112.nl blijft ook in hoger beroep bij de Staat

112Vorige week besliste het Gerechtshof Amsterdam dat de domeinnaam www.112.nl bij de Staat mag blijven. Bram Heerink had deze domeinnaam lang geleden geregistreerd, maar vorig jaar had de Staat ineens bedacht dat zij een zwaarwegend belang hadden bij deze domeinnaam. In mei vorig jaar moest Heerink de domeinnaam afstaan aan de Staat. Dat vonnis is nu in hoger beroep bekrachtigd. Het is nog onduidelijk of het ministerie 112.nl in de toekomst gaat gebruiken, aldus Nu.nl.

Het Hof lijkt hier terug te gaan naar wat Hugenholtz de Utrechtse belangenafweging noemt: de eigenaar heeft slechts een gering belang bij de domeinnaam en de eisende partij juist een groot belang, dus de domeinnaam moet worden afgestaan (Passies/Gaos).

Een vordering toekennen puur op basis van deze belangenafweging zou niet snel moeten lukken. Er moet allereerst iets onrechtmatigs zijn gebeurd. Pas daarna kan eventueel worden besloten om een recht naar een ander over te laten gaan. Het Hof grijpt dan ook naar de al eerder bepleite figuur van ‘misbruik van bevoegdheid’ (art. 3:13 BW). Wie misbruik maakt van eigendoms- of andere rechten, kan teruggefloten worden. In het “Watertoren-arrest” uit 1936 werd bijvoorbeeld een man verboden een grote, niet-functionele watertoren te bouwen om daarmee zijn buurman dwars te zitten. Maar misbruik van bevoegdheid is wel zeer uitzonderlijk, en ik vind dat het Hof al te snel aanneemt dat Heerink misbruik maakte van de mogelijkheid www.112.nl te registreren.

De motivatie lijkt neer te komen op het feit dat Heerink geen belang had opgegeven om de domeinnaam te mogen gebruiken. Daar tegenover staat een zwaarwegend belang van de Staat om 112.nl te kunnen beheren, want “het publiek [zal] geneigd zijn de domeinnaam www.112.nl te associëren met een website van de Staat.” Het is mij niet duidelijk waarom. Zoals Chavannes al eerder opmerkte, wie een ambulance nodig heeft, bezoekt geen overheidswebsite. En wie voorlichting wil, zal de URL gebruiken die in de overheidsspotjes en folders genoemd wordt: sos112.nl (waar 112.nl nu naar doorlinkt, dus zelfs de Staat ziet weinig waarde voor 112.nl).

Maar zelfs als we aannemen dat heel Nederland op www.112.nl de officiële 112-site zou verwachten, dan nog mag dat geen reden zijn om www.112.nl maar over te zetten naar de Staat. Ook niet als de eigenaar er geen plannen mee heeft. Het gaat er immers niet om of de eigenaar er veel of weinig belang bij heeft, maar of deze redelijkerwijs niet deze domeinnaam had mogen claimen. En dat is wel even een strengere eis dan “u doet er niets mee, dus geef maar af”.

Anton Ekker van Solv zegt nog:

Hoewel dit oordeel op zichzelf begrijpelijk is, dient de rechter in domeinnaamzaken mijns inziens terughoudend te zijn met het toewijzen van een vordering tot overdracht op basis van een belangenafweging. De regelgeving met betrekking tot domeinnamen voorziet immers in welomschreven uitzonderingen op het “wie het eerst komt, die het eerst maalt”-beginsel waar de houder zich op beroept. Opvallend is dan ook dat het Hof hier weinig over zegt.

Arnout Veenman hoopt op een gang naar de Hoge Raad door Heerink.

Dat zou geweldig zijn, want zover ik weet heeft de Hoge Raad tot nu toe nog geen uitspraken gedaan in domeinnaam geschillen en die jurisprudentie kunnen we dus goed gebruiken!

Wat vinden jullie? Had Heerink destijds moeten weten dat hij de Staat grote schade zou toebrengen zonder enig eigen nut of noodzaak om www.112.nl te moeten hebben? Of had de Staat gewoon moeten betalen om deze zoveelste slordigheid met domeinnamen recht te zetten?

Arnoud

[Powerpoint zondag] Laat je publiek nadenken

Powerpoint zondag: een serie artikel over hoe je op een effectieve manier van Powerpoint gebruik kunt maken.

