Koppelverkoop van iPhones, mag dat?

Eind november verplichtte een Duitse rechtbank T-Mobile om in Duitsland de iPhone ook los te verkopen. Voor 999 euro weliswaar, maar toch. In hoger beroep werd deze beslissing teruggedraaid. In Nederland is het nog maar de vraag of zo’n verbod er zou komen.

Inderdaad, dit is koppelverkoop. Maar koppelverkoop is bij ons gewoon toegestaan. De logica daarachter is dat je gewoon met de verkoper kunt onderhandelen over ontkoppelen tegen een lagere prijs, of dat je naar een andere verkoper kunt gaan die niet aan de koppelverkoop doet.

Heeft de verkoper een (bijna)monopolie, dan gaat die redenering natuurlijk niet op. Vandaar dat koppelverkoop dan wel verboden is. Dat is dan misbruik van een economische machtspositie.

T-Mobile, die in Nederland de iPhone zal gaan verkopen, heeft echter absoluut geen machtspositie op de markt voor mobiele telefonie. Een abonnement op die dienst koppelen aan koop van een iPhone is dan dus geen misbruik.

Slimmeriken redeneren andersom: T-Mobile heeft vanwege haar exclusieve contract met Apple wel een monopolie op verkoop van de iPhone. Zij koppelt die dan aan een abonnement, en dat is misbruik van dat monopolie.

Die redenering gaat echter alleen op als de iPhone een afzonderlijke markt is. Een monopolie op een product is wat anders dan een machtspositie in de markt voor dat soort producten. Natuurlijk is het een uniek ding, maar er zijn genoeg andere smartphones die in ieder geval qua functionaliteit in de buurt komen. En in de markt voor smartphones heeft T-Mobile geen machtspositie.

Arnoud

Gedeeltelijk ontbinden van koop op afstand

Stel ik koop een hengel en wat levend aas bij een online viswinkel, mag ik dan de hengel binnen zeven dagen terugsturen?

Op grond van de Wet Koop op Afstand, art. 7:46d BW om precies te zijn, heeft de consument het recht om binnen zeven werkdagen na de ontvangst van de zaak de koop op afstand zonder opgave van redenen te ontbinden. Logisch ook, want bij een webwinkel kun je maar gedeeltelijk inschatten wat je nu precies koopt. Die mooie trui kan in het echt behoorlijk vloeken bij je garderobe. En de hengel kan ook vies tegenvallen. Die mag je dus terugsturen, en de verkoper moet je dan je geld teruggeven. Alleen de kosten van het terugsturen komen voor jouw rekening.

Een pak melk mag niet worden geretourneerdNu gelden daarbij wel een aantal uitzonderingen. De belangrijkste hier is zaken die snel kunnen bederven of verouderen. Een pak melk online bestellen moet kunnen, maar dat na zeven dagen terugsturen is niet bepaald de bedoeling. Ook niet als het nog ongeopend is. Hetzelfde geldt voor een bestelling van levend aas. Die mag je dus niet retourneren.

Als je een hengel en levend aas koopt en de hengel zou willen retourneren, dan wil je juridisch gezien de overeenkomst gedeeltelijk ontbinden. De Wet Koop op Afstand zegt nergens of dat kan. Ook de Europese Richtlijn waar deze wetsbepalingen uit komen, regelt hier niets over.

Elders in de wet (art. 6:265 BW) staat dat je een overeenkomst gedeeltelijk mag ontbinden als de wederpartij tekortschiet. Stel de leverancier heeft alles geleverd op één artikel na, dan kun je de overeenkomst ontbinden voor dat ene artikel en dan blijft de rest gewoon jouw eigendom. Zou je de hele overeenkomst ontbinden (dat mag ook), dan moeten alle artikelen terug.

Nou is in het geval van de koop op afstand de verkoper niet tekort geschoten, dus strikt gesproken helpt deze bepaling hier niet. Maar je zou naar analogie kunnen redeneren dat dit mechanisme ook zou moeten gelden voor koop op afstand.

