YouTube haalt kanaal Alkmaars archief uit de lucht om haatzaaien

Het YouTube-kanaal van het Regionaal Archief Alkmaar is offline gehaald vanwege haatzaaien. Dat las ik op NRC. De aanleiding zouden beelden uit de Tweede Wereldoorlog zijn geweest, die “herhaalde of ernstige schendingen” van de richtlijnen van YouTube op zouden hebben geleverd. Na duizenden boze reacties ging de videosite overstag; het kanaal is weer hersteld. Maar het is natuurlijk een hele rare zaak, waar veel mensen zich van afvroegen of Youtube dat nu mag, zomaar met eigen regels materiaal weghalen.

Welke beelden exact de reden voor het weghalen waren, is niet duidelijk geloof ik. Maar gezien de recente crackdown op haatzaaivideo’s ligt het voor de hand dat het zal gaan om fragmenten van Nazi-materiaal. NRC meldde dat er eerder een waarschuwing was ontvangen vanwege een video van NSB-leider Anton Mussert.

Het argument ter verdediging van Youtube is natuurlijk dat het hun plaform is en dat zij dus de regels mogen bepalen. Het is dan ook in principe aan hen wat ze “haatzaaien” vinden en wat “ongepast”. Dan kun je dus prima als platform zo’n video verwijderen, net zoals je gasten je café uit mag zetten ook al ontdek je de volgende dag dat het eigenlijk wel meeviel wat die persoon allemaal deed.

Daar staat natuurlijk tegenover dat Youtube niet een willekeurig café is maar het grootste en daarmee niet te passeren platform voor video’s. Wie zo’n platform heeft, moet een grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid in acht nemen dan een cafébaas om de hoek. Je kunt zo naar een ander café, maar wie zegt dat je zo naar een ander platform kan die lach ik keihard juridisch in zijn gezicht uit. Dat is net zo relevant als bij een burenruzie zeggen dat je op een hutje op de hei kunt gaan wonen.

Helaas is er niet echt jurisprudentie over. Ik blog vaker over de Appleby-zaak, waarin het ging om mogen demonstreren in een winkelcentrum dat privaat eigendom was. Dat recht heb je dus niet omdat het andermans eigendom is, tenzij het verbod van het winkelcentrum zo veel impact heeft dat het

preventing any effectieve exercise of freedom of expression or [if] it can be said that the essence of the right has been destroyed (r.o. 47).

En daarvan is eigenlijk niet snel sprake. Pas als ongeveer het gehele stadscentrum privaat eigendom is, dan mag de eigenaar van het stadscentrum niet categorisch iedere demonstratie of flyeractie weigeren. Maar als het alleen gaat om één koopgoot, dan mag dat wel want je hoeft dan niet per se daar te demonstreren of flyeren.

Ik zou meer zien in het argument dat Youtube gewoon een fóut gemaakt heeft: zelfs als je zegt dat ze haatzaaien of whatever mogen verbieden, dan nog overtrad het Archief Alkmaar niet die regels. En een regel “wij mogen fouten maken en dan heb je alsnog pech”, die gaat er bij mij niet in vanwege de redelijkheid.

Praktisch blijft natuurlijk wel het punt dat Youtube het gewoon doet, je kanaal opheffen. En of je het terugkrijgt, lijkt meer afhankelijk van hoe veel herrie je kunt schoppen dan van je juridische argumenten. Dát is denk ik nog het sterkste argument tegen de macht van de platforms: rechtsongelijkheid.

Arnoud

John de Mol start rechtszaak tegen Facebook om nepadvertenties

Talpa-oprichter John de Mol spant een kort geding aan tegen Facebook. Hij eist dat het sociale netwerk stopt met het tonen van nepadvertenties voor bitcoinproducten waarin zijn naam en foto worden gebruikt. Dat meldde het FD onlangs. De ondernemer is niet de enige: ook foto’s van zanger Waylon, presentator Matthijs van Nieuwkerk en techondernemer Alexander Klöpping worden op Facebook en Instagram misbruikt om mensen te verleiden tot nepinvesteringen. Of beter gezegd pure oplichterij, want zover ik kan zien wordt er überhaupt niet belegd maar wordt je geld gepakt en verder niets. De vraag is natuurlijk: waarom deed Facebook hier zelf niets aan, ondanks de vele signalen van al die ondernemers?

