Usenetprovider maakt zelf openbaar

usenet-articles.jpgUsenetprovider NSE maakt zelfstandig inbreuk op auteursrechten door muziek en films van Brein-aangeslotenen door te geen. Dat vonniste de rechtbank Amsterdam vorige week. NSE moet deze content – 80 procent van het aanbod – van haar servers verwijderen, met een dwangsom van 50.000 euro per dag. Bij Webwereld meldt NSE dat hiermee het dreigt het volledige platleggen van Usenet als netwerk dreigt. Dit vonnis naleven én de binary nieuwsgroepen in de lucht houden lijkt me inderdaad onmogelijk. En als je de stekker uit alt.binaries trekt, hou je te weinig over om nog een levensvatbare dienst aan te kunnen bieden vermoed ik.

De zaak tegen NSE is deel van de strategie van stichting Brein om discussie- en vooral bestandsuitwisselplatform Usenet aan te pakken. Eerst verloor platform FTD: hoewel downloaden van Usenet legaal verklaard werd, stimuleerde FTD wel het uploaden omdat je kudos kon geven aan uploaders. En volgens de auteursrechtenwaakhond is de volgende stap nu het aanpakken van de vele Usenetresellers die de consumentenmarkt bedienen.

Usenet is ouder dan internet, en ooit begonnen als discussienetwerk. Maar zeker de afgelopen tien jaar is de discussie goeddeels verschoven naar internetforums en mailinglijsten, en werd Usenet vooral gebruikt om bestanden uit te wisselen. Het mechanisme van Usenet is zo opgezet dat één bericht snel over honderden servers verspreid kan worden vanaf waar iedereen het kan downloaden. Zo wordt nergens één server overbelast door alle opvragingen. Ook kunnen serveraanbieders – Usenetproviders – kiezen wat ze wel of niet willen aannemen van hun collega’s.

usenet-schema.pngDe positie van Usenetproviders binnen de wet is altijd voer geweest voor veel discussie. De wet kent een beschermingsregime voor twee categorieën dienstverleners: zij die slechts passief informatie doorgeven, eventueel met een tijdelijke cache, en zij die informatie opslaan en doorgeven. De eerste categorie (‘access’) is niet aansprakelijk voor de inhoud. De tweede categorie (‘hosting’) is gehouden een notice-takedownsysteem te hanteren, maar is verder niet aansprakelijk voor de inhoud. Deze definities zijn geschreven voor de klassieke internetproviders: internettoegang en hosting, respectievelijk.

Waar Usenet nu onder te scharen? Usenetproviders werken met tijdelijke opslag, daarna worden berichten automatisch weggegooid. Het ligt dan voor de hand om ze als access provider met cache aan te merken. Dat was ook het verweer van NSE, maar de rechtbank gaat daar niet in mee. De wet eist dat de cache “tijdelijk” is, en NSE bewaarde berichten tot 400 dagen. Of dat tijdelijk is, is een goeie vraag. NSE bewaarde berichten 400 dagen omdat iedereen dat doet – en de wet hanteert als maatstaf wat ‘gebruikelijk’ is om te bepalen of iets tijdelijk is.

De rechtbank komt aan deze analyse echter niet toe, en dat is jammer. Men begint meteen met de Auteurswet erbij te pakken: maakt NSE zelf de muziek en films van de Brein-aangeslotenen openbaar? Het synchroniseren van usenetservers tussen de verschillende providers ziet de rechtbank niet als een auteursrechtschending. Daarvoor is nodig dat informatie aan het publiek wordt aangeboden, en de beperkte groep van collega-providers is geen publiek.

Het ontvangen en doorgeven van berichten aan de eigen gebruikers, of aan gebruikers van resellers, is daarentegen wél een schending van het auteursrecht. NSE is daarvoor verantwoordelijk. Ze biedt meer dan alleen de technische faciliteit, en gaat daarmee te ver. Wat ze nu precies meer biedt is me niet duidelijk uit het vonnis. Het lijkt te maken te hebben met de keuze van NSE hoe lang ze berichten bewaart, maar de motivatie (zie 4.25) blinkt niet uit in helderheid. Zoals ik het lees, komt het echt neer op “je geeft zelf door dus je maakt openbaar”.

Voor schade als gevolg van deze inbreuken mag stichting Brein geen vordering instellen. Brein is een collectieve belangenbehartiger die optreedt voor haar achterban. Maar zo’n organisatie mag geen schadeclaims instellen, zo staat in de wet (art. 3:305a BW, zie ook dit Hoge Raad-arrest). Schade kan alleen de achterban zelf vorderen, en daarbij kan dan per geval worden bekeken hoe groot die is en of wellicht sprake is van “eigen schuld” of een impliciete licentie.

