Juridische status van e-mail

Onlangs ontving ik een vraag van een lezer van mijn site over de juridische status van e-mail. Daar zitten twee aspecten aan: de vertrouwelijkheid van de inhoud van de e-mail, en het recht om de e-mail te mogen kopiëren of verder te verspreiden.

Eerst maar dat laatste. De inhoud van een e-mail is auteursrechtelijk beschermd. De enige eis die de wet stelt voor auteursrecht is dat het werk origineel is (zelfgemaakt en niet ontleend dus) en bovendien het resultaat is van creatieve arbeid. Wie er dus “eens goed voor gaat zitten” en een mail schrijft, heeft auteursrecht op die tekst.

De ontvanger van de e-mail heeft het recht om de tekst te lezen, af te drukken en te bewaren. Of hij de e-mail door mag sturen dan wel mag publiceren, hangt helemaal af van de omstandigheden. Een beschermde tekst publiceren mag niet zonder licentie. Dat geldt voor e-mail net zo goed als voor een boek. Omdat bij e-mail er zelden een expliciete licentie bij zal zitten, is het is de vraag of de verzender impliciet toestond dat het werk mocht worden gepubliceerd. Staat er bij dat de mail vertrouwelijk is, dan mag het natuurlijk niet. Stuurde hij de mail naar een mailinglijst, dan mag deze best in het archief van de lijst worden opgenomen.

Bij papieren brieven is het zo dat de ontvanger eigenaar wordt van het stuk papier en de letters die er op staan. Hij is dan vrij om dat stuk papier aan een ander te geven of te verkopen. De schrijver kan daar niets tegen doen, ook niet met zijn auteursrecht. Dat is uitgeput zoals dat heet. De schrijver kan alleen nog optreden tegen kopieën van de papieren brief die zonder zijn toestemming worden gemaakt.

Deze regel over uitputting geldt niet voor e-mail. Een e-mail bestaat niet als een fysiek ding zoals een stuk papier. Er is dus geen ‘ding’ om weg te geven of te verkopen.

Geheel los daarvan is er ook nog zoiets als briefgeheim op e-mail. Briefgeheim wil zeggen dat mensen geen kennis mogen nemen van de inhoud van andermans communicatie. Formeel geldt het briefgeheim niet voor e-mail. Om andermans e-mail te lezen, is het in veel gevallen wel nodig in te breken op diens mailbox of server. En dat is computervredebreuk, een misdrijf. Wie echter zonder ‘hacken’ een mail van een ander onder ogen krijgt, is in principe vrij de inhoud daarvan verder te vertellen. Maar dat moet hij dan wel in zijn eigen woorden doen. Want op de tekst van de e-mail zelf zit dus auteursrecht.

Voor het loggen van e-mail verkeersgegevens gelden ook nog beperkingen.

Arnoud

Depot van idee bij notaris – wat heb je er aan

Hoe bescherm je een idee? Een veelgehoorde suggestie is dat je het idee moet opschrijven en bij de notaris moet deponeren. Daarmee kun je dan bewijzen dat jij het idee als eerste had, zodat je anderen kunt aanpakken die “je idee stelen”. Inderdaad heb je dan bewijs met een datum, maar daarmee heb je nog helemaal geen recht!

Dat ondervonden ook de gedaagden in een recent kort geding over het idee van een paardrijspel (“voor meisjes”). Dat spel zou een “first-person” spel moeten worden, waarin de speler als het ware zelf paardrijdt in een realistische omgeving. Dat idee bleek niet nieuw. Bovendien:

