Afgeleide werken bij Openstreetmap (1)

openstreetmap-logo.pngOp de discussielijst van het OpenStreetmap project een interessante discussie over het mixen van kaartgegevens uit verschillende bronnen. Een bedrijf had data uit het Nationaal Wegenbestand (NWB) en data uit de OpenStreetmap kaartgegevens gebruikt om kaarten mee te maken. OpenStreetmap gegevens zijn beschikbaar onder Creative Commons BY-SA, zodat afgeleide werken ook Creative Commons moeten worden. Hier vallen heel wat blogs over te schrijven, maar deze vond ik wel interessant om mee te beginnen:

Freek wrote:<br/>

Ik heb het niet over jouw opmerking m.b.t. de accuraatheid van de NWB data. Ik <br/> heb het over mijn observatie dat de NWB laag OSM data bevat. Niet de straten <br/> voorzover ik kan zien, maar wel landuse e.d. <br/> Dat is interessant want hiermee hebben ze het NWB CC-BY-SA gemaakt 😀

Zo eenvoudig gaat dat niet. Ten eerste is mij niet duidelijk waarom deze combinatie een afgeleid werk zou zijn van de OSM-data. En ten tweede: zelfs al is dat het geval, dan is het niet zo dat die afgeleide werken automatisch ook onder de ShareAlike voorwaarden vallen. ShareAlike wil zeggen alleen dat wanneer je een afgeleid werkt maakt, je het resultaat alleen maar mag verspreiden onder diezelfde voorwaarde. Doet iemand dat niet, dan pleegt hij contractbreuk (of licentieschending, hoe je het maar wilt noemen). Maar het is geen automatisme dat CC-BY-SA dan op het resultaat ‘plakt’. ShareAlike is geen virus.

Overigens is het Nationaal Wegenbestand al enkele jaren terug gewobt: deze overheidsinformatie is vrij beschikbaar dankzij de Wet Openbaarheid van Bestuur. Alleen is de beslissing over hergebruik destijds aangehouden tot 2009. Nu is het volgens mij al een tijdje 2009, dus hopelijk komt daar snel een uitspraak over.

Arnoud

Rusland gaat open source gebruiken, niet teruggeven

oesjanka.pngIntrigerend maar wel lastig te lezen. De Russische Federale overheid overweegt (via Google Translate) bij de selectie van software de voorkeur te geven aan vrije en open source software, zo meldde Livre afgelopen week. Waarom het dan weer Russian FOSS (FROSS) moet heten in plaats van gewoon “open source” is me niet duidelijk.

Het feit dat de software geen licentiekosten kent en de licentie nooit afloopt, bleken de belangrijkste punten voor deze keuze. Dit omdat men wel genoeg had van de Amerikaanse plutocraten en hun betaalde licenties. Opmerkelijk is wel een ander voordeel: eventuele wijzigingen aan de broncode hoeven niet vrijgegeven te worden als de gewijzigde software uitsluitend intern wordt gebruikt.

Tsja. Op zich klopt dat, maar waarom is dat een voordeel? Wat voor bijdragen verwacht men te gaan doen die niet in handen mogen komen van antirussische krachten?

De aangepaste Linux-versie is gebaseerd op Red Hat. Hoe de nieuwe distributie gaat heten, is nog niet bekend. Rode Oesjanka-Linux wellicht?

Arnoud

CPB rapport over stimuleren van open source

Waarom maken zo weinig bedrijven open source? Is hier misschien sprake van marktfalen waarbij de overheid in zou moeten grijpen met bv. een actief stimuleringsprogramma? Dat was de vraag waar het Centraal Planbureau antwoord op probeert te geven in haar rapport Competition, innovation and intellectual property rights in software markets dat onlangs verscheen.

Allereerst: hoe stimuleer je innovatie? Om te innoveren, heeft een bedrijf prikkels nodig. De verschillende licentievoorwaarden van gesloten en open source zorgen voor verschillende prikkels. De prikkel bij gesloten software zit hem in de te verwachten opbrengsten uit directe verkopen: één keer schrijven, een miljoen keer verkopen is leuke winst. Bij open source ligt die prikkel wat moeilijker. De software zelf is lastig te verkopen. Je moet als ontwikkelaar een model opzetten waarbij je bijvoorbeeld dienstverlening of onderhoud aanbiedt. Daarover vond ik onlangs trouwens een heel aardig overzichtsrapport (PDF) van de Franse Association de promotion et de défense du Logiciel Libre.

