Poetic License

Zonder verder commentaar:

This work ‘as-is’ we provide.<br/> No warranty express or implied.<br/> We’ve done our best,<br/> to debug and test.<br/> Liability for damages denied.<br/> <br/> Permission is granted hereby,<br/> to copy, share, and modify.<br/> Use as is fit,<br/> free or for profit.<br/> These rights, on this notice, rely.

Poetic License.

Het gedicht is (c) 2005 Alexander E Genaud maar is zelf onder een zeer liberale licentie aangeboden:

Work and notice are one and the same.
This paradox makes a poem less lame.
Moral right I trust,
if change you must,
is attribution toward glory and fame.

Leuke varianten mag u hieronder kwijt!

Arnoud

Geld verdienen met Youtube filmpjes, mag dat? (2)

Vaste lezers opgelet: voor geld verdienen met Youtube-filmpjes gelden nu andere regels. Een lezer wees me erop dat Youtube haar voorwaarden heeft aangepast. Men is nu veel strenger over verboden commercieel gebruik.

De voorwaarden vermelden nu expliciet:

Het is u niet toegestaan om zonder de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van YouTube ten behoeve van zakelijke toepassingen gebruik te maken van de Website of van enigerlei Dienst (met inbegrip van de YouTube-player).
Wie dus op welke manier dan ook geld verdient met Youtube-filmpjes, heeft toestemming nodig van Youtube. De voorwaarden noemen twee voorbeelden:

  1. Het doorverkopen van (toegang tot) filmpjes.
  2. Het opzetten van je eigen betaalde “Best of Youtube” site.

Beide voorbeelden hebben als gemeenschappelijk element dat je daarmee concurreert met Youtube. Je zou dus kunnen concluderen dat commercieel gebruik dat niet concurreert met Youtube geen probleem is, maar het algemene verbod sluit ook elk ander soort commercieel gebruik uit.

In de FAQ wordt wel gezegd dat filmpjes embedden op een blog met “algemene advertenties” geen probleem is. Dat helpt een beetje, maar lang niet genoeg voor iedereen. Hoe algemeen moeten advertenties zijn om hieraan te voldoen?

Heeft iemand wel eens een klacht van Youtube gehad dat zijn embedded filmpje eraf moest? Of kunnen ze dat gewoon zelfstandig aan hun kant uitzetten?

Arnoud

Je eigen werk publiek domein maken, kan dat?

Drie lezers vroegen me vorige week of het nu echt niet mogelijk is om je eigen werk in het publiek domein te plaatsen. Dus toch maar even een blogpost eraan gewijd.

Nee, dat kan niet. Auteursrecht is overdraagbaar, en je kunt het in licentie geven, maar het opheffen, intrekken of laten vervallen is niet mogelijk. Natuurlijk kun je wel eenzijdig verklaren dat je je auteursrecht tegen niemand zult inzetten, en anderen kunnen je dan aan die verklaring houden. Maar daarbij speelt altijd nog het recht om je te verzetten tegen verminking van je werk (artikel 25 Auteurswet). Van dat recht kun je geen afstand doen, en dus ook niet in zo’n eenzijdige verklaring.

Spoor/Verkade/Visser schrijven ook dat het niet mogelijk is om je auteursrecht volledig te laten vervallen. Dat gebeurt echt pas 70 jaar nadat je dood bent. Zij noemen ook een praktische reden: waar laat je de akte of ander bewijs dat dit gebeurd is?

Waarom zou je eigenlijk je werk publiek domein maken in plaats van een heel liberale licentie erop te zetten?

Arnoud

Buma/Stemra probeert het weer: “embedden = betalen”

papier-licentie-huis-buma-stemra.jpgIk word een beetje moe van de BS van B/S. Webwereld bericht over het ‘licentiehuis’ van de collectieve rechtenorganisaties. B/S heeft de muziekgebruikerswereld in een 3×5 matrix in kaart gebracht, die de drie mogelijke manieren van aanbieden op internet afzet tegen de vijf mogelijke businessmodellen voor aanbieders. (Heerlijk toch, zo’n overzichtelijke wereld.) Op elke combinatie kan dan een vergoeding worden geplakt.

