Vraag het Mr. Ras op ISPam.nl

ISPam.nl heeft een nieuwe rubriek: “Vraag het Mr. Ras”, waarin de bezoekers van ISPam.nl juridische vragen kunnen stellen aan mr. Steven Ras van ICTRecht. Goeie actie Steven!

De eerste vraag die hij behandelt, is of een elektronische handtekening rechtsgeldig is. Dat is een andere dan de digitale handtekening trouwens. Een digitale handtekening gebruikt encryptie, certificaten en andere technische toestanden (en is rechtsgeldig). Een elektronische handtekening is een handtekening die, eh, elektronisch geplaatst wordt.

Dat kan bijvoorbeeld door met je muis een tekening te maken die lijkt op je papieren handtekening. Zo doen sommige Internetproviders het, bijvoorbeeld bij de aanvraagformulieren voor domeinnamen van de SIDN. Maar dat levert een probleem op:

Waarschijnlijk worden de elektronische gegevens van de applet vastgehecht aan andere elektronische gegevens (gegevens van bijvoorbeeld een contract). Het is nog maar de vraag of deze gegevens kunnen worden gebruikt als middel voor authentificatie. Het is naar mijn mening bijna onmogelijk om dezelfde elektronische handtekening nogmaals te zetten of daar een unieke schrijfwijze uit af te leiden. Daarbij wordt er geen druk/snelheid gemeten. De gegevens van de applet maken het dan ook niet mogelijk de ondertekenaar te identificeren.

En daarom is zo’n applet-(hand)tekening geen elektronische handtekening in de zin van de wet. Zoals Steven vorig jaar ook al schreef trouwens.

Arnoud<BR/> (UPDATE: enkele typos in het citaat gefixed)

Hyperlinken mogelijk strafbaar feit

Sites die links naar illegale bestanden aanbieden kunnen medeplichtig zijn aan een strafbaar feit, juicht BREIN op Boek 9. ‘Internetpiraten’ grotendeels vrijgesproken, kopt daarentegen Nu.nl. Toch was er, zoals Planet terecht opmerkt, sprake van een principiële overwinning voor Brein in een recente strafzaak tegen twee eDonkey-sites. Update (23 december 2010) het vonnis is vernietigd in hoger beroep omdat het OM lui achter BREIN aanliep en geen eigen onderzoek heeft gedaan.

Via eDonkey kunnen mensen bestanden met elkaar uitwisselen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van hashcodes, die uniek zijn voor een bestand. Wie dus een bepaald bestand zoekt, moet weten welke hashcode het heeft. Op de sites Releases4u en Shareconnector van de verdachten was te zien welke code bij illegaal aangeboden films en muziek hoorde.

Nu werden er inderdaad opzettelijk en zonder toestemming werken verspreid, dus de aanbieders op eDonkey pleegden een misdrijf. Ben je nu medeplichtig aan dat misdrijf als je de hashcodes aanbiedt waarmee anderen de werken kunnen verspreiden? Ja, oordeelde de rechtbank:

[H]et handelen van de bij de website betrokken personen, onder wie verdachte als administrator, [kan] in beginsel beschouwd worden als medeplichtigheid aan de door de gebruikers van de website gepleegde inbreuken op auteursrechten door middel van het uploaden, doordat met de website de gelegenheid wordt geboden tot snelle verspreiding van de bestanden.

Wel moet worden bewezen dat bezoekers van de website via de aangeboden hashcodes werken hebben gevonden en die vervolgens ook weer hebben verspreid (geupload). Want zonder plegers geen medeplichtigen. Dat lukte in dit geval niet, waardoor de verdachten werden vrijgesproken.

Het vonnis bespreekt ook nog de vraag of de beheerders van de site schuldig waren aan medeplegen van de inbreuk. Bij medeplegen pleeg je het misdrijf zelf, in samenwerking met anderen. Er moet dan sprake zijn van “bewuste, nauwe en volledige samenwerking” tussen de betrokkenen. Bij medeplichtigheid help je of geef je gelegenheid tot het plegen. De mate van samenwerking mag dan een stuk minder zijn.