Sheets moeten laten zien waar je over praat. Dat betekent niet dat je alleen maar letterlijk mag tonen wat je vertelt. Je kunt je publiek juist beter prikkelen door een sheet te tonen die enig denkwerk vergt. Ik geef veel presentaties over octrooien en uitvindingen. Ik wil daarbij de juridische eis uitleggen dat een uitvinding niet voor de hand mag liggen, met andere woorden dat deze niet triviaal is. Dat onderwerp visualiseer ik zo:

Een andere manier om je publiek te prikkelen is het gebruik van citaten. Een relevant citaat �ver je boodschap is veel krachtiger dan een zin met je boodschap. Het dwingt je publiek om na te denken over waarom het citaat relevant is, en dat helpt ze bij het verwerken van je boodschap. Houd citaten wel kort. Je moet een citaat immers voorlezen, of uit je hoofd opzeggen.

Als je iets wilt laten zien bij het citaat, zorg dan dat de afbeelding relevant is voor het onderwerp van het citaat. Dus als je bijvoorbeeld Einstein?s citaat ?Alles moet zo simpel mogelijk gemaakt worden, maar niet simpeler? wilt gebruiken, laat dan eerder een apparaat met maar ��n knop zien dan Einstein?s hoofd. Of juist een apparaat dat overdreven simpel is:

Doorbreek clich�s. Een clich�beeld zet je publiek niet aan tot nadenken. Sterker nog, het kan storend werken omdat mensen het clich� herkennen en er op afknappen. Het grootste clich� over uitvindingen is natuurlijk de gloeilamp. Zulke presentaties beginnen dan ook altijd met een foto van een gloeilamp. Om dat clich� te doorbreken, begin ik zelf liever met deze afbeelding:

Dit zet mensen aan het denken. Eerst stellen ze zich voor dat iemand probeert met een lucifer zijn gloeilamp aan te steken. Dat roept het beeld op dat een uitvinding iets nieuws is, waar mensen nog helemaal geen verstand van hebben.

Arnoud

Consumenten hebben toch geen geldboom in de tuin? (gastpost)

Veel winkeliers denken dat zij alleen aansprakelijk zijn voor de directe schade aan een ondeugdelijk product wanneer het product niet aan de conformiteitseis voldoet. De gevolgschade (alle andere schade) komt volgens hen voor rekening van de koper. Dat staat namelijk zo in hun algemene voorwaarden. Schade in de vorm van porto-, telefoon- en/of reiskosten wijzen ze dan ook snel van de hand als de consument deze komt reclameren. Dit is heel onrechtvaardig want de consument heeft niet gevraagd om een ondeugdelijk product.

De wetgever heeft de consument hier echter voor behoed door het opnemen van art. 7:24 BW. Dit artikel maakt het onmogelijk voor de winkelier om zijn aansprakelijkheid wettelijk te beperken tot alleen de directe schade. De geschillencommisse Elektro behandelde een geschil over een DVD speler dat dit heel mooi illustreert.

In dit geschil had een consument een DVD speler gekocht, maar na een half jaar bleek dat deze een DVD niet kan afspelen. De winkelier zag zichzelf blijkbaar als een doorgeefluik, want hij weigerde om het product te vervangen. Dit omdat de fabrikant van oordeel was dat het niet aan de DVD speler, maar aan de DVD lag. Als gevolg van de dwarse houding pleegde de consument verschillende telefoontjes en gaat een aantal keer langs voor het halen en brengen van het product. Vervolgens kwam hij bij de geschillencommisse, en die oordeelde:

Conclusie is dan ook dat het gekochte niet de eigenschappen heeft die de consument ervan mocht verwachten en dat de ondernemer gehouden is tot het primair door de consument gevorderde, namelijk kosteloze omruil voor een vervangend apparaat van gelijke kwaliteit, waarop de dvd wel werkt.

Consequentie van deze beslissing is dat ook gevolgschade die de consument hierdoor heeft geleden in de vorm van reiskosten voor het enkele malen halen en brengen van de dvd-speler en een aantal telefoongesprekken door de ondernemer moeten worden vergoed. Gezien de specificatie van de consument bepaalt de commissie die kosten in billijkheid op € 40,–.

Dit gaat op voor veel meer types gevolgschade. Wat dacht je van de wasserette, huurkosten of zelfs die halve werkdag, die je noodzakelijkerwijs moest opnemen, vergoed krijgen?

Echter hoeft de winkelier niet alle gevolgschade te vergoeden. Wanneer het product gebreken bevat die de veiligheid in geding brengen is er spraken van productaansprakelijkheid. In die gevallen is niet de winkelier maar de producent aansprakelijk. Een producent is een persoon die het eindproduct, onderdelen of grondstoffen heeft gemaakt, maar dat is ook een persoon die zijn naam, merk of ander onderscheidingsteken aanbrengt op het product.

