Driekwart bedrijven in Nederland beveiligt netwerkverkeer onvoldoende (CorCom Security Analysing)

Driekwart van de Nederlandse bedrijven beveiligen hun netwerkverkeer onvoldoende, meldt Corcom.

Zo’n 80 procent van de ondernemers gebruikt een onvoldoende beveiligde Wireless internetverbinding. En gemiddeld telt een website 66 beveiligingsproblemen. Bij driekwart van de bedrijven staat voor hackers en internet criminelen de deur wijd open.

Zulke grote bedrijfsgeheimen heb ik niet, dus ik ben niet interessant, zullen veel bedrijven denken. Maar dat kan vies tegenvallen. Zo’n inbraak kan een hoop schade opleveren door een verstoorde bedrijfsvoering. Het elektronisch equivalent van graffiti op de muur kost heel wat meer dan een pot witkalk. En dan heb ik het nog niet eens over hackers die zo’n onbeveiligd netwerk gebruiken als springplank om elders in te breken, of als opslagplek voor illegaal materiaal. De kosten en de juridische problemen die je op de hals haalt als je bedrijfswebsite wordt gebruikt om illegale software of porno aan te bieden, kunnen enorm zijn.

Lees verder in Driekwart bedrijven in Nederland beveiligt netwerkverkeer onvoldoende bij CorCom Security Analysing.

Arnoud

“U mag alleen publiek domein materiaal hosten”

Uit de algemene voorwaarden van Nuleurohosting (dat trouwens 8,95 per jaar administratiekosten rekent, maar goed):

De door op uw webspace geplaatste bestanden mogen niet auteursrechtelijk beschermd materiaal bevatten. Het delen van ‘illegale’ bestanden kan tot ontbinding van de overeenkomst leiden.

Nu snap ik wat ze bedoelen, maar kunnen we allemaal eens ophouden met “beschermd” gelijk te stellen aan “spul dat je niet mag delen op internet”?

Elk werk, ook deze blogpost en uw eventuele reactie hieronder, is auteursrechtelijk beschermd. Pas als u zeventig jaar dood bent, is uw werk publiek domein. Het is dus juridisch volstrekte onzin om een verbod op het plaatsen van auteursrechtelijk beschermd materiaal te hanteren.

Wat ze bedoelen, is een verbod op het plaatsen van materiaal zonder toestemming, zonder licentie van de auteursrechthebbende. En dat is natuurlijk een verstandig verbod.

Via Danny.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Van abstract en vrij idee naar beschermde concrete uitwerking (in Innovatie @ iusmentis.com)

Ideeën zijn vrij, maar andermans uitwerking mag je niet zomaar gebruiken. Waar de grens tussen die twee ligt, is heel moeilijk te zeggen. Het hangt af van in hoeverre er sprake is van een eigen uitwerking van bestaande feiten, techniek en modes of stijlen.

Iedereen mag op zijn eigen manier invulling geven aan een idee, concept, thema of stijl. Wat niet mag is andermans concrete uitwerking daarvan overnemen. Deze uitwerking is beschermd door het auteursrecht, aangenomen dat er sprake is van een creatieve, persoonlijke uitwerking. Wat door technische of andere randvoorwaarden wordt voorgeschreven, is niet beschermd.

Auteursrecht beschermt de vorm, de uitwerking waarin een idee, plot of wat dan ook gegoten is. Je mag geen concrete elementen uit die vorm of uitwerking overnemen. Wel mag je het idee, plot of concept overnemen en op je eigen manier uitwerken. Ook zakelijke feiten uit het origineel, en zelfs de stijl van de maker van het origineel, mag je hergebruiken. Maar bijvoorbeeld een vervolg op een bestaand boek schrijven, mag niet.

Lees verder in Van abstract en vrij idee naar beschermde concrete uitwerking (in Innovatie @ iusmentis.com).

