Activision mag Humvee-voertuigen zonder licentie gebruiken in games

AM General, de maker van Humvee-legervoertuigen, heeft een rechtszaak tegen Activision verloren. Dat meldde Tweakers vorige week. De fabrikant spande die aan, omdat de uitgever geen licentie heeft voor het gebruik van Humvees in games. Die blijkt volgens de New Yorkse rechtbank ook niet nodig, omdat je zeg maar geen Amerikaans leger zonder Humvees kunt vertonen in je moderne-oorlogsspel. De reden: “If realism is an artistic goal, then the presence in modern warfare games of vehicles employed by actual militaries undoubtedly furthers that goal.” Het is wel een breuk met de staande praktijk om voor alles licenties te kopen, dus dat maakt de zaak opmerkelijk.

Activision maakt onder meer het bekende oorlogsspel Call of Duty, waar ook het moderne Amerikaanse leger in gespeeld kan worden. Die rijden in Humvees, dus die zie je dan ook in het spel voorbij crossen. Echter, de maker van die voertuigen, AM General vond dat daar een merklicentie voor nodig was, voornamelijk omdat ze dat al jarenlang met allerlei gameproducenten deed. Want ja zo gaat dat in IE-land, als je eenmaal mensen overtuigt dat ze geld moeten betalen, dan wordt dat een recht en dan moet iedereen betalen.

Activision had daar deze keer geen zin in, en liet het op een rechtszaak aankomen. Hun argument: in een oorlogspel héb je nu eenmaal Humvees, dat is waar het Amerikaanse leger mee rijdt. Je hebt dus weinig keuze als je een realistisch spel wilt afbeelden. En ja, dat is een reëel argument: onder de zogeheten Rogers-test moet je dan nagaan of jouw artistieke uiting (een First Amendment recht, net als bij ons een grondrecht) zwaarder weegt dan het merkrecht van de klagende eiser. Die test eist allereerst dat er een reëel artistiek belang is, en daarna dat je het merk niet misleidend afbeeldt of doet of je erkend bent of iets dergelijks.

Dat is waar het gebruik van de Humvees aan voldoet. Belangrijk was ook wel dat het ging om een overheidssituatie: van het Amerikaanse leger is er maar eentje, en die ziet er nu eenmaal zo uit. Bij een racespel zie ik het argument veel minder. Je kunt moeilijk zeggen dat een Ferrari of een Porsche onvermijdelijk is in een race. Het kan dat Ferrari niet meedoet aan deze race, of dat Porsche dat model uit de handel heeft gehaald in jouw tijdlijn. Dit nog los van dat races als geheel privaat georganiseerde activiteiten zijn, dus dat het moeilijker ‘kunst’ te noemen is om die te willen simuleren.

We hadden in Nederland ooit een rechtszaak over de politie die niet wilde dat een serie (Dokter Tinus) de officiële uniformen en logo’s gebruikte, omdat de agent in kwestie nogal sullig overkwam. Dat verloren ze bij de rechter omdat je een politieagent nu eenmaal herkenbaar moet kunnen opvoeren.

Arnoud

Schenden van de gebruiksvoorwaarden van een site is toch geen computervredebreuk

Het schenden van de gebruiksvoorwaarden van een site is toch geen computervredebreuk, las ik bij Ars Technica. Een federale rechter in Washington, DC heeft geoordeeld dat de strenge Amerikaanse Wet Computercriminaliteit (Computer Fraud and Abuse Act) niet van toepassing is enkel omdat iemand op een site actief is in strijd met de gebruiksvoorwaarden. Dat zal enige rust geven bij veel onderzoekers, want in de literatuur werd vaak gedacht van wel: je bent dan immers ergens waar je niet mag zijn, en dat zou naar de letter van de wet al computervredebreuk zijn. Maar de rechter wijst erop dat je dan private partijen de strafwet laat schrijven, en dat is natuurlijk niet de bedoeling.

De zaak was aangespannen door onderzoekers die raciale discriminatie wilden vaststellen op banenzoeksites. Daarvoor moeten ze data scrapen van die sites, iets dat in de voorwaarden natuurlijk verboden is. Ook wilden ze nepprofielen aanmaken, en ook dat is tegen de voorwaarden. Hun zorg was niet dat ze dan een schadeclaim zouden krijgen (wat in theorie kan, mits de schade aan te tonen is) maar vooral dat de sites dan de FBI op ze los zouden laten wegens computervredebreuk.

De CFAA verbiedt namelijk ” intentionally accessing a computer without authorization or in excess of authorization”, waarbij onduidelijk is wat “authorization” dan precies is. De gedachte dat dat is wat men toestaat in de gebruiksvoorwaarden is geen gekke; op iemands privé-eigendom mag je doen wat die je toestaat en niet meer, dus dat zou ook bij computers gelden. Dat maakt het wel heel makkelijk voor site-eigenaren om ongewenst gedrag af te schrikken: formuleer een verbod en bel de FBI (het is een federale wet immers) wanneer iemand het toch doet.

