Is de GPL een contract?

De meeste software-licenties worden gepresenteerd als een contract. Dit zijn de voorwaarden, u moet zo veel betalen, hier tekenen (klikken) alstublieft. Bij open source licenties ligt dat iets anders. Daar wordt niet geklikt en al helemaal niets betaald. Er zit een bestandje bij de software waarin de voorwaarden staan uitgelegd. Zit een gebruiker of verspreider van open source nu wel vast aan die licentie?

Naar Nederlands recht is het antwoord duidelijk: ja, natuurlijk. Zonder licentie mag je vrij weinig met andermans software doen. Installeren en gebruiken mag wel, als je de software legaal van iemand anders kreeg (art. 45j Auteurswet). Maar verspreiden mag niet zonder toestemming van de rechthebbende. Wie de software dus toch verspreidt, is dan kennelijk akkoord gegaan met de licentie.

Naar Amerikaans recht ligt dit iets lastiger. Je zit daar pas vast aan een contract als je “consideration” (een tegenprestatie) biedt voor wat de rechthebbende je geeft. Geld betalen om iets te mogen, is duidelijk consideration. Maar ook bijvoorbeeld “jij mag mijn auto lenen als ik morgen jouw grasmaaier mag gebruiken” is een geldig Amerikaans contract.

Hoe zit dat nu bij de GPL? Daar wordt niets betaald. Er is ook niet echt een andere tegenprestatie aan te wijzen. Het enige wat nog in de buurt komt, is dat de verspreider verplicht is om de broncode mee te leveren. Maar is dat nu een tegenprestatie, of een verplichting?

Eben Moglen, huisjurist van de Free Software Foundation, heeft altijd verdedigd dat de GPL geen overeenkomst is, maar wat dan heet “een eenzijdige verklaring van toestemming.”

The word ‘license’ has, and has had for hundreds of years, a specific technical meaning in the law of property. A license is a unilateral permission to use someone else’s property. The traditional example given in the first-year law school Property course is an invitation to come to dinner at my house. If, when you cross my threshold, I sue you for trespass, you plead my ‘license,’ that is, my unilateral permission to enter on and use my property.

Dit onderscheid is belangrijk. Als de GPL geen contract is, dan is verspreiding die de toestemming te buiten gaat, schending van het auteursrecht. Als de GPL een contract is, kun je verspreiders voor de rechter slepen om naleving van dat contract te eisen, maar niet meer voor schending van het auteursrecht. Ze hebben dan immers een licentiecontract gesloten, en wie een licentie heeft, schendt het auteursrecht niet. Dit werd bijvoorbeeld nog bevestigd in Sun vs. Microsoft (1999):

A copyright owner who grants a non- exclusive license to use his copyrighted material waives his right to sue the licensee for copyright infringement.

Dit zal nog belangrijk worden bij GPLv3, waar heel veel nieuwe clausules worden ingevoerd. Een kritisch commentaar vanuit dit standpunt is te vinden op ACT: GPLv3 : Welcome to Contract Law.

Update (3 juli 2012): in de octrooicontext wordt een gesloten licentiecontract gebruikt om een beschuldiging van octrooischending te pareren.

Arnoud

‘OpenBSD steelt code’, aldus Linux-ontwikkelaar (via Tweakers)

Vandaag op Tweakers.net:

Michael Buesch, ontwikkelaar van de Linux-driver voor de aansturing van draadloze netwerkchips van Broadcom, beschuldigt OpenBSD-ontwikkelaars van het stelen van programmacode. Hoewel beide besturingssystemen open source zijn, gebruiken ze verschillende licenties.

OpenBSD is een open source besturingssysteem dat wordt aangeboden onder de zeer liberale BSD licentie. Software onder deze licentie mag voor zo ongeveer alles worden gebruikt, zolang maar wordt vermeld wie de maker is. Linux daarentegen wordt aangeboden onder versie 2 van de GPL, en die legt meer restricties op. De belangrijkste eis uit de GPL is dat elke verspreiding van de software inclusief broncode moet gebeuren. Ook verdere verbeteringen aan de software mogen alleen inclusief broncode worden verspreid.

