“Bovengrens aan beeldcitaat: 194×145 pixels”?

Heeft de rechter in het Jaap-vonnis nu eindelijk een harde grens gesteld voor beeldcitaten? Nee, maar “194×145 mag” gaat desondanks het nieuwe auteursrechtelijk broodje-aap verhaal van de komende tien jaar worden.

Huizenzoekmachine Jaap moest stoppen met het overnemen van de integrale informatie over huizen van Funda en van de sites van individuele NVM-makelaars, maar mag wel net als eerder Zoekallehuizen.nl (ZAH) wel kleine stukjes overnemen vanwege het citaatrecht. En daarin was de rechter opmerkelijk precies: de foto mag hooguit 194 bij 145 pixels groot zijn, en qua tekst mogen hooguit 155 tekens.

Die afmetingen gelden alleen voor Jaap en zijn zeker geen bindende jurisprudentie vanaf nu. De enige reden dat de rechter getallen koos, was omdat hij wel voorzag dat er anders gelijk weer ruzie zou komen over de geciteerde foto’s. Hij wilde dat voor zijn en besloot dan maar te zeggen dat Jaap’s huidige formaat acceptabel was. En dat was toevallig 194×145. Ik zou trouwens nog wel willen weten wie er bij Jaap nu net die afmetingen bedacht had.

Een zo specifieke maat is opmerkelijk, zo schrijft Solv:

Uiteraard is het in het belang van sites als Jaap.nl, om een duidelijke maatstaf te hebben. Anderzijds moet er voor worden gewaakt dat de limiet van 155 tekens als een nieuwe, absolute grens wordt gezien voor het toelaatbaar zijn van een citaat. Al naar gelang de omstandigheden en context, kan een volledig werk rechtmatig worden geciteerd. Andersom, zal in sommige gevallen het overnemen van slechts 50 tekens al te ver gaan.

Inderdaad. Het citaatrecht is geen vrijbrief om zomaar stukjes (of plaatjes of stukjes geluid) te mogen overnemen.

Je mag alles citeren wat je wilt, zolang het maar voor een van de de toegestane doelen is. Bijvoorbeeld aankondigen wat er te zien is achter de link, of aanhalen wat je gaat bekritiseren. In het Zoekallehuizen-arrest bepaalde het Hof dat wat ZAH deed, te vergelijken is met een aankondiging, een toegelaten doel voor een citaat:

ZAH doet in feite niet meer dan nodig is om de gebruiker in staat te stellen de voor hem (mogelijk) van belang zijnde websites van de makelaars te vinden door daarnaar te verwijzen via enkele belangrijke gegevens. Het gebruik van deze gegevens valt te beschouwen als of staat op gelijke voet met het citeren uit een werk ten behoeve van een aankondiging. Het heeft immers de strekking de gebruiker aan te kondigen wat hij te zien zal krijgen als hij de door ZAH aangeboden hyperlink volgt.

Maar bij Jaap kon de rechter kort zijn:

Het door [Jaap] compleet overnemen van de objectgegevens op haar website is een vorm van eigen en vrijwel ongewijzigde exploitatie van deze gegevens. Dit gaat de grenzen van het zogenaamde citaatrecht voorbij.

Die grenzen zeggen dat je niet meer mag citeren dan nodig. Het algemene criterium, dat de rechter hierboven gebruikt, is dat wat je in je citaat stopt, niet meer als exploitatie van het origineel te zien is. Je citaat moet op zichzelf waardeloos zijn, zeg maar.

Bij beeldmateriaal bepaalde de Auteurswet vroeger dat een beeldcitaat alleen mag als dit

door haar grootte of door de werkwijze volgens welke zij is vervaardigd een duidelijk verschil vertoont met het oorspronkelijke werk.

Maar dat is gewijzigd. De huidige wet, artikel 15b, bepaalt dat een citaat, dus ook een beeldcitaat, mag als het citaat

in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd.