Met name bij onderzoekers in securitygebied gaf dit veel zorgen, maar ook in andere gebieden zoals hier onderzoek naar gedrag van grote sites is dit een punt van zorg. Daarom de rechtszaak, die overigens mede ingestoken was op het First Amendment want als onderzoeker niet mogen zoeken in openbare data is toch wel een ernstige inbreuk op je informatievrijheid – ook het vergaren van informatie valt onder dit recht, namelijk. Ook bij ons.

De rechtbank heeft dat echter niet nodig, en concludeert simpelweg dat het niet de bedoeling is dat website-eigenaren zelf stukjes strafwet mogen schrijven:

Under such circumstances, the CFAA’s prohibition on “access[ing] a computer without authorization,” even though phrased “in the form of a general prohibition” that can often escape nondelegation worries, see Silverman v. Barry, 845 F.2d 1072, 1086 (D.C. Cir. 1988), becomes unworkable and standardless. Criminalizing termsof-service violations risks turning each website into its own criminal jurisdiction and each webmaster into his own legislature. Such an arrangement, wherein each website’s terms of service “is a law unto itself,” Emp’t Div., Dep’t of Human Res. of Or. v. Smith, 494 U.S. 872, 890 (1990), would raise serious problems. This concern, then, supports a narrow interpretation of the CFAA.

Dit is niet de eerste uitspraak langs deze lijn. Ars Technica citeert een 3-2 uitkomst van zaken die voor en tegen dit argument aanliepen. Dat betekent dat het naar de Supreme Court moet om een definitieve uitspraak te krijgen, iets dat nog wel even zal duren.

In Nederland zou ik overigens eveneens niet verwachten dat iemand wordt vervolgd enkel omdat de voorwaarden iets verbieden. Als je er ‘gewoon’ bij kunt komen, dan is het civiel onrechtmatig maar daarmee nog lang niet strafbaar. Data scrapen waar je zonder exploits bij kunt, is daarvan een voorbeeld. Idem voor een nepprofiel. Pas als wat je doet sowieso al strafbaar is (een nepprofiel ten behoeve van identiteitsfraude of oplichting bijvoorbeeld) dan krijg je het OM achter je aan.

Arnoud

Kan een burgemeester een internetverbod opleggen aan overlastgevers?

Burgemeesters kunnen nu al woningen sluiten, maar denken aan het afsluiten van internetverbindingen. ,,We laten desnoods de rechter een oordeel vellen.’’ Dat las ik bij de Stentor twee weken terug. Aanleiding waren diverse cyberaanvallen op gemeente-infrastructuur, zoals op de poll van Steenwijkerland over de Marktbank. Dat is als criminaliteit vrij kleinschalig (en ik weet niet eens hoe een poll verpesten strafbaar is) maar als gemeente zou je daar best wat tegen willen doen. De betreffende burgemeester was overigens burgemeester van Haren toen daar Project X dreigde langs te komen, en kennelijk zit de schrik er nog goed in.

De burgemeester is bevoegd mensen gebiedsverboden en huisverboden te geven, zo staat in de Gemeentewet (art. 172a). Dat is wel met de nodige waarborgen omkleed, wat niet gek is gezien het voor mensen natuurlijk nogal heftig is om ineens niet meer vrij in hun gemeente te mogen verplaatsen. Zo mag een bevel in principe maar drie maanden duren en moet er vrees zijn voor ernstige verstoring van de openbare orde.

Zo’n specifiek artikel is er niet voor internettoegang, wat niet zo heel raar is want dat kun je moeilijk een gemeentegebonden iets noemen. (Ja, de kabel ligt in de grond in de gemeente maar dat vind ik te mager.) Je zou dan zeggen dat je dit alleen bij de rechter kunt afdwingen; een verbod internet op te gaan is incicenteel wel toegekend. Iets vaker voorkomend zijn contactverboden via internet. Alleen: dat zijn dingen die door een concreet benadeelde partij (zoals een gestalkte ex) geëist moeten worden, de burgemeester kan niet namens een slachtoffer eisen dat de dader van internet af blijft. Misschien dat de gemeente een contactverbod kan krijgen als iemand de gemeente lastigvalt, daar zijn wel precedenten voor. Maar dat is niet hetzelfde als een internetverbod.

Men gaat studeren op de mogelijkheden, lees ik dan. Dat zou relatief eenvoudig moeten zijn; de burgemeester mag wat in de Gemeentewet staat, en verder niets. De enige mogelijk relevante bevoegdheid zou in artikel 172 lid 3 zijn:

De burgemeester is bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde.

