Was Warhol een auteursrechtschender?

warhol-monroe.pngEen lezer vroeg me:

Mijn vraag is hoe het zit met auteurs- en portretrecht wanneer je een willekeurige foto van internet downloadt en die bewerkt. Het lijkt me dat je daar toestemming voor nodig hebt, maar als ik dan denk aan Andy Warhol en zijn bewerkingen van Marilyn Monroe of John Lennon dan lijkt het dus soms wel te mogen?

Als je voor je eigen oefening, studie of gebruik een afbeelding van internet haalt en bewerkt, dan is dat legaal. Die bewerking valt onder het recht op thuiskopiëren. Zolang je de bewerking maar voor jezelf houdt (of hooguit deelt met een hele kleine groep familie of vrienden) dan is er niets aan de hand.

Ga je de bewerking publiceren, dan zul je toestemming nodig hebben. Ook als je bewerking een heel creatieve is, zoals de hiernaast getoonde Warhol-tekening (bron). Deze tekening is gebaseerd op een foto, en Warhol kon dit alleen maar legaal doen met toestemming van de fotograaf. Ik weet niet of hij die had, en vroeger was dit natuurlijk allemaal iets makkelijker. Vandaag de dag zou Campbell eerder een claim wegens merkinbreuk indienen dan zeggen “leuk, creatief gedaan“!

In 2009 was er enige ophef over de iconische Obama-poster die gebaseerd bleek op een foto van AP-fotograaf Mannie Garcia. Dat is eigenlijk precies hetzelfde verhaal: op de bronfoto zit auteursrecht, maar het resultaat is op zichzelf zeer creatief en transformerend ten opzichte van het origineel. Dat mag dus niet.

Er zijn diverse plannen om enige vorm van “transformerend gebruik” in de wet te zetten, zodat zeer creatieve bewerkingen als deze legaal kunnen worden gemaakt en verspreid. De vraag is dan natuurlijk weer wel: wat is “transformerend” en hoe ver moet je gaan? Is een simpel filtertje genoeg, of moet je echt Kunst met een K maken? Genoeg voer voor advocaten dus.

Update (2 april 2012) juridisch artikel van advocaat Quirijn Meijnen over precies dit onderwerp (via).

Arnoud

Brein wint zaak over naw-gegevens van e-paymentprovider

betalen-payment-provider.pngStichting Brein heeft een rechtszaak tegen Techno Design gewonnen, meldde Tweakers gisteren. Techno Design, bij trouwe lezers bekend van de ZoekMP3-zaak, blijkt tegenwoordig een digitale betalingsprovider en leverde diensten aan torrentsite www.greece-forever.info. Brein wilde – en kreeg – de NAW-gegevens plus IP- en bankrekeningnummers van de contractspartij.

OMGWTFBBQ persoonsgegevens privacy verwacht u misschien nu te horen. Nou nee. Het vonnis is juridisch volstrekt in lijn met wat de Hoge Raad in Lycos/Pessers bepaalde: als je identificerende gegevens van iemand hebt, en die iemand handelt onrechtmatig tegenover een derde, dan kan je verplicht zijn die gegevens af te geven aan die derde.

Daar zit wel een privacytoets op, maar die valt in dit geval vrij eenvoudig in het voordeel van Brein uit. De torrentsite is een bedrijf, en bedrijven moeten sowieso van de wet al hun adresgegevens op hun site zetten (art. 3:15d BW). Er is dus geen reden om anoniem te mogen blijven.

De zaak is wel opmerkelijk omdat deze eis van Brein in september de nodige ophef veroorzaakte. Brein had toen gemeld dat ze een paymentprovider hadden overtuigd, maar Techno Design sprak dat tegen. Brein zou tegen de afspraken in publiek zijn gegaan over een vrijwillige afgifte en directeur Dros meende dat Brein “gewoonweg procedures wil voeren en media-aandacht wenst te krijgen”. Volgens Brein lag dat volstrekt anders en was de procedure noodzakelijk.

Op zich ben ik dus totaal niet verrast door deze uitspraak. Je kunt je nog afvragen welke partijen nu nog meer in aanmerking komen voor deze medewerkingsplicht: de domeinnaamhouder natuurlijk ook, en waarschijnlijk ook de accessprovider via wiens netwerk de site wordt beheerd. Maar wie leveren er nog meer relevante diensten?

Wel blijft lastig dat de Lycos/Pessers regels niet eisen dat de rechter er tussen moet gaan zitten. De persoon met de gegevens moet zélf beoordelen of aan de toets is voldaan. Maakt hij die afweging verkeerd, dan handelt hij onrechtmatig en moet hij de schade vergoeden die de derde lijdt door het niet krijgen van de gegevens. In het geval van Techno Design komt dat neer op ” 1.466,81 aan advocaatkosten, maar ik zie het wel gebeuren dat een rechthebbende een concrete schadepost neerlegt.

(Ik weet niet of ik liever een gerechtelijke toets heb elke keer; in theorie is dat perfect natuurlijk maar de rechtbank zit al zo verstopt.)

