Commissie mag doorgaan met hervorming collectieve rechtenorganisaties

collectieve-instellingen-eu-royalties.pngVoor de auteursrechtenbeheersorganisatieliefhebber, noemen ze dat bij Boek 9, hoewel dit arrest van het Europese Gerecht van Eerste Aanleg bepaalt niet spreekt van liefde voor de collectieve rechtenorganisaties. In juli besloot de Europese Commissie dat deze organisaties zich schuldig hadden gemaakt aan verboden kartelvorming, en dat daar per direct een einde aan zou moeten komen. Volgens de drie organisaties die naar het Gerechtshof waren gestapt, zou dit hun bedrijfsvoering in gevaar brengen en ook het einde zijn van culturele diversiteit onder Europese muzikanten. Terecht vindt het Gerecht dat onbewezen retoriek: de Commissie mag doorgaan met haar plannen.

In Commission Decision C(2008) 3435 van 16 July 2008 besliste de Europese Commissie dat de collectieve rechtenorganisaties op diverse manieren een kartel hadden gevormd. Zo mocht je je als artiest maar bij één rechtenorganisatie aansluiten, en hadden deze clubs onderling de Europese markt mooi onderling verdeeld. Een voorbeeld uit het boekje van een verboden kartel, maar toch duurde het nog best lang voordat de Commissie hieraan toekwam. (Misschien is het einde van de vaste boekenprijs nu ook in zicht?)

Niet meteen boos worden op de Buma trouwens, want die zit nu net eens aan de goede kant: zij bood weblicenties aan voor heel Europa, en werd daarvoor door haar Britse zusje op de vingers getikt.

In ieder geval, daar waren een drietal rechtenorganisaties het niet mee eens en zij stapten naar het Europese Hof om deze beslissing aan te vechten. In het enige Engelstalige arrest verklaart organisatie de Hongaarse organisatie Artisjus dat:

if the model envisaged by the Commission were put into practice, it would bring about lasting changes in the field of reciprocal representation agreements to the detriment of the applicant’s interests. Those changes would destroy a system which has proved to serve the interests of authors, commercial users and the general public, and has played an important part in promoting cultural diversity during the last hundred years. The changes required by the Commission would entail a risk that the present network of reciprocal representation agreements would disappear, which would endanger the existence of ‘niche repertoires’

Kan iemand me uitleggen hoe dat laatste gaat gebeuren? Die niche repetoires zitten allang gewoon op Youtube zichzelf te promoten. Echt veel geld uit airplay krijgen ze niet, juist omdat ze niche zijn.

Maar het kan nog mooier: de eisen van de Commissie

would be fundamentally contrary to the applicant’s commercial interests, in particular because it would dramatically reduce its income, possibly even endangering its existence

Joh.

In ieder geval, het Gerecht gelooft er maar weinig van, omdat deze verklaringen nergens onderbouwd worden, en dat is toch echt nodig als je zo’n beslissing van de Commissie wilt tegenhouden:

Findings of the President of the Court: “43. Accordingly, in the absence of specific factors put forward by the applicant, its bald assertion as to the collapse of the system of reciprocal representation agreements and the serious financial damage which it would suffer as a result, in terms of threatening its existence, does not justify suspending the operation of the contested decision.”

De Commissie mag dus doorgaan met de hervormingen die zij voor ogen heeft. Een zeer goede zaak.

Ik heb altijd in dubio gezeten over collectieve rechtenorganisaties. Als mensen het uitoefenen van hun auteursrecht willen uitbesteden, vind ik dat prima. Hoe die clubs dan de afdracht regelen met de artiesten, is dan verder een contractueel gebeuren. Waar ik moeite mee heb, is als zulke clubs dan wettelijke monopolies krijgen of de markt verpesten door op oncontroleerbare manier geld te incasseren (al dan niet met schimmige botjes). Heel goed dus dat de Europese Commissie daar nu een einde aan maakt. Collectieve afdracht prima, maar wel op een eerlijke manier. En dus met concurrentie, want daar word je eerlijk van.

