De auteursrechtelijk beschermde blafbrief

Blafbrieven zijn boos klinkende brieven van advocatenkantoren waarin in dure juridische taal iets met de strekking van “u doet iets en wij willen dat u daarmee ophoudt” wordt geroepen, liefst met de nodige algemene dreigementen zoals “wij behouden ons alle opties voor, inclusief de gang naar de rechter”. Natuurlijk mag een advocaat wel dreigen, maar dan moet er wel iets aan de hand zijn. Een blafbrief is puur bedoeld als intimidatie naar een juridische leek.

Als tegenreactie op dat soort acties hebben veel internetters tegenwoordig de hobby om blafbrieven integraal op internet te zetten. Tussen je lezers zit vast wel iemand met juridische kennis die er dan een paar mooie gaten in kan schieten. En als die brief naar meerdere mensen is gestuurd, valt dat nu op en dan kan er misschien een collectieve tegenactie worden gestart.

Zo ook de Amerikaanse club Public Citizen. Deze had wat onaardigs gezegd over de infomercials van DirectBuy, waarop de huisadvocaat reageerde met, inderdaad, een blafbrief. En wat staat daar nu onderaan:

Please be aware that this letter is copyrighted by our law firm, and you are not authorized to republish this in any manner. Use of this letter in a posting, in full or in part, will subject you to further legal causes of action.

Dit komt wel vaker voor, meldt Techdirt. Door te roepen dat er auteursrecht op de brief rust, hoopt men te voorkomen dat de ontvanger deze publiceert, zodat de zaak geen ongewenste aandacht krijgt.

Nu kan een mooi geschreven stuk juridisch proza best beschermd zijn door het auteursrecht, maar dit is toch niet bepaald waar auteursrecht voor bedoeld is. Verkoopt de advocaat normaal licenties op deze teksten? Welke Cedar-afdeling moet ik hebben voor de rechten van juridische tekstschrijvers?

Nog even afgezien van het Amerikaanse recht op fair use, het mogen hergebruiken van een werk voor een legitiem doel zoals kritiek. Dat gaat hier zeker op, meldt William Patry, Google’s Copyright Counsel. De advocaat heeft dus geen poot om op te staan.

Via Slashdot en Ars Technica.

Arnoud

Chatlogs als bewijs bij ruzie over geldschuld

Een chatlogfile is prima als bewijs te gebruiken, ook al is deze triviaal te vervalsen.

Onlangs wees ik op een artikel van Jurofoon over de rechtsgeldigheid van e-mail. Daarin werd verwezen naar prints van MSN-gesprekken als bewijs.

Een lezer wees mij op het LJN van die chatzaak: LJN AZ2287. In deze zaak ging het om de vraag hoe veel de gedaagde nog schuldig was aan de eiseres. De gedaagde zei 600, de eiseres had meer verwacht. Dat was het moment om de chatlogs er even bij te pakken (wie wat logt, die heeft wat):

[21:08:07] [gedaagde]: eej..weet je nog van die berekening van het geld? was toen 600..heb ik nu 2 of 3 x 50 gegeven..ik dacht zelf 2x..
[21:08:42] [gedaagde]: ik ga [x en y] om geld vragen en wil ik vanalles in 1x afbetalen..dan heb ik nog maar 1 pot
[21:08:56] [eiseres]: ja was volgens mij nog maar 2x idd
[21:09:02] [gedaagde]: ja dacht ik ook al
[21:09:03] [eiseres]: ow mja da’s wel handig 😀
[21:09:53] [gedaagde]: ja joh..want [z] heb ik ook gegeven (…) maar ik wil nu gewoon van alles af! maar dan hoor je dat nog van me en krijg je het in 1x.

Wat zien wij daar op 21:08:07? Inderdaad, gedaagde die 600 euro meent schuldig te zijn. En, belangrijker, op 21:08:56 eiseres die impliciet toegeeft dat dat klopt. Hier had zij dus moeten piepen dat het meer dan 600 euro was.

Natuurlijk zijn logfiles triviaal te vervalsen, maar daar ging het hier niet om. Bewijs is zo veel waard als de rechter het waard vindt. En in deze zaak waren beide partijen het eens over de inhoud van de chat op die datum. En dan is een logfile prima bewijs.

Arnoud

Kijken, kijken, niet coden… Microsoft “opent” .Net-framework

Microsoft stelt de broncode beschikbaar van haar .NET framework. Met dit framework kunnen snel applicaties worden ontwikkeld, zelfs in verschillende programmeertalen, omdat het framework de meest gebruikte functionaliteit al beschikbaar stelt.