Dat is geen wezenlijke verandering. Het is nog steeds niet nodig om een grote poster integraal te tonen als het je gaat om een raar mutsje in de linkerbovenhoek. Maar je mag wel een hele foto van een huis verkleind laten zien als je wilt aankondigen dat dat huis te koop staat.

In een min of meer vergelijkbare zaak in Amerika mocht Google pornothumbnails laten zien bij zoekresultaten.

En op Volledig Bericht, pardon Boek 9, merkt Dirk Visser nog op dat het vonnis waarschijnlijk anders zou uitvallen bij sites die wel een databankrecht kunnen claimen op hun informatie. Makelaars hebben geen databankrecht op hun huizeninformatie, zo bepaalde het gerechtshof vorig jaar in de Zoekallehuizen-zaak.

Arnoud

Creative Commons versie 3 uitgebracht

Versie 3 van de populaire Creative Commons licenties is nu beschikbaar. Creative Commons licenties bieden een eenvoudige en gestandaardiseerde manier om toestemming te geven voor gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken.

CC 3.0 kent twee belangrijke wijzigingen: de Share-Alike of Gelijk Delen-licenties staan nu toe om afgeleid werken onder een compatibele licentie uit te brengen, en de licentie lost problemen rondom collectief rechtenbeheer op.

Aanpassing van Gelijk Delen: Wie het maken van afgeleide werken toestaat, kan dat doen onder de “gelijk delen” beperking. Die houdt in dat het afgeleide werk verplicht onder dezelfde Creative Commons-licentie moet worden uitgebracht. Op die manier komt het afgeleide werk ook weer beschikbaar voor iedereen. Het achterliggende idee is het laten groeien van de hoeveelheid beschikbare Creative Commons-werken.

In de praktijk levert dat wel eens problemen op. Zo is bijvoorbeeld Wikipedia niet onder Creative Commons maar onder de GNU Free Documentation License. CC-gelijk delen werken mogen dus niet tot Wikipedia-document verwerkt worden.

Creative Commons kan nu licenties aanwijzen die “compatibel” zijn met CC 3.0. Een gebruiker mag dan het origineel of een afgeleid werk uitbrengen onder zo’n compatibele licentie in plaats van de Creative Commons licentie zelf. Daarmee kunnen CC-gelijk delen werken straks bijvoorbeeld wel in Wikipedia worden opgenomen.

Collectief rechtenbeheer: de Auteurswet regelt verplichte vergoedingen voor auteurs bij een aantal vormen van hergebruik. Deze worden door BUMA, Stemra, SENA en al die andere clubs geïncasseerd. De thuiskopieregeling bijvoorbeeld kent een toeslag op elke lege drager zoals CD of DVD. De muzikant of andere maker kan geen afstand doen van het recht op deze toeslag. Omdat Creative Commons-licenties geen vergoeding eisen, kun je je afvragen of je als muzikant dan wel werk onder Creative Commons uit kunt brengen. Versie 3 maakt een einde aan die twijfel. De nieuwe sectie 3e bepaalt:

Non-waivable Compulsory License Schemes. In those jurisdictions in which the right to collect royalties through any statutory or compulsory licensing scheme cannot be waived, the Licensor reserves the exclusive right to collect such royalties for any exercise by You of the rights granted under this License;

Voor vergoedingen waar de auteur wel afstand van kan doen, bepaalt het artikel dat de maker er bij deze afstand van doet.

Andere nieuwe wijzigingen:

  • De licentie bevat nu een bepaling over het databankenrecht. In Europa zijn databanken los van het auteursrecht ook nog eens apart beschermd tegen overname en ontlening. Creative Commons 3.0 licenties regelen nu ook de toegang en hergebruik van zo’n databank.
  • Het is nu expliciet verboden om de verplichte naamsvermelding zo te presenteren dat het lijkt of de maker iets te maken heeft met jouw hergebruik.
  • De licentie vermeldt expliciet dat de auteur geen afstand doet van zijn morele rechten. Met deze rechten kan een auteur zich verzetten tegen verminking van zijn werk.

