Mag de EU voor een bedrijf bepalen dat ze USB-C laders moeten gebruiken?

tomekwalecki / Pixabay

Een lezer vroeg me:

De EU heeft recent een plan aangekondigd dat consumentenelektronica verplicht een USB-C stekker moet hebben om het ding mee op te laden. Nou snap ik dat zij de markt mogen reguleren, maar gaat dit niet een beetje érg ver? Je vernietigt zo toch de markt voor opladers, en je geeft innovatieve laders zoals die van Apple geen kans meer. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?
Als iemand met een mand met drieëndertig laders en zevenenveertig verschillende stekkertjes zeg ik: dat werd de hoogste tijd, dat plan.  Nog los van de vervuiling van al die laders bij ieder apparaat, al die verschillende manieren om een paar volt gelijkstroom in een apparaatje te krijgen was natuurlijk hoe dan ook idioot.

De telefoonindustrie blijkt de grootste boosdoener hier. Jarenlange druk op telefoonmakers bracht het aantal laders omlaag van dertig naar drie, maar standaardiseren op ééntje wilde niet echt lukken. Daarom hakt de EC zelf nu maar de knoop door en kiest ze voor het USB Power Delivery-protocol, zeg maar opladen via een USB-C stekker zoals hierboven getoond. Andere laadmogelijkheden mogen er best bij, maar er moet en er zal een USB-C stopcontact in je apparaat (tenzij je draadloos laden toestaat). Oh ja, en het wordt dan verboden om een eigen USB-C lader mee te leveren.

En ja, dan krijg je dus het argument van innovatie tegenhouden. Iets dat met name van Apple lijkt te komen, maar toegegeven hun laadprotocol is op diverse technische punten ook superieur aan USB Power Delivery. Wel is dat natuurlijk geen open standaard, zodat andere fabrikanten het niet zomaar over kunnen nemen, en dat is dan natuurlijk lastig om als overheid goed te keuren. Ik denk dat het onderliggende gevoel van de Commissie was dat het laden van apparaten niet echt een belangwekkend onderwerp is waar je je mee onderscheidt als leverancier, zodat “wij willen innoveren van de massa met onze stekkers” niet heel geloofwaardig klinkt.

Het is overigens niet zo dat we nu tot in lengte van dagen aan USB-C vast zitten. De concept-Richtlijn voorziet in het periodiek herzien van de technische keuze, dus als er straks een USB-D komt die superieur kan laden, dan kan die prima worden voorgeschreven.

Natuurlijk kun je met zo’n kabel nog veel meer, maar in de praktijk gebruiken de meeste mensen USB-kabels om dingen op te laden. (Ja, ook ik verstuur bestanden via een cloudserver van mijn telefoon naar mijn laptop terwijl ze 30 centimeter naast elkaar liggen en op hetzelfde wifi netwerk zitten en een van die zevenenveertig stekkers een usb-C-usb-C stekker is. Gewoon, minder gedoe.) En ik zie dan ook zeer zeker het argument van de Commissie.

Arnoud

VS neemt sancties tegen cryptobeurs voor faciliteren ransomwaregroepen

Sophieja23 / Pixabay

Het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft voor het eerst sancties genomen tegen een cryptobeurs voor het faciliteren van de transacties van ransomwaregroepen, las ik bij Security.nl. Volgens het ministerie blijkt uit een analyse van de transacties van cryptobeurs Suex dat zeker acht ransomwaregroepen heeft gefaciliteerd en dat meer dan veertig procent van de transacties in verband met criminele partijen wordt gebracht. Het bekende probleem is natuurlijk dat het bedrijf zelf niet in de VS zit, dus hoe doe je ze dan pijn? Nou, zo.

Suex zou meer dan 160 miljoen dollar van ransomwaregroepen en andere cybercriminelen hebben ontvangen. Anders gezegd: 40% van hun transactievolume is van bekende ransomware. Bij zulke getallen snap ik wel dat je als staat daartegen op wil treden. Zeker omdat er weinig andere concrete strategieën zijn om ransomware-bendes te bestrijden.