Voor zover gedaagden met hun beroep op de inbewaringgeving van ideeën bij notaris [(naam notaris)] hebben betoogd dat de reeds gedeponeerde ideeën auteursrechtelijk zijn beschermd, faalt dat verweer. Slechts wanneer een idee is uitgewerkt in een concrete uiting kan het bescherming als werk in de zin van de Auteurswet genieten (vgl. HR 29 december 1995, NJ 1996, 546 (Decaux/Mediamax; Stadsmeubilair)). De overgelegde kopie van het document dat [gedaagde 2] op 9 januari 2004 bij de notaris heeft gedeponeerd, bevat wel het idee voor een spel waarin de speler als het ware zelf paardrijdt in een realistische omgeving – er wordt de vergelijking met een flight simulator gemaakt – maar dat idee wordt in het document niet, althans onvoldoende, geconcretiseerd. Er wordt niet gedetailleerd beschreven hoe het spel eruit moet komen te zien. Daardoor is het document geen werk met een eigen oorspronkelijk karakter dat het persoonlijk stempel van de maker draagt (vgl. HR 4 januari 1991, NJ 1991, 608 (Van Dale/Romme)). Dit geldt te meer omdat gedaagden niet de stelling van eisers hebben weersproken dat er al realistische “first person” computer paardrijdspellen op de markt waren voordat [gedaagde 2] haar ideeën heeft gedeponeerd.

Een idee beschermen kan niet. Een volledig uitgewerkt idee wordt beschermd door het auteursrecht. Iemand die die uitwerking leest en er mee aan de haal gaat, pleegt inbreuk en kan daarmee worden aangepakt. Maar je moet dan wel bewijzen dat die iemand het idee van jouw uitwerking heeft gekregen.

Arnoud

E-mailen van bedrijfsinformatie: geen schending van geheimhoudingsverplichting

In een kort geding uit Haarlem had een werknemer vanaf de bedrijfscomputer het complete crediteuren- en debiteurenbestand, het inventarisatieprogramma en diverse aanvragen en aanbiedingen van klanten en leveranciers naar zijn privé emailadres gemaild. Daarna had hij ook nog eens de desbetreffende bestanden van de bedrijfscomputer verwijderd. Mag dat?

Wie bij een bedrijf werkt, heeft vaak te maken met vertrouwelijke bedrijfsgegevens. Veel arbeidsovereenkomsten hebben dan ook een geheimhoudingsverplichting omtrent zulke informatie. Publicatie of doorgeven aan derden van die informatie is niet toegestaan. Doe je dat toch, dan kun je tot schadevergoeding worden veroordeeldgepubliceerd.

Bovendien kan gebruikmaken van bedrijfscomputers wel eens gezien worden als misbruik van ICT-faciliteiten van het werk.

Het vonnis legt niet uit waarom de werknemer dit heeft gedaan, maar gezien de tegeneis over uitbetaling van achterstallig salaris, was dit “gijzelen” van bedrijfsgegevens waarschijnlijk bedoeld als drukmiddel.

De werkgever klaagde de werknemer aan wegens schending van de geheimhoudingsverplichting. Maar dat ging niet op:

Gesteld noch gebleken is immers dat [gedaagde] informatie die hij aldus naar zijn privé emailadres heeft gestuurd aan derden heeft doorgegeven en/of geopenbaard. Wika erkent dit overigens zelf ook, nu zij heeft gesteld dat [gedaagde] tot dusver nog geen voor Wika waarneembaar gebruik heeft gemaakt/laten maken van de vertrouwelijke bedrijfsinformatie van Wika. Zolang dat niet is gebeurd kan naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake zijn van schending van de geheimhoudingsplicht.

Wel merkt de rechter op dat dit waarschijnlijk wel te zien is als onzorgvuldig gedrag van de werknemer. Alleen, die grond voor schadevergoeding stond niet in de dagvaarding dus kon de werknemer daar niet op aangesproken worden.

Via Boek 9.

Arnoud

Waarom juristen altijd ‘Dat hangt er vanaf’ zeggen – SYNC.nl

Mijn nieuwe column op SYNC:

Een van de meest gestelde juridische vragen is “Is dit legaal?”, waarbij “dit” meestal een hypothetische situatie is. Juristen zeggen dan altijd “Dat hangt er vanaf”, wat de vragensteller vaak flauw vindt. Toch is het in veel gevallen het beste antwoord.

Lees verder in Waarom juristen altijd ‘Dat hangt er vanaf’ zeggen – SYNC.nl.

Arnoud

Nieuw op Jurofoon: Wat zijn je rechten als slachtoffer van phishing?

