Mijn boek: de voorintekening is geopend!

Mijn boek!Iedereen bedankt voor het meekiezen aan de mooiste cover twee weken terug. Het is de “alleen foto” geworden, zoals u hiernaast kunt zien. Deze wordt nu in definitieve, hoge kwaliteit gemaakt en daarna kan het zetten en drukken beginnen.

Het boek komt in september uit via Lulu.com en zal 24,95 gaan kosten. Maar speciaal voor alle lezers van deze blog maak ik graag een uitzondering. Wie voor 1 september 4 september 9:03 uur mij mailt met naam en adresgegevens en de belofte het bedrag over te maken naar mijn bankrekening, krijgt het boek voor slechts 19,95 (incl. porto) toegestuurd!

Het boek telt veertien hoofdstukken:

  • De wet op internet
  • Valkuilen voor bloggers
  • Ruimte voor anderen
  • Privacy en profielensites
  • Hyperlinks, een linke boel?
  • Auteursrecht op internet
  • Eerlijk zullen we alles delen
  • Creatief met auteursrecht
  • Open source: terug naar de bron(code)
  • Voorwaardelijk webgebruik
  • Merkrecht.com
  • Digitaal zakendoen
  • Misdaad per PC
  • Virtuele wereld, echte wet

Voor meer informatie, zie de homepage van ‘De wet op internet’ op mijn site. En ja, u mag deze URL overal doorvertellen natuurlijk. 🙂

Ik heb ook al een ISBN: 978-90-813360-1-7. Nu alleen nog afwachten hoe lang het duurt voordat dat in de catalogus van het Centraal Boekhuis zit. Iemand daar ervaring mee toevallig?

Arnoud

Internet recht en usability: meer overeenkomsten dan je denkt! (bij Usarchy)

Gisteren verscheen bij Usarchy een mooi artikel over de usability van webwinkels. Mijn collega Steven Ras schreef mee.

Typisch geval: De webbouwer is net klaar met de nieuwe webwinkel van zijn klant. Hij is er trots op: Het bestelproces is een fluitje van een cent, de pagina’s zijn mooi minimalistisch en nergens irritante kleine lettertjes of knopjes. Maar dan krijgt de bedrijfsjurist lucht van de lancering…

Had onze webbouwer dan nooit van de Wet Koop op Afstand gehoord? Waarom waren de algemene voorwaarden niet prominent in beeld? En wist hij wel dat het niet voldoen aan de wettelijke informatieplichten tot een boete van duizenden euro’s kon leiden?

Lees verder in Internet recht en usability: meer overeenkomsten dan je denkt! bij Usarchy.

Arnoud

Proceskostenvergoedingen IE-zaken beperkt

proceskostenvergoedingRechtszaken over auteursrecht en andere intellectuele eigendomsrechten (IE) wijken op één punt af van andere rechtszaken. Bij IE-zaken moet de verliezende partij de werkelijke en volledige proceskosten van de winnende partij vergoeden. Bij andere zaken geldt normaal dat je alleen de “forfaitaire proceskosten” (liquidatietarief) vergoed krijgt. Deze uitzondering is ingevoerd op grond van de Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG.

Een probleem bij deze regeling is dat hij tot excessen kan leiden. Wie de duurste advocaat inhuurt, kan dreigen met een torenhoge proceskostenvergoeding (denk enkele tienduizenden euro’s) naast de schadevergoeding. Een enkele keer grijpt de rechter nog in door het bedrag te matigen, maar de trend was toch wel om gevraagde vergoedingen toe te kennen.

Per 1 augustus zal daar verandering in komen. De rechtbanken en de Orde van Advocaten hebben in onderling overleg indicatieve maximumtarieven opgesteld voor proceskosten. Zo zou een eenvoudig kort geding nog ‘maar’ 6.000 euro mogen kosten, en een redelijk complexe bodemzaak niet meer dan 25.000 euro. Een bedrag van 40.000 euro zou dus in principe tot het verleden moeten behoren, hoewel het nog steeds mogelijk is om af te wijken:

De tarieven geven een indicatie van het maximale bedrag aan proceskosten dat door de bank genomen nog als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. Het gaat dus niet om forfaitaire bedragen, maar om een handvat om de redelijkheid van de gemaakte proceskosten te beoordelen. De tarieven staan er niet aan in de weg dat een afwijkend, lager of hoger, bedrag wordt vastgesteld. Verwacht mag worden dat in ieder geval gedetailleerd opgave wordt gedaan van het uurtarief en het aantal gewerkte uren met een concrete omschrijving van de verrichte werkzaamheden. Indien echter aanspraak wordt gemaakt op een hoger bedrag zullen, bij betwisting door de wederpartij, hoge eisen aan de motivering gesteld moeten worden.