Belangrijker dan die prikkels is of de markt wel goed werkt. Het rapport heeft het over de marktfalens – ja, vind ik ook een raar woord. Afijn. Men doelt vooral op het ontstaan van ongewenste marktmacht bij de partij die bepaalde software ontwikkelt. Wie software heeft met een sterk netwerkeffect en hoge kosten bij overstappen, heeft een sterke positie. Deze vorm van marktfalen doet zich vaak voor bij gesloten software, maar kan bijna niet bij open source omdat er per definitie geen leveranciersafhankelijkheid kan zijn als je zelf de broncode over kunt nemen en eender wie kunt inhuren voor onderhoud en ontwikkeling. Wat dat betreft, is open source dus een goede manier om deze vorm van marktfalen op te heffen.

Voor open source is een lastiger vorm van marktfalen de free riders, in goed Nederlands profiteurs. Wie kennis verspreidt, krijgt te maken met partijen die daar gratis mee aan de haal gaan zonder dat de ontwikkelaar van die kennis daar een beloning voor krijgt. Bij gesloten software is het moeilijk om kennis te misbruiken (die zit opgesloten in de software immers) en bovendien kan de ontwikkelaar met zijn auteursrecht (of octrooirecht) juridische stappen ondernemen. De open source-ontwikkelaar geeft de kennis weg en staat juist toe dat iedereen erop doorontwikkelt. De free riders kunnen dus meteen aan de slag.

De nuttige variant van profiteurs zijn de doorbouwers, zij die voortbouwen op wat er bestaat. Een mechanisme dat profiteurs tegen probeert te houden, zal ook doorbouwers afremmen. Dit is een bekend probleem in het auteursrecht: omdat de regels tegen overnemen zo streng zijn, is het ook moeilijk om legitiem gebruik te maken van andermans werk. De vraag is dus wat het beste is voor de markt: wil je graag veel doorontwikkelaars en neem je de profiteurs voor lief, of wil je profiteurs ten koste van eventuele vervolginnovatie tegenhouden. In het eerste geval wil je open, in het tweede geval gesloten software.

Het rapport sluit af met de bevinding dat de keuze voor open source de voorkeur verdient als:

  1. de leveranciersafhankelijkheid groot is, terwijl
  2. er in de ontwikkelingsfase geen specifieke, complementaire input tegen substantiële kosten ingekocht hoeft te worden, en
  3. vervolginnovaties sociaal wenselijk zijn maar er beperkingen zijn om die door middel van contracteren tussen ontwikkelaars tot stand te laten komen.

Ik meen daar tussen de regels door te lezen “Als u af wilt van Microsoft, dan kunt u maar beter inzetten op open source want die kunnen een net zo goed Officeproduct maken omdat ze weten waar ze heen moeten”. Jullie ook?

Arnoud

OpenStreetMap gaat naar OpenDatabaseLicense

openstreetmap-logo.pngAlweer een nieuwe open source licentie. Deze keer niet voor software, en ook niet voor teksten of foto’s, maar voor kaartmateriaal. Het OpenStreetMap-project gebruikte al jaren een Creative Commonslicentie maar omdat die in de praktijk toch wat onduidelijk bleek voor de geografische gegevens, heeft men nu een nieuwe licentie ontworpen (via LWN; bedankt Armijn). Op zich een goed idee, maar het is duidelijk nog een bètatekst.

Waarom nu een nieuwe licentie? Creative Commons en ook de open source softwarelicenties zijn geschreven voor auteursrechtelijk beschermde werken. Het is niet bepaald een uitgemaakte zaak dat op een databank met kaartgegevens als zodanig ook auteursrecht rust. Alleen dat al maakt het wat onhandig om een auteursrechtlicentie in te zetten om mensen de kaartdata te laten gebruiken. Er zit wel een databankrecht op die verzameling, maar de CC-licenties zeggen niets over een licentie onder databankenrecht.

Ook had men gekozen voor de ‘Share-Alike’ licentie, die vereist dat afgeleide werken ook weer gedeeld moeten worden onder dezelfde Creative Commonslicentie. Maar wat is nu een afgeleid werk van een kaartendatabank? Een aangepaste kaartendatabank, oké, maar ook elke kaart die je ermee maakt? Of ook alle software die die kaart inzet om bijvoorbeeld een navigatiedienst te leveren?