Cryptobeurzen bestaan natuurlijk overal ter wereld, en naast de legitieme heb je ook de meer schimmige. Zoals dus kennelijk Suex, dat geregistreerd is in Tsjechië, maar zou opereren vanuit Rusland en het Midden-Oosten. Daar direct tegen optreden vanuit de VS is wat lastig.

Dat heeft echter nog nooit Amerikaanse sancties tegengehouden, en ook nu niet. Door de opgelegde sancties mogen Amerikanen namelijk geen zaken meer met Suex doen en zijn alle tegoeden van het bedrijf die onder Amerikaanse jurisdictie vallen bevroren. Want daar kun je wél bij, Amerikaanse burgers (en hun rekeningen) en banken die banden met de VS hebben.

Het haakt in op de recente discussies alhier over jurisdictie en hoe ver je mag gaan als land. Dit lijkt een ‘nette’ oplossing: je hebt last van een buitenlandse partij, dus je verbiedt de eigen burgers daar zaken mee te doen maar je laat die partij zelf met rust want die zit in het buitenland. Alleen, vergis je niet: dit raakt banken wereldwijd, want er zijn maar bar weinig banken die geen enkele band met Amerikaanse jurisdictie hebben. Effectief is dit dus het einde van Suex als legitiem cryptohandelskantoor.

Arnoud

Hoe datarommel van mobieledataharkbedrijf App Annie tot een boete van de beurstoezichthouder leidde

geralt / Pixabay

Mobieledataverzamelbedrijf App Annie heeft voor 10 miljoen met de Amerikaanse beurswaakhond SEC geschikt, las ik bij The Verge. Ik kende ze ook niet, maar App Annie “produceert business intelligence tools en markt rapportages voornamelijk voor de app industrie”. Ze verzamelt data zoals Google Analytics bij aangesloten bedrijven, inclusief data over gebruik van de mobiele apps van die bedrijven, zodat die meer inzicht in hun appgebruik kregen. Tevens kon App Annie die data aggregeren en zo doorverkopen aan bijvoorbeeld beleggers die willen weten hoe een bepaalde branch ervoor staat. En daar ging het mis: men verkocht niet keurig enkel de geaggregeerde data.

De schikking legt uit waar het precies misging:

The order finds that App Annie and Schmitt understood that companies would only share their confidential app performance data with App Annie if it promised not to disclose their data to third parties, and as a result App Annie and Schmitt assured companies that their data would be aggregated and anonymized before being used by a statistical model to generate estimates of app performance. Contrary to these representations, the order finds that from late 2014 through mid-2018, App Annie used non-aggregated and non-anonymized data to alter its model-generated estimates to make them more valuable to sell to trading firms.
App Annie kreeg dus individuele data van bedrijven, maakte daar een statistisch model van voor sectoren en corrigeerde dat met de originele, individuele data. Vervolgens had ze heel goed passende modellen, waar beleggers gretig voor betaalden. Maar dát is natuurlijk niet de afspraak.
“App Annie sought to distinguish itself in the alternative data space by providing securities market participants with valuable information in a new and innovative way,” said Erin E. Schneider, Director of the SEC’s San Francisco Regional Office. “It went to great lengths to assure its customers that the financial and app-related data it sold was the product of a sophisticated statistical model and that it had controls to ensure compliance with the federal securities laws. These representations were materially false and misleading.”
Het bedrijf moet stoppen, en de CEO mag drie jaar lang niet in een dergelijke functie bij een beursgenoteerd bedrijf werken.

Het laat voor mij zien hoe lastig is het is om goede grip op data-hergebruik door derden (verwerker of niet, in de zin van de AVG) te krijgen. Want je kunt afspreken wat je wilt, maar als die data elders is dan heb je er vervolgens geen zicht meer op. Dit is ook waarom ik altijd zeg dat je onder de AVG niet kunt vertrouwen op welke contractuele afspraak, garantie of vrijwaring dan ook. Ga het na, en lever bij voorkeur gewoon géén individuele data.

Arnoud

 

Politie Los Angeles gevraagd om socialmedia-accounts burgers te noteren

Agenten van het politiekorps van de Amerikaanse stad Los Angeles hebben instructies gekregen om van elke burger die ze spreken de socialmedia-accounts en e-mailadressen te noteren, ook als er geen verdenking van een misdrijf is. Dat meldde Security.nl vorige week. Diverse lezers vroegen me of de Nederlandse politie dat ook zou mogen, en zo ja wanneer dan.