De bedoeling van deze regeling uit de Wet koop op afstand is tenslotte dat mensen artikelen terug kunnen sturen als ze na ontvangst toch tegenvallen. Dan moeten de uitzonderingen beperkt worden uitgelegd. Het recht om een hengelsportuitrusting van 900 euro te mogen retourneren, mag niet worden aangetast door het feit dat er 1 potje levende wormen bij zit.

Deze redenering is alleen nog nooit toegepast in de rechtszaal, en in de literatuur heb ik er nog niets over kunnen vinden. Als mensen dit willen gaan uitproberen, succes! 😉

Arnoud

Miljoenen kinderprofielen illegaal wegens schending privacywet

Alle profielen met persoonsgegevens van kinderen tot 16 jaar op sites als Sugababes/Superdudes, Hyves en Cu2 zijn in feite illegaal, meldt Planet naar aanleiding van een symposium over sociale netten, tieners en privacy gisteren. Inderdaad.

<BR/>Privacy
Planet citeert artikel 37 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens, maar veel relevanter is en ook het hoofdartikel artikel 5. Dit artikel bepaalt dat de voor verwerking noodzakelijke toestemming door de ouders gegeven moet worden als de persoon in kwestie nog geen zestien jaar is. Artikel 37 gaat alleen over verzoeken tot verwijderen of corrigeren van gegevens.

Hyves, Habbo en al die anderen schenden dus de privacywet omdat ze de ouders niet om toestemming vragen om profielen van minderjarige deelnemers aan te maken en te publiceren.

In Nederland is het namelijk alleen toegestaan om iets te doen met persoonsgegevens als er toestemming is van de betrokkene, de persoon om wiens persoonsgegevens het gaat. Zonder toestemming persoonsgegevens verwerken mag alleen onder strenge voorwaarden en in hele specifieke gevallen. Een krant mag bijvoorbeeld iemands naam publiceren als dat relevant is voor een verhaal. Een site mag persoonsgegevens verwerken in het kader van beveiliging, bijvoorbeeld door IP-adressen en gebruikersnamen te loggen.

Als de betrokkene dus nog geen zestien is, moeten de ouders die toestemming geven. Zoals Sjaak Nouwt van de Universiteit van Tilburg al uitlegde, zijn de regels hier strenger dan bij kinderen die iets kopen in de winkel. Ook daarvoor is formeel toestemming van de ouders nodig, maar die wordt geacht te zijn gegeven als de aankoop “normaal” is voor een kind van die leeftijd. Bij de privacywet moeten ouders echt elke keer expliciet die toestemming geven, en mag de site niet aannemen dat deze gegeven is omdat vrijwel alle kinderen online zitten.

Arnoud

Alternatief juridisch woordenboek

Blafbrief: brief over vermeend onrechtmatig handelen, waarin in zeer algemene bewoordingen met juridische stappen gedreigd wordt.

Wapperen: in het openbaar mededelingen doen over beweerdelijke inbreuk op een recht, met name een octrooirecht. Bron.

Scrabbleclaim: een schadevergoeding wegens inbreuk claimen die gebaseerd is op een beding in algemene voorwaarden dat drie maal het gebruikelijke tarief verschuldigd is (“drie maal de woordwaarde”). Bron.

Wie weet er meer?

Arnoud

Verslag juridische studiemiddag over Internetrecht 2.0

Vandaag was ik bij de studiemiddag Internetrecht 2.0 van de Vereniging voor Media- en Communicatierecht. Voor iedereen die helaas niet in kon gaan op mijn uitnodiging hierbij een verslag.

User-generated content

habbopliesie Mr. Kamiel Koelman (Bousie Advocaten) opende de middag met het onderwerp user-generated content. Hieronder wordt verstaan muziek, films maar ook bijvoorbeeld kleding of meubi’s voor virtuele werelden zoals Second Life of Habbo. Ook op zulke content rust natuurlijk auteursrecht, en dat biedt mogelijkheden om gebruik en misbruik van zulke objecten te bestrijden.

De lezing was vooral een samenvatting van de jurisprudentie rond aansprakelijkheid voor dienstverleners. Een beetje jammer, want het zou toch ook gaan over keiharde euro’s voor virtuele objecten, eigendom en virtuele diefstal?