Arnoud

Auteursrechtclaims meest succesvol bij oudere internetters

stichting-copyright-nieuwe-media.pngOudere internetters betalen eerder voor auteursrechtclaims dan jongeren. Dat was voor mij de meest verrassende uitkomst van het onderzoek dat on-line marktonderzoekbureau Multiscope voor onze stichting Copyright & Nieuwe Media heeft uitgevoerd. (Ik ben secretaris van die stichting, weet u nog.)

Bijna 40% van de 5000 ondervraagden van het Multiscope consumentenpanel geeft aan regelmatig online te publiceren op bijvoorbeeld weblog, forum, profielensite of vergelijkbaar medium. Ook hier is een duidelijk verband met leeftijd te zien: jongeren publiceren (goh) veel vaker online dan ouderen.

Zo’n 22% van deze 40% gebruikt daarbij wel eens (delen van) werk van anderen. Soms integraal, maar meestal een gedeelte. Bijna 6% van deze hergebruikers heeft daarbij weleens een claim van een auteursrechthebbende of een vertegenwoordigende instantie gekregen. Die wordt door de meeste jongeren dus genegeerd maar door 100% van de 50+-ers gewoon betaald.

En al 30 % van de ondervraagden heeft al eens van onze stichting gehoord!

Wat ik me nu altijd afvraag: hoe vinden bureaus als Multiscope hun deelnemers? Ik ben waarschijnlijk niet gemiddeld genoeg om in die panels te mogen zitten, maar hoe weten ze wie wel?

Arnoud

Gecorrigeerde Quote 500 ex parte offline gehaald door databankrecht

925-logo.pngDe Quote 500, de jaarlijkse rijkenlijst van het maandblad Quote, moet onmiddellijk van de website 925.nl worden gehaald, meldde nu.nl vrijdag. 925, de website voor “de betere kantoorknuppel” (dat zijn mensen die graag goedemoggel zeggen), had de volledige Quote 500 overgetypt en voorzien van een inflatiecrisiscorrectie online gezet. Het gebbetje van 925 werd uiteraard niet op prijs gesteld bij Quote, dat meteen een deurwaarder langsstuurde. Niet met een dagvaarding, maar met een heus ex parte bevel (via Boek 9) waarin meteen een verbod stond met een dwangsom van 50.000 euro per dag. 925 koos eieren voor haar geld en haalde de lijst offline.

Kan dat zomaar? Ja, dat kan zomaar. Het ex parte bevel is een min of meer uniek instrument dat je bij evidente inbreuk op intellectuele eigendomsrechten kunt inzetten. Artikel 1019e van het wetboek van Rechtsvordering biedt een rechthebbende de mogelijkheid om een “onmiddellijke voorziening bij voorraad te geven op een bij verzoekschrift gedaan verzoek” om aan een bepaalde inbreuk een einde te maken.

De vermeende inbreukmaker wordt niet gehoord of zelfs maar gemeld dat het verzoekschrift is binnengekomen. De rechter doet ook inhoudelijk zelf weinig met het verzoekschrift. Een marginale toets, heet dat juridisch. Klinkt het verhaal aannemelijk, dan wordt het verbod toegewezen en dan horen we het wel van de gedaagde. Jaja, dat gaat ver, maar alles is geoorloofd in de strijd tegen terrorisme, kinderporno, drugshandel en inbreuk op auteursrechten – de 3 ruiters en de ene voetganger van de Internet-Apocalyps*.

Het bevel is gebaseerd op het databankenrecht – de Quote 500 is een databank met 500 {naam, rijkdom}-tupels, volgens Quote. Volgens de definitie van “databank” uit die wet gaat dat strikt genomen wel op. Ook een papieren databank kan een databankrecht hebben. Wel is voor elk databankrecht vereist dat er een “substantiële investering” is gedaan om deze samen te stellen.

Substantieel is de investering van Quote zeker: volgens eigen zeggen 269.000 euro per jaar, plus nog eens 850.000 euro drukkosten, specifiek voor het verzamelen, samenstellen en drukken van de Quote 500. Waarom specifiek? Omdat je anders geen databankrecht hebt. Volgens het William Hill-arrest moet de investering namelijk gericht zijn op het maken van de databank, en niet op het verkrijgen of creëren van de individuele gegevens.