Nu wil ik best geloven dat muziekwinkels, radiostations en advertentie-gebaseerde aanbieders zoals Youtube daar in passen. Hoe je het ook wendt of keert, zij verspreiden muziek en als dat B/S-repetoire is dan moeten zij daarvoor betalen. Maar wat me stoort, is de hernieuwde poging om embedded players onder de auteurswet te laten vallen:

Bij embedded players is er namelijk sprake van twee soorten openbaarmaking, stelt De Waij. “Een player embedden noemen we een secundaire openbaarmaking. Nederlandse websites die embedded players gebruiken met muziek en bedrijfmatig van aard zijn zullen we geld gaan vragen”, aldus De Waij. Maar de particuliere blogger hoeft voor het gebruik van ingebedde muziek en muziekvideo’s geen factuur op de mat te vrezen, zo benadrukt hij.

Over dat laatste had ik laatst al geblogd. Zoals ik ook daar al schreef, embedden is geen openbaarmaken. Het werk wordt niet door de embedder verspreidt. Hij faciliteert slechts de openbaarmaking door bijvoorbeeld Youtube. Daarom moet Youtube betalen – en volgens het bericht gaat Youtube dat ook doen.

Is er sprake van openbaarmaking zonder dat de openbaarmaker betaalt, dan moet B/S daar langsgaan. Niet bij degene die met een player verwijst naar dat liedje.

In welk hokje gaan torrentsites vallen trouwens? Of zijn die gewoon per definitie illegaal?

Arnoud

Collectieve licenties voor internetgebruik?

Om nog maar even door te gaan op de discussie van maandag: in juridisch tijdschrift Ars Aequi schrijft professor Bernt Hugenholtz over hoe om te gaan met auteursrechten op internet. “Verwende internetgebruikers ervaren de uitoefening van het auteursrecht door commerciële contentaanbieders, zoals muziek­-, film­- en softwareproducenten, dan ook dikwijls als een belemmering van de informatievrijheid” klinkt het nog in de opening, maar uit het artikel wordt duidelijk dat er nu eindelijk iets moet gebeuren om auteursrechten weer werkbaar te krijgen.

Hugenholtz trekt een parallel met de kabelexploitanten in de jaren tachtig:

In de jaren 80, toen het internet nog in de kinderschoenen stond, vormde de kabel de bron van alle auteursrechtelijke kwaad. Volgens de kabelexploitanten was het doorgeven van televisieprogramma’s een louter technische aangelegenheid, waar het auteursrecht buiten stond.

Inmiddels zijn we 25 jaar verder en is het betalen van vergoedingen voor de doorgifte van omroepprogramma’s via de kabel algemeen geaccepteerd. Als we aan de hand van het verleden de toekomst moeten voorspellen, ligt er voor het auteursrecht op het internet ook een happy end in het verschiet. Iedereen blij: de internetgebruikers, die tegen een kleine extra vergoeding onbeperkt mogen down- en uploaden; de auteurs en rechthebbenden, die eindelijk betaald krijgen; de rechterlijke macht, die niet langer met lastige handhavingsproblemen belast wordt; en de auteur van deze bijdrage, die het auteursrecht even belangrijk vindt als de informatievrijheid.

Mijns inziens een prima oplossing. Providers zullen zeker in staat zijn om een goede licentie te onderhandelen, wat de kosten ten goede komt. En wij zijn van een hoop gelazer en rechtszaken af.

Wat vinden jullie?

Via Boek9.nl.

Arnoud

Nieuw licentiemodel auteursrechten vrijwaart embedder (mits niet commercieel)

Ik loop een beetje achter geloof ik. Ik las het vrijdag pas bij 3Voor12. Emerce had het al op 4 september. Gelukkig ben ik niet de allerlaatste: Buma/Stemra zelf heeft het nog steeds niet op de site staan (wie het kan vinden, mag het melden).

In ieder geval, Buma/Stemra heeft een nieuw licentiemodel ontwikkeld voor muziek via internet. De belangrijkste verandering zit hem in de zogeheten embedded file licentie. Daarmee kan een muziekverspreider (zoals Youtube of Fabchannel) regelen dat anderen filmpjes of muziek mogen embedden op hun site. Deze bronsites moeten betalen, maar de embedder wordt gevrijwaard van claims voor gebruik van Buma-repetoire. Zo hoeven embeddende bloggers dus niet meer wakker te liggen van boze brieven van overenthousiaste Buma-stagiaires.

Een grote beperking aan die gratis licentie is dat de embedder niet commercieel bezig mag zijn. Een blog of site die geld verdient met de content, moet alsnog betalen, vindt Buma. Maar wanneer ben je commercieel? 3Voor12 citeert een optimistische Antal de Waij van Buma/Stemra: “Zodra het om een advertentie of promo gaat, lijkt mij dat overduidelijk.” Mij lijkt het dat er tientallen grensgevallen zijn, dus dat kan nog een leuke worden. Hoe veel blogs hebben er niet een paar Google Ads op hun site staan? Of een betaalde link naar een sponsor?