Omdat er geen schadevergoeding mag worden gevorderd, verklaart de rechtbank dat ze niet naar de beperking van aansprakelijkheid voor providers hoeft te kijken. Immers als de eiser iets niet mag eisen dan hoef je ook niet te kijken of de gedaagde zich tegen die eis kan verweren. Hier vliegt de rechtbank écht uit de bocht: het hier gaat niet alleen om aansprakelijkheid voor schade maar óók om aansprakelijkheid voor inbreuk als zodanig. De bedoeling van de wetgever is om providers te vrijwaren van claims voor wat ze doorgeven. Niet alleen schadeclaims, maar ook verbodsclaims.

Zo ontstaat er met dit vonnis de gekke situatie dat NSE wordt verweten zelf de content openbaar te maken. Maar ze doet niet meer dan wat elke provider doet: ontvangen en doorgeven van informatie die van klanten (of het grote boze internet) afkomstig is. Als díe situatie ertoe leidt dat je inbreuk maakt, dan geldt dat ook voor andere internetproviders. Ook UPC en Ziggo ontvangen informatie van klanten en geven die door aan “het publiek”, en omgekeerd ze halen informatie op van internet en geven die door aan hun klanten. Zij maken die dus ook openbaar. Wat is het verschil?

Natuurlijk, Usenet staat vol met illegale uploads, maar dát staat niet in de wet als criterium. Het zou interessant zijn om een inhoudelijke argumentatie te zien hoe het karakter van de dienst meegewogen zou moeten worden bij de beperking van aansprakelijkheid. Maar door dit wetsartikel zó makkelijk terzijde te schuiven, schept de rechtbank een precedent van jewelste.

Arnoud

Hoe kan ik sommig commercieel gebruik toestaan bij Creative-Commonslicenties?

Een lezer vroeg me:

Ik ben fotograaf en maak portretfoto’s. Nu had ik het idee om een dienst aan te bieden waarbij je gratis een portretfoto kunt maken, onder de Creative-Commonslicentie Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken (BY-NC-ND). Zo kunnen mensen als privépersoon een mooie foto publiceren op hun Facebookpagina en krijg ik naamsbekendheid. Willen mensen die foto commercieel gebruiken, dan moeten ze apart komen betalen.

Nu liep ik tegen één probleem aan: wat nu als mensen die foto op een bedrijfswebsite zetten of aan hun Linkedin- of Plaxo-profiel koppelen? Dat zijn immers zakelijke netwerken. Is dan sprake van ‘commercieel gebruik’? Hoe kan ik aangeven dat dat wel mag (met mijn naamsvermelding natuurlijk) zonder meteen ál het commercieel gebruik toe te staan?

Creative Commons is een set standaardlicenties waarmee je kunt aangeven dat mensen je werk mogen gebruiken, behoudens enkele uitzonderingen Auteursrecht zoals het zou moeten werken dus. Omdat het standaardlicenties zijn, zijn de regels zwartwit en is het niet mogelijk om eigen uitzonderingen toe te voegen.

Speciaal voor commercieel gebruik betekent dat dat je alleen mag kiezen of dat wél of niet mag, maar niet welke vormen van commercieel wel of niet mogen. Je mag bijvoorbeeld niet zeggen dat een goed doel je foto wél mag gebruiken voor een wervingscampagne maar een bedrijf niet in zijn advertentiecampagnes. Beide campagnes zijn gericht op “financieel gewin” en dat is de definitie van “commercieel”. Dus of beiden mogen, of geen van beiden.

Een oplossing die soms werkt, is toelichten hoe je een bepaald twijfelgeval interpreteert. Zo’n toelichting is formeel geen deel van de licentie, maar hij kan wel tegen je worden gebruikt want hij bewijst hoe jij het licentiecontract interpreteerde. En daar mag de wederpartij je dan aan houden.

Je zou dus kunnen zeggen “Ik vind het gebruik van een portretfoto op een profielpagina geen ‘gebruik voor direct of indirect geldelijk gewin’ zolang geen geld wordt gevraagd voor het bekijken, publiceren of kopiëren van de foto.” Dit is een verduidelijking van het verbod, en deze gaat niet in tegen de tekst van het verbod zelf. Dat is dus prima.

Natuurlijk zitten hier grenzen. Een uitzondering als “ik vind het maximaal 50 euro vragen voor een kopie geen commercieel gebruik” gaat natuurlijk niet werken, want die tekst spreekt de definitie van ‘commercieel’ tegen. Geld vragen voor een kopie is zó evident commercieel dat je dat niet met een uitzondering opzij kunt zetten.

