Recht vergeten te worden geldt niet bij strafrechteljke veroordeling

google-homepage-patent.pngHet recht om vergeten te worden, dat gebruikers irrelevante en verouderde informatie uit zoekmachines laat verwijderen, geldt niet voor een zware crimineel die daarom vroeg. Dat meldde Tweakers vrijdag naar aanleiding van een kort geding te Amsterdam. De man wilde dat Google verschillende links die verwijzen naar websites (waarop informatie staat over de veroordeling van de man in 2012 voor een ernstig misdrijf) zou verwijderen.

Het Google-arrest van mei dit jaar heeft veel losgemaakt. Moeten zoekmachines vergeten? Wat te doen met oude resultaten die hoog in de zoekresultaten komen te staan? Ik heb me er al eens kwaad over gemaakt maar dit vonnis is weer een interessante nieuwe toevoeging.

De man kwam in mei 2012 in een SBS-programma (Peter R. de Vries) aan bod. Hij was te zien in gesprek met een vermeende huurmoordenaar en besprak hoe een concurrent vermoord kon worden. Later werd hij hierom veroordeeld voor poging tot uitlokking van huurmoord.

De zaak gaf enige ophef in de media, en leidde onder meer tot een boek waarin een personage met de naam van deze man opgevoerd werd als opdrachtgever van een huurmoord.

“Google Search is een door Google Inc op het internet aangeboden zoekmachine.” (sic) Via Google was er op de naam van deze man behoorlijk wat informatie te vinden, inclusief een autocomplete suggestie van Google “peter r de vries”. Google had op verzoek een aantal pagina’s verwijderd maar onder meer de pagina’s over dat boek laten staan. Ook weigerde men de autocompletesuggestie aan te passen.

De rechtbank concludeert allereerst dat Google Inc en niet Google Nederland de veranwoordelijke partij is. Dat bevreemdt me een beetje want in dat Europese arrest werd juist bepaald dat dat onhandig is en dat daarom de Spaanse dochter in die zaak aansprakelijk was.

De rechter stelt voorop dat “terughoudendheid is geboden” bij vorderingen als deze. Zoekmachines als Google Search vervullen immers een belangrijke maatschappelijke functie.

Natuurlijk is ook privacy een belangrijke maatschappelijke functie, en moet ook Google daar rekening mee houden. Echter, zoals de rechtbank het formuleert, het arrest beoogt personen niet te beschermen tegen alle negatieve berichten op internet, maar alleen tegen het langdurig ‘achtervolgd worden’ door berichten die ‘irrelevant’, ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zijn.

Wanneer iemand voor een ernstig strafbaar feit wordt veroordeeld en dit publiciteit geeft, dan is niet snel voldaan aan deze eis. In ieder geval niet in deze zaak, want het gaat om zakelijke berichtgeving en fictie-verhalen, geen ‘scheldpartijen’ (aanhalingstekens in origineel).

Aangenomen moet dus worden dat eiser recentelijk een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd. Dat heeft tot veel publiciteit aanleiding gegeven, onder meer een televisie-uitzending, diverse perspublicaties en een op de gebeurtenissen gebaseerd, deels fictief, boek. Thans heeft eiser de gevolgen van zijn eigen handelen te dragen.

De algemene eis dat zijn naam niet meer gevonden mag worden, wordt afgewezen. De beslissing om iets al of niet te tonen, moetafhangen van de informatie die gekoppeld is aan de zoekopdracht. Categorisch een naam bannen kan dus niet.

Ook de zin “Sommige resultaten zijn mogelijk verwijderd” hoeft niet weg. Verrassend voor mij: Google zegt dat ze dit altijd tonen bij zoekopdrachten naar personen, ongeacht of er verwijderverzoeken zijn ingediend. Dat is netjes, want dan kun je uit die melding niet afleiden of iemand its wilde laten verwijderen.

Het verwijderen van de autocomplete-functie hoeft ook niet. Dit is een automatische suggestie, en niet onlogisch gezien wat er bekend is. Er wordt dus niets nieuws gemeld.

Ook afgezien daarvan valt niet aanstonds in te zien dat de gebruiker van Google Search de autocomplete-suggestie zal opvatten als (betrouwbare) informatie die iets toevoegt aan de links waarnaar de gebruiker wordt verwezen.

Alles bij elkaar geen grond om het verzoek af te wijzen. Logisch, gezien deze feiten. Maar het zet wel de toon: iedereen die nu bij de rechter een verwijdering wil gaan eisen, komt in de schaduw te staan van dit vonnis en dat geeft toch een vervelende achterstand.

Arnoud

De vrijheid van misselijkheid juridisch bekeken

Naar aanleiding van de actie van diverse sociale media om beeld van de onthoofding van journalist James Foley te verwijderen schreef Rejo Zenger een erg mooi betoog over grondrechten op die sociale media. Twitter en Youtube hebben de beslissing genomen die beelden niet meer toe te laten, hoewel je je zeer kunt afvragen of die beelden strafbaar zijn om te vertonen. En waarom zouden die bedrijven dingen weg moeten (mogen) halen als de inhoud niet strafbaar is?

Op zich heb je op andermans blog of site géén recht om je mening te uiten. “Freedom of the press is guaranteed only to those who own one” zei Abbott Joseph Liebling al in 1960. Je kunt natuurlijk een eigen blog beginnen, maar dat je dan geen lezers hebt is toch echt jouw probleem. Andere sites hoeven jouw mening niet toe te laten.