Een belangrijker probleem met deze organisaties is dat als je er gebruik van wilt maken, je je rechten af moet staan:

De standaard overeenkomst van BUMA/STEMRA maakt (tot op heden) gebruik van een bepaling waarbij het exploitatierecht voor het gehele repertoire van de aangesloten kunstenaars exclusief bij BUMA/STEMRA komt te liggen. Hierdoor kunnen BUMA/STEMRA leden feitelijke geen werken onder een CC-licentie verspreiden als zij tegelijkertijd via BUMA/STEMRA royalties voor andere werken willen innen.

Dat is niet op te lossen in een Creative Commons licentie. De Buma zal deze contracten moeten aanpassen zodat ze passen bij Creative Commons licenties. Dat had de organisatie in januari 2006 al beloofd trouwens.

(Via Livre).

Arnoud

De geschriftenbescherming: tegen integraal overnemen

Naar aanleiding van het Jaap-vonnis nog even over de geschriftenbescherming die succesvol ingeroepen werd tegen de integrale overnamen van huizenomschrijvingen van de makelaarsites. De tekstjes in kwestie waren zo kort dat je je af kunt vragen of ze wel creatief genoeg waren voor auteursrecht. Maar dat deed er niet toe, want Jaap nam integraal over en dat mag ook niet bij “onpersoonlijke geschriften”.

Artikel 10, lid 1, sub 1 van de Auteurswet bepaalt dat onder werken van letterkunde, wetenschap of kunst mede verstaan worden “alle andere geschriften”. Uit met name dat alle heeft de Hoge Raad afgeleid dat voor geschriften de eis van creativiteit en originaliteit niet geldt. De enige eisen zijn:

  1. De tekst is op schrift gesteld. Een elektronisch geschrift telt ook.
  2. <li>De geschriften zijn openbaar gemaakt of bestemd om openbaar te worden gemaakt. Boodschappenlijstjes zijn dus niet beschermd door de geschriftenbescherming.</li>
    

Een puur feitelijk en zakelijk lijstje woorden is als zodanig dus ook beschermd. De omvang van de bescherming is wel een stuk minder dan bij creatieve werken. Alleen het openbaar maken en/of verveelvoudigen van een ‘eenvoudige herhaling’ van het werk is verboden.

Wel moet bij inbreuk worden bewezen dat er specifiek van dat geschrift is overgenomen. Dat is lastiger dan het lijkt: is mijn woordenlijst ontleend aan het Groene Boekje, het Witte Boekje of de dikke Van Dale? Je moet dan bijvoorbeeld kijken naar typefouten en andere slordigheden die uniek zijn voor het geschrift.

Geschriftenbescherming staat los van de auteurswet. Zoals Dick van Engelen het omschrijft:

Uit het Televizier-arrest (NJ 1966, 116) blijkt dat, hoewel deze geschriftenbescherming op een uitleg van artikel 10(1)(1) Aw is gebaseerd, het geen auteursrecht betreft maar om een sui generis recht gaat. De Hoge Raad gaf aan dat de bepalingen van de Auteurswet slechts naar analogie op niet-oorspronkelijke geschriften van toepassing zijn. Voor ieder voorschrift van de Auteurswet dient afzonderlijk bekeken te worden of, en in hoeverre, dat op een niet-oorspronkelijk geschrift van toepassing is.

Geschriftenbescherming is altijd een ‘hot topic’ geweest voor juristen. Het past niet binnen de Auteurswet, die immers ontworpen is voor creatieve en originele werken. Geschriftenbescherming beschermt iets dat met alleen hard werken (een lijstje maken) verkregen is.

Toen de Databankenrichtlijn er door kwam, was dan ook de verwachting dat de geschriftenbescherming opgeheven zou worden. Een databankrecht was specifiek bestemd voor het beschermen van lijstjes die met hard werken maar zonder creativiteit verkregen was.