Een goed voorbeeld hier van zijn die laptops die bij ontploften bij te heet weer. In een aantal gevallen is het huis afgebrand of is er z’n minst brandschade ontstaan. De winkelier mag je dan door verwijzen naar de fabrikant. Dat wil zeggen tenzij de winkelier dat product verbonden heeft met z’n eigen naam.

Nu weet ik dat er winkelier zullen zijn die bij het lezen van deze tekst een onrechtvaardig gevoel hebben. Immers, zij hebben het product niet gemaakt en sommige zullen aanvoeren dat de consument daarom bij de fabrikant moet reclameren. Dit zou echter een doorgeefluik mentaliteit bevorderen en dat moeten we niet hebben. De wetgever bied de winkelier wel de mogelijkheid om de kosten te verhalen, maar daarover heb ik reeds geschreven in mijn stukje ‘Calimero en het consumentenrecht’.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

Proceskostenvergoedingen IE-zaken beperkt

proceskostenvergoedingRechtszaken over auteursrecht en andere intellectuele eigendomsrechten (IE) wijken op één punt af van andere rechtszaken. Bij IE-zaken moet de verliezende partij de werkelijke en volledige proceskosten van de winnende partij vergoeden. Bij andere zaken geldt normaal dat je alleen de “forfaitaire proceskosten” (liquidatietarief) vergoed krijgt. Deze uitzondering is ingevoerd op grond van de Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG.

Een probleem bij deze regeling is dat hij tot excessen kan leiden. Wie de duurste advocaat inhuurt, kan dreigen met een torenhoge proceskostenvergoeding (denk enkele tienduizenden euro’s) naast de schadevergoeding. Een enkele keer grijpt de rechter nog in door het bedrag te matigen, maar de trend was toch wel om gevraagde vergoedingen toe te kennen.

Per 1 augustus zal daar verandering in komen. De rechtbanken en de Orde van Advocaten hebben in onderling overleg indicatieve maximumtarieven opgesteld voor proceskosten. Zo zou een eenvoudig kort geding nog ‘maar’ 6.000 euro mogen kosten, en een redelijk complexe bodemzaak niet meer dan 25.000 euro. Een bedrag van 40.000 euro zou dus in principe tot het verleden moeten behoren, hoewel het nog steeds mogelijk is om af te wijken:

De tarieven geven een indicatie van het maximale bedrag aan proceskosten dat door de bank genomen nog als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. Het gaat dus niet om forfaitaire bedragen, maar om een handvat om de redelijkheid van de gemaakte proceskosten te beoordelen. De tarieven staan er niet aan in de weg dat een afwijkend, lager of hoger, bedrag wordt vastgesteld. Verwacht mag worden dat in ieder geval gedetailleerd opgave wordt gedaan van het uurtarief en het aantal gewerkte uren met een concrete omschrijving van de verrichte werkzaamheden. Indien echter aanspraak wordt gemaakt op een hoger bedrag zullen, bij betwisting door de wederpartij, hoge eisen aan de motivering gesteld moeten worden.

Christiaan Alberdingk Thijm van SOLV noemt het een ‘aderlating’ voor de grote advocatenkantoren:

Met name voor de grote kantoren die dikwijls een astronomisch hoog uurtarief hanteren, zal dat een aderlating zijn. Het komt op dit moment regelmatig voor dat de verliezende partij bedragen van € 40.000 moet ophoesten, simpelweg omdat de andere partij een dure advocaat heeft ingeschakeld. Aan die praktijk moet nu een einde komen.

En terecht. Het Nederlands burgerlijk recht is tenslotte gebaseerd op het idee dat mensen elkaars schade moeten vergoeden, maar partijen mogen elkaar geen boetes of dingen die daarop lijken opleggen. Een extreem hoge proceskostenvergoeding eisen voor een kleinschalige inbreuk is absoluut niet de bedoeling.

Arnoud

Niet-bestaande auteursrechten, deel 2 (gastpost)

Sommige mensen, de meeste van hen waarschijnlijk solidaire lezers, vinden dat auteurs verdienen te worden gecompenseerd voor hun arbeid. Over het algemeen wordt dit gezegd in referentie naar concrete, openbaar gemaakte werken, maar de uitspraak is ook dan te breed. Deze mythe is de gevaarlijkste van allemaal, omdat hij zo bijzonder redelijk klinkt. Hij lijkt ook veel op een verklaring die vaak van het auteursrecht wordt gegeven, namelijk dat dat recht bestaat om auteurs een kans te geven geld te verdienen met de distributie van hun werken. Het verschil is razend belangrijk: in het eerste statement krijgt een auteur sowieso geld, ongeacht de hoeveelheid arbeid die hij in een werk stopt én ongeacht de kwaliteit van het werk. De BKR-variant van het auteursrecht, zeg maar. Slechts een werk uitgeven is al genoeg.