Dit wordt gezien als een ‘lichte’ bevoegdheid, omdat ze wordt ingezet bij lichte vergrijpen waarbij er eigenlijk geen aparte strafbaarstelling is. Een tijdelijk gebiedsverbod is hiermee mogelijk. Dit artikel is ingevoerd als deel van de Voetbalwet, maar is natuurlijk niet alleen inzetbaar bij te verwachten voetbalrellen of iets dergelijks. Je zou kunnen zeggen dat dit artikel ook kan toezien op internet: als iemand via internet de orde in de gemeente verstoort, dan zou je hen kunnen verbieden internet op te gaan, althans dat deel waar zhij die verstoring veroorzaakt.

Alleen: is dat dan echt noodzakelijk? Als je weet wie het is, kun je hem dan niet gewoon aanspreken op de overlast zelf? En vooral: ga je dan een volledig toegangsverbod opleggen, of alleen de toegang tot de site waar de overlast werd veroorzaakt?

Arnoud

Aangifte tegen studenten om racistische plaatjes in appgroepen

Studenten van de Erasmus Universiteit en de Hogeschool van Rotterdam hebben seksistische, racistische, antisemitische beelden en porno gedeeld in besloten appgroepen. Dat meldde de Telegraaf onlangs. De universiteit en de hogeschool gaan daarom aangifte doen, en mogelijk ook eigen maatregelen (zoals schorsing) nemen. In appgroepen werden heftige beelden gedeeld onder het mom van ‘grappig’ en ‘meme’, waarbij het dan zou gaan om besloten groepen maar sommigen telden 200 mensen en lieten iedereen toe. Lang niet iedereen die in die groepen zat, had daar behoefte aan, vandaar dat de universiteit nu stappen onderneemt. Maar hoe besloten is zo’n groep eigenlijk, en is het strafbaar om in een besloten groep dergelijk materiaal te delen?

Het argument dat een whatsappgroep (of Telegramgroep of Signalgroep of whatever) besloten is en dus buiten de wet valt, hoor ik vaker. Dat is echter maar zelden een argument. Bij bijvoorbeeld belediging is het totaal niet relevant of dit plaatsvond in het openbaar dan wel in een besloten groep. Als de beledigde ook in de besloten groep zit, is het gewoon strafbaar. Bij smaad is het ongeveer hetzelfde; daar gaat het erom of de bedoeling was dat de smadelijke bewering in brede kring terecht kón komen (“met het kennelijke doel daar ruchtbaarheid aan te geven”). Dat nu drie mensen het horen, is dus niet relevant.

Er zijn wel delicten waar de openbaarheid uitmaakt. Bij bijvoorbeeld haatzaaien en racisme is het vereist dat het in het openbaar gebeurt. Een groep met maar drie mensen is natuurlijk niet perse openbaar. Sterker nog, het aantal mensen in de groep is dan überhaupt niet het criterium. Waar het om gaat, is hoe makkelijk mensen aan de groep toegevoegd worden. Dát bepaalt of een groep openbaar is. Zeg maar: in mijn huiskamer mag niet iedereen zomaar naar binnen, in een café wel. Daarom is een café openbaar en mijn huiskamer niet. Een café kan strenge huisregels stellen en deurbeleid voeren, daarmee worden ze meer een huiskamer in de context van dit soort berichten.

Het lijkt erop dat deze appgroepen volstrekt niet besloten zijn. De beheerder liet kennelijk makkelijk mensen toe, ook als ze niet eens behoorden tot de groep mensen waar de groep voor opgezet was. Dan ben je natuurlijk heel snel klaar met je discussie: als je dan overigens strafbare zaken gaat verspreiden dan heb je juridisch een probleem.

Sommige mensen waren verbaasd dat de universiteit dan aangifte kon doen, terwijl dit niet op universiteitsterrein is gebeurd. Maar iedereen die weet van een strafbaar feit, mag daar aangifte van doen. Je hoeft geen slachtoffer of zelfs maar belanghebbende te zijn. Alleen is het de vraag wat er gebeurt met je aangifte als je totaal niets met het delict te maken hebt. Bij bijvoorbeeld smaad kan de zaak eigenlijk niet verder wanneer het slachtoffer dat niet wil (klachtdelict) dus dan kan de universiteit aangifte doen wat ze wil maar zal er niets gebeuren. Maar bij haatzaaien is een aangifte van de universiteit zeker niet kansloos.

Het opleggen van eigen sancties is iets lastiger. Natuurlijk kan een universiteit mensen schorsen of zelfs van de opleiding sturen, maar dan moet het wel gaan om dingen die de universiteit zelf als verboden heeft verklaard. In de wet (Wet hoger onderwijs artikel 7.57h) staat bijvoorbeeld dat ernstige overlast op de terreinen reden voor ontzegging kan zijn. En alle examenreglementen vermelden natuurlijk fraude als grond voor schorsing et cetera.