Storend vind ik wel dat via deze achterdeur nu toch “embedden = verplichting tot betaling” wordt ingevoerd. Embedden is geen nieuwe openbaarmaking maar hooguit onrechtmatig. Het is faciliteren van een openbaarmaking. Daar moet de openbaarmaker voor betalen, niet de embedder. Door nu non-commerciële sites gratis toestemming te geven, wordt die juridische discussie gewoon omzeild. Die hebben niets meer te klagen, en commerciele sites zullen geneigd zijn het (relatief lage) bedrag gewoon te betalen omdat ze immers al voor alles met muziek aan Buma betalen.

Is deze blog eigenlijk niet commercieel, nu ik als juridisch dienstverlener werk en klanten krijg naar aanleiding van blogberichten zoals deze?

Arnoud

Waarom hoeven auteurs geen moeite te doen voor hun copyright? (gastpost)

Een blogger las mijn gids over gebruik van materiaal van anderen en stuurde me een uitgebreide mail. Omdat het onderwerp veel bloggers aangaat, plaats ik de brief integraal (ja, met expliciete toestemming).

Ik werd hier door een bevriende blogger naar toe gestuurd, en raakte zeer verontrust. Ik beheer twee weblogs met langlopende series over kunst en over dieren. Zonder afbeeldingen geen series. Deeplinken is geen optie, om redenen die je op je site zelf al uitlegt, en daarbij is een weblog zonder plaatjes gewoon niet aantrekkelijk, surfers klikken snel weer weg.

Ik heb daar honderden ongeautoriseerde kunstafbeeldingen staan. Nu vind ik het geen enkel bezwaar als de eigenaar van een afbeelding mij verzoekt de zijne weg te halen, ik kan het jammer vinden maar delete het onmiddellijk. Maar jij stelt dat ik dan al te laat ben, dit gebaseerd op de zaak Galeries.nl.

Ik heb al langer de indruk dat rechters er een eigen wetboek op nahouden. De één geeft je een boetetje, de ander een gevangenisstraf. Maar het punt is eigenlijk, dat die copyrightwet in beginsel niet deugt. Het is ronduit idioot dat je niet aan hoeft te tonen dat een schrijf, schilder of fotowerk van jou is. Je publiceert het ergens, je naam staat er niet bij, voor anderen is het daardoor van de Grote Onbekende, en toch claim je het. En op een wijze die ik nogal arrogant vind. Moet ik de naam ruiken of zo?

Nu kan een kopieerder van een internetafbeelding heel makkelijk een copyrightregel in een foto wegshoppen of er afknippen. Toch is dat de issue niet. Ik heb zelf vele, vele uren verspild met het zoeken naar de naam van een auteur. Van een afbeelding die nota bene op zijn eigen site stond. Er was zelfs geen profiel met een pseudoniem. Ik heb ook meerdere malen een sitebeheerder gemailed met de vraag of ik zijn afbeelding mocht gebruiken. Ik kreeg nooit antwoord. Daar ben ik dan ook mee gestopt.

Wat moet je hier nou mee? Achter me staan tien, honderd anderen die dat plaatje ook willen gebruiken, langs me heen reiken en het van de site plukken, toedeloe. Dat mogen zij ook niet, maar het maakt wel dat je er dan makkelijk over gaat denken; klik, kopieer/plak, verder geen gezeur.

Een kopieerder weet dus vaak niet wie de auteur is, maar weet ook vaak niet of de afbeelding die hij kopieert, niet alreeds een illegale kopie is. Het plaatje is in principe dan helemaal taboe, maar het is zo mooi, en heeeelemaal wat ie zocht voor zijn nieuwe artikel…

Het is fout, ik weet het. Maar de wet is niet waterdicht. En als een rechter met een bad hair day of een eksteroog dan de eiser tegemoet komt door voorbij te gaan aan de gewilligheid van de kopieerder om het plaatje per onmiddellijk te verwijderen alsmede excuses te maken, en keihard zegt, “Niks mee te maken, u krijgt een boete van 2000 euro”, vind ik dat NIET rechtvaardig.

Dan is er nog een ander punt. Mijn twee weblogs hebben geen commerciële oogmerken (en ook weinig bezoekers, gemiddeld 10 per dag). Ik kan zonder meer aantonen dat ik geen plagieur ben en geen zelfverrijker, ik breng gewoon eerbetonen aan kunstenaars (en gratis exposure) en ik draag mijn steentje bij in de strijd tegen dierenleed. En daar hoeft een rechter niet ontvankelijk voor te zijn? Moeilijk te verteren.

