Creative Commons versie 3 uitgebracht

Versie 3 van de populaire Creative Commons licenties is nu beschikbaar. Creative Commons licenties bieden een eenvoudige en gestandaardiseerde manier om toestemming te geven voor gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken.

CC 3.0 kent twee belangrijke wijzigingen: de Share-Alike of Gelijk Delen-licenties staan nu toe om afgeleid werken onder een compatibele licentie uit te brengen, en de licentie lost problemen rondom collectief rechtenbeheer op.

Aanpassing van Gelijk Delen: Wie het maken van afgeleide werken toestaat, kan dat doen onder de “gelijk delen” beperking. Die houdt in dat het afgeleide werk verplicht onder dezelfde Creative Commons-licentie moet worden uitgebracht. Op die manier komt het afgeleide werk ook weer beschikbaar voor iedereen. Het achterliggende idee is het laten groeien van de hoeveelheid beschikbare Creative Commons-werken.

In de praktijk levert dat wel eens problemen op. Zo is bijvoorbeeld Wikipedia niet onder Creative Commons maar onder de GNU Free Documentation License. CC-gelijk delen werken mogen dus niet tot Wikipedia-document verwerkt worden.

Creative Commons kan nu licenties aanwijzen die “compatibel” zijn met CC 3.0. Een gebruiker mag dan het origineel of een afgeleid werk uitbrengen onder zo’n compatibele licentie in plaats van de Creative Commons licentie zelf. Daarmee kunnen CC-gelijk delen werken straks bijvoorbeeld wel in Wikipedia worden opgenomen.

Collectief rechtenbeheer: de Auteurswet regelt verplichte vergoedingen voor auteurs bij een aantal vormen van hergebruik. Deze worden door BUMA, Stemra, SENA en al die andere clubs geïncasseerd. De thuiskopieregeling bijvoorbeeld kent een toeslag op elke lege drager zoals CD of DVD. De muzikant of andere maker kan geen afstand doen van het recht op deze toeslag. Omdat Creative Commons-licenties geen vergoeding eisen, kun je je afvragen of je als muzikant dan wel werk onder Creative Commons uit kunt brengen. Versie 3 maakt een einde aan die twijfel. De nieuwe sectie 3e bepaalt:

Non-waivable Compulsory License Schemes. In those jurisdictions in which the right to collect royalties through any statutory or compulsory licensing scheme cannot be waived, the Licensor reserves the exclusive right to collect such royalties for any exercise by You of the rights granted under this License;

Voor vergoedingen waar de auteur wel afstand van kan doen, bepaalt het artikel dat de maker er bij deze afstand van doet.

Andere nieuwe wijzigingen:

  • De licentie bevat nu een bepaling over het databankenrecht. In Europa zijn databanken los van het auteursrecht ook nog eens apart beschermd tegen overname en ontlening. Creative Commons 3.0 licenties regelen nu ook de toegang en hergebruik van zo’n databank.
  • Het is nu expliciet verboden om de verplichte naamsvermelding zo te presenteren dat het lijkt of de maker iets te maken heeft met jouw hergebruik.
  • De licentie vermeldt expliciet dat de auteur geen afstand doet van zijn morele rechten. Met deze rechten kan een auteur zich verzetten tegen verminking van zijn werk.

Een belangrijker probleem met deze organisaties is dat als je er gebruik van wilt maken, je je rechten af moet staan:

De standaard overeenkomst van BUMA/STEMRA maakt (tot op heden) gebruik van een bepaling waarbij het exploitatierecht voor het gehele repertoire van de aangesloten kunstenaars exclusief bij BUMA/STEMRA komt te liggen. Hierdoor kunnen BUMA/STEMRA leden feitelijke geen werken onder een CC-licentie verspreiden als zij tegelijkertijd via BUMA/STEMRA royalties voor andere werken willen innen.

Dat is niet op te lossen in een Creative Commons licentie. De Buma zal deze contracten moeten aanpassen zodat ze passen bij Creative Commons licenties. Dat had de organisatie in januari 2006 al beloofd trouwens.

(Via Livre).

Arnoud

Innovatie in draadloos breedband: Nederland versus VS

In Nederland zal het nog wel even duren voor we landelijk draadloos breedband hebben. Het laatste nieuws hier is dat we een “proeftuin voor digitale diensten” gaan beginnen dit najaar. Zo kan bijvoorbeeld een rederij in de haven een kleine FM-zender neerzetten om wachtende passagiers via de autoradio te informeren. Hoe innoverend.