Arnoud

Zit er auteursrecht op fonts?

character-map-fonts.pngEen lezer vroeg me:

Zit er eigenlijk auteursrecht op lettertypes (fonts)? En zo ja, hoe ver gaat dat dan?

Ok, eerst even nitpicken: een lettertype is een stilistisch samenhangende set tekens die meestal letters, cijfers en leestekens uitbeelden. De term ‘font’ wordt vaak als synoniem gebruikt, maar heel strikt gesproken is een font een verzameling letters en tekens uit een lettertype in een bepaalde grootte en in bepaalde stijl (zoals cursief of vet).

Het ontwerpen van een lettertype is creatieve arbeid (denk aan dit lettertype voor dyslectici), dus ja, de lettersymbolen (glyphs) zelf zijn auteursrechtelijk beschermde werkjes. In de VS is dit anders: daar is “typeface as typeface” expliciet uitgesloten van auteursrechtelijke bescherming.

Wel geldt dat auteursrecht natuurlijk alleen op de eigen toevoeging of variaties van de ontwerper op wat al bestaat. Veel lettertypes zijn immers variaties op reeds bestaande letters (zoals Arial op Helvetica varieert).

Lettertypen kunnen ook als ’tekening’ worden vastgelegd (zoek maar eens op Linotype of Adobe, ik kan niet dieplinken naar zoekresultaten) en zijn dan apart beschermd onder het Beneluxverdrag voor de Intellectuele Eigendom. In de praktijk komt die bescherming op hetzelfde neer, behalve dat je iets makkelijker kunt bewijzen dat iets inbreuk op je tekeningrecht is dan op je auteursrecht.

De vraag is natuurlijk, wat mag je met een auteursrechtelijk beschermd lettertype? In principe precies datgene dat in de licentie staat, of het “normaal gebruik” van dat lettertype. Oftewel het gebruiken om er teksten in te zetten en die teksten te gebruiken naar eigen inzicht. Maar een lettertyperechthebbende kan je niet verbieden om zo’n eigen tekst in zijn lettertype te verspreiden. Dat kunnen verbieden zou betekenen dat de maker van het lettertype auteursrechten kan doen gelden op elk document in ‘zijn’ font, en dat is ridicuul.

Wel kan hij verbieden dat je het lettertypebestand zelf verspreidt of in gebruik hebt zonder toestemming. Net zoals hij kan verbieden dat je een variatie op zijn font maakt. Dat verspreiden kan trouwens nog wel eens per ongeluk gebeuren: wie een presentatie of PDF bestand verspreidt met de optie “embed fonts”, verspreidt tevens een kopie van dat font. Om deze reden weigeren sommige documentgeneratoren fonts te embedden tenzij dat expliciet is toegestaan in het fontbestand zelf.

Arnoud

Wie heeft het auteursrecht op een gegenereerd Sinterklaasgedicht?

sinterklaasgedichtengenerator.pngEen lezer vroeg me:

Een sinterklaasgedicht is natuurlijk auteursrechtelijk beschermd. Maar als ik nu een generator gebruik, van wie is dan het gedicht?

Dat ligt eraan om wat voor generator het gaat.<br/> Bij simpele makers is de programmeur eigenaar van ’t resultaat.

Zo eentje is op Sinterklaasfan te bespeuren,<br/> daar zijn alleen de zinnen als geheel goed- of af te keuren.

Met die beperkte ruimte is er geen eigen creativiteit,<br/> nee, we zoeken echt meer interactiviteit.

Met het slimme Rijmhulp zijn 4 miljard gedichten te selecteren,<br/> daarmee is er echt wel een eigen auteursrecht te respecteren.

Ook bij Dotsphinx is de ruimte reuze,<br/> ook al gaat het geheel op basis van meerkeuze.

Voor elke strofe is de keuze abundant,<br/> en die keuze is dan auteursrechtelijk relevant.

De strofen zelf zijn natuurlijk beschermd door hun dichters auteursrecht,<br/> daarmee zijn dus de rechten vervlecht.

Arnoud

Mogen ze bij mij aankloppen als mijn licentie niet klopt?

Een lezer vroeg me:

Wat gebeurt er als ik een werk gebruik dat onder een Creative Commonslicentie wordt aangeboden, en de licentievermelding blijkt onjuist? Kan de originele maker mij dan aanklagen, of mag ik hem verwijzen naar de persoon die mij het werk onder Creative Commons heeft geleverd?

Als je een werk gebruikt zonder toestemming van de rechthebbende, dan kan deze je aanspreken voor auteursrechtinbreuk (tenzij een wettelijke uitzondering geldt natuurlijk). Je kunt tegenover die rechthebbende geen beroep doen op een licentie die je door een ander gegeven zou zijn. Dit is een risico bij Creative Commons, maar ook bij commerciële beeldbanken of willekeurig welke andere bron natuurlijk.

