Geen PDF voor massavernietigingswapens

Ook informatierecht: in hoeverre moet een bedrijf de inzet van haar software bij de ontwikkeling van massavernietigingswapens tegengaan? Een lastige voor de juristen, maar Adobe doet haar best. Wie Acrobat wil downloaden, moet deze vragen beantwoorden:

Een verstandige zet, want elke handleiding is in PDF tegenwoordig. En als de terroristen liegen, kan Adobe ze wegens contractbreuk aanpakken. Dat zal ze leren.

Via The Register.

Arnoud

De pizzaboer op afstand – met vervalste gegevens geplaatste bestelling

Het is een oude truc: bel een paar pizzabakkers en laat ze allemaal een paar dure pizza’s bezorgen bij de buurman. Tegenwoordig werkt die truc meestal niet meer, maar op internet kan het vaak nog wel. Als een site de mogelijkheid heeft om per acceptgiro te betalen, dan kun je in naam van een ander producten bestellen en laten bezorgen, zodat hij met de rompslomp zit. En als hij niet uitkijkt, met een incassobureau ook.

Die buurman riep destijds gewoon heel hard dat hij niks besteld had, waarna de bezorgers mopperend weggingen. Met de pizza’s uiteraard. Alleen, als het gaat om een ongevraagde toezending via internet, dan hebben we een bijzondere wettelijke regeling: die mag je houden en je hoeft niets te betalen.

Een maas in de wet? Je kunt tenslotte op die manier iets bestellen, en vervolgens de incasso afpoeieren door te zeggen dat je niets besteld hebt.

Even terug naar de basis. De winkel zal zeggen dat er toch echt een overeenkomst is gesloten en dat hij heeft geleverd. Dus betalen graag. De ontvanger zal zeggen dat hij niets besteld heeft en dus ook niet hoeft te betalen. De bewijslast ligt dan in eerste instantie bij de winkel: die stelt dat er een overeenkomst is, en dat moet hij dan maar bewijzen. Hij heeft dan een ingevuld webformulier, maar omdat hij met een acceptgiro werkte, is dat erg mager als bewijs dat de ontvanger ook werkelijk dat formulier heeft ingevuld.

Lukt de winkel dat toch, dan moet de ontvanger bewijzen dat hij niet degene was die het formulier heeft ingevuld. Dat kan ook lastig zijn natuurlijk. Is hij onder een ander account al klant bij die winkel, dan kan dat een aardig begin zijn voor zo’n bewijs.

Kan de winkel niet bewijzen dat er een overeenkomst is, dan is er dus geen overeenkomst.

In beide gevallen zal de winkel vervolgens stellen dat hij iets geleverd heeft zonder geldige reden, en dan kan hij dat terugeisen. Onverschuldigd betaald, noemen juristen dat. Artikel 6:203 BW. En daar heeft de ontvanger dus dat artikel 7:7 van het Burgerlijk Wetboek als tegenargument. Het was een niet door hem bestelde zaak (want er was geen overeenkomst), met het verzoek tot betaling van een prijs.

Wat nu?

In het recht geldt een algemene regel: speciale wet gaat boven algemene wet. Hier hebben we een algemene wet die zegt “terug als onverschuldigd betaald”, en een specifieke wet over het mogen houden van toegezonden zaken met een verzoek tot betalen. Die specifieke wet zou dan moeten winnen.

Bovendien is de bedoeling van die specifieke wet om de consument te beschermen tegen zomaar toegezonden artikelen. Het is moeilijk om het verschil te zien tussen een agressieve verkoopactie en een aflevering op grond van een door een grapjas aangegane bestelling. Dus ook daarom zou die specifieke wet de consument moeten beschermen in dit geval, zodat hij het artikel niet terug hoeft te geven.

Een slimme webwinkel laat de klant dus eerst betalen. Dan speelt deze hele discussie niet. De winkel heeft zijn geld, en de ontvanger van het product is óf blij met het bestelde, óf hij kiepert het in de vuilnisbak. Maar dat is niet meer de zorg van de winkel.

Arnoud

Vraag het Mr. Ras: Elektronisch registratieproces SIDN (bij ISPam.nl)

Wanneer voldoet een ISP aan de regels van de SIDN en de wet voor een papierloos registratieproces? In de serie Vraag het Mr. Ras op ISPam.nl beantwoordt Steven Ras van ICTRecht vragen over internetrecht.

