Mag een speciale bestelling retour onder de wet koop op afstand?

special-delivery-postzegel.jpgEen lezer vroeg me:

Laatst bestelde ik iets bij een webwinkel. Ik kreeg toen een mail dat dit product niet op voorraad was en dat ze het speciaal voor mij bij de groothandel moesten bestellen. Op zich prima, maar ik moest toen verklaren dat ik afstand deed van het recht van retour uit de Wet Koop op Afstand omdat dit een speciale bestelling en dus maatwerk zou zijn. Kan dat zomaar?

Nee, dat kan echt niet. De Wet Koop op Afstand is dwingend recht, wat wil zeggen dat je op geen enkele manier de rechten daaruit kan worden ontzegd. Je kunt dus wel zeggen dat je er afstand van doet, maar dat heeft juridisch geen enkele waarde.

De Wet Koop op Afstand kent uitzonderingen op het recht van retour. Zo mag je bederfelijke waren niet retourneren, en ook maatwerk is uitgesloten van dit recht. Laat je bijvoorbeeld een t-shirt bedrukken met een door jou gekozen tekst, dan is het niet mogelijk om dat binnen de zevendagentermijn terug te sturen en je geld terug te eisen.

Een speciale bestelling is echter geen maatwerk. Ik hoor dit vaak, maar het is echt onjuist. Ik vermoed dat dat komt omdat mensen de term ‘maatwerk’ gebruiken, en daaronder wordt ook wel “speciale bestelling buiten het normale assortiment om” verstaan. De Wet Koop op Afstand gebruikt de term ‘maatwerk’ echter niet.

In de wet heet het “zaken die zijn tot stand gebracht overeenkomstig specificaties van de koper” (art. 7:46d lid 4(b)(1) BW). Dat betekent dat je als koper dingen moet hebt aangegeven over hoe het product eruit moet gaan zien. Bijvoorbeeld dus de tekst die op het shirt moet komen, of de laklaag die men op de auto moet spuiten.

Wordt er aan het product zelf niets gewijzigd of toegevoegd op jouw specificatie, dan valt het niet onder de uitzondering van ‘maatwerk’. Een speciaal bij de groothandel besteld product mag dus gewoon worden teruggestuurd en de webwinkelier moet gewoon het hele bedrag terugbetalen.

Arnoud

Het doorlopen van webpagina’s

bromfiets-verzekering-plaatje-nummerbord.jpgOvereenkomsten sluiten via internet blijkt toch weer een moeilijke zaak, zeker als je wederpartij achteraf gewoon keihard ontkent er een gesloten te hebben. Een recent vonnis van de kantonrechter Alkmaar is daar een mooi voorbeeld van. De eiser stelde dat de gedaagde met hem een overeenkomst voor een bromfietsverzekering had gesloten via haar website. De gedaagde ontkende, waarop de kantonrechter de eiser opdroeg met nader bewijs te komen van de stappen die je op de site moest doorlopen.

Dat bewijs kwam er, maar het blijkt bepaald niet overtuigend. De rechter wil meer zien dan een stapel schermafdrukken, zo blijkt:

Weliswaar valt uit de overgelegde schermafdrukken van webpagina’s af te leiden hoe er met [eiser] via internet een overeenkomst tot stand kan komen, maar nog steeds is niet gebleken dat [gedaagde] deze webpagina’s heeft doorlopen. Zo heeft [eiser] geen gegevens overgelegd waaruit blijkt welke webpagina’s ten tijde van het sluiten van de gestelde overeenkomst, 2 maart 2008, op de website […….] zichtbaar waren en een bezoeker daarvan moest doorlopen om een overeenkomst tot stand te laten komen. Aldus is niet vast komen te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen.

Schermafdrukken van nu bewijzen niet hoe de website in 2008 opereerde, en al helemaal niet dat de gedaagde partij daar ook werkelijk doorheen is gelopen. Een terecht punt, maar dit is wel de manier waarop veel bedrijven het zullen doen. (Verzamelen jullie meer informatie dan dit?) Ik ken er maar weinig die bijvoorbeeld het IP-adres loggen van elke bezoeker die op “Bestel nu” klikt of schermafdrukken van hun site maken op het moment dat die een update krijgt.

Een paar dagen later kreeg de gedaagde een verzekeringspolis thuisgestuurd. Dat bewijst m.i. dat wel degelijk alle pagina’s zijn doorlopen en dat op de knop “direct afsluiten” moet zijn gedrukt, want dat is de enige redelijke verklaring voor het feit dat het systeem van de eiser zo’n polis genereert en opstuurt.