De enige uitzondering is als je mocht denken dat die ander een vertegenwoordiger was van de rechthebbende, en je daarbij een handeling van de rechthebbende kunt aanwijzen die die gedachte ondersteunt (art. 3:61 BW). Als een fotograaf bijvoorbeeld op zijn site meldt Creative Commons te gebruiken en je vindt een foto van hem onder een Creative Commonslicentie, dan denk ik dat je wel kunt stellen dat je mocht vertrouwen op de juistheid van de licentie.

In het algemeen heb je dus een probleem als een fotograaf (of andere rechthebbende) zich meldt wanneer je een werk van hem gebruikt en jij niet kunt bewijzen dat hij de licentie heeft gegeven. Je hebt dan auteursrechtinbreuk gepleegd en hij mag dan zijn schade claimen (maar geen wordfeud-, eh scrabbleclaims natuurlijk). Wél kun je dan de schade verhalen op degene die ten onrechte meldde dat deze licentie gold (art. 3:70 BW).

Je kunt niet als inbreukmaker volstaan met verwijzen naar die onterechte licentiegever. Het mag wel, en als de rechthebbende liever hem aanpakt dan kom je goed weg, maar juridisch heb je geen verweer als de rechthebbende erop staat bij jou de claim neer te leggen.

Mensen vragen me wel eens waarom de wet deze constructie hanteert. Is het wel fair dat jij moet opdraaien voor andermans opzettelijke valse voorstelling van zaken? Dat snap ik wel, maar het alternatief is dat iedereen dan gaat claimen een licentie te hebben gehad van een onbekende man met grote baard die nu zeven jaar in Tibet op retraite is. En om rechthebbenden allemaal naar Tibet te laten sjouwen dan gaat me ook weer wat ver.

Arnoud

Hoogste EU Hof verbiedt p2p-filterplicht voor isp’s, maar hoe ver gaat dit?

scarlet-laat-je-niet-filteren.pngHet Europees Hof van Justitie bepaalde gisteren dat een copyrightfilterplicht voor providers in strijd is met de Europese e-commerce wetgeving en de grondrechten. Het arrest verklaart dat het generieke filter op al het peer-to-peer verkeer dat Scarlet moest toepassen van de Sabam (de Belgische Buma) niet legaal is. Maar wat betekent dit nu voor andere zaken, zoals de BREIN/XS4All/Ziggo rechtszaak?

In de Belgische zaak had Sabam geëist dat Scarlet een auteursrechtenfilter zou implementeren dat moest voorkomen dat haar klanten nog beschermde werken illegaal kon uitwisselen. De rechter in eerste instantie wees de eis toe, maar Scarlet tekende hoger beroep aan met (naast het feit dat het filter niet werkend te krijgen was) de stelling dat het filter in strijd was met de grondrechten en Europese wetgeving. Daar geeft het Europese Hof ze nu gelijk in: generieke filters blokkeren ook legitieme inhoud, houden geen rekening met auteursrechtelijke uitzonderingen (zoals parodie of citeren) en vereisen structureel meelezen met alle communicatie, wat een inbreuk op de privacy oplevert.

Maar is daarmee iedere mogelijkheid voor een auteursrechtenfilter van de baan? Nee, want het Hof zegt niet dat filteren nooit en te nimmer mag. Het Hof zegt dat een generiek filter dat preventief alle klanten filtert, geen beperking in de tijd heeft én door de provider betaald moet worden niet mag. Dit omdat met zo’n lomp filter niet is voldaan aan

het vereiste dat een juist evenwicht wordt verzekerd tussen enerzijds het intellectuele-eigendomsrecht en anderzijds de vrijheid van ondernemerschap, het recht op bescherming van persoonsgegevens en de vrijheid om informatie te ontvangen of te verstrekken.

Daarmee blijft wel degelijk de deur open voor een meer fijnbesnaard filter dat wél dit juiste evenwicht weet te bereiken. Bij Webwereld meldt BREIN-advocaat Joris van Manen dan ook meteen dat

Brein niet [vraagt] om een algemene filtermaatregel van al het in en uitgaande P2P verkeer, maar om een blokkade van één specifieke, evident illegale website, die in Nederland al drie keer veroordeeld [waarvan twee keer bij verstek, tss, AE] is en aan die verboden geen gehoor geeft.

Eerder had dit hof in de L’Oréal/eBay-zaak al bepaald dat eBay verplicht moet filteren op advertenties waarvan gebleken is dat ze inbreukmakend zijn. Dus niet generiek “blokkeer alle L’Oréalproductadvertenties” maar “blokkeer specifiek deze advertentie, ook voor de toekomst”:

[de rechter kan] gelasten om maatregelen te treffen die niet alleen bijdragen tot het doen eindigen van de door de gebruikers van die marktplaats gepleegde inbreuken op die rechten, maar ook tot het voorkomen van nieuwe inbreuken van die aard. Deze bevelen moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en mogen geen belemmeringen voor het legitiem handelsverkeer scheppen.