Christiaan Alberdingk Thijm van SOLV noemt het een ‘aderlating’ voor de grote advocatenkantoren:

Met name voor de grote kantoren die dikwijls een astronomisch hoog uurtarief hanteren, zal dat een aderlating zijn. Het komt op dit moment regelmatig voor dat de verliezende partij bedragen van € 40.000 moet ophoesten, simpelweg omdat de andere partij een dure advocaat heeft ingeschakeld. Aan die praktijk moet nu een einde komen.

En terecht. Het Nederlands burgerlijk recht is tenslotte gebaseerd op het idee dat mensen elkaars schade moeten vergoeden, maar partijen mogen elkaar geen boetes of dingen die daarop lijken opleggen. Een extreem hoge proceskostenvergoeding eisen voor een kleinschalige inbreuk is absoluut niet de bedoeling.

Arnoud

Het boetebeding bij auteursrecht-claims

Gisteren verscheen in De Nieuwe Reporter ‘Bloggers moeten niet zeuren over blafbrieven’, een mooi overzichtsartikel over de recente perikelen rond bloggers en claims van journalisten en anderen wier werk onterecht zou zijn overgenomen. Ik werd geïnterviewd als “advocaat van de blogger-community”, wat nogal veel eer is (en bovendien ben ik geen advocaat).

Hier wilde ik nog even dieper ingaan op één quote van mij uit het artikel:

“Ik ben geen fan van de manier waarop bedrijfjes als Cozzmoss en Swordstone, maar tot op zekere hoogte ook de NVJ, te werk gaan”, zegt Engelfriet. “Lang niet iedereen is goed op de hoogte van de wettelijke regels. Dat is natuurlijk geen excuus, maar wel een reden om rekening mee te houden als je als rechthebbende iemand aanspreekt. Een blogger die te goeder trouw is en meent een heel artikel als citaat te mogen overnemen, behoort geen sommatie van duizenden euro’s, inclusief een verhoging van driehonderd procent conform de NVJ-tarieven, opgelegd te krijgen in een brief.”

Die 300% verhoging staat in de algemene voorwaarden van de NVJ (en de Fotografenfederatie) als vergoeding die verschuldigd zou zijn bij ongeautoriseerd gebruik. Veel claimers roepen dat dit normaal is en in de jurisprudentie erkend zou zijn. Dat steekt me behoorlijk, want het is simpelweg niet waar.

De rechtspraak staat namelijk juist in overwegende mate afwijzend tegenover constructies als deze, waar een claim wordt gelegd met het karakter van een boete. Ik citeer uit een aantal relevante vonnissen. Update zie ook mijn artikel met samenvatting van meer dan 50 uitspraken Vaststellen van schade bij online auteursrechtinbreuk dat in AMI verscheen in 2012.

In Rb. Maastricht 8 februari 2006, zaaknr. 103834/HA ZA 05-836 (LJN AV2506) oordeelde de rechtbank in r.o. 3.5:

Voor ophoging van [het schadebedrag] met een opslag van 200 %, zoals door Magnovit c.s. met verwijzing naar de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie bepleit, ziet de rechtbank geen grond. Een dergelijke opslag draagt naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete, waarvoor in het onderhavige geval een contractuele noch een wettelijke grondslag bestaat. Bovendien is niet gebleken van bijzondere omstandigheden – wat de plaatsing zonder toestemming betreft – die aanleiding zouden kunnen geven tot een hogere schadebegroting.