Maar een strafbare uiting in een groep die verder geen binding heeft met de universiteit, dat lijkt me iets lastiger. Ik denk dat dat alleen werkt als je een ‘haakje’ naar een andere student hebt, bijvoorbeeld een groepslid dat er eigenlijk niet in wil zitten maar zich gepusht voelt toch die berichten te blijven ontvangen. Dat zou je kunnen zien als een vorm van overlast veroorzaken tussen studenten onderling.

Arnoud

Voor de laatste keer: de openbare weg filmen met je securitycamera mag als dat nodig is

De hoeveelheid beveiligingscamera’s in Nederland groeit gestaag, vooral ook onder particulieren. Dat meldde Nu.nl, dat er meteen aan toevoegde dat hier een privacyrisico aan zit: zo’n 86,6 procent van de 211.308 camera’s van particulieren en bedrijven is deels op de openbare weg gericht. De cijfers zijn van VPNGids, dat via de Wob deze informatie van de politie loskreeg. De AP laat in een reactie weten dat ze “risicogericht” handhaven, wat ik lees als dat men niet actief optreedt tegen cameratoezicht. Wel staat er dan het ergerlijke “het mag alleen als”, wat neerkomt op “het mag eigenlijk niet”. Ik vind dat ergerlijk want het mag eigenlijk wel, mits. En dat is héél wat anders dan, het mag in principe niet.

Natuurlijk, de AVG is van toepassing als je met een aangebrachte camera de openbare weg filmt. Met een voor mij volkomen onnavolgbare uitspraak heeft het Hof van Justitie dat bepaald. De motivatie was namelijk dat je dan “buiten de privésfeer geraakt van degene die door middel van dit systeem gegevens verwerkt”. Oftewel het is niet privé omdat het niet privé is. Maar ik ga er maar vanuit dat ze bedoelen dat je wel heel erg buiten de privésfeer komt omdat de openbare weg, eh openbaar is. Maar goed.

De AVG zegt dat dingen mogen als je daar een grondslag (artikel 6) voor hebt en bovendien binnen de randjes van zorgvuldigheid, minimalisatie en dergelijke (de beginselen, artikel 5) opereert. Dit is altijd iets om uit te zoeken, en mede omdat die wet zo generiek geschreven is, is er een beeld ontstaan dat er niets mag, tenzij je dat hele moeilijke verhaal rondkrijgt. Oftewel, het mag in principe niet.

Dit maakt het leven best ingewikkeld, zeker als je bedenkt dat filmen van dingen om je heen óók een grondrecht is – de vrije informatiegaring, de parallel van de uitingsvrijheid (artikel 10 EVRM). En grondrechten mogen tenzij – tenzij de wet regelt wanneer daar een grens aan is. Denk aan het betreden van privéterrein om informatie te vergaren, het overtreden van een auteursrecht om een kopie te maken, enzovoorts. Filmen van de openbare weg valt onder die vrije informatiegaring en mag dus, tenzij ergens specifiek staat of en tot hoeverre het niet mag.

De AVG stelt dus (strenge, bureaucratische) regels, maar ik lees daar niet in dat het dus niet mag. Het mag als je die papierwinkel invult. En meer inhoudelijk: als je de beveiligingsnoodzaak rond krijgt. Als het voor jouw oogmerk van beveiliging nodig is dat je de weg filmt, dan is dat prima. De vraag is dan wat die noodzaak is – dat is niet hetzelfde als “dan hoef ik niet in de settings te spelen met privacymaskers” of “leek me leuk om ook te zien welke auto’s langsrijden”. Een inhoudelijk argument dat voor mij genoeg is, is dat je de criminelen die jou gaan lastigvallen, in het gezicht wil filmen vóórdat ze binnen zijn. Denk aan een juwelier die ramkraken vreest, een camera gericht op de weg filmt de daders terwijl ze nog niet de pui hebben geraakt. Iemand die vuilnis in je tuin gooit, wil je ook filmen terwijl hij op de weg loopt – die persoon kómt niet eens in je tuin.

Iets formeler heet dit het probleem van botsende grondrechten: het ene grondrecht uitoefenen loopt over het andere heen, welke wint er dan. Daar is geen onderlinge rangorde bij, het is zoals dat heet altijd een afweging van omstandigheden van het geval. Maar daaruit concludeer ik ook dat je dus niet mag zeggen, de privacy wint tenzij de informatievrijheid nu kan onderbouwen waarom het wel zou mogen.

Meer algemeen krijg ik de laatste tijd het gevoel dat mensen wel érg makkelijk enkel in de AVG kijken en concluderen dat het niet mag, daarbij de uitingsvrijheid of informatievrijheid uit het oog verliezend. Dat moet eens ophouden.

