Een domeinnaam geleverd krijgen door een failliet bedrijf

| AE 2515 | Intellectuele rechten | 16 reacties

Een lezer vroeg me

Eind 2010 kocht ik een aantal domeinnamen over van een besloten vennootschap. Vanwege allerlei ongerelateerde verwikkelingen is het er niet van gekomen ze op mijn naam over te zetten. Recent wilde ik dit alsnog doen, maar toen bleken ze ineens op naam van een heel ander bedrijf te staan. Dit bedrijf meldde me dat zij de domeinnamen netjes bij de curator hadden gekocht, omdat mijn wederpartij failliet was verklaard enkele maanden terug. Maar ik heb toch een contract van vóór de faillissementsdatum? Hoe krijg ik nu mijn domeinnamen terug?

Ik vrees dat dit erg lastig wordt. Bij een faillissement gelden bijzondere regels, waardoor je niet zomaar kunt zeggen “ik heb een contract, geef hier”. Dat geldt niet alleen voor domeinnamen, maar dit is een algemene regel uit het faillissementsrecht.

De vraagsteller heeft een contract met een bedrijf dat failliet is. Hij kan van de nieuwe eigenaar niets vorderen, omdat hij daarmee geen contract heeft. Ook was hij nog geen eigenaar (houder) van de domeinnamen. Het enige dat de vraagsteller heeft, is een vordering op het failliete bedrijf om hem houder te máken.

De curator staat echter in zijn recht als hij dat contract negeert en dus wanprestatie pleegt. Dat heeft de Hoge Raad expliciet gezegd: de curator moet maximaal geld uit de boedel halen, en als dat contractbreuk vereist dan mag dat.

Ter vergelijking: je koopt een auto bij een dealer, maar die gaat failliet voor je je de auto krijgt. In dat geval ben je je geld kwijt én je krijgt de auto niet. Deze is nog niet je eigendom (dat is pas bij levering zo) en de curator hoeft dus niet de auto te leveren. Het enige wat je kunt doen, is bij de curator een claim voor schadevergoeding indienen en hopen dat er nog geld in de boedel zit om deze te betalen.

Arnoud

Het achterhouden van een domeinnaam

| AE 2626 | Intellectuele rechten | 19 reacties

Een regelmatig terugkerend conflict, zo weet ik uit mijn praktijk: een webdesigner maakt een site voor een klant, maar weigert de domeinnaam af te staan. In een recent vonnis oordeelt de rechtbank Almelo dat een ontwerpersbedrijf niet zomaar een domeinnaam kan achterhouden. Zo’n bureau wordt geacht de domeinnaam namens de klant te hebben aangevraagd en niet namens zichzelf, ook als dat niet in de offerte staat.

In deze zaak had de gedaagde een webshop ontworpen en daarbij onder andere de domeinnaam lierenshop.nl laten registreren. Op zeker moment liep die klus uit de hand, hoewel me niet goed duidelijk is wat er nu precies is misgegaan. In ieder geval bleek echter de domeinnaam lieren-shop.nl te worden doorgelinkt naar de website van een concurrent van de opdrachtgever. Dat vond deze niet leuk, en dat leidde dus tot deze rechtszaak.

De eerste vraag voor de rechter is van wie de domeinnaam nu eigenlijk is. Formeel stond deze namelijk op naam van de websiteontwikkelaar en niet de klant, en het contract vermeldde niet expliciet hoe dit geregeld zou moeten worden. De rechter vindt het gezien de omstandigheden duidelijk dat de domeinnaam voor de opdrachtgever is. Er was opdracht tot ontwikkelen van een webshop, en daar hoort een domeinnaam bij.

Dat [eiseres] mogelijk geen expliciete instructie zou hebben gegeven ten aanzien van de inhoud van de webshop en dat [gedaagde] naar eigen zeggen onvoldoende betaald heeft gekregen voor de ontwikkeling en het bijhouden van de webshop, doet daaraan niet af.

Die formulering vind ik een tikje merkwaardig: het is immers toegestaan je eigen verplichtingen op te schorten als de wederpartij niet aan de zijne voldoet. Wanneer je opdrachtgever niet betaalt, hoef je een domeinnaam niet over te zetten ook al is dat contractueel afgesproken. Wel moet natuurlijk vaststaan dát er niet of onvoldoende is betaald. Wellicht dat dat hier de verklaring levert; dat “naar eigen zeggen” laat doorschemeren dat de rechter er niet van overtuigd is dat de opdrachtgever een wanbetaler is.