Er lijkt me dus wel degelijk (enige) ruimte om een P2P filter te verzinnen dat niet tegen het verbod van het Hof aanloopt. Veel niet; de bezwaren waar het Hof de beslissing op baseert zijn fundamenteel. Hoge kosten, ieders verkeer monitoren en ongenuanceerd álle auteursrechteninbreuken najagen, dat kun je niet vragen. Maar lage kosten, gericht monitoren en alleen specifiek bij reeds vastgestelde inbreuken in actie komen: denkbaar.

Kortom, het is afwachten wat de rechtbank in BREIN/XS4All/Ziggo zegt, daarna wat het Gerechtshof in diezelfde zaak gaat zeggen (want hoe dan ook komt er hoger beroep in die zaak) en dáárna (hopelijk) wat het Europese Hof gaat zeggen over het door BREIN bepleite antipiratebayfilter.

Arnoud

Mag Wordfeud eigenlijk wel van Scrabble?

Winkeliers zijn dolblij met Wordfeud. Dankzij de hype rond de letterlegapp vliegt het originele Scrabble over de toonbank, meldde Metro. Of Mattel, de spellenfirma achter Scrabble®, daar ook blij mee is, is niet bekend. Maar stel dat ze dat niet zijn, kunnen ze dan wat doen tegen Wordfeud?

In principe kan er auteursrecht op een spel rusten. Het moet dan gaan om een creatief en origineel uitgewerkt ontwerp, en daarvan zal bij een bordspel al snel sprake zijn. De bordlayout, icoontjes, poppetjes en dergelijke zijn vrijwel altijd creatief lijkt me zo. In het arrest MB/Impag werd dat met zo veel woorden bevestigd. Een abstract spelconcept of idee is niet beschermd, de concrete vormgeving of uitwerking daarvan is dat wel.

Rust er auteursrecht op Scrabble? De bedenker is nog geen 70 jaar overleden, dus dat is goed mogelijk. Het bord is ook een creatief, origineel werk, want dat ontwerpen is zeker niet triviaal. Ook de uitgewerkte spelregels lijken me wel creatief, hoewel je daar goed over kunt twisten: waar ligt de grens tussen het idee “letters leggen” en de spelregels van Scrabble?

De punten die aan de letters worden toegekend, lijken me echter niet creatief. Die punten volgen uit de frequentie waarmee de letters in de Nederlandse taal voorkomen en zijn daarmee vooral een weerslag van feitelijke kennis. Je kunt voor een spelconcept met letters leggen niet anders dan de E maar één punt laten zijn en de Q tien. Net zo voor de woordenlijst: dat is een lijst met zo veel mogelijk Nederlandse woorden, en volgens het Van Dale/Romme-arrest is die niet beschermd.

Leggen we nu de Scrabble- en Wordfeud-borden naast elkaar, dan zie je zeker enige gelijkenis maar ook genoeg verschillen:

scrabble-wordfeud-vergeleken.png

Het voornaamste verschil is dat de vakjes met dubbele of drievoudige letter- of woordwaarde in een ander patroon liggen. Daarmee is de grootste angel vermeden: de layout van het bord is het grootste deel van het creatieve werk Scrabble, en die is hier duidelijk anders. De letters en hun punten zijn hetzelfde, maar dat is onvermijdelijk.

Auteursrechtelijk afwijken is echter niet genoeg. Er is ook nog de slaafse nabootsing, en laat daar nu net door Scrabble over geprocedeerd zijn. In 1960 was de vraag of het gezelschapsspel “Board Script” een nabootsing zijn van Scrabble. Auteursrecht stond hier niet ter discussie: de vraag was of Board Script wel genoeg had gedaan om af te wijken van Scrabble.

De Hoge Raad bevestigde in haar arrest nogmaals dat het onrechtmatig is om andermans spel na te maken, óók als daar geen auteursrechten op rusten. Het criterium daarbij is of je zonder technische of functionele problemen ook een andere vorm of keuze had kunnen maken bij het ontwerp van jouw spel. Je hoeft echter niet op álle punten anders te zijn als dat in theorie had gekund. Genoeg is dat je alles doet dat redelijkerwijs nodig is om af te wijken en aldus verwarring te vermijden.

Bij het Board Script-spel was dat zo. Belangrijk voor dat oordeel was dat de layout van de dubbel- en tripelwaardevakjes anders was. Ook kleur en begeleidende tekst was compleet anders. Bepaalde letters hadden daarnaast een andere waarde. En als laatste had het spel duidelijk een eigen naam die ook in de presentatie naar voren kwam. Vergelijk zelf maar:

scrabble-board-script.png

Met al deze verschillen was er voldoende afstand genomen van Scrabble (hoewel ik persoonlijk de grote S wel dubieus vind). Dat het wellicht niet netjes is om andermans spel na te maken, was volgens de Hoge Raad irrelevant. Concurrentie staat iedereen vrij, juridisch gezien. Sindsdien zijn er een hele batterij Scrabble-imitaties op de markt verschenen, en als daartegen geprocedeerd is dan kan ik het niet vinden.

Een Amerikaanse rechtszaak tegen Scrabulous (een soort-van Wordfeud avant la lettre) werd ingetrokken nadat de laatste het spel op een aantal punten had aangepast.