Hier liggen de kosten voor het creëren van de gegevens sterk verweven met het in de databank verwerken van die gegevens. Om de Quote 500 te maken, moet je weten hoe rijk de rijkste 500 mensen zijn. Uitzoeken wat iemands vermogen is, is best veel werk. Heb je die 500 gegevens eenmaal, dan is het op een rijtje zetten daarvan verder triviaal. Is dat uitzoekwerk nu een investering in het creëren van de gegevens (hoe rijk is persoon X) of een investering in het creëren van de databank (wie staat er dit jaar op positie Y)? Het antwoord op die vraag zou een leuke aanvulling zijn op de jurisprudentie.

Wat denken jullie? Mijn eerste gedachte is: nee, geen databankrecht. De investering gaat over het vaststellen van de rijkdom van mensen, en is daarmee gericht op het creëren van de gegevens. Men moet -zo staat in het bevel zelf- “uitvoerig onderzoek doen in openbare registers waaruit de financiële positie van de betrokkenen blijkt”, plus nog interviews met de betrokkenen zelf. Dat doet me denken aan de NVM-makelaars, die ook uitvoerig werk moeten doen om beschrijvingen en gegevens van huizen in Funda te kunnen stoppen, maar desondanks geen databankrecht hadden.

Kan 925 nog iets doen, behalve boos napruttelen op het bretellenblog? Op zich wel: het bevel vermeldt dat de verweerder op 14 november om 10:00 bij de rechter mag verschijnen om uit te leggen dat het verbod onjuist is. Hij kan natuurlijk ook zelf een nog eerder eigen kort geding te starten.

Arnoud<br/> * Vrij naar Bruce Schneier en Terry Pratchett.

Eindelijk: Wikipedia kan naar Creative Commons

120px-not_gfdlsvg.pngDat zal tijd worden: de GNU Free Documentation License kan eindelijk worden afgedankt. Deze bijzonder onhandige licentie werd ooit door de Free Software Foundation ontwikkeld om “vrije softwaredocumentatie” onder uit te kunnen brengen. Het basisidee was hetzelfde als de GPL: iedereen mag de documentatie aanpassen, maar aangepaste documentatie mag je alleen verspreiden onder diezelfde GFDL.

Op zich een leuk idee, alleen viel de uitwerking nogal tegen. De FSF ziet documentatie en software als wezenlijk verschillend, en begon allerlei rare toevoegingen in de GFDL te stoppen. Zo kon je teksten opnemen die verplicht op de cover van een eventueel boek met de documentatie erin moesten verschijnen, en kon je aangeven dat bepaalde teksten altijd ongewijzigd overgenomen moesten worden. Wat de FSF dan weer kon gebruiken om haar GNU Manifesto aan allerlei handleidingen te hangen. Dat maakte de GFDL erg onhandig in de praktijk. Het Debian-project vond het zelfs zo onhandig dat men de GFDL tot “onvrije” licentie bombardeerde en alle GNU handleidingen uit haar Linux-distributie mikte.

Het Creative Commons-project kwam vervolgens met een set neutrale licenties. Helaas zat met name Wikipedia tegen die tijd al met een flinke berg teksten en afbeeldingen onder de GFDL, en als je eenmaal een licentie kiest, kom je er nauwelijks nog vanaf. Het probleem is namelijk dat Creative Commons en GFDL allebei bepalen dat gewijzigde versies onder dezelfde licentie uitgebracht moeten worden. Daardoor kan een GFDL tekst niet onder Creative Commons worden geplaatst of andersom.

In augustus vorig jaar kwam Creative Commons 3 uit. Deze licentie bevatte de ene helft van de oplossing: het is toegestaan om CC werk onder een “compatibele” licentie te plaatsen. Maar een licentie is pas compatibel als deze ook een bepaling bevat om het werk juist weer onder CC te zetten. En nu is het dan eindelijk zo ver: de nieuwste versie van de GFDL heeft zo’n bepaling gekregen.

