OM mag opnamen van geweldsincidenten tonen om daders te vinden

| AE 8151 | Privacy, Regulering | 11 reacties

dome-camera.jpgHet Openbaar Ministerie mag in de openbare ruimte opgenomen camerabeelden van ernstige publieke geweldincidenten in het openbaar tonen om zo dader(s) van dit geweld te kunnen opsporen, las ik (alweer een tijdje geleden) op Rechtspraak.nl. Sorry, ik loop wat achter. De Hoge Raad introduceert meteen maar een checklist met 7 factoren waarmee getoetst kan worden of het legitiem is om te publiceren uit camerabeelden die misdrijven vastleggen.

Het arrest komt uit de zogeheten kopschopper-zaak. In 2013 schopten acht jongens een ander tegen het hoofd bij een vechtpartij op de Eindhovense Vestdijk. Justitie koos ervoor beelden hiervan naar buiten te brengen in de hoop de daders te identificeren. Deze publicatie leidde bij het Gerechtshof tot strafvermindering vanwege “de “enorme media-aandacht” die aan het incident is gegeven en “de hetze die daardoor jegens hem in de diverse media, onder welke internet, is ontketend”.”

In cassatie moet het HR nu aangeven of en wanneer het publiceren van zulke camerabeelden toegestaan is. In beginsel is het publiceren van beelden een inbreuk op de privacy, ook als de beelden van de openbare weg komen. In de context van opsporing door het OM is publicatie toegestaan afhankelijk van deze factoren:

  1. het publieke dan wel private karakter van de plaats welke op het beeldmateriaal waarneembaar is waar of van de situatie waarin de betrokkene zich bevindt;
  2. de persoon van de betrokkene, waaronder diens leeftijd of bijzondere kwetsbaarheid;
  3. de hoedanigheid van de betrokkene, zoals de publieke bekendheid van de betrokkene, dan wel of hij verdachte is van een (ernstig) strafbaar feit;
  4. de mate van herkenbaarheid van de betrokkene op het beeldmateriaal en de aard en indringendheid van de informatie die door of in samenhang met het beeldmateriaal wordt verstrekt omtrent de identiteit, uiterlijke kenmerken of gedragingen van de betrokkene;
  5. het doel waarmee het beeldmateriaal is vergaard en geopenbaard, waarbij aan de orde kan komen of het gaat om opsporing of identificatie van verdachten van (ernstige) strafbare feiten en of voorzienbaar is dat het beeldmateriaal wordt gebruikt op een wijze die verder gaat dan hetgeen redelijkerwijze nodig is voor het te bereiken doel;
  6. de wijze van vergaring en openbaarmaking van het beeldmateriaal, waarbij aan de orde kan komen of het beeldmateriaal is gemaakt en gepubliceerd met toestemming van de betrokkene, of de beeldopnamen zijn gemaakt op publieke plaatsen waar opnameapparatuur normaliter wordt gebruikt met een gelegitimeerd en voorzienbaar doel, en of er sprake is van een naar tijd en reikwijdte beperkt gebruik dan wel dat de beelden integraal zijn vrijgegeven aan het algemene publiek;
  7. de mate waarin het beeldmateriaal in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving is verkregen en verspreid.

Het is dus een factor of de beelden van de openbare weg zijn, maar niet de enige. Als het gaat om iets kleins, dan is publicatie van de beelden nog steeds een te zwaar middel. Wel vind ik een mooie (factor 6) dat de wijze van vergaring meeweegt: als je weet dat ergens camera’s normaliter hangen, dan kun je minder snel bezwaar maken als die beelden dan ook worden gepubliceerd. Maar ook weegt mee (factor 5) of de kans groot is dat de beelden worden misbruikt door langdurige herpublicatie op andere plaatsen (hoi Dumpert).

Verder bevestigt de HR dat een rechtbank rekening mag houden met de gevolgen van publicatie van de beelden, ook als deze publicatie op zichzelf niet tegen de regels was. Dat bevreemdt me een beetje. Als deze toets ertoe leidt dat het gebruik legitiem was, hoezo moet dat dan gevolgen hebben voor de straf?

