NSFW als handelsmerk

Leest u deze blog ook op het werk? Ik doe mijn best educatief verantwoord te zijn, dus ik ga er vanuit dat dat geen probleem is. (Als dat wel zo is, wil ik graag weten wat voor werk u doet) Mijn links zijn in ieder geval zelden tot nooit Not Safe For Work, zoals dat zo mooi heet.

Eigenlijk zou ik Not Safe For Work® moeten schrijven, want de bedenker van deze term heeft onlangs een merkaanvraag ingediend voor deze kreet, en wel voor

Entertainment Services namely providing a website featuring photographic, audio, video and prose presentations featuring comedic captions regarding current events and online discussions and/or reviews of web materials of an adult nature; Entertainment services, namely, providing a web site featuring musical performances, musical videos, related film clips, photographs, and other multimedia materials; Entertainment services, namely, providing on-line reviews of photogrpahs and /or web postings of an adult nature

Naar goed gebruik was iedereen, van Slashdot tot Ars Technica daar erg boos over. En dat was nou net de bedoeling.

Want wat meldde Fark zelf op maandagavond:

1) Yes, we applied for it.
2) Can’t comment on the prank angle other than “stay tuned.”
3) Muhahaha.

Arnoud

De eisen voor inbreuk op auteursrecht

Een lezersvraag over het bewijzen van inbreuk op auteursrecht:

In hoeverre wordt geacht dat teksten hetzelfde kunnen zijn? Ik bedoel, het kan voorkomen dat er een paar regels zijn in een artikel die exact hetzelfde zijn als in een ander artikel. Is dit inbreuk op auteursrecht?

Dat twee dingen lijken, is niet genoeg. Er is pas sprake van inbreuk op auteursrecht wanneer er creatieve stukken ontleend zijn aan het origineel. Eerst moet dus worden vastgesteld welke van de twee op elkaar lijkende werken het oudste is. Vervolgens wordt gekeken welke stukken daarvan ook terug te vinden zijn in het jongste werk. Daarna is de vraag of die stukken ‘creatief’ zijn. Een zakelijke zin zoals “Peter is 32 jaar” is niet creatief, en als twee artikelen diezelfde zin bevatten, is dat nog geen inbreuk.

Als dit kan worden aangetoond, is er meestal sprake van inbreuk door het jongste werk. De maker daarvan kan echter nog bewijs leveren dat hij niet ontleend heeft, maar het zelf heeft gemaakt en dat de gelijkenis toeval is. Twee foto’s van het Paleis op de Dam in Amsterdam zullen veel op elkaar lijken maar kunnen best onafhankelijk gemaakt zijn.

Een mooi voorbeeld is het al wat oudere Barbie/Sindy-arrest.

Barbie versus Sindy

De Barbie-pop (links) is auteursrechtelijk beschermd. De Sindy-pop (rechts) leek er wel erg veel op. De makers daarvan moesten toen proberen te bewijzen dat hun pop toch echt geheel zonder kennis van de Barbie gemaakt was.

Arnoud

India wil arrestatie directeur Nederlandse provider

Afgelopen zaterdag heeft de rechtbank van Bangalore in India opdracht gegeven de directeur van de Nederlandse internetprovider Antenna te arresteren omdat hij aanwezig moet zijn bij een rechtszaak wegens smaad, meldt Tweakers.

Het gaat hier over de vermeend smadelijke uitlatingen van de actiegroepen Schone Kleren Kampagne (SKK) en de Landelijke India Werkgroep. Antenna is hun internetprovider. Eerder werd gemeld dat ook XS4All betrokken was, maar de aanklacht tegen XS4All heeft men laten vallen.

In de comments reageert directeur Polman van Antenna:

Wij vinden het natuurlijk van den gekke dat je hier in Nederland als Nederlandse provider werkend voor een Nederlandse organisatie voor wie je een website host gedaagd wordt in India voor smaad. En nu internationaal vervolgd gaat worden en feitelijk in Nederland als Nederlander bent “opgesloten” . Justitie heeft ons gewaarschuwd voor de gevolgen van een arrestatiebevel in andere landen ook binnen Europa.