Rechtbank ’s-Hertogenbosch 11 januari 2006, zaaknr. 126357 HA ZA 05-1099 (LJN AU9504):

5.12. Voor toekenning van de door [eiser] gevorderde additionele vergoeding van 200% van de gebruikelijke vergoeding overeenkomstig artikel 15 van de Algemene Voorwaarden van de Fotografenfederatie, bestaat geen ruimte. Toepasselijkheid van die voorwaarden is immers niet tussen [eiser] en [gedaagde] overeengekomen en er bestaat evenmin een wettelijke grondslag voor het opleggen van een dergelijke verhoging, die naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete heeft.

En in het standaardwerk Auteursrecht (Kluwer Recht en Praktijk 42) van Spoor/Verkade/Visser staat op pagina 498-499:

Gebruikelijke tarieven of percentages kunnen menigmaal een reëel aanknopingspunt vormen [voor een schatting van de schade]. Zulke tarieven zijn echter weer niet zonder meer gelijk te stellen met eventuele door de eiser gehanteerde tarieflijsten. … Een beroep op deze variant gaat o.i. niet op, voor zover de tarievenlijsten (soms zeer aanzienlijke) verhogingen inhouden voor het geval men het niet vooraf eens geworden was. Het gaat dan immers juist niét om gebruikelijke overeengekomen of overeen te komen tarieven, maar om eenzijdig geproclameerde boetes. Een grondslag voor het hanteren van evenbedoelde “boetes” voor berekening van schadevergoeding treffen wij niet aan in de artikelen 6:96 en 6:97, noch elders in de wet. [cursivering in origineel.]

Als iemand meer bronnen heeft, hoor ik dat graag!

Ook gepubliceerde jurisprudentie waarin deze claims wel overeind bleven, is welkom.

Update (19 juli 2011): Rb. Den Haag over luchtfoto’s:

4.27. Voor toekenning van de door Aerodata gevorderde additionele vergoeding van 300% van haar gebruikelijke vergoeding voor het publiceren zonder toestemming en zonder naamsvermelding zoals volgens haar in de fotografie branche gebruikelijk is, bestaat geen ruimte. Dat een dergelijke richtlijn in de fotografie branche wordt toegepast heeft Aerodata onvoldoende nader onderbouwd en er bestaat evenmin een wettelijke grondslag voor het opleggen van een dergelijke verhoging, die naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete heeft.

En zie ook de Sapph-zaak uit januari van dit jaar.

Update (21 juli 2011): Rb. Dordrecht in een Cozzmoss-zaak:

4.19. De rechtbank neemt voor de begroting van de schade als uitgangspunt dat de kranten tenminste aanspraak hebben op voldoening door BVFP van een redelijke gebruiksvergoeding. … [Echter,] De rechtbank begrijpt uit de stellingen van Cozzmoss dat het gevorderde freelance tarief het tarief is dat de NRC betaalt aan een auteur voor het schrijven van een artikel. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit tarief niet zonder nadere toelichting worden gehanteerd als maatstaf voor de begroting van een redelijke hergebruik vergoeding.
Van Cozzmoss mag worden verwacht dat zij voldoende stelt om aan te kunnen nemen dat sprake is van een hogere schade dan de gederfde gebruiksvergoeding. Anders komt de verdubbeling neer op een boete, in plaats van schadevergoeding. Voor toewijzing van een boete is binnen het kader van artikel 27a Auteurswet geen plaats. … Het enkele feit dat het auteursrecht is geschonden/aangetast is onvoldoende. De daardoor veroorzaakte schade wordt in een geval als dit – waarin de rechthebbenden toestemming voor hergebruik tegen betaling plegen te geven – immers volledig gecompenseerd door de redelijke gebruiksvergoeding.

Update (12 september 2011) Rb. Utrecht in een Cozzmoss-zaak:

Uit de stellingen van Cozzmoss kan echter onvoldoende worden afgeleid dat Trouw, de Volkskrant en ND een hogere schade lijden dan de gederfde gebruiksvergoeding. Het gestelde dat het auteursrecht is geschonden/aangetast en dat sprake is van verlies van exclusiviteit van de auteursrechten en vermindering van exploitatiemogelijkheden is onvoldoende om als schadevergoeding meer dan een redelijke gebruiksvergoeding toe te wijzen …

Voor zover uit het betoog van Cozzmoss is af te leiden dat de verdubbeling dient ter preventie tegen toekomstige inbreuken op het auteursrecht, leidt dit ook niet tot toewijzing van een hoger bedrag dan een redelijke gebruiksvergoeding. Voor toewijzing van een boete is binnen het kader van artikel 27a Auteurswet immers geen plaats.