Arnoud

Facebook is verplicht post Singaporees nieuwsmedium aan te merken als ‘onjuist’

Facebook heeft in Singapore een post aangevuld met de tekst “Facebook is wettelijk verplicht te melden dat de Singaporese overheid stelt dat deze post onjuiste informatie bevat”. Dat meldde Tweakers onlangs. Facebook houdt zich daarmee aan de nieuwe Protection from Online Falsehoods and Manipulation-wet uit Singapore. De melding is dan ook alleen te zien vanaf IP-adressen die aan Singapore verbonden zijn. De wet is volgens Reuters de eerste die voorschrijft dat Facebook een correctie publiceert. En bij Nu.nl lees ik dat het inderdaad zou gaan om een feitelijk onjuist bericht.

Volgens Nu.nl gaat het om een bericht van Facebook-gebruiker Alex Tan die een bericht heeft geplaatst dat de Singaporese verkiezingen doorgestoken kaart zouden zijn en er een klokkenluider zou zijn gearresteerd. De Singaporese overheid stelt dat dit feitelijk onjuist is, maar Tan weigerde dit aan te passen, met name omdat hij in Australië woont en dus niet onder het recht van Singapore valt. Inhoudelijke onderbouwing heb ik niet voorbij zien komen.

De Singaporese POFM wet kent naast de eis aan posters om dit soort dingen te corrigeren, ook de mogelijkheid een bevel aan het platform (zoals Facebook) te geven. Dat is uniek inderdaad, dergelijke regels heb ik nog nergens in de wereld gezien. Ook niet bij andere wetsovertredingen zoals smaad of laster. De regel is kennelijk voor Facebook genoeg om tot vermelding van de correctie over te gaan.

Het voelt raar aan, maar vooral omdat we al jaren zo gewend zijn dat Facebook en consorten alles maar mag laten staan, hoe evident de onzin ook is. Ja oké, als de rechter het zegt dan nou ja vooruit maar eigenlijk blijft het raar, is toch een beetje de tendens. Ik snap dat niet helemaal. Als berichten niet juist zijn of schade toebrengen, dan is het toch niet zó raar dat daar iets van maatregelen tegen genomen worden? En als zo’n platform zo opgezet is dat je gebruikers nauwelijks aan kunt spreken, waarom zou het platform dan niet zelf aan te spreken worden?

Arnoud

Hoe ethisch verantwoord mag een opensourcelicentie zijn?

Een nieuwe toevoeging aan het opensourcefirmament: de Hippocratische licentie, grofweg de MIT licentie met de toevoeging dat de software niet mag worden ingezet voor doelen die de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens schenden. Iets preciezer: die mensen in gevaar brengt of hun well-being aantast op een wijze in strijd met de UVRM. Een nobel idee natuurlijk, maar het gaf herrie in de tent, want opensourcelicenties horen neutraal te zijn over het ‘field of endeavor’ waarvoor de software wordt ingezet. Deze eis staat ook zo vanaf het begin in de Open Source Definition. Maar is dat nog wel actueel om die eis te stellen?

De auteur van de licentie motiveert haar keuze kort gezegd als volgt:

Developers don’t want their labor being used to do harm, and the current structure of open source software strips any power from creators to prevent this from happening. We are being exploited. Human freedom is being traded for so-called “software freedom”.

Toen de Open Source Definition werd geschreven, was de kijk op de wereld heel anders. De discussie ging daar vaak over of bedrijven (commercial entities) al dan niet de software mochten gebruiken. Veel licenties van gratis beschikbare software verboden commercieel gebruik, of stelden extra eisen aan bedrijfsmatig gebruik. Voor het succes van open source zou dat onwenselijk zijn geweest, vandaar dat de Open Source Definition (en al eerder de Debian Free Software Guidelines) expliciet eiste dat de licentie neutraal was op toepassingsgebied:

The license must not restrict anyone from making use of the program in a specific field of endeavor. For example, it may not restrict the program from being used in a business, or from being used for genetic research.

Het ‘genetic research’ voorbeeld is later toegevoegd, en laat zien hoe de discussie verschoven is. Want controverse over zakelijk gebruik van gratis beschikbaar gestelde software is er nauwelijks meer; de controverse over onethisch gebruik van software des te meer. En dan is ‘genetic research’ nog een zwak voorbeeld: wat te denken van inzet van je software voor concentratiekampen, killer robots of systemen voor manipulatie of onderdrukking van bevolkingsgroepen.