Een nieuw artikel op de juridische helpdesk Jurofoon over de rechten van slachtoffers van phishing, een vorm van oplichting waarbij men probeert inloggegevens voor webwinkels of internetbanken los te krijgen. Meer over phishing in de special van Planet en ook nog praktische tips bij XS4All. Maar wat kun je doen als je toch slachtoffer bent geworden van zo’n truc, en geld kwijt bent geraakt?

Banken zijn niet gauw geneigd om de schade te vergoeden als de klant beweert dat zijn pinpas is kwijtgeraakt en criminelen vervolgens daarmee hebben kunnen pinnen. Uit het feit dat de crimineel de pinpas met bijbehorende pincode kon bemachtigen leidt de bank af dat de klant zelf onzorgvuldig is geweest. Met een verwijzing naar de algemene voorwaarden wijst de bank vervolgens aansprakelijkheid af.

Wat zijn je rechten als slachtoffer van phishing?

Arnoud

Kan SIDN persoonsgebonden domeinnamen wel opheffen?

Bram Heerink, inderdaad die van 112.nl, maakt zich boos over de geplande opheffing van de persoonsgebonden domeinnamen. Hij citeert artikel 13 lid 2 van het Reglement voor registratie van .nl-domeinnamen:

SIDN stelt de domeinnaamhouder rechtstreeks en/of via de betrokken Deelnemer op de hoogte van haar voorgenomen besluit het gebruik van de Domeinnaam te ontzeggen en de registratie daarvan in het Register door te halen.

en signaleert dan een gapend gat in de wet:

Want stel nu eens dat rechtsgeldig zou zijn, dat zou betekenen dat met een briefje van de SIDN alle domeinnamen in het register kunnen worden opgeheven. Dat geldt niet alleen voor persoonsdomeinnamen dat geldt voor alle domeinnamen. Het Register maakt hier immers helemaal geen onderscheid. Dat geldt dus ook voor nu.nl, abnamro.nl, gay.nl, microsoft.nl, postbank.nl, google.nl. Volgens het reglement volstaat een kennisgeving van de SIDN met het bericht dat de domeinnaam vervalt.

Een terechte zorg. Wat mij nog steeds niet duidelijk is, is welke grond uit het reglement SIDN wil gaan hanteren om de persoonsgebonden domeinnamen op te heffen. Artikel 13.2 is immers de procedure, en die kan alleen gebruikt worden als een grondslag voor opheffing uit artikel 13.1 van toepassing is. Een contract mag je alleen opheffen (ontbinden) op de manier die in het contract staat, tenzij er sprake is van een tekortkoming in de nakoming bij je wederpartij.

Artikel 13.1 van het Reglement zegt dat opheffing alleen kan als

(a) SIDN terzake een authentiek afschrift van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard of een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van een Nederlandse rechtbank of een arbitraal vonnis van het Scheidsgerecht Domeinnamen heeft ontvangen, waarbij Opheffing wordt bevolen;<br/> (b) het contract tussen de betrokken Deelnemer en SIDN eindigt of beëindigd wordt;<br/> (c) de Domeinnaamhouder niet langer door een Deelnemer vertegenwoordigd wordt;<br/> (d) de Domeinnaamhouder om opheffing van de (Persoons)Domeinnaam verzoekt;<br/> (e) het Registratiecontract tussen de Domeinnaamhouder en SIDN beëindigd wordt;<br/> (f) de (Persoons)Domeinnaam niet (langer) blijkt te voldoen aan de door SIDN gestelde Technische eisen en niet binnen een door SIDN te stellen termijn wel aan de Technische eisen voldoet.

Opties (a), (c) en (d) zijn duidelijk niet van toepassing. Ook optie (f), de technische eisen, lijken me niet op te gaan. Het systeem werkt gewoon, dat er slechts 500 gebruikers zijn op een totaal van 2,4 miljoen .nl-domeinnamen is geen technisch probleem.

