokesperson) is appearing more like a group of religious extremists, and less like programmers intent on creating free replacements for proprietary programs. The FSF’s focus is increasingly to protest, boycott, censure, and exclude all things it does not find morally agreeable. By contrast, it is the open source community that is doing all the real work — the coding, the documentation requesting, and the reverse-engineering. The rift is forming primarily between the people who do the talking, and the people who do the actual software development. This has come to mean a rift between free software, which for all its bluster and bombast has failed miserably to produce a complete GNU operating system; and open source, which has produced many financially and/or technologically successful operating systems over virtually the same period of time.

Inderdaad. Open source is een ontwikkelmodel. Vrije software is een sociale beweging.

Alleen die laatste opmerking over “complete GNU operating system” is niet helemaal terecht. De Hurd kan na vijftien jaar ontwikkelen echt wel opstarten. Die oude grap

Q: What’s the difference between GNU and Linux?
A: Linux has a kernel that boots.

is dus echt achterhaald.

Lees verder in The real heart of the GPLv3 rift.

Arnoud

I AMbtenaar vs I AMsterdam – Auteursrecht en merkenconflict (2)

Weet u nog, de ambtenaar van I Ambtenaar die ruzie kreeg met Amsterdam vanwege hun merk I Amsterdam? In juli schreef ik dat de twee plaatjes wel erg veel op elkaar leken. Op Rechtenforum meldt Maarten ter Horst dat hij een nieuw ambtenaren-logo heeft, met goedkeuring van de gemeente Amsterdam:

Citaat uit brief gemeente Amsterdam aan Ambtenaar

Mochten er nog ambtenaren meelezen, hier is een grotere versie van het definitieve logo:

Voor meer informatie zie Goedkeuring logo op de Ambtenaren-hyves.

Arnoud

Wie heeft het auteursrecht op een werk? (2)

Ik kom nog even terug op één onderdeel van mijn post van gisteren over wie het auteursrecht heeft op een werk.

Wie een arbeidsovereenkomst met een bedrijf met als deel van zijn taakomschrijving het “vervaardigen van bepaalde werken”, heeft geen auteursrecht op die bepaalde werken. Dat ligt dan bij de werkgever, het bedrijf dus.

Geldt dit ook voor een freelancer? Nee. Een freelancer heeft wat heet een “overeenkomst van opdracht” met de opdrachtgever. Die speciale regelingen over auteursrecht bij de werkgever gelden alleen als er arbeidsovereenkomsten zijn.

Bij allebei soorten overeenkomst is er een instructie (je moet iets doen) en een vergoeding (je krijgt daar geld voor). Het verschil is, bij de freelancer is geen gezagsverhouding en bij de werknemer wel. De werkgever kan allerlei instructies geven en de werknemer heeft die maar op te volgen. Bijvoorbeeld dat je van 9 tot 5 aan je bureau moet zitten typen. De freelander beslist in principe zelf wanneer hij de opdracht uitvoert, zolang hij deze maar op de afgesproken datum af heeft.

Deze regels komen niet direct uit de auteurswet, maar uit het arbeidsrecht. Je moet dus via de ‘gewone’ regels van het arbeidsrecht kijken of er een dienstverband is, en daarna pas of het werk dat de werknemer gemaakt heeft valt onder de “bepaalde werken” van artikel 7 van de auteurswet.

Arnoud

Wie heeft het auteursrecht op een werk?

Een vraag van een lezer:

Ik ben als freelancer ingehuurd om een tekst te schrijven voor een website. Dat heb ik gedaan, en ik ben er ook netjes voor betaald. Nu zie ik dat de opdrachtgever die tekst ook gebruikt heeft in zijn folders, hij heeft nooit gezegd dat hij dat wilde doen. Ik heb hem daarop aangesproken, en toen zei hij dat dat mocht omdat hij het copyright had “want hij had voor de tekst betaald.” Maar ik heb het geschreven, dan zijn de auteursrechten toch van mij?

Uitgangspunt is dat wie een werk maakt, daarop het auteursrecht heeft. De schrijver heeft auteursrecht op de tekst, de fotograaf op de foto en de beeldhouwer op het standbeeld. Het gaat er niet om wie betaalt of wie opdracht gaf: wie maakt, heeft de rechten.

Nu is dit een wettelijke regel, en dus zijn er uitzonderingen.

De eerste is het dienstverband. Wie een arbeidsovereenkomst met een bedrijf met als deel van zijn taakomschrijving het “vervaardigen van bepaalde werken”, heeft geen auteursrecht op die bepaalde werken. Dat ligt dan bij de werkgever, het bedrijf dus. Een journalist in dienst bij de krant kan geen auteursrecht claimen op zijn artikelen, net zo min als de programmeur die de software voor de website maakt. Maar de portier die onder werktijd een boek schrijft, heeft daar zelf het auteursrecht op want daar was hij niet voor aangenomen.

Als de werkgever de werknemer specifiek vraagt om een bepaald werk te maken, dan komt het auteursrecht ook toe aan de werkgever. Zelfs als het niet tot de taak van die werknemer hoort om dat soort werken te maken. Vraagt de directeur aan de koffiejuffrouw om even een leuke foto van de afdeling te maken, dan is die foto van het bedrijf. Zelfs als ze die met haar eigen toestel maakt.

Een andere is de leiding en opdracht. In de wet staat dat als een werk gemaakt is “naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht”, dat dan die ander de rechthebbende is. Dat gaat niet over opdrachtgevers zoals van de freelancer uit de vraag. Dit artikel is bedoeld voor bijvoorbeeld architecten, die auteursrecht hebben op de huizen die ze ontwerpen ook al worden die feitelijk door anderen gebouwd. Of een auteur die een bandje volspreekt en het door een assistent laat uittypen, al dan niet met meteen een redactionele slag er overheen.

De freelancer is geen werknemer en dus zelf rechthebbende op wat hij maakt. Ook als hij betaald wordt door de opdrachtgever. Ook als de opdrachtgever expliciet omschrijft wat hij wil hebben. De enige manier om dat te veranderen, is door contractueel te regelen bij wie de rechten liggen.

Natuurlijk heeft de opdrachtgever wel het recht om het werk te gebruiken voor het doel waarvoor hij het liet maken. De tekst voor de website mag dus op de website worden geëxploiteerd. Maar die tekst mag niet zomaar in papieren folders worden afgedrukt.

Voor al deze regels geldt dat je hier via een contract van kunt afwijken. De werknemer kan in de arbeidsovereenkomst (of een aanvullende afspraak) vastleggen dat bepaalde werken van hemzelf zijn, en de freelancer kan in het inhuurcontract zijn copyrights juist afstaan. Dat mag allemaal, maar leg het wel schriftelijk vast.

Lees meer in Spoedcursus auteursrecht: Eigendom van een beschermd werk en Wie is de maker van een auteursrechtelijk beschermd werk?.

Arnoud