De bepaling is wel specifiek voor Wikipedia en andere “Massive Multiauthor Collaboration Sites” geschreven. Het is enkel en alleen toegestaan om inhoud van MMC sites die voor 1 november 2008 online stond, om te zetten naar Creative Commons 3.0 ShareAlike. Oh ja, en alleen als de beheerder van die site de omzetting vóór 1 augustus 2009 uitvoert. Een tamelijk irritante constructie, die niet geheel in de spirit van wat Creative Commons nu eigenlijk wilde. Maar goed, het is al heel wat dat de FSF inziet dat haar licentie bijzonder onhandig was.

In theorie kan Wikipedia dus nu haar licentie omzetten naar GFDL 1.3 en vervolgens naar Creative Commons. De praktijk blijkt weerbarstig (zie hele berg discussie hierrr) want niet alle Wikipedianen zullen het daar mee eens zijn. Men heeft wel een deadline gekregen, zodat we mogen hopen dat die discussie niet al te lang meer zal duren.

Via Slashdot.

Update (15:57) Tonie is liev maar zijn er geen andere interessante meningen over GFDL? Bijvoorbeeld wat Wikimedia ervan vindt?

Arnoud<br/> Afbeelding onder Free Art license.

Buma-botje op hol?

Krijgt u ook facturen voor uw eigen muziek van de Buma? Enige tijd geleden kondigde Buma haar ‘licentiehuis‘ voor muziekgebruik op internet aan. Onderdeel van dat huis was een speciale zoekrobot (een Roomba?) die het internet afzoekt naar sites met muziek. De resultaten zouden dan handmatig gescreend worden, waarna de rekeningen verstuurd konden worden.

Ik krijg sinds die aankondiging opvallend veel mails van mensen die zelfgemaakte muziek online zetten (of podsafe muziek van anderen) en desondanks facturen krijgen voor deze muziek. Zo ook diverse reacties bij Marketingfacts. Kennelijk werkt dat botje niet zo slim als de bedoeling was. Zijn er meer mensen die hier tegenaan gelopen zijn?

Het rondsturen van facturen of verzoeken tot betaling zonder duidelijke grondslag is overigens sinds kort apart verboden: dit is een “oneerlijke handelspraktijk” omdat het misleidend is om dit te doen. Wie zin heeft, kan ook betogen dat het een agressieve handelspraktijk is, nu B/S bekend staat als een semi-overheidsclub die boetes zou kunnen opleggen wegens inbreuk op het auteursrecht.

Update: naast de comments alhier kunt u ook stijlloos reaguren bij Geenstijl dat zo vriendelijk was 2000 6151 extra pageviews te genereren op de vrijdagmiddag.

Arnoud

De Cruijffclaim, pardon Scrabbleclaim nogmaals

sosueme-cruijff-op-soccer4u.pngGezien het onderwerp van de zaak zou ik nu met een diepzinnig citaat moeten komen, maar die leest u maar elders. Hier gaat het over een recent en ietwat ergerlijk vonnis van de kantonrechter over een foto(tje) van Cruijff op de site Soccer4u.nl.

Over de feiten valt niet veel te melden. De site wordt gerund door een groep voetbalenthousiastelingen en plaatste een berichtje over Johan Cruijff. Daar hoort een foto bij, en die is natuurlijk zo gevonden. De pech voor deze jongens was alleen dat ene Peter Vincent Schuld zich meldde namens de rechthebbende en een paar duizend euro wilde hebben voor dit gebruik. Schuld verloor onlangs nog een vergelijkbare zaak van Zaplog, maar dat maakt hij meer dan goed met deze nieuwe zaak: € 2.420 schadevergoeding en € 1.647,93 aan proceskosten.

Het vonnis rammelt aan diverse kanten, wat misschien mede komt door de weinig inhoudelijke verdediging die is gevoerd. Allereerst is er een nogal merkwaardige redenering over hoe er inbreuk op de rechten gemaakt zou zijn.