De legaliteit van torrentsites, maar ook van linksites in het algemeen, komt met dit vonnis onder druk te staan. De bekende vraag zijn hyperlinks legaal heeft er daarmee weer een nuance bij.

Arnoud

Baarn werkt met elektronische brief

De gemeente Baarn heeft de elektronische brief ingevoerd, meldt Computable. Een dergelijke brief is, mits digitaal ondertekend met de DigiD, net zo rechtsgeldig als een papieren brief.

De Algemene Wet Bestuursrecht bepaalt dat een bericht (zoals een beschikking, besluit of mededeling) van of naar de overheid ook elektronisch verzonden kan worden, als de betrokkenen daar maar mee instemmen. Baarn heeft dat dus op deze manier gedaan. De inwoners van Baarn kunnen nu dus een bezwaarschrift elektronisch indienen.

Arnoud

Conclusie Europese Hof van Justitie over afgeven persoonsgegevens

Wat betekent de conclusie van de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie over het afgeven van verkeersgegevens van klanten?

Over het afgeven van persoonsgegevens door providers is veel te doen. Recente jurisprudentie lijkt te suggereren dat dat altijd moet als er een klacht komt van bijvoorbeeld BREIN of de Buma. Zelfs XS4All heeft haar beleid op dit punt versoepeld. Nu moet het Europese Hof zich voor de eerste keer buigen over de vraag of een provider verplicht kan worden persoonsgegevens aan auteursrechten-organisaties af te geven.

Er zijn nu al twee stromingen over wat deze conclusie betekent: afgifte van verkeersgegevens is verboden, of juist het verbieden van afgifte is toegestaan.

Kokott begint namelijk als volgt (met dank aan Planet voor de vertaling)

Hieruit volgend zal ik aantonen dat de gemeenschapsrechterlijke voorschriften over databescherming bij elektronische communicatie de doorgifte van persoonlijke verkeersdata slechts toestaan aan instellingen van de staat en geen directe doorgifte aan de vertegenwoordigers van rechtenorganisaties, die hun eisen civielrechtelijk kunnen vorderen.

Dat lijkt dus duidelijk: afgifte is verboden.

De uiteindelijke aanbeveling aan het Hof is echter veel minder verstrekkend:

Het is met het Gemeenschapsrecht verenigbaar wanneer Lidstaten de doorgifte van persoonlijke verkeersgegevens in het kader van civielrechtelijke handhaving van auteursrechten verbieden.

En daarom zegt BREIN:

De conclusie van de AG komt erop neer dat het EU recht toestaat dat lidstaten bepalen dat persoonsgegevens niet voor dit doel aan private patrijen mogen worden afgegeven. Als het Europese hof die conclusie volgt dan is vervolgens de vraag of een lidstaat een dergelijke uitsluiting kent. In die landen zou dan alleen strafrechtelijke vervolging van inbreukmakende p2p-gebruikers zijn toegestaan. In Nederland is dat niet het geval.

Maar dat gaat me ook weer te snel. Het Hof moet antwoord geven op vragen van nationale rechtbanken, en de vraag was hier, “mag de Spaanse rechter verbieden dat persoonsgegevens worden afgegeven in civiele zaken?” Het antwoord daarop is dus “ja”, met als motivatie dat Europees recht geen ruimte biedt voor afgifte.

De vraag was niet “mogen providers verplicht worden persoonsgegevens afgeven in civiele zaken”. Het antwoord daarop zou zijn geweest “nee, want Europees recht biedt daar geen ruimte voor.”

Het uitgangspunt is dat verkeersgegevens en IP-adressen persoonsgegevens zijn en dus alleen mogen worden afgegeven als Europese wetgeving daar de mogelijkheid voor biedt. Dat volgt uit de Privacy-richtlijn 95/46, bij ons de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Is er een mogelijkheid voor auteursrechten-organisaties? Nee, zegt de A-G.

Zo bepaalt Richtlijn 2002/58 betreffende privacy en elektronische communicatie dat verkeersgegevens kunnen worden afgegeven aan “bevoegde organen … met het oog op het beslechten van geschillen, in het bijzonder met betrekking tot interconnectie en facturering”. De Spaanse auteursrechten-organisatie betoogde dat zij daar ook onder vielen, maar de A-G is het daar niet mee eens. Dit gaat uitsluitend over afgeven aan rechtbanken of instanties als de OPTA.