Zoekmachines en privacy

<BR/>Privacy
Mr. Madeleine McLaggan-van Roon van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) bespreekt de juridische dilemma’s rond persoonsgegevens op internet.

Nieuwe vormen van communicatie, het gebruik van zoekmachines en het toenemend gebruik van internet waren aanleiding voor het CBP om concept-richtsnoeren over persoonsgegevens op internet uit te geven. Ook is men van plan om via de site Mijnprivacy modelbrieven en praktische informatie over privacy op internet te publiceren. Zou dat genoeg zijn? Het CBP treedt niet op in individuele gevallen maar richt zich op de grote lijn. Wie vindt dat zijn privacy geschonden is, zal dus naar de rechter moeten.

Persoonsgegevens mogen in principe alleen met toestemming van de persoon in kwestie (de betrokkene) worden verwerkt. Zonder toestemming moet er echt een zwaarwegende noodzaak zijn, zoals bijvoorbeeld beveiliging. Minderjarigen (mensen onder de 16) moeten hun ouders om toestemming vragen voordat zij op forums, weblogs of andere sites mee mogen doen.

Ook moet de verantwoordelijke de betrokkenen informeren over het doel van de verwerking, en daarnaast zijn eigen identiteit melden. Dat is lastig voor sites door particulieren. De concept-Richtsnoeren stellen als compromis voor dat in dit geval het publiceren van een in Nederland uitgegeven e-mailadres voldoende is.

De uitzondering voor journalisme bleek een lastig spanningsveld. Journalisten hoeven namelijk minder rekening te houden met de regels van de WBP. Zij mogen dus persoonsgegevens in artikelen publiceren, ook op internet. En terwijl gewone sites persoonsgegevens moeten weghalen zodra ze niet meer nodig zijn, hoeft de media dat niet.

Er ontstond nog enige consternatie bij de aanwezige journalisten toen mevrouw McLaggan-van Roon leek te suggereren dat bij journalisme een “recht op repliek” zou horen, en dat het CBP dit zou gaan afdwingen. Dat was niet de bedoeling: volgens McLaggan was het recht op repliek slechts één van de aanwijzingen om te bepalen of iemand onder die uitzondering voor journalisme zou vallen. Een site zonder deze mogelijkheid zou zich gewoon aan de volledige set regels van de WBP moeten houden, en niet het lichtere regime voor journalisten. In hoeverre de WBP zich daarin verhoudt met de vrije nieuwsgaring (art. 10 EVRM) is iets dat zich door jurisprudentie moet ontwikkelen, maar je moet ergens beginnen, aldus McLaggan.

Aansprakelijkheid van providers

Na de pauze opende Christiaan Alberdingk Thijm (SOLV Advocaten) de discussie over aansprakelijkheidsvraagstukken bij Web 2.0 met een quiz: wat hebben Pulp Fiction, L. Ron Hubbard en een plastic alien-masker met elkaar gemeen en waarom is dat belangrijk voor providers? Precies. En dank voor de fles wijn.

Een provider die als puur doorgeefluik opereert, is niet aansprakelijk voor wat hij doorgeeft zolang hij maar niet filtert wat er langskomt. Een provider kan dus niet worden aangesproken voor e-mail, peer-to-peer filesharing en andere dingen die klanten verzenden. Voor een hosting provider geldt hetzelfde, maar hij wordt aansprakelijk als hij dan niet optreedt zodra iemand een overtuigend klinkend verhaal van inbreuk door een klant vertelt.

In de jurisprudentie is daar nog bij verzonnen dat providers hun klanten moeten identificeren als de klant iets onrechtmatigs doet (waar het Europese Hof van Justitie nog iets van gaat vinden binnenkort). Nog onduidelijk is de vraag of providers klanten moeten kunnen identificeren.

Hoe zit dat nu met zoekmachines? In principe zijn die niet aansprakelijk voor zoekresultaten, omdat zij niet redelijkerwijs kunnen nagaan of de informatie in zoekresultaten correct is. Mensen die onjuiste informatie publiceren, kunnen wel veroordeeld worden om deze uit Google te laten halen.