Maar wat daar nog ontbreekt, is bewijs dat de gedaagde dat allemaal heeft gedaan. Het had ook zijn buurman kunnen zijn immers.

Nu zou je kunnen zeggen, als je zomaar een polis krijgt dan moet je aan de bel gaan hangen, maar nee:

Dat [eiser] vervolgens een verzekeringspolis aan [gedaagde] heeft toegezonden en hem erop heeft gewezen dat, indien hij niet binnen 14 dagen reageert, de op het polisblad vermelde gegevens worden verondersteld juist te zijn, maakt het voorgaande niet anders. Het niet-reageren op een dergelijk bericht, kan in redelijkheid niet worden beschouwd als wilsverklaring van [gedaagde] gericht op de totstandkoming van een overeenkomst.

De rechter lijkt hier impliciet artikel 7:7 BW aan te halen, waarin staat dat je ongevraagde zendingen “ten einde hem tot een koop te bewegen” en ongevraagde dienstverlening niet mag opvatten als een akkoord daarvoor. Stilzwijgend toelaten dat je ramen gelapt worden is geen grond voor een factuur, en verzekering is net zo goed een dienst als ramen lappen.

Het roept wel een fundamentele vraag op: hoe had deze verzekeringsmaatschappij dan wél moeten bewijzen dat het de gedaagde was die de bestelling had geplaatst? Zowat alles dat op een website wordt ingevuld, kan immers ook door de buurman of een kennis worden ingevuld.

Arnoud

Belgische retourtermijn gaat naar 14 dagen

Onze Zuiderburen lopen op de Europese muziek vooruit: de Belgische <a href=”http://www.elfri.be/WMPC->Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming die binnenkort in werking treedt verlengt de bedenktijd bij aankopen via internet naar veertien dagen. In Nederland is dit zeven werkdagen (bij Thuiswinkel-leden al wel veertien), maar er wordt in Europees verband gesproken over een verplichte verlenging naar veertien dagen. Nu gaat deze blog alleen over Nederlands recht, maar dit feitje vond ik toch belangrijk want er zijn genoeg Nederlandse webwinkels die ook wel eens aan Belgen leveren. Vallen die nu voor de Belgische klanten onder Belgisch recht?

In Europa is sinds eind 2008 de Verordening 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (kortweg Rome I) van toepassing. Deze vervangt het Verdrag met dezelfde lange naam (kortweg EVO). Om te bepalen of Nederlands, Belgisch of ander Europees recht van toepassing is, moet je dus in deze Verordening kijken.

Bij overeenkomsten waarbij fysieke producten worden geleverd geldt volgens artikel 4 “het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft”. Maar speciaal voor consumentenovereenkomsten (dus tussen verkopende bedrijven en kopende consumenten) gaat artikel 5 boven artikel 4, en daarin wordt juist “het recht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft” aangewezen. Een Belgisch consument kan dus aanspraak maken op het Belgisch recht bij een internetkoop bij een Nederlandse winkel.

Daarbij moet echter wel gelden dat: a) de verkoper zijn commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in het land waar de consument woonplaats heeft, of b) de verkoper dergelijke activiteiten richt op dat land of op verscheidene landen, met inbegrip van dat land,

Item b kan voor internetwinkels gelden: een webshop is ook in België bereikbaar, dus je zou kunnen zeggen dat deze ‘zich richt op dat land’. In de aanhef van deze Verordening wordt herinnerd aan een gezamenlijke verklaring over een eerdere verordening (44/2001) over de bevoegde rechter. Artikel 15 daarvan regelt dat de rechter voor de woonplaats van de consument in principe bevoegd is, maar in die verklaring werd afgesproken dat

het feit dat een internetsite toegankelijk is, op zich niet voldoende is om artikel 15 toe te passen; noodzakelijk is dat de consument op die site gevraagd wordt overeenkomsten op afstand te sluiten en dat er inderdaad een dergelijke overeenkomst gesloten is, ongeacht de middelen die daartoe zijn gebruikt. De taal en de munteenheid die op de internetsite worden gebruikt, doen in dat opzicht niet ter zake

Dat klinkt heel mooi, maar het beantwoordt nog steeds niet de vraag hoe het nu zit met webwinkels die ook aan Belgen leveren. Ik denk dat je in dat geval aan Belgisch recht gebonden kunt zijn, maar er moet wel meer zijn dan alleen het feit dat je een webshop hebt en dat Belgen een bestelling kunnen plaatsen. Denk aan zaken als adverteren in Belgische media of korting geven specifiek aan Belgen.