Nee, dan de VS. Daar komt het 700 MHz spectrum vrij omdat alle Amerikaanse televisie in 2009 digitaal moet zijn. De FCC organiseert een veiling voor bedrijven die draadloze breedbandnetwerken op deze frequenties willen aanbieden. Traditioneel zitten in de VS draadloze netwerken meestal stevig op slot, en de apparaten zijn beperkt in hun mogelijkheden. Dankzij lobbywerk van Google gelden voor dit spectrum nu andere regels.

Die netwerken moeten open zijn: klanten mogen op zo’n netwerk willekeurige applicaties gebruiken, zoals bijvoorbeeld Skype, en het moet werken met elk apparaat op het draadloos netwerk. Het belangrijkste doel van de veiling lijkt daarmee gedeeltelijk gehaald: met zo’n open netwerk ontstaat een derde manier van toegang tot Internet, naast kabel en (ADSL)-telefoon.

In een kritisch artikel in Fortune maakt Brent Schlender zich nog zorgen over de marktmacht van Google die blijkt uit dit lobbywerk en wat Google van plan is met die bandbreedte. Google is een advertentiefirma die zo veel mogelijk kanalen wil openstellen om advertenties aan gebruikers van hun diensten te kunnen tonen:

Google wants to take its breathtakingly profitable targeted advertising beyond PCs and inject it into any other medium it can find, whether it be radio or TV or even newspapers and magazines. But the biggest prize of all may be cellphones. Why? Because there are so damn many of them, and they’re behaving more and more like pocket-sized, full-blown computers (e.g. the iPhone).

Ik hoef geen iPhone, maar ik wil wel landelijk dekkend draadloos breedband. Dan zoek ik op de site wel op wanneer de veerboot vertrekt.

Arnoud

Een ideeënbus is nog geen open innovatie

Open innovatie is cruciaal om te kunnen blijven innoveren. Bij open innovatie gebruik je niet alleen je eigen ideeën en concepten, maar ook en juist die van anderen. Hoe krijg je nu ideeën van anderen binnen? Een populaire manier is het ideeënplatform: een website waar bedrijven aangeven met welke problemen ze worstelen, en wie de oplossing heeft, kan deze aanleveren. Het wordt wel gepromoot als de “elektronische ideeënbus“.

En daar zit gelijk het probleem. Bedrijven kennen de ideeënbus: mensen geven je een idee, en dan beslis jij wat je er mee wilt. Ga je het gebruiken, dan krijg de medewerker een mooi stuk papier voor aan de muur. Goed gedaan jochie!

Die denigrerende houding naar “innovatie buiten de deur” zie je ook weer terug bij dit soort activiteiten. Maar dan wat juridischer geformuleerd: alle rechten op uw idee komen toe aan ons. Wat zegt Fellowforce, dat zich promoot als platform voor open innovatie, bijvoorbeeld:

By posting an innovation proposal or challenge pitch, you transfer all rights, including intellectual property rights, to the receiving organization, giving the receiving organization the unrestricted right to use and disclose any of the posted materials. As third parties may receive the same ideas or freely copy unpatented ideas, most companies are unwilling to accept any restrictions on postings except for claims arising under patents. Please recognise that it is not in any organizations interest to not reward a legitimate posting. They need you and your ideas!

Fellowforce staat daarin niet alleen. Het Nederlandse Battle of Concepts doet hetzelfde.

Dat is geen open innovatie maar juist zo gesloten als het maar kan. Nog steeds weigeren bedrijven te zien dat anderen ook nuttige innovaties kunnen produceren en dat je daar op voort kunt bouwen. Een idee van buiten inpikken is geen open innovatie. Het gaat om samenwerken en het creëren van een markt voor innovatie. Bij open innovatie verdien je geld door uitvindingen en oplossingen te kopen en verkopen.

Fellowforce zegt dan nog wel “Open innovation is about building a relation with experts and enthusiasts on the outside” maar mist volledig waar het om gaat. Een relatie opbouwen doe je niet door te zeggen “geef alles maar hier en vertrouw ons dat we je zullen betalen”. Een relatie krijg je als je iemand betaalt voor het gebruik van je vinding.

Arnoud

Marco Raaphorst: De gouden toekomst voor open content

De tijd dat je als maker alleen iets voor radio of televisie maakte is voorbij, schrijft Marco Raaphorst. Internet is erbij gekomen met de potentie om een grotere groep kijkers of luisteraars aan te spreken. En dat klemt met de huidige modellen voor auteursrecht (waarom hadden we dat ook alweer).