Oorspronkelijk betrof de aanklacht behalve smaad ook xenofobie, racisme en criminele samenzwering, omdat daar verdragen voor zijn om ons te kunnen laten uitleveren. Het gaat hier om het Europese verdrag tegen Cybercrime en het VN verdrag tegen georganiseerde misdaad. Beide verdragen bleken echter niet van toepassing omdat India deze verdragen nog niet had ondertekend. Indien dit wel was geweest zo werd ons verzekerd waren we al gearresteerd.

Hij legt ook nog uit dat er wel degelijk een uitleveringsverdrag is met India. Het gaat om een verdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk uit 1898 (!), dat in 1971 tussen India en Nederland van toepassing is verklaard (Tractatenblad 1971, 198 -met dank aan Danny Mekic’). Wie weet waar het staat: ik hoor het graag!

Zie ook de discussie bij ISPam.

UPDATE: (29 januari 2008) alle aanklachten zijn van de baan:

De SKK laat dinsdag weten dat de partijen ingestemd hebben met de komst van een ombudsman die klachten van werknemers gaat toetsen. Over de precieze invulling van zijn taak wordt binnenkort overlegd. Een commissie met onder anderen Lubbers zal de voortgang in de gaten houden.

Arnoud

Koppelverkoop van iPhones, mag dat?

Eind november verplichtte een Duitse rechtbank T-Mobile om in Duitsland de iPhone ook los te verkopen. Voor 999 euro weliswaar, maar toch. In hoger beroep werd deze beslissing teruggedraaid. In Nederland is het nog maar de vraag of zo’n verbod er zou komen.

Inderdaad, dit is koppelverkoop. Maar koppelverkoop is bij ons gewoon toegestaan. De logica daarachter is dat je gewoon met de verkoper kunt onderhandelen over ontkoppelen tegen een lagere prijs, of dat je naar een andere verkoper kunt gaan die niet aan de koppelverkoop doet.

Heeft de verkoper een (bijna)monopolie, dan gaat die redenering natuurlijk niet op. Vandaar dat koppelverkoop dan wel verboden is. Dat is dan misbruik van een economische machtspositie.

T-Mobile, die in Nederland de iPhone zal gaan verkopen, heeft echter absoluut geen machtspositie op de markt voor mobiele telefonie. Een abonnement op die dienst koppelen aan koop van een iPhone is dan dus geen misbruik.

Slimmeriken redeneren andersom: T-Mobile heeft vanwege haar exclusieve contract met Apple wel een monopolie op verkoop van de iPhone. Zij koppelt die dan aan een abonnement, en dat is misbruik van dat monopolie.

Die redenering gaat echter alleen op als de iPhone een afzonderlijke markt is. Een monopolie op een product is wat anders dan een machtspositie in de markt voor dat soort producten. Natuurlijk is het een uniek ding, maar er zijn genoeg andere smartphones die in ieder geval qua functionaliteit in de buurt komen. En in de markt voor smartphones heeft T-Mobile geen machtspositie.

Arnoud

Waarom Google alles gratis weggeeft

Om alvast maar in de sinterklaassfeer te komen. Binnen tien jaar nadat het bedrijf opgericht werd, zit Google op een jaaromzet van meer dan tien miljard dollar. En zowat al hun diensten geven ze nog gratis weg ook. Hoe doen ze dat toch?

Advertenties, inderdaad. Maar niet iedereen die alles gratis weggeeft met een advertentie er op, haalt tien miljard binnen. Er moet dus iets bijzonders zijn aan de manier waarop Google dat doet. Nicholas Carr schreef een artikel over dit Google enigma.

Het sleutelwoord is complementair. Complementaire zaken zijn dingen die de klant nodig heeft bij je core business. Verkoop je hot dogs, dan zijn mosterd en ketchup complementair. Maak je televisies, dan zijn besturingssystemen complementair. Onderdeel van je innovatiestrategie moet zijn er voor te zorgen dat complementaire zaken zo goedkoop mogelijk beschikbaar komen. Daarom gebruiken zo veel bedrijven open source bijvoorbeeld.