Het doet denken aan de discussie over de Do No Evil-licentie en de antibarrearbeidsomstandighedenlicentie. Hoe baken je af wat “evil” is. Deze auteur sluit aan bij een definitie die voor juristen algemeen aanvaard en redelijk duidelijk is: de definitie van mensenrechten die al sinds 1948 wijd geaccepteerd is (althans in het Westen). Dat is de klassieke juridische truc voor afbakeningen waar je niet uitkomt; kies een fraaie formulering of open norm en laat de interpretatie over aan de arme collega (of rechter) die over vijf jaar moet duiden waar je aan toe bent.

Bij die antibarrearbeidsomstandighedenlicentie zie ik ergens nog wel een juridisch sprankje hoop. Die verbiedt grofweg alleen dingen die toch al tegen de wet zijn. Het lijkt me lastig verdedigbaar dat de Open Source Definitie zo breed opgevat moet worden dat ook het field of endeavor van de illegale zaken toegelaten moet zijn. Ik weet niet hoe ik dit neutraal opschrijf, het voelt gewoon te onredelijk en onlogisch dat een licentiegever moet toelaten dat zijn licentienemers de software voor wetsovertredingen inzetten. Die dingen mogen gewoon niet. En dan is het volgens mij geen reële beperking als ik zeg “ik sta niet toe dat je mijn software daarvoor gebruikt”.

Datzelfde argument zou wat mij betreft hier opgaan. Het kan niet waar zijn dat mensen moeten toestaan dat mensenrechten worden geschonden met hun software. Daar kan ik alleen cultuurrelativistisch tegenover zetten dat het mensenrecht van de een het privilege van de ander is. Als kinderarbeid bij mij legaal is, waarom moet jouw licentie dat dan verbieden? Als de overheid iets een detentiefaciliteit noemt, terwijl anderen het een concentratiekamp noemen, mag die software daar dan voor worden ingezet of niet?

Daar kom je niet uit zonder gerechtelijke toetsing, en daar zit precies de pijn: hoe ga je hier een rechtszaak over voeren? Als je licentienemer werkelijk de wet overtreedt, dan kan hij daarop aangesproken worden. Voegt het dan wat toe dat je als licentiegever ze aanklaagt voor softwaregebruik bij kinderarbeid? En als het lokaal niet tegen de wet is om zoiets te doen, dan kom je per definitie ook nergens met een claim wegens licentieschending. Die is er dan immers niet, het is legaal. Dus ik denk dat deze bepaling vooral een signaal is om ethiek hoger op de agenda te zetten, en geen afdwingbare juridische clausule.

Arnoud

Een rechtbank mag providers (en dus ook Facebook) tot notice en *stay* down verplichten

Het Hof van Justitie in Luxemburg heeft bepaald dat er geen EU-regels zijn die zich verzetten tegen een verplichting voor hostingproviders als Facebook om commentaren te verwijderen die sterk gerelateerd zijn aan eerdere onwettig verklaarde commentaren. Dat las ik bij Tweakers. Nogal een omweg om te zeggen dat rechters providers kunnen verplichten om onrechtmatig verklaarde inhoud ook werkelijk down te hóuden, bijvoorbeeld door met filters te herkennen dat iets vrij sterk lijkt op eerder, geweerd commentaar. Maar ze moesten wel, want er is geen EU-regel die letterlijk zegt dat rechters dit mogen doen. Daarmee is eindelijk een grondslag gekomen voor wat in het jargon notice and stay down heet; je hoeft niet apart een procedure te voeren over iedere repost met een toegevoegde komma of een zin “hear hear” er boven geplakt.

Wanneer iemand een onrechtmatige uiting plaatst op een platform zoals een website of een Facebookpagina, kun je een klacht indienen bij de beheerder. Die moet dan (als de klacht evident juist is) de uiting weghalen. Dat is notice & takedown zoals we dat al bijna 20 jaar kennen. Maar vaak speelt dan het probleem dat die content dan weer opnieuw wordt geplaatst door een ander, eventueel met kleine aanpassingen zodat het niet direct opvalt. Dan moet je als klager dus wéér aan de bak en die hele notice&takedown procedure doorlopen.

In een Oostenrijkse zaak had de eisende partij (dus de klager) tegen Facebook geëist dat deze stay down maatregelen zou nemen om een smadelijk bericht blijvend offline te houden. De rechter aldaar vond het belangrijk genoeg om dit aan het Hof van Justitie voor te leggen, dat dus niet alleen bevestigt dat die maatregelen er moeten komen maar ook dat de rechtbank mag vonnissen dat dat wereldwijd gevolg moet hebben.