Vanwege al deze onduidelijkheden heeft het OSM-project besloten toch maar een eigen licentie op te stellen. Deze is generiek opgezet en bedoeld voor elke databank die à la logiciel libre aangeboden wordt. De OpenDatabaseLicense verleent expliciet rechten onder auteursrecht en/of databankenrechten voor gebruik van de databank. Men blijft wel in de spirit van de ShareAlike-bepaling door de eis dat afgeleide databanken onder dezelfde licentie geplaatst moeten worden. Wie de data in een grotere databank (een verzamelwerk) verwerkt, moet deze eis alleen naleven voor het OSM-gedeelte van die grotere databank.

Nieuw is de bepaling over wat men maar Produced Works heeft genoemd: werken die het resultaat zijn van gebruik van de databank, bijvoorbeeld door er tekst of afbeeldingen mee te genereren, al dan niet in combinatie met andere bronnen. Denk aan het maken van een kaart of het uitrekenen van een routebeschrijving. Dit mag, mits de maker van zulke Produced Works (“voortbrengsels” lijkt me wel een aardige vertaling) maar netjes een bronvermelding geeft. Het voortbrengsel valt niet onder de ShareAlike-verplichting.

De intentie is duidelijk, maar een en ander kan nog wel wat scherper. Zo lijkt het mij dat een voortbrengsel in de vorm van een kaart of routebeschrijving wel te zien is als een afgeleid werk van de kaartgegevens. Dit is niet de bedoeling, maar dat zou men er dan even expliciet bij moeten zetten. Je weet immers nooit met die conservatieve bedrijfsjuristen die straks deze licentie moeten evalueren voor hun werkgevers.

Waar ik heel erg over twijfel, is of je op grond van je databankenrecht wel kunt optreden tegen iemand die je databank gebruikt om een kaart mee te genereren. De Databankenwet spreekt van “hergebruiken”, maar de definitie daarvan lijkt alleen over de databank zelf te gaan. Is het maken van een kaart een vorm van hergebruiken van een databank met locatiegegevens?

Opmerkelijk is nog dat men expliciet opmerkt dat de licentie een contract is. Met name bij Amerikanen is dit altijd een leuk punt van discussie (is een licentie per definitie een contract?), en ik vermoed dat de meer Europees geörienteerde juristen die discussie buiten de deur wensten te houden.

Al met al een goed idee, en ik ga eens kijken of ik ergens een plekje kan vinden om mijn commentaar te kunnen deponeren.

Arnoud

Mijn nieuwe boek! Nou ja, ongeveer

open-source-software-en-standaarden.jpgTsja, ik had wat tijd over en dacht, laat ik nog eens een boek doen. Maar deze keer heb ik het bij 1 hoofdstuk gehouden hoor.

Onlangs verscheen het boek Open Source software en standaarden onder redactie van Jo Lahaye. Het is bedoeld voor studenten die een ICT-gerelateerde opleiding volgen, en biedt praktische informatie over open source software, open standaarden en open content. Het boek bespreekt praktische elementen zoals licenties, auteursrechten, keuzeprocessen en businessmodellen.

Samen met Walter van Holst schreef ik het hoofdstuk over Auteursrecht en licenties (had u iets anders verwacht?). Daarnaast worden ethische, politieke en maatschappelijke aspecten behandeld, zoals transparantie, vrije marktwerking en gelijke kansen. Aanrader dus!

Meelezende scholieren en studenten: leren ze jullie iets over open source?

Arnoud

TomTom aangeklaagd voor patentinbreuk, Linux ook?

tomtom-linux.pngNee, die kratjes vrij bier moeten nog even wachten. Microsoft heeft gisteren TomTom voor de rechter en de International Trade Commission gedaagd, omdat TomTom’s routeplanners inbreuk op vijf patenten van de marktleider zou maken. TomTom gebruikt Linux in die apparaten, dus dit is “het begin van de patentoorlog” aldus Slashdot. De rechtszaak is nieuws, maar het Linux-aspect niet.

Microsoft heeft maar liefst acht octrooien uit de kast getrokken. Drie daarvan hebben betrekking op de VFAT–technologie waarmee je lange bestandsnamen kunt opslaan op een ouderwetse FAT-gebaseerde schijf. En laat dat nu precies iets zijn dat door het Linux besturingssysteem aangeleverd wordt. In de klacht bij de ITC zegt Microsoft dat ook expliciet, hoewel de onderbouwing vooralsnog ontbreekt.