Dat de foto nooit op de server van de website van [gedaagde A.] heeft gestaan en niet door deze website is “ge-upload” doet – wat daar overigens van zij – niet ter zake. De foto is op de website geplaatst. [gedaagden] erkennen dit. Daarmee is de foto openbaar gemaakt zonder toestemming van de gerechtigde en dit is niet toegestaan.

Zo te lezen gaat het om dieplinken, iets dat meer kantonrechters een nieuwe openbaarmaking vinden. Tsja. Er valt wat voor te zeggen, al blijf ik het twijfelachtig vinden.

Wél echt fout is de toekenning van de gevraagde schadevergoeding. Die wordt berekend volgens de bekende scrabblemanier: men neme het normale tarief en vermenigvuldige dat met drie. Dit op basis van de richtprijzenalgemene voorwaarden van de Fotografenfederatie. En dat zou dan aangeven wat een “redelijk aanknopingspunt voor de begroting van de schade” zou zijn. Mooi niet dus! In de meeste gepubliceerde vonnissen wordt deze manier van schade berekenen juist expliciet afgewezen.

Het verbaast me dan ook dat de rechter in dit vonnis zo makkelijk aansluit bij deze voorwaarden. Maar ook hier weer lijkt dat meer te komen door het weinig inhoudelijke verweer. “Dit als zodanig hebben [gedaagden] niet bestreden”, zo motiveert de rechter de toekenning. Jammer!

Arnoud

Klopt die Creative Commons-vermelding eigenlijk wel?

creative-commons.gifCreative Commons-licenties zijn een handige en eenvoudige manier om je eigen werk beschikbaar te stellen aan de internet-gemeenschap. Je kiest een van de zes mogelijke licenties, plakt de tekst op je werk en klaar ben je. Bij sites zoals Flickr zit het zelfs in de site ingebakken als je iets uploadt. Prachtig, maar er is één groot nadeel: hoe weet je dat die licentie wel klopt?

Er zijn allerlei redenen waarom een CC-licentie niet rechtsgeldig op een werk staat. Iemand uploadt andermans werk en zet daar een CC-licentie bij, bijvoorbeeld. Of een muzikant is bij Buma-Stemra aangesloten en gebruikt een CC-licentie die ook commercieel gebruik toestaat. Dat mag allemaal niet, maar het gebeurt. En hoe controleer je dat nu als afnemer van het werk? Je kent die auteur niet, dus je moet maar op zijn woord geloven dat hij de auteur is, en bevoegd is om die licentie te geven.

Contractjuristen lossen dit soort dingen op door in de licentieovereenkomst expliciet iets te vermelden à la “De licentiegever verklaart hierbij eigenaar van het werk te zijn en deze licentie te mogen geven”, het liefst gekoppeld aan een boetebeding. Blijkt nu dat de licentiegever helemaal geen eigenaar was, of een wurgcontract met iemand anders getekend te hebben waardoor hij deze licentie niet meer mag geven, dan heb je een mooie stok om je schade te verhalen als je door de werkelijke rechthebbende wordt aangesproken.

De Creative Commons-licenties hebben dit soort teksten nergens. Er wordt nergens gezegd dat de licentiegever maker is van het werk, maar alleen dat hij een licentie gaat geven. In de ‘legal code‘ wordt hij omschreven als de persoon “die het Werk volgens de voorwaarden van deze Licentie aanbiedt”. Dat kan dus betekenen: aanbieden als auteur, maar ook: aanbieden namens een ander. Of zelfs: aanbieden zonder dat te mogen.

Naar Nederlands recht zou je misschien nog wel kunnen betogen dat een licentiegever impliciet wel verklaart de rechten te hebben om de licentie te mogen geven. Maar dat gaat hier niet werken, want artikel 5 van de licentie voegt daar nog eens aan toe:

TENZIJ ANDERS SCHRIFTELIJK IS OVEREENGEKOMEN DOOR DE PARTIJEN, STELT DE LICENTIEGEVER HET WERK BESCHIKBAAR OP ‘AS-IS’ BASIS, ZONDER ENIGE GARANTIE, HETZIJ DIRECT, INDIRECT OF ANDERSZINS, MET BETREKKING TOT HET WERK, MET INBEGRIP VAN, MAAR NIET BEPERKT TOT GARANTIES MET BETREKKING TOT DE EIGENDOMSTITEL (…)

Oftewel: men weigert expliciet te beloven dat de licentiegever eigenaar is of zelfs maar gerechtigd is de licentie te geven. En dan wordt het lastig om alsnog te betogen dat je erop mocht vertrouwen dat het wel goed zat met die rechten.