Wat moet bijvoorbeeld de NOS en de andere publieke omroepen doen? Hun content weggeven is niet handig, want dan gaat de concurrent (de commerciële omroepen) er mee lopen. Beter, schrijft Raaphorst, is open content:

De wereldwijde populaire licenties van Creative Commons bijvoorbeeld, die erg lijken op de licenties die gehanteerd worden bij open source software (heel internet maakt daar gebruik van). Zo kun je met Creative Commons niet-commercieel gebruik toestaan (bij Creative Commons aangeduid met het NC symbool), waarmee je dus uitsluit dat een commerciële partij er zonder kosten aan mee kan verdienen. Bovendien is naamsvermelding bij Creative Commons verplicht, dus het logo en de naam NOS zal ten alle tijden aan de productie en afgeleiden gekoppeld blijven. Dit heeft een tweetal belangrijke voordelen: voor het publiek duidelijkheid over wat het met deze content wel en niet mag doen en voor bijvoorbeeld de NOS naamsbekendheid die steeds groter wordt, want haar eigen publiek zal deze content gaan gebruiken.

Nu ligt Creative Commons lastig bij reeds gemaakte content. Daar zitten allerlei rechten op, die door een wirwar van organisaties beheerd worden. En niet altijd even flexibel. Regel maar eens met al die groepen dat het werk opnieuw uitgebracht mag worden onder een Creative Commons licentie.

Maar dat is geen probleem voor Raaphorst. Sterker nog, dat is een uitdaging:

Dus wanneer de NOS materiaal wil gaan aanbieden die het publiek kan gebruiken en herbewerken, dan moet men investeren in producenten die deze open content kunnen leveren. Makers zoals ik. Makers die bijvoorbeeld niet bij de BUMA aangesloten zijn, maar zelf hun rechten beheren en het niet-commerciële gebruik graag willen afstaan.

Een uitgelezen kans dus om te laten zien dat je wel degelijk geld kunt verdienen met content weggeven. Zoals Irene Kress al eerder schreef:

Content weggeven en zo loyale relaties creëren, is van groter belang geworden. Dit kan leiden tot het genereren van inkomsten uit de meer mainstream kanalen. En tot online werken met offline activiteiten en inkomsten. Voor de nieuwe generatie is het internet niet slechts een bibliotheek of enorme etalage; sociale netwerken op het internet zijn hét nieuwe bindmiddel. Waar online en offline door elkaar lopen.

Arnoud

Depot van idee bij notaris – wat heb je er aan

Hoe bescherm je een idee? Een veelgehoorde suggestie is dat je het idee moet opschrijven en bij de notaris moet deponeren. Daarmee kun je dan bewijzen dat jij het idee als eerste had, zodat je anderen kunt aanpakken die “je idee stelen”. Inderdaad heb je dan bewijs met een datum, maar daarmee heb je nog helemaal geen recht!

Dat ondervonden ook de gedaagden in een recent kort geding over het idee van een paardrijspel (“voor meisjes”). Dat spel zou een “first-person” spel moeten worden, waarin de speler als het ware zelf paardrijdt in een realistische omgeving. Dat idee bleek niet nieuw. Bovendien:

Voor zover gedaagden met hun beroep op de inbewaringgeving van ideeën bij notaris [(naam notaris)] hebben betoogd dat de reeds gedeponeerde ideeën auteursrechtelijk zijn beschermd, faalt dat verweer. Slechts wanneer een idee is uitgewerkt in een concrete uiting kan het bescherming als werk in de zin van de Auteurswet genieten (vgl. HR 29 december 1995, NJ 1996, 546 (Decaux/Mediamax; Stadsmeubilair)). De overgelegde kopie van het document dat [gedaagde 2] op 9 januari 2004 bij de notaris heeft gedeponeerd, bevat wel het idee voor een spel waarin de speler als het ware zelf paardrijdt in een realistische omgeving – er wordt de vergelijking met een flight simulator gemaakt – maar dat idee wordt in het document niet, althans onvoldoende, geconcretiseerd. Er wordt niet gedetailleerd beschreven hoe het spel eruit moet komen te zien. Daardoor is het document geen werk met een eigen oorspronkelijk karakter dat het persoonlijk stempel van de maker draagt (vgl. HR 4 januari 1991, NJ 1991, 608 (Van Dale/Romme)). Dit geldt te meer omdat gedaagden niet de stelling van eisers hebben weersproken dat er al realistische “first person” computer paardrijdspellen op de markt waren voordat [gedaagde 2] haar ideeën heeft gedeponeerd.

Een idee beschermen kan niet. Een volledig uitgewerkt idee wordt beschermd door het auteursrecht. Iemand die die uitwerking leest en er mee aan de haal gaat, pleegt inbreuk en kan daarmee worden aangepakt. Maar je moet dan wel bewijzen dat die iemand het idee van jouw uitwerking heeft gekregen.