Deze keer gaat het antwoord over elektronische registratie van domeinnamen, alhoewel het antwoord ook op andere elektronische registraties en aanvragen van toepassing kan zijn.

De SIDN maakt het mogelijk om het registreren van .nl-domeinnamen elektronisch af te handelen. Natuurlijk stelt de SIDN wel een aantal voorwaarden aan het elektronisch registratieproces. Zo dient er een rechtsgeldige elektronische overeenkomst tot stand te komen en de voorwaarden van de SIDN dienen op een juiste wijze ter beschikking te worden gesteld. Daarnaast dient de identiteit van de klant met enige zekerheid te worden vastgesteld.

Een elektronische overeenkomst tussen de ISP en een klant komt op papier tot stand door aanbod en aanvaarding. Langs elektronische weg komt de overeenkomst tot stand door aanbod, aanvaarding en bevestiging. De klant heeft de mogelijkheid om de overeenkomst te ontbinden zolang de geplaatste order nog niet is bevestigd.

Lees verder in Elektronisch registratieproces SIDN.

Arnoud

Voor de algemene voorwaarden, zie onze website

Juristen die de bovenstaande titel lezen, worden spontaan zenuwachtig. De regels over algemene voorwaarden zijn streng. Geen stuk papier met de algemene voorwaarden meegegeven? Dan zijn ze niet geldig. Gewoon verwijzen naar de Kamer van Koophandel of aanbieden dat je ze op verzoek opstuurt, mag alleen als het echt onredelijk is om te verlangen dat dat stuk papier wordt afgegeven.

Een website-adres (URL) noemen is tegenwoordig echter hetzelfde als een stuk papier overhandigen, zo besliste onlangs de Rechtbank Haarlem. Daarmee zou het niet langer nodig zijn om algemene voorwaarden ter hand te stellen bij het sluiten van een overeenkomst. Dat lijkt mij onwenselijk en bovendien juridisch onjuist.

Het uitgangspunt is duidelijk. Aan algemene voorwaarden zit je snel vast, ook als je ze niet gelezen hebt. Maar de gebruiker moet wel aan de wederpartij een redelijke mogelijkheid hebben geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Anders zijn deze vernietigbaar, zo zegt art. 6:233 (weet u nog van Planet). Wel zo eerlijk; je moet tenslotte weten waar je voor tekent. En dat papieren exemplaar dient als bewijs.

Artikel 6:234 noemt vier manieren waarop je die redelijke mogelijkheid kunt bieden:

  1. Je geeft ze op een stuk papier aan de wederpartij voor of bij het sluiten van de overeenkomst.
  2. Als dat echt niet praktisch is, zoals bij de supermarkt, dan wijs je de wederpartij er voor of bij het sluiten van de overeenkomst op dat ze bij de Kamer van Koophandel of de rechtbank liggen, en bied je aan ze een kopie te sturen.
  3. Als het een elektronische overeenkomst is, dan zet je de tekst leesbaar en downloadbaar online zodanig dat de wederpartij ze voor of bij het sluiten van de overeenkomst kan lezen.
  4. Als het een elektronische overeenkomst is, en de vorige optie is toch echt niet praktisch (denk aan een overeenkomst via SMS), dan meld je waar ze staan en bied je aan ze een kopie te sturen, eventueel per e-mail.
Deze regels zijn duidelijk en overzichtelijk. Geef een stuk papier, tenzij dat echt niet kan en meld dan dat je ze zult opsturen als iemand dat wil. En dan bedoelen we dus als dat echt niet kan. Doe je het elektronisch, toon dan gewoon de tekst, en geen flauwekul met rare iframes of niet-kopieerbare PDF-bestanden. Heb je geen ruimte voor die tekst, link er dan naar. Kan zelfs dat niet, dan willen we graag weten wat je aan het doen bent, maar zeg dan in ieder geval waar ze staan.

De hoofdregel is en blijft “geef een stuk papier”. Doe je dat niet, en heb je geen goede uitleg waarom niet, dan worden je algemene voorwaarden vernietigd. Zie bijvoorbeeld LJN AW4154:

Het moet er derhalve voor gehouden worden dat Rialto aan [geïntimeerde] niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen, nu de in artikel 6:234 lid 1 aanhef en sub a BW genoemde handelwijze niet is benut en Rialto niet heeft aangegeven waarom dit redelijkerwijs niet mogelijk was. Met name gelet op deze laatstgenoemde omstandigheid kan het Rialto niet baten dat zij de in dat artikel sub b genoemde handelwijze heeft toegepast.