In Google’s geval zijn advertenties uiteraard de core business. Of beter gezegd, de beste advertentie bij de zoekresultaten of andere diensten. Al die diensten zijn dan complementair. En wat is nu het mooie voor Google?

Because the marginal cost of producing and distributing a new copy of a purely digital product is close to zero, Google not only has the desire to give away informational products; it has the economic leeway to actually do it. Those two facts — the vast breadth of Google’s complements, and the company’s ability to push the price of those complements toward zero — set the company apart from other firms. Google faces far less risk in product development than the usual business does. It routinely introduces half-finished products and services as online “betas” because it knows that, even if the offerings fail to win a big share of the market, they will still tend to produce attractive returns by generating advertising revenue and producing valuable data on customer behavior. For most companies, a failed launch of a new product is very costly. For Google, in general, it’s not. Failure is cheap.

Lees verder in The Google Enigma.

Mocht u wat cynischer van aard zijn, dan is Fake Steve’s Blindfolded Basketball analyse van Google’s bedrijfsmodellen wellicht interessanter.

Arnoud

Briefgeheim voor privéberichten bij forums

De meeste forumsoftware heeft de mogelijkheid ingebouwd om deelnemers elkaar privéberichten (pb’s) te laten sturen. Alleen de ontvanger kan die dan lezen – en de beheerder natuurlijk, want de beheerder kan alles. Maar mag dat wel, zo vroeg een lezer van deze blog me onlangs.

Ik zou zeggen van niet, tenzij de beheerder een dringende reden heeft die te maken heeft met de goede werking van het forum. Het heet niet voor niets privébericht: mensen verwachten dat de inhoud daarvan privé is en blijft. En dan hebben zij er recht op dat de beheerder uit het bericht blijft.

Een dringende reden kan bijvoorbeeld zijn dat iemands inbox verstopt is, dat de beheerder een bevel van justitie kreeg om de inhoud van een pb af te geven of dat de virusscanner aangaf dat er een probleem was met een bericht.

Er is geen briefgeheim voor e-mail, en dus ook niet voor privéberichten op forums. Maar specifiek voor beheerders (administrators) zijn er wel regels over geheimhouding van privé communicatie van gebruikers.

Medewerkers van bedrijven die een telecommunicatiedienst (“dienst die geheel of gedeeltelijk bestaat in het overbrengen van signalen via een elektronisch communicatienetwerk”) aanbieden, zijn strafbaar als ze kennisnemen van de inhoud van die overgebrachte communicatie. artikel 273d Wetboek van Strafrecht. Afhankelijk van hoe je de definities leest is goed verdedigbaar dat de beheerder van een forum daar ook onder valt.

Je zou als beheerder in je forumreglement kunnen aangeven dat alle berichten, ook pb’s, gelezen worden. Dan wordt het een ander verhaal. Als je weet dat alles gelezen zal worden, heb je geen privacy. Maar dat moet dan wel heel expliciet vermeld worden, ik zou zelfs zeggen bij het scherm waar je de pb’s schrijft.

Arnoud

Vergelijkende reclame: mag dat, dat Datzo?

Nou kijk ik geen reclame, maar dankzij Arjan kwam ik toch deze advertenties tegen (op Geenstijl, of all places):

datzonu.png

Het gaat hier om een guerilla-marketingactie van nieuwe verzekeraar Ditzo. Via deze speelse vorm van vergelijkende reclame wil men snel aandacht krijgen, en dat lukt nog ook. Maar is dat geen merkinbreuk?

Vergelijkende reclame is in Nederland toegestaan. Artikel 6:194a BW zegt dat het noemen van een concurrent, en het vergelijken van producten of diensten met die van de concurrent mag, maar wel onder bepaalde voorwaarden. Kort gezegd moet de vergelijking eerlijk, objectief en niet misleidend zijn. Ook mag je geen verwarring stichten over van wie de reclame afkomstig is.