Nergens op deze planeet is er iemand die gelooft dat arbeid automatisch recht geeft op beloning. Zou dat wel het geval zijn, zou ik morgen onmiddellijk beginnen met ongevraagde consultancyklussen—tegen het hoge tarief, dat spreekt. Buiten het sprookjesbos van het auteursrecht begrijpt iedereen dat er een overeenkomst moet zijn tussen werknemer en werkgever (of leverancier en opdrachtgever). De beloning is een resultaat van die overeenkomst. [bron]

Andere lezers geloven dat zij het recht hebben bestanden te delen, omdat zij menen dat auteurs al rijk genoeg zijn. Ik vermoed dat dit geloof ironisch genoeg het gevolg is van de hele mythologie is die door voorstanders van een harder auteursrecht rond dat recht werd geweven. Zo is daar het spookbeeld van de arme, hongerende artiest (zie bijvoorbeeld opmerkingen van ene Charlie McCreevy van de Europese Commissie over de op handen zijnde verlenging van bepaalde naburige rechten).

Lezers zijn niet dom: die merken hoeveel geld er in de uitgeverswereld omgaat. En aangezien de McCreevy’s van deze wereld erop blijven hameren dat het geld dat in die wereld omgaat een eerlijke beloning voor auteurs is, kan de lezer nauwelijks anders concluderen dan dat er een continuë stroom kruiwagens met goud op weg is naar de auteurs. Niemand zou een auteursrechtensysteem willen hebben dat voornamelijk uitgevers wat oplevert, dus moeten de voorstanders van een harder auteursrecht (uitgevers) blijven doen alsof er bergen geld naar auteurs gaan.

De praktijk is uiteraard een klein beetje anders. Als een auteur meer dan tien procent ontvangt van de winkelprijs van zijn werken, heeft zijn uitgever het gevoel gefaald te hebben. Dit geldt ook voor werken die elektronisch gedistribueerd worden, ook al zijn de kosten daarvan (50% in het geval van “analoge” verspreiding) vrijwel nihil. Het is ook niet ongebruikelijk een auteur simpelweg niet te betalen voor nieuwe distributiemethodes.

Ten slotte zijn er ook lezers die geloven dat goede werken worden onderdrukt ten faveure van middelmatige werken. Deze mythe is zo hardnekkig, omdat er een kern van waarheid in zit. Zo krijgen populaire rockbands disproportioneel veel geld uit radioheffingen in de VS en de EU. De berekening van de verdeelsleutel heeft hiermee te maken, en ook het feit dat kleinere acts vaak niet weten waar de ruif staat. [bron]

Een interessant voorbeeld: het jaarlijkse budget van de Science Fiction Writers of America wordt grotendeels gehaald uit Zweedse bibliotheekheffingen, die de organisatie voor zijn leden int. Er zijn veel landen waar leners dergelijke heffingen betalen, en het is waarschijnlijk dat niet elke auteur zijn deel krijgt, zeker als die auteur in het buitenland zit. [bron]

Maar net zo waar is dat auteurs weinig geld krijgen, omdat simpelweg veruit de meeste auteurs niet bijzonder goed in hun vak zijn. Een bewijs uit het ongerijmde: de slushpile. Een term uit de uitgeverswereld die slaat op de enorme stapel manuscripten waar een uitgever elk jaar doorheen moet waden om de enkele ruwe diamanten te vinden die hij gaat uitgeven. De meeste auteurs zijn precies zo populair als ze verdienen.

Dit zijn zo wat nieuwe mythen die rond het auteursrecht zweven. Als we ze leren herkennen, kunnen we voorkomen dat ze beleid en wet ten grondslag worden.

Branko Collin is een vrijwilliger van Project Gutenberg, de digitale bibliotheek van boeken die (voor het grootste deel) tot het publiek domein zijn teruggekeerd. Net als de oprichter van het project, Michael Hart, vindt hij dat hij veel minder van het auteursrecht afweet dan zou moeten, en veel meer dan hij wil. Tien jaar geleden vond Branko het document “10 Big Myths about copyright explained” van Brad Templeton briljant, nu achterhaald.

Niet-bestaande auteursrechten (gastpost)

(Definities: lezer = iemand die werken “consumeert”, auteur = iemand die werken “produceert”, uitgever = tussenpersoon voor lezers en auteurs, Britney Spears = een oeuvre waarvan een elitaire snobistische kliek de kwaliteit in twijfel trekt.)