Arnoud

Al te hard auteursrechtelijk blaffen eindelijk eens aangepakt

zonnepanelen-breuk-inbreuk.jpgDat je geen artikelen of foto’s integraal mag herpubliceren zonder toestemming (behoudens soms citaatrecht), zouden de meeste mensen wel moeten weten zou je denken. De praktijk is echter anders: bijna dagelijks krijg ik mails van mensen die een claim van een of andere fotograaf of andere auteursrechthebbende aan de broek hebben. Bekende partijen die dit doen zijn Getty Images (Van der Steenhoven advocaten), Cozzmoss (Banning Advocaten) en diverse fotografen vertegenwoordigd door i-EE advocaten.

Nou valt er over het principe “mag niet” weinig te twisten: hoewel dat anders zou moeten, is de wet de wet – en die zegt dat je toestemming moet vragen. Lukt dat niet, om welke reden dan ook (al is het maar dat de auteur onbekend is) dan heb je gewoon dikke pech. Het probleem dat ik heb met zulke claims is dat er wel met een heel grote hark wordt geschreven. De grootste boosdoener is de volledige proceskostenvergoeding: volgens de wet heeft een rechthebbende recht op vergoeding van de werkelijke rekening van zijn advocaat als hij wint. En zo’n rekening kan rustig enkele duizenden euro’s zijn.

Ook discutabel is de manier waarop rechthebbenden hun schade uit de duim zuigenberekenen. In principe heb je volgens de wet alleen recht op een vergoeding van daadwerkelijke schade. En die is niet hetzelfde als het geldbedrag dat je grootste opdrachtgever ooit eens betaalde voor een ander artikel. Het moet gaan om de in de markt gebruikelijke tarieven voor dergelijke werken. En een opslag “voor gederfde exclusiviteit” of “ter afschrikking” mag al helemaal niet. Dat is een verkapte boete, en boetes zijn tegen de wet in het civiele recht.

En ja, dat stoort mij buitengewoon. Wie nu zegt dat ik dus auteursrecht wil afschaffen, kan jeuk krijgen: het gaat me erom dat rechthebbenden consequent een veel te grote broek aantrekken met die claims en dat deze wijze van handhaving tegen de wet is maar dat rechthebbenden er regelmatig mee wegkomen. En dat allemaal onder het motto “het auteursrecht moet beschermd tegen internetgraaiers”.

Van een recent vonnis werd ik toch even vrolijk: géén hoge opslagen, geen boetes voor schending auteursrecht en geen tweeduizend euro advocaatkosten voor de gedaagde.

Een bedrijf had een artikel uit de krant over een door haar ontwikkeld kozijnensysteem met zonnepanelen gepubliceerd, inclusief de foto die de krant daarbij had gepubliceerd. De fotograaf diende daarom een claim in: dit was immers schending van het auteursrecht. (Tip aan bedrijven: als je een krant een interview geeft, beding dan het recht het artikel inclusief foto op de eigen site te publiceren. Schriftelijk.) De fotograaf claimde ” 280 aan gebruiksrecht plus ” 250 aan kosten handhaving, maar hij was bereid het voor ” 900 euro af te doen.

Vervolgens meldt het vonnis dat “[gedaagde] tevergeefs diverse pogingen ondernomen om in der minne tot een oplossing met de gemachtigde van [eiser] te komen”. Kennelijk was de fotograaf niet bereid tot enig zakken, want de volgende stap (een klein jaar later) was een dagvaarding waarin een kleine drieduizend euro werd geëist – waarvan 840 euro schadeclaim en 2000 euro advocaatkosten.

De rechter maakt daar echter gehakt van. Hij begint met op te merken dat 280 euro hem redelijk voorkomt. Opmerkelijk genoeg hanteert hij daarbij de richtprijzen fotografie 2010, die echter geen enkele status hebben omdat ze niet door een brancheorganisatie zijn uitgegeven of op enig onderzoek zijn gebaseerd. (En ze mógen niet door een brancheorganisatie worden uitgegeven, omdat dat een verboden prijsafspraak oplevert.) Omdat de gedaagde de foto meteen heeft verwijderd, vindt de rechter die 280 euro echter toch wat hoog, en matigt deze naar 200 euro.

De 560 euro voor “vermindering van exclusiviteit” wordt afgewezen omdat dit niet is onderbouwd. Dit is correct: die 560 euro is gewoon een opslag (2x de 280 euro) en geen daadwerkelijke schade. En hoe je “exclusiviteit vermindert” oftewel je foto minder verhandelbaar wordt omdat iemand die overneemt, ontgaat me volledig. Je auteursrecht blijft toch bestaan?

De advocaatkosten van ” 2.078,48 worden ook afgewezen. Waarom, zo vraagt de rechter zich retorisch af, heeft deze fotograaf niet eerst zelf een briefje gestuurd maar meteen een advocate laten blaffen? En waarom is die dan “” 900,– (!)” gaan eisen als de schade 280 euro is?

