Tegenwoordig weet iedereen wél wat ACAB betekent

| AE 11122 | Uitingsvrijheid | 61 reacties

Weet u nog, dat rechters niet mogen googelen? Dat was een zaak uit 2011 waarin de Hoge Raad bepaalde dat een rechtbank niet zomaar in Google mag kijken om te zien hoe bekend een afkorting is, om vervolgens iemand die die afkorting gebruikte te veroordelen. Die afkorting was ACAB, in 2011 redelijk bekend maar ten tijde van de overtreding een stuk minder. De rechtbank had op zijn minst de bevindingen aan de verdediging voor moeten leggen. Maar nu in 2018 is er een nieuw arrest (Hof Amsterdam) waarin googlen wél mag.

In deze zaak ging het om exact dezelfde afkorting. De verdachte zong tijdens een voetbalwedstrijd de tekst “ACAB, ACAB” en keek daarbij naar politieagenten. Deze arresteerden hem voor belediging van een ambtenaar in functie. De verdachte verklaarde niet te weten wat deze term betekende. Dat voelde voor mij ook wat onwaarschijnlijk, en met mij het Gerechtshof.

Het Hof pakt Google erbij, stelt de zoekperiode in op beperkt tot uiterlijk de datum van het delict(!), en constateert dat over de afkorting (en de beledigende betekenis daarvan) zeer veel nieuwsberichten zijn gepubliceerd, zowel door regionale als landelijke media. En dat vind ik dan leuk: die berichten kwamen mede naar aanleiding van die zaak uit 2011 waarin juist werd gezegd dat Googelen niet mag om de bekendheid van een term vast te stellen.

Het Hof concludeert nu dat gezien de landelijke bekendheid van de uitspraak en de term deze nu wel algemeen bekend geacht wordt te zijn. Daarop wordt de man veroordeeld voor belediging. En dat klopt dus – met zo veel bekendheid in pers en online over die uitspraak, kun je vandaag de dag niet meer volhouden dat je dit niet wist. Al helemaal niet in een voetbalcontext, wat mij betreft.

Arnoud (Dat ik in deze blog nergens hoef te zeggen wat ACAB betekende, zegt natuurlijk ook wel wat.)

Hoe ICT-vaardig zijn rechters vandaag de dag (en waarom dat er eigenlijk niet toe doet)

| AE 10973 | Informatiemaatschappij | 24 reacties

Een lezer vroeg me:

Je blog van dinsdag triggerde me: hoe ICT_vaardig zijn rechters nu eigenlijk echt anno 2018? Hoe kun je nu een domeinnaamhouder ‘hoster’ noemen van welke informatie dan ook? Ik zie zulke dingen vaker, en maak me daar zorgen over. Hoe zie jij dat, en hoe gaat dat nu in de praktijk met ICT-zaken?

Het blijft een terugkerend thema, de ICT-vaardigheden van rechters in Nederland wanneer het gaat over rechtszaken waarbij ICT een centrale rol speelt. Berucht is de anekdote “Wie is Ed“, als reactie van een rechter op een advocaat die het e-mailadres jan@home.nl voorleest bij pleidooi. En op menig advocatenborrel doen er tientallen van zulke verhalen de rondte. Maar -zo valt me dan op- altijd is het een collega overkomen en worden er geen namen bij genoemd.

Waar we nu echt staan anno 2018, is natuurlijk erg moeilijk te beantwoorden, omdat er (voor zover ik weet) geen onderzoek naar is gedaan. Je komt dus niet verder dan algemeenheden (ze hebben een academische achtergrond, krijgen continu opleiding maar zijn relatief oud) en dat schiet natuurlijk weinig op. Ook hoor ik wel argumenten als dat rechters vaak meer weten dan ze laten merken, om zo de partijen (of de verdachte, in strafzaken) uit de tent te lokken om meer informatie te krijgen over wat er nu precies gebeurd is.

Voor mij staat echter voorop dat een rechter helemaal geen ICT-specialist hoeft te zijn. Net zo min als hij verstand van huizenbouw hoeft te hebben om te bepalen of een aannemer aansprakelijk is voor een slecht dak. Er komt dan een deskundige die wél verstand heeft van huizenbouw, of liever nog specifiek van constructietechnieken voor houten balken bovenop een bakstenen muur om een betonnen dak te schragen. En die kan dan uitleggen waarom de aannemer het goed dan wel slecht heeft gedaan. Is de andere partij het daar niet mee eens, dan zet die er een andere deskundige tegenover. En dan kom je bij waar rechters goed in zijn: verklaringen en bewijs tegenover elkaar zetten en afwegen om tot een conclusie te komen.

Ik vind dat een beter systeem dan rechters die zelf gaan verzinnen hoe het zit, want daar kun je als partij niet op toetsen. Een deskundigenverklaring kun je aanvallen of van tegenbewijs voorzien. En dat is uiteindelijk hoe een rechtszaak moet gaan: partijen komen met verklaringen en bewijs, en de rechter weegt dat af.