Michael Buesch is de auteur van een wireless LAN driver voor Broadcom chips. Hij ontdekte dat OpenBSD een driver had met exact dezelfde broncode. Hij stuurde dan ook een boze mail naar het OpenBSD team. Dat was aanleiding voor een stevige discussie; het OpenBSD team en helemaal hun leider Theo de Raadt staat niet bekend om hun softe, subtiele aanpak.

In het algemeen is het lastig om te bepalen of er sprake is van inbreuk op auteursrecht bij software. Alleen code met “het stempel van de maker”, eigen creatief werk dus, wordt beschermd door auteursrecht. Puur functionele code is niet beschermd.

Nu heeft een programmeur normaal veel ruimte voor creativiteit bij het schrijven van de code. Maar bij drivers is dat anders. Die moeten op een bepaalde manier werken om de hardware aan te kunnen sturen. Vaak ligt het communicatie-protocol met de hardware helemaal vast, en ook de manier waarop de gegevens doorgegeven moeten worden aan andere software. Het is dan lastig om te bepalen of een implementatie nu creatief is of puur functioneel. Kort gezegd, op hoe veel manieren kun je “als het apparaat aan moet, stuur dan code 0x3F” implementeren?

Dat wil alleen niet zeggen dat drivers dus niet beschermd zijn, of dat zomaar alle code van een driver mag worden overgenomen. In dit geval bleken er grote stukken code letterlijk gecopy&paste te zijn, inclusief variabelenamen, commentaar en dergelijke. En dat wijst er meestal op dat er meer is overgenomen dan puur het functionele aspect van het origineel.

Arnoud

Vergroot begrip voor auteursrecht

Via Boek 9 het rapport Hoe kan het begrip voor auteursrecht worden vergroot en wat is de rol van voorlichting daarbij?

Dit rapport komt van de Stichting Auteursrechtmanifestaties. Misschien kent u die nog van hun campagne Auteursrecht voor jou! (Ik niet eigenlijk, maar nu weet ik wel hoe de club achter Auteursrecht.nl heet) Hoe dan ook, bij de Stichting Auteursrechtbelangen zijn alle auteursrechtincasso-organisaties, maar ook BREIN, de publieke omroep, de vereniging van schrijvers en vertalers en nog vele anderen aangesloten.

Het rapport begint met een interessante observatie:

Sinds de Stichting Auteursrechtmanifestaties (STAM) in 1986 is opgericht, is na ruim 20 jaar de noodzaak om het publiek te overtuigen van het belang van auteursrecht niet verminderd, integendeel. Onder invloed van de vele digitale ontwikkelingen is het begrip voor auteursrecht eerder af- dan toegenomen en lijkt het niet al te best gesteld met het imago van het auteursrecht.
Ik neem aan dat ze met dat “sinds” niet bedoelen dat het de schuld van STAM is dat het imago van auteursrecht omlaag gegaan is de laatste 20 jaar.

STAM heeft interviews gehouden met “een groot aantal partijen uit diverse maatschappelijke geledingen, waaronder vertegenwoordigers van overheid, politiek, onderwijs, bedrijfsleven, rechthebbenden, consumentenbond en communicatiedeskundigen.” Het rapport is het resultaat van deze interviews, aangevuld met uitkomsten uit een rondetafelbijeenkomst van juni vorig jaar.

Wat zijn nu de belangrijkste bevindingen?

Uit de interviews bleek dat er naast (en volgens sommigen zelfs in plaats van) voorlichtings- en bewustwordingscampagnes nadrukkelijk aandacht zou moeten worden besteed aan:

  • collectieve rechtenorganisaties (wijze van uitoefening rechten, publieke verantwoording, transparantie, one-stop shop)
  • nieuwe businessmodellen (prijsstelling, alternatieve inkomstenbronnen, legale downloadportals) en/of
  • wetgeving c.q. vervolgingsbeleid.