En dus dat het ook moet gelden voor inhoudelijk grofweg dezelfde teksten. Dit omdat je anders nog steeds aan de gang blijft; iedere trol weet dat je een komma weg kunt halen of een zin toevoegen en dan een simpel algoritme kunt omzeilen. Het gaat alleen niet zo ver dat ieder bericht van gelijke strekking automatisch geweerd moet worden, ik denk echt dat het beperkt is tot tekstuele aanpassingen op het bericht, zeg maar even als we het plagiaat zouden noemen. Dit omdat de reden achter deze uitspraak is dat een verbod op herpublicatie niet te eenvoudig omzeild moet worden. Een volledig nieuwe tekst valt sowieso niet onder dat verbod, immers.

Bijzonder is nog dat het Hof expliciet zegt dat de rechter zo’n verbod ook wereldwijd mag opleggen. Althans, dat niets in het Europese recht zegt dat dat niet mag. Een paar weken terug zei het Hof nog wat anders bij het vergeetrecht. Maar het verschil is dat in die zaak de Europese wetgever vrij duidelijk niet aangedurfd had om een wereldwijd vergeetrecht aan te nemen. Bij dit soort klachten is er überhaupt weinig Europees recht, landen mogen dus zelf uitzoeken of zo’n vonnis wereldwijde werking mag hebben. Daarom kan de Europese rechter daar geen uitspraak over doen.

Arnoud

Mag je mensen klimaatcriminelen noemen als je dat vindt?

“Een ruime maand geleden schreef ik een column waarin ik mezelf voornam klimaatontkenners vanaf nu ‘klimaatcriminelen‘ te noemen.” Dat las ik bij Sargasso, en zowel die column als dit vervolg maakte een hele berg reacties los. Het leidde zelfs tot een formele definitie en een prijsuitreiking voor de klimaatcrimineel van het jaar. Veel van de discussie focuste op de soort-van juridische vraag of je dat wel mag zeggen, dat mensen criminelen zijn terwijl ze niets strafbaars doen. Is dat wel oké, mensen met een andersluidende mening wegzetten als wetsovertreders en ze zo buiten het debat zetten? Of is het gewoon ook een mening, ik vind jou een crimineel?

Juridisch beoordelen of een uitspraak strafbaar is, doe je nooit door te kijken naar de uitspraak alleen. Het gaat altijd om de gehele context waarin de uiting is gedaan, wat er zoal aan vooraf ging en waar de spreker op uit was. De omstandigheden van het geval, zo luidt dan de juridische standaardfrase. Wat zoveel betekent als, er is geen algemene regel, maak maar een inschatting.

Een belangrijke factor daarbij is wel in hoeverre de uitspraak deel is van een groter debat. Zomaar iemand crimineel noemen, of in een verhitte discussie na vele uitwisseling van argumenten terugvallen op “je bent gewoon crimineel” zijn twee heel verschillende dingen. Zeker als er al vaker stevige uitspraken voorbij zijn gekomen, en dat zie je hier zeker: insinuaties dat klimaatalarmisten onder valse voorwendselen handelen, dat klimaatwetenschappers frauderen en ga zo maar door. En ook de andere kant op: dat klimaatontkenners opzettelijk liegen en verdraaien, dat het trollen zijn en niet geïnteresseerd zijn in discussie. En het maakt dan op zeker moment niet meer uit wie er precies gelijk heeft.

Wat een hele goede factor in het voordeel van Sargasso is, is dat ze gekozen hebben voor een expliciete definitie van wat een klimaatcrimineel is:

(1) door middel van een autoriteitsclaim – omdat een beroep op autoriteit/gezag/kennis meer gewicht geeft aan het standpunt en dus meer invloed heeft op de discussie/meningsvorming,
(2) mis- of desinformatie – het gaat om informatie die niet gefundeerd is op voor die tijd logische of empirisch houdbare hypothesen en theorieën, die bijvoorbeeld niet onderworpen zijn aan peer review, opzettelijk of onopzettelijk,
(3) op het gebied van klimaatwetenschap en/of antropogene – door de mens veroorzaakte – klimaatverandering,
(4) actief onder het publiek verspreiden – de standpunten moeten actief onder een breder publiek en in het openbaar verspreid worden.
Als je aan deze vier voorwaarden voldoet, dan is het aannemelijk dat je schade veroorzaakt doordat je bijdraagt aan uitstel of afstel van klimaatactie.

Met zo’n duidelijke en gemotiveerde afbakening én een onderliggend algemeen belang is het toegestaan om zo’n kwalificatie aan mensen toe te dichten. Dat concludeer ik uit het Kwakzalverij-arrest uit 2009 van de Hoge Raad. Het klimaat is een maatschappelijk belangwekkend onderwerp, en als je daarin dingen mis ziet gaan door mensen die aan bovenstaande vier factoren voldoen dan mag je die mensen een heel stevig verwijt maken. De term ‘crimineel’ kan ik dan wel billijken.