Geschriftenbescherming komt uit de auteurswet, en ook die werd aangepast naar aanleiding van de Databankenrichtlijn. Voor lijstjes en dergelijke mocht vanaf toen alleen nog de eis worden gehanteerd dat “de keuze of de rangschikking van de stof een eigen intellectuele schepping van de maker vormt”. Een bloemlezing of een lijst met de “Top 100 mooiste popsongs” is daarmee beschermd. Maar een onpersoonlijk geschrift waaruit geen creatieve keuze of rangschikking blijkt, valt buiten de boot. Einde van de geschriftenbescherming dus.

Niet helemaal. Uit de parlementaire geschiedenis van de wetswijziging blijkt dat de wetgever bij de omzetting van de Databankenrichtlijn er uitdrukkelijk voor heeft gekozen om de geschriftenbescherming krachtens de Auteurswet in haar toen bestaande vorm te handhaven. Art. 10 lid 4 van de Auteurswet sluit alleen geschriftenbescherming uit voor geschriften die als databank te zien zijn. Professor Hugenholtz (IVIR) merkte al in zijn annotatie bij Hof van Justitie 9 november 2004 (British Horseracing Board/William Hill) op dat dit niet hoort:

de richtlijn is in de Nederlandse wet verkeerd geïmplementeerd. De wet had geen ruimte mogen laten voor auteursrechtelijke bescherming van niet-oorspronkelijke databanken, ongeacht of daarin substantieel geïnvesteerd is of juist niet.

Geschriftenbescherming blijft daarmee een rare kronkel in het Nederlands auteursrecht.

Lex Bruinhof van Wieringa Advocaten ergert zich aan het oprekken van de geschriftenbescherming tot ook foto’s:

Een foto kan dus tot geschrift worden (althans onder dezelfde bescherming vallen) als deze samen met tekst één geheel vormt. Aldus de rechter, althans. Dat gaat mij veel te ver. De geschriftenbescherming is al een buitenbeentje in ons auteursrecht; het ook nog eens gaan oprekken daarvan is mijns inziens vragen om moeilijkheden. En ook helemaal niet nodig. In mijn beleving zijn foto’s op makelaarssites doorgaans oorspronkelijk genoeg om voor bescherming in aanmerking te komen. Maar goed, de rechter erkent thans dus ook “fotogeschriften”.

Arnoud

Hirsch Ballin boos op Musicopy

Minister Hirsch Ballin van Justitie is boos op de Stichting Musicopy. Deze stichting incasseert royalties voor gebruik van auteursrechtelijk beschermde bladmuziek. Op zich niets mis mee, bladmuziek is beschermd en wie beschermd werk kopieert, moet daarvoor betalen (tenzij het gaat om een kopie voor eigen oefening of gebruik). Wat wel mis is, is de manier waarop Musicopy dat doet. Hirsch Ballin legt uit:

De Stichting Musicopy is een privaatrechtelijke rechtspersoon die in opdracht van de rechthebbenden van bladmuziek optreedt ter uitoefening van hun rechten. Dat betekent dat de stichting geen opsporings- of handhavingsactiviteiten mag uitvoeren. De manier waarop de stichting zich manifesteert, is daarmee niet in overeenstemming. Aan dat gedrag moet een einde komen.
De minister deelt mede dat hij hierover op 6 juli 2007 met de leiding van de Stichting Musicopy zal spreken om te komen tot een verheldering van de positie van de stichting. Daarbij zal duidelijk worden gemaakt dat niet de indruk mag worden gewekt dat de stichting een opsporingsinstantie is die toeziet op de verrichtingen van de muziekverenigingen, koren en orkesten.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

TLC: zijn digitale kopieën van publiek-domein werken beschermd door het auteursrecht?

Olivier Oosterbaan (zwaai) heeft weer een mooie analyse op zijn blog Technology Law Culture: zijn digitale reproducties van werken uit het publieke domein beschermd door het auteursrecht?

First, as background, we will explain why we want to use such a work, and why we prefer or even need to use a reproduction made by someone else. Second, we will explain why explicit permission to use such reproduction might not be necessary as far as copyright is concerned. Third, we will explain why again we will err on what is perhaps the safe side of things (…).