Twee van de octrooien (6,175,789 en 7,054,745) gaan specifiek over kastjes die navigatiefunctionaliteit bieden. Drie andere (6,704,032, 7,117,286 en 6,202,008) zijn meer algemene octrooien over portable kastjes met software aan boord. Een ander octrooi (6,256,642) gaat over het herprogrammeren van flashgeheugens. Het zijn de laatste twee octrooien (5,579,517 en 5,758,352) die bekend staan als de “VFAT patents”. Eind 2003 lanceerde Microsoft een licentieprogramma voor deze technologie (die u misschien kent van de LANGEB~1.DOC bestandsnamen), dus echt nieuws dat de VFAT-technologie in Linux een probleem kon hebben is dit niet.

De VFAT-octrooien hebben al aardig onder vuur gelegen, onder andere door acties van de Public Patent Foundation . Tot nu toe zijn ze steeds overeind gebleven, omdat Microsoft er vroeg bij was met het octrooi. Wie was er voor 1995 al zo gek om een techniek te gebruiken waarbij je lange bestandsnamen in een tabel gaat stoppen waar ze niet in passen, om ze dan in de kopie-tabel op te slaan als BLABLA~1.TXT?

Maar goed, de hamvraag (biervraag) is natuurlijk: is dit nu echt een “aanval op Linux”? Wat mij betreft niet. Het gaat om de kastjes van TomTom, en die claims waren net zo goed gelegd als er een ander besturingssysteem in zat dat de VFAT technologie implementeerde. Microsoft zet de patenten in tegen de apparaten van TomTom, en het zal ze worst wezen of het nu door Linux of een proprietary OS komt. Of nou ja, dat het Linux is zal vast een leuke bonus zijn maar ze gaan echt niet TomTom aanklagen enkel en alleen om Linux onder vuur te kunnen nemen.

Update: zie ook het artikel in Computable van maandag 2 maart.

Arnoud<br/> Afbeelding: OpenTom wiki.

Open source als concurrent, hoe bedoelt u?

Soms lijkt het wel of de softwareindustrie nog in 2002 leeft, toen Linux nog als Lainux werd uitgesproken en SCO nog geloofwaardig was met haar claims van gestolen code. In een onderzoek van de European Software Association, waar ik ook nog nooit van gehoord had, las ik weer de bekende taal over open source als ‘bedreiging’ of ‘concurrentie’ voor de softwareindustrie. Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Open source software is een ontwikkelmodel. Je schrijft (mee aan) software en stelt die beschikbaar onder een licentie waarmee anderen erop door mogen ontwikkelen. Je kunt kiezen voor een liberale licentie (BSD), of de eis stellen dat die anderen ook weer onder open source voorwaarden moeten doorontwikkelen (GPL). Dat komt in wezen neer op een hele grote samenwerkingsovereenkomst.

Als ik het zo lees, dan vinden de ESA-leden vooral dat idee van samenwerken eng, omdat je dan code beschikbaar stelt waar een concurrent wat mee mag doen. Iets waar “certain vendors, particularly those developing widely used applications” kennelijk nogal wat moeite mee hebben. Oh ja, en het feit dat overheden steeds vaker open source-oplossingen eisen is vervelend, want dan kan die overheid na oplevering van de software zomaar iemand anders vragen om het onderhoud te doen als je niet genoeg kwaliteit voor je geld levert.

Stel je voor zeg, straks moet je nog je best gaan doen als softwarebedrijf omdat iemand anders naar de concurrent stapt. Waar is de tijd gebleven dat je gewoon een matig stuk software kon opleveren en jarenlang grof geld kon opstrijken voor onderhoud en doorontwikkeling?

Arnoud

Eindelijk: Wikipedia kan naar Creative Commons

120px-not_gfdlsvg.pngDat zal tijd worden: de GNU Free Documentation License kan eindelijk worden afgedankt. Deze bijzonder onhandige licentie werd ooit door de Free Software Foundation ontwikkeld om “vrije softwaredocumentatie” onder uit te kunnen brengen. Het basisidee was hetzelfde als de GPL: iedereen mag de documentatie aanpassen, maar aangepaste documentatie mag je alleen verspreiden onder diezelfde GFDL.