De rondetafelconferentie van vorig jaar leverde ook veel stof voor discussie op. Dat kwam wellicht ook door de samenstelling:

Bij de selectie van de deelnemers aan de bijeenkomst is er bewust voor gekozen om niet zozeer (althans niet alleen) de bekende vertegenwoordigers van de rechthebbenden uit te nodigen (omdat zij deze discussie al vaker hebben gevoerd en al via de schriftelijke ronde konden reageren), maar juist ook personen uit een andere kring die vanuit hun ervaring of professie mogelijk een waardevolle en verfrissende bijdrage zouden kunnen leveren aan de discussie over auteursrecht.

De belangrijkste conclusie lijkt te zijn dat het niet alleen gaat om een imagokwestie. Er is meer nodig dan alleen communicatie om de maatschappelijke acceptatie van auteursrecht te verbeteren. Innovatie in de auteursrechtsector moet worden gestimuleerd. De deelnemers kwamen met deze aanbevelingen:

Onderzoek: Er zou een inventarisatie moeten plaatsvinden van nieuwe en/of innovatieve businessmodellen en van resultaten van onderzoek naar het effect van gratis aanbieden van content op verkoopresultaten. … Ook zou nader onderzoek kunnen worden gedaan naar de vraag welke specifieke problematiek bij welke doelgroep speelt en hoe daar het beste op kan worden ingespeeld.

Platform: Er zou een platform moeten worden ontwikkeld ten behoeve van de auteursrechtsector zelf (intern) en voor aanbieders en afnemers gezamenlijk (extern).

Interne discussie bevorderen: STAM zou het innovatieve karakter van de sector kunnen uitdragen door innovatieve businesscases te inventariseren en zichtbaar te maken: alternatieve modellen naast elkaar analyseren en benchmarken, met oog voor innovaties in andere sectoren. Ideeën bij elkaar brengen én uitdragen. … Daarbij past een open en enigszins kwetsbare opstelling: ‘we weten het ook niet precies, maar we proberen het wel.’ Enkele deelnemers raden de industrie aan zichtbaar te maken dat je openstaat voor innovatie, oog hebt voor ontwikkeling en om experimenten te stimuleren met oog voor de achterliggende businessmodellen.

Externe discussie bevorderen: STAM zou partijen (rechthebbenden en gebruikers) bij elkaar kunnen brengen en deze aansporen tot het (samen) bedenken van nieuwe modellen en tot het ontwikkelen van businesscases. Zo zou een natuurlijke alliantie gevormd kunnen worden tussen partijen die elkaar tot nu toe ‘vanuit de loopgraven’ bevochten. Gezamenlijk zou kunnen worden bekeken hoe de maatschappelijke acceptatie van het auteursrecht kan worden vergroot.

Arnoud

Mededeling EC: nieuwe ontwikkelingen rond Gemeenschapsoctrooi

Sinds 1973 worden Europese octrooien verleend via het Europees Octrooiverdrag. In dit systeem worden octrooien centraal beoordeeld, en na verlening omgezet in nationale octrooien. Dit systeem heeft twee belangrijke problemen:

  • Het talenprobleem: Op dit moment moet een octrooihouder zijn hele octrooi vertalen in vele Europese talen. Van het nieuwe gemeenschapsoctrooi zou alleen een beperkt deel van de tekst behoeven te worden vertaald.
  • De rechtspraak: Momenteel moet een octrooihouder in ieder land een afzonderlijk proces starten om zijn uitvinding te beschermen. Bij een gemeenschapsoctrooi zouden de rechtzaken centraal bij een gerechtshof voor heel Europa worden afgedaan. Hierdoor wordt het eenvoudiger uitvindingen te beschermen.

Al sinds de jaren zeventig wordt er dan ook gewerkt aan een Gemeenschapsoctrooi, een enkel Europees octrooi dat meteen in de hele EU geldt, en liefst ook bij één rechtbank beoordeeld wordt op geldigheid en inbreuk. In 1975 kwam er een Gemeenschapsoctrooiverdrag, maar dit werd niet door genoeg landen geratificeerd. Een poging tot reanimatie was het Agreement van 1989, maar dit mocht niet baten.