Wordfeud lijkt me dus zonder meer legaal.

Wie wel moeten uitkijken, zijn al die winkeliers die nu Scrabble gaan verkopen en daarbij de merknamen Wordfeud en Scrabble door elkaar gaan gebruiken. Een tekst als “Scrabble, het offline Wordfeud” is merkenrechtelijk dubieus. Net als al die sites die “online scrabbelen” zeggen om Wordfeud (of kloon daar weer van) aan te prijzen. Met Wordfeud wordfeud je, met Scrabble scrabble je. Pardon, speel je een gezelschapsspel waarbij de deelnemers op een bord woorden moeten vormen van losse letters.

Arnoud

De geschiedenis van Digital Rights Management

drm-kop-halfvol-leeg-digitaal-vergiet.jpgOp opensource.com vond ik (via) een mooi overzicht van gefaalde DRM systemen, van Realnetworks/Rhapsody tot Apple, Microsoft PlaysForSure en Nokia. Aanleiding was de aankondiging van Rhapsody dat iedereen voor 7 november zijn DRM-beveiligde muziek moet omzetten naar een ander formaat, omdat anders ze niet meer af te spelen zijn op die datum.

Het artikel laat de geschiedenis van DRM beginnen in 1998, toen de Digital Millennium Copyright Act werd aangenomen en het omzeilen of kraken van DRM verboden werd. Het idee van DRM is eigenlijk nog ouder dan dat, en niet alleen omdat de DMCA afkomstig is uit het WIPO Auteursrechtenverdrag uit 1996. In datzelfde jaar publiceerde Mark Stefik van Parc de paper Letting loose the light (PDF, 2,5MB) waarin hij het idee beschreef waar DRM op gebaseerd is. (Stefik was later oprichter van Intertrust, een firma die DRM technologie ontwikkelde. Intertrust werd in 2002 gekocht door Philips en ja ik werkte daar toen.)

Stefiks artikel was een reactie op John Perry Barlow die schreef dat door het eenvoudig en perfect kopiëren dat het internet mogelijk maakt, het idee van auteursrecht ondergraven wordt. Auteursrecht is gebaseerd op de aanname dat je werken per stuk kunt verkopen, en zo kunt afrekenen per stuk ook. Het elegante van dit systeem is dat het geen kwaliteitstoets nodig heeft, in tegenstelling tot systemen waarbij de overheid subsidie geeft aan bepaalde kunstenaars (wie kies je? welke werken koop je aan?) of waarbij je als maker een mecenas moet zoeken die je werk hopelijk leuk genoeg geeft. Met het auteursrecht in deze vorm beslist de markt. Als veel mensen je werk kopen, dan verdien je veel geld. Maak je werk waar niemand op zit te wachten, dan krijg je geen inkomsten en dan moet je maar wat anders gaan doen. Zo ontstaat er een markt voor werken waar iedere auteur/maker zich op kan begeven en via zijn auteursrecht kan proberen zijn of haar boterham te verdienen.

Die aanname komt echter flink onder druk wanneer iedereen onbeperkt kan kopiëren zonder enige kwaliteitsverlies. Je kunt werken wel “bottelen” zoals Barlow het noemt, maar alles loopt meteen weg door het elektronisch vergiet. Stefiks idee was dan ook om de onbeperkte waterval die het internet is, weer om te zetten in een grote verzameling flessen. Hij introduceerde daarvoor het concept van “trusted systems”, systemen die de regels gezet door auteursrechthebbenden netjes naleven en weigeren acties uit te voeren die niet gelicentieerd zijn. Met zulke systemen zou de elektronische handel in flessen, pardon werken op gang moeten komen. Je hoeft als auteur niet meer bang te zijn dat je werk wordt gekopieerd, en daarmee zou je de markt moeten willen betreden.

Het systeem werd ook wel superdistributie genoemd, want distributie en beschikbaarstellen stond centraal. Iedereen mocht werk kopiëren, graag zelfs. Alleen: wie het werk wilde gebruiken, moest gaan betalen. Stefik introduceerde daarvoor het concept van een rechtenbeschrijving, waarin de rechten zouden worden vastgelegd die je voor een werk kon kopen. Daarmee is in theorie een heel flexibel model mogelijk. Wil je heel weinig, bijvoorbeeld één keer kijken, dan betaal je weinig en het rechtensysteem zorgt ervoor dat je ook niet meer kunt dan dat. Wil je veel, bijvoorbeeld onbeperkt kijken én delen met vrienden, dan betaal je meer en dan wordt dat ook allemaal mogelijk. Wettelijke uitzonderingen zoals citaatrecht zouden kunnen worden voorgeprogrammeerd binnen zekere grenzen.