Update (16 februari 2012) Rb. Haarlem:

De rechtbank zal deze 100%-opslag afwijzen, nu zonder nadere motivering – die ontbreekt – niet valt in te zien waarom een (vaste) extra opslag boven de gederfde licentie-inkomsten in verband met het feit dat men achteraf voor de afbeeldingen betaalt, moet worden aangemerkt als schade die Masterfile Corporation heeft geleden.

Update (20 maart 2013) Gerechtshof Arnhem:

… het bedrag van de schadevergoeding worden afgeleid uit elementen als het bedrag aan royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd zou zijn geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele eigendomsrecht te gebruiken. Daarbij dient tevens rekening worden gehouden met de kosten van de rechthebbende, zoals voor opsporing en onderzoek.
Schade wordt berekend als 1,25 maal de gebruikelijke licentievergoeding per woord. Zie ook mijn latere blog hierover.

Update (20 maart 2013) Rb. Midden-Nederland:

Voor zover [Eiser] betoogt dat de verhoging op zijn plaats is ter preventie tegen toekomstige inbreuken op het auteursrecht, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Dit zou neerkomen op een boete in plaats van schadevergoeding en voor toewijzing van een boete is binnen het kader van artikel 27a Aw geen plaats.

Update (24 maart 2013) Rb. Midden-Nederland:

Verhoging van het schadebedrag met de factor 1,25 wordt afgewezen, nu onvoldoende is gebleken dat Trouw een hogere schade lijdt dan de gederfde gebruiksvergoeding en verhoging ter preventie tegen toekomstige auteursrechtinbreuk zou neerkomen op een boete, waarvoor binnen het kader van artikel 27 Aw geen plaats is.

Arnoud

Welke rechter is bevoegd voor internet?

Welk recht is van toepassing op een website? Rechtsmacht op internet is een bijzonder netelig onderwerp. Zolang alles en iedereen zich in Nederland bevindt, is het duidelijk dat de Nederlandse rechter over een conflict mag beslissen. Maar dat is de uitzondering en niet de regel. In veel gevallen ligt het een stuk complexer. Dan staat de server ergens in Amerika, is het bedrijf Brits en wordt een Nederlandse gebruiker gedupeerd door een valsspeler uit Korea. Of een Fransman wordt besmaad door een Nederlander die iets schreef in de Japanse Wikipedia-pagina.

In andere rechtsgebieden zijn dit soort problemen al aan de orde geweest. Welke rechter is bevoegd als een Frans bedrijf giftig afval in de Maas dumpt, waardoor Belgische koeien die ervan drinken komen te overlijden? Volgens Europese jurisprudentie is dat zowel de Franse als de Belgische rechter. De Franse omdat de handeling in Frankrijk is verricht, en de Belgische omdat het gevolg van de handeling in België merkbaar was. Maar de Belgische rechter mag alleen oordelen over de in België geleden schade. Als er ook een Nederlandse koe zou zijn overleden, had de eigenaar daarvan naar de Nederlandse rechter gekund. De Franse rechter daarentegen kan beslissen over alle schade, ook de schade die in België en in Nederland opgelopen is.

Hoe ga je daarmee om bij internet? Internet is immers wereldwijd toegankelijk. In een recent vonnis over de site Torrent.to kwam dit aan de orde. De rechter overwoog:

Nu doet zich in het onderhavige geval de situatie voor dat de website www.torrent.to wereldwijd kan worden geraadpleegd, dat onduidelijk is in welk land de aanbieder van die website is gevestigd en dat de site kennelijk via verschillende servers in diverse landen, waaronder Nederland, wordt gehost. Uit de door Stichting BREIN overgelegde uitdraaien van de website www.torrent.to blijkt dat de site voornamelijk in de Duitse taal is opgesteld, maar zich ook specifiek richt op Nederlandse bezoekers, gelet op de aangeboden (Nederlandstalige) werken van Nederlandse artiesten en de reclameboodschappen in de Nederlandse taal. Ter zitting is voorts komen vast te staan dat de servers van waaruit de hosting plaatsvindt, in Amsterdam staan. Onder die omstandigheden kan het Nederlandse recht worden toegepast.