Ondertussen ontwikkelen providers als XS4All en eBay een systeem van “notice and takedown“, een procedure waarmee klachten van rechthebbenden worden behandeld. Niet alleen voor inbreuk op auteursrecht of smaad, maar ook bijvoorbeeld bij verkoop van namaak op Marktplaats.

Audiovisuele media op internet

<BR/>WWW
Als laatste sprak Inge Brakman (voorzitter Commissariaat voor de Media) over de nieuwe richtlijn voor audiovisuele mediadiensten. Deze richtlijn zal ook gaan gelden voor audiovisuele mediadiensten die via het internet worden aangeboden, zoals bijvoorbeeld Flickr of Youtube.

Doel van deze richtlijn is namelijk technologie-onafhankelijke regels te stellen. Het gaat niet meer om televisieprogramma’s, maar over audiovisuele mediadiensten. Daaraan worden, afhankelijk van een aantal kenmerken, verschillende regels gesteld. Is er bijvoorbeeld sprake van massamedia, wordt het gratis en zonder advertenties aangeboden en in hoeverre kan de kijker invloed uitoefenen op wat hij zal zien?

De richtlijn liberaliseert het regime rond reclame; er mag meer, alleen product placement mag nog steeds niet. Bij kinderprogramma’s blijven wel strenge regels gelden. Regels over advertentie- en popupblokkeersoftware gingen net iets te ver. Wel interessant is het verbod op al te luide reclame.

Ook een belangrijke vraag is welk land het recht moet krijgen om een bepaalde zender, pardon mediadienst te reguleren. Het land waar het materiaal gemaakt wordt? Waar de BV gevestigd is? Waar het materiaal gehost wordt? Waar de inhoud zich op richt? Waar het meest naar de dienst gekeken wordt? Waar het in strijd is met lokale wetgeving?

Voor Nederland zijn dit allemaal lastige kwesties. Onze mediawet en -regels zijn relatief soepel, zeker vergeleken met sommige andere landen. Wij hechten veel waarde aan zelfregulering. Hoe kunnen we dat systeem blijven handhaven met deze nieuwe richtlijn? Met die vraag -en een plaatje met een toezichthoudende helikopter- sloot mevrouw Brakman haar lezing af.

Na een interessante discussie konden we allemaal gezellig aan de borrel. Hoi Madeleine! 🙂

Arnoud

Gaspedaal.nl mag Autotrack.nl blijven doorzoeken

Alweer een zoekmachine vrijgesproken. Dit keer eens geen huizenzoekmachines maar een autozoekmachine: Gaspedaal.nl. Via deze zoekmachine kun je aan de hand van dingen als merk, kilometerstand, bouwjaar, prijs en postcode zoeken in een aantal sites met aangeboden tweedehands auto’s. Dat vond Wegener, de beheerder van die sites, geen leuk idee want zij hadden ruim 1,9 miljoen Euro gestoken in die sites. Door Gaspedaal liep men zo een deel van de gehoopte advertentie-inkomsten mis.

Trouwe lezers van deze blog herinneren zich ongetwijfeld nog de Jaap-zaak uit augustus van dit jaar, en de heel trouwe lezers ook nog het Zoekallehuizen-arrest uit 2006. Beide huizenzoekmachines opereerden ongeveer op dezelfde manier als Gaspedaal. En in beide gevallen riep de eigenaar van de doorzochte sites hun databankenrecht in om dit tegen te gaan.

Bij de huizenzoekmachines ging dat niet op, omdat je voor een databankrecht een substantiële investering in de databank moet doen. En makelaars investeren niet in een databank, die databank is een bijproduct en dus niet beschermd.

Wegener’s investering van 1,9 miljoen was echter wel substantieel en dus had zij een databankenrecht op haar autodatabank. De site van Gaspedaal.nl vraagt, zoals dat juridisch zo mooi heet, “herhaald of systematisch niet-substantiële gedeelten van de databank op”. Als dat ongerechtvaardigde schade toebrengt aan Wegener, pleegt Gaspedaal inbreuk op het databankenrecht.