Helaas bleek de praktijk weerbarstig: de industrie zag dit model en paste het toe als “u mag heel weinig én u betaalt heel veel”. Geen enkel DRM-systeem op de markt heeft ooit de consument écht de mogelijkheid geboden flexibel rechten te kopen, of zelfs maar om meer te kopen dan een tijdelijk gebruiksrecht voor een lageresolutieversie op de PC.

time-magazine-napster.jpgIn 1999 werd Napster opgericht. Deze bestandsdeeldienst had een goede positie om een DRM-achtige oplossing te introduceren. Haar centrale server maakte het mogelijk om alle uitwisseling in de gaten te houden, en dan af te rekenen en/of beperkingen te introduceren à la het systeem van Stefik. De muziekindustrie zag Napster echter als niets meer dan piraterij en procedeerde de club kapot.

In Nederland speelde iets later ongeveer hetzelfde bij Kazaa. Dit bedrijf was ook in de gelegenheid om te monitoren wat mensen up- en downloadden, en was bereid daar een vergoeding over af te dragen aan Buma/Stemra. Dit werd echter op het laatste moment onmogelijk gemaakt doordat Kazaa in de VS werd aangeklaagd. Juridische stappen tegen B/S leidden wel tot een Hoge Raad-arrest dat de software legaal was maar niet tot een gelegaliseerde uitwisselingsdienst.

Daarmee was eigenlijk de kans voor DRM binnen bestandsuitwisseling (filesharing) wel verkeken. Ontwikkelaars van nieuwe systemen richtten zich op het niet-aanpakbaar maken, bijvoorbeeld door centrale servers te dumpen zodat geen partij meer aan te klagen was. De Pirate Bay zette daarbij de toon. In reactie daarop begon de industrie steeds verder om zich heen te slaan en partijen aan te pakken die op indirecte wijze bij inbreuk betrokken waren. Bij ons heeft stichting Brein de afgelopen vijf, zes jaar een heel raamwerk van rechtspraak opgetuigd rond partijen die hyperlinks of andere informatie aanboden naar illegaal uitwisselen, en men is van plan ook door te pakken naar betaalsystemen en internetproviders. Ondertussen wordt elk DRM- en encryptiesysteem gekraakt zodra het op de markt komt. Dat is een wapenwedloop die onmogelijk tot een zinnige oplossing kan leiden.

Nieuwe systemen waarbij mensen een eerlijke prijs betalen voor een redelijke set mogelijkheden zie ik echter niet meer ontstaan. Sterker nog, de trend is juist om DRM te dumpen. Deze trend werd ingezet door Steve Jobs, die op geheel eigen wijze de muziekindustrie min of meer dwong te accepteren dat hij DRM-vrije muziek kon verkopen via iTunes. Sindsdien is muziek steeds vaker DRM-vrij te koop, hoewel vaker wel duurder en tegen slechtere kwaliteit maar dat zou een kwestie van tijd moeten zijn.

drm-verwijderen.pngVoor films blijft de industrie vasthouden aan DRM, en wel in het model “u mag niets en betaalt de hoofdprijs”. Want ja, eigenlijk moet er nog een paar jaar verdiend worden aan Blu-Ray voordat het verkoopkanaal “internet” aangeboord kan worden. De industrie gaat namelijk uit van het idee “iedereen moet betalen, voor elk gebruik” en wil maximaal verdienen uit elk kanaal. Het meest extreme voorbeeld is de Disneykluis: Disneyfilms komen slechts ééns per generatie uit, zodat iedereen ze weer opnieuw gaat kopen.

En dat is de tragiek van het systeem: het had zo mooi kunnen zijn, superdistributie en betalen per gebruik. Maar DRM is alleen ingezet als antipiraterijsysteem en voor het maximaal uitpersen van de consument. Daarmee is ieder draagvlak voor het systeem weggenomen.

Hoe het dan wel moet? Eerlijk gezegd heb ik geen idee. Het lijkt me te laat om nu nog een vriendelijk en bruikbaar DRM systeem te introduceren zoals Stefik dat voor ogen had. De kampen zijn te verhard – de discussie gaat nu zo ongeveer over de vraag of elektriciteitsmaatschappijen aansprakelijk zijn voor inbreuk gepleegd door hun afnemers, niet over hoe we filmverkoop via internet gaan stimuleren. En ook de politiek lijkt alleen nog te focusseren op het idee dat piraterij moet worden gestopt zodat magischerwijs er ineens een groot legaal aanbod gaat komen.

Ik blijf terugkomen bij het idee van verplichte licenties: sta toe dat iedereen werk kopieert maar verplicht winstafdracht aan rechthebbenden. En nee, ook dat systeem is niet perfect. Maar wie wat beters weet, mag het zeggen.

Arnoud<br/> Foto: Michael Vroegop, Flickr, CC-BY 2.0

RealNetworks verliest rechtszaak om hyperlink

RealNetworks is onderuit gegaan in de zaak tegen Hilbrand Edskes over een hyperlink naar Real Alternative, las ik gisteren bij Webwereld. Edskes beheert de website CodecPack waar veel links naar freeware op staan. Een van de pakketten is Real Alternative, een alternatief voor Real Player van RealNetworks. Real had via een ex parte beschikking(!) inbeslagname van zijn computers en een inval in zijn huis geregeld, omdat RA inbreuk op de rechten van Real zou maken. De rechtbank Den Haag vernietigt het vonnis compleet en verplicht Real tot betaling van Edskes’ advocaatkosten.