Nu zou je kunnen denken, ach het is een parodie en die mogen toch? Niet bij reclame. Want een parodie moet primair als grap bedoeld zijn en geen (direct) commercieel motief hebben. In de zaak hiernaast was volgens Beemsterkaas sprake van een parodie op de Melkunie-campagne met Peer “Nog zo gezegd: geen bommetje!” Mancini, en je concurrent komt met de advertentie uit de linkermarge, dan sta je mooi te kijk. Die concurrent profiteert van de herkenbaarheid van jouw reclame, dus van jouw reclame-investeringen, om zo gemakkelijk te scoren. Ook al komen ze, heel grappig, met een disclaimer aan het begin: “Nee nee, ik ben een broer!” (via Reclameblog. Die Beemsterkaas-reclame werd dan ook verboden (foto via IEPT).

In een andere zaak was gebruik van een lookalike van Katja Schuurmans geen geoorloofde parodie op de Gouden Gids reclame. Een parodie kenmerkt zich door het ontbreken van concurrentiemotieven en het ontbreken van verwarringsgevaar, aldus het vonnis. Ook liftte de concurrent mee op de bekendheid en de goodwill van Gouden Gids, door gebruik te maken van een advertentie die zozeer gelijkend is aan de omslag van Gouden Gids. En ook dat mag niet.

Ditzo/Datzo komt daar natuurlijk wel heel dicht bij in de buurt. Ze zetten al haar concurrenten op de Datzo-site neer als duur, ondoorzichtig en complex, en dat kan best eens als oneerlijke reclame gezien worden. Hoewel ik de disclaimer voor de disclaimer wel hilarisch vond, maar dat terzijde. Er staan alleen geen directe vergelijkingen op de site, en ook worden er geen concurrenten met naam genoemd. Je moet zelf weten dat dit bewerkingen van de logo’s van van Centraal Beheer en OHRA zijn. Dus zo uitgemaakt als deze twee zaken is het niet.

Maar, zoals Molblog schrijft, is er een veel betere manier om dit soort ongein aan te pakken dan een rechtszaak:

Zo zag Ohra de bui blijkbaar al een tijdje hangen en hebben ze snel dit-zo.nl geregistreerd. Om daar vervolgens een gephotoshopte afbeelding van een Datzo abri op te plaatsen (leuk detail: de abri op de desbetreffende foto staat voor het kantoor van Ohra in Arnhem). Puntje voor Datzo.

Datzo gephotoshopt door Ohra (foto: Molblog)<br/> Foto: Molblog

Meer parodierende reclames bij JMTC Merkenbureau.

UPDATE (2 december) en als je er op let, zie je ineens overal reclame, nu ook de antireclame van de geparodieerden:

googledatzo.png

Arnoud

De blogpost als column en de grenzen van de meningsuiting

Blogger Peter Breedveld moet Vodafone een schadevergoeding betalen vanwege uitlatingen op zijn site Frontaal Naakt. Breedveld maakte zich daar erg kwaad over de slechte dienstverlening die hij van Vodafone kreeg, en noemde de medewerkster in kwestie met naam en toenaam. En dat laatste kwam hem op een schadevergoeding van 500 euro te staan.

De rechter stelt in het vonnis een weblog gelijk aan een column. In columns is het prima om een ongezouten mening te geven en een situatie eens flink te overdrijven om je punt te maken. En dat geldt zeker als het gaat om misstanden aan de kaak stellen, zoals de vaak berucht slechte behandeling door callcenters.

Maatschappelijke misstanden, meer of minder ernstig, moeten in beginsel in de openbaarheid kunnen worden gebracht. Het gaat hier om het fundamentele recht van de vrijheid van meningsuiting. Dat recht is echter niet absoluut. Het vindt zijn grens waar rechten en belangen van anderen, bijvoorbeeld het recht op recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zwaarder wegen. Of dat laatste het geval is moet aan de hand van de omstandigheden van het geval beoordeeld worden.