In 2003 vond de Utrechtse rechter zichzelf trouwens bevoegd omdat “het schadebrengende feit zich op het internet en derhalve tevens in Nederland en in het arrondissement Utrecht heeft voorgedaan.” Maar in 2005 vond de Haagse rechter zich niet bevoegd bij een geschil over reclame en merkinbreuk via een website waarbij alles erop wees dat deze zich alleen op de VS richtte. De voertaal was Engels, de maten en gewichten waren in inches en ponden, de prijzen in dollars en het telefoonnummer was een 800-nummer dat alleen in de VS gebeld kon worden.

Kortom, de vraag blijft moeilijk te beantwoorden. Het zal zoals wel vaker afhangen van de omstandigheden van het geval. Of weten jullie een handig en werkbaar criterium?

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Zeven rechten bij koop op afstand

Bij een koop op afstand weet je vaak niet precies wat je nu koopt of bij wie. De wet kent daarom bijzondere regels voor koop op afstand, maar al die nieuwe regels zijn voor veel e-shops vaak lastig. Een overzicht:

  1. Een webwinkel moet vooraf duidelijk zijn identiteit en vestigingsadres melden.
  2. Bij elk product moet de prijs en belangrijkste kenmerken duidelijk vermeld zijn. Ook eventuele leveringskosten en andere voor – waarden moeten goed te vinden zijn.
  3. De webwinkel moet voor of bij het plaatsen van de bestelling verwijzen naar de algemene voorwaarden, anders zijn ze niet van toepassing. Alleen meesturen in de doos is niet genoeg.
  4. De webwinkel moet een bestelling meteen per e-mail of brief bevestigen. In die bevestiging moet nogmaals staan waar het bedrijf gevestigd is, en hoe het zit met ruilen, ontbinden en klachten.
  5. Het product moet binnen 30 dagen geleverd worden. Lukt dat niet, dan moet de webwinkel dat melden. De consument mag dan van de overeenkomst af (als hij dat wil).
  6. Bij aflevering moet de webwinkel duidelijk aangeven dat het product binnen zeven werkdagen mag worden teruggestuurd en hoe dat moet. De webwinkel mag alleen de kosten voor het terugsturen in rekening brengen. Wordt dat niet op de juiste manier gemeld, dan heb je drie maanden om het product terug te sturen.
  7. Een vervangend product leveren mag alleen als die mogelijkheid expliciet op de site was gemeld. Bovendien moet de webwinkel dan zelf de kosten van terugsturen betalen.

Ben ik nog regels vergeten?

Arnoud

Blawgroll van het Nederlandse internetrecht

Om een of andere reden lijken Nederlandse advocaten en juristen niet zo happig op bloggen, zelfs niet als ze in hun praktijk gericht zijn op internetrecht. Het aantal Nederlandse juridische weblogs (“blawgs”) is dan ook nogal beperkt. Vandaar dat ik het tijd vond om de juristen die wél bloggen eens in het zonnetje te zetten. Goed voorbeeld doet goed volgen, nietwaar?

Het grootste blog is natuurlijk Volledig bericht, pardon Boek 9. Boek 9 was ooit de naam voor het nooit gekomen deel van het Burgerlijk Wetboek over intellectueel eigendom. Dat is dan ook het onderwerp van deze blog. Dagelijks diverse berichten, voornamelijk besprekingen van vonnissen en af en toe een leuke discussie tussen juristen.

Waarschijnlijk het oudste Nederlanse blawg is dat van Solv. Altijd een actueel overzicht van nieuwsberichten over informatierecht van Nu.nl en Webwereld, en Menno Weij en Douwe Linders leveren zeer goede inhoudelijke bijdragen.

Waarschijnlijk het breedste en in ieder geval het enaoudste is Wieringa Advocaten, met ook regelmatig aandacht over internetrecht.

Advocate Magriet Koedoder blogt over met name muziekauteursrecht, en dat heeft vaak interessante raakvlakken met internetrecht natuurlijk. Een aanrader!

Ook over auteursrecht is het blog van Evert van Gelderen van De Gier Stam. Leuk en persoonlijk geschreven.

Joris van Hoboken blogt over zoekmachines en aanverwant internetrecht.