En uit het HR-arrest Geurtzen/Kampstaal blijkt dat dit wel degelijk een uitputtende lijst is. Voldoe je niet aan een van deze vier, dan zit je fout. De enige ‘escape’ is als de wederpartij wist van de algemene voorwaarden, ook al waren ze niet ter hand gesteld bij de overeenkomst. Bijvoorbeeld als je meerdere malen overeenkomsten sluit met steeds dezelfde algemene voorwaarden (zie het Hoge-Raad arrest van 6 april 2001, LJN AB0901). De wederpartij mag dan bekend geacht te zijn met die algemene voorwaarden.

Het bewijs ligt bij de gebruiker van de voorwaarden; die moet aantonen dat hij die redelijke mogelijkheid heeft geboden. Iets wat Scarlet in juli niet lukte trouwens.

In deze zaak werden er geen stukken papier uitgewisseld. De gedaagde had alleen deze mededeling bij de offerte geplaatst:

Op de dienstverlening zijn Algemene leveringsvoorwaarden van toepassing […]. Deze Algemene leveringsvoorwaarden vindt u op www.marijnontwerp.nl en worden u op verzoek onmiddellijk verstrekt.

Het ging hier om een schriftelijke offerte voor een grafisch ontwerp. Dat is geen elektronische overeenkomst, dus in principe had de ontwerper gewoon de voorwaarden op een stuk papier moeten afgeven. Een ontwerper is geen Albert Heijn, dus het excuus dat “dit redelijkerwijs niet mogelijk is” gaat voor hem niet op. Daarmee gaat artikel 6:234 dus niet op. Zou je denken.

Want wat zegt de rechter:

Het gebruik van het internet is in het huidige tijdsgewricht inmiddels zodanig ingeburgerd, dat het op elektronische wijze beschikbaar stellen van algemene voorwaarden naar het oordeel van de kantonrechter gelijkwaardig geacht kan worden aan de feitelijke terhandstelling daarvan als genoemd in artikel 6:234 lid 1 sub BW. (…) Nu door [gedaagde] geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat het hem onmogelijk was om via het internet kennis te nemen van de door [eiseres] gehanteerde algemene voorwaarden, leidt het voorgaande ertoe dat zijn beroep op de vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden geen effect kan sorteren.

Met andere woorden, een website-adres (URL) noemen is gelijkwaardig aan een stuk papier overhandigen, en daarmee is voldaan aan de eis dat er een stuk papier moet worden overhandigd.

Dat is toch echt niet de bedoeling. Ter hand stellen is ter hand stellen, en niet wuiven naar een website. En het rare is, als het een elektronische overeenkomst was geweest, had de gebruiker bij het sluiten van de overeenkomst een link naar de voorwaarden zelf (en niet naar de hoofdpagina) moeten tonen, op een zodanige manier dat je die kon opslaan ook nog. En hier is het genoeg om te verwijzen naar een mystery meat hoofdpagina, waarbij je maar moet weten dat “leveringsvoorw.” de algemene voorwaarden zijn. We mogen denk ik blij zijn dat de voorwaarden in een PDF staan en niet in een dansende Flash-animatie.

Update (6 december 2009): een lezer wees in de comments op dit arrest met daarin de overweging

Hutten heeft aangevoerd dat [gedaagde sub1] en [gedaagde sub 2] – zoals in de overeenkomst is vermeld – de algemene voorwaarden ook op haar website konden raadplegen. Dit maakt echter nog niet dat Hutten daarmee aan [gedaagde sub1] en [gedaagde sub 2] – in de zin van artikel 6:233 sub b BW – een redelijke mogelijkheid heeft geboden om kennis te nemen van de algemene voorwaarden. Dat zou anders zijn als het redelijkerwijs niet mogelijk was de algemene voorwaarden aan [gedaagde sub1] en [gedaagde sub 2] ter hand te stellen en dat is niet gesteld of gebleken.

(Bedankt voor de tip, Arnout)

Arnoud

Planet is het oneens met Steven Ras

Voorwaarden Planet zijn vernietigbaar, kopt Nu.nl. Ze citeren Planet, die het uiteraard niet eens is met Steven Ras:

Volgens woordvoerster Eke Wolters van Planet zijn de juristen van het bedrijf het niet met Ras’ interpretatie eens. Klanten kunnen de voorwaarden bij aanmelding lezen, en elders op de site zijn ze wel te downloaden. “Er staan overigens geen rare dingen in die voorwaarden”, verzekert ze.