Gaat Microsoft nu open source? Volstrekt niet. De broncode publiceren is nog lang geen ‘open source’. Daarvoor moeten mensen ook de code mogen bewerken en uitbreiden, en dat is nu precies wat je niet mag van de licentie bij dit framework. Het enige dat mag:

use of the software within your company as a reference, in read only form, for the sole purposes of debugging your products, maintaining your products, or enhancing the interoperability of your products with the software, and specifically excludes the right to distribute the software outside of your company.

Zelfs kijken hoe Microsoft het doet, om vervolgens zelf je eigen variant daarvan te bouwen, is juridisch riskant: wie kennis heeft van een werk en vervolgens een sterk gelijkend werk maakt, wordt al snel geacht dat oudere werk overgenomen te hebben. Je kunt niet kijken zonder af te kijken, is de gedachte. Het open source MONO project, dat al jaren werkt aan een open variant van .NET, moet dus verre blijven van deze code.

Of dit nu een reactie is op het recente Europese arrest tegen Microsoft, durf ik zo niet te zeggen. In die zaak is al vele malen geroepen dat mensen niets hebben aan broncode: documentatie is vrijwel altijd beter leesbaar, en stelt bovendien mensen in staat om wel een eigen variant van de software te maken. Wie documentatie leest, heeft daarmee immers nog geen code gezien.

Via The INQUIRER, wiens aanduiding open sauce voor open source trouwens best wel grappig is.

Arnoud

De direktie stelt zich niet aansprakelijk

In de categorie maffe algemene voorwaarden dit bordje, dat u vast wel eens gezien heeft (of iets dat er op lijkt):

Jazeker, bordjes zijn ook algemene voorwaarden. In algemene voorwaarden kun je aansprakelijkheid uitsluiten, weliswaar zijn daar grenzen aan maar toch. Maar zo moet het dus niet.

De directie hoeft zichzelf niet aansprakelijk te stellen, dat doe ik wel op het moment dat ik schade heb.

Wat de directie bedoelt is dat ik moet beloven hen niet aansprakelijk te stellen.

Ik vraag me altijd af waarom mensen dit opschrijven. Het is een bordje, dus daar hoeft de huisjurist niet naar te kijken? Of, iedereen doet het zo, en het klinkt juridisch, dus zal het wel correct zijn?

Via Eric’s Blog, die nog veel meer maffe bordjes gevonden heeft.

Arnoud

Account afsluiten wegens kritiek op provider?

Weer eentje in de categorie maffe algemene voorwaarden: artikel 5.1 van de AT&T Legal Policy.

5.1 Suspension/Termination. … AT&T may immediately terminate or suspend all or a portion of your Service, any Member ID, electronic mail address, IP address, Universal Resource Locator or domain name used by you, without notice, for conduct that AT&T believes … tends to damage the name or reputation of AT&T, or its parents, affiliates and subsidiaries.

Het is dus verboden om kritiek op AT&T te leveren vanaf je AT&T account, aldus Slashdot.

In de praktijk zal dat echter wel meevallen. Ars Technica meldt al terecht dat deze bepaling inzetten tegen critici zo’n storm van protest zal oproepen dat AT&T dat nooit zal durven.

Maar stel nu even dat ze zo dom zijn dat toch te doen. Wat dan, juridisch gezien?

Zowel in de VS als in Europa is de vrije meningsuiting een grondrecht. De Amerikanen hebben hun beroemde First Amendment, en wij artikel 10 van het EVRM. Daarin staat dat een beperking op de vrije meningsuiting alleen mag als deze bij wet voorzien is en bovendien in een democratische samenleving noodzakelijk is voor bijvoorbeeld de nationale veiligheid of de bescherming van de goede naam van anderen. De reputatie van een bedrijf bewaken zal niet snel “noodzakelijk” zijn in de zin van dit artikel.

Bovendien zijn dit algemene voorwaarden en voor zulke afspraken geldt een strenger regime dan voor ‘gewone’ contractuele afspraken. Een algemene voorwaarde die onredelijk bezwarend is, kan door de rechter worden vernietigd. Een voorwaarde die het grondrecht op de vrije meningsuiting inperkt, lijkt mij evident onredelijk bezwarend.

Via Tweakers.

Arnoud

Erfenis inclusief Hotmail-account?

Kun je bits erven? Eva Visser, advocaat bij Stibbe, bespreekt de vraag of webmail-aanbieders verplicht kunnen worden tot afgifte van informatie uit een e-mailaccount, indien de gebruiker van dat account is overleden.