Wanneer agenten uit LA een burger spreken en de gegevens op een “field interview” kaarten noteren zouden ze ook om socialmedia-accounts en e-mailadres moeten vragen, zo blijkt uit instructies van het politiekorps. De via de kaarten verkregen informatie gaat in een systeem van het bedrijf Palantir, dat informatie uit allerlei bronnen samenvoegt voor analyses. Dat is natuurlijk saillant, Palantir is een dubieus bedrijf en ligt ook in Nederland onder vuur.

Maar laten we even een stapje terug doen. Stel de data gaat alleen politiesystemen in, en wordt niet gedeeld met vage particuliere clubs van derden. Zou het dan wel mogen? Het doel van field interviews in LA is gestructureerd noteren wat een getuige verklaarde, inclusief data zodat je die getuige kunt terugvinden voor bijvoorbeeld vervolgvragen. De social media gegevens kun je gebruiken voor dergelijk contact, en je kunt ook dingen correleren: tegen mij zegt hij A, op Twitter roept hij net B, dat is raar. Of: hij zegt de verdachte niet te kennen maar is op Instagram vriendjes met haar, daar ga ik eens nader achteraan.

In Nederland ken ik zulke formulieren niet. In de meeste gevallen is het ook niet relevant wat je op social media doet, tenzij hetgeen waar je over getuigt natuurlijk direct daarmee te maken heeft. En dan is het weer niet gek dat de agent vraagt onder welk account je online bent, zodat men zelf kan zien wat er gezegd of gedaan is of verder kan rechercheren.

Een stap verder gaat het inzien van een account. Dat kun je in Nederland niet eisen van een getuige, dat deze privéberichten of toegang tot het account verschaft. Daarvoor zal een bevel van de rechter-commissaris nodig zijn. Maar ik kan me dan ook weer niet veel situaties voorstellen waarin je die informatie vraagt bij een getuige, in plaats van vordert bij de informatiedienstverlener als deel van een lopend onderzoek.

Arnoud

Niet-loggend Protonmail blijkt op bevel toch te loggen, hoe raar is dat?

mohamedhassan / Pixabay

Het Zwitserse Protonmail, een bekende voorvechter van privacyvriendelijk mailen, blijkt op bevel van de Zwitserse autoriteiten IP-adressen te loggen. Dit terwijl ze zeggen dat niet te doen. Dat meldde TechCrunch onlangs, op gezag van Etienne – Tek op Twitter. Het bevel is gegeven op gezag van Europol, naar aanleiding van een Frans onderzoek naar klimaatactivisten die in Parijs ophef creëren rond gentrificatie. Oei, wat nu?

Het mailadres van Protonmail werd gebruikt door de activisten om met elkaar te communiceren. Een niet onbekende truc: log allemaal in en typ drafts die de rest dan kan lezen, dat is effectiever dan mails naar elkaar sturen. Maar het staat of valt natuurlijk met de toegang tot die ene mailprovider.

Protonmail zegt “Standaard houden wij geen IP-logboeken bij die gekoppeld kunnen worden aan uw anonieme e-mailaccount. Uw privacy staat voorop.” Dus dat klinkt goed. Alleen, dan zegt de CEO naar aanleiding van deze zaak:

“Proton must comply with Swiss law. As soon as a crime is committed, privacy protections can be suspended and we’re required by Swiss law to answer requests from Swiss authorities.”
Dit gaf veel ophef, want hoezo kan Proton ineens IP-adressen geven aan de autoriteiten als ze die niet loggen? Wordt er stiekem dan toch gelogd? Dat zou in strijd zijn met het privacybeleid dat men hanteert. Daarin staat namelijk niet “wij houden wel IP-adressen bij voor het geval Justitie langskomt”.