Het zou ook wel een grote uitholling van het eigendomsrecht zijn als een ieder al te gemakkelijk met een beroep op vrije meningsuiting zich onbeperkt toegang tot en gebruik van andermans eigendom kon verschaffen. Maar onmogelijk is het niet. Zo werd in de jaren zeventig het recht bevochten om andermans eigendom te mogen gebruiken ten behoeve van een eigen meningsuiting, namelijk door posters met meningen te mogen plakken op muren of gebouwen. Dat bleek heel soms te mogen bij de rechter: als de staat -de gemeente, meestal- totaal géén mogelijkheid gaf om legaal aan te plakken, dan moesten de burgers maar tolereren dat er op hun muur werd geplakt. Vandaar dus dat er allerlei openbare aanplakborden in vrijwel elke gemeente staan.

In de jaren tachtig speelde deze kwestie bij de vraag of verslaggevers toegang moesten krijgen tot voetbalstadions, dit op grond van het recht van vrije nieuwsgaring. De gebouwen zijn eigendom van de voetbalclubs, maar in principe kan iedereen (tegen betaling) naar binnen gaan. Mag de voetbalclub dan de voorwaarde stellen dat men alleen naar binnen mag indien men niet filmt? De Hoge Raad oordeelde van wel. Ook in situaties als deze behoort het eigendomsrecht boven de vrije meningsuiting te gaan. De stadions waren opgesteld voor publiek, maar nog steeds privé-eigendom.

Deze lijn kun je prima doortrekken naar sociale-mediasites als Google, Facebook of Twitter. Hun servers zijn privé-eigendom en zij beslissen dus wat daar gebeurt. Willen ze geen blote borsten, dan is dat hun keuze. Wil men wel expliciet geweld toestaan, nou ja hun keuze dan ook al word ik er misselijk van. Ik moet dan mijn sociale media maar ergens anders halen.

Alleen: wélke ergens anders. Twitter en Google zijn inmiddels zo groot dat hun beslissing om geen aandacht te schenken aan een bepaald nieuwsfeit bepalend kan zijn voor de verdere ontwikkeling daarvan, merkt Zenger terecht op. En je bent de facto ook als gebruiker best afhankelijk van deze sites. Je stapt niet zomaar op bij Facebook of Google.

En die marktmacht, die meningsmacht die die sites hebben, maakt dat hier wellicht een uitzondering moet gaan gelden op de ondernemersvrijheid van deze bedrijven om te kiezen wat ze wel en niet toestaan.

Daarvoor is een precedent. In de Europese Appleby-zaak uit 2003 wilde een groep demonstranten in een winkelcentrum – ook een semi-openbare ruimte – haar mening uiten. De (private) eigenaar verbood dit op grond van zijn eigendomsrecht. Het EHRM oordeelde dat dit in beginsel inderdaad toegelaten was. Het eigendomsrecht woog zeer zwaar en kon in beginsel slechts opzij gezet worden wanneer sprake was van

preventing any effectieve exercise of freedom of expression or [if] it can be said that the essence of the right has been destroyed (r.o. 47).

Bij het Appleby-winkelcentrum was hiervan geen sprake, omdat je als demonstrant ook de individuele winkels zou kunnen vragen of je daar mocht flyeren in plaats van in de algemene hal.

Hoe trek je dit nu door naar internet? Als een site of dienst zó groot is dat zonder je daar te kunnen uiten je vrijheid van meningsuiting effectief dood is, dan mag de dienst niet zomaar je mening verbieden. Met het aantal gebruikers op Facebook en Twitter en vooral het feit dat grosso modo iedereen daar kijkt en nergens anders, zie ik dat nog wel een eind opgaan.

Alleen: dat zou betekenen dat je als Facebook dus ook misselijkmakende beelden moet laten verspreiden waar een hoop gebruikers niet op zitten te wachten. Dat kan ook weer niet de bedoeling zijn. Of wel? Zoals Rejo betoogt:

Hoe schokkend het filmpje van de onthoofding ook is, het is de keiharde realiteit van onze wereld. Dit soort beelden zijn medebepalend voor onze toekomst. … Dit soort beelden moet gezien worden – in ieder geval door hen die dat willen. Elk van ons moet dat voor zichzelf bepalen.

Facebook zou dus dit soort beelden wél door moeten laten maar mensen zelf laten zeggen “dit wil ik niet meer zien”, waarna het uit je gezicht blijft. Een grote verantwoordelijkheid. Maar ja, ze hebben dan ook een grote macht. En het is dan te makkelijk om te zeggen “onze servers, wij bepalen”. Als je zó veel invloed hebt, dan moet je rekening houden met anderen.

Arnoud

Tiradeweek: Nee, Google moet zich gewoon ook aan onze wet houden

rantweek-tiradeweekWeinig uitspraken van het Hof van Justitie hebben zo veel losgemaakt als het vergeetrechtarrest. Zoekmachines als Google dienen (op grond van de privacywetgeving) zoekresultaten op te schonen wanneer deze over personen irrelevante of verouderde informatie bevatten. Termen als censuur en de opmaat tot boekverbrandingen zijn nog de lichtste kwalificaties die ik hierover heb gelezen van boze commentatoren. Maar eh joehoe is het écht zo veel gevraagd dat een bedrijf zich aan de wet houdt?

Google heeft met haar fantastische zoekalgoritmen een revolutie ontketend in wat je op internet kunt vinden. Ik was jarenlang fan van Altavista en had altijd nog drie zoekmachines bij de hand, maar toen Google met haar kale homepage opkwam was ik binnen een week verkocht. Gewoon vinden wat je nodig hebt, en nog het meest relevante resultaat eerst ook.