Aanleiding voor de vraag was de Amerikaanse zaak Ellsworth vs. Yahoo, waarin de ouders van een overleden militair toegang wilden tot diens mailbox. Yahoo weigerde dat, en wees op de algemene voorwaarden die een gerechtelijk bevel eisten. Probleem daarbij was dat het account na 90 dagen zou worden opgeheven. Uiteindelijk werd de zaak geschikt.

In Nederland valt het afgeven van zulke informatie onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens, maar de bescherming vervalt met het overlijden van de persoon in kwestie. Wat dat betreft is er dus geen probleem.

Wat wel vaak een probleem is, is dat de contracten met de e-mail providers meestal geen regeling over dit onderwerp bevatten. Maar, schrijft Visser, in het algemeen is het zo dat de nabestaanden de contracten van de overledenen overnemen, en op die grond zouden zij dus toegang moeten kunnen krijgen tot het webmail account. Alleen, hoe komen ze dan aan het wachtwoord? Volgens Visser zou uit de redelijkheid & billijkheid, het grote vangnet in het recht, moeten volgen dat de provider in die situatie mee moet werken door het wachtwoord op te sturen.

Het artikel staat als PDF online bij Stibbe.

Arnoud

Iraanse nucleaire onderzoekers mogen geen iPhone gebruiken

Tijdens wat graven naar de legaliteit van je iPhone unlocken bekeek ik ook de EULA van het ding. En wat zie ik in artikel 8:

You also agree that you will not use the iPhone Software or the iPhone Software Updates for any purposes prohibited by United States law, including, without limitation, the development, design, manufacture or production of missiles, nuclear, chemical or biological weapons.

Nou zijn EULA’s (gebruiksovereenkomsten) natuurlijk grotendeels een copy & paste kwestie, maar een beetje opletten wat je copy’t zou wel fijn zijn, collega’s.

Arnoud

Is een e-mail een rechtsgeldig bewijsmiddel? (via Jurofoon)

In een nieuw artikel op Jurofoon wordt de vraag besproken of een e-mail rechtsgeldig is (komt me bekend voor):

Veel mensen vragen zich af of een e-mail eigenlijk wel rechtsgeldig is. Dat ligt eraan, zoals juristen altijd zeggen. Net zoals je mondeling een brood kunt kopen en telefonisch een pizza kunt bestellen, kun je ook per e-mail een overeenkomst sluiten.

Intrigerend vond ik de verwijzing naar een overeenkomst per chat:

Begin dit jaar speelde een zaak waarin de rechter aan de hand van chatgesprekken moest beoordelen of er tussen beide gesprekspartners een geldlening bestond.

Helaas kon ik de zaak niet vinden op Rechtspraak.nl, maar ik zou eerlijk gezegd niet weten waarom dit niet zou kunnen.

Het probleem zit hem niet zozeer in het rechtsgeldig zijn, maar vooral in het bewijs. Hoe overtuig je de rechter dat je klant wel degelijk toegezegd heeft in die chat of met die e-mail?

Jurofoon komt met een aardige anekdote:

Het valt niet altijd mee om een rechter te overtuigen. Er zijn rechters die – bij wijze van spreken – alles nog met een kroontjespen schrijven, maar er zijn ook rechters die goed vertrouwd zijn met de moderne communicatiemiddelen. JuroFoon heeft mensen bijgestaan tegen een internetbedrijf dat beweerde dat zij via internet dozen met dvd’s hadden besteld. Om aan te tonen dat de klanten hadden besteld, kon het bedrijf alleen adresgegevens en logboeken met ip-adressen produceren.

Aardig maar wel op het randje. Want door dit bewijs van het bedrijf in twijfel te trekken, stel je feitelijk dat het bedrijf een club oplichters is. Waarom zou het bedrijf anders vervalste IP-logfiles maken en die koppelen aan willekeurige adressen? Het zou best kunnen dat dit bedrijf een oplichter was, maar dat zal toch de uitzondering zijn op de regel. Hoop ik dan maar.

Arnoud

Legaal elektronisch factureren

Een digitale factuur bespaart 90.000 bomen per jaar, bericht Ewald Smits in Sync.

In Nederland worden er jaarlijks meer dan 1 miljard facturen geproduceerd en verstuurd. 69% van Nederlanders is actief met internetbankieren. Deze actieve groep ontvangt circa 80% van alle nota’s.

Maar is een digitale of elektronische factuur eigenlijk wel legaal?