Misschien moeten die juristen de wet nog een keertje lezen.

De gebruiker (Planet dus) heeft aan de wederpartij (de klant) de algemene voorwaarden adequaat aangeboden] indien hij de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld op een zodanige wijze dat deze door hem kunnen worden opgeslagen en voor hem toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming (6:234 BW).

De voorwaarden moeten dus bij het sluiten van de overeenkomst beschikbaar gesteld worden op een zodanige manier dat je ze kunt opslaan. Er staat “dat ze kunnen worden opgeslagen EN later toegankelijk zijn”. Dat is toch echt wat anders dan “u kunt ze nu lezen en ergens anders staan ook nog voorwaarden die u kunt downloaden”. Je moet als klant de versie waar je mee akkoord gaat kunnen opslaan. Lijkt mij logisch. Die versie “elders op de site” kan best veranderen over drie maanden. Of over vijf minuten. Ik ga akkoord met wat ik gelezen en opgeslagen heb, niet met iets “elders”.

Trouwens, komt die kop u bekend voor? Mij ook. Mooi toeval. Leuk dat mensen je blog lezen, maar als ze de strekking overnemen in een eigen artikel, zou een linkje wel zo leuk zijn. Afijn.

Arnoud

Algemene voorwaarden Planet Internet niet bindend

Internetprovider Planet biedt haar algemene voorwaarden op de verkeerde manier aan, waardoor een klant deze bij de rechter ongeldig kan laten verklaren. Tot deze opmerkelijke conclusie komt Steven Ras van ICTRecht in zijn rubriek op ISPam.nl. De vraag van deze week was: Hoe stel je algemene voorwaarden langs elektronische weg ter beschikking?

Kort gezegd moet je algemene voorwaarden vooraf of bij het sluiten van de overeenkomst overhandigen. Ja, op papier. De uitzondering is bij elektronische overeenkomsten. Dan is het genoeg om ze elektronisch beschikbaar te stellen. Maar daarbij geldt dan wel de extra eis dat de wederpartij de algemene voorwaarden op kan slaan. En daar gaat Planet de fout in:

Planet Internet maakt de algemene voorwaarden toegankelijk middels een tekstveld. Daarmee is aan het eerste vereiste voldaan. De wederpartij krijgt bij Planet Internet niet de mogelijkheid om de algemene voorwaarden te downloaden. Natuurlijk is het wel mogelijk om de tekst te selecteren en vervolgens naar WORD te kopiëren en op te slaan. Naar mijn mening mogen dergelijke handelingen niet van een wederpartij worden verwacht. Planet Internet voldoet dan ook niet aan het tweede vereiste van artikel 6:234, lid 1 sub c BW. Het gevolg voor Planet Internet is dat de wederpartij een beroep kan doen op vernietiging van bepaalde bedingen uit de algemene voorwaarden.

Eerder signaleerde Ras dezelfde problematiek bij de OTTO-voorwaarden (u weet wel, de LCD-TV van 99 euro).

Arnoud

Buma goes Creative Commons – Pilot flexibel rechtenbeheer

Jaja, na anderhalf jaar is het dan toch zover: de Buma is compatible met Creative Commons. Creative Commons Nederland en de Buma zijn een Pilot flexibel rechtenbeheer (met irritante audio) begonnen:

Creative Commons Nederland en Buma/Stemra zijn een pilot gestart om muziekauteurs meer keuzevrijheid te bieden in de wijze van verspreiding van hun werken via internet. Binnen deze pilot is het mogelijk om Buma/Stemra vergoedingen te laten innen voor commercieel gebruik van je werk, en tegelijkertijd delen van je repertoire ter promotie aanbieden onder Creative Commons Licenties voor niet-commercieel gebruik.

De contracten tussen Buma en artiesten eisen dat de artiest alle rechten afstaat aan de Buma. Zoals Planet het uitlegt:

De verplichte uniforme winkelnering was steeds meer rechthebbenden een doorn in het oog. Zelfs om muziek op de eigen website te zetten moesten ze betalen aan Buma/Stemra.

Nu is dan de ‘ingewikkelde materie’ (aldus Buma tegenover Planet) eindelijk opgelost: artiesten behouden het recht hun eigen werk onder Creative Commons versie 3-licenties uit te brengen, mits ze maar de “Niet-Commercieel” varianten gebruiken.