Arnoud

Zit Microsoft aan GPLv3 vast?

GPL versie 3 is tegen Microsoft. En helemaal tegen die man die die creatieve deal met Novell bedacht heeft, waarbij Microsoft tegen betaling octrooilicenties geeft aan klanten van Novell voor het gebruik van SuSE Linux. Dus liep GPLv3 acht maanden achterstand op met als doel een constructie te verzinnen waardoor Microsoft nu aan GPL versie 3 hangt.

Op het eerste gezicht lijkt dat raar. Microsoft verspreidt geen GPL versie 3 software, en heeft dus geen GPL licentie nodig zou je zeggen. Bovendien, alleen de licentietekst aanpassen is niet genoeg. Microsoft moet ook iets doen waaruit blijkt dat ze akkoord zijn met de licentie. Zo meldde Slashdot onlangs dat een advocaat heeft gezegd (jaja, betrouwbare bronnen) dat Microsoft niet aan GPL versie 3 vastzit. Want, zo vertelt ze:

The strategy, Lam-Beattie said, will ultimately fail because parties have to willingly enter contracts, and contracts can’t be retrospective.
…
In this case, she said, Microsoft never acted – never ‘entered’ into the agreement, and the terms and conditions can only apply to new actions by Microsoft, not older ones. She said: “Their actions so far are not enough to say that they are bound.”

Maar het gaat niet om het feit dat Novell en Microsoft ooit een overeenkomst sloten en dat daardoor Microsoft nu aan GPL versie 3 vastzit. Dat kan inderdaad niet. “Iedereen die vorig jaar een contract sloot met Novell, verklaart zich daarmee nu alsnog akkoord met mijn licentie.”

Dat stukje “willingly” is gedeeltelijk waar. Je kunt in principe niet aan een contract gebonden worden tegen je wil. Maar als jij doet alsof je het wel wilt, kun je achteraf niet zeggen dat je het eigenlijk stiekem toch niet wilde. Als je iets doet waaruit blijkt dat je akkoord bent met de licentie, kun je daarna niet meer roepen dat je dat eigenlijk niet wilde. Zeker bij auteursrecht. Stel je verspreidt software. Dan ben je of akkoord met de licentie, of je bent auteursrecht aan het schenden. Wat is nu het meest logisch? Ik zou zeggen dat je akkoord bent met de licentie.

Nee, het plan is anders. En het gaat wel degelijk over toekomstige activiteiten. Zoals ik al schreef op Livre: Novell gaat straks GPL versie 3 software verspreiden, en Microsoft geeft Novell-klanten daar een octrooilicentie op. Maar GPL versie 3 eist dat Novell zo’n licentie voor de hele wereld had moeten afsluiten. Dus Novell schendt de GPL door toch te verspreiden met zo’n beperkte licentie.

Microsoft zet Novell daartoe aan. We weten uit de Amerikaanse Grokster-uitspraak dat “aanzetten tot inbreuk” ook inbreuk op het auteursrecht is (wat laatst nog bij een pornozaak aan de orde was). En de GPL zegt dat je je akkoord verklaart met de GPL door iets te doen dat normaal inbreuk is. Dus Microsoft zit nu vast aan GPL versie 3 en licentieert daarmee al haar octrooien gratis aan de hele open source gemeenschap. Pardon, vrije software gemeenschap.

Arnoud

Duitse rechter weigert persoonsgegevens filesharers af te geven

Schending van auteursrecht is Bagatellkriminalität, aldus de Duitse rechter. In Duitsland kun je als auteursrechthebbende niet zoals in Nederland van een provider eisen dat deze persoonsgegevens van gebruikers afgeeft als die je auteursrecht schenden. Alleen het Openbaar Ministerie kan dit opvragen, wanneer er sprake is van een misdrijf. Maar in deze recente beslissing (die volgens Heise niet uniek is in Duitsland trouwens) wordt schending van auteursrechten niet als ernstig genoeg gezien.