Op zich een leuk idee, alleen viel de uitwerking nogal tegen. De FSF ziet documentatie en software als wezenlijk verschillend, en begon allerlei rare toevoegingen in de GFDL te stoppen. Zo kon je teksten opnemen die verplicht op de cover van een eventueel boek met de documentatie erin moesten verschijnen, en kon je aangeven dat bepaalde teksten altijd ongewijzigd overgenomen moesten worden. Wat de FSF dan weer kon gebruiken om haar GNU Manifesto aan allerlei handleidingen te hangen. Dat maakte de GFDL erg onhandig in de praktijk. Het Debian-project vond het zelfs zo onhandig dat men de GFDL tot “onvrije” licentie bombardeerde en alle GNU handleidingen uit haar Linux-distributie mikte.

Het Creative Commons-project kwam vervolgens met een set neutrale licenties. Helaas zat met name Wikipedia tegen die tijd al met een flinke berg teksten en afbeeldingen onder de GFDL, en als je eenmaal een licentie kiest, kom je er nauwelijks nog vanaf. Het probleem is namelijk dat Creative Commons en GFDL allebei bepalen dat gewijzigde versies onder dezelfde licentie uitgebracht moeten worden. Daardoor kan een GFDL tekst niet onder Creative Commons worden geplaatst of andersom.

In augustus vorig jaar kwam Creative Commons 3 uit. Deze licentie bevatte de ene helft van de oplossing: het is toegestaan om CC werk onder een “compatibele” licentie te plaatsen. Maar een licentie is pas compatibel als deze ook een bepaling bevat om het werk juist weer onder CC te zetten. En nu is het dan eindelijk zo ver: de nieuwste versie van de GFDL heeft zo’n bepaling gekregen.

De bepaling is wel specifiek voor Wikipedia en andere “Massive Multiauthor Collaboration Sites” geschreven. Het is enkel en alleen toegestaan om inhoud van MMC sites die voor 1 november 2008 online stond, om te zetten naar Creative Commons 3.0 ShareAlike. Oh ja, en alleen als de beheerder van die site de omzetting vóór 1 augustus 2009 uitvoert. Een tamelijk irritante constructie, die niet geheel in de spirit van wat Creative Commons nu eigenlijk wilde. Maar goed, het is al heel wat dat de FSF inziet dat haar licentie bijzonder onhandig was.

In theorie kan Wikipedia dus nu haar licentie omzetten naar GFDL 1.3 en vervolgens naar Creative Commons. De praktijk blijkt weerbarstig (zie hele berg discussie hierrr) want niet alle Wikipedianen zullen het daar mee eens zijn. Men heeft wel een deadline gekregen, zodat we mogen hopen dat die discussie niet al te lang meer zal duren.

Via Slashdot.

Update (15:57) Tonie is liev maar zijn er geen andere interessante meningen over GFDL? Bijvoorbeeld wat Wikimedia ervan vindt?

Arnoud<br/> Afbeelding onder Free Art license.

After-dinner dip: mijn lezing over GPLv3, 13 november

vira.jpgOp 13 november organiseert de Vereniging Informaticarecht Advocaten een studiemiddag/avond over open source software (meelezende advocaten: 5 PO punten!). Drie keer raden wie er over GPLv2 versus GPLv3 mag komen vertellen.

De organisatie was zo vriendelijk mij na de borrel en het diner in te plannen, dus dat kan nog leuk worden.

Arnoud

GPL compliance engineering guide uitgebracht

lolcat-im-in-ur-cvs.jpgVorige week verscheen versie 1 van de GPL Compliance Engineering Guide, geschreven door Armijn Hemel die u waarschijnlijk wel kent van het GPL-Violations project. Dit is een handleiding over hoe GPL-schendingen op te sporen. Een mooie aanvulling dus op de gids van SFLC waarin algemene stappen staan over hoe je je als bedrijf aan de GPL moet houden.

Wie zin heeft om eens wat apparaatjes open te schroeven en te kijken welke GPL software hij kan vinden, moet zeker eens met deze gids aan de gang gaan. Van nmap commando's tot soldeerinstructies om een apparaat aan je PC te kunnen hangen zodat je het kunt inspecteren.

Veel schendingen blijken in de CE industrie voor te komen. Niet zo gek gezien de zeer lage marges en hoge volumes: het gaat om snelheid en kostenbesparingen bij veel dozenschuivers, en de kosten van het volledig compliant zijn met open source licenties wegen daar niet altijd tegenop. Met gidsen als deze kunnen mensen gemakkelijker violations aantonen, en bedrijven die dit doen onder druk zetten zodat iedereen, ook de low-margin CE industrie, zich netjes aan de licenties houdt.

Via The Inquirer.

Arnoud