Arnoud

Ben ik een dief als de algemene voorwaarden van Albert Heijn dat zeggen?

| AE 7613 | Ondernemingsvrijheid, Regulering | 30 reacties

albert-heijn-akkoord-voorwaarden-nee-nee-neeEen lezer vroeg me:

Onlangs zijn de voorwaarden van zelfscannen van de Albert Heij gewijzigd. Er staat nu in dat je diefstal pleegt als achteraf blijkt dat niet alles gescand is. Maar mag AH wel zo kort door de bocht aannemen dat hun systeem onfeilbaar is? Het zou immers zomaar kunnen dat een gebruiker tegen een bug aanloopt, waarbij het systeem ‘bleep’ doet als indicatie dat het product gescanned is, maar het product niet op de virtuele kassabon terecht is gekomen.

De oude voorwaarden van zelfscannen kan ik zo niet meer vinden, maar inderdaad, in de voorwaarden van de app staat nu:

Blijkt bij controle dat niet alle producten zijn gescand nadat u uw (mobiele) Bonuskaart bij de betaalpaal hebt gescand, dan beschouwen wij dit als diefstal en kunnen wij aangifte doen.

Dat klinkt nogal streng, want er wordt inderdaad geen ruimte gelaten voor de situatie dat er wél is gescand maar dat niet is geregistreerd. Ook niet voor situaties waarin je oprecht vergeten was iets te scannen, hoewel dat natuurlijk geen sterk argument is als je bij de uitgang van een supermarkt staat.

Echter, het is niet zo dat je een strafbaar feit begaat enkel omdat iemands algemene voorwaarden zeggen dat dat zo is. Natuurlijk mag men aangifte doen als men meent dat je iets strafbaars hebt gedaan, maar de inhoud van je contract met het bedrijf is daarbij niet relevant.

Je steelt als je iets wegneemt met de bedoeling je dat toe te eigenen zonder te betalen. En die bedoeling moet bewezen worden. Enkel dat je met een product in je handen buiten staat, is daarvoor niet genoeg. Je kunt iets vergeten zijn te scannen, of de software werkte niet goed. Die opties moeten worden uitgesloten voordat men kan bewijzen dat je het product stiekem wilde meenemen.

Een aanvullend punt van de vraagsteller was nog hoe het zit met de broncode. Zonder de broncode van de zelfscanapp kun je niet bewijzen hoe deze werkt, dus dan sta je zwak als je wilt aantonen dat er een bug in de software zit. Dat is een lastige. Er is geen recht om broncode van bewijsmiddelen op te eisen. De enige manier die ik hier kan bedenken, is een kennis nogmaals eenzelfde set aankopen te laten doen en dat filmen om zo vast te leggen dat hij vaker die fout maakt. Maar als het een eenmalige bug was (of afhankelijk van de stand van de maan in combinatie met het aantal mobiele telefoons in de buurt én het feit dat de rozijnen in de bonus waren) dan wordt dit wel heel moeilijk inderdaad.

Arnoud

Geen strafvervolging naast alcoholslot mogelijk

| AE 7482 | Regulering | 49 reacties

alcoholslotIemand die verplicht moet deelnemen aan het alcoholslotprogramma kan daarnaast niet ook nog strafrechtelijk worden vervolgd. Dat bepaalde de Hoge Raad dinsdag. De reden hiervoor is erg formeel: het alcoholslot wordt op grond van het bestuursrecht opgelegd, en bestuursrecht bestaat naast het strafrecht. Zo zou iemand dus twee keer gestraft worden voor hetzelfde feit, en dat is tegen een basisbeginsel uit het recht: “ne bis in idem”, in het Latijn.

Het alcoholslotprogramma bestaat sinds 1 december 2011 en wordt opgelegd aan bestuurders van motorvoertuigen die worden aangehouden met een hoog ademalcoholgehalte of die de blaastest weigeren. In die situatie kun je naar het CBR gestuurd worden, die je rijbewijs dan intrekt en pas weer vrijgeeft als je toestemming hebt gegeven voor het inbouwen van een alcoholslot zodat je niet meer kunt rijden wanneer je alcohol in je bloed hebt. Het inbouwen kost zeker 4000 euro en dat moet je zelf betalen.