Gelet op het verloop van de daarop volgende gebeurtenissen kan alleen maar geconcludeerd worden dat door de opstelling van [eiser] en/of zijn gemachtigde het door [gedaagde] gewenste minnelijke overleg geen doorgang gevonden heeft en het tot deze procedure gekomen is. Conclusie: wat [eiser] meer gevorderd heeft dan voormeld bedrag ad ” 200,–, inclusief BTW wegens derving licentie-inkomsten, moet worden afgewezen.

De fotograaf krijgt dus 200 euro, en geen cent meer. Die 2078 euro advocaatkosten mag hij zelf betalen. Oh, en hij mag óók de juridische kosten van de gedaagde betalen. Die zijn 50 euro omdat hij zichzelf verdedigd had. Had hij een advocaat een weerwoord laten schrijven, dan had diens rekening naar de fotograaf gekund.

Een mooi voorbeeld van hoe het hoort te gaan in de rechtspraak. Een rechthebbende die te veel eist, kan dus zomaar de proceskosten van de inbreukmaker op zijn bordje krijgen. Wel zal de inbreukmaker bereid moeten zijn om een redelijke vergoeding te betalen.

Arnoud

Is een nog werkende dieplink een openbaarmaking?

sexy-jurkje.pngOh jee, weer een executiegeschil. Maak je een foto openbaar als de dieplink naar het bestand nog steeds werkt, maar die URL nergens bekend is? Dat was de vraag (via) waar de rechter in een ruzie over de naleving van een vonnis over auteursrechtschending voor stond.

In juni werd het bedrijf Benstout veroordeeld wegens auteursrechtinbreuk. Het had in haar webshop foto’s van lingerie gebruikt van het Amerikaanse bedrijf Dreamgirl, dat daar geen toestemming voor had gegeven.

Het verweer van Benstout dat zij de betreffende foto’s had gekregen van de Chinese leverancier, werd niet geaccepteerd. Zelfs al zou men uit onwetendheid hebben gehandeld (wat geen argument is in het auteursrecht), dan nog vervalt dat omdat de Nederlandse wederverkoper ze herhaaldelijk op de inbreuk had aangesproken. Het bedrijf werd dan ook veroordeeld tot het verwijderen van de foto’s, op straffe van een dwangsom van 500 euro per dag.

Nu stond men er weer: waren de dwangsommen verschuldigd? Er bleken namelijk nog diverse foto’s oproepbaar die bij vonnis neit meer gepubliceerd mochten worden. Die foto’s waren echter geen onderdeel meer van de website, ze waren alleen nog in te zien als je de directe URL (http://static.mijnwebwinkel.nl/winkel/benstout/thumb15330710.jpg) intypte. Maar ze stonden er wel.

Ik was daarnet wat onnauwkeurig toen ik zei “verwijderen”. Het vonnis sprak specifiek van het stoppen van inbreuk, oftewel het staken van “openbaar maken en/of verveelvoudigen van deze foto’s”. En op die grond meent de rechter dat aan het vonnis is voldaan:

Die foto’s konden slechts worden gevonden indien men beschikte over “inside” informatie, namelijk de volledige URL beginnend met ‘static”. Zonder die kennis was het niet mogelijk de foto’s op de server te vinden. Onder dergelijke omstandigheden kan niet worden vol gehouden dat die bewuste foto’s op de server voor het gewone publiek toegankelijk waren.

De foto’s werden dus niet meer openbaar gemaakt of verveelvoudigd. Daarmee is geen sprake van verbeurde dwangsommen. Terecht, lijkt me. (Bij Mediareport wijzen ze erop dat dit in de Majesteit-zaak ook zo gevonnist werd.)

Je vraagt je af waarom iemand gaat procederen over foto’s die alleen met een dieplink nog op te roepen zijn.

Arnoud

Mijndomein wint ook in hoger beroep van konijn

nijntje-nijn-eleven.pngDe “Nijn-Eleven”-tekening is een rechtmatige parodie, aldus het Gerechtshof Amsterdam eerder deze week. De uitgeverij van de kinderboeken met het schattige konijn had internetprovider Mijndomein aangeklaagd toen deze een aantal grappig bedoelde spotprenten over het dier niet wilde verwijderen. In eerste instantie won Mijndomein over vijf van de zeven afbeeldingen, maar verbood de rechter juist de grappigste. Het Hof vindt nu echter ook deze door de beugel kunnen.

Eind 2009 had Mercis, de uitgever van de Nijntje-kinderboeken, hostingprovider Mijndomein voor de rechter gesleept omdat deze geen gehoor hadden gegeven aan een sommatie tot weghalen van zeven tekeningen waarin Nijntje op de hak werd genomen. Deze zouden het auteursrecht van Dick Bruna schenden. Mijndomein (overigens een klant van mijn bedrijf; ze werden hier bijgestaan door Kennedy van der Laan) vond deze klacht niet terecht: deze tekeningen vielen onder de parodie-uitzondering en daarmee zijn ze geen inbreuk op het auteursrecht. En als er geen inbreuk is, hoeft er ook niets weggehaald te worden.