Arnoud

Het recht om gevonden te worden bij de vrije meningsuiting

“Freedom of the press belongs to those who own one.” Dat citaat (van Henry Mencken), lijkt achterhaald nu iedereen een website, blog of vergelijkbare uitlaatklep op internet kan opzetten. Dat gebeurt dan ook, waardoor we nu met een ander probleem zitten: hoe vind je al die meningen, en het liefst ook nog eens de relevante? Met een zoekmachine natuurlijk.

Search is de toekomst, zo wordt ons voorspeld. Straks kunnen we alles vinden. Derde-generatie zoekmachines, ook wel Search 2.0, zullen ons precies de relevantste resultaten laten zien, gebaseerd op context, samenwerkende gebruikers, voorkeuren en al die andere dingen die Web 2.0 groot maken. Hopelijk reduceert dat de zoekmoeheid die mensen vandaag de dag treft.

Maar zoekmachines zijn niet neutraal, en hebben niet noodzakelijkerwijs het beste met ons voor. De klant staat voorop – en dat is de adverteerder. Wij zijn het product, en de zoekresultaten slechts een middel om dat product te kunnen leveren aan de adverteerders. Zoekmachines zijn dus onvermijdelijk vooringenomen.

In het uitstekende artikel A Right to Reach an Audience: An Approach to Intermediary Bias on the Internet schrijft juriste Jennifer Chandler over bias en het recht om gehoord te worden – of in ieder geval niet zomaar door een zoekmachine aan de kant gezet te worden.

Het recht op vrije meningsuiting omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken. Dat betekent niet alleen dat mensen niet gehinderd mogen worden bij hun meningsuiting. Onder omstandigheden kan iemands zelfs verplicht worden mee te werken aan andermans meningsuiting. Dat geldt in ieder geval voor de overheid – denk aan politiebescherming bij een demonstratie. Maar heeft een bedrijf of privépersoon die verplichting?

Of vrije meningsuiting horizontale werking heeft, zoals juristen dat noemen, is een open vraag. In de meeste gevallen niet. Een burger hoeft niet mee te werken aan andermans meningsuiting. Zeker niet op internet, zo lijkt het. Op internet kan iedereen zijn eigen kanaal opzetten en zich vrijelijk uiten. Bescherming lijkt niet zo nodig. Maar, zo pleit Chandler, juist hier is bescherming nodig. Bescherming tegen willekeur door zoekmachines:

[Free speech] includes not only the right to speak and the right to hear, but also the right to reach an audience free from the influence of extraneous criteria of discrimination imposed by selection intermediaries. If selection intermediaries block or discriminate against a speaker on grounds that listeners would not have selected, that speaker’s ability to speak freely has been undermined.

Chandler noemt vier criteria om dit “recht om gevonden te worden” af te kunnen dwingen:

  1. Zoekmachines mogen geen sites verwijderen uit de index, tenzij ze daartoe wettelijk verplicht zijn. Een publicatie die smadelijk is, strafbaar materiaal bevat of inbreuk op auteursrechten vormt, zou verwijderd moeten worden.
  2. <li>Zoekmachines moeten de criteria voor het sorteren van zoekresultaten publiceren. Niet te gedetailleerd, want dat nodigt maar uit tot misbruik, maar op een voldoende niveau dat mensen kunnen inschatten of deze zoekmachine voor hen nuttige resultaten op zal leveren.</li>
    
    <li>Zoekmachines mogen sites alleen weren uit zoekresultaten als sprake is van kennelijk misbruik. En in zo'n geval moeten zij de webmaster van de geweerde site informeren dat zij geweerd zijn.</li>
    
    <li>Zoekmachines moeten gesponsorde koppelingen duidelijk apart neerzetten en als zodanig identificeren, zodat de lezer meteen ziet of een resultaat "organisch" is of gesponsord.</li>
    

Vergelijkbare criteria zouden moeten gelden voor internetproviders, dit om netneutraliteit te kunnen garanderen.