Een prima idee, wat mij betreft, zelfs al zit er het nadeel aan dat je eventueel een vriend kunt laten blazen als je zelf dronken bent. Maar het juridische probleem ontstond toen bleek dat mensen náást het alcoholslot ook nog boetes of zelfs gevangenisstraf konden krijgen.

Een basisprincipe uit het recht is dat je niet twee maal gestraft mag worden voor hetzelfde. Een boete krijgen (of de cel in moeten) is een straf, dat is duidelijk. Maar is een alcoholslot dat ook? Het is in theorie vrijwillig, je moet er formeel voor kiezen en je mág nee zeggen – alleen heeft ‘nee’ zeggen tot gevolg dat je vijf jaar geen auto mag besturen, pas daarna krijg je dan je rijbewijs terug. Dat komt in essentie neer op een verplichte opgelegde maatregel, zeg maar net zo vrijwillig als dat je bij een gevangenisstraf te horen krijgt dat je maandagochtend je mag melden bij de hoofdingang van het cellencomplex.

De Hoge Raad bepaalt dat het alcoholslot dan ook in feite een straf is, net zo goed als een boete die je opgelegd krijgt voor rijden onder invloed. En dan krijg je dus twee keer straf als je zowel een boete krijgt als een alcoholslot, en dat mag niet. Dat de een formeel uit het Wetboek van Strafrecht komt en de andere uit het bestuursrecht, doet daarbij niet ter zake.

Een belangrijke reden lijkt te zijn geweest dat je bij het CBR niet zomaar in beroep kunt gaan, en ook dat men de omstandigheden van de verdachte niet meeneemt. Dat soort zekerheden zitten in een rechtszaak bij de strafrechter wel ingebouwd. Dus daar ligt dan wellicht de oplossing: pas het wetboek van strafrecht aan en benoem het alcoholslot als een expliciete straf.

Het voelt voor mij dan ook een beetje als een formeel spelletje: ja klopt, je hebt gelijk dat het 2x straffen is maar dit is toch iets dat vrij simpel op te lossen is. Maar ja, als het om autorijden en straffen daartegen gaat, dan wordt elk formeel puntje aangegrepen om het proces zo veel mogelijk te vertragen.

Arnoud

OM mocht uploader 5000 e-books niet vervolgen wegens strijd met eigen beleid

| AE 6342 | Intellectuele rechten, Regulering | 18 reacties

Een 23-jarige man die vijfduizend e-books verspreidde via de torrentsite The Pirate Bay, mag niet worden vervolgd voor auteursrechtenschending. bij Nu.nl. Hoewel het uploaden van ebooks strafbaar is, is het Openbaar Ministerie in deze zaak niet ontvankelijk omdat ze in strijd heeft gehandeld met haar eigen beleid. Opzettelijke inbreuk op auteursrecht is een misdrijf, zo… Lees verder

Dwangbevel OM haalt honderden kraaksites offline

| AE 2993 | Ondernemingsvrijheid, Regulering, Uitingsvrijheid | 16 reacties

Het Openbaar Ministerie heeft met een dwangbevel honderden kraaksites offline laten halen, las ik bij Webwereld. Op één van die sites was een plaatje te vinden (zie hiernaast) dat volgens het OM majesteitsschennis (of iets dergelijks) opleverde. De politie eiste verwijdering, en op het laatste moment ging provider Leaseweb hiertoe zelf over. Zij moest daarbij… Lees verder

Terugblik: OM niet ontvankelijk in P2P-strafzaak (gastpost)

| AE 2369 | Intellectuele rechten, Regulering | 28 reacties

Vorige week vernietigde het Gerechtshof Den Haag het vonnis in de eerste strafzaak rond P2P-filesharing. In onderstaande gastbijdrage bespreekt jurist Maarten van Amerongen het arrest en de opmerkelijke achtergrond van de zaak. Maarten studeerde Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht en werkt bij de Centrale Raad van Beroep als zittingsgriffier. Op 22 december 2010 kwam… Lees verder