Ja natuurlijk, was mijn eerste gedachte. Overeenkomsten mag je elektronisch sluiten (zelfs per e-mail), dus waarom niet de factuur? Nou ja, omdat de belastingdienst regels heeft over facturen. En meer in het bijzonder zijn er ook regels voor elektronische facturen:

  • De afnemer moet akkoord gaan met de factuur. Het is dus handig zoiets in je algemene voorwaarden te regelen.
  • <li><strong>Op de factuur moeten</strong> de <a href="http://www.belastingdienst.nl/zakelijk/omzetbelasting/ob02/">wettelijk verplichte gegevens</a> staan, met name de BTW.</li>
    
    <li><strong>De factuur moet authentiek en integer zijn.</strong> de afnemer moet er zeker van kunnen zijn dat de
    

    factuur werkelijk van de leverancier afkomstig is. Bovendien moeten beiden er zeker van zijn dat de factuur niet is veranderd.

    <li><strong>De Belastingdienst moet de factuur kunnen controleren.</strong> De gegevens van de factuur moeten dus worden bewaard. </li>
    

Met name dat stukje over “authentiek en integer” is de uitdaging. Op papier is het genoeg als je briefpapier met het bedrijfslogo gebruikt, maar voor elektronische facturen is een digitale handtekening gewenst, alhoewel de Belastingdienst ook “sommige andere methoden” goedkeurt.

En komt dat even mooi uit: elektronisch factureren via internetbankieren is een “sommige andere methode.”

Sinds maart van dit jaar kunnen die facturen over de digitale snelweg worden afgeleverd bij gebruikers van internetbankieren. De Digitale Nota is feitelijk een nieuwe wijze van factureren, betalen en communiceren. Via de Digitale Nota kunnen alle gebruikers van internetbankieren hun rekeningen voortaan digitaal ontvangen en betalen. De papieren versie verdwijnt hiermee.

Hoe werkt dit?

Nota bekijken
In internetbankieren ziet de klant een overzicht met alle nota`s. Deze staan op volgorde van datum. Ongelezen nota’s herkent men aan een gesloten envelop. Met een muisklik kan de notaspecificatie geraadpleegd worden. De digitale nota kan er precies zo uitzien als de papieren pendant die de klant vroeger ontving.

Nota betalen
Betalen van de nota vindt plaats op de vertrouwde manier. Hiermee is het overtypen van acceptgiro`s door de klant verleden tijd. De betaling wordt bevestigd via de normale identificatiemethode van internetbankieren.

Er staat zelfs een demo online.

Arnoud

Exclusieve licenties maak je niet zo

Ik had er nog nooit van gehoord, maar Willem Karssenberg wees me op MaakJeZo.nl:

Ontdek hier hoe je een lamp nieuw leven in blaast, pasta bereidt of de auto winterklaar maakt. Op MaakJeZo.nl lees je in stappen hoe je dit doet. Leer van anderen en draag bij! Heb jij een geweldig MaakJeZo idee? Meld je aan en deel het met iedereen op MaakJeZo.nl.

Nu heb ik geen auto, eet ik magnetronmaaltijden en heb ik als Philips-medewerker natuurlijk eeuwigdurende gloeilampen in huis, maar leren en delen van kennis vind ik altijd leuk. Eerst even kijken wat de voorwaarden zijn:

Door akkoord te gaan met deze voorwaarden, geef je MaakJeZo.nl voor altijd toestemming en een exclusieve licentie om het door jou ingestuurde materiaal of een gedeelte daarvan openbaar te maken en te verveelvoudigen.

Exclusief? Grapjassen. Dat betekent twee dingen:

  1. Je mag het materiaal aan niemand anders meer geven.
  2. Je mag het materiaal zelf niet meer gebruiken zonder toestemming van MaakJeZo.

Over alles valt te onderhandelen, maar hier zou ik toch wel een flinke tegenprestatie voor willen krijgen.

Bovendien:

De licentie verplicht MaakJeZo.nl tot niets. In het bijzonder heeft MaakJeZo.nl niet de verplichting het materiaal te publiceren of verder te exploiteren.

Wat nu als MaakJeZo geen zin heeft in publiceren of andere exploitatie? Dan gebeurt er helemaal niets meer met het werk. Want zelf mag je het niet meer publiceren. Je mag niemand anders een licentie geven. En je mag zelfs de licentie aan MaakJeZo niet opzeggen (“voor altijd” stond er tenslotte). Het blijft dan voor eeuwig “op de plank” liggen.

Een exclusieve licentie hoort dan ook een verplichting tot exploitatie door de licentienemer te bevatten, of op zijn minst een bepaling dat de exclusiviteit vervalt als de licentienemer na een zekere tijd onvoldoende gebruik maakt van de licentie.

Arnoud