Het is daarbij wel erg belangrijk hoe machtig de zoekmachine is. En dan kom je bij het mededingingsrecht terecht. Een dominante zoekmachine, zoals Google, heeft heel veel invloed. Bedrijven kunnen failliet gaan omdat ze niet meer via Google te vinden zijn. Obscure auteurs kunnen beroemd worden omdat ze ineens bovenaan staan. En wie zo’n machtspositie heeft, zo zegt de Mededingingswet, mag deze niet misbruiken. Op die grond zou je de bovenstaande criteria dus kunnen afdwingen.

Eerder schreef hoogleraar Eric Goldman het artikel Search Engine Bias and the Demise of Search Engine Utopianism, waarin hij stelt dat deze bias van zoekmachines niet noodzakelijkerwijs slecht is. Net als een krant redactionele invloed uitoefent, moet een zoekmachine dat ook. Met slechte resultaten trek je geen bezoekers, dus zoekmachines moeten wel selecteren.

En daar zit natuurlijk het knelpunt. Iedereen wil graag gehoord worden, maar ik wil alleen maar horen waar ik naar op zoek ben. Waarom zou een zoekmachine dan al die meningen in mijn zoekresultaten stoppen?

Goldman ziet dit dan ook als een tijdelijk probleem:

Complaints about search engine bias implicitly reflect some disappointed expectations. … [S]earch engines naturally will continue to evolve their ranking algorithms and improve search result relevancy—a process that, organically, will cause the most problematic aspects of search engine bias to largely disappear. To avoid undercutting search engines’ quest for relevance, this effort should proceed without regulatory distortion.

Daar zit dan weer wel het risico aan vast dat ik dan altijd alleen maar mijn eigen mening bevestigd zie, en nooit geprikkeld wordt door andersdenkenden om mijn eigen opvattingen bij te stellen. Dat pleit dus wel voor volledigheid.

Via Technology & Marketing Law Blog van diezelfde Eric Goldman.

Arnoud

Internet account afsluiten wegens filesharen – zonder proces

De discussie over filteren van filesharing, en met name hoe je daar legitiem hergebruik kunt toestaan, lijkt nog niet goed en wel op gang of de auteursrechtenlobby gaat alweer een stapje verder. De Britse collega’s van BREIN willen dat providers klanten afsluiten als die illegaal filesharen.

Tegenover ZDNet verklaarde John Lovelock:

I think where it can be demonstrated to the ISPs that there is evidence which would be admissible in a court of law, but [rights holders’ representatives] are happy to provide it to you as a service provider to demonstrate that Joe Soap is using your network for illegal activity, we would ask you to ban him from using your internet connections.

If there’s evidence of that person then joining another ISP and then taking up again, we would go to that ISP and say: “Here’s the evidence and we don’t think they should be allowed to use your network.

Nu hebben de meeste providers in hun algemene voorwaarden staan dat de klant geen illegale zaken mag uithalen via zijn account. Dat kan reden voor afsluiting zijn. Op zich niets mis mee, maar het is niet de provider die bepaalt of iets illegaal is. Dat doet de rechter. En als die zich uitgesproken heeft, kan de provider met een beroep op die algemene voorwaarden het account afsluiten.

Een account afsluiten omdat een organisatie beweert dat er sprake is van inbreuk op auteursrechten, gaat aan dit principe voorbij. We hebben niet voor niets rechtbanken: daar worden het bewijs gewogen, de stellingen gecontroleerd en beide partijen gehoord. En gaat het dan toch nog fout, dan is er altijd hoger beroep.

Remy Chavannes schrijft dan ook terecht in zijn column op NU.nl:

De vigilantes van FAST zijn gefrustreerd over de traagheid van het juridische proces en willen graag voor eigen rechter gaan spelen. Dat is begrijpelijk. Maar net als in de analoge samenleving is ook op internet eigenrichting niet de oplossing.