Ik breng dit alles ter sprake omdat mijn weblogs me zeer aan het hart liggen (ondanks die schamele schare fans). Ik ken de Galeries.nl-kopieerder en zijn beweegredenen niet, maar vind evengoed een hoop onredelijkheid in die zaak zitten. En ik vind het ook absurd dat de Galerie en de fotograaf wel het lef hebben een zaak aan te spannen, maar niet het fatsoen om hun spullen zelf even van een merkje te voorzien. Omdat dat ‘niet hoeft’.

Wat vinden jullie?

Arnoud

Ook de EULA van Google Chrome is nog in beta

google-chrome.pngDeelnemer nummer zoveel in de categorie (te)veeleisende EULA‘s: Google Chrome. Deze prachtige browser, die al crasht als je te hard wijst naar een rare hyperlink, heeft een bijzonder interessante bepaling in de EULA, die trouwens Nederlandse gebruikers niet bindt:

11.1 U behoudt de auteursrechten en enige andere rechten die u al bezit over de inhoud die u op of via de Services inzendt, plaatst of weergeeft. Door het verstrekken, publiceren of weergeven van Inhoud door of via de Services, verleent u Google een eeuwigdurende, onherroepelijke, wereldwijde, royaltyvrije en niet-exclusieve licentie op het reproduceren, aanpassen, wijzigen, vertalen, publiceren, verspreiden, publiekelijk uitvoeren en weergeven van deze Inhoud. Deze licentie is uitsluitend bedoeld om Google in staat te stellen de Services weer te geven, te verspreiden en te bevorderen en kan voor bepaalde Services worden ingetrokken, zoals gedefinieerd in de Aanvullende voorwaarden van die Services.

Vertaling: door het opvragen van een webpagina via de Chrome-browser verleen je Google toestemming om die webpagina te mogen kopiëren, verspreiden, publiekelijk uitvoeren enzovoorts.

Die licentie is kennelijk ook nog in beta. Kan iemand me uitleggen waarom ik, de eerzame gebruiker van de software, Google een licentie moet geven op de webpagina’s die ik “op of via [Chrome] … weergeef”? Het lijkt me eerder dat de site mij een licentie moet geven. Chrome heeft daar verder niets mee te maken en moet gewoon doen wat ik zeg.

Verder geef je Google hier feitelijk toestemming om de inhoud van via webformulieren geuploade bestanden (het printklare manuscript van je boek, bijvoorbeeld) op alle mogelijke manieren te gebruiken om Chrome te “bevorderen”. Wat is bevorderen? Promoten, zo blijkt uit de Engelstalige licentie. Dus Google mag reclame maken met alles wat via de browser wordt geupload of verzonden? Grapjassen.

Ook een leuke dat het Amerikaanse bedrijf Google mij, Nederlandse downloader, wil binden aan Engels recht. Sorry, maar ik weiger een pruik op te zetten als ik iemand een proces aan ga doen.

En als ik dan opmerkingen lees over “impliciete voorwaarden omtrent bevredigende kwaliteit”, vraag ik me af of ze bij Google de advocaten ook al hebben vervangen door vertaalsoftware?

Heel erg is dat niet, want deze voorwaarden worden namelijk op de verkeerde manier aangeboden: ik kan ze niet opslaan. Ze staan in een <iframe> en er is geen download/opslaan knop. En nee, het frame selecteren en in een tekstbestandje plakken is iets dat alleen geeks kunnen en is daarom niet afdoende om te voldoen aan de eis dat algemene voorwaarden op te slaan zijn. Daardoor is deze EULA niet bindend voor gebruikers van Chrome. Gezellig!

Nee, deze beta is ook juridisch gezien nog lang niet klaar voor productie.

Waarom zou ik trouwens Chrome willen gebruiken als ik al Firefox 3 gebruik? Of is dit net zoiets als fanatieke sporters die ook per se hun bidon van Adidas willen hebben?

Arnoud

Hugenholtz boos op Europese Commissie over 95 jaar naburige rechten

Professor Bernt Hugenholtz stelt zich in een open brief aan de Europese Commissie zeer kritisch op over het zogeheten forward-looking package van diezelfde Commissie. Naast een ongetwijfeld interessant Groenboek bevat dit voorstel namelijk een voorstel tot verlenging van de bescherming voor naburige rechten (op geluids- en filmopnames) van 50 naar 95 jaar na opname. “The extended term would benefit performers who could continue earning money over an additional period.” staat er dan ook doodleuk als motivatie in het voorstel bij.