De rechter was het daar in december 2009 grotendeels mee eens, maar verbood wél twee van de zeven tekeningen omdat die de grenzen van de parodie-uitzondering te buiten gingen. Deze tekeningen waren namelijk niet zelfgemaakte imitaties maar copypastewerk uit een originele Nijntje-tekening. De bekende Nijn-Eleven cartoon is bijvoorbeeld gewoon een kopie van Nijntje vliegt met twee flatgebouwen in de Bruna-stijl. Omdat je voor een parodie niet meer mag overnemen dan nodig is om je punt te maken, vond de rechter dit te ver gaan. Oftewel: je mag wel parodiëren maar dan moet je zelf tekenen, niet copypasten.

Het Hof vernietigt deze redenering. Het gaat er niet om of je copypaste dan wel zelf tekent, het gaat erom of je aan het bespotten dan wel grappenmaken bent. Dat kan prima door een gecopypasted origineel te bewerken, zoals in de Nijn-Eleven cartoon is gebeurd. En daarmee zijn alle zeven cartoons toelaatbaar:

Dat gebruik is, objectief bezien, in overeenstemming met hetgeen naar de regels van het huidige maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is, ook indien daarbij in aanmerking wordt genomen dat Bruna zich als geestelijk vader van Nijntje erdoor beledigd voelt, in verband waarmee hij zijn hierna nog te bespreken persoonlijkheidsrechten in het geding brengt. Aan Mercis c.s. kan worden toegegeven dat niet iedere als “humor” gepresenteerde associatie van Nijntje met drugs, seks, terrorisme, racisme, of andere onderwerpen die niet als “braaf” worden beschouwd, een toelaatbare parodie oplevert.

Ook had Mercis zich beroepen op de merkenrechten op het hoofd van Nijntje. Een gedeponeerd merk mag je niet zomaar gebruiken, ook niet voor nietcommerciële doelen, zo staat in de merkenwet. Maar bij een parodie is er óók onder de merkenwet ruimte. Deze parodieën hadden een humoristische bedoeling, concurrentiemotieven ontbraken en geen mens zal denken dat deze tekeningen van Bruna zelf zijn. Daarmee is er geen kans op verwarring (en profiteren daarvan) en dus is er geen sprake van merkinbreuk.

Mercis moet niet alleen de cartoons tolereren maar ook de advocaatkosten van Mijndomein betalen – een dikke 35 duizend euro.

Meer hele sterke Nijntjeparodieën bij Retecool.

Arnoud

Mag ik mijn werk automatiseren?

Een lezer vroeg me:

Voor mijn werk moet ik allerlei vragenlijsten invullen die we alleen op papier hebben. Met deze lijsten doorlopen we de workflow, zodat ik weet welke acties ik moet nemen en wat waar geadministreerd moet worden. Nu heb ik als hobby programmeren, dus ik ben op een zaterdagmiddag er eens voor gaan zitten en een applicatie gebouwd die me helpt de lijsten te doorlopen. Nu vroeg ik me af, kan ik deze applicatie nu gaan verkopen aan andere bedrijven in onze branche? Er is vast markt voor, want iedereen werkt met die papieren vragenlijsten.

Ok, dat was niet één specifieke lezer maar diverse: ik krijg zo ongeveer elke drie maanden een vraag van deze aard. Vandaar het gebrek aan specificiteit in wat de vragenlijsten doen en welke acties men onderneemt.

De eerste kwestie waar je tegenaan loopt, is of je wel het auteursrecht kunt claimen op deze software. Wat je maakt in het kader van je dienstverband is volgens de Auteurswet het eigendom van je werkgever. Daarbij maakt het niet uit of je onder werktijd werkt of in het weekend, of dat je een eigen PC gebruikt in plaats van de bedrijfslaptop.

De discussie zal hier dus alleen gaan over de vraag of het deel van je werk was om die applicatie te bouwen. Daarbij geldt als toets: had je werkgever je kunnen verplichten dit te doen? Of zou dat zó ver van je normale werk afliggen dat je dat redelijkerwijs had mogen weigeren? De functie van de werknemer lijkt me daarbij zeer belangrijk.

Een vrachtwagenchauffeur die zo de vrachtbrieven digitaal kan verwerken, kan denk ik zelf wel de rechten claimen. Een programmeur die de intake van nieuwe feature requests stroomlijnt met zo’n programma, zal geen eigen rechten kunnen claimen. Bij een administratief medewerker zit je in een grijs gebied: is verbeteren van de administratieve workflow niet deel van zijn werk?