Het grote probleem voor organisaties als Brein en FAST is dat miljoenen internetters er niets fouts in zien om muziek of software uit wisselen. Als zij al weten dat het verboden is om een cd of mp3 voor een vriendje te kopiëren, vinden ze het nog altijd onschuldiger dan het roken van een joint of het fietsen zonder licht. Van auteursrechtinbreuk is nog nooit iemand dood gegaan en je ouders zijn al lang blij dat je niet aan het videochatten bent met enge mannen.

Het wordt dan ook tijd voor een nieuwe auteurswet.

Arnoud

Fietspolitie verstuurt spam per telefoon

Gisteravond werd ik ineens gebeld, en tot mijn stomme verbazing begon er toen een bandje te lopen waarop een zogenaamde politieagent me begon te vertellen dat licht aan toch echt heel belangrijk is. Ja, een bandje. Na enig zoeken bleek dat van deze site Fietslicht aan : Vrienden bellen afkomstig te zijn:

Wil je nu iets leuks uithalen bij je vrienden? Vul hieronder het e-mailadres en het 06-nummer in van een vriend of vriendin. Die ga ik, agent Van Geel, dan hoogstpersoonlijk verrassen met een telefoontje – wedden dat je hem of haar daarna ineens altijd met licht op de fiets ziet rijden? Kan er nu al om lachen, weet je dat?

Kennelijk heb ik dus “vrienden” die menen dat dit grappig is.

Nu is de keuze van mijn vrienden mijn probleem, maar dit soort telefonische oproepen zijn al sinds 1998 als spam verboden. In de Telecommunicatiewet, artikel 11.7 staat namelijk:

Het gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst, faxen en elektronische berichten voor het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees is uitsluitend toegestaan, mits de verzender kan aantonen dat de desbetreffende abonnee daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend [of een hier niet relevante uitzondering van toepassing is]

Agent Van Geel is een automatisch oproepsysteem. Daarmee wordt een ongevraagde communicatie voor ideële doeleinden overgebracht. En het is niet de abonnee (“vriend”) die de toestemming geeft. Dat heet SPAM en dat is dus verboden!

UPDATE: (14 november) dat vindt ook de OPTA, zo lees ik op Webwereld:

“Dit soort dingen mogen alleen als de abonneehouder toestemming heeft gegeven en de beller dat kan aantonen”, zegt Ewa Walters, woordvoerdster van het controle-orgaan.

UPDATE 2: (14 november, 13:54) om tien voor één heb ik een interview gegeven voor het NOS Radio 1 Journaal! Luister via Uitzendinggemist (het begint om 12:53).

UPDATE 3: (14 november, 20:36) bij Ouders Online wordt terecht gewezen op de privacy-aspecten van deze actie. En ze hebben agent Van Geel als MP3!

UPDATE 4 (19 november): Agent Van Geel is met pensioen.

Ik vind het hoogst kwalijk dat een overheidsinitiatief (politiewebsite) spam verstuurt in een vorm die al sinds 1998 verboden is. U ook? Klachten indienen kan bij de OPTA, onder het kopje “Telefonisch oproepsysteem”.

Arnoud

Magenta als merk, mag dat? T-Mobile claimt alleenrecht op kleur

tmobile-trademark-magenta.jpgHet Zwolse computerbedrijf Compello, en radiozenders Slam FM en 100 procent NL zijn door T-Mobile gesommeerd de kleur magenta niet meer te gebruiken in hun reclame-uitingen. Een merk geeft je het alleenrecht op een bepaald woord, teken of afbeelding in het handelsverkeer. Je mag geen telefoniebedrijf beginnen dat Tea-Mobile of T-Mobiel heet. Die namen lijken verwarrend veel op T-Mobile. En dat geldt niet alleen voor telefoniediensten, maar ook bijvoorbeeld voor winkels die mobiele telefoons verkopen (“The Mobile Shop” mag dus ook niet).