De oplichterij is op zich vrij simpel: er wordt een snelgeldverdienenmodel met Bitcoin aangeprezen, met 250 euro inschrijfgeld. Wie dat betaalt, krijgt een advies om meer te betalen. Doe je dat niet, dan ben je je geld kwijt. Doe je dat wel, dan ben je ook het meer betaalde kwijt. Dat is natuurlijk lastig verkopen, vandaar de inzet van bekende Nederlanders zoals De Mol of Klöpping die zogenaamd met hun echte baan stoppen omdat ze lekker binnenlopen op de bitcoin.

Natuurlijk mag zoiets niet. Iemands gezicht in reclame gebruiken valt onder het portretrecht – dat bestaat onder de AVG niet meer, maar specifiek voor het commerciële stukje nog wel. Ook zou je hier kunnen spreken van smaad, omdat de indruk wordt gewekt dat die personen betrokken zijn bij de zwendel. Dus je zou zeggen, klacht bij Facebook en klaar. Maar nee, want de advertenties blijven langskomen.

Onduidelijk is voor mij waarom Facebook niet ingrijpt. Dat ze het zouden moeten kunnen, lijkt me geen discussie. Als je zo goed bent in dingen herkennen, dan moet steeds dezelfde persoon met naam toch makkelijk er uit te vissen zijn?

Een mogelijke verklaring is dat Facebook niet aansprakelijk wil zijn voor advertenties, en dat ze bang zijn een precedent te zetten door deze advertenties tegen te gaan houden. Want dan komt er morgen iemand met nog een claim, en daarna iemand die moest hoesten van een andere advertentie en dan houdt het nooit meer op.

Daar zit wat in juridisch: je bent aansprakelijk voor wat je publiceert. Alleen platforms zijn dat niet voor materiaal dat ze zonder filter doorlaten en waar ze zelf niet actief bemoeienis mee hebben. Ook voor advertenties, althans bij merkinbreuk zo bepaalde het Hof van Justitie in 2011. Weet je van de onrechtmatigheid in je advertentie (een nep-merkproduct) dan moet je ingrijpen. Ik zie niet in waarom dat voor dit soort nepreclames niet op zou moeten gaan, weten van onrechtmatig lijkt me ook hier niet zo héél erg moeilijk.

Het kan natuurlijk ook dat wij gewoon niet belangrijk genoeg zijn voor Facebook?

Arnoud

Mag je van de AVG een foto met kenteken van een parkeerovertreder Twitteren?

Via Twitter: mag je van de AVG een foto met leesbaar kenteken op Twitter plaatsen om zo een verkeersovertreding te tonen? In dit geval ging het om een persoon die parkeerde op een gehandicaptenplaats, zonder een vergunning daarvoor te hebben. “Wie kent de eigenaar van deze auto ? Hij mag onze #invalideparkeerkaart hebben als hij ook de #HuntingtonsDisease van mijn man erbij neemt.” aldus de Twitteraar, inclusief hashtags van de locatie. En dus het kenteken herkenbaar. Daar kwamen -naast vele steunbetuigingen- ook een aantal kritische noten: mag dat wel van de AVG? Een kenteken is immers een persoonsgegeven, en zo schend je die persoon zijn privacy onnodig.

Ja, onnodig, want je had ook aangifte kunnen doen. Op de foto was zelfs al een parkeerboete te zien (380 euro, zo laat ik me vertellen) dus deze eigenaar is al gestraft. Wat is dan nog de toegevoegde waarde van alles herkenbaar op Twitter zetten?

Volgens mij is “toegevoegde” hierin een foute term. Het gaat niet om iets toevoegen, iets erbij doen. Een publicatie als deze zie ik als een meningsuiting, een schandaal(tje) aan de kaak stellen dat in dit geval ongetwijfeld een veel voorkomende ergernis van de Twitteraar is. Je mening geven is niet iets dat je “bij” andere dingen doet, of alleen maar mag doen als je geen andere opties meer hebt. Je uitingsvrijheid is een grondrecht, en dat mag je inzetten wanneer je wilt.

Binnen de grenzen van de wet natuurlijk, en de AVG is een wet die ook geldt bij journalistieke uitingen. Weliswaar zijn een aantal zaken niet van toepassing (zoals het inzage- en correctierecht en het recht te worden vergeten, en de registerplicht) maar ook bij een journalistieke verwerking moet je een grondslag hebben en zorgvuldig te werk gaan, zo staat in de AVG. Effectief komen die regels neer op hetzelfde kader als waar journalistieke uitingen altijd al aan getoetst werden. Het is niet zo dat de AVG de vrijheid van meningsuiting inperkt, dat je sinds 25 mei 2018 minder mag zeggen dan voorheen.