Sommige vraagstellers hebben dit werk losgelaten op lijsten die van een derde zijn, bijvoorbeeld een leverancier of uitgever. In dat geval kan de applicatie tegen auteursrechten van die derde aanlopen. Daarbij zal het afhangen van wát je gebruikt: alleen de feiten die de leverancier ook gebruikt, of ook de systematiek of opbouw van het formulier? In het laatste geval kan de leverancier namelijk een auteursrecht claimen op die opbouw. Immers, het idee van “als het antwoord JA is, ga naar 5, ga anders naar 4” is een creatieve invulling. Die opbouw mag je dus niet overnemen.

Arnoud

RealNetworks wil smartegeld om hyperlink

real-alt.pngDat gegooi met ex parte verboden moet nu echt eens afgelopen zijn. Want als ik lees wat Realnetworks daarmee uithaalt dan kan ik daar alleen maar kwaad om worden. Een Nederlandse particulier zet een hyperlinksite op, en zit nu met 66.000 euro schade, plus een dreiging van 75.000 euro advocaatkosten daar nog bij mocht hij definitief veroordeeld worden. En waar gaat het om? Een link naar Real Alternative, dat overal op internet te vinden is.

Real had in een ex parte procedure (zonder wederhoor) gestelt dat de eigenaar van deze site de auteursrechten op Realplayer zou schenden, omdat via deze site het pakket Real Alternative te downloaden zou zijn. Real dacht kennelijk dat de linksite zélf de download aanbood, maar ook nadat vast kwam te staan dat dat niet het geval was, zette men de zaak door. Er loopt nu een bodemprocedure waarin Real schadevergoeding eist.

Je zou zeggen dat na een procedure in februari 2010(!) zo rond augustus 2011 wel eens afgelopen zou zijn. Maar nee, er is nog geen zicht op een einde: in december is er nog een hoorzitting, en zelfs als daarna de zaak voor vonnis gereed is, zal dat nog zeker acht weken duren. Leuk vooruitzicht, nog een jaartje zo’n kostenpost plus dreiging van het dubbele boven je hoofd hebben hangen.

Het lijkt me een goed idee om een regel in te voeren dat advocaten persoonlijk aansprakelijk zijn als ze een ex parte verzoek indienen dat later vernietigd wordt. Omdat het een procedure zonder tegenspraak is, moet de rechter afgaan op de informatie die de advocaat aandraagt. En als die niet blijkt te kloppen, dan moet dat consequenties hebben.

Arnoud

Einde van de persexceptie in het auteursrecht

In de categorie “Blijven liggen tijdens de vakantie”: de doodsteek aan de persexceptie, zoals uitgedeeld door het Hof Leeuwarden in een zaak tussen de Nederlandse Dagbladpers en de Provincie Flevoland. De persexceptie staat nieuwsmedia toe actuele nieuwsberichten over te nemen. Een auteursrechtvoorbehoud kan dit recht beperken, behalve bij “nieuwsberichten en gemengde berichten”. Maar volgens het Hof geldt deze uitzondering eigenlijk nooit.

De Provincie Flevoland maakte een knipselkrant van relevant nieuws. Geen elektronische, want daarvoor moeten rechten worden betaald, maar een papieren. Die was namelijk door de Hoge Raad legaal verklaard in 1995. Toch maakten de kranten bezwaar, omdat ze inkomsten misten.

Jammer dan, zou je zeggen, maar het auteursrecht heeft een ingebouwde feature creep: als rechthebbenden een nieuwe inkomstenbron construeren, dan moeten de uitzonderingen uit de wet daarvoor wijken. Dit moet ervoor zorgen dat uitzonderingen nooit de exploitatie van werken mag verstoren. Dit omdat “een hoog beschermingsniveau [moet worden] gegarandeerd voor auteursrechten en naburige rechten, omdat die rechten van wezenlijk belang zijn voor scheppend werk”.

De reactie van CopyRechten.nl is veelzeggend:

Wat is het ergste dat een integere journalist kan overkomen? Dat anderen er met zijn werk vandoor gaan. Uiteraard zonder eerst om toestemming te vragen en al helemaal zonder er voor te betalen. Het gebeurt dagelijks ettelijke keren en heel vaak heeft de hergebruiker het recht nog aan zijn zijde ook.

Schandalig immers: jatten ze je werk en dan is dat legaal ook nog.

Ons auteursrecht kent in artikel 15 Auteurswet namelijk een persexceptie die zegt dat nieuws mag worden overgenomen door andere nieuwsmedia, tenzij de rechten voorbehouden zijn. Maar lid 2 bevat een uitzondering over dat voorbehoud:

Ten aanzien van nieuwsberichten en gemengde berichten kan een voorbehoud als bedoeld in het eerste lid, onder 4° niet worden gemaakt.