Maak ik me nu druk om iets heel theoretisch of hebben we hier echt een wezenlijk probleem met CC te pakken?

Arnoud

Showbiznewz-site aansprakelijk voor foto’s van gebruikers

angelina-jolie-stockfoto-website.jpgProfiterend van de populariteit van de tepels van Angelina Jolie bericht Boek 9 over een recent vonnis over stockfoto’s op internet. De site Showbiznewz.nl publiceert showbiznieuws. Daar bleken foto’s bij gebruikt te zijn waar Bruno Press de rechten op had, en die had daar geen toestemming voor gegeven. Bruno Press eiste dan ook verwijdering en schadevergoeding.

Het verweer van Showbiznewz kwam neer op wat ook in de disclaimer staat:

Foto- en videomateriaal te vinden op ShowbiZnewZ.nl is in principe geüpload (audio)visueel materiaal door onze lezers.

Ik kon niet ontdekken hoe dat uploaden in zijn werk zou moeten gaan. Er is geen registratiesysteem voor lezers of een uploadformulier waarmee je je foto’s kunt publiceren. Wel is er een contactpagina met de mogelijkheid om tips, nieuws en opmerkingen te mailen naar de redactie. Ik neem aan dat die de tips en het nieuws dan plaatsen.

Dat ligt juridisch gevoelig: weliswaar zijn websitebeheerders in principe niet aansprakelijk voor wat gebruikers plaatsen, maar daarvoor moeten de gebruikers zelf het materiaal publiceren zonder voorafgaande controle van de beheerders. Als ze dan ook nog eens na een klacht het materiaal weghalen, zijn ze verder niet tot schadevergoeding verplicht.

Bij Showbiznewz ging deze constructie niet op, vanwege de redactie die er tussen zat:

Zij neemt aldus het initiatief tot het doorgeven van informatie door haar bezoekers. Door de indeling van haar website maken de door haar bezoekers daarop geplaatste foto’s deel uit van het geheel van die website.

Bovendien moet een professionele partij als Showbiznewz weten dat er auteursrechten rusten op foto’s als deze. Zij heeft dan een onderzoeksplicht, en mag niet volstaan met een paar zinnen in een disclaimer dat mensen een klacht kunnen indienen.

De rechter geeft nog wel een vuistregel voor andere sites die op deze manier te werk gaan:

Het is aan IMT om haar bedrijf zodanig in te richten dat zij maatregelen treft ter voorkoming van inbreukmakende handelingen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de mogelijkheid degene die een foto als hier bedoeld op de site van IMT plaatst na een toelichting vooraf te laten verklaren dat hij of zij de rechthebbende op die foto is. De in de voorwaarden van IMT opgenomen disclaimer is daartoe in ieder geval niet voldoende.

Of dat in de praktijk zou gaan werken, vraag ik me af. Een aanvinkvakje “Ik heb deze foto zelf genomen” is snel toegevoegd bij een uploadformulier, maar de kans is natuurlijk groot dat mensen gewoon liegen bij het aanvinken van zo’n vakje. En dan? Heel veel voegt dit dus niet toe. Misschien als je het koppelt aan een adresregistratie van gebruikers, zodat je die naar voren kunt schuiven als er een rechthebbende langskomt.

Arnoud

Welke licentie zit er impliciet op uw blog?

“Bloggers hebben geen auteursrecht,” zo concludeerde Henk Blanken uit een artikel over het auteursrecht en internet van professor Bernt Hugenholtz, hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam. Wie blogt, of een foto plaatst op Flickr, of een wetenschappelijk artikel plaatst op een universitaire website, wil zo graag gelezen worden dat hij stilzwijgend toestemming geeft voor hergebruik.