In 2000 besloot de Europese Unie dat het dan maar via een Verordening moest gebeuren. De EU kan met een Verordening uniforme regels instellen die automatisch in de hele EU gelden. Verdragen moeten eerst door alle landen afzonderlijk goedgekeurd worden. Na lang werk en veel ruzie sneuvelde ook dit plan vanwege de taalproblemen. Als een octrooi in elke EU-taal vertaald moet worden, zal dat de kosten gigantisch hoog maken. Maar het octrooi alleen in b.v. het Engels laten verlenen is politiek lastig te verkroppen voor landen waar Engels geen officiële taal is.

Nu lijkt er toch weer wat beweging in te komen. De Europese Commissie heeft op 3 april een Mededeling (met hoofdletter) gedaan over “Het verbeteren van het Europese octrooisysteem”.

Het rapport beschrijft twee opties:

  1. Het European Patent Litigation Agreement (EPLA). Dit is (of eigenlijk, wordt) een apart verdrag waarin wordt geregeld hoe rechtszaken over octrooien centraal afgehandeld moeten worden. Een voordeel hiervan is dat dat relatief snel kan worden opgezet, en toegesneden kan worden op dit ene onderwerp. Er komt dan geen centraal Europees gemeenschapsoctrooi; de rechtspraak gaat over de huidige Europese octrooien.
  2. Een nieuwe jurisdictie voor gemeenschapsoctrooien, binnen de context van de EU. Dit is (gezien vanuit de Europese Commissie) een betere oplossing, want het past dan binnen de structuren die de EU al heeft. Nadeel is dat het dan veel langer duurt.
De Commissie stelt voor om als compromis een combinatie van deze twee opties in te voeren.
This way forward could therefore be to reflect on one single court system inspired by the principles on which consensus is emerging, and addressing the respective concerns of Member States and stakeholders.

This could be achieved by creating a unified and specialised patent judiciary with competence for litigation on European patents and future Community patents. Such a judicial system could be strongly inspired by the EPLA model, in particular as regards the specificities of patent litigation, but could allow for harmonious integration in the Community jurisdiction.

Hoe nu verder?

The Commission will work with the Council and Parliament to build consensus on the way forward. When broad consensus is achieved, the Commission will take the necessary steps for implementing the agreed strategy and make relevant proposals.
Tsja. Dat wordt dus nog even afwachten.

Arnoud

Opvallende opmerking in rommelig rapport over status van F/OSS in Europa

Via Livre vond ik het rapport Current Status of F/OSS, in opdracht van de werkgroep ’towards Open Source adoption and dissemination’ (tOSSad). Opvallende quote:

One of the major obstacle against F/OSS deployment within public IT infrastructure is a legal one which stems from previously signed contracts.
Nu ken ik licentiecontracten die voorschrijven dat de software niet meer dan een zeker aantal computers geinstalleerd mag worden. Maar minimumcontracten?

Wie overweegt het 80 pagina’s lange rapport te lezen, ziet daar hopelijk vanaf na de recentie van Victor van Reijnswoud:

Het rapport geeft weinig nieuwe inzichten en biedt een bevestiging van de situatie die iedereen kent die zich met de promotie en invoering van F/OSS bezighoudt. Onder de beslissers bij overheden is er nog steeds veel weerstand tegen de invoering van F/OSS en de tegenargumenten wegen nog altijd zwaarder dan de argumenten voor.

Het rapport, dat rommelig en met veel herhalingen is geschreven, zal niet veel mensen kunnen overtuigen dat er snel grote stappen gemaakt moeten worden en geeft onvoldoende concrete handreikingen om actie te ondernemen. Het is duidelijk dat er nog veel moet gebeuren aan promotie en dat succesverhalen beter beschreven moeten worden om ‘zwevende kiezers’ over de streep trekken.

Arnoud

Twee keer installeren of reservekopie?