Met haar zoekmachine is zo ongeveer alle informatie vrij beschikbaar. En wel zo makkelijk als nooit te voren. Dat is geweldig, maar heeft ook een keerzijde: niets is meer privé te houden En zelfs als je zélf denkt je informatie netjes af te schermen, is er altijd wel iemand die je tagt in een foto, je naam in een bericht opneemt of een oude databank met tijdschriften of krantenartikelen online gooit.

Maar uitingsvrijheid is niet het enige grondrecht, en ook niet het belangrijkste. Privacy is er ook nog, en is minstens zo belangrijk als uitingsvrijheid. Daar heb je dus rekening mee te houden als je uitingen gaat produceren. Net zoals je met dingen als smaad, racisme of bedreiging rekening moet houden. Maar hoewel die dingen allemaal bestaan, zie je zelden dat een informatie-aanbieder iets doet om rekening te houden met de privacy. Waarom toch?

Het enige dat ik kan bedenken is dat hier een sterke Amerikaanse invloed in zit. Daar is freedom of speech zo ongeveer absoluut, leer je in elke uitleg en cyberlawguide. Hooguit wordt wat lippendienst beleden aan smaad, maar voor smaad moet daar wel bewezen zijn dat de uiting onjuist is. Oftewel dat speelt vrijwel nooit en programmeer dus maar alsof alles dat openbaar is, vrij gebruikt kan worden. (En voor irritante auteursrechthebbenden doen we wel een DMCA formuliertje.)

Ik zie geen enkele reden waarom Google informatie zou moeten tonen die irrelevant is als je zoekt op een persoon. Want nee, Google is geen neutraal doorgeefluik. Ze zijn geen bakje in de bieb waar je zelf eens in snuffelt en ziet wat je wel interessant lijkt. Google is een speurneus die zélf bepaalt wat belangrijk is, en jou dat op een presenteerblaadje aanreikt. Google bepaalt wat relevant is.

En vanuit dat perspectief is het héél gek dat de privacy van personen uit broninformatie niet wordt meegewogen bij de bepaling van die relevantie. De oplossing van het Hof van Justitie is dan ook zo gek nog niet. De broninformatie mag netjes blijven staan. Daar is niks mis mee (anders zouden we van smaad of laster spreken, een heel ander soort probleem) en bronarchieven zijn van grote waarde. De bron mag gerust ontsloten worden door zoekmachines als Google moet zorgen dat die broninformatie niet ontsloten wordt wanneer deze irrelevant is voor de zoekopdracht.

Natuurlijk is het een hele lastige om te bepalen óf informatie irrelevant dan wel verouderd is. En de vraag waarom Google dat moet beslissen, is dan ook een goeie.

Je zou kunnen zeggen dat de vraag beter bij een instantie als het Cbp neergelegd zou moeten worden. Logisch. Dat zijn professionals die objectief kunnen inschatten of iets wel of niet tegen de wet is. Alleen, dan wordt het weer gelijk zo’n zelfde circus als bij de rechter: discussies met advocaten, een heel gedoe, plus een grote kans dat de beslissing dan openbaar moet worden want rechtspraak moet dat nu eenmaal. En als er iets is dat niet handig is, dan is het wel het openbaar maken van een verzoek om iets privé te houden.

Het antwoord is dan overigens niet om in persberichten bekend te maken dat vooral rare snuiters hun verleden willen oppoetsen: verwijderverzoeken van oplichters, pedofielen en andere criminelen krijgen ruim de aandacht als je Google vraagt hoe het nu gaat met het vergeetrecht. Ook geen antwoord is bij zoekresultaten te zeggen “we hebben dingen weggelaten vanwege privacy” met een grote knop “Zoek op onze andere site waar je wél die dingen krijgt”. Dat soort grappen noemen ze in de VS “contempt of court” en het is stuitend dat een megabedrijf als Google dat niet inziet bij een uitspraak van de hoogste Europese rechter. Zijn grondrechten alleen belangrijk als ze je bedrijf goed uitkomen?

Arnoud

Franse moet schadevergoeding betalen om prominente negatieve recensie

restaurant-recensie-reviewEen Franse rechtbank heeft een blogger veroordeeld tot een schadevergoeding van 1500 euro omdat een negatieve recensie van een restaurant te hoog in de Google-zoekresultaten verscheen, meldde Tweakers gisteren. De recensie was nogal negatief, maar hoewel mijn Frans wat roestig is kan ik er niet echt smadelijke teksten in ontdekken. Helaas is het vonnis niet online beschikbaar maar het lijkt erop dat de uitspraak met name is gedaan om dat de hoge ranking op de restaurantnaam het bedrijf nogal schade bezorgde. En dat is toch wel een opmerkelijke redenering.

Natuurlijk mag je je mening geven over een etentje in een restaurant, en dat mag je best negatief doen ook. Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht, ook in Frankrijk. Er zitten wel grenzen aan: je recensie moet een basis in de feiten hebben, voldoende ergens op gebaseerd zijn. Als je een haar in de soep vindt dan is dat natuurlijk iets om over te schrijven, maar om dan gelijk álles af te kraken met de grofst mogelijke bewoordingen (“en de eigenaar zal wel vreemd gaan want niemand van het personeel had die kleur haar”) zou wel iets te ver gaan.

Maar goed stel even dat de recensie op zich door de beugel kan en dat het puur is dat de recensieblog zó hoog in Google staat. Het restaurant heeft daar last van: mensen zien op link 1 een negatief verhaal, en zijn dan snel klaar met hun conclusie. Is dat dan dom van die mensen of gewoon een gevalletje jammer-dan? Of heb je als hoogingooglerankende blogger een grotere verantwoordelijkheid?