Ook laat de rechter zwaar meewegen dat de domeinnaam wordt gebruikt om geld te verdienen door de opdrachtgever, en dat de ontwerper dit bedreigt:

De enkele dreiging van [gedaagde] – ook al heeft hij ter zitting gesteld een en ander niet zo bedoeld te hebben – om de website op”zwart te zetten” geeft [eiseres] daartoe reeds voldoende belang. [Eiseres] heeft er immers belang bij om zijn inkomsten uit de webshop te kunnen waarborgen.

Het toont maar weer eens aan hoe belangrijk het is duidelijke afspraken te maken over wie wat maakt en registreert, op welke naam dit komt te staan en wat de opdrachtnemer mag doen als de opdrachtgever niet betaalt.

Er zijn ook webdesignbureaus die standaard domeinnamen op hun eigen naam zetten. Dat heet dan ‘service’ (omdat het beheer dan eenvoudiger is) maar het is natuurlijk een verkapte manier van verplichte winkelnering voor zijn klanten. Die kunnen nu niet meer weg, omdat ze de domeinnaam niet kunnen overzetten. Ze zijn immers geen eigenaar (pardon, houder) omdat volgens de SIDN het webdesignbureau dat is.

Arnoud

Het volgen van de volgers van een concurrent

| AE 2591 | Ondernemingsvrijheid | 11 reacties

mediavacatures.pngEen oudere domeinnaam kan worden opgeëist door een jongere handelsnaamhouder, maar dan moeten er wel bijzondere omstandigheden zijn. Dat blijkt uit een vonnis in kort geding van de rechtbank Amsterdam over Mediavacature.nl (2006) en mediavacatures.nl (2002). Maar het volgen van volgers van de concurrent op Twitter is daarentegen niet verboden, tenzij je “op slinkse wijze” klanten van de concurrent “weglokt” door verwarring te scheppen over jouw identiteit versus die van de concurrent.

Domeinnaamhouders hebben vaak het idee dat hun oudere domeinnaamregistratie ze beschermt tegen acties van latere merk- of handelsnaamhouders. Omgekeerd denken handelsnaam- of merkhouders nog wel eens dat ze alles kunnen opeisen omdat zij een juridisch recht hebben. De waarheid ligt in het midden. De wet gaat uit van de merk of handelsnaam en bekijkt dan of daar inbreuk op gepleegd wordt. De datum van registratie van de domeinnaam kan daarbij een factor zijn, maar is op zichzelf niet doorslaggevend.

In dit geval kon de eiser aantonen dat hij vanaf najaar 2006 met de handelsnaam Mediavacature.nl (zonder s) opereerde. Hij had facturen, offertes, persberichten en dergelijke overlegd waar deze handelsnaam op stond. En zo hoort het. Handelsnaamgebruik bewijs je door daadwerkelijk met die naam naar buiten te treden. Het registreren bij de KVK helpt je niet.

De domeinnaam mediavacatures.nl dateerde uit 2002. Tussen 2002 en 2007 werd de domeinnaam echter niet als handelsnaam gebruikt, maar alleen als doorlink-URL naar mediaflex.nl. Rond augustus 2006 verschenen er stukken waarin plannen werden voorgesteld om iets te doen met die domeinnaam, maar plannen zijn nog geen handelsnaamgebruik. Je moet echt naar buiten treden en je profileren als bedrijf onder die naam. Daarmee kan de gedaagde zich niet beroepen op een ouder handelsnaamrecht.

De rechtbank, die zich overigens bevoegd achtte “omdat de gewraakte handelingen van gedaagden op het internet plaatsvinden, [en dus] tevens plaats in het arrondissement Amsterdam”, vindt dat inbreuk wordt gepleegd op het handelsnaamrecht van de eiser. De domeinnaam lijkt zo veel dat er haast wel verwarring móet ontstaan. Maar omdat men al vrijwillig het gebruik van deze domeinnaam had gestaakt en had toegezegd niet langer te opereren onder die naam, blijft het bij een verbod an sich. De domeinnaam hoeft niet te worden overgedragen.