Als ik het goed lees, dan gaat het echter niet om afgeven van reeds gelogde IP-adressen, maar om het actief loggen op bevel. Uit het transparency report:

In addition to the items listed in our privacy policy, in extreme criminal cases, ProtonMail may also be obligated to monitor the IP addresses which are being used to access the ProtonMail accounts which are engaged in criminal activities.
Dit lijkt de motivatie te zijn geweest voor deze keuze, maar ik zie dan gelijk een hoop vraagtekens bij “extreme criminal case”. Wat wordt daaronder verstaan? Proton vult die term niet zelf in, dus ik zie dan twee mogelijkheden: 1) het is PR-taal voor “heel uitzonderlijke gevallen” om te verhullen hoe vaak dit speelt of 2) het is half-begrepen juridisch jargon uit het Zwitsers strafrecht.

Vrijwel elk land kent namelijk categorieën van strafrechtelijke overtredingen. Niet alleen overtredingen en misdrijven, maar ook subcategorieën. Bijvoorbeeld bij ons misdrijven waar vier jaar of meer op staat – art. 67 Strafvordering. En dat lijstje noemt er nog veel meer, waaronder het kraakverbod (art. 138a Strafrecht). Dit terwijl daar maar één jaar cel op staat, maar toch is het “ernstig” onder Nederlands recht.

En dat is opmerkelijk, want die Franse zaak gaat dus over kraken en gezien de vele berichten over de nieuwe strenge Franse anti-kraakwetgeving zou het me dus niets verbazen als er in de Franse strafwet ook een wat hogere categorie aan dit delict is gegeven. Dat zou dan het internationale bevel verklaren en de reden dat de Zwitsers er aan meewerken. Dat is dan juridisch gezien volkomen logisch en in het geheel niet opmerkelijk.

Arnoud

Politie wil bij ernstige verdenkingen foto’s van kentekencamera’s gebruiken

De Nederlandse politie wil foto’s van kentekencamera’s, waar bestuurders zichtbaar op zijn, gebruiken als er ernstige verdenkingen zijn, las ik bij Tweakers. Men hoopt op méér ruimte van de wetgever, want juist door de strenge wet wordt meer privacy geschonden dan nodig is. Denk aan een gewapende overval, moord of doodslag, of een dodelijke aanrijding waarbij een verdachte is doorgereden. Nu wordt daar dan GSM-gegevens voor opgevraagd, waardoor van vele burgers locatiegegevens binnengeharkt worden.

Agenten krijgen een melding wanneer de auto van een verdachte langs een ANPR-camera rijdt. Volgens de huidige wet mag de politie met de ANPR-camera’s alle kentekens van passerende voertuigen vastleggen. Op die foto’s staan ook mensen, maar die moeten worden geblurd. Daar heeft de politie dan moeite mee:

De ANPR-foto’s gebruiken om daarop verdachten te herkennen mag niet. Daarom worden nu vaak telecomgegevens van zendmasten langs de snelweg opgevraagd om daarmee verdachten in de geregistreerde auto’s te identificeren. Dat zijn nog eens gegevens van duizenden onschuldige burgers. „Dat hoef ik niet meer te doen als de foto gewoon laat zien wie er achter het stuur zit.”
Men haakt hierbij in op de geplande evaluatie van de wet, die de input moet geven of deze wordt verlengd of ingetrokken, wat in 2022 zou moeten gebeuren. Sectorhoofd Sjoerd Top van de ANPR-camera’s: “Door de wet uit 2019, kunnen we bijvoorbeeld tien minuten voor en tien minuten na de overval alle kentekens opvragen die langs een camera in de buurt gekomen zijn.” Het probleem is dat nu beelden van ongeblurde mensen worden gebruikt bij onderzoeken (althans tot 1 juni), terwijl er voor het verzamelen ervan helemaal geen wettelijke basis was.

De politie pleit voor een uitbreiding van hun bevoegdheden: ongeblurde foto’s inzien bij ernstige misdrijven, waarbij wel de rechter-commissaris vooraf per geval beoordeelt of dit toegestaan is. Die opzet is de gebruikelijke voor zware opsporingsmiddelen, maar heeft natuurlijk als nadeel dat het zeer arbeidsintensief is. Ik zou dan ook zeer bezorgd zijn dat dit op korte termijn er weer af gaat als blijkt dat het een succes is.