Een webshop zou in zijn algemene voorwaarden Nederlands recht kunnen aanwijzen. Dat mag, mits de consument daardoor maar niet

de bescherming verliest welke hij geniet op grond van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken volgens het recht dat overeenkomstig lid 1 toepasselijk zou zijn geweest bij gebreke van rechtskeuze.

En deze 14 dagen is zo te lezen dwingend recht, een Belgische webwinkel mag niet in de algemene voorwaarden de veertien dagen inperken. Een Nederlandse webwinkel die geacht wordt zich te richten op België, mag dat dus ook niet.

Het wachten is op de eerste Belg die een Nederlandse webshop voor de Belgische rechter sleept.

Arnoud

Webwinkels: deskundig en praktisch juridisch advies (boek)

Een tijdje geleden had ik geblogd over ons (mijn en Stevens) boek Webwinkels: Deskundig en praktisch juridisch advies. Het is met veel succes uitgedeeld op de TCD beurs, en nu is het ook gewoon te verkrijgen voor slechts 19,95.

Webwinkels worden steeds populairder, maar kennen heel wat bijzondere wet- en regelgeving waar zij rekening mee moeten houden. Het niet naleven van deze soms complexe wetgeving kan de rechtspositie van de winkelier of dienstverlener ernstig verzwakken. Het is dus zaak dat u zorgt dat u uw zaken op orde hebt.

Bestellen kan door een mailtje naar mij.

Het volgende boek gaat over providers. Onderwerpsuggesties zijn welkom! En ideeën voor promotieacties ook 🙂

Nog even de inhoudsopgave:

Juridisch verantwoord zakendoen<br/>

  • Inschrijven en aanmelden
  • <li>Uw ondernemingsvorm </li>
    
    <li>Uw bedrijfsnaam</li>
    
    <li>Elektronisch contracten sluiten</li>
    
    <li>Oneerlijke handelspraktijken </li>
    
    <li>Webwinkels en kansspelen</li>
    
    <li>De rechter en andere instanties </li></ul>
    

    Wettelijke plichten voor webwinkels<br/>

    • Informatie over uzelf
    • <li>Informatie over het winkelen </li>
      
      <li>Verplichtingen rond betalen </li>
      
      <li>Verplichtingen rond levering </li>
      
      <li>Verplicht factureren </li>
      
      <li>Recht van retour</li></ul>
      

      De kwaliteit van uw producten <br/>

      • Conformiteit: voldoen aan de verwachtingen
      • <li>Conformiteitseis</li>
        
        <li>Economische levensduur </li>
        
        <li>Garantie naast conformiteit </li>
        
        <li>Productaansprakelijkheid </li></ul>
        

        Uw kleine lettertjes<br/>

        • Waarom algemene voorwaarden
        • <li>Toepasselijkheid van algemene voorwaarden</li>
          
          <li>Onredelijk bezwarende voorwaarden</li>
          
          <li>Aansprakelijkheid van webwinkels </li></ul>
          

          De privacy van uw klant<br/>

          • Persoonsgegevens en privacy
          • <li>Gerechtvaardigd verwerken </li>
            
            <li>Aanmelden bij het College Bescherming Persoonsgegevens</li>
            
            <li>Privacyverklaring </li>
            

          Regels rond reclame <br/>

          • Online advertenties
          • <li>Commerciële boodschappen en spam </li>
            
            <li>Toestemming voor tell-a-friend</li>
            
            <li>Toestemming via algemene voorwaarden</li>
            
            <li>Regels bij telefonisch contact</li></ul>
            

            Van merken, reclame en domeinnamen <br/>

            • Merknamen en domeinnamen
            • <li>Sterk merk </li>
              
              <li>Merkproducten verkopen</li>
              
              <li>Hoger in Google dan de merkhouder</li></ul>
              

              Auteursrecht voor webwinkels<br/>

              • Auteursrecht op een website
              • <li>Een beschermde databank</li>
                
                <li>Investeren in het bouwen</li>
                
                <li>Citaatrecht </li>
                
                <li>Portretrecht </li>
                
                <li>Stappenplan bij auteursrechtschending </li>
                

              Arnoud

Ik wil mijn aansluitkosten terug!