We weten dat als je een belangrijke positie inneemt, je meer moet uitkijken met wat je schrijft. Als de recensent van de Consumentenbond een apparaat ten onrechte afkraakt omdat ‘ie hoofdpijn heeft, dan mag dat de Bond best worden aangewreven. Maar dan gaat het volgens mij nog steeds om fouten in de recensie zelf. Iets dat niet klopt, dat onnodig overdreven is of uit zijn verband wordt gerukt.

Maar is dat wezenlijk anders dan de grond in geschreven worden door een ouderwetse bekende recensent in de krant zoals Johannes van Dam? Weinig restauranthouders zouden bij een dergelijke negatieve recensie naar de rechter zijn gestapt, volgens mij. En de krant rankte best wel hoog als het ging om meningen vormen. Pre-internet dan natuurlijk.

Arnoud

Google heeft eigen verantwoordelijkheid bij persoonsgegevens in zoekresultaten

google-homepage-patent.pngGoogle moet gevoelige informatie uit de zoekresultaten verwijderen als personen hierom vragen, meldde Het Parool gisteren. Dat is iets té kort door de bocht: Google mag niet meer eenvoudigweg doorverwijzen naar de bronnen van die informatie maar moet zelf een afweging maken tussen de privacy van de klager en de informatiewaarde van de publicaties.

De rechtszaak waar dit arrest uit voortkomt, ging over een publicatie uit 1998 die in 2010 opdook in Google-zoekresultaten via een krantenarchief. Het onderwerp van de publicatie wilde dit verwijderd, omdat het bericht achterhaald en irrelevant was geworden. (Hij had in 1998 een beslaglegging tegen zich gekregen maar dat was al lang weer opgelost.) De Spaanse rechter stelde vragen over uitleg van de privacwetgeving aan het Europese Hof, omdat het hier om een fundamentele kwestie ging.

Allereerst bepaalt het Hof dat zoekresultaten van een online zoekmachine onder de privacywet (Wbp) vallen. Er worden persoonsgegevens verwerkt op die manier, want het verzamelen, indexeren en (na zoekopdrachten) tonen daarvan valt onder de zeer brede definitie die de wet hanteert. Alle privacyjuristen roepen nu, “ja natuurlijk, Lindqivst” – want in die zaak werd ooit bepaald dat op internet zetten “De vrijwilligersmiddag gaat niet door want Wim heeft zijn enkel gekneusd” een verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens opleverde.

Belangrijk is wel dat het Hof zegt dat dit óók geldt als je alleen maar informatie van elders plukt en die in je eigen volgorde et cetera vormgeeft. Dus ook als je niets verandert aan de informatie. Privacy vervalt niet wanneer de informatie al ergens openbaar is. En privacy stopt ook niet enkel omdat de informatie juist is. Iedere (her-)publiceerder moet zijn eigen rechtvaardiging hebben onder de privacywet om informatie te mogen publiceren of gebruiken.

Google is een ‘publiceerder’, juridisch gezegd een verantwoordelijke. Zij pakken informatie en maken die doorzoekbaar. Dat is ook een vorm van verwerking, en Google bepaalt hoe en waarom dat gebeurt. Dat is de definitie van “verantwoordelijke”.

Hoewel het waarom formeel geen rol speelt (je bent verantwoordelijk of niet), vindt het Hof het toch belangrijk aan te stippen dat Googles rol een hele grote is. Google is niet zomaar een kaartenbak, Google ontsluit het onmogelijk te doorkruisen internet:

Bovendien staat vast dat deze activiteit van zoekmachines een beslissende rol speelt bij de wereldwijde verspreiding van deze gegevens, doordat zij deze toegankelijk maakt voor elke internetgebruiker die op de naam van de betrokkene zoekt, daaronder begrepen de internetgebruikers die anders de webpagina waarop diezelfde gegevens zijn gepubliceerd niet hadden gevonden.

Dit is in zoverre belangrijk dat de privacy-inbreuk die via Google gepleegd kan worden, zeer ver kan gaan. Iedereen kan die informatie vinden en gebruiken. En vanwege die belangrijke rol die Google zichzelf zo aanneemt, is het wenselijk dat Google gewoon aan de privacywet gehouden wordt, zo bepaalt het Hof. De privacy online bestaat niet daadwerkelijk als Google buiten de Wbp zou vallen. Een stevige stelling.

Dat Google een opt-out hanteert (robots.txt en noindex tag) maakt daarbij niet uit. Google mag de keuze wat ze opneemt en wat ze toont, niet bij een ander laten. Zij heeft een eigen verantwoordelijkheid als verantwoordelijke onder de Wbp.

Verder wordt Google Spanje aansprakelijk gehouden (volgens mij naast Google Inc) omdat deze dochter de advertentieruimte verkoopt op de zoekresultaatpagina’s. Zonder de dienst van de Amerikaanse moeder kan Google Spanje niet bestaan, dus is ze er mede-verantwoordelijk voor. Wederom vanuit de achterliggende wens dat Google aan te pakken móet zijn omdat anders de Europese privacy door datagrabbelende Amerikaanse molochen waardeloos gemaakt wordt. (Oké die was tendentieus. Maar weerleg ‘m maar eens.)