Het auteursrecht geeft je controle over de distributie van werken. Dat is het zo’n beetje. Maar wat auteursrecht is, en wat mensen denken dat auteursrecht is, loopt nogal eens uiteen. Wat zijn zo de moderne mythen over het auteursrecht?

  • alles is eigendom
  • de auteur is de ouder van een werk
  • voordelen van het auteursrecht beperken zich niet tot werken
  • auteurs verdienen te worden gecompenseerd voor hun arbeid
  • auteurs zijn rijke stinkerds
  • goede werken worden onderdrukt ten voordeel van Britney Spears

Op het eerste gezicht lijken sommige van deze mythen elkaar tegen te spreken. Vrees niet: dat doen ze inderdaad! Dit is (nog) niet een taxonomie, slechts een verzameling van de vormen die ik zo op het web tegenkom.

Sommige burgers (hoofdzakelijk advocaten en uitgevers?) geloven dat alles = eigendom. Als zij zien dat mensen werken distribueren, gaat bij hen onmiddellijk het alarm af: aangezien als eigendom is, moet er ergens een eigenaar zijn, en aangezien de distributeur er niet als een traditionele uitgever uitziet, moet de distributie wel illegaal zijn. (De wet helpt hier niet echt: zelfs het stompzinnigste, miniemste werk krijgt automatisch een auteursrecht aangeplakt, en dat duurt dan voor vrijwel altijd. Er was ooit een tijd dat de helft van alle werken publiek domein was.)

Deze mythe ligt mogelijk ten grondslag aan de juridische actie die Science Fiction Writers of America ondernam tegen documentenwebsite Scribd in 2007, toen de eerstgenoemde niet alleen illegaal maar ook legaal aangeboden documenten liet verwijderen. [bron]

De Motion Picture Association of America ging nog een stapje verder. In een rechtszaak tegen filesharers beweerde de MPAA niet met bewijzen te hoeven aankomen, omdat het verzamelen daarvan zo lastig is. Alleen iemand die aanneemt dat iedereen een wetsovertreder is kan zoiets bedenken. [bron]

Toen een Nederlandse rechter kort geleden tot het oordeel kwam dat downloaden uit een illegale bron zelf illegaal is, leidde dat tot brede kritiek onder Nederlandse IE-advocaten. Maar een van hen, Arnout Groen, beweerde: “Het is een gek idee, dat je iets van waarde gratis kunt consumeren”. [bron]

Sommige auteurs hebben sterke ouderlijke gevoelens tegenover hun werken. Zij hebben het gevoel “hun kindje” te moeten “beschermen” door elk soort gebruik waar ze het niet mee eens zijn te verbieden, zoals gebruik dat door de auteurswet als niet-inbreukmakend wordt bestempeld.

Toen het Copyright Office van de VS aan burgers vroeg om mee te denken over het probleem van verweesde werken, reageerde ene Kristie Hubler: “Als mensen toegang hebben tot mijn werk zonder ervoor te betalen, en ze gebruiken het alleen om geld te verdienen, dan is dat alsof ik verkracht word, of als een baby die ik heb gebaard uit mijn armen wordt gerukt, om nooit meer te worden teruggezien.” [bron, PDF]

Openbaar maken betekent letterlijk: aan de openbaarheid prijsgeven. Als je niet een bepaalde mate van zeggenschap over je werken wilt opgeven, moet je je werken niet openbaar maken.

Sommige organisaties menen dat de gigantische voordelen van het auteursrecht automatisch ook op niet-werken van toepassing zijn. Zo gelooft een bepaalde fabrikant van besturingssystemen dat op API’s ook auteursrecht van toepassing is, ook al is een API niet een werk in de zin van de auteurswet. (Een API is een protocol, een interface, dat computerprogramma’s gebruiken om met elkaar te communiceren.)

Om te citeren wat ik eerder elders schreef: “Microsofts licenties voor zijn eigen netwerkprotocollen zijn te beperkend volgens de Europese Unie.” Microsofts wat? Maar inderdaad, dat is precies wat de Amerikaanse softwarefabrikant suggereert: “De […] licentieovereenkomst […] kent aan de licentienemers […] een licentie toe onder Microsofts Europese intellectuele eigendomsrechten ten bate van het correct samenwerken van software met Microsoft-client- en serverbesturingssystemen.” Geen IE-advocaat heeft me ooit kunnen uitleggen wat deze “intellectuele eigendomsrechten” zijn en welke wet Microsoft zou gebruiken om me aan te klagen als ik hun “licentie” overtrad. [bron]

Branko Collin is een vrijwilliger van Project Gutenberg, de digitale bibliotheek van boeken die (voor het grootste deel) tot het publiek domein zijn teruggekeerd. Net als de oprichter van het project, Michael Hart, vindt hij dat hij veel minder van het auteursrecht afweet dan zou moeten, en veel meer dan hij wil. Tien jaar geleden vond Branko het document “10 Big Myths about copyright explained” van Brad Templeton briljant, nu achterhaald.