On the grounds of “obvious disproportionateness” the Local Court (AG) in Offenburg had on July 20 prohibited the local public prosecutor’s office from requesting that a provider reveal the personal data that match the IP addresses of alleged P2P network users. Offering a few copyright-protected music tracks via a P2P network client was “a petty offense,” the court declared.

Bovendien leek het niet waarschijnlijk dat de organisatie werkelijk geïnteresseerd was in strafvervolging.

The case did not fulfill the indispensable condition of an investigation being in the public interest, because the offenses committed by the alleged users of the file-sharing network had not “disturbed law and order beyond the sphere of life of the client,” the chief public prosecutor’s office in Celle declared. In addition the offenses were “minor.” And there was no evidence that substantial damage had been done. The chief public prosecutor’s office goes on to say that “some parties may regret the fact” that the legislator has not given holders of copyrights a civil law right to obtain the type of information in question from providers. Such parties “could not however expect such omissions on the part of the legislator to be offset in other areas and in every minor case by the endeavors of the prosecuting authorities with their limited resources.”

Het Duitse beleid is daarmee in lijn met het advies dat onlangs aan het Europese Hof van Justitie werd gegeven over precies dit onderwerp.

Arnoud

Inderdaad strengere toets in Amerikaans octrooirecht

Amerikaanse octrooien worden sneller triviaal geacht: de KSR versus Teleflex-beslissing lijkt wel degelijk een strengere toets voor obviousness, gebrek aan inventiviteit, op te leveren. Zoals ik in mei schreef:

Kort gezegd komt de beslissing erop neer dat een uitvinding die bestaat uit een combinatie van bestaande zaken, vermoed wordt voor de hand liggend te zijn. Dat kun je weerleggen door bijvoorbeeld aan te tonen dat er sprake is van onverwachte synergie of dat niemand in het vakgebied verwachtte dat die combinatie mogelijk was. Maar het legt de lat wel hoger. Vroeger moest het USPTO aantonen dat een vakman die combinatie zou willen maken, en als dat niet lukte vond men de uitvinding automatisch inventief.

Alhoewel veel Amerikaanse octrooijuristen dit al voorspelden, was het USPTO daar niet van overtuigd.

In deze zaak werd Realnetworks aangeklaagd door octrooihouder Friskit wegens vermeende inbreuk op octrooien over het zoeken in en selecteren van streaming media en het beheren van playlists. De octrooien dekten mediasoftware en -spelers af met een bepaalde combinatie van features. Elk van die features bleek op zich bekend. De vraag was dus, was het inventief om die met elkaar te combineren tot één product?

Nou ja, betoogde Friskit: het was toch (in 2000) een lastig probleem om al die dingen te integreren. Dat had nog nooit iemand gedaan. Welnee, luidt het vonnis:

Here, the solution to the problem of tedious user experience—integration—was well known and had already been utilized by others. And Friskit’s achievement of a seamless user experience was the anticipated or predictable result of its integration of different pre-existing elements. … Nor was the functionality of the Friskit player novel or unpredictable.

Maar ja, als je je uitvinding zo uitlegt:

In fact, Friskit’s previous motion for summary judgment included a chart, entitled “Friskit’s patents deliver the glue to put existing technologies together into a single application,” which had streaming media as one of the existing technologies.

dan is het ook niet zo gek dat mensen concluderen dat het alleen maar aan elkaar plakken van bestaande zaken is. En dat is niet snel inventief.

Dit past in de lijn die The fire of genius signaleert en bijhoudt: tot nu toe zijn de octrooien elke keer vernietigd, omdat de nieuwe toets uitwees dat de uitvinding niet inventief was.

Arnoud

OM: “downloaden niet langer gedogen” – was dat illegaal dan?

Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep in de strafzaak over het aanbieden van links naar inbreukmakende werken. In die zaak werd beslist dat het aanbieden van zulke links medeplichtigheid aan inbreuk op auteursrecht kan opleveren. In De Telegraaf legt het OM uit waarom ze hoger beroep aantekenen:

“Het is bijna normaal geworden om illegale kopieën in bezit te hebben”, aldus officier van justitie Annemieke Drogt. “Nederlandse websites die toegang bieden tot kwalitatief hoogwaardig materiaal, breiden zich uit als een olievlek. Met deze eerste strafrechtelijke vervolging geven we een signaal af: dit accepteren wij in ons land niet langer.”