Arnoud

Vrouw loopt blijvend oogletsel op door ongeluk met drone in Katwijk

AlLes / Pixabay

Een 42-jarige man uit het Valkenburg heeft op 4 mei vorig jaar met zijn drone blijvend oogletsel veroorzaakt bij een fietsster in Katwijk, die in haar gezicht werd geraakt door het apparaat. Dat meldde het Leidsch Dagblad vorige week. De kantonrechter verklaarde de man schuldig, maar legde hem geen straf op. Bovendien bleek dat de man geen idee had van de regels voor het besturen van een drone en daar ook nooit onderzoek naar heeft gedaan.

De bestuurder kon niet voorkomen dat zijn drone ter hoogte van een basisschool neerstortte en terechtkwam op een fietser, die als gevolg daarvan zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Dat meldt het OM in een persbericht. Het vonnis lijkt niet gepubliceerd te zijn, wat gezien aard en soort zaak niet erg raar is.

De uitspraak (schuldigverklaring zonder straf) is ook logisch: omdat de bestuurder zich schuldbewust opstelde en met het slachtoffer een betalingsregeling had getroffen, eiste het OM geen nadere boete of celstraf. Dat zou hier helemaal niets toevoegen.

Een lezer vroeg me naar aanleiding van deze uitspraak of dat wel kan, schuldig zijn maar geen straf. Ja, dat staat in de wet (art. 9a Wetboek van Strafrecht). Het is immers goed denkbaar dat je wel vindt dat iets strafbaar is en de dader het gedaan heeft, maar dat je toch het opleggen van straf nergens goed voor vindt.

Dit is dus wat anders dan bijvoorbeeld overmacht. Als de rechter had geoordeeld dat die drone door een windvlaag de vrouw had geraakt, en de windvlaag was geheel buiten de macht en risicosfeer van de bestuurder, dan was de man naar huis gestuurd met “ontslag van alle rechtsvervolging”. En nog weer anders is vrijspraak: als de rechter niet bewezen vindt dat de man het strafbare feit gepleegd heeft, geheel los van overmacht of noodweer, dan volgt vrijspraak.

Het Openbaar Ministerie (OM) had de zaak niet alleen vanwege het ongeval voorgelegd aan de rechter. De man heeft zijn drone ook te dicht in de buurt van het zweefvliegveld Valkenburg laten vliegen. Daarvoor is speciale toestemming nodig, die de man niet had. Wat dus niet gek is, gezien hij de regels in het geheel niet bleek te kennen over drones.

Arnoud

DNB: cryptobeurs Binance biedt illegaal diensten aan in Nederland

Binance, de grootste cryptobeurs ter wereld, is illegaal in Nederland actief, zo waarschuwt De Nederlandsche Bank (DNB) volgens Security.nl. Volgens de toezichthouder biedt de cryptobeurs zonder wettelijk verplichte registratie cryptodiensten in Nederland aan. Het gaat om de diensten voor wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en het aanbieden van wallets voor het bewaren van cryptovaluta. Binance kwam in mei ook in de VS negatief in het nieuws. Opmerkelijk detail: Binance is natuurlijk niet in Nederland gevestigd, dus hoezo kan een Nederlandse toezichthouder dan handhaven?

De waarschuwing van DNB lijkt een voorschot te zijn op handhaving. Gek is het wel, als een partij de wet overtreedt dan zou je zeggen dat handhavend optreden voor de hand ligt. Maar dat duurt natuurlijk even, en mensen kunnen in de tussentijd de dienst blijven gebruiken (want een onderzoek/handhaving is vertrouwelijk tot het besluit er is).

Met name bij Tweakers zie ik veel reacties over het punt dat Binance op de Kaaimaneilanden gevestigd is, en dat er ook geen servers in Nederland staan. Maar dat is dus géén argument, totaal niet. De Wwft verbiedt het actief werven van klanten in Nederland, en je vestigingsplaats doet er daarbij niet toe. Dat is vrijwel nooit zo trouwens, ook niet bij bijvoorbeeld productverkoop of AVG compliance. In Europa gaat het er eigenlijk altijd om of je actief bent in dat land, of je je richt op mensen hier.