Kleuren zijn erg algemeen, en daarom niet echt geschikt als merk. Hoe kan ik aan een kleur zien wie of wat er mee wordt bedoeld? Bij een woord, een logo of zelfs een bepaald kleurpatroon lukt dat nog wel, maar een paars, oranje, groen of geel vlak zegt niet zo veel. De belangrijkste eis is dus dat die kleur echt uniek is voor jouw bedrijf. Geel voor telefoongidsen was bijvoorbeeld niet onderscheidend genoeg, kreeg de Gouden Gids in juni 2005 te horen. Ook al gebruikt de Gouden Gids die kleur “goudgeel” al jaren, in die branche is geel een gebruikelijke kleur.

Je hebt als bedrijf dus een zware taak: zorg door jarenlang gebruik van die kleur dat mensen die kleur meteen met jou en jou alleen gaan associëren. Libertel probeerde dat met oranje, maar dat lukte niet. Oranje werd door heel veel bedrijven gebruikt, en bovendien was het ook nog eens de nationale kleur van Nederland natuurlijk.

Wie kan laten zien dat die kleur alleen door hem gebruikt wordt, kan die kleur als merk deponeren, mits hij dan maar heel specifiek aangeeft (met bijvoorbeeld het Pantone Matching System) welke kleur hij bedoelt. Daar struikelde KPN met hun groen over in november vorig jaar. Daarnaast moet je de kleur uitgebreid, consequent en eenduiding gebruiken. Het moet echt je huiskleur zijn.

Gezien de strenge jurisprudentie op dit moment lijkt de kans niet heel groot dat dit merk overeind blijft. Maar T-Mobile heeft wel altijd heel consequent die kleur magenta gevoerd, en sprong er daarmee wel uit tussen de andere telecombedrijven.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Aanvragen van auteursrecht (in Auteursrecht @ iusmentis.com)

Wie een werk maakt, heeft daar automatisch het auteursrecht op. Aanvragen van auteursrecht is niet nodig. Zelfs een copyright-vermelding (het ©-teken) hoeft niet bij een werk te staan.

Wie een tekst, foto of ander werk maakt, heeft daar automatisch auteursrecht op. Er is geen aanvraagprocedure zoals bij een octrooi (patent) of een merk. Ook hoeft een auteursrecht niet bij een officiiële instantie aangemeld, geregistreerd of gedeponeerd te worden. Er is ook geen vereiste om een copyright vermelding te voeren. Het copyright-teken (©) of de zin “All rights reserved” is dus niet nodig.

Lees verder in Aanvragen van auteursrecht (in Auteursrecht @ iusmentis.com).

Arnoud

Dierenbescherming bij filteren van filesharing

Dolfijnen zijn populair in het circus, en worden ook wel gebruikt bij het opsporen van zeemijnen. En de Electronic Frontier Foundation gebruikt ze nu ook om te pleiten voor verantwoord filteren van P2P en filmpjessites zoals Youtube.

Half oktober publiceerde een consortium van bedrijven en rechthebbenden een set principes voor user-generated content zoals wordt geplaatst op Flickr of Youtube. Deze principes kwamen voor een groot deel neer op filteren van filesharing en user-generated content. Hier kwam de nodige kritiek op, omdat er te weinig aandacht besteed zou zijn aan fair use. Het is tenslotte mogelijk dat mensen een werk legitiem hergebruiken, bijvoorbeeld in de context van een citaat bij kritiek of bespreking van het werk, of wat dan bij ons heet een “incidentele verwerking van ondergeschikte betekenis” (art. 18a Auteurswet).