Maar ben je wel journalistiek bezig eigenlijk? Ja, is het korte antwoord. Ook als particulier die los staat van een of ander persmedium. Dat is vaste jurisprudentie, iedereen mag zich journalist noemen. Het gaat er niet om of je een perskaart hebt, maar of het relevant om te melden is wat je doet. Feiten, meningen of ideeën aan het publiek bekend maken, dat is de definitie.

Daar staat tegenover dat de Autoriteit Persoonsgegevens heeft gezegd dat je alleen journalistiek publiceert als je aan vier eisen voldoet:

  1. Objectieve informatieverzameling
  2. Regelmatige bezigheid
  3. Maatschappelijke strekking
  4. Recht van repliek
Waar deze eisen op gebaseerd zijn, weet ik echter niet. In de AVG staan ze in ieder geval niet, noch in de jurisprudentie over wat een journalistieke verwerking is of wanneer sprake is van een legitieme meningsuiting. In Nederland kennen we bijvoorbeeld dat recht van repliek helemaal niet, het is vaste prik dat je als journalist geen weerwoord hoeft op te nemen voor een rechtmatige perspublicatie. Ik vermoed dat de AP hier het criterium “verwerking voor journalistieke doeleinden” en de uitwerking van de grondslag “legitiem belang [bij publicatie]” samenvoegt voor het gemak.

Arnoud

Hoe maak je sms-berichten en appjes van ambtenaren Wob-baar?

Alweer wat ouder nieuws, maar toch: sms-berichten en appjes van ambtenaren vallen onder de Wet openbaarheid van bestuur. Dat besliste de Raad van State enige tijd terug. Iets formeler gezegd: het medium waarin informatie wordt opgeslagen of verstuurd, is niet relevant. Of iets nu in een sms bericht staat of in een papieren brief: als de informatie onder de reikwijdte van de Wob valt, dan heeft de burger daar recht op. Werk aan de winkel dus voor ambtenaren, want sms- en appverkeer wordt gewoonlijk niet standaard gearchiveerd of zelfs maar centraal bijgehouden. Hoe ga je dat nu concreet beheren?

Alleen al praktisch is dat een behoorlijke kluif. Formele communicatie per brief gaat al heel wat jaren goed, omdat dit beheersbare informatiestromen zijn. Er is vaak ook een postkamer of secretaresse (m/v) die bepaalt wat bewaard moet, en een archivaris die er het juiste labeltje op plakt zodat het te vinden is. Bij e-mail blijkt dit in de praktijk nu al wat lastiger, maar het kan omdat dat centraal op te slaan is.

App-berichten en sms-berichten staan normaal echter alleen op de telefoon waar ze zijn ontvangen. Als je mazzel hebt, heeft de ambtenaar de desktopversie van WhatsApp maar dan nog. Natuurlijk, je kunt iemands telefoon periodiek leegtrekken maar dat is nogal een proces. En een oekaze rondsturen dat iedereen wekelijks zijn chatlogs moet inleveren is natuurlijk leuk op papier, maar dat zal niet -of althans niet 100%- gebeuren en dan heb je wettelijk een probleem.

En nog een leuke, uit dat NRC artikel: “Het maakt daarbij niet uit op welk apparaat (zakelijk of privé) deze berichten staan omdat anders de wet kan worden ontlopen door de keuze van het apparaat waarop deze staan.” Het klinkt me logisch in de oren dat veel ambtenaren met hun privételefoon zullen appen of sms’en over werk, dat doet namelijk iedereen. En dan moet je dus een proces invoeren waarbij je vanaf privételefoons die berichten uitleest, en daarbij ook nog eens de privacy van de ambtenaar in privéhoedanigheid respecteert. Ik geef het je te doen.

Een reglement dan, zullen de HR-professionals nu denken. Gewoon opschrijven dat alle berichten moeten worden ingeleverd en dat je geen privéconversaties mag voeren behalve in eigen tijd, en dan niet over werk praten zodat je de Wob vermijdt. Klinkt leuk, wederom op papier, maar werkt niet: mensen mógen privéconversaties voeren op het werk, ook met klanten en relaties, en de werkgever moet daar ruimte voor maken. Hij mag ook niet botweg die berichten dan opvragen en archiveren, er moet een goede reden zijn om in privécommunicatie te kijken. En dat de Wob mogelijk geldt op andere berichten in dat communicatiemedium, is niet goed genoeg.