Het Hof pakt artikel 5 van de Europese Auteursrechtenrichtlijn erbij, en ziet daar ook een persexceptie:

weergave in de pers, mededeling aan het publiek of beschikbaarstelling van gepubliceerde artikelen over actuele economische, politieke of religieuze onderwerpen of uitzendingen of ander materiaal van dezelfde aard, in gevallen waarin dat gebruik niet uitdrukkelijk is voorbehouden [en mits met bronvermelding]

maar dit artikel heeft geen uitzondering over voorbehouden. Er staat simpelweg: het mag, tenzij de rechten zijn voorbehouden. Het Hof concludeert dan ook dat een uitleg van artikel 15 waarbij auteursrechtelijk beschermde nieuwsberichten gratis mogen worden hergebruikt, in strijd is met Europees recht. Daarmee schendt de provincie de auteursrechten van de nieuwsmedia wiens berichten ze knipselt.

Maar wat moeten we dan met artikel 15 lid 2? Je zou zeggen, als het toepassen van die uitzondering niet mag dan staat daar een zinledig wetsartikel. Maar nee, volgens het Hof:

Artikel 15 lid 2 Auteurswet heeft dus de functie dat dergelijke onpersoonlijke geschriften” die niet vallen onder de Auteursrechtrichtlijn ” in het kader van de persexceptie mogen worden overgenomen ongeacht een mogelijk voorbehoud.

In de praktijk kan ik me geen nieuwsbericht voorstellen dat niet auteursrechtelijk beschermd is. Wie zit te wachten op en puur zakelijke opsomming van feiten zonder enige creatieve invulling? Misschien de ticker met de beursstanden, maar dat zal het zo ongeveer wel zijn.

Overigens hoeft een voorbehoud niet specifiek bij elk artikel te staan, een generiek voorbehoud in de disclaimer of colofon is volgens het Hof genoeg. Daarmee is het wel heel triviaal geworden de persexceptie uit te schakelen. En wie even zoekt, zal zien dat zowat elke nieuwssite dit ook gedaan heeft.

Guibault noemt het “more reasonable proportions” maar volgens mij is “nul” geen proportie. Ik ben benieuwd wanneer het citaatrecht met een vergelijkbare redenering omver gehaald wordt.

Het auteursrechtelijk beschermde website-ontwerp

Ontwerpen voor websites kunnen zelf auteursrechtelijk beschermd zijn. Het overnemen van zo’n ontwerp is dus problematisch, zeker als je dat doet nadat je het ontwerp hebt gekregen bij een offerte van een websitebouwer. Dat blijkt uit een vonnis (met plaatjes, leuk!) van twee weken terug (via). Natuurlijk betekent dit niet dat elk schetsje van een menubalk, contentvlak en voettekst beschermd is, of dat men auteursrechten kan claimen op het idee “zet een zoekgleuf rechtsboven”.

Het bedrijf DPA was toe aan een nieuwe website, en het bedrijf More-In had op verzoek een offerte met voorstel voor een nieuwe layout uitgebracht. Een mooi ontwerp wat mij betreft, en dat vond DPA zelf ook, alleen was er “intern een kink in de kabel gekomen” (lees: geen budget) zodat men de offerte toch moest afwijzen.

Kan gebeuren, alleen gingen de wenkbrauwen bij More-In behoorlijk omhoog toen een half jaar later DPA een nieuwe site in gebruik nam. Want, vergelijk zelf eens:

dpa-vergelijking.png

De rechtbank merkt het ontwerp van More-In aan als een auteursrechtelijk beschermd werk. Natuurlijk kan More-In geen auteursrechten claimen op het idee van een logo linksboven, een groot menu links en een klein menuutje boven, of een kader met “laatste berichten” onder de hoofd-content. Maar de concrete specifieke manier waarop zij al deze designideeën uitwerkt tot één samenhangend geheel levert wél een auteursrecht op.

Met name deze items waren doorslaggevend:

  1. het DPA-logo staat links bovenaan de pagina;
  2. twee brede balken, onder en boven in beeld;
  3. de bovenste brede balk is verdeeld in de verhouding 25%-75%, waarbij in het eerste deel de verschillende divisies van de DPA Group onder elkaar staan, en in het tweede deel foto’s van medewerkers zijn afgebeeld;
  4. om de verschillende divisies loopt een dunne rode lijn, die aan de rechterkant “geopend” is, zodat een zigzag-effect ontstaat (hierna: de zigzaglijn) en die verspringt naar de pagina/ divisie die men op dat moment bezoekt;
  5. boven de onderste balk is een roze balk/blok met daarin “Laatste publicaties” in rode letters met een rode streep eronder, en verder is het blok verdeeld in een aantal smallere tekstkolommen, waarbij de kopjes rood zijn en de tekst zwart;
  6. de beurskoersen zijn onderaan de onderste balk weergegeven in rode en grijze blokjes;
  7. een verdeling van het middelste deel van de pagina in drie kolommen, waarbij in de linkerkolom een keuzemenu staat, in de middenkolom tekst en in de rechterkolom twee afbeeldingen als button.