En Marco Raaphorst zag dat het goed was. 😉

Arnoud

Creative Commons versie 3 uitgebracht

Versie 3 van de populaire Creative Commons licenties is nu beschikbaar. Creative Commons licenties bieden een eenvoudige en gestandaardiseerde manier om toestemming te geven voor gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken.

CC 3.0 kent twee belangrijke wijzigingen: de Share-Alike of Gelijk Delen-licenties staan nu toe om afgeleid werken onder een compatibele licentie uit te brengen, en de licentie lost problemen rondom collectief rechtenbeheer op.

Aanpassing van Gelijk Delen: Wie het maken van afgeleide werken toestaat, kan dat doen onder de “gelijk delen” beperking. Die houdt in dat het afgeleide werk verplicht onder dezelfde Creative Commons-licentie moet worden uitgebracht. Op die manier komt het afgeleide werk ook weer beschikbaar voor iedereen. Het achterliggende idee is het laten groeien van de hoeveelheid beschikbare Creative Commons-werken.

In de praktijk levert dat wel eens problemen op. Zo is bijvoorbeeld Wikipedia niet onder Creative Commons maar onder de GNU Free Documentation License. CC-gelijk delen werken mogen dus niet tot Wikipedia-document verwerkt worden.

Creative Commons kan nu licenties aanwijzen die “compatibel” zijn met CC 3.0. Een gebruiker mag dan het origineel of een afgeleid werk uitbrengen onder zo’n compatibele licentie in plaats van de Creative Commons licentie zelf. Daarmee kunnen CC-gelijk delen werken straks bijvoorbeeld wel in Wikipedia worden opgenomen.

Collectief rechtenbeheer: de Auteurswet regelt verplichte vergoedingen voor auteurs bij een aantal vormen van hergebruik. Deze worden door BUMA, Stemra, SENA en al die andere clubs geïncasseerd. De thuiskopieregeling bijvoorbeeld kent een toeslag op elke lege drager zoals CD of DVD. De muzikant of andere maker kan geen afstand doen van het recht op deze toeslag. Omdat Creative Commons-licenties geen vergoeding eisen, kun je je afvragen of je als muzikant dan wel werk onder Creative Commons uit kunt brengen. Versie 3 maakt een einde aan die twijfel. De nieuwe sectie 3e bepaalt:

Non-waivable Compulsory License Schemes. In those jurisdictions in which the right to collect royalties through any statutory or compulsory licensing scheme cannot be waived, the Licensor reserves the exclusive right to collect such royalties for any exercise by You of the rights granted under this License;

Voor vergoedingen waar de auteur wel afstand van kan doen, bepaalt het artikel dat de maker er bij deze afstand van doet.

Andere nieuwe wijzigingen:

  • De licentie bevat nu een bepaling over het databankenrecht. In Europa zijn databanken los van het auteursrecht ook nog eens apart beschermd tegen overname en ontlening. Creative Commons 3.0 licenties regelen nu ook de toegang en hergebruik van zo’n databank.
  • Het is nu expliciet verboden om de verplichte naamsvermelding zo te presenteren dat het lijkt of de maker iets te maken heeft met jouw hergebruik.
  • De licentie vermeldt expliciet dat de auteur geen afstand doet van zijn morele rechten. Met deze rechten kan een auteur zich verzetten tegen verminking van zijn werk.

Een belangrijker probleem met deze organisaties is dat als je er gebruik van wilt maken, je je rechten af moet staan:

De standaard overeenkomst van BUMA/STEMRA maakt (tot op heden) gebruik van een bepaling waarbij het exploitatierecht voor het gehele repertoire van de aangesloten kunstenaars exclusief bij BUMA/STEMRA komt te liggen. Hierdoor kunnen BUMA/STEMRA leden feitelijke geen werken onder een CC-licentie verspreiden als zij tegelijkertijd via BUMA/STEMRA royalties voor andere werken willen innen.

Dat is niet op te lossen in een Creative Commons licentie. De Buma zal deze contracten moeten aanpassen zodat ze passen bij Creative Commons licenties. Dat had de organisatie in januari 2006 al beloofd trouwens.

(Via Livre).

Arnoud

Contract eenzijdig aanpassen mag niet zomaar (goh)

Amerikaans Internetrecht met een hoog “duh” gehalte: een bedrijf mag overeenkomsten niet eenzijdig aanpassen door simpelweg aangepaste voorwaarden op de website te zetten, zo besliste het 9e Hof van Beroep onlangs.

Eenzijdig aanpassen van voorwaarden mag in Nederland op zich wel, mits aan twee voorwaarden is voldaan.