Nou kan het OM wel van alles vinden, maar voordat iets strafbaar is, moet het toch echt bij wet verboden worden. Opzettelijke inbreuk op het auteursrecht is een misdrijf (art. 31 jo. 33 Auteurswet), dat is waar. Ook het “bewaren uit winstbejag” van een voorwerp met daarop een inbreukmakend werk is strafbaar (art. 32 sub d Auteurswet). Dus aanpakken van sites die werk aanbieden, of links daarnaar, kan inderdaad op grond van de strafbepalingen uit de auteurswet.

Maar die eerste zin verhoudt zich moeizaam tot het Nederlands recht, zou mijn docent Encyclopedie Rechtsgeleerdheid zeggen. Hoezo illegale kopieën in bezit hebben? Veel gedownload werk is een thuiskopie: een kopie die voor strikt eigen gebruik gemaakt wordt en niet met anderen wordt gedeeld. De thuiskopie is legaal, punt uit. En een legale thuiskopie is geen inbreuk op het auteursrecht. Het hebben of maken van een thuiskopie is dus ook geen strafbaar feit.

Ja, dat roep ik al sinds april 2002. Maar ik ben heus niet de enige.

De rechter in de zaak TechnoDesign versus BREIN:

Anderzijds heeft de wetgever blijkens zowel de huidige Auteurswet en de Wet op de naburige rechten als de reeds genoemde Richtlijn en het daaruit voortvloeiende Wetsontwerp bepaald dat op zichzelf het kopiëren (in dit geval door middel van downloaden) van een inbreuk-makend/illegaal mp3-bestand voor eigen gebruik, geen strijd met de Auteurswet of de wet op de naburige rechten oplevert.
In het hoger beroep werd hier niet verder op ingegaan: “Of deze ontvanger recht heeft op een zogenoemde ’thuiskopie’ kan daarom in dit verband verder onbesproken blijven.”

Antwoord op kamervragen aan de Minister van begin augustus:

Vraag 3
Geldt [de thuiskopie-regeling] ook voor het aanbod van werken op het Internet die nog niet legaal voor het publiek te koop zijn of openbaar gemaakt zijn? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord
Artikel 16c Auteurswet stelt niet de eis dat een privékopie uitsluitend mag worden gemaakt van een legale bron. Het ontbreken van de eis dat het origineel ‘legaal’ moet zijn leidt tot een voor consumenten ruimhartig thuiskopieregime. Inherent daaraan is dat van een illegale bron legale privékopieën kunnen worden gemaakt, voor zover de overige wettelijke voorwaarden in acht worden genomen (Kamerstukken II, 2002-2003, 28 482, nr. 5, blz. 33 en Kamerstukken II, 2002- 2003, 28 482, nr. 8, blz. 13). Daaraan heeft allereerst het feit ten grondslag gelegen dat artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van Richtlijn nr. 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PbEG L 167; hierna: de richtlijn) evenmin de voorwaarde van de legale bron stelt. Verder kan in een Internetomgeving van een gebruiker over het algemeen niet worden gevraagd te beoordelen of er al dan niet sprake is van een legale dan wel illegale bron. Voorts werd betwijfeld of de introductie van dit onderscheid bij de thuiskopieregeling wel handhaafbaar zou zijn (Kamerstukken II 2002-2003, 28 482, nr. 5, blz. 33), omdat het thuiskopiëren zich bij uitstek in het privédomein van de consument afspeelt.

Uit het daarboven genoemde Kamerstuk 28 482, nr. 5, blz. 33:

Het ontbreken van de eis dat het origineel legaal moet zijn, kan er dus toe leiden dat van een illegale bron legale privé-kopieën worden gemaakt, voor zover de overige voorwaarden die artikel 16c stelt in acht worden genomen. De beperking inzake privé-kopiëren staat het niet toe dat zo’n kopie wordt afgegeven of wordt openbaar gemaakt. … Het heeft mijn voorkeur dat alleen van een legale bron een privé-kopie wordt gemaakt.