Een lezer vroeg me:

Sinds 21 april, heeft Tringg een prijsverhoging en een wijziging in de algemene voorwaardev ingevoerd, welke vanaf 1 mei van toepassing is. Zij bieden echter wel de optie, om het contract op te zeggen. Echter, veel Tringg-gebruikers hebben aansluitkosten gemaakt van 35 euro en ook nog eens 10 euro voor nummerbehoud. Hebben wij recht op vergoeding van deze kosten, of kunnen we die vergeten ?

Bij prijsverhogingen of andere nadelige veranderingen in de algemene voorwaarden mag je als consument je contract opzeggen. Dat blijkt uit artikel 7.2 Telecommunicatiewet. Deze “optie” van Tringg is dus gewoon de wettelijk verplichte regeling.

Normaal krijg je dan echter niet je aansluitkosten of nummerbehoudkosten vergoed. Er staat in artikel 7.2 wel “kosteloos”, maar dat gaat alleen over afsluitkosten en eventueel vooruit betaalde abonnementskosten.

Je hebt dus pech, tenzij je binnen de eerste drie maanden van je abonnement zit. In dat geval is het de leverancier namelijk verboden om de prijs te verhogen. Een contractsvoorwaarde van de leverancier dat dat toch zou mogen, is onredelijk bezwarend, want op de zwarte lijst voor algemene voorwaarden staat

[Een beding is verboden als] dat de gebruiker de bevoegdheid geeft de door hem bedongen prijs binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst te verhogen, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden (art. 6:236 sub i BW)

Tringg mag dus alleen de prijs verhogen bij klanten die nog geen drie maanden lid zijn als ze deze de mogelijkheid geeft om het contract te ontbinden (art. 6:265 BW), wat iets anders is dan opzeggen. Bij ontbinden moeten alle tot dusverre gedane prestaties ongedaan gemaakt worden (art. 6:271 BW), iets dat bij gewoon opzeggen niet hoeft. Dat betekent dus dat je je aansluitkosten terug moet krijgen.

Update: in de comments wordt terecht gemeld dat je niet zomaar alle aansluitkosten terug kunt krijgen. Op zijn minst mag men een proportioneel deel houden. Maar je kunt t altijd proberen, ik betwijfel of Tringg deze blog leest. 🙂

Arnoud

Garantie en faillissement

Een lezer vroeg me:

Ik heb een televisie gekocht bij een webwinkel. Daarbij is me gemeld dat ik twee jaar garantie heb. Nu anderhalf jaar later is de televisie stuk, maar de winkel blijkt failliet. Hoe kan ik nu mijn recht op garantie uitoefenen?

Ik ben bang dat dit heel moeilijk, zo niet onmogelijk zal worden. Garantie, of beter gezegd het recht op een product conform de verwachtingen is iets tussen koper en verkoper. De winkel moet dus zorgen voor een correct werkend product, en als hij dat niet levert, dan moet hij dat gratis herstellen of vervangen. Gaat de winkel failliet in de tussentijd, dan heb je een probleem als koper want de verkoper bestaat dan niet meer. Je kunt dan ook niets meer van hem eisen.

Wellicht is hier sprake van fabrieksgarantie. Dat is een vrijwillig door de fabriek (of importeur) gedane toezegging over bepaalde eigenschappen van het product. Je kunt los van je rechten jegens de winkel ook naar de fabriek toestappen om naleving van die fabrieksgarantie te eisen. Wel moet je je dan houden aan de eisen van de fabrikant. Die mag bijvoorbeeld zeggen dat hij na één jaar geen garanties meer doet, of dat bewegende onderdelen buiten de garantie vallen, dat een formulier moet worden ingevuld of dat onderzoekskosten moeten worden betaald. De winkel mag dat allemaal niet.

In sommige branches bestaan garantie- of waarborgfondsen. Daar kun je een beroep op doen als een (aangesloten) winkelier failliet gaat. Zo zijn er bijvoorbeeld de CBW erkende woonwinkels waar je je geld terug kunt krijgen als een woonwinkel failliet gaat. Ook zijn er vaak regels over het overnemen van garantie door een collega-winkelier. Maar of dat betekent dat ze ook alle verplichtingen omtrent conformiteit op zich nemen, is nog een open vraag.

Arnoud

Het risico bij retourneren

Een lezer vroeg me:

Is het risico van het retourzenden van een zaak voor rekening van de koper of verkoper? Een vriend van me had een bestelling geretourneerd op grond van de Wet Koop op Afstand, maar het pakketje is waarschijnlijk in de post kwijtgeraakt. De winkel eist nu schadevergoeding. Klopt dat?