Maar nee:

Er kan dan ook in dit geding niet op voorhand van worden uitgegaan dat het aantal bezoekers van AutoTrack.nl als gevolg van het op de markt komen van Gaspedaal.nl zal teruglopen. Dit betekent dat evenmin kan worden aangenomen dat – als Wegener stelt en Innoweb betwist – vanwege de terugloop van het aantal bezoekers van AutoTrack.nl de occasionbedrijven hun abonnementen bij Wegener zullen opzeggen en dat daardoor een terugloop van de inkomsten van Wegener te verwachten is.

Wegener had nog één laatste redmiddel. Net als bij Jaap neemt Gaspedaal stukjes tekst en fotootjes over van onder andere Autotrack. Dus net als bij Jaap werd de geschriftenbescherming in stelling gebracht. En net als bij Jaap haalde dat niets uit. Gaspedaal kopieert niet simpelweg de gegevens, maar selecteert de volgens haar belangrijkste en presenteert deze op haar eigen manier. En alleen als je (vrijwel) integraal alles klakkeloos overneemt, kun je inbreuk op deze bescherming plegen.

Kortom, niets onrechtmatigs aan deze zoekmachine.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9 en SOLV.

Arnoud

Van Geel’s verklikkersactie oogst storm van kritiek

Vanochtend in het Algemeen Dagblad een artikel over de verklikkersactie van Agent Van Geel. Maandagavond werd ik door deze belcomputer gebeld, en ik irriteerde me daar zo aan dat ik er een blogpost aan wijdde. Leuk item voor Geenstijl, zo bleek, maar vervolgens ging Webwereld er serieus op in: ook de OPTA zei dat dit niet mocht. Ook Ouders Online was boos: was dit nou het goede voorbeeld als het gaat om het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van kinderen?

In het AD nu een uitgebreide reactie van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, verantwoordelijk voor deze actie en overigens ook voor de Telecommunicatiewet uit 1998 waarin deze actie verboden werd.

,,Het is geen pest- of kliklijn,’’ reageert het ministerie van Verkeer. Het systeem is deze week aangepast. Daarmee zou het belangrijkste bezwaar zijn ondervangen. Nu moet in het mailtje dat via Fietslichtaan.nl wordt ontvangen, eerst ergens op worden geklikt. Daarmee zou de persoon toestemming geven om op zijn mobiel te worden gebeld. ,,We voldoen ook aan de privacywetgeving,’’ vindt het ministerie. ,,Alle gegevens worden verwijderd nadat er is gebeld en iemand kan maar één keer worden gebeld.’’

Het probleem is alleen dat die aanpassing niet werkt. Het mailtje met link zat er maandagavond ook al in namelijk, en toch werd ik gebeld zonder eerst een mailtje te krijgen. Want hoe werkt dit: je moet het e-mailadres en telefoonnummer van je slachtoffer opgeven, en dan wordt naar dat adres een mail gestuurd. Wordt daarin op een link geklikt, dan wordt dat telefoonnummer gebeld.

Is het nou echt zo moeilijk om te bedenken dat als ik mijn EIGEN e-mailadres en het telefoonnummer van iemand anders invul, die persoon gebeld wordt nadat ik het mailtje met de link heb gekregen?

Bovendien is het nog steeds een aardig misleidend mailtje (“check deze link ff, bespaar je 20 euro mee”). Dat er nu in kleine letters onder staat “Als je op de knop drukt, krijg je een telefoontje van agent van Geel”, maakt dat niet anders. De “besparing” van 20 euro gaat namelijk over het feit dat de boete op fietsen zonder licht 20 euro is.

Besluit van de OPTABon van agent Van Geel

Een beschikking van de OPTA ziet er lang niet zo gelikt uit als de schoolposter van deze actie, maar de OPTA mag tot 450.000 euro gaan. Wat toch echt iets meer is dan de 20 euro voor fietsen zonder licht.

UPDATE (19 november): Agent Van Geel is met pensioen.