Veel te weinig bloggen advocaat Bart Beuving en Gerrit-Jan Zwenne. Hoewel Zwenne wel al zijn Powerpoints online zet, en daarbij niet schroomt om sheets zonder bolletjes te gebruiken. Hulde!

Rechtenstudent Stefan Kulk blogt daarentegen sinds enige tijd zeer productief verdienstelijk over internetrecht, technologie en nieuwe media. Voorlopig mag hij de op onze handelsnaam inbreuk makende domeinnaam dan ook houden.

Danny Mekic’ is internetondernemer, student, paralegal en expert in met name domeinnamen. Wie nog samenvattingen van rechtenvakken nodig heeft, vindt ze vast op zijn blog.

Mijn collega Steven Ras blogt de laatste tijd wat minder vaak, maar wist in het verleden een paar keer leuk te scoren met bijvoorbeeld de analyse van de algemene voorwaarden van OTTO toen die onbedoeld hun TV’s voor 99 euro in de aanbieding gooiden.

Je zou verwachten dat hoogleraren die zich bezighouden met informatierecht allemaal dagelijks bloggen. Dat valt helaas een beetje tegen. Een positieve uitzondering is Arno Lodder met Jurel over virtuele werelden

Bij Vrijschrift blogt Wouter van Holst veel te weinig maar wel goed.

Ben ik iemand vergeten?

Arnoud

Schade door de scheidsrechter

grot-van-rijkdom.jpgEen lezer vroeg zich af hoe het zit met schade veroorzaakt door de spelleiding van zijn online spel. De servers van het spel kunnen tijdelijk onbereikbaar zijn, of bepaalde gegevens kunnen gewist of veranderd worden, zodat de speler een waardevol object kwijtraakt of ineens weer terug is bij af in plaats van in de moeilijk te vinden Grot van Rijkdom. De spelleiding kan besluiten om iedere speler het Harnas van Naktua te geven, waardoor die ene speler die maandenlang als enige daarmee rondliep, ineens zijn grote voordeel kwijt is.

Kan dat zomaar? Ja, in principe wel. Zolang het maar binnen de spelregels of het kader van het spel ligt. Hoe zeldzaam een harnas is, is een beslissing van de spelleiding. Bij fouten ligt dat anders. Als de server het drie dagen niet doet, is dat geen onderdeel van het spel en dus kun je daar de spelleiding (exploitant) op aanspreken.

Natuurlijk heeft de spelleiding in de gebruiksovereenkomst zijn aansprakelijkheid voor schade uitgesloten. Maar daar is wel wat tegen te doen. Een bedrijf mag zijn aansprakelijkheid naar een consument toe niet zomaar uitsluiten. Dat soort bepalingen staan op de “grijze lijst” van verboden algemene voorwaarden (zie wederom hoofdstuk 10). De spelleiding moet een zeer goede reden hebben om aansprakelijkheid af te kunnen wijzen. Bij een gratis spel is die misschien nog wel te bedenken, maar als iemand elke maand 50 euro betaalt om mee te doen, kan de spelleiding niet zomaar de server drie dagen uit laten staan.

Arnoud

Recht op toegang tot internet

scriptieprijsZou ik toch helemaal vergeten om het te melden. Begin juni werd de Internet Scriptieprijs uitgereikt voor de beste scriptie over internetrecht. De winnaar van dit jaar is Marcel van Kuijk, die in Tilburg afstudeerde met het onderwerp ‘Recht op toegang tot internet?‘

Voor telefonie en andere belangrijke diensten bestaat er een recht op toegang. Iedereen in Nederland kan eisen op het vaste telefoonnetwerk aangesloten te worden. Maar voor internet geldt dat niet. Hoewel het vaak niet moeilijk is om toegang tot internet te krijgen, kun je dat niet eisen. Van Kuijk stelt dan ook de terechte vraag aan de orde of dat niet eens anders zou moeten. “Het internet verdringt de traditionele media van de markt en het duurt niet lang meer voordat het onmogelijk wordt om nog te kunnen functioneren in onze maatschappij zonder internettoegang.”