Arnoud

Franse Facebookgebruikers mogen in Frankrijk rechtszaak voeren over terms of use

| AE 8429 | Uitingsvrijheid | 31 reacties

facebook-dislike-like.pngEen Franse Facebook-gebruiker wiens account werd geblokkeerd na het plaatsen van een naaktafbeelding, mag het sociale netwerk in Frankrijk voor de rechter slepen. Dat meldde Nu.nl vorige week. Facebook had in eerste instantie gesteld dat alleen de Californische rechter bevoegd is zo’n geschil te horen, omdat dat nu eenmaal in de TOU staat. Maar de Franse hogerberoeprechter oordeelt anders.

De gebruiker is een Parijse leraar die linkte naar een artikel over de schilder Gustave Courbet, en daarbij een foto van een naaktschilderij toonde. Facebook zag dit als overtreding van de TOU en blokkeerde zijn account. De leraar maakte bezwaar, wat uiteraard weinig uithaalde, en stapte naar de (Franse) rechter.

Daar was Facebook het mee oneens: in de Terms of Use van het netwerk staat duidelijk dat alleen de Californische rechter bevoegd is bij geschillen. Maar zowel in eerste instantie als in hoger beroep veegt de Franse rechter dat van tafel. In het Europese consumentenrecht is het een vrij uitgemaakte zaak dat je de toegang tot jouw rechter niet kunt ‘wegtekenen’ met een contract. De rechtbank voor jouw woonplaats is eigenlijk altijd bevoegd. En dat geldt dus ook wanneer het gaat om internetdiensten.

Inhoudelijk is er dus nog niets beslist, het enige dat we nu weten is dat Facebook met haar TOU niet de consumentenrechten opzij kan zetten. Dat heeft een redelijk juridisch ‘duh’-gehalte, maar het is toch fijn om te weten. De volgende slag gaat zijn of Facebook haar (Amerikaans-morele) regels mag opleggen ten koste van wat in andere landen gebruikelijk is. Naakt, en zeker in de kunst, is in Europa vrij normaal. Amerikanen zijn zo preuts als wat – een tepel is eigenlijk al bizar, toon liever een machinegeweer of een afgehakt hoofd.

Op zich zou je zeggen, het is Facebooks netwerk dus hun regels. Maar Facebook is wel iets meer dan een dorpscafé waar de eigenaar wat rare opvattingen heeft. De discussie hebben we al vaker gehad – wanneer moet een internetdienst zich conformeren aan de mores van een land, in plaats van andersom. Ik ben heel benieuwd hoe dit uit gaat pakken, want het zou een interessant precedent zijn. Er is immers niets illegaals aan de uitingen, noch in de VS noch in Frankrijk. Het zou dus zuiver gaan over “mag Facebook haar eigen regels stellen”, en die had ik nog niet eerder gezien.

Arnoud

Rechters mogen niet zomaar googelen voor hun vonnis

| AE 2702 | Informatiemaatschappij | 20 reacties

Als een rechtbank haar vonnis baseert op gegevens die het heeft ontleend aan een eigen zoektocht op een internetsite, schendt zij het principe van hoor en wederhoor. Dat bepaalde de Hoge Raad afgelopen vrijdag. De HR vernietigt daarmee een arrest van het gerechtshof dat mede gebaseerd was op gegoogelde informatie over een softwarepakket. De gevonden… Lees verder

“Uw vordering rammelt aan alle kanten”

| AE 2441 | Informatiemaatschappij | 7 reacties

Een genoegen om te lezen: een rechter die genoeg heeft van prutswerk van grote bedrijven die menen nog geld te krijgen van consumentklanten. Een lezer wees me op één uitspraak, en enig googelen gaf me nog meer uitspraken van deze Maastrichtse rechter Staal, die allemaal in niet mis te verstane bewoordingen bedrijven fileren die met… Lees verder

Googelen door de rechter: geen bewijs van algemene bekendheid

| AE 2387 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | 25 reacties

Zijdelings inhakend op de discussie of rechters mogen googelen dan wel wikipediën: het Gerechtshof Den Haag had niet enkel via googelen mogen achterhalen dat de afkorting “A.C.A.B.” naar algemene bekendheid “All Cops Are Bastards” betekende. Dat bepaalde de Hoge Raad gisteren. In februari vorig jaar veroordeelde het Gerechtshof een man die een bomberjack droeg met… Lees verder

Op welk land richt een website zich?

| AE 2344 | Informatiemaatschappij, Ondernemingsvrijheid | 45 reacties

Wanneer richt een website zich op een bepaald land? Een ontzettend lastige vraag, maar het Europese Hof van Justitie ontkwam er niet aan deze te beantwoorden. In twee arresten (C-585/08 en C-144/09) komt ze met een mooi genuanceerd antwoord: een website alleen is niet genoeg, maar geografisch getargete advertenties of taalkeuzes kunnen dat wel zijn…. Lees verder