Arnoud

Eerste aanhouding wegens virtuele diefstal

De politie heeft voor het eerst in Nederland iemand opgepakt wegens virtuele diefstal, meldt Planet. Het gaat om de meubi’s (meubels) uit de virtuele wereld voor tieners Habbo Hotel. Spelers lopen als virtueel personage rond, en kunnen hun eigen kamers in dat Habbo Hotel inrichten met speciale credits. Die credits zijn de inkomstenbron van Habbo: die moet je kopen met echt geld.

De verdachten zouden door middel van hacken bij de accounts van de Habbo-gebruikers zijn gekomen en vervolgens meubels naar hun eigen kamers hebben verplaatst. Omdat de Habbo-credits zijn gekocht met echt geld wordt de verdachte behalve hacken ook diefstal ten laste gelegd.

Het lijkt me duidelijk dat het hacken van iemands account, in dit geval het aftroggelen van wachtwoorden, computervredebreuk is. Dat is een strafbaar feit, een misdrijf zelfs. Het intrigerende vond ik de tenlastelegging van diefstal.

Diefstal is het wegnemen van iets “met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen” (art. 310 Wetboek van Strafrecht). Er moet dan alleen wel een “iets” zijn om weg te nemen. In een eerdere blogpost over Diefstal van game credits ging ik in op de vraag hoe tastbaar spelobjecten zoals die meubi’s van Habbo zijn. Dat bleek wat twijfelachtig. Maar dat ging over de definitie van “zaak” in het Burgerlijk Wetboek. En hier gaat het om strafrecht. Bij strafrecht zijn de regels anders. Elektriciteit is niet bepaald een tastbare zaak. Toch werd al in 1921 door de Hoge Raad beslist dat diefstal van elektriciteit mogelijk was (het Elektriciteitsarrest, HR 23 mei 1921).

Bovendien: het gaat niet om diefstal van de meubi’s maar om diefstal van het geld waarmee die meubi’s zijn gekocht. Dat is een originele invalshoek. Giraal geld stelen is strafbaar.

De zeer creatieve constructie is dan dat Habbo een bank is, die je saldo op een originele manier laat zien: als meubi’s. Waarom zou giraal geld tenslotte per se een saai getal in je internetbankapplicatie moeten zijn? Je kunt het ook laten zien als een tafel van 5 euro, een stoel van 3 en een plantenbak van 2,50. En (opvoedkundig verantwoord, het is voor kinderen tenslotte) je mag dan zelf uitrekenen dat je saldo 10,50 is.

Arnoud

Het recht om gevonden te worden bij de vrije meningsuiting

“Freedom of the press belongs to those who own one.” Dat citaat (van Henry Mencken), lijkt achterhaald nu iedereen een website, blog of vergelijkbare uitlaatklep op internet kan opzetten. Dat gebeurt dan ook, waardoor we nu met een ander probleem zitten: hoe vind je al die meningen, en het liefst ook nog eens de relevante? Met een zoekmachine natuurlijk.

Search is de toekomst, zo wordt ons voorspeld. Straks kunnen we alles vinden. Derde-generatie zoekmachines, ook wel Search 2.0, zullen ons precies de relevantste resultaten laten zien, gebaseerd op context, samenwerkende gebruikers, voorkeuren en al die andere dingen die Web 2.0 groot maken. Hopelijk reduceert dat de zoekmoeheid die mensen vandaag de dag treft.

Maar zoekmachines zijn niet neutraal, en hebben niet noodzakelijkerwijs het beste met ons voor. De klant staat voorop – en dat is de adverteerder. Wij zijn het product, en de zoekresultaten slechts een middel om dat product te kunnen leveren aan de adverteerders. Zoekmachines zijn dus onvermijdelijk vooringenomen.

In het uitstekende artikel A Right to Reach an Audience: An Approach to Intermediary Bias on the Internet schrijft juriste Jennifer Chandler over bias en het recht om gehoord te worden – of in ieder geval niet zomaar door een zoekmachine aan de kant gezet te worden.

Het recht op vrije meningsuiting omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken. Dat betekent niet alleen dat mensen niet gehinderd mogen worden bij hun meningsuiting. Onder omstandigheden kan iemands zelfs verplicht worden mee te werken aan andermans meningsuiting. Dat geldt in ieder geval voor de overheid – denk aan politiebescherming bij een demonstratie. Maar heeft een bedrijf of privépersoon die verplichting?