De auteurswet bepaalt dat het maken van een reservekopie of backup van software in principe mag. Wel moet het maken van de reservekopie noodzakelijk zijn voor het beoogde gebruik (artikel 45k).

Er is weinig jurisprudentie over dit onderwerp, want wie gaat er nu procederen over iemands backup? Nou, Autodesk bijvoorbeeld. Het bedrijf Aztec bleek programma’s van Autodesk (AutoCAD, AutoCAD Lite, Inventor Pro) twee maal te hebben geïnstalleerd terwijl het maar over een licentie beschikte. Het verweer luidde dat de tweede als reservekopie bedoeld was.

De rechtbank ging hier niet in mee. Omdat de software op de harde schijf werd geïnstalleerd, was de aangeschafte CD-ROM eigenlijk de backup, zo luidde het vonnis. Aztec kon ook niet uitleggen waarom een extra kopie van de software, op een andere PC geïnstalleerd, noodzakelijk zou zijn voor het goed kunnen werken met het origineel. En daarmee was niet voldaan aan de eis van artikel 45k dat de reservekopie “noodzakelijk” is voor het origineel.

Arnoud

Open innovatie

Voor innoverende bedrijven is open innovatie cruciaal om te kunnen blijven innoveren. Geen enkel bedrijf kan het allemaal in zijn eentje doen. De uitdaging is dus hoe bedrijven samen moeten werken om innovaties te delen en elkaars innovaties te kunnen gebruiken om zo nieuwe producten op de markt te kunnen brengen. De term is bedacht door Henry Chesbrough, en de ideeën zijn uitgewerkt in zijn boeken Open Innovation (2003) en Open Business Models (2006).

Het artikel Wat en hoe inzake open innovatie van Vareska van de Vrande op Sync is een goede introductie. Zij schrijft:

Open innovatie houdt in dat bedrijven zowel interne als externe bronnen combineren voor de ontwikkeling en het op de markt brengen van nieuwe innovaties. Dit betekent dat bedrijven bij de ontwikkeling en commercialisering van nieuwe en/of verbeterde diensten of producten kennis durven aanwenden van buiten de muren van hun eigen organisatie.

En om dat durven gaat het natuurlijk. Het “Not Invented Here” syndroom moet worden doorbroken. Open innovatie is niet alleen maar een idee, maar een veranderproces. En dat valt niet mee. Zoals Van de Vrande het formuleert:

De transitie naar een meer open manier van innoveren is echter geen gemakkelijke weg. Concreet betekent dit dat er binnen het bedrijf een verschuiving plaats moet vinden in de manier waarop er naar het eigen bedrijf en daarbuiten gekeken wordt. Het gaat dus om een groot veranderingsmanagement traject, waar veel bedrijven niet erg bedreven in zijn.

Over vier weken mag ik daar zelf over vertellen. Patentday 2007 is een Scandinavische conferentie voor IP-mensen (octrooigemachtigden, R&D managers en consultants). De grote uitdaging wordt hoe je bij zo’n gevarieerd publiek concreet genoeg kunt worden.

Ik kies voor de octrooi-insteek. Te vaak hebben bedrijven octrooien enkel en alleen als bijproduct van hun onderzoek en ontwikkeling. Met octrooien kun je echter veel meer. Technologie kan worden verkocht of worden gelicentieerd als je een octrooi hebt. Daarmee zijn octrooien dus een cruciaal aspect van open innovatie. Kennis delen is één ding, er geld mee verdienen een tweede.

Daarnaast wil ik ook open source verwerken in het verhaal. Innovaties staan niet op zichzelf, maar vereisen een grote hoeveelheid onderliggende technologieën om tot een product gemaakt te kunnen worden. Om dat onderliggende platform te kunnen maken is dus een grote hoeveelheid technologie nodig. En die technologie kun je middels open source gezamenlijk ontwikkelen en onderhouden.

Arnoud

Anti-plagiaatdiensten plegen inbreuk op auteursrecht?