Maar zoekmachines zijn toch niet aansprakelijk voor wat ze tonen? Dat argument komt hier niet naar voren. Mogelijk omdat de e-commercerichtlijn (waarin deze bescherming is geregeld) expliciet zegt dat deze niet van toepassing is op diensten die onder de privacyrichtlijn 95/46/EG vallen (zoals bij ons al eens in de Kleinkindonbereikbaar-zaak). Dus ook vanuit dat licht ontkom je niet aan verantwoordelijkheid onder de privacywet.

En dan komt de échte klap: Google (.com en .es) moet zélf zorgen voor een goede balans tussen de privacy van geïndexeerde mensen en de informatievrijheid. Ze mag niet verwijzen naar de bronsites, of volstaan met “zolang de rechter het niet verboden heeft, houden wij het doorzoekbaar”.

Dit kan dus leiden tot een situatie waarin de informatie wél op de bronsite mag staan maar niet via Google te vinden is, althans niet met een op de persoon gerichte zoekopdracht. Krantenarchieven hoeven dus niet te vrezen dat zij nu hun site ook ondoorzoekbaar moeten maken.

Ook betekent het niet dat Google nu direct na een klacht van alles moet blokkeren. De klacht moet wel terecht zijn. Zo zou een actueel en relevant journalistiek artikel over iemand niet uit een gerichte zoekopdracht over die persoon hoeven te worden verwijderd. Een verouderd en irrelevant artikel wel. En het Hof zegt daarbij dat “in beginsel” de privacy het wint van de informatievrijheid/meningsuiting – wat een opmerkelijke is, want de standaard is dat twee grondrechten gelijkwaardig zijn en de afweging per geval moet gebeuren. In het kader van privacy zegt het Hof dat enkel bij “bijzondere redenen, zoals de rol die deze persoon in het openbare leven speelt” de informatievrijheid het kan winnen.

Het fameuze “recht te worden vergeten” komt ook nog langs. Zoekresultaten uit oude bronnen kunnen vervelend zijn, die moet een zoekmachine op zeker moment maar eens vergeten te tonen. Of je scháde hebt, is daarbij irrelevant. Het gaat enkel om de afweging privacy versus informatievrijheid, wat weegt in dit geval het zwaarste. En bij dat zestien jaar oude artikel over een inmiddels volslagen irrelevante beslaglegging weegt de privacy het zwaarste. Eruit dus.

Oef. Dat is nogal wat. Privacy wint het van zoekresultaten, Google moet aan de Europese regels voldoen. En ik denk dat ze nu ook zélf een privacy-takedownteam moeten opzetten, want het Hof zegt toch echt dat het Google is die dat moet uitzoeken en niet de bronsite. Hoewel ze ook een paar keer opmerken dat de nationale rechter dat moet uitzoeken, wat een hint kan zijn dat Google mag wachten totdat de rechter haar veroordeelt tot opschonen. Dus ik gok dat dat de spin is die Google eraan gaat geven, en vervolgens overgaat tot de orde van de dag. Maar dit arrest gaat écht nog een staartje krijgen.

Arnoud

Privacyvoorwaarden Google in strijd met de wet

privacy-statement.jpgHet combineren van persoonsgegevens door Google sinds de invoering van hun herziene privacyvoorwaarden is in strijd met de Nederlandse privacywet, de Wbp. Dat concludeerde privacytoezichthouder Cbp vorige week. Google koppelt persoonsgegevens van internetgebruikers die via allerlei verschillende Google-diensten worden verkregen, zonder de gebruikers daarover vooraf goed te informeren en zonder daarvoor vervolgens toestemming te vragen. En nee, in je privacyverklaring zeggen dat je iets doet is niet hetzelfde als “informeren en toestemming vragen”.

Het grote probleem met de sinds juni 2012 samengevoegde privacyverklaring is dat ‘ie veel te vaag is. Dat hebben alle sites, en het is ergens ook logisch want je kunt moeilijk tot in detail uitleggen wat je allemaal precies doet. Laat staan op een manier die iedereen begrijpt en op een moment dat het niemand ook maar één iota interesseert wat je allemaal doet. Het fundamentele probleem met de privacywet is dan ook de gedachte “leg het mensen uit en dan kunnen ze een geïnformeerde vrijwillige toestemming geven of weigeren, waarmee er geen probleem meer kan zijn”.

Bijzonder puntje bij Google is dat in hun privacyverklaring heel vaak het woord ‘kan’ valt. Ze zeggen daarover zelf:

Dat Google vaak woorden gebruikt als ‘kan’ is onvermijdelijk, omdat daadwerkelijke verwerking afhankelijk is van meerdere factoren, zoals of de gebruiker een bepaalde Google-dienst gebruikt.

Dat geloof ik graag maar het kán (haha) natuurlijk ook betekenen dat Google diverse varianten en invullingen gaat geven die heel anders kunnen (haha) werken of uitpakken dan de gebruiker verwacht. En dat is nou net niet de bedoeling van de Wbp: je moet niet zeggen wat er kán gebeuren maar wat er zál gebeuren. Specifiek, en in voldoende detail om mijn moeder te laten begrijpen wat dat inhoudt. En wat je niet uitlegt dat mag je niet doen. Nee, dat doet niemand en mijn moeder wíl dat ook helemaal niet lezen. Die wil gewoon dat Google zich netjes gedraagt.

Ook het verweer van Google dat zij geen persoonsgegevens verzamelen, wordt afgewezen. Google maakt profielen en voegt informatie samen. Zodra je genoeg informatie in een profiel hebt om één persoon uniek te onderscheiden van andere personen, is dat profiel een persoonsgegeven. Het doet er niet toe of ze weten hoe je heet, waar je woont of wat je e-mailadres is. Oh wacht:

We don’t need you to type at all. We know where you are. We know where you’ve been. We can more or less know what you’re thinking about.