Natuurlijk is het gek om zo’n juridische term te gebruiken voor iets dat niet juridisch verboden – laat staan strafbaar – is. Maar de term ‘crimineel’ heeft niet alleen een juridische betekenis (wie echte purist is, zal concluderen dat de wet de term crimineel in het geheel niet noemt), ook een maatschappelijke. Mensen vatten die term niet alleen op alsof iemand de strafwet overtreedt. En er hoeft dus ook geen sprake te zijn van een strafbaar feit voordat je iemand ‘crimineel’ mag noemen.

Ik zou het bepaald onprettig vinden om zo’n label op me geplakt te krijgen als ik te goeder trouw meende dat ik het algemeen belang diende door klimaatalarmisme te bestrijden. Zeker als ik daar bewijs voor had en mezelf als autoriteit zag. Maar ik zou in dat geval juridisch echt pech hebben als ik een smaadzaak of iets dergelijks wilde starten. Heel kort door de bocht, dat is nu eenmaal hoe dit klimaatdebat gaat vandaag de dag.

(NB inhoudelijke discussie over klimaatverandering onder deze blog is offtopic)

Arnoud

Mag Twitter haar eigen huisregels opzij zetten op grond van de vrijheid van meningsuiting?

Twitter gaat vanaf donderdag tweets van politici die de regels voor gebruik van het sociale netwerk overtreden, niet langer verwijderen. Dat meldde Tweakers onlangs. Het moet daarbij gaan om een tweet die het Amerikaanse sociale netwerk normaal zou verwijderen, maar die afkomstig is van een politicus en die dus beschikbaar moet blijven voor het publieke debat. Dergelijke tweets krijgen een speciale markering en blijven buiten de gewone weergave, je moet er dus nadrukkelijk naar op zoek gaan. Dat doet wat raar aan, als ik iets fouts zeg dan wordt het weggehaald en de grote jongens mogen dat blijven zeggen in strijd met de regels?

Vrijheid van meningsuiting op social media, pardon platforms, is natuurlijk een lastig verhaal. Freedom of the press belongs to those who own one, zei Amerikaans journalist H.L. Mencken ooit. Je mag zeggen wat je wilt, de overheid mag je daarin niet zomaar belemmeren, maar anderen hoeven niet mee te helpen om jouw mening te verspreiden. Koop maar een drukpers, begin maar een radiostation.

Met internet is het allemaal veel makkelijker geworden om je mening te verspreiden. Tientallen platforms zijn beschikbaar om dat te kunnen doen, waarbij de regels vaak zo laks, pardon transparant en uitingsvriendelijk mogelijk opgezet zijn. Zeg wat je wilt, bij klachten grijpen we eventueel in maar verder mag alles. Dat heeft die platforms geen windeieren gelegd.

Natuurlijk heeft elk platform ook huisregels – de EULA of TOS geheten. Al sinds Compuserve kwamen er dergelijke gedragsregels. Vaak nogal generiek – houd het netjes, geen gescheld – maar soms ook heel specifiek over wat er wel of niet mocht. Mensen konden elkaar daarop aanspreken, en moderatoren konden ingrijpen bij gesignaleerde of geconstateerde overtredingen.

Daarbij was altijd al snel de kritiek dat er ongelijk werd behandeld. De een mocht alles zeggen, de andere gebruikte een uitroepteken te veel en werd geband voor schelden. De waarheid daarbij laat ik even voor wat die is, maar dit voorbeeld van Twitter maakt het wel heel bont: ja, we weten dat dit bericht tegen de regels is, we zouden het ook weghalen maar deze persoon vinden we zo belangrijk dat we het toch laten staan.

De onderbouwing van Twitter is creatief: als zulke belangrijke personen zulke regelschendende dingen zeggen, dan is dat op zichzelf nieuws en je moet oud nieuws kunnen terugzoeken. Zoiets. Anders krijg je volgend jaar discussie of politicus A dan wel Bekend Persoon B dit nu echt gezegd heeft of niet, of die screenshots echt zijn of nep, enzovoorts. En dat is dan van belang bij bekende personen, omdat daar die discussie redelijkerwijs te verwachten is en Twitter dus een taak heeft om daar in ieder geval de feiten beschikbaar te stellen.

Een creatief verhaal, waar ik wel wat in zie. Daar komt bij dat volgens mij nog nooit is bepaald of clubs als Twitter nu werkelijk iedereen even streng moeten behandelen. Huisregels zijn juridisch algemene voorwaarden – regels waarmee ik als gebruiker te maken heb als ik op dat platform actief ben. Ik kan ze niet inroepen tegen andere gebruikers, ik ben geen partij bij hun contract. Tenzij je zegt dat de belofte dat anderen óók zich aan de regels houden, deel is van mijn contract (een contractuele toezegging van Twitter). Dan kan ik eisen dat er wordt gehandhaafd. Maar een dergelijke belofte kan ik niet halen uit de Twitter-regels.

Arnoud