Arnoud

GPL versie 3 is in feite tegen open source

Vandaag op Livre mijn artikel GPL versie 3 is in feite tegen open source. Ik heb me al eerder druk gemaakt over GPL versie 3 en vrije software versus open source. Naar aanleiding van deze post over drie stromingen in open source nu dan dit artikel over de problemen die open source kan verwachten als GPL versie 3 aanslaat.

GPLv3 is tegen. Tegen DRM, tegen software-octrooien en vooral tegen bedrijven die hun hardware beperkt toegankelijk maken. En dat is een slechte zaak voor open source. Waar versie 2 een goede, pragmatische basis voor samenwerking bood, dringt versie 3 van de populairste open source licentie een rigide ‘vrije software’ regime op. Dit regime verstoort de balans die ten grondslag ligt aan het zo succesvolle model van open source. En daarmee, zo zegt Arnoud Engelfriet*, is GPL versie 3 in feite tegen open source.

Enige inspiratie uit het Jem Report verhaal over GPLv3 kan ik niet ontkennen.

Wie het verhaal live wil horen, kan zich aanmelden voor mijn lezing in oktober.

Arnoud

Boek “Innovation at Risk”: octrooien hebben duidelijke grenzen nodig

Via Slashdot vond ik de site van Innovation at Risk, een nieuw boek over de problemen met het (Amerikaanse) octrooisysteem. Het boek is geschreven door James Bessen en Michael Meurer, beiden ervaren researchers in dit onderwerp. Bessen publiceerde o.a. het veel geciteerde paper An Empirical Look at Software Patents.

Het boek is zo nieuw dat het nog niet uit is, maar via de site zijn een aantal hoofdstukken al in te zien.

Het basisargument is dat

patents today often fail to grant well-defined property rights. Over the last two decades, the courts have made patent boundaries less certain, most notably by permitting increasingly abstract patent claims and tolerating patents on a growing number of obvious inventions. As a result, most innovators cannot easily and reliably determine whether their technology infringes others’ patents. Institutions that effectively support clear property boundaries for real property are dysfunctional or non-existent for patents.

Zij noemen dit het “notice problem” en stellen dat dit aan de basis ligt van de problemen met octrooien. Als mensen niet goed kunnen zien wat welk octrooi afdekt, kunnen ze de risico’s van inbreuk (of de mogelijkheid van omzeilen) niet meer inschatten, en dat maakt bedrijven terughoudend bij het introduceren van nieuwe innovaties.

Zonder duidelijke grenzen dekken octrooien abstracte technnieken af. Nu kan dat formeel niet, want octrooiwetten verbieden octrooi op ideeën, principes en abstracte zaken. Maar zeker wanneer software gebruikt wordt, kan een claim veel meer afdekken dan alleen die ene concrete machine. Bessen en Meurer signaleren twee problemen:

First, these claims reward patentees for inventions they do not invent. This means that the actual, future inventors face reduced incentives because they have to obtain a license from the patentee to develop or to commercialize their inventions. Clearly this counters the social benefit of the patent system.

Second, it may be difficult to determine the boundaries of such claims and thus it may be difficult to provide notice, to conduct clearance searches, or to even determine the content of the prior art. The problem of mapping words to technology is difficult and it is made more difficult if the claims are not tethered to a specific device or to a specific physical or chemical process.

In hoofdstuk 9 leggen ze uitgebreid uit waarom dit specifiek een probleem is voor software, veel meer dan voor andere technologie.

Software patents are, in fact, responsible for a major share of patent lawsuits. They thus play a central role in the failure of the patent system as a whole. Any serious effort at patent reform must address these problems and failure to deal with the problems of software patents—either with software specific measures or general reforms—will likely doom any reform effort.

Arnoud

Hoe verdien je geld met content?

Mooi, al die wiki’s, blogs en websites, maar waar komt de inhoud vandaan? Kunnen we voor alles vertrouwen op de bereidwilligheid van de bezoeker die toevallig iets weet van het onderwerp, of zijn er onderwerpen waarbij er echt een professionele maker moet worden ingeschakeld? En waar wordt die dan van betaald?

Dit zijn lastige vragen, waar iedereen die met content bezig is zich mee bezig zou moeten houden. Irene Kress van Cirocco schrijft op Livre dat professioneel content maken lastig geworden is. De concurrentie met de “amateur” wordt heviger, maar dat is niet per se een bedreiging: de maker moet een nieuwe koers varen en zijn rol opnieuw uitvinden. Hoe ga je geld verdienen, als het niet is door per exemplaar afrekenen?