Een quote van Google-directeur Schmidt, met ambtelijk sarcasme geciteerd in het Cbp rapport. Google weet alles van ons, zo zeggen ze zelf. Dús weten ze onze persoonsgegevens.

Ja mooi. Maar eh je geeft toch toestemming voor al dat verwerken door Google te gebruiken? Dat staat overal in de privacyvoorwaarden en in van die handige wegklikbalkjes. Maar nee, dat is niet het soort toestemming dat de privacywet op het oog heeft. Je moet het apart vragen en je moet op antwoord wachten. En eigenlijk ook een ‘nee’ als antwoord accepteren, als ik dit goed lees:

Weliswaar kan ondubbelzinnige toestemming ook verkregen worden uit een actieve handeling, maar alleen als de gebruiker een (vrije, specifieke en geïnformeerde) keuze heeft kunnen maken om in te stemmen of te weigeren, en dat is niet het geval. Google verkrijgt evenmin ondubbelzinnige toestemming via aanvaarding van haar servicevoorwaarden of het gebruik blijven maken van haar open diensten.

“Hoi wij gaan cookies zetten en u tracken, dat vindt u goed anders moet u deze site maar verlaten” en een ok-knop is dus géén toestemming. Dat wordt dus een leuke bij dat cookiewetswijzigingsvoorstel.

Sluit je dan misschien een contract met Google door hun site te gebruiken? Immers je mag persoonsgegevens gebruiken voor een goede uitvoering daarvan. Nou, niet voor mensen die gewoon langssurfen en de zoekmachine gebruiken. Die wéten niet eens dat ze een overeenkomst sluiten, laat staan onder de Servicevoorwaarden. Dus nee, een linkje onderaan met je algemene voorwaarden (of disclaimer, for that matter) gaat je dus niet helpen.

Plus, zelfs al bouw je een constructie waarbij je wél mensen bindt aan een overeenkomst en rechtsgeldig de voorwaarden elektronisch ter hand stelt, dan nog mag je die persoonsgegevens alleen gebruiken als dat noodzakelijk is voor die overeenkomst. Dus daarmee krijg je echt niet al dat geprofileer en getarget gerechtvaardigd.

De eigen dringende noodzaak gaat hem ook niet worden: waar dat bij Street View nog de escape, hier niet want alles werkt met cookies en daar had je nou eenmaal toestemming voor nodig.

Maar stel ze gaan naar een cookieloos Google, dan nog: je moet dan wel, ahem, een dringende noodzaak hebben. En wat is die noodzaak dan om Youtube en Google en al die andere diensten te bundelen en één profiel op te bouwen? Ja, dat je gericht kunt adverteren maar daarbij zul je echt meer rekening moeten houden met de privacy. En dat is dan niet alleen een opt-out per dienst of het aanreiken van tools, maar een eigen afweging of het nou echt wel nodig is om zo diep inbreuk te maken op de privacy van zoekers, Mappers en andere Googledienstgebruikers.

Uiteraard herkent Google zich niet in de kritiek en wordt een stofwolk aan marketingpraat (verwijzen naar vage Europese regels, spreken van gebruikerservaring, het woord ‘engageren’) gebruikt om om het punt heen te dansen. En het zal bij dansen blijven: ik zie niet hoe het Cbp effectief een maatregel kan opleggen die erg genoeg is om Google fundamenteel anders te laten werken. Wat jammer is, want dit is een van de stevigste rapporten die ons Cbp in lange tijd heeft opgesteld.

Arnoud

Gebruikers Google Analytics schenden Nederlandse privacywet

analytics-cookie.pngGebruikers van Google Analytics hebben volgens de wet een aparte bewerkersovereenkomst nodig, maar Google weigert dit, zo las ik bij Webwereld. In een onderzoek van de privacytoezichthouder naar persoonsgegevensverwerkende smart TV’s kwam ook voorbij dat je zo’n overeenkomst moet afsluiten als je met Google Analytics werkt. Niemand doet dat, sterker nog niemand kán dat doen want Google vindt dat er geen sprake is van een privacyschending.

Wanneer je het verwerken van persoonsgegevens uitbesteedt, heet die andere partij een bewerker. De verantwoordelijke bepaalt wat er gaat gebeuren en hoe (doel en middelen), en de bewerker voert dat uit. Dit is geschreven voor situaties waarin je bv. een bedrijf inhuurt om een papieren mailing uit te doen naar je relaties of om een stukje van je dienstverlening uit te kunnen besteden. Maar de definitie past ook prima bij een clouddienst: de cloudgebruiker bepaalt wat er moet gebeuren en kiest de middelen – de clouddienst – en de dienstverlener voert dat simpelweg uit.

De wet schrijft voor dat je verplicht een bewerkersovereenkomst moet sluiten tussen verantwoordelijke en bewerker. Hierin komt te staan wat de bewerker mag doen (en wat vooral niet), welke beveiligingsmaatregelen hij moet nemen en hoe de verantwoordelijke op een en ander toezicht houdt. Dat moet dus ook in de cloud, en daar gaat het al snel mis want geen hond (cloudhond?) die zich daaraan houdt.

Nu zou je zeggen dat een partij als Google dat eenvoudig kan fixen. Maak een standaard bewerkersovereenkomst, zet die naast de gebruikersvoorwaarden (hij mag er niet ín, het moet een aparte overeenkomst zijn) en klaar is Sergey. Maar nee, Googles bedrijfsbeleid is dat Google Analytics geen persoonsgegevens verwerkt en men herkent zich niet in de mening van het Cbp.