Ten eerste moet in de oorspronkelijke overeenkomst zijn afgesproken dat de partij in kwestie het recht heeft om de voorwaarden eenzijdig aan te passen. Staat dat nergens, dan mogen de voorwaarden alleen worden aangepast als beide partijen daarmee instemmen.

Ten tweede moet de wederpartij in dat geval het recht hebben de overeenkomst op te zeggen. Dit blijkt uit de wettelijke regeling omtrent algemene voorwaarden: een beding dat een partij het recht geeft de overeenkomst zomaar te wijzigen, wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn (art. 6:237 sub C BW). Bij een overeenkomst tussen twee (grote) bedrijven ligt dit anders. Als die met elkaar willen afspreken dat de een zomaar de overeenkomst mag aanpassen, dan mag dat. Je zou alleen wel gek zijn als bedrijfsjurist als je daarmee instemde.

En natuurlijk moet je het wel meedelen aan de wederpartij. Je kunt ook in Nederland niet volstaan met een aanpassing op je website. Je zult echt de mensen individueel aan moeten schrijven met de nieuwe voorwaarden.

Arnoud

Zit Microsoft aan GPLv3 vast?

GPL versie 3 is tegen Microsoft. En helemaal tegen die man die die creatieve deal met Novell bedacht heeft, waarbij Microsoft tegen betaling octrooilicenties geeft aan klanten van Novell voor het gebruik van SuSE Linux. Dus liep GPLv3 acht maanden achterstand op met als doel een constructie te verzinnen waardoor Microsoft nu aan GPL versie 3 hangt.

Op het eerste gezicht lijkt dat raar. Microsoft verspreidt geen GPL versie 3 software, en heeft dus geen GPL licentie nodig zou je zeggen. Bovendien, alleen de licentietekst aanpassen is niet genoeg. Microsoft moet ook iets doen waaruit blijkt dat ze akkoord zijn met de licentie. Zo meldde Slashdot onlangs dat een advocaat heeft gezegd (jaja, betrouwbare bronnen) dat Microsoft niet aan GPL versie 3 vastzit. Want, zo vertelt ze:

The strategy, Lam-Beattie said, will ultimately fail because parties have to willingly enter contracts, and contracts can’t be retrospective.
…
In this case, she said, Microsoft never acted – never ‘entered’ into the agreement, and the terms and conditions can only apply to new actions by Microsoft, not older ones. She said: “Their actions so far are not enough to say that they are bound.”

Maar het gaat niet om het feit dat Novell en Microsoft ooit een overeenkomst sloten en dat daardoor Microsoft nu aan GPL versie 3 vastzit. Dat kan inderdaad niet. “Iedereen die vorig jaar een contract sloot met Novell, verklaart zich daarmee nu alsnog akkoord met mijn licentie.”

Dat stukje “willingly” is gedeeltelijk waar. Je kunt in principe niet aan een contract gebonden worden tegen je wil. Maar als jij doet alsof je het wel wilt, kun je achteraf niet zeggen dat je het eigenlijk stiekem toch niet wilde. Als je iets doet waaruit blijkt dat je akkoord bent met de licentie, kun je daarna niet meer roepen dat je dat eigenlijk niet wilde. Zeker bij auteursrecht. Stel je verspreidt software. Dan ben je of akkoord met de licentie, of je bent auteursrecht aan het schenden. Wat is nu het meest logisch? Ik zou zeggen dat je akkoord bent met de licentie.

Nee, het plan is anders. En het gaat wel degelijk over toekomstige activiteiten. Zoals ik al schreef op Livre: Novell gaat straks GPL versie 3 software verspreiden, en Microsoft geeft Novell-klanten daar een octrooilicentie op. Maar GPL versie 3 eist dat Novell zo’n licentie voor de hele wereld had moeten afsluiten. Dus Novell schendt de GPL door toch te verspreiden met zo’n beperkte licentie.

Microsoft zet Novell daartoe aan. We weten uit de Amerikaanse Grokster-uitspraak dat “aanzetten tot inbreuk” ook inbreuk op het auteursrecht is (wat laatst nog bij een pornozaak aan de orde was). En de GPL zegt dat je je akkoord verklaart met de GPL door iets te doen dat normaal inbreuk is. Dus Microsoft zit nu vast aan GPL versie 3 en licentieert daarmee al haar octrooien gratis aan de hele open source gemeenschap. Pardon, vrije software gemeenschap.

Arnoud