Reals vordering was gebaseerd op het feit dat Real Alternative (een meukvrije en snellere speler voor video’s in het Real-formaat) inbreuk op haar auteursrechten zou maken, omdat er codecs overgenomen zouden zijn. Real stelde daarvoor Edskes aansprakelijk en trok maar meteen het misbaksel van de ex parte beschikking uit de kast: een vonnis zonder tegenspraak, dat je zo ongeveer altijd krijgt met een mooi verhaal dat er inbreuk zou zijn. Voor zover ik kan zien primair gebaseerd op het feit dat Edskes linkte via een speciale DNS entry, waarbij je een redirect via “server-b1.edskes.com” kreeg die weer naar de de feitelijke URL (bij de Duitse softwaresite Freenet) verwees. Deze redirect helpt onder meer tegen linkjatters.

Vervolgens startte Real een bodemprocedure, een echte rechtszaak dus, waarin ze zo’n twee ton schadevergoeding eiste van de siteaanbieder. Daarbij werd die DNS-redirect aangegrepen als bewijs dat Edskes zelf zou verspreiden. Uit het vonnis blijkt dat de rechter dit niet accepteert. Dat het lijkt of een bestand van een bepaalde server komt, betekent nog niet dat het ook echt zo is. Wie doet of hij films verspreidt, pleegt nog geen inbreuk.

Ook het argument dat Edskes’ link de enige manier was om het programma te downloaden en daarmee een publicatie wordt afgewezen. De gedachte daarachter was dat “openbaarmaken” uit de Auteurswet neerkomt op “aan het publiek beschikbaar stellen” en wie de link of sleutel tot een verborgen bron publiceert, zou je kunnen zien als de beschikbaarsteller en dus de openbaarmaker.

Wie nu aan FTD moet denken: inderdaad, dat argument speelde ook daar. Zijn forumposts die zeggen “in alt.binaries.boneless staat de film Avatar.dvdrip.Axxo.mk4” een publicatie van de film? Nee, zei het Hof Den Haag destijds en nee zegt de rechtbank Den Haag nu ook.

Het beschikbaar stellen van Real Alternative aan het publiek gebeurde niet binnen de website van [Edskes], althans onder zijn zeggenschap of controle, maar op een andere server namelijk die van Freenet. Na het aanklikken van de link werd een ander frame geopend waarbinnen de gebruiker diende in te stemmen met het downloaden van Real Alternative naar zijn eigen computer. [Edskes] stelde met zijn link dan ook slechts een “bewegwijzering” ter beschikking naar de locatie waar het bestand Real Alternative voor het publiek toegankelijk was.

Ook had Real gesteld dat Edskes een ’tussenpersoon’ is, vergelijkbaar met een internetprovider zeg maar, die anderen in staat stelt informatie op internet te betrekken. Als zo’n tussenpersoon betrokken is bij een inbreuk via zijn dienst, dan kan hij verplicht worden in te grijpen. (Inderdaad, dit is hoe Brein wil dat Ziggo en XS4All de PiraatBaai.org gaan blokkeren.) Die stelling was gebaseerd op het feit dat Edskes een link aanbood. De rechtbank “vermag niet in te zien” hoe dat argument in elkaar steekt (ik ook niet trouwens).

Als laatste trekt Real nog de Brein-jurisprudentie uit de kast omtrent linksites: het structureel en systematisch faciliteren van inbreuk is onrechtmatig, ook als je zelf niets verspreidt of openbaar maakt, als je daar financieel gewin mee haalt. En al meteen daar gaat het fout: Edskes verdiende niets aan zijn site.

Bovendien geldt er bij die rechtspraak ook dat je wel moet hebben geweten dat de hyperlinks structureel illegaal zijn. En zeg eens eerlijk, had u dat gedacht van Real Alternative totdat u las dat Realplayer Edskes ging slopen?

Edskes had stapels producties overlegd waaruit bleek dat zo ongeveer de hele IT-wereld Real Alternative als legaal zag, en dat naast Freenet tientallen websites Real Alternative (gratis) te downloaden aanboden en nog steeds aanbieden. Dat Freenet zelf een grote softwaresite is, van wie je toch enige zorgvuldigheid mag verwachten, woog ook mee.

Alles bij elkaar kan Edskes niet worden verweten dat hij structureel, systematisch en uit winstbejag een hyperlink aanbood. Oftewel: er was niets mis met wat hij deed. Real mag zijn advocaat betalen: 46.000 euro.

Mark Jansen van Dirkzwager wijst erop dat deze redenering van de rechtbank wel eens gevolgen kan hebben voor het embedden van foto’s en films. Daarbij wordt vaak gezegd “de techniek is niet relevant, het gaat erom dat mensen het zien”. Mooi gevonden!