Je kunt je afvragen óf er wel persoonsgegevens worden verwerkt met deze dienst. Zoals Webwereld schrijft,

TP Vision gebruikt first party cookies in plaats van third party tracking cookies, verwijdert het laatste octet van alle IP-adressen voordat ze worden opgeslagen, heeft de optie ‘gegevens delen’ in Google Analytics uitstaan en maakt geen gebruik van Google AdWords en AdSense.

Dit is de best practice van hoe je zo privacyvriendelijk mogelijk Google Analytics inzet. Maar nee, aldus het Cbp:

Voor Google zijn deze gegevens op zichzelf persoonsgegevens. De toegepaste maskering van het laatste octet van het IP-adres leidt weliswaar tot verminderde herleidbaarheid (een groep van maximaal 254 verschillende gebruikers), maar er is, door de aanwezigheid van bijkomende gegevens als tijdstip en URL-referrers, gedurende de verzameling van de gegevens door Google, geen onevenredige inspanning nodig om het surfgedrag en appgebruik tot een individuele betrokkene te herleiden.

Het feit dat Google het kán herleiden maakt Analyticsdata dus persoonsgegevens, ook als Google via de uitstaande optie ‘gegevens delen’ belóóft het niet te doen. Tsja. Dan houdt het wel een beetje op inderdaad met dit soort diensten, want herleiden kán vrijwel altijd.

Exit Google Analytics? Nou, dat denk ik niet. Net als met de cookiewet gaat dit massaal genegeerd worden. Het Cbp kan het wel een “waarschuwing aan de hele branche” noemen maar zonder boetes en handhavend optreden is dat geen echt compliance-afdwingende waarschuwing.

Arnoud

Doorverkopen van Google-bril Glass verboden

not-for-resaleGoogle verbiedt ontwikkelaars die al een testversie van de bril Glass hebben, hun apparaat te verkopen, uit te lenen of weg te geven, las ik bij Nu.nl. De algemene voorwaarden van de online bril vermelden “Je mag het apparaat niet doorverkopen, maar je mag het apparaat wel cadeau doen” en stellen dat Google de diensten gekoppeld aan de bril mogen afsluiten als je dat toch niet. Eh. Was er niet zoiets als eigendomsrecht?

Zowel in de VS als hier geldt dat als een bedrijf een product heeft verkocht, de koper dit mag doorverkopen. Dat is immers wat “verkoop” impliceert: het eigendom gaat over, en de eigenaar mag zelf beslissen wat hij ermee doet. Algemene voorwaarden die “over het graf” heen regeren wat de koper mag doen, zijn al heel snel onredelijk. Zo kun je bijvoorbeeld niet bepalen dat na drie jaar de eigendom automatisch teruggaat naar de verkoper.

Natuurlijk, het is mogelijk om een product aan iemand beschikbaar te stellen zonder dat deze eigenaar wordt. Je kunt iets uitlenen of verhuren (zoals een leasetelefoon) en dan kun je in de huurvoorwaarden allerlei zaken verbieden. Doorverkopen hóef je dan eigenlijk niet te verbieden: de verkrijger kán een gehuurd of geleend apparaat niet verkopen want hij is er geen eigenaar van. (Oké formeel kan hij het wel verkopen maar niet leveren.)

Google spreekt echter expliciet van ‘verkopen’ in de voorwaarden, wat volgens mij impliceert dat ze de transactie waarbij je een Glass verkrijgt, als een eigendomsoverdracht zien.

Google gebruikt echter een truc die vrij uniek is voor connected producten: ze verbieden je niet zozeer de Glass te verkopen, maar ze schakelen het op afstand uit zodat je er de dienst niet meer mee kunt afnemen als je dat doet. Dat zou net zoiets zijn als een telecomprovider die zegt, als je je telefoon verkoopt dan zetten we de IMEI op een zwarte lijst.

Ik ben er nog niet uit of dat nou mag. Het vóelt nogal onredelijk want het gaat in tegen het systeem van eigendomsoverdracht. Tegelijkertijd, ze mógen mensen weigeren hun dienst te laten afnemen. Maar welk redelijk doel dient dat verbod hier, bij Google? Ik kan er geen bedenken. Maar heel expliciet een regel die hiertegen gebruikt kan worden, weet ik zo ook niet. Misbruik van bevoegdheid?

Ik snap ook niet goed wat Google hiermee wil bereiken. Wat is het probléém van doorverkopen van je Glass? Als ze nu gewoon eisen dat je een persoonsgebonden account moet hebben, dan moet de koper zelf een eigen account maken en dan is het niet meer relevant welke bril hij concreet gebruikt. Ik mis iets, denk ik.

Arnoud

Het niet-commerciële publiek domein bij de Koninklijke Bibliotheek

kb-googleHet zat me al een tijdje dwars, en nu vroeg een lezer me er ook weer naar: hoe kan het dat de Koninklijke Bibliotheek boeken aanbiedt uit het publieke domein met een verbod op commercieel hergebruik? Want wie de gebruiksvoorwaarden leest, ziet daarin deze tekst:

Op de boeken die door Google zijn gedigitaliseerd, rust geen auteursrecht meer. Ze zijn herkenbaar aan de vermelding rechtsonder: ‘digitised by Google’. U mag deze boeken gebruiken (inclusief downloaden of printen) voor persoonlijke niet-commerciële doelen. Commercieel hergebruik en/of verdere verspreiding (commercieel of niet-commercieel) is niet toegestaan.