Artikel 15 van deze richtlijn biedt de mogelijkheid om uitzonderingen op deze regels te maken, maar “ruzie over auteursrecht” staat er niet bij:

De lidstaten kunnen wettelijke maatregelen treffen ter beperking van de reikwijdte van de in (…) deze richtlijn bedoelde rechten en plichten, indien dat in een democratische samenleving noodzakelijk, redelijk en proportioneel is ter waarborging van de nationale, d.w.z. de staatsveiligheid, de landsverdediging, de openbare veiligheid, of het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van strafbare feiten of van onbevoegd gebruik van het elektronische-communicatiesysteem (…)

De richtlijnen over auteursrecht bieden de mogelijkheid om inbreuk op auteursrecht strafbaar te stellen. Zo is in Nederland “opzettelijke inbreuk op het auteursrecht” strafbaar met zes maanden cel (artikel 31 Auteurswet). Een lidstaat zou kunnen besluiten uitwisseling zonder toestemming via filesharing strafbaar te stellen. In zo’n situatie kan een provider dus verplicht worden mee te werken aan de opsporing van de pleger van dat feit. Maar ook dan gaat het om “opsporen en vervolgen van strafbare feiten” en ook dat biedt geen basis voor het afgeven van die gegevens aan een private organisatie zoals BREIN of de Buma.

De recente richtlijn 2006/24 over bewaren van verkeersgegevens verplicht providers om verkeersgegevens te bewaren en zonodig af te geven. Ook hier weer: alleen aan de bevoegde nationale autoriteiten. Niet aan private organisaties.

Er is met andere woorden geen grondslag in Europees recht om afgifte van verkeersgegevens aan private organisaties toe te staan. Een verbod is dus in overeenstemming met Europees recht. Een plicht tot afgifte is dan echter juist in strijd met dit recht. Maar ja, dat was de vraag niet, en het Hof beantwoordt alleen de vragen die men stelt.

De conclusie van de A-G is trouwens juridisch niet bindend. Dat is alleen het arrest van het Hof, dat over een aantal maanden wordt verwacht. Het Hof kan zonder meer een heel ander besluit nemen. Maar vaak wordt de conclusie wel grotendeels overgenomen.

Arnoud

Creditcard-maatschappij niet aansprakelijk voor inbreuk door website

Perfect 10, de pornoboer met de vele rechtszaken, heeft onlangs een zaak verloren waarin ze probeerde creditcard-maatschappijen aansprakelijk te houden voor inbreuk op auteursrecht door betaalsites. Dat meldt de Register:

Perfect10, which touts its products as featuring “tasteful copyrighted images of the world’s most beautiful natural models,” sued Visa, MasterCard and others after sending repeated notices that some of the websites receiving credit card processing services from the financial institutions contained stolen Perfect10 images.

The court dismissed Perfect10’s contributory copyright claim after determining that the credit card companies had neither materially contributed to nor induced the infringing behavior. Since, the court argued, Visa and MasterCard did not use their payment processing systems to locate, transmit, alter or display copyrighted works, they did not contribute to the infringement.

In de Verenigde Staten kent men naast de “gewone” inbreuk op auteursrecht ook afgeleide varianten. Een “contributory infringer” is iemand die weet van de inbreuk en deze ook nog eens actief steunt. Bijvoorbeeld door de apparatuur te leveren waarmee het kan. Sony werd destijds onder dit leerstuk aangepakt toen ze de Betamax-videorecorder op de markt brachten, maar werd vrijgesproken omdat de videorecorder “substantial noninfringing uses” had en daarmee niet de inbreuken actief steunden. Filesharing bedrijf Grokster ging daarentegen hiermee nat omdat hun software vooral gericht was op het uitwisselen zonder toestemming.

Een “vicarious infringer” weet van de inbreuk en heeft de mogelijkheid om deze te stoppen. Bijvoorbeeld de organisatie van een computerbeurs: die kunnen een kraampje sluiten als daar illegale DVD’s worden verkocht. Doen ze dat niet, dan zijn ze in de VS aansprakelijk voor de inbreuk door die verkopers.