Of vrije meningsuiting horizontale werking heeft, zoals juristen dat noemen, is een open vraag. In de meeste gevallen niet. Een burger hoeft niet mee te werken aan andermans meningsuiting. Zeker niet op internet, zo lijkt het. Op internet kan iedereen zijn eigen kanaal opzetten en zich vrijelijk uiten. Bescherming lijkt niet zo nodig. Maar, zo pleit Chandler, juist hier is bescherming nodig. Bescherming tegen willekeur door zoekmachines:

[Free speech] includes not only the right to speak and the right to hear, but also the right to reach an audience free from the influence of extraneous criteria of discrimination imposed by selection intermediaries. If selection intermediaries block or discriminate against a speaker on grounds that listeners would not have selected, that speaker’s ability to speak freely has been undermined.

Chandler noemt vier criteria om dit “recht om gevonden te worden” af te kunnen dwingen:

  1. Zoekmachines mogen geen sites verwijderen uit de index, tenzij ze daartoe wettelijk verplicht zijn. Een publicatie die smadelijk is, strafbaar materiaal bevat of inbreuk op auteursrechten vormt, zou verwijderd moeten worden.
  2. <li>Zoekmachines moeten de criteria voor het sorteren van zoekresultaten publiceren. Niet te gedetailleerd, want dat nodigt maar uit tot misbruik, maar op een voldoende niveau dat mensen kunnen inschatten of deze zoekmachine voor hen nuttige resultaten op zal leveren.</li>
    
    <li>Zoekmachines mogen sites alleen weren uit zoekresultaten als sprake is van kennelijk misbruik. En in zo'n geval moeten zij de webmaster van de geweerde site informeren dat zij geweerd zijn.</li>
    
    <li>Zoekmachines moeten gesponsorde koppelingen duidelijk apart neerzetten en als zodanig identificeren, zodat de lezer meteen ziet of een resultaat "organisch" is of gesponsord.</li>
    

Vergelijkbare criteria zouden moeten gelden voor internetproviders, dit om netneutraliteit te kunnen garanderen.

Het is daarbij wel erg belangrijk hoe machtig de zoekmachine is. En dan kom je bij het mededingingsrecht terecht. Een dominante zoekmachine, zoals Google, heeft heel veel invloed. Bedrijven kunnen failliet gaan omdat ze niet meer via Google te vinden zijn. Obscure auteurs kunnen beroemd worden omdat ze ineens bovenaan staan. En wie zo’n machtspositie heeft, zo zegt de Mededingingswet, mag deze niet misbruiken. Op die grond zou je de bovenstaande criteria dus kunnen afdwingen.

Eerder schreef hoogleraar Eric Goldman het artikel Search Engine Bias and the Demise of Search Engine Utopianism, waarin hij stelt dat deze bias van zoekmachines niet noodzakelijkerwijs slecht is. Net als een krant redactionele invloed uitoefent, moet een zoekmachine dat ook. Met slechte resultaten trek je geen bezoekers, dus zoekmachines moeten wel selecteren.

En daar zit natuurlijk het knelpunt. Iedereen wil graag gehoord worden, maar ik wil alleen maar horen waar ik naar op zoek ben. Waarom zou een zoekmachine dan al die meningen in mijn zoekresultaten stoppen?

Goldman ziet dit dan ook als een tijdelijk probleem:

Complaints about search engine bias implicitly reflect some disappointed expectations. … [S]earch engines naturally will continue to evolve their ranking algorithms and improve search result relevancy—a process that, organically, will cause the most problematic aspects of search engine bias to largely disappear. To avoid undercutting search engines’ quest for relevance, this effort should proceed without regulatory distortion.

Daar zit dan weer wel het risico aan vast dat ik dan altijd alleen maar mijn eigen mening bevestigd zie, en nooit geprikkeld wordt door andersdenkenden om mijn eigen opvattingen bij te stellen. Dat pleit dus wel voor volledigheid.

Via Technology & Marketing Law Blog van diezelfde Eric Goldman.

Arnoud