Opmerkelijk is nog dat Real het ex parte misbaksel blijkt te hebben gebruikt om internationaal te claimen dat er een verbod is uitgesproken én tegen Techzine te claimen dat de software ‘dus’ onrechtmatig was en ook bij haar verwijderd moest worden. Hoezo op de zaak vooruit lopen?

Update (7 november) Realnetworks meldt “door te gaan” met de juridische stappen. Welk juridisch belang ze daarbij hebben (de software is weg immers) is me onduidelijk.

Arnoud

Hoe voorkom ik claims over foto’s van mijn gebruikers?

klacht-complaint.jpgVele lezers vroegen me:

Ik beheer een forum/webstek waar leden foto’s kunnen plaatsen. Iedereen mag zelf kiezen wat hij of zij plaatst, maar als ik ongepaste foto’s zie (of een klacht krijg) dan grijp ik natuurlijk wel in. Nu had ik gehoord dat ik als beheerder toch aansprakelijk ben, en dat ik claims van partijen als Getty kan krijgen. Klopt dat? Hoe kan ik dit oplossen?

Een forumbeheerder neemt inderdaad een risico als hij gebruikers toestaat foto’s te plaatsen. Wanneer de fotograaf daar geen toestemming voor heeft gegeven, is de publicatie op het forum een inbreuk op het auteursrecht. De plaatser is daarvoor aansprakelijk, maar de beheerder kan zomaar óók aansprakelijk zijn.

De wet bevat sinds eind jaren negentig een uitzondering voor partijen die informatie van een ander opslaan en doorgeven, waar een forum zich op zou moeten kunnen beroepen. Dergelijke partijen zijn niet aansprakelijk voor die informatie, zo staat in de wet, mits ze de informatie maar niet selecteren of wijzigen. Maar diverse rechtszaken hebben deze uitzondering behoorlijk uitgekleed. Zodra je actief gaat modereren, of gaat meediscussiëren, vindt de rechter dat je niet meer zo’n passief doorgeefluik bent.

Fotosite ShowBizNewz was aansprakelijk voor foto’s die gebruikers uploadden, omdat zij gebruikers uitnodigde foto’s te uploaden en er bedacht op had moeten zijn dat op die foto’s vaak auteursrecht zou rusten (omdat het celebrityfoto’s waren). De rechtbank oordeelde daarbij:

Het is aan [ShowBizNewz] om haar bedrijf zodanig in te richten dat zij maatregelen treft ter voorkoming van inbreukmakende handelingen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de mogelijkheid degene die een foto als hier bedoeld op de site van [ShowBizNewz] plaatst na een toelichting vooraf te laten verklaren dat hij of zij de rechthebbende op die foto is. De in de voorwaarden van [ShowBizNewz] opgenomen disclaimer is daartoe in ieder geval niet voldoende.

Dat suggereert dat je een eind zou moeten kunnen komen met een aanvinkvakje “Ik verklaar deze foto zelf gemaakt te hebben” of tekst van gelijke strekking. Maar uiteindelijk gaat het nooit alléén om een tekstje, het gaat om de gehele indruk die een site maakt. En als evident is dat het aanvinkvakje er puur voor de vorm staat en iedereen donders goed weet dat de feitelijke situatie anders ligt, dan ga je als forum nog steeds nat.

Het forum Internetoplichting werd in eerste instantie aansprakelijk gehouden, maar dat werd later teruggedraaid. Daarentegen was de Pompengids weer niet aansprakelijk voor informatie geplaatst door haar leden (pompverkoopbedrijven). Zij mocht afgaan op de juistheid van wat die leden verklaarden, en er waren hier genoeg legitieme redenen denkbaar waarom een lid zou verklaren een bepaald type merkpomp te verkopen zonder toestemming van de merkhouder (met name parallelle import daarvan, wat legaal is maar merkhouders niet leuk vinden).

Soms is de foto om een andere reden legaal. In de Maroc-arrest bepaalde het Hof dat het overnemen van een nieuwsbericht met foto legaal kan zijn als citaat, wanneer het artikel de functie heeft van discussie-inleider en de foto daaraan bijdraagt. Wel moet dan natuurlijk de naam van de fotograaf genoemd zijn, want bronvermelding is verplicht bij beeldcitaatrecht.

De persexceptie wordt ook veel genoemd, maar die is effectief dood. En bovendien is een forum gewoonlijk geen “persmedium”. Een forum brengt geen nieuws maar laat mensen hooguit discussiëren over nieuws.

Veel fotografen sturen de beheerder gewoon de factuur in plaats van uit te zoeken of deze wellicht niet aansprakelijk is. Een voor beheerders vervelende maar wel legale manier van werken: de uploader/gebruiker is niet te identificeren, en bovendien moet de beheerder bewijzen dat hij zich kan beroepen op de beperking van aansprakelijkheid, anders is hij gewoon aansprakelijk voor foto’s van zijn leden. Tenzij natuurlijk een wettelijke uitzondering zoals citaatrecht geldt – maar ook dat moet de forumbeheerder stellen en bewijzen.

Arnoud