In de omstandigheden van dit geval wogen volgens de rechter zwaar dat Breedveld de medewerkster vele malen met naam en toenaam noemde. Daarbij ging het hem er om om haar zodanig neer te zetten dat toekomstige werkgevers dat gegarandeerd zouden moeten vinden – en vanwege de overtrokken beschuldigingen niet zouden huren. En dat maakte het onrechtmatig:

Waar het vandaag de dag gebruikelijk is om, wanneer men iets van iemand wil weten (bijvoorbeeld bij sollicitaties), op de betreffende naam te ‘googlen’, is het waarschijnlijk dat [eiseres sub 2] hierdoor aanzienlijke reputatieschade heeft opgelopen.

Arnoud

Gaspedaal.nl mag Autotrack.nl blijven doorzoeken

Alweer een zoekmachine vrijgesproken. Dit keer eens geen huizenzoekmachines maar een autozoekmachine: Gaspedaal.nl. Via deze zoekmachine kun je aan de hand van dingen als merk, kilometerstand, bouwjaar, prijs en postcode zoeken in een aantal sites met aangeboden tweedehands auto’s. Dat vond Wegener, de beheerder van die sites, geen leuk idee want zij hadden ruim 1,9 miljoen Euro gestoken in die sites. Door Gaspedaal liep men zo een deel van de gehoopte advertentie-inkomsten mis.

Trouwe lezers van deze blog herinneren zich ongetwijfeld nog de Jaap-zaak uit augustus van dit jaar, en de heel trouwe lezers ook nog het Zoekallehuizen-arrest uit 2006. Beide huizenzoekmachines opereerden ongeveer op dezelfde manier als Gaspedaal. En in beide gevallen riep de eigenaar van de doorzochte sites hun databankenrecht in om dit tegen te gaan.

Bij de huizenzoekmachines ging dat niet op, omdat je voor een databankrecht een substantiële investering in de databank moet doen. En makelaars investeren niet in een databank, die databank is een bijproduct en dus niet beschermd.

Wegener’s investering van 1,9 miljoen was echter wel substantieel en dus had zij een databankenrecht op haar autodatabank. De site van Gaspedaal.nl vraagt, zoals dat juridisch zo mooi heet, “herhaald of systematisch niet-substantiële gedeelten van de databank op”. Als dat ongerechtvaardigde schade toebrengt aan Wegener, pleegt Gaspedaal inbreuk op het databankenrecht.

Maar nee:

Er kan dan ook in dit geding niet op voorhand van worden uitgegaan dat het aantal bezoekers van AutoTrack.nl als gevolg van het op de markt komen van Gaspedaal.nl zal teruglopen. Dit betekent dat evenmin kan worden aangenomen dat – als Wegener stelt en Innoweb betwist – vanwege de terugloop van het aantal bezoekers van AutoTrack.nl de occasionbedrijven hun abonnementen bij Wegener zullen opzeggen en dat daardoor een terugloop van de inkomsten van Wegener te verwachten is.

Wegener had nog één laatste redmiddel. Net als bij Jaap neemt Gaspedaal stukjes tekst en fotootjes over van onder andere Autotrack. Dus net als bij Jaap werd de geschriftenbescherming in stelling gebracht. En net als bij Jaap haalde dat niets uit. Gaspedaal kopieert niet simpelweg de gegevens, maar selecteert de volgens haar belangrijkste en presenteert deze op haar eigen manier. En alleen als je (vrijwel) integraal alles klakkeloos overneemt, kun je inbreuk op deze bescherming plegen.

Kortom, niets onrechtmatigs aan deze zoekmachine.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9 en SOLV.