En dat is toch bepaald merkwaardig: het idee van het publiek domein is dat iedereen er alles mee mag doen, ook voor onpersoonlijke commerciële doelen.

De KB maar eens gemaild: hoe zit dit? Gelukkig kreeg ik snel een reactie:

De private partij die de investeringen voor het scannen maakt, heeft bedongen dat de scans alleen voor niet-commerciele doelen worden hergebruikt, bij wijze van return on investment. Voor niet-commerciele doelen zijn de boeken gratis toegankelijk, te downloaden en te hergebruiken. En na vijftien jaar wordt ook commercieel hergebruik onbeperkt mogelijk (zie het Google-contract).

Het contract zelf vermeldt inderdaad in artikel 4.7 dat de bibliotheek bezoekers zal verbieden de gedigitaliseerde werken commercieel te exploiteren (en inderdaad vervalt dat verbod na 15 jaar).

Ik snap goed dat de KB zelf de middelen niet heeft om zo’n omvangrijk scanproject uit te voeren, en ik snap óók goed dat Google bij het opzetten van zo’n project een verbod op commercieel hergebruik ingesteld wil zien. Maar het eindresultaat is bepaald ergerlijk: die boeken zijn publiek domein, dus daar hóren geen restricties op hergebruik meer op te zitten.

Op zich is het legaal om gebruiksvoorwaarden te koppelen aan toegang tot een website of dienst. Die voorwaarden hoeven niet per se te herleiden te zijn tot een onderliggend auteursrecht. Een museum kan je verbieden te fotograferen (met of zonder flits) enkel op basis van de huisregels. En dat de onderliggende gedachte is “dan kopen meer mensen in onze museumwinkel” is dan legitiem, hoewel ergerlijk.

In enkele rechtszaken over vermeende databankrechtinbreuk is echter geoordeeld dat je niet met gebruiksvoorwaarden je een recht kunt voorbehouden dat je niet bezit. Je zou je dus kunnen afvragen wat een hergebruiker te maken heeft met die voorwaarden. Niet veel inderdaad, tenzij hij er akkoord mee is gegaan bij het raadplegen van de site van de KB. Een persoon die die voorwaarden aanvaardt en de hele verzameling leegtrekt, pleegt dus contractbreuk. Maar een derde die vervolgens de hele verzameling op Bittorrent gooit, doet niets verkeerd.

Nee, netjes is dat niet: zo zal Google de volgende keer weinig zin hebben om weer eens een berg boeken te digitaliseren. Maar moet je dat eigenlijk wel willen, een private partij het publiek domein laten digitaliseren?

Arnoud

Zweedse overheid schrapt ‘ongoogelbaar’ uit woordenboek

Capture-1Na druk van Google heeft de Zweedse overheid ‘ongoogelbaar’ van de lijst met nieuwe woorden geschrapt, meldde Nu.nl dinsdag. De Zweedse Taalraad wilde het woord opnemen in het officiële woordenboek met de definitie ‘iets dat niet gevonden kan worden met behulp van een zoekmachine’, maar de zoekmachine zat fel op z’n merk en eiste dat ‘een zoekmachine’ vervangen zou worden door de eigen bedrijfsnaam. In reactie daarop schrapte de Taalraad het hele woord.

In een recente blogdiscussie kwam het ook al even aan de orde. Merkhouders houden er niet van als mensen hun merk als soortnaam of generieke term gaan gebruiken. Een merk verliest zijn geldigheid namelijk als het een generieke term is geworden, en als je dat wilt voorkomen dan moet je er dus bovenop zitten en overal en altijd piepen als mensen je merk als generieke term hanteren.

Ja, dat geldt ook bij niet-commercieel gebruik. Júist bij niet-commercieel gebruik zou ik zeggen, want juist daar vind je het generiek gebruik. Doe jij de luxaflex even dicht, dan zet ik een senseootje met m’n nieuwe Krupps, ondertussen even msn’en op facebook. Die zin levert me vier blafbrieven op van merkhouders gok ik. Maar als ze dat niet doen, dan wórdt senseo de generieke term voor koffiepad en msn’en synoniem voor chatten. (De term koffiepad is niet voor niets heel expliciet gemarket naast het merk Senseo.)

In de IT speelt dit heel erg, omdat nieuwe diensten vaak zó nieuw zijn dat er geen alternatieve term voor is. Of omdat de dienst zodanig synoniem is met de activiteit dat er geen ander woord bruikbaar is. Een avondje msn’en is gewoon gevoelsmatig wat anders dan een avondje chatten. Googelen bekt beter dan zoeken. En wat moet je anders zeggen dan “Facebooken” als je op het sociale netwerk gaat rondhangen?

Nu is dat op zich nog geen genericide – ja zo heet dat onder merkenmensen, en ja dat stelt volkerenmoord op één lijn met het verlies van een merk, maar dat terzijde. Maar het wordt het wel als je de term buiten de originele dienst gaat gebruiken. Ga je googelen met Bing dan verliest het merk Google waarde, wordt het synoniem voor zoeken. En dat is dus waarom Google die boze brief stuurde.

De reacte van de Taalraad snap ik dan weer niet. Met een disclaimer dat het gaat om een merknaam en/of een iets handiger definitie kunnen ze écht hun juridische case steviger maken. (Hela, Arnoud die zegt dat een disclaimer nut heeft.) Maar men is principieel en weigert dus te luisteren naar een merkhouder. Beetje rare reden, dat. Laat het dan op een rechtszaak aankomen.

Arnoud