De EFF heeft nu haar eigen set principes gepubliceerd, die een betere balans zouden bereiken. Filteren mag worden gebruikt als hulpmiddel om mogelijke inbreuk te signaleren. Maar een filter mag niet preventief alle verdachte handelingen blokkeren. Er moet aan drie eisen worden voldaan:

  1. De video is ontleend uit een beschermd werk.
  2. De audio uit het bestand moet uit hetzelfde beschermde werk komen.
  3. Het beschermde werk beslaat meer dan 90% van het bestand.
Aan deze drie eisen is natuurlijk vrijwel altijd voldaan wanneer iemand gewoon een film uploadt. Zelfs wanneer hij de titels of de eerste paar minuten er af knipt. Maar op het moment dat iemand een kort stukje ontleend materiaal gebruikt, mag dat niet leiden leidt tot blokkeren of verwijderen van een heel bestand. En mixen van audio en video uit verschillende bronnen hoort ook niet automatisch tot blokkeren te leiden.

Als een inbreukmakend werk volgens deze criteria wordt gedetecteerd, mag verspreiding tijdelijk worden geblokkeerd. Wel moet de uploader dan onmiddellijk op de hoogte worden gesteld, zodat hij een kans krijgt te reageren op de claim. Dit is nu al zo geregeld in de Amerikaanse DMCA.

In een mooie beeldspraak pleit de EFF als laatste nog voor een contactmogelijkheid met de rechthebbende, zodat de uploader in discussie kan gaan over de blokkade:

Every system makes mistakes, and when fair use “dolphins” are caught in a net intended for infringing “tuna,” an escape mechanism must be available to them. Accordingly, content owners should create a mechanism by which the user who posted the allegedly infringing content can easily and informally request reconsideration of the content owner’s decision to issue a DMCA takedown notice and explain why the user believes the takedown was improper.

De EFF heeft filmpjes op Youtube verzameld die in ieder geval niet door zo’n filter geblokkeerd zouden mogen worden. Eéntje daarvan wil ik u niet onthouden: het bedrijfslied van advocatenkantoor Nixon Peabody.


DRM Watcher Bill Rosenblatt is verrassend positief (gezien zijn eerdere negatieve uitlatingen over de EFF):

Thus the above statement is a welcome retreat from the EFF’s more typical stance on this issue, which has seemed to rely on fair use as a means of keeping digital copyright policy disputation within the domain of the traditional legal system, and has shown an inherent distrust of technological solutions — a stance that we have found to be both counterproductive and slightly hypocritical given the EFF’s overriding belief in the power of technology.

Arnoud

Bloggen, astroturfen en oneerlijke handelspraktijken

Met al die vergelijkingssites, sociale netwerken en webwinkels met productrecenties wordt het wel heel verleidelijk voor sommige bedrijven om zelf ook wat positieve opmerkingen over hun bedrijf of product achter te laten. Het liefst natuurlijk zogenaamd afkomstig van een eerlijke consument (“ik doe dit eigenlijk nooit, maar dit product was toch zo goed…”). Of, wat tegenwoordig steeds vaker gebeurt, een paar nepblogs aanmaken waar het product of bedrijf dan de hemel in geprezen kan worden. Dat noemen ze in de VS astroturfen en het gaat dankzij Europa verboden worden, schrijft The Register.

De basis is de Europese Richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Het Nederlandse wetsvoorstel (TK 30 928) om dit te verwerken ligt nog bij de Tweede Kamer, maar ook bij ons staat daarin:

De volgende handelspraktijken zijn onder alle omstandigheden misleidend: … op bedrieglijke wijze beweren of de indruk wekken dat de handelaar niet optreedt ten behoeve van zijn handel, bedrijf, ambacht of beroep of zich op bedrieglijke wijze voordoen als consument;

En een blog beginnen onder een valse naam om marketing voor je product te doen, lijkt mij inderdaad je “op bedrieglijke wijze voordoen als consument”. Hetzelfde geldt voor het achterlaten van productrecenties op consumentensites.

De rest van de zwarte lijst is trouwens ook erg interessant. Trucs als elke week opheffingsuitverkoop, een superaanbieding die binnen 5 minuten is uitverkocht “maar we hebben nog wel een andere”, piramidespelen en onduidelijk als zodanig herkenbare advertorials worden ook verboden. Zie de folder van de EU.

Arnoud