Maar kan dat juridisch wel afgedwongen worden? Jazeker. Uit de samenvatting:

Er bestaat namelijk een Europees Hof voor de Rechten van de Mens (het Hof). Deze rechters hebben als taak zich uit te spreken als een burger zich beroept op een vermeende schending van een bepaling van het EVRM. Het Hof heeft in de afgelopen vijf decennia enorm veel jurisprudentie gegenereerd waarin bepalingen uit het EVRM worden uitgelegd en/of geïnterpreteerd. En zo zou het kunnen gebeuren dat een recht op toegang tot het internet in de toekomst ontstaat in de jurisprudentie van het Hof. Ook het EVRM heeft een artikel dat het recht op vrije meningsuiting beschermt, namelijk artikel 10 EVRM. En het lijkt mij logisch dat als er een recht op toegang tot het internet tot ontwikkeling komt, dit gebeurt onder artikel 10 EVRM.

Ook relevant is artikel 19 van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. Net als artikel 10 EVRM regelt dit artikel de vrije meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om “door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.” Dat is sterker geformuleerd dan artikel 10 EVRM, dat slechts spreekt van “de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden … te verstrekken”. Hoe dan ook, het doet denken aan het recht gevonden te worden waar ik eerder over blogde.

De jury zag de brede, conceptuele aanpak van Van Kuijk als de belangrijkste reden om zijn scriptie te laten winnen:

De jury heeft de scriptie geselecteerd omdat het onderwerp tot op heden maar beperkte aandacht heeft gekregen, terwijl internettoegang een premisse is om volwaardig in de moderne informatiesamenleving te kunnen participeren. De koppeling aan een meer conceptuele benadering is een tweede pluspunt.

De hoofdprijs bestaat uit een geldprijs van 1500 euro, een betaalde studentstage bij Brinkhof, een ADSL-aansluiting van XS4ALL èn publicatie van de scriptie op www.internetscriptieprijs.nl. Hoewel dat laatste eigenlijk met elke scriptie zou moeten gebeuren natuurlijk.

Arnoud

Blogruzies en weghalen van blogberichten

Een collegablogger vroeg me:

Onlangs is er bij een weblog waar ik ook voor schrijf een van de medebloggers weggegaan. Hij heeft echter bij zijn vertrek zonder overleg al zijn (meer dan 100) posts verwijderd van de weblog. Ik heb ze teruggezet omdat ik het zonde vond, en nu mailt hij dat ik zijn auteursrecht schend. Maar dat auteursrecht ligt toch bij ons als hij op onze blog publiceert?

Een blogger heeft zelf het auteursrecht op wat hij schrijft. Ook als hij dat op andermans blog doet. Door publicatie draagt hij het auteursrecht niet over maar geeft hij alleen toestemming, een licentie om dit werk te publiceren op een blog. Voor overdracht is een ondertekend document nodig waarin dat expliciet opgeschreven is. Dat mag elektronisch (mail met digitale handtekening) maar een publicatie op een website is nog lang geen overdracht.

Deze licentie werd gegeven zonder vooraf afgesproken einddatum. De vraag is dan of het redelijk is dat de auteur deze zomaar in kan trekken. Voor opzegging van een langlopende overeenkomst geldt dat het er vanaf hangt:

Of in een concreet geval opzegging mogelijk is, moet volgens de rechtspraak van de Hoge Raad beantwoord worden aan de hand van de redelijkheid en billijkheid in verband met de omstandigheden van het geval. Ten aanzien van duurovereenkomsten die voor onbepaalde tijd zijn aangegaan, neemt de (lagere) rechtspraak in kwantitatief de meeste gevallen aan dat opzegging zonder meer mogelijk is, mits een redelijke opzegtermijn in acht worden genomen. (Hijma et al., “Rechtshandeling en Overeenkomst”, nr. 297)

Maar ja, wat is een redelijke opzegtermijn bij een publicatie op internet?

Je zou hier goed kunnen betogen dat je als blogger weet dat publicatie “voor de eeuwigheid” is, en dat je daarom je eenmaal gegeven niet meer kunt intrekken. Of er moet iets heel bijzonders aan de hand zijn. Bijvoorbeeld een blog dat ineens “commercieel gaat” en deze auteur is het daar volstrekt niet mee eens. Dan kan hij de licentie intrekken omdat hij geen medewerking hoeft te verlenen aan een zodanig anders geworden blog.

Wie heeft hier wel eens mee te maken gehad?

Arnoud