Bij een retour is de verzender in principe verantwoordelijk. Als de zending kwijtraakt, dan heeft de verzender dus een probleem. Bij retourzenden kun je dus maar beter aangetekend versturen. (Bij het gewone verzenden zegt de wet – art 7:11 BW – expliciet dat het risico bij de verkoper ligt, maar dat artikel geldt niet voor de retourzending.)

Als bewezen kan worden dat het vervoersbedrijf het pakket heeft kwijtgeraakt, dan is dat wellicht een argument om het risico te verleggen of om van overmacht te spreken. Maar in principe zou ik zeggen dat dat alleen gaat als het aangetekend verstuurd was en toch kwijt.

Als het product nu kwijt is, dan moet de koper inderdaad schadevergoeding aan de verkoper betalen. Ik zou verwachten dat dat normaliter neerkomt op het vergoeden van de prijs. En dan is de oplossing simpel: de verkoper mag het geld houden dat de koper eerder had betaald en daarmee is de kous af. Als er niet vooruit betaald is, dan zal de koper nu alsnog moeten betalen.

Arnoud

Ik wil niet aansprakelijk zijn voor kwijtgeraakte bestellingen!

Een lezer vroeg me:

In de afgelopen weken is het me nu al een paar keer overkomen dat een klant klaagt dat hij zijn bestelling van mijn webshop niet ontvangen heeft. Om kosten te sparen verstuur ik alles gewoon met TNT Post. Mijn ervaring is dat dat eigenlijk altijd goed gaat, dus ik wil mijn klanten niet op kosten jagen door een dure vervoerder te gebruiken of alles aangetekend te versturen. Maar na deze ervaringen vraag ik me af of dat nog wel een slimme gedachte is. Hoe kan ik dit oplossen? Zou ik bijvoorbeeld in mijn algemene voorwaarden het risico bij de klant kunnen leggen als hij een goedkope verzending wil?

Dit is een lastig probleem waar veel webwinkels mee worstelen. Hoofdregel is: de winkel is verantwoordelijk voor aflevering van de bestelling bij de consument-klant (art. 7:11 BW).

Deze verantwoordelijkheid kun je niet bij de klant leggen, ook niet met een slim geformuleerde algemene voorwaarde. De énige uitzondering is wanneer de klant zelf expliciet om een bepaalde vervoerder vraagt; alleen dan mag je het pakket op zijn risico laten bezorgen.

Gebruik je dus een goedkope vervoerder, dan neem je het risico dat er pakketjes kwijtraken en dat je dat zult moeten vergoeden. Je hebt drie opties om om te gaan met dit risico: 1) een dure vervoerder gebruiken met garantie van levering 2) een verzekering tegen kwijtraken 3) het risico nemen en kwijtgeraakte pakketjes uit eigen zak betalen

Als je bang bent dat je klanten valselijk gaan zeggen dat je pakketjes niet aankomen, dan zou ik voor optie 1 kiezen. Een vervoerder als DHL vraagt altijd een handtekening, daarmee dek je het risico af.

Arnoud

Je bent aansprakelijk voor je affiliates

Het inschakelen van affiliates ontslaat je niet van je eigen verantwoordelijkheid voor naleving van de wet. Dat blijkt uit een vonnis van eind februari in een beroepszaak tussen de Consumentenautoriteit en een postorderbedrijf. Aan de site waar proefpakketten konden worden aangevraagd (met inderdaad een stilzwijgend abonnement) mankeerde het een en ander. Het bedrijf stelde echter dat zij niet direct zaken deed met consumenten maar dat haar affiliates dat deden, zodat die ervoor verantwoordelijk zijn dat alles juridisch klopte. De Consumentenautoriteit vond dat onzin, en de rechter geeft haar nu gelijk.

Het bedrijf bood een breed scala aan producten aan, van afslankproducten tot tandverzorging tot erotische producten (geen grappen over vibrerende tandenborstels graag). Allerlei banners daarvoor werden aan de markt gebracht via affiliates zoals Net Direct, Ad Pepper en De Heus. Achter de banner zat een landingpagina met een aanbieding voor een gratis proefverpakking, proefpakket of welkomstpakket dat meteen besteld kon worden. De informatie van het bedrijf daarachter was nogal karig: veel meer dan een handelsnaam en/of een KVK-nummer was er niet te vinden (duidelijk onze factsheet niet gelezen).

De wet eist echter dat je “gemakkelijk, rechtstreeks en permanent” je vestigingsadres en contactgegevens vermeldt bij zo’n webpagina. Het argument van het bedrijf dat je dit bij de Kamer van Koophandel kon opvragen, ging dus niet op. Die gegevens moeten echt op de landingpagina zelf staan, omdat daar het bestelformulier staat.