Het argument hier was dus dat de creditcard-maatschappijen onder een van deze varianten moest vallen, omdat zij immers inbreuk steunen door de betaling mogelijk te maken. Bovendien kunnen ze het stoppen: weiger je medewerking, en de inbreukmaker gaat vanzelf failliet.

Het 9e Hof vindt dit echter wel erg vergezocht. Je moet immers meehelpen aan de inbreuk zelf, en niet alleen maar in het algemeen samenwerken met het bedrijf:

The credit card companies cannot be said to materially contribute to the infringement in this case because they have no direct connection to that infringement. Here, the infringement rests on the reproduction, alteration, display and distribution of Perfect 10’s images over the Internet. Perfect 10 has not alleged that any infringing material passes over Defendants’ payment networks or through their payment processing systems, or that Defendants’ systems are used to alter or display the infringing images.
Je bent pas aansprakelijk als je op een of andere manier meehelpt aan de verspreiding van de inbreukmakende materialen zelf. Een online betalingsmogelijkheid doet dat niet. Die heeft net zo veel te maken met de dienst die verkopers leveren als bijvoorbeeld het electriciteitsbedrijf of de cateraar.

Arnoud

Algemene voorwaarden van Internetproviders

Wanneer gelden de algemene voorwaarden van Internetproviders? Deze vraag was van belang in een recent geschil tussen het bedrijf Pander Consultancy en Internetprovider Scarlet (Planet). Pander had een zakelijke ADSL-verbinding afgenomen, maar wilde deze al snel weer opzeggen. Dat gaf de nodige problemen, waardoor Pander vijfentwintig werkdagen zonder internetverbinding heeft moeten werken en zo schade opliep. In de algemene voorwaarden van Scarlet werd aansprakelijkheid voor zulke schade echter uitgesloten. Kon Scarlet zich daarop beroepen?

Juridisch gezien is een Internetabonnement hetzelfde als elk ander contract. De ene partij betaalt een zeker bedrag, en de ander levert een dienst. In dit geval dus toegang tot Internet. Daarbij gelden natuurlijk regels, die in algemene voorwaarden vastgelegd zijn. Niet iedereen leest ze, maar deze ‘kleine lettertjes’ gelden ook als de wederpartij ze niet gelezen heeft bij het afsluiten van het contract. De enige eis is dat de gebruiker (Scarlet dus) de wederpartij (Pander) een redelijke mogelijkheid moet hebben geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen (art. 6:233(b) BW).

Maar, zo vertelde Pander, dat was nooit gebeurd:

De accountmanager van Scarlet, A, [is] op 23 maart 2005 bij haar langsgeweest om de overeenkomsten op te stellen en te ondertekenen. Zij heeft op dat moment aan A gevraagd haar een exemplaar te verstrekken van de door Scarlet gehanteerde algemene voorwaarden. A beschikte echter niet over een exemplaar van de algemene voorwaarden. Op het verzoek van Pander nadien alsnog een afschrift toe te zenden, zou A hebben toegezegd dat te zullen doen, doch Pander heeft nooit een exemplaar van Scarlet ontvangen, aldus Pander.

Verwarrend daarbij was wel dat Pander het contract vervolgens heeft getekend met daarin de zin “Door ondertekening van deze overeenkomst verklaart u de algemene voorwaarden van Scarlet ontvangen en geaccepteerd te hebben.”

Was dat nu genoeg om aan te nemen dat de voorwaarden toch gelden? Nee, oordeelt de rechter, de gebruiker (Scarlet) moet concreet aangeven wanneer en op welke wijze aan de wederpartij een afschrift van de algemene voorwaarden ter hand is gesteld. Het was dus aan Scarlet om meer feitelijke gegevens te verschaffen omtrent het ter hand stellen van de algemene voorwaarden. Maar:

Zij heeft dit echter niet gedaan, maar heeft volstaan met aan te voeren dat haar accountmanagers altijd een setje documenten, waaronder de algemene voorwaarden, mee zouden nemen.