More-In vond dat hiermee haar zelfgekozen ‘designelementen’ uit haar ontwerp waren overgenomen. DPA verweerde zich door te stellen dat zij zelf hadden aangedragen wat er zoal op de site moest komen, zodat er geen sprake kon zijn van inbreuk op auteursrechten. Maar de rechtbank ziet geen van deze elementen terug in het originele ontwerp zoals aangedragen door DPA zelf. En dat bewijst dan meteen ook dat het ontwerp beschermd is: binnen het programma van eisen had DPA de ruimte bovengenoemde elementen zelf te bedenken en toe te voegen, dus er was ruimte voor creativiteit.

Als schadevergoeding moet DPA aan More-In ” 4.000 betalen, precies het bedrag van de post “Design concept ontwikkeling” van de offerte.

Arnoud

De algemene voorwaarden eisen mijn auteursrecht op!

Er lijkt weer een juristencongres geweest te zijn over “hoe schrijf ik algemene voorwaarden voor websites” met een workshop “want die leest toch iemand”, want de laatste tijd zie ik een hoop mails en blogs over auteursrechten in algemene voorwaarden. Recent bleek ook weer Google+ een regeltje te hebben dat je rechten op alles dat je daar plaatst, op zou eisen. Eerder blogde ik al over Dropbox en Twitpic met vergelijkbare regels. En het Accept or Decline-onderzoek liet ook duidelijk zien dat dit speelt.

In principe kunnen de gebruiksvoorwaarden van een website niet je auteursrechten opeisen. De reden is simpel: de Auteurswet eist een akte, een schriftelijk en ondertekend document waarin staat wat er wordt overgedragen en aan wie. Nu kan zo’n akte elektronisch worden opgesteld sinds een tijdje, maar het vereiste van de handtekening blijft gelden. En die zet je niet onder de gebruiksvoorwaarden van een site. Dus heb je geen rechten overgedragen door met gebruiksvoorwaarden akkoord te gaan.

Wel kunnen gebruiksvoorwaarden een (al dan niet brede) licentie eisen op hetgeen je uploadt naar of verstuurt via de dienst. De Google+ licentie eist bijvoorbeeld

a perpetual, irrevocable, worldwide, royalty-free, and non-exclusive license to reproduce, adapt, modify, translate, publish, publicly perform, publicly display and distribute any Content which you submit, post or display on or through, the Services.

maar zoals ondertussen gebruikelijk nadat daar heisa over komt, met deze zin er achteraan:

This license is for the sole purpose of enabling Google to display, distribute and promote the Services and may be revoked for certain Services as defined in the Additional Terms of those Services.

met, toegegeven, het sneaky werkwoord ‘promote’ erin. Oftewel Google mag je foto op een shirt zetten en dat verkopen bij de grote Google+ conferentie volgend jaar.

In de praktijk denk ik dat het wel meevalt met die brede licenties. Het zou een bedrijf zo veel badwill opleveren als men werkelijk ineens tshirtshopjes ging beginnen met de foto’s van haar gebruikers, dat ik me niet kan voorstellen dat iemand dit zal doen. En je kunt daarom denk ik ook wel juridisch betogen dat een dergelijke brede licentie onredelijk bezwarend is jegens de gebruiker van de site. Er is geen enkele legitieme reden om zo’n onbeperkte licentie te eisen, dus mag het niet.

Hetzelfde geldt voor het opeisen van auteursrechten. Er zijn juridische trucs om het akte-probleem te omzeilen. Zo kun je opnemen dat de gebruiker verplicht is om op verzoek mee naar de notaris te gaan en een akte te ondertekenen die hem dan onder de neus geschoven zal worden. Die verplichting is op zichzelf nog geen akte, dus je hoeft niet te tekenen om daaraan vast te zitten. Dit is ‘gewoon’ een algemene voorwaarde waar je mee akkoord kunt gaan door een dienst te gebruiken. Maar dit lijkt me nog véél onredelijker dan een brede licentie opeisen. Ik zie het dus niet gebeuren dat een rechter dit zal toewijzen.

Hm. Misschien wordt het tijd voor een zwarte en grijze lijst voor gebruiksvoorwaarden? Tijd voor een zomerspecial, aangezien ik weer bijna met vakantie ga: wat voor soort voorwaarden van websites zou nu echt eens verboden moeten worden, en welk type voorwaarden dient met de nodige argwaan benaderd te worden?

Arnoud