En dat is zo bij Binance: men heeft op maat gemaakte pakketdiensten voor Nederlanders, je kunt (kon) met iDeal betalen en men werkt met Nederlandse partners. Ook liet men registratie van Nederlanders (dus hier wonen) toe en werden Nederlandse identiteitsbewijzen geaccepteerd voor de know-your-customer intake. Voor mij is dat duidelijk genoeg dat dit bedrijf actief met Nederland bezig is.

Veel interessanter dan “richt Binance zich op Nederland” vind ik de vraag van Simon Lelieveldt op Twitter:

Why didn’t DNB issue a warning on the 21st of May with respect to Binance. Was Binance trying to register at that point in time? Why did DNB allow other market players registrations from which they might have known they could indirectly service binance with ideal functionality?
DNB heeft de registratieplicht uit de Wwft namelijk lange tijd ingevuld als een vergunningsplicht, oftewel een stevige inhoudelijke controle van je aanvraag. Het moet ze dus opgevallen zijn dat Binance (vie een partner) toegang tot iDeal betalen zou hebben gekregen, en je zou verwachten dat er dan een verdere check gehouden wordt waarom dat kan terwijl Binance geen registratie had.

Arnoud

Lotto moet 10.000 euro boete betalen voor gokreclame op tienersite Girlscene

harshahars / Pixabay

Lotto moet 10.000 euro boete betalen voor advertenties op tienerwebsite Girlscene, maakt de Kansspelautoriteit (Ksa) vrijdag bekend. Dat las ik bij Nu.nl. Logisch, adverteren in media gericht op minderjarigen is gewoon keihard verboden. Het was ook geen eerste keer, al in 2017 is men hiervoor op de vingers getikt en toen werd een last onder dwangsom afgegeven. Door nu weer de fout in te gaan, is dan die dwangsom verbeurd. Lotto’s verweer? “Buiten onze wil om, wij hadden geen idee”. Eh ja, maar zo werkt het niet. Ook al werken online advertenties zo wel.

Uit het besluit van de Ksa zie je ook enig onbegrip bij de autoriteit voor dit excuus:
Lotto stelt dat de reclame-uiting van het kansspel EuroJackpot buiten haar wil om op de website Girlscene.nl is getoond. Lotto stelt geen enkel belang te hebben bij de zichtbaarheid van de reclame-uitingen op de desbetreffende website.

…

Nog afgezien van het feit dat Lotto niet nader toelicht wat zij hiermee bedoelt, laat dit onverlet dat Lotto met het plaatsen van de reclame-uitingen op de desbetreffende website artikel 4a, vijfde lid, van de Wok jo. artikel 2, derde lid, van het Besluit heeft overtreden. Lotto is als vergunninghouder er aan gehouden al haar reclame-uitingen te monitoren en zo nodig in te grijpen als deze in strijd zijn met wet- en regelgeving.

Toch snap ik hem wel. In de online advertentiewereld werkt het net even anders. Vrijwel niemand zoekt zelf de sites om specifiek advertenties te plaatsen, daar werk je met tussenpersonen. En die hebben vaak ook weer tussenpersonen, en zo enige niveaus diep. Iedereen heeft eigen bereik, eigen publishers en eigen manieren van meten waar de advertenties het beste zou moeten komen. En dat gaat ook nog eens volautomatisch op basis van bieden (dit is waar al die dataprofielen van mensen voor nodig zijn).

De kans is dus groot dat de Lotto een algemene campagne heeft uitgezet, en wellicht heeft bedacht dat “jonge vrouwen” een relevante doelgroep zou zijn. Daar kon een tussenpersoon best eens goede kliks of conversie voor leveren, dus die ging aan de slag en kocht weer bij een aantal mediapartijen ruimte in, of deed mee aan biedingen bij die mediapartijen. En eentje daarvan was het bedrijf achter Girlscene, EEN Media. Deze is immers “een multimediaal bedrijf met activiteiten op het gebied van (digital) publishing, events, formats waaronder Fashionscene TV, Girlsfair (gericht op jonge meiden tussen de 14 en 30 jaar) en Yourscene, e-commerce concepten gericht op jongeren, vrouwen, fashion, beauty en lifestyle.”

Natuurlijk gaf Lotto aan dat de tussenpartij waarschijnlijk niet goed opgelet heeft en dacht dat het allemaal om sites gericht op meerderjarige vrouwen zou gaan. Maar ook dat is geen excuus, zelfs niet als je in je contract daar een keiharde garantie over opneemt met een boete en vrijwaring. Uiteindelijk blijf je zelf verantwoordelijk voor het resultaat.