En die zin uit het contract dan, waarin Pander zegt ze te hebben ontvangen?

Deze standaardbepaling is slechts een fictieve verklaring omtrent de kennisneming van de algemene voorwaarden en kan niet worden aanvaard als een nadere uitzondering waarmee aan het door de wetgever beoogde uitgangspunt van terhandstelling kan worden voorbijgegaan.

Kortom, Scarlet heeft niet bewezen dat Pander werkelijk de algemene voorwaarden heeft gehad. Daarom worden ze niet bindend verklaard. En omdat een provider gewoon aansprakelijk is voor schade bij een niet-werkende verbinding, zou Scarlet op moeten draaien voor die 25 dagen. Ware het niet dat Pander onvoldoende onderbouwd had waarom hij die schade had geleden. Daarom oordeelde de rechter dat Pander nu eerst met die onderbouwing moet komen, zodat hij daarna kan bepalen of en hoe veel schade voor de rekening van Scarlet gaat komen.

Arnoud

Kan een verbod op gewelddadige spellen zoals Manhunt 2?

Jeroen Dijsselbloem reageert op de gaming-community. Eind juni heeft dit PvdA-kamerlid kamervragen gesteld over de juridische mogelijkheden om in Nederland het gewelddadige en sadistische spel Manhunt 2 te verbieden. De gaming-community was daar unaniem zeer negatief over. De site Gamez.nl schreef bijvoorbeeld onder de veelzeggende titel Vijanden van de game-industrie een nep-aanklacht dat “Jeroen D.” zou oordelen zonder enige verdieping in de materie en de grondbeginselen van de vrijheid van meningsuiting zou hebben aangetast. Met name dat eerste stak veel mensen: het spel is nog niet uit, kun je op basis van reclame en wat mensen er over bloggen concluderen dat het spel wel veel te gewelddadig zal zijn?

In zijn reactie schrijft Dijsselbloem:

Ik heb niets tegen games, integendeel. En ik zie meer nadelen dan voordelen van een verbod. Principiële bezwaar is natuurlijk dat een verbod de vrijheid van meningsuiting en van de persoonlijke levensfeer zou beperken. Praktische bezwaar is dat een verbod helemaal niet te handhaven zou zijn.

Hij zoekt echter naar de mogelijkheden van een verbod op dit spel omdat het een goed voorbeeld is van games die steeds geweldadiger en sadistischer zijn. Dat zou het risico van gedragbeïnvloeding bij jongeren vergroten, zeker als de beelden heftiger zijn en de speler minder stabiel is. Hij verwijst naar onderzoek, wat in de comments sterk in twijfel getrokken wordt.

Spellen doen wel degelijk iets met mensen. Zo berichtte PCM in november 2006 over een onderzoek dat aantoonde dat het spelen van gewelddadige videogames wel degelijk invloed heeft op de hersenactiviteit:

Door het spelen van gewelddadige videogames wordt het gedeelte van de hersenen dat over de emoties gaat geactiveerd, terwijl het gedeelte van de hersenen dat gaat over zelfbeheersing, focus en concentratie gaat in activiteit afneemt.
Dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat jongeren dus gewelddadig worden van het spelen van games. Zeker omdat games vaak gespeeld worden als uitlaatklep, juist om agressie kwijt te kunnen. En nee, je gaat er ook niet minder van lezen.

Juridisch gezien zal een verbod op spellen als deze uiterst lastig worden. Joop Atsma (CDA) stelde dat dit zou kunnen op grond van “aanzetten tot geweld”. Het is verboden om een foto, film of spel “waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar” aan minderjarigen te tonen. Ook mag een omroep geen programma’s uitzenden “die de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar ernstige schade zouden kunnen toebrengen”. In de Eerste Kamer is daarover gezegd dat deze inderdaad zien op zaken zoals excessief geweld en (harde) pornografische scènes.

De bewijslast voor zo’n verbod is echter zeer gecompliceerd. Al was het maar omdat Joop Atsma dan ook verboden moet worden omdat hij Arjan Dasselaar aanzet tot geweld. En dat moeten we natuurlijk niet hebben.