Ook ontbraken de verplichte contactgegevens. Vaak werd niet eens een e-mailadres genoemd, terwijl dat letterlijk in de wet (art. 3:15d BW) staat als verplichte informatie. Ook een telefoon- of faxnummer ontbrak. Opmerkelijk genoeg oordeelt de rechtbank dat dat niet hoeft als je een postadres neerzet, omdat “ook via de post kan immers een snelle, rechtstreekse en effectieve communicatie tot stand gebracht [kan] worden.” Dit lijkt me onjuist: het Europese Hof oordeelde in 2008 dat de bedoeling van dat lid over “snelle, rechtstreekse en effectieve communicatie” niet per se een telefoonnummer vereist maar wel iets dat min of meer hetzelfde bereikt als e-mail of telefoon. Ik zie werkelijk niet hoe een postadres daaraan voldoet.

Daarnaast waren de voorwaarden niet duidelijk gemeld: de tekst “Als u nu reageert kunt u als beloning uw eerste verpakking Pet’s Energy t.w.v. ” 45,–, GRATIS* krijgen” maakt niet duidelijk dat je hiermee een abonnement afsluit. (Het sterretje stond voor “U betaalt slechts ” 4,95 administratie- en verzendkosten”). Ook de elders genoemde zin “Na ontvangst van de eerste zending beslis ik of ikklant blijf. Zo niet, dan laat ik hetweten.” was daarvoor niet genoeg. Door deze onduidelijke en onvolledige informatie is er geen abonnement tot stand gekomen, maar alleen een overeenkomst om gratis (plus 4,95) een proefpakket te krijgen. De rechter oordeelt dan ook dat de vervolgzendingen in het geheel niet besteld zijn en dat de consument ze daarom gratis mag houden (art. 7:7 lid 2 BW).

En voor dit alles is en blijft het bedrijf zelf aansprakelijk. De Wet Handhaving Consumentenbescherming vermeldt in artikel 8.2 dat

Indien commerciële communicatie … deel uitmaakt van een dienst van de informatiemaatschappij of een dergelijke dienst vormt, zorgt degene in wiens opdracht de commerciële communicatie geschiedt, dat artikel 15e, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in acht wordt genomen.

en dat is dus de opdrachtgever en niet de affiliate. Ik zou zeggen: zo hoort het ook. Je kunt contractueel met zo’n affiliate regelen dat zij zich aan de juiste wet- en regelgeving houden, maar uiteindelijk doet de consument zaken met jou en niet met je affiliates.

Arnoud

Een website kun je niet oplichten

Intrigerend arrest dat ik vond via de RSS-dienst van Jure.nl:

Verdachte wordt ter zake van poging tot oplichting vrijgesproken, nu Lenen.nl niet kan worden aangemerkt als “iemand” als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van het Strafrecht.

De verdachte stond terecht voor oplichting (inderdaad, art. 326 Strafrecht). Hij had namelijk op die site (opgezet door DSB Bank) een aanvraagformulier voor een lening ingevuld met daarbij de naam- en adresgegevens plus sofinummer van zijn huisgenoot maar wel zijn eigen bankrekeningnummer. (Team Identiteitsdiefstal kom er maar in). Toen men nabelde voor een afspraak, haakte hij af. Kennelijk rook men toch toen zodanig veel lont dat er aangifte werd gedaan, maar de politierechter sprak hem vrij, waarop het OM in hoger beroep ging.

Punt was echter dat in de tenlastelegging werd gezegd dat hij had geprobeerd “Lenen.nl” te bewegen tot afgifte van een geldbedrag. Dat is onmogelijk: “Lenen.nl” is geen persoon en ook geen bedrijf, maar alleen een website. Er had dus moeten staan dat hij had geprobeerd “DSB Bank NV, handelend onder de naam lenen.nl althans enige handelsnaam” op te lichten. Tsja.

Ook nog opmerkelijk: het Hof heeft in Wikipedia gekeken wie er achter lenen.nl zat als ik het goed lees.

Uit een openbare bron (www.wikipedia.nl) blijkt bovendien dat [naam].nl slechts één van de vele handelsnamen van [bedrijf] is.

Ik zou persoonlijk bij het handelsregister kijken, maar goed het is mooi dat rechters wat meer op internet kijken. Alleen volgende keer graag wel http://nl.wikipedia.org/ hanteren.

Arnoud