(Dit is natuurlijk niet uniek voor gokken en minderjarigen, bij iedere vorm van verboden reclame geldt dat de adverteerder uiteindelijk aan te spreken is op een advertentie met verboden inhoud of in een verboden mediakanaal.)

Arnoud

Het op schoot of op het been hebben van een mobiele telefoon, ook al internetrecht

DariuszSankowski / Pixabay

Een automobilist die vorig jaar een bekeuring kreeg omdat hij een telefoon op zijn schoot had tijdens het rijden hoeft de bekeuring niet te betalen, las ik bij Tweakers. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde namelijk dat dit geen “vasthouden” in de zin van de wet is, hoewel je natuurlijk nog steeds het verkeer behoorlijk in gevaar brengt door naar je schoot te kijken. Nu is bellen in de auto maar heel zijdelings ICT- of internetrecht, maar het is een mooi voorbeeld van hoe rechters de wet wikken en wegen.

Artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) verbiedt immers bestuurders van een motorvoertuig tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. Een ‘telefoon’ is “een apparaat dat bestemd is voor het gebruik van mobiele openbare telecommunicatiediensten”, dus het geldt ook voor tablets en laptops met 4G verbinding. Maar wat is “vasthouden”?

De wetgever had bij invoering opgemerkt dat “Onder vasthouden wordt verstaan het in de hand houden, het tussen oor en schouder geklemd houden etc.” In 2013 was het Gerechtshof dan ook erg ruimdenkend: Het plaatsen van een mobiele telefoon achter een hoofddoek valt ook onder het begrip ‘vasthouden’. Het bedienen van telefoon in houder was in 2018 dan weer géén vasthouden: de wetgever wilde immers niet het aanraken van telefoons verbieden maar het vast houden.

De achterliggende motivatie van deze wet is natuurlijk de verkeersveiligheid. Wie aan zijn telefoon zit, let niet op de weg, en genoeg studies laten zien dat daar ongelukken van kunnen komen. Het verbod is dus zeer begrijpelijk. Waarom men niet uitgebreid voor “mag geen telefoon bedienen” of “moet twee handen aan het stuur” is gekozen, dat weet ik niet. De reden voor specifiek “vasthouden” is omdat de bewijslast voor de politie dan makkelijker is: je kunt zien of iemand een telefoon vast heeft (en agent 40404 een plak ontbijtkoek) en dan doet het er niet toe of men belde, smste, de navigatie instelde, muziek zocht of thuis de slimme oven alvast aanzette.

Als je naar die motivatie kijkt, dan is het heel logisch dat deze agenten ingrepen bij de man met de telefoon op schoot (of op de bijrijdersstoel). Want onveilig is het, laat dat duidelijk zijn. Maar vasthouden is het niet:

Het op schoot of op het been hebben van een mobiele telefoon kan niet worden aangemerkt als vasthouden in de zin van voornoemd artikel. Dat zou een zodanige extensieve interpretatie zijn dat dit de rechtsvormende taak van het hof te buiten gaat.
Mogelijk weegt hierin door die uitspraak uit 2018 dat het bedienen van je telefoon géén vasthouden is, want het soort handeling is hetzelfde. Je raakt je telefoon aan, je kijkt niet naar de weg et cetera maar in de hand heb je de telefoon niet. Bij de hoofddoek vond het Hof relevant dat je tussen het bellen door de telefoon moet pakken, bijvoorbeeld om op te hangen.
Uit de verklaring van de ambtenaar volgt wel dat de betrokkene in dit geval zodanig verkeersgedrag vertoonde dat dit mogelijk als overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 kan worden aangemerkt. Bij het constateren van een dergelijke overtreding kan de ambtenaar een proces-verbaal opmaken.
Eigenlijk zegt het Hof hier dus: beste agenten, kunt u de volgende keer in zulke situaties gewoon inzetten op gevaar op de weg? Want dat is een open norm (Koos z’n kapstok) en dan hoeven we deze hele discussie over vasthouden niet te voeren.

Arnoud