Het boetebeding bij auteursrecht-claims

Gisteren verscheen in De Nieuwe Reporter ‘Bloggers moeten niet zeuren over blafbrieven’, een mooi overzichtsartikel over de recente perikelen rond bloggers en claims van journalisten en anderen wier werk onterecht zou zijn overgenomen. Ik werd geïnterviewd als “advocaat van de blogger-community”, wat nogal veel eer is (en bovendien ben ik geen advocaat).

Hier wilde ik nog even dieper ingaan op één quote van mij uit het artikel:

“Ik ben geen fan van de manier waarop bedrijfjes als Cozzmoss en Swordstone, maar tot op zekere hoogte ook de NVJ, te werk gaan”, zegt Engelfriet. “Lang niet iedereen is goed op de hoogte van de wettelijke regels. Dat is natuurlijk geen excuus, maar wel een reden om rekening mee te houden als je als rechthebbende iemand aanspreekt. Een blogger die te goeder trouw is en meent een heel artikel als citaat te mogen overnemen, behoort geen sommatie van duizenden euro’s, inclusief een verhoging van driehonderd procent conform de NVJ-tarieven, opgelegd te krijgen in een brief.”

Die 300% verhoging staat in de algemene voorwaarden van de NVJ (en de Fotografenfederatie) als vergoeding die verschuldigd zou zijn bij ongeautoriseerd gebruik. Veel claimers roepen dat dit normaal is en in de jurisprudentie erkend zou zijn. Dat steekt me behoorlijk, want het is simpelweg niet waar.

De rechtspraak staat namelijk juist in overwegende mate afwijzend tegenover constructies als deze, waar een claim wordt gelegd met het karakter van een boete. Ik citeer uit een aantal relevante vonnissen. Update zie ook mijn artikel met samenvatting van meer dan 50 uitspraken Vaststellen van schade bij online auteursrechtinbreuk dat in AMI verscheen in 2012.

In Rb. Maastricht 8 februari 2006, zaaknr. 103834/HA ZA 05-836 (LJN AV2506) oordeelde de rechtbank in r.o. 3.5:

Voor ophoging van [het schadebedrag] met een opslag van 200 %, zoals door Magnovit c.s. met verwijzing naar de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie bepleit, ziet de rechtbank geen grond. Een dergelijke opslag draagt naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete, waarvoor in het onderhavige geval een contractuele noch een wettelijke grondslag bestaat. Bovendien is niet gebleken van bijzondere omstandigheden – wat de plaatsing zonder toestemming betreft – die aanleiding zouden kunnen geven tot een hogere schadebegroting.

Rechtbank ’s-Hertogenbosch 11 januari 2006, zaaknr. 126357 HA ZA 05-1099 (LJN AU9504):

5.12. Voor toekenning van de door [eiser] gevorderde additionele vergoeding van 200% van de gebruikelijke vergoeding overeenkomstig artikel 15 van de Algemene Voorwaarden van de Fotografenfederatie, bestaat geen ruimte. Toepasselijkheid van die voorwaarden is immers niet tussen [eiser] en [gedaagde] overeengekomen en er bestaat evenmin een wettelijke grondslag voor het opleggen van een dergelijke verhoging, die naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete heeft.

En in het standaardwerk Auteursrecht (Kluwer Recht en Praktijk 42) van Spoor/Verkade/Visser staat op pagina 498-499:

Gebruikelijke tarieven of percentages kunnen menigmaal een reëel aanknopingspunt vormen [voor een schatting van de schade]. Zulke tarieven zijn echter weer niet zonder meer gelijk te stellen met eventuele door de eiser gehanteerde tarieflijsten. … Een beroep op deze variant gaat o.i. niet op, voor zover de tarievenlijsten (soms zeer aanzienlijke) verhogingen inhouden voor het geval men het niet vooraf eens geworden was. Het gaat dan immers juist niét om gebruikelijke overeengekomen of overeen te komen tarieven, maar om eenzijdig geproclameerde boetes. Een grondslag voor het hanteren van evenbedoelde “boetes” voor berekening van schadevergoeding treffen wij niet aan in de artikelen 6:96 en 6:97, noch elders in de wet. [cursivering in origineel.]

Als iemand meer bronnen heeft, hoor ik dat graag!