Arnoud

Korea heft BTW op Real Money Transactions voor spellen

De Koreaanse belastingdienst gaat BTW heffen op inkomsten uit handel in virtuele goederen, zo meldt Tweakers. Het gaat alleen om Real Money Transactions of Real Money Trading, transacties waarbij echt geld gebruikt wordt om virtuele objecten te verkopen. Wie in een spel dus grof goud verdient met een leuk harnas of een virtuele tandenborstel, hoeft geen BTW af te dragen. Maar wie dat goud (of dat harnas) overdraagt aan een ander in ruil voor echt geld, kan een belastingaanslag verwachten.

Hoe zit dat in Nederland?

Iemand die bedrijfsmatig goederen verkoopt of diensten levert, moet BTW afdragen. Of zo’n virtueel object leveren nu “leveren van een goed” of “verrichten van een dienst” is, maakt daarom niet zo veel uit. De leverancier krijgt er echt geld voor, en moet daarom BTW afdragen. Ook als het via Internet gebeurt. Dus een transactie via je website is in principe hetzelfde als het verkopen van een virtueel harnas in een online spel.

De grote vraag is natuurlijk (zoals altijd bij de belasting): komen ze er achter?

Een woordvoerder van de Korea National Tax Service meldt namelijk dat de dienst mogelijkheid heeft om alle transacties van virtuele voorwerpen te volgen. Dat lijkt me wat optimistisch: ik kan tenslotte op tientallen manieren afspreken dat ik 10 euro zal krijgen wanneer ik iemand in een spelletje een goudklomp of die virtuele tandenborstel geef.

Real Money Transactions zijn controversieel in de gaming industrie. Het maakt het bijvoorbeeld wel erg makkelijk om aan dingen te komen als je niet zo goed bent in het spel. Ook stimuleert het dingen als “gold farming“, de hele dag goudklompjes uit een mijn halen en die verkopen aan mensen die snel geld nodig hebben.

Arnoud

Russische webwinkel stunt dankzij gestolen creditcards

Security.NL bericht over een Russische webshop met wel heel lage prijzen, tot wel 20% van de nieuwprijs. En dat is geen typefout-OTTO-style maar de werkelijke prijs.

Op de vraag waarom de online winkel zulke lage prijzen hanteert geeft de webshop het volgende antwoord: “Het is erg eenvoudig. We kopen deze producten in Westerse landen met gestolen creditcards. Je loopt geen enkel risico als je deze producten koopt.” Niet alleen vindt de webshop het geen enkel probleem om haar handelswijze op deze manier bekend te maken, het zoekt zelfs partners die naar de winkel willen linken.

Arnoud

Internetproviders in problemen met persoonsgegevens

Wanneer moeten internetproviders (ISP’s) nog weigeren om persoonsgegevens van klanten af te geven? Na de uitspraak over BREIN vs. KPN lijkt het wel erg makkelijk te worden om die op te eisen in een civiele rechtszaak.

ISPam meldt over een artikel van Remy Chavannes in Mediaforum, waarover eerder Boek 9 ook berichtte:

“De antwoorden van de Haagse voorzieningenrechter in de zaak tussen Brein en KPN zijn in het licht van de feiten te begrijpen, maar vormen een onjuist en onwenselijk precedent. (…) De realiteit van het ‘internetrecht’ is echter dat er vrijwel uitsluitend uitspraken in kort geding zijn die, bij gebrek aan hardere precedenten, in volgende zaken worden aangehaald, door partijen en door rechters. Dat betekent dat een uitspraak als deze wel degelijk belangrijk is, met name voor wat betreft (a) welke criteria worden gehanteerd bij de beoordeling van vorderingen tot verstrekking van NAW-gegevens en afsluiting van internetverbindingen; en, even belangrijk (b) hoe streng die criteria in concreto worden toegepast. (…) Als de criteria uit Lycos/Pessers op deze manier gehanteerd (moeten) worden, dan brengt dat het risico met zich mee dat ISP’s zullen concluderen dat het op deze manier opkomen voor de privacy klanten een dure en onzekere – zo niet zinloze – exercitie is.”

Arnoud