Het Instituut voor Informatierecht, waar Hugenholtz directeur van is, heeft de afgelopen jaren twee uitgebreide studies uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie over de consequenties van verlenging van auteursrechten en naburige rechten. De conclusie: niet doen, die verlenging.

In het vooruitkijkend pakket staat echter geen enkele verwijzing naar deze studies. Sterker nog, in het voorstel staat dat er geen noodzaak was om bij de consultatie enige externe expertise in te schakelen. Leuk inderdaad, als twee jaar werk op die manier afgepoeierd wordt. Vooral als ze dan precies met die argumenten komen die jij in dat werk keurig weerlegd hebt.

En ja, het voorstel is echt alleen gebaseerd op het idee “anders verliezen artiesten hun inkomsten.” Geluidsopnamen uit de jaren ’50 en ’60 zijn binnenkort namelijk publiek domein. Mooi, zou ik denken. Maar nee, dat zou betekenen dat artiesten “lose all of their contractual royalty income or statutory remuneration for broadcasting and communication to the public over the next ten years. This would have considerable social and cultural impacts.”

Waarom het erg is dat mensen die royalties kwijtraken, staat er niet bij. Dat kan ook niet, want daar is geen fatsoenlijke motivatie voor te geven. Zoveel wordt wel duidelijk uit de studies van het IViR. Nou mag je het daar best mee oneens zijn – zoals de Commissie ook duidelijk is – maar het is dan wel zo netjes om aan te geven waarom en wat dan je tegenargumenten zijn.

Uit de brief:

By wilfully ignoring scientific analysis and evidence that was made available to the Commission upon its own initiative, the Commission’s recent Intellectual Property package does not live up to this ambition. Indeed, the Commission’s obscuration of the IViR studies and its failures to confront the critical arguments made therein seem to reveal an intention to mislead the Council and the Parliament, as well as the citizens of the European Union.

Inderdaad.

Via Livre.

Arnoud

Hoe een printer aangeklaagd werd voor auteursrechteninbreuk

printer-aangeklaagd-dmca.jpgEen netwerkprinter aan de University of Washington kreeg een DMCA takedown notice omdat deze zich bezig zou hebben gehouden met illegale verspreiding van films via peer-to-peer netwerken. Nee, niet door ze uit te printen. Netwerkprinters hebben ook IP-adressen, en die adressen kunnen opduiken in filesharing netwerken, waar organisaties zoals Mediasentry weer door getriggerd worden om blafbrieven te sturen.

Om aan te tonen dat dit proces vaak onzorgvuldig en op basis van te weinig bewijs gebeurt, hebben onderzoekers van deze universiteit een aantal simpele technieken bedacht waarmee opzettelijk onjuiste aanmeldingen in filesharing netwerken gedaan worden. Zo kunnen zij elk het doen voorkomen alsof een willekeurig IP-adres elke gewenste film in de aanbieding heeft. Omdat die toezichthoudende clubs niet controleren of die film ook werkelijk daar op te vragen is, kan het dus gebeuren dat een volstrekt onschuldige printer ineens een takedown notice krijgt.

Naast kwaadwillenden die anderen erbij willen lappen, is het ook mogelijk dat mensen per abuis voor illegale filesharers worden aangezien. Vrijwel iedereen gaat het internet op met een dynamisch IP-adres, dat bij elke sessie op internet verandert. Stel iemand gaat met zo’n IP-adres zijn collectie adverteren op een filesharing netwerk, maar verliest ineens zijn internetverbinding omdat hij per ongeluk de stekker uit de PC trekt. Dat IP-adres en de bijbehorende films blijven nog een tijdje ‘rondzingen’ op dat netwerk. In de tussentijd kan het adres alweer aan een nieuwe gebruiker zijn toegekend door de provider. Als de controleur daarna eens gaat kijken wie er nog illegale films in de aanbieding heeft, komt hij via de provider uit bij die nieuwe gebruiker.

Het volledige paper is als PDF beschikbaar. Het abstract:

We reverse engineer copyright enforcement in the popular BitTorrent file sharing network and find that a common approach for identifying infringing users is not conclusive. We describe simple techniques for implicating arbitrary network endpoints in illegal content sharing and demonstrate the effectiveness of these techniques experimentally, attracting real DMCA complaints for nonsense devices, e.g., IP printers and a wireless access point. We then step back and evaluate the challenges and possible future directions for pervasive monitoring in P2P file sharing networks.

Via Schneier on Security.

Arnoud