Dan blijven opties (b) en (e) over. (b) gaat over de Deelnemer, de provider dus, die zijn contract met SIDN opzegt. Wederom niet van toepassing. Kan SIDN dan het Registratiecontract met de eigenaar van de Persoonsdomeinnaam opzeggen? Alleen, zo bepaalt artikel 14 van dat contract, “in de in het Reglement beschreven gevallen.” En dan zijn we weer terug bij de opsomming hierboven.

Bovendien hebben we hier te maken met een contract tussen SIDN en een natuurlijke persoon, want het gaat immers om persoonsgebonden domeinnamen. En dan zegt de wet (art. 6:237 sub d) dat een algemene voorwaarden zoals deze vermoed wordt onredelijk bezwarend te zijn als het

de gebruiker van zijn gebondenheid aan de overeenkomst bevrijdt of hem de bevoegdheid daartoe geeft anders dan op in de overeenkomst vermelde gronden welke van dien aard zijn dat deze gebondenheid niet meer van hem kan worden gevergd

Welk artikel SIDN dus ook aandraagt, SIDN zal moeten aantonen dat het laten voortduren van de persoonsgebonden domeinnamen niet meer redelijkerwijs van haar kan worden gevergd.

UPDATE: (1 augustus) op ISPam.nl meldt Arnout Veenman in de comments:

Op dit moment heeft SIDN naast het reguliere DRS (Domein Registratie Systeem) voor persoonsdomeinnamen er nog een apart systeem naast draaien. Dat zou de belangrijkste reden zijn waarom SIDN van de persoonsdomeinnamen af wil.

En dat zou wellicht een overtuigende dwingende reden zijn.

Arnoud

ICTRecht Weblog » DigiD, een elektronische handtekening?

Digitale handtekeningen zijn rechtsgeldig, maar wanneer is iets een digitale handtekening? Steven Ras van ICTRecht pluist het uit voor de DigiD:

DigiD dient als middel voor authenticatie. DigiD als zodanig bestaat uit een gebruikersnaam en wachtwoord. Het verzorgt alleen niet zelf de vasthechting aan- of logische associatie met andere elektronische gegevens. Daarom is het niet aan te merken als een elektronische handtekening

Eerder vroeg Ras zich hetzelfde af voor OpenID. En de DigiD werd onlangs nog ingezet voor elektronische communicatie in Baarn.

Arnoud

Gamer ontvoerd om wachtwoord

Een Braziliaanse gamer en topscorer in het spel GunBound is ontvoerd en met een pistool bedreigd om zo zijn wachtwoord te krijgen, meldt Security.NL:

De bende wilde zijn wachtwoord van het online spel GunBound voor 8000 dollar verkopen. De gamer werd door een vriendin van één van de criminelen via Orkut verleid. Tijdens de afspraak met het meisje in een winkelcentrum werd de jongen ontvoerd. Ondanks het feit dat hij vijf uur lang bedreigd werd en al die tijd een pistool tegen zijn hoofd kreeg, weigerde hij zijn wachtwoord af te staan.

BRIGHT meldt nog dat het plan was om het wachtwoord voor 8000 dollar te verkopen.

Arnoud

Filteren van filesharing verkeer: providers via achterdeur toch aansprakelijk?

In een opmerkelijk Belgisch vonnis is internetprovider Scarlet (Tiscali) veroordeeld om filesharing verkeer van klanten te voorzien van een filter. Dat filter moet materiaal detecteren waarvan de rechthebbenden de verspreiding hebben verboden. Sabam pakt gelijk maar door en eist dat ook alle andere Belgische ISP’s zo’n filter installeren. Scarlet gaat in hoger beroep trouwens.

Dat filteren werkt met zogeheten digitale vingerafdrukken, zoals bijvoorbeeld Audible Magic en Gracenote (dat het kocht van Philips trouwens). Van muziek en film worden dan bepaalde unieke kenmerken gemeten, zoals veranderingen in signaalsterkte binnen bepaalde frequentiebanden. Deze worden, net als echte vingerafdrukken, vergeleken met eerder opgeslagen kenmerken in een database. Staat het werk in die database, dan mag het werk niet verspreid worden. Dat werkt in principe dus betrouwbaarder dan het enkele filteren op bestandsnaam of titel en naam van de artiest (wat bij Napster een totale mislukking werd).