Steeds meer universiteiten (waaronder ook de mijne) gebruiken anti-plagiaatdiensten bij het controleren van werkstukken en papers. Nu blijken die diensten volautomatisch de ingeleverde papers toe te voegen aan de databank. Op zich slim, want de kans is groot dat zo’n paper een jaar later “hergebruikt” wordt door een collega-student. Maar mag dat eigenlijk wel?

Vier Amerikaanse studenten vinden van niet en hebben de Amerikaanse dienst Turnitin.com nu aangeklaagd wegens inbreuk op het auteursrecht. Vorig jaar september werd hier ook al over geklaagd. Maar gaat het echt om inbreuk op het auteursrecht?

“These students are giving their work to a company that’s making money and they are getting no compensation.”

Relevant is natuurlijk wel dat deze bedrijven geen hele papers opslaan, maar alleen een soort van cryptografische hash functie, een digitale code die uniek is voor elk paper. Omdat je uit zo’n code het paper niet kunt reconstrueren, zie ik niet hoe dit inbreuk op het auteursrecht kan zijn. Hoe je het ook wendt of keert, je kunt alleen inbreuk plegen als je een kopie van het werk maakt.

Arnoud

Open source boek: Perspectives on Free and Open Source Software

Interessant nieuw boek over de sociale kanten van open source. Er komen vijf hoofdonderwerpen aan bod: de motivatie van software-ontwikkelaars om open source te maken, de kwaliteit van open source, de tools en ontwikkelpraktijken, de business models en uiteraard toch weer even de juridische aspecten.

Bespreking op Livre (waar het uiteraard FOSS heet in plaats van open source): De sterke en zwakke punten van een (goedaardig) monster.

Joseph Feller en zijn collega editors Brian Fitzgerald, Scott Hissam en Karim R. Lakhani hebben weliswaar de meest vooraanstaande analisten en wetenschappers in het veld bij elkaar gekregen, maar slagen er niet in een coherent antwoord te vinden om de kracht van de FOSS-beweging te verklaren. (…)

Ondanks de kritiek is het boek het lezen waard. Een waaier van perspectieven wordt gepresenteerd en gezamenlijk geven zij een goed inzicht in de belangrijkste aspecten en controverses in de open source-beweging.

Een hele treffende conclusie over het ontwerpen van open source:

De resultaten van het onderzoek laten zien dat samenwerken aan een open-sourceproject eigenlijk niet anders is dan het bouwen van een praalwagen voor de carnavalsoptocht.
Maar dan wel een praalwagen waar ondertussen de halve wereld op meerijdt.

Bibliografische gegevens
Feller J., Fitzgerald B., Hissam S.E. and Lakhari K.R. (Editors)
Perspectives on Free and Open Source Software
Cambridge, MA: MIT Press, 2005
538 pagina’s, ISBN 0-262-06246-1
Boek website – Het gehele boek is als PDF-bestand gratis te downloaden.

Arnoud

Planet – 10 misverstanden over Windows-licenties

Zaterdag in Computer Planet: 10 misverstanden over Windows-licenties

Dat je een legitieme versie van Windows hebt, wil niet zeggen dat je er mee kan doen wat je wil. Deze Lezersvraag gaat over de spreekwoordelijke kleine lettertjes die nauwelijks iemand leest; tien misverstanden over Windows-licenties.
Wie bij aanschaf van Windows dacht, “mooi, dan kan ik vanmiddag hier eens lekker aan gaan knutselen”:
Als je Windows aanschaft, koop je het recht om de software te mogen gebruiken. Het intellectueel eigendom blijft in handen van de softwareontwikkelaar – in dit geval Microsoft. Dit betekent onder andere dat je software niet mag wijzigen en vervolgens doorverkopen.

Microsoft heeft zelf ook een gids over (il)legale software: Wat is softwarepiraterij?. De voorwaarden van de diverse producten zijn online in te zien. Wie niet als hobby het lezen van EULA’s heeft, kan het zichzelf makkelijker maken met de EULAlyzer.

Zeer behulpzaam is ook Microsoft’s Laat mij enkele voordelen zien van illegale software.

Arnoud