Henk’s mond viel er van open. De uwe ook? Het is een interessante vraag: wat mag je met andermans blog, comments of andere internetbijdragen? Auteursrecht geldt natuurlijk ook op internet, maar dat wil niet zeggen dat je niets mag doen met een werk tenzij de auteur dat expliciet heeft goedgekeurd.

Een licentie kan namelijk ook impliciet zijn. Wie een brief naar de krant stuurt, geeft een licentie om deze in de krant af te drukken (zelfs in gewijzigde vorm). Het archief van die krant gaat online, dus de brief ook. Ook daar moet je rekening mee houden, en ook daar geef je dus impliciet een licentie voor.

Hoe bepaal je dan wat er wel en niet onder zo’n impliciete licentie valt? Dat is erg lastig, omdat het afhangt van wat je erbij zette, wat de ontvangende partij bij het ontvangen had gezegd – en wat er geldt binnen de gemeenschap waar het werk wordt verspreid. Zo gelden onder modefotografen andere mores dan onder persfotografen als het gaat over hergebruik van foto’s. Net zo goed gelden er onder bloggers andere mores dan onder tijdschriftauteurs. En dat is wat Hugenholtz wilde aangeven toen hij de passage schreef waar Henk’s mond van open viel:

Voor zover deze auteurs geen gebruik maken van open content licenties, waarover hieronder meer, mag worden aangenomen dat er sprake is van een stilzwijgende toestemming (licentie) aan alle gebruikers van het internet. Voor deze categorie werken vormt het auteursrecht dus geen toegangsbelemmering.
Voor content die commercieel wordt aange­boden, ligt dat anders; hier gelden de regels van het auteursrecht ten volle.

Dit is volgens mij wat Henk zo oneerlijk vond. Als je blogt, is je werk vogelvrij, maar als je iets via een betaalsite aanbiedt, dan mogen anderen niets met je werk (behalve wat wettelijk is toegestaan, zoals citeren of een thuiskopie).

Maar draai het eens om: wat mag ik met een blog waar niets bij staat? Was het werkelijk de bedoeling van de auteur dat er, net als in een boek, helemaal niets met zijn blogteksten mag gebeuren? Dat wil er bij mij ook weer niet in. Je blogt om andere redenen dan de auteur van een boek. Je wilt, je verwacht dat anderen het lezen en elkaar erop wijzen. En daarvoor moeten ze die tekst kunnen doorgeven aan anderen. Als citaat, of integraal. Wat is daar erg aan voor een blogger?

Natuurlijk zijn er situaties die je als blogger niet had gewild. Zo was er in maart 2007 discussie over het boek Dagboekvaneenkindermeisje.com dat was gebaseerd op forumdiscussies bij Fok!. Hadden alle deelnemers aan die discussie bedoeld dat hun reacties tot boek werden verwerkt? Dat is echt een open vraag. (Een aantal gaf achteraf aan van niet, maar dat is wat laat.)

Maar let wel: dit zou alleen gelden als je blogt of publiceert op internet zonder aan te geven wat er wel en niet mag. Het kan dus slim zijn om duidelijk vast te leggen wat je wilt dat mensen doen door bijvoorbeeld een Creative Commons licentie te kiezen. Deze staat hergebruik toe, onder voorwaarden zoals “ongewijzigd” of “niet voor commerciële doeleinden”. Wie op die manier duidelijkheid schept over de licentie, heeft een goed verhaal tegen mensen die claimen een impliciete licentie te hebben gekregen.

Hebben jullie een licentie gekozen voor op je blog? En wat mag je doen met andermans blogtekst of foto’s als er niets bijstaat?

Arnoud

Auteursrecht, verleden en toekomst – presentatie bij Wikimedia 2008

wikimedia-conferentie-2008.jpgOp 1 november 2008 organiseert Wikimedia Nederland de vierde Wikimedia Conferentie Nederland, en ik ben uitgenodigd om te spreken over het auteursrecht onder de titel “Verleden en toekomst”.

Ik vind dat ook een mooie titel. Nu nog een mooie presentatie erbij. Hebben jullie suggesties? Waar moet het naartoe met het auteursrecht?

Arnoud