Uit het daarboven genoemde Kamerstuk 28 482, nr. 8, blz. 13:

[De thuiskopie-regeling] verbindt aan het privé-kopiëren de voorwaarde dat een vergoeding wordt betaald. Die vergoeding is verschuldigd ongeacht of er sprake is van een legale of illegale bron en wordt geheven bij de producent of importeur en doorberekend aan de consument. Indien bij de vaststelling van de vergoeding de privé-kopie van een illegale bron niet in aanmerking zou worden genomen, dan zou de gebruiker die illegale werken kopieert in feite goedkoper uit zijn. De wet zou dan een premie zetten op gebruik van illegaal werk. Dat dat niet de bedoeling kan zijn verklaart dat ook de richtlijn niet de beperking stelt dat het moet gaan om een legale bron. Het feit dat een heffing is betaald legitimeert overigens niet dat een kopie daarvan vervolgens in omloop of anderszins in het verkeer wordt gebracht. Dat blijft niet toegestaan. Evenmin is toegestaan een privé-kopie in opdracht van derden te maken of een privé-kopie af te geven.

(Deze twee links met dank aan GeenCommentaar.nl’s Parlando maar dan goed)

En al in 2000 schreef auteursrechtexpert en hoogleraar Bernd Hugenholtz:

Downloaden is reproduceren, daarover zijn de auteursrechtgeleerden het wel eens. Is hier sprake van kopiëren voor eigen gebruik? Vermoedelijk wél; als het kopiëren van gehuurde of geleende CD’s is toegestaan, moet het downloaden van Napster-bestanden ook kunnen.

Arnoud

Werknemer gebruikt GPL software van werkgever bij eigen bedrijf

Toevallig vond ik een vonnis over een geschil tussen een automatiseringsbedrijf en een (ex-)werknemer. Deze werknemer was gedurende zijn dienstverband vennoot van een vof, door hemzelf aangeduid als hobbybedrijfje. Dit hobbybedrijf leerde Virtual Private Network (VPN) oplossingen aan een bedrijf dat ook klant van zijn werkgever bleek te zijn. Daarbij zou onder andere de software van dat bedrijf gebruikt zijn. Echter:

Met betrekking tot de gebruikte technieken voert [gedaagde] aan dat Serac ten deze vordering onvoldoende heeft onderbouwd, dat VRISned (en niet [gedaagde]) gebruik heeft gemaakt van software die gratis te downloaden is (zgn. GPL-software) van het internet (wat ook Serac bij uitvoering van een dergelijke opdracht zou doen) en dat derhalve onduidelijk is welke technieken Serac bedoelt. [gedaagde] betwist dat Serac rechten zou kunnen ontlenen aan enig auteursrecht, laat staan dat sprake zou zijn van enige inbreuk daarop door [gedaagde].

Mag een medewerker bij zijn eigen bedrijf gebruik maken van dezelfde open source als bij zijn werkgever? Die laatste heeft natuurlijk geen auteursrecht op die software. Hooguit zou je kunnen betogen -en dat gebeurde hier ook- dat de manier waarop je die aan elkaar knoopt, unieke toegevoegde waarde is van het bedrijf. En bedrijfsgeheimen mag je niet zomaar meenemen en zelf gebruiken als werkgever.

In een heel andere zaak, over je eigen bedrijf beginnen na ontslag en zonder concurrentiebeding, werd de ex-werknemer verboden de software van de baas te gebruiken. Maar de rechter meldde daarbij wel dat “delen van het systeem die uitsluitend informatie bevatten die voor iedereen vrij via het publieke domein toegankelijk zijn, van het verbod zijn uitgezonderd”. Je mag dus dezelfde open source gebruiken als je vroeger bij je werkgever deed.

Arnoud