Ook gepubliceerde jurisprudentie waarin deze claims wel overeind bleven, is welkom.

Update (19 juli 2011): Rb. Den Haag over luchtfoto’s:

4.27. Voor toekenning van de door Aerodata gevorderde additionele vergoeding van 300% van haar gebruikelijke vergoeding voor het publiceren zonder toestemming en zonder naamsvermelding zoals volgens haar in de fotografie branche gebruikelijk is, bestaat geen ruimte. Dat een dergelijke richtlijn in de fotografie branche wordt toegepast heeft Aerodata onvoldoende nader onderbouwd en er bestaat evenmin een wettelijke grondslag voor het opleggen van een dergelijke verhoging, die naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete heeft.

En zie ook de Sapph-zaak uit januari van dit jaar.

Update (21 juli 2011): Rb. Dordrecht in een Cozzmoss-zaak:

4.19. De rechtbank neemt voor de begroting van de schade als uitgangspunt dat de kranten tenminste aanspraak hebben op voldoening door BVFP van een redelijke gebruiksvergoeding. … [Echter,] De rechtbank begrijpt uit de stellingen van Cozzmoss dat het gevorderde freelance tarief het tarief is dat de NRC betaalt aan een auteur voor het schrijven van een artikel. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit tarief niet zonder nadere toelichting worden gehanteerd als maatstaf voor de begroting van een redelijke hergebruik vergoeding.
Van Cozzmoss mag worden verwacht dat zij voldoende stelt om aan te kunnen nemen dat sprake is van een hogere schade dan de gederfde gebruiksvergoeding. Anders komt de verdubbeling neer op een boete, in plaats van schadevergoeding. Voor toewijzing van een boete is binnen het kader van artikel 27a Auteurswet geen plaats. … Het enkele feit dat het auteursrecht is geschonden/aangetast is onvoldoende. De daardoor veroorzaakte schade wordt in een geval als dit – waarin de rechthebbenden toestemming voor hergebruik tegen betaling plegen te geven – immers volledig gecompenseerd door de redelijke gebruiksvergoeding.

Update (12 september 2011) Rb. Utrecht in een Cozzmoss-zaak:

Uit de stellingen van Cozzmoss kan echter onvoldoende worden afgeleid dat Trouw, de Volkskrant en ND een hogere schade lijden dan de gederfde gebruiksvergoeding. Het gestelde dat het auteursrecht is geschonden/aangetast en dat sprake is van verlies van exclusiviteit van de auteursrechten en vermindering van exploitatiemogelijkheden is onvoldoende om als schadevergoeding meer dan een redelijke gebruiksvergoeding toe te wijzen …

Voor zover uit het betoog van Cozzmoss is af te leiden dat de verdubbeling dient ter preventie tegen toekomstige inbreuken op het auteursrecht, leidt dit ook niet tot toewijzing van een hoger bedrag dan een redelijke gebruiksvergoeding. Voor toewijzing van een boete is binnen het kader van artikel 27a Auteurswet immers geen plaats.

Update (16 februari 2012) Rb. Haarlem:

De rechtbank zal deze 100%-opslag afwijzen, nu zonder nadere motivering – die ontbreekt – niet valt in te zien waarom een (vaste) extra opslag boven de gederfde licentie-inkomsten in verband met het feit dat men achteraf voor de afbeeldingen betaalt, moet worden aangemerkt als schade die Masterfile Corporation heeft geleden.

Update (20 maart 2013) Gerechtshof Arnhem:

… het bedrag van de schadevergoeding worden afgeleid uit elementen als het bedrag aan royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd zou zijn geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele eigendomsrecht te gebruiken. Daarbij dient tevens rekening worden gehouden met de kosten van de rechthebbende, zoals voor opsporing en onderzoek.
Schade wordt berekend als 1,25 maal de gebruikelijke licentievergoeding per woord. Zie ook mijn latere blog hierover.

Update (20 maart 2013) Rb. Midden-Nederland:

Voor zover [Eiser] betoogt dat de verhoging op zijn plaats is ter preventie tegen toekomstige inbreuken op het auteursrecht, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Dit zou neerkomen op een boete in plaats van schadevergoeding en voor toewijzing van een boete is binnen het kader van artikel 27a Aw geen plaats.

Update (24 maart 2013) Rb. Midden-Nederland:

Verhoging van het schadebedrag met de factor 1,25 wordt afgewezen, nu onvoldoende is gebleken dat Trouw een hogere schade lijdt dan de gederfde gebruiksvergoeding en verhoging ter preventie tegen toekomstige auteursrechtinbreuk zou neerkomen op een boete, waarvoor binnen het kader van artikel 27 Aw geen plaats is.