Content maken als zodanig kan moeilijk als bron van inkomsten blijven dienen. Dat model –afrekenen per exemplaar– is uit het tijdperk van de drukpers en ondertussen dus zwaar achterhaald. Dat devolueert tot content produceren op uurtje-factuurtje basis, en daar word je niet rijk van (zei de advocaat-in-spe).

Van content weggeven (bijvoorbeeld bijvoorbeeld via Creative Commons) kun je wel rijk worden, aldus Kress:

Content weggeven en zo loyale relaties creëren, is van groter belang geworden. Dit kan leiden tot het genereren van inkomsten uit de meer mainstream kanalen. En tot online werken met offline activiteiten en inkomsten. Voor de nieuwe generatie is het internet niet slechts een bibliotheek of enorme etalage; sociale netwerken op het internet zijn hét nieuwe bindmiddel. Waar online en offline door elkaar lopen.

Dat betekent dus multimediaal denken. Wat kan er allemaal met het werk? Is de film ook als game, als speelgoed of als attractie inzetbaar, en op welke platforms? Wat kunnen mensen allemaal doen met het werk? En hoe kun je daar geld voor vragen? Download een spelletje op de mobiel voor een paar euro, en wie het uitspeelt krijgt een code voor een beveiligd deel van de website waar meer informatie te lezen is over het nieuwe boek, dat vervolgens direct en met korting te bestellen is. En dat boek bevat weer essentiële achtergrondinformatie voor de film die via Itunes te downloaden is. Enzovoorts.

Arnoud

Het verschil tussen vrije software en open source

Op Bright las ik een artikel over de Neo1973 dat begint met:

De iPhone is prachtig, maar programmaatjes draaien van derden is er niet echt bij. Ok, programmeurs kunnen programma’s schrijven zolang deze in Safari draaien, maar de iPhone blijft een duur, gesloten systeem.

En dat deed me meteen denken aan de klaagzang van de FSF over de iPhone, die precies gelanceerd werd op de dag dat GPL versie 3 uitkwam:

Tomorrow, Steve Jobs and Apple release a product crippled with proprietary software and digital restrictions: crippled, because a device that isn’t under the control of its owner works against the interests of its owner.

Alleen is het antwoord van de FSF niet veel meer dan “het moest niet mogen”, terwijl het antwoord van open source op de iPhone een stuk duidelijker is:

De Neo1973 heeft een 2,8 inch touchscreen, geïntegreerde AGPS, bluetooth, micro SD-kaart, is een quad band telefoon, draait op open source Linux, is sim-lock vrij en kost slechts 300 dollar.

Meer over dit apparaat bij Ars Technica.

En dat laat precies zien wat het verschil is tussen vrije software en open source. Open source is één van de succesvolste modellen voor softwareontwikkeling. Vrije software is een politieke beweging, waarbij het maken van software slechts een middel is.

UPDATE: (27 juli) vandaag publiceerde Livre mijn artikel GPL versie 3 is in feite tegen open source.

Arnoud

Top 10 innovatieve Nederlandse bedrijven heeft nauwelijks octrooien

Verrassend nieuws van IPEG: 70% van de top 10 innovatieve bedrijven (volgens de bizz/Syntens Innovatie Top 100) heeft geen octrooi op hun innovatie. Zelfs geen aanvraag!

IPEG schrijft enigzins verbouwereerd:

We need to check more thoroughly, but if true this is staggering. What does it tell us? A faulty view on what IP can do for your company? Maybe management thought they could keep the product characteristics secret. Isn’t that unbelievable naïve? Worst of all: all these innovations can be easily copied and used without any compensation to the originators of these innovative ideas. Is that what innovation is al about? Is that where Europe spends millions of euros on, to stimulate new inventive products and services which can be copied by anyone doing some reverse engineering?

Ook Intellectual Asset Magazine maakt zich zorgen:

In some ways small companies without IP rights suit big business – it makes it much easier to appropriate good ideas from them and/or to strike very beneficial deals. But on another level, SMEs that do not get IP are very bad news for the major players. Why? Well, for a start, patent reforms are going to be much harder to achieve in Europe while SMEs do not focus on IP. Until the small guys get serious about the subject in an EU where they make up the overwhelming majority of businesses, IP will be easy to characterise as something that interests only multinational corporations, with all the attendant difficulties that causes people seeking to improve the European patent system. Helping SMEs to understand why IP is so important would be of great benefit to Europe’s big companies because it would mean bringing on board a very powerful ally when they seek to make their case for change.

Arnoud