Ook bleek de gedaagde op Twitter actief te zijn geweest met het account @mediavacatures. Daarmee werden klanten van eiser gevolgd. Dat vindt de rechtbank niet verboden:

Het volgen van de volgers van een concurrent kan dan ook voorshands niet onrechtmatig worden geacht. Uitgangspunt is immers dat het profiteren van andermans product, inspanning, kennis of inzicht op zichzelf niet onrechtmatig is, ook niet als dit nadeel aan die ander toebrengt. Dit is pas anders indien een twitteraar (al dan niet bewust) bij het publiek verwarring creëert over zijn identiteit en zodoende “op slinkse wijze” klanten van de concurrent “weglokt”.

De rechtbank vindt het echter niet meer aannemelijk dat de eiser nu nog klanten kwijt zal raken, omdat de gedaagde immers niet meer de bedrijfsnaam Mediavacatures.nl mag gebruiken. Het wordt ze wel verboden om deze handelsnaam op Twitter te voeren. En als je nu kijkt op Twitterrr dan lijkt men daaraan voldaan te hebben: bij het account staan nu duidelijkde bedrijfsnaam “MV Jobs Media” met alleen als ondertitel “@Mediavacatures on the world wide web”. Ook het logo is van MV Jobs. Niemand kan dit nog aanzien voor het bedrijfstwitteraccount van @Mediavacature.

Arnoud

De geografisch verwijderde domeinnaam

| AE 2585 | Intellectuele rechten | 17 reacties

Een Gronings bedrijf had de domeinnaam www.shoetime.nl geregistreerd voor hun bedrijfswebsite. Prima, alleen vond een bedrijf uit Panningen, gemeente Peel en Maas, dat dat inbreuk op hun handelsnaam opleverde. Zij heette namelijk óók Shoetime en beide bedrijven deden iets met schoenen. Het Gerechtshof wijst de eis af (via): de bedrijven opereren niet in hetzelfde geografische… Lees verder

Domeinnaam ongewenst opheffen = schadevergoeding betalen (maar geen idee hoe veel)

| AE 2461 | Intellectuele rechten | 9 reacties

Een domeinnaam kan flink wat waarde vertegenwoordigen voor een bedrijf. Als je domeinnaam dus per abuis wordt opgeheven door je provider terwijl je deze wilde verhuizen, dan kan dat een aardige schadepost zijn. Wat die schade precies bedraagt, is niet in het algemeen te zeggen maar dat die er is, is toch logisch. Dat oordeelde… Lees verder

Op verwarringwekkende wijze aanhaken bij andermans domeinnaam

| AE 2382 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 17 reacties

De domeinnaam “chinees-thuisbezorgd.nl” veroorzaakt verwarring over de eigenaar van de site: de consument verwacht dat dat Thuisbezorgd.nl is. Maar omdat concurrent Just-Eat daar eigenaar van is, is hier sprake van domeinnaaminbreuk en moet de domeinnaam worden overgedragen. Dat oordeelde het Gerechtshof begin deze maand in het hoger beroep van de Just Eat/Thuisbezorgd-zaak van juli 2009… Lees verder

Twitteren maakt je bedrijf nog niet landelijk

| AE 2350 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 17 reacties

Wanneer richt een bedrijf zich op Nederland? Wie een bedrijf exploiteert, heeft een handelsnaamrecht: een ander bedrijf in dezelfde geografische regio en zelfde branche mag die naam niet ook voeren. Die geografische regio beperkt het handelsnaamrecht: een café in Eindhoven en een café in Amsterdam kunnen dezelfde naam hebben, want die zullen niet snel met… Lees verder

“Iemand probeert uw Chinese domeinnaam in te pikken”

| AE 2221 | Intellectuele rechten | 12 reacties

Diverse lezers mailden me over een Engelstalig bericht van een Taiwanees bureau over hun domeinnaam, maar dan met een Chinese extensie. Bijvoorbeeld zo: On [DATE] we received a formal application from a company who is applying to register several domains, using “[KEYWORD]” as the keyword. After investigation,we find that you are the original user of… Lees verder

Verlopen domeinnaam registreren legaal, verlengen dan weer niet

| AE 2237 | Intellectuele rechten | 34 reacties

Als een domeinnaam vervalt en er zit ook maar iets aan traffic of bekendheid op, dan kun je er vergif op innemen dat deze binnen een dag of wat ingepikt is door een snelle jongen met een advertentiepagina. Een buitengewoon irritante praktijk, maar er is weinig aan te doen: de oude eigenaar heeft deze zelf… Lees verder