Juridisch gezien is deze beslissing opmerkelijk, omdat hiermee een provider via de achterdeur aansprakelijk gehouden wordt voor inbreukmakende handelingen van klanten. Zoals Christiaan Alberdingk Thijm schrijft:

Je bent misschien niet aansprakelijk voor het uitwisselen van muziek, maar wel voor het nalaten maatregelen daartegen te treffen. Scarlet moet voor de kosten van de maatregelen opdraaien en enorme boetes betalen indien deze inadequaat zijn.

De belangrijkste eis om niet aansprakelijk gehouden te worden is namelijk dat providers niet filteren. Artikel 6:196c BW zegt letterlijk dat een provider “niet aansprakelijk [is] voor de doorgegeven informatie, indien hij: … de doorgegeven informatie niet heeft geselecteerd of gewijzigd.” Filteren is een vorm van selecteren, je laat immers alleen door wat het filter niet tegenhoudt.

Bovendien is er nog een ander probleem. De vingerafdruk wordt genomen van ongeveer 10 seconden van de muziek. Als iemand nu zo’n stukje om legitieme redenen gebruikt (bijvoorbeeld een citaat), zal het werk toch tegengehouden worden. Op deze manier filteren zou dus hooguit toegestaan moeten zijn als vaststaat dat het gehele werk wordt gedeeld zonder toestemming.

Een creatief alternatief is in mei door de Amerikaanse profielensite Myspace ingevoerd: “Take down and stay down“. De vingerafdruk wordt daar pas genomen na de eerste klacht. Vanaf dat moment kan geen enkele gebruiker het werk meer publiceren bij zijn of haar profiel. Dit vind ik een stuk redelijker. Er ligt dan een concrete klacht over een specifiek werk. Dat is reactief in plaats van pro-actief. En het past ook binnen de wet: een provider die materiaal aanbiedt dat inbreukmakend blijkt te zijn, is niet aansprakelijk als hij “prompt de nodige maatregelen neemt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken” na een klacht.

Arnoud

Richtlijn Audiovisuele media diensten

De Europese Commissie en het Parlement hebben overeenstemming bereikt over een nieuwe Audiovisual Media Services Directive. De richtlijn maakt een onderscheid tussen “lineaire” en “niet-lineaire” media, grofweg tussen televisie en Internet-televisie of radio. Niet-lineaire media zijn:

an audiovisual media service provided by a media service provider for the viewing of programmes at the moment chosen by the user and at his/her individual request on the basis of a catalogue of programmes selected by the media service provider;

Deze niet-lineaire media worden weliswaar gereguleerd, maar veel minder dan de lineaire media. De reden hiervoor is de mate van keuze en controle die de gebruiker heeft. Als je ergens om moet vragen, is de kans kleiner dat je ongewenst materiaal over je heen krijgt, tenslotte.

Zo mag een Europees land alleen niet-lineaire media beperkingen stellen op grond van een bedreiging voor de openbare orde, de volksgezondheid, de nationale veiligheid of de bescherming van consumenten of investeerders (artikel 2a lid 4). Artikel 3b noemt nog specifiek haatzaaien en discrimineren als gronden voor zulke beperkingen. Bij traditionele media mag een land verdergaande maatregelen invoeren.

Eerder was er zorg over de vraag of deze regels ook zouden gelden voor individuele content op Internet. Overweging 13 beperkt de scope van zulke regels nu tot “massamedia” en sluit toepasselijkheid op blogs en m.i. ook Youtube en aanverwante diensten uit:

The definition of audiovisual media services covers only audiovisual media services, whether scheduled or on-demand, which are mass media, that is, which are intended for reception by, and which could have a clear impact on, a significant proportion of the general public. The scope is limited to services as defined by the Treaty and therefore covers any form of economic activity, including that of public service enterprises, but does not cover activities which are primarily non-economic and which are not in competition with television broadcasting, such as private websites and services consisting of the provision or distribution of audiovisual content generated by private users for the purposes of sharing and exchange within communities of interest.

Arnoud