Arnoud

Welke rechter is bevoegd voor internet?

Welk recht is van toepassing op een website? Rechtsmacht op internet is een bijzonder netelig onderwerp. Zolang alles en iedereen zich in Nederland bevindt, is het duidelijk dat de Nederlandse rechter over een conflict mag beslissen. Maar dat is de uitzondering en niet de regel. In veel gevallen ligt het een stuk complexer. Dan staat de server ergens in Amerika, is het bedrijf Brits en wordt een Nederlandse gebruiker gedupeerd door een valsspeler uit Korea. Of een Fransman wordt besmaad door een Nederlander die iets schreef in de Japanse Wikipedia-pagina.

In andere rechtsgebieden zijn dit soort problemen al aan de orde geweest. Welke rechter is bevoegd als een Frans bedrijf giftig afval in de Maas dumpt, waardoor Belgische koeien die ervan drinken komen te overlijden? Volgens Europese jurisprudentie is dat zowel de Franse als de Belgische rechter. De Franse omdat de handeling in Frankrijk is verricht, en de Belgische omdat het gevolg van de handeling in België merkbaar was. Maar de Belgische rechter mag alleen oordelen over de in België geleden schade. Als er ook een Nederlandse koe zou zijn overleden, had de eigenaar daarvan naar de Nederlandse rechter gekund. De Franse rechter daarentegen kan beslissen over alle schade, ook de schade die in België en in Nederland opgelopen is.

Hoe ga je daarmee om bij internet? Internet is immers wereldwijd toegankelijk. In een recent vonnis over de site Torrent.to kwam dit aan de orde. De rechter overwoog:

Nu doet zich in het onderhavige geval de situatie voor dat de website www.torrent.to wereldwijd kan worden geraadpleegd, dat onduidelijk is in welk land de aanbieder van die website is gevestigd en dat de site kennelijk via verschillende servers in diverse landen, waaronder Nederland, wordt gehost. Uit de door Stichting BREIN overgelegde uitdraaien van de website www.torrent.to blijkt dat de site voornamelijk in de Duitse taal is opgesteld, maar zich ook specifiek richt op Nederlandse bezoekers, gelet op de aangeboden (Nederlandstalige) werken van Nederlandse artiesten en de reclameboodschappen in de Nederlandse taal. Ter zitting is voorts komen vast te staan dat de servers van waaruit de hosting plaatsvindt, in Amsterdam staan. Onder die omstandigheden kan het Nederlandse recht worden toegepast.

In 2003 vond de Utrechtse rechter zichzelf trouwens bevoegd omdat “het schadebrengende feit zich op het internet en derhalve tevens in Nederland en in het arrondissement Utrecht heeft voorgedaan.” Maar in 2005 vond de Haagse rechter zich niet bevoegd bij een geschil over reclame en merkinbreuk via een website waarbij alles erop wees dat deze zich alleen op de VS richtte. De voertaal was Engels, de maten en gewichten waren in inches en ponden, de prijzen in dollars en het telefoonnummer was een 800-nummer dat alleen in de VS gebeld kon worden.

Kortom, de vraag blijft moeilijk te beantwoorden. Het zal zoals wel vaker afhangen van de omstandigheden van het geval. Of weten jullie een handig en werkbaar criterium?

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Welke cover vindt u het mooiste?

Ontwerpster en vriendin Jolie maakte voor mijn boek een aantal concepten voor de cover. Welke vindt u het mooiste?

UPDATE: het is de “Alleen foto” geworden. U kunt nu voorintekenen!

Blauw strak Blauw tagcloud Blauw bont
 
Rood strak Rood tagcloud Alleen foto

Het zijn concepten, dus kleuren en belichting zijn nog niet optimaal. Maar u krijgt het idee, zoals de Amerikanen dat zeggen.

Roept u maar!

Arnoud

Nederlandse vertaling van GPLv3

Collega-blogger en advocaat Bart Beuving heeft samen met kantoorgenoot Maurits Westerik een inofficiële vertaling van GPL versie 3 gemaakt. Deze vertaling kan niet worden gebruikt als vervanging van de Engelstalige GPLv3, maar is erg nuttig voor wie moeite heeft met de vaak cryptische Engelse terminologie in de open source licentie.

Mijn complimenten voor Bart en Maurits voor het uitstekende stuk werk dat ze hier hebben afgeleverd.

Wie na het lezen van de vertaling nog steeds worstelt met GPLv3, heeft wellicht wat aan mijn artikel Uit principe: de GNU General Public License (GPL) versie 3.

Arnoud