Arnoud

De rol van de provider bij geschillen met diens klanten

De rol van de internetprovider bij onrechtmatig handelen van klanten blijft een lastig probleem. De wet eist alleen dat providers materiaal blokkeren als dat onrechtmatig of inbreukmakend blijkt te zijn. In de jurisprudentie is een eis van het afgeven van persoonsgegevens ingevoerd. Volgens het Lycos/Pessers-arrest moeten providers hun klanten identificeren wanneer er mogelijk sprake was van onrechtmatig gedrag en er geen andere manier was om de klant op te sporen. Dat gaf al snel problemen bij providers. Nu speelt bijvoorbeeld de afgeleide vraag of providers hun klanten moeten kúnnen identificeren. Mag je dan nog wel anoniem zijn op internet?

Of deze verplichting eigenlijk wel past binnen de Europese wetten, is een open vraag. Het Europese Hof van Justitie zit nog te dubben, maar de conclusie van de advocaat-generaal was duidelijk: dat mag niet. Afgeven van persoonsgegevens mag alleen met een grondslag in de wet, en die is er niet. Jurisprudentie en de “maatschappelijke zorgvuldigheid” is geen wet.

Maar hoe moet het dan wel? Advocaat Remy Chavannes publiceerde een nieuwe aanpak in het Nederlands Juristenblad: de John Doe-procedure, Nederlandse stijl (de Nomen Nescio (NN)-procedure dus eigenlijk).

In de VS is het mogelijk om iemand voor de rechter te dagen als je nog niet weet hoe die persoon heet of waar hij woont. In Nederland heb je minstens een naam en liefst eigenlijk ook een woonadres nodig.

Hoe zou de procedure volgens Chavannes bij ons gaan werken?

De eiser dagvaardt de anonieme klant, met een zo duidelijk mogelijke omschrijving. ‘De houder op 15 mei 2006 van het e-mail adres xyz@example.com’ zou bijvoorbeeld genoeg moeten zijn. Die dagvaarding moet dan in een landelijk dagblad gepubliceerd worden, en op alle beschikbare elektronische middelen naar de anonymous in kwestie gestuurd worden. In dit geval dus een mailtje aan xyz@example.com.

Eventueel zou de provider de plicht kunnen krijgen om als een soort van postbus op te treden, en de dagvaarding door te sturen aan de klant.

Vervolgens blijft de klant anoniem in de rechtszaak. Hij kan bijvoorbeeld zijn advocaat machtigen en zelf thuisblijven. De advocaat heeft dan een zwijgplicht over de identiteit van de gedaagde. Als extra zekerheid kan eventueel naam en adres bij de rechtbank onder zegel worden gedeponeerd.

In deze rechtszaak wordt dan eerst uitgevochten of de klant bekendgemaakt moet worden. Daarbij kan de klant bijvoorbeeld aantonen dat hij een klokkenluider is en dus een gerechtvaardigde angst voor represailles heeft. Als de rechter vindt dat de gegevens toch bekend moeten worden, kan de eiser met dat vonnis naar de provider en de gegevens opeisen. Dat zal dan met name belangrijk zijn om schade te verhalen op de boedel van de gedaagde.

Chavannes verwijst nog naar het 286 pagina’s dikke proefschrift van Anton Ekker over anoniem communiceren, waarin deze ook een voorstel doet voor een John Doe-achtige verzoekschriftprocedure.

Het grootste nadeel bij beide voorstellen dat ik zie, is dat de provider partij wordt bij het dispuut. Al was het maar vanwege zijn rol als postbus. Hoe hard moet de provider zijn best doen om de correspondentie tussen klant en eiser aan te laten komen? Wat gebeurt er als hij een brief van een partij kwijtmaakt? Wordt hij dan aansprakelijk voor de door die partij verloren procedure?

Een alternatief dat ik persoonlijk interessanter vind, is de provider een bindend advies laten inwinnen bij een onafhankelijke commissie. Deze kent dan de specifieke situatie waarin providers zich bevinden, en kan vanwege haar expertise snel tot een oordeel komen. De provider verplicht zich het advies van die commissie uit te voeren. Daarmee hoeft zij zelf niet langer juridische expertise op dit gebied op te bouwen, iets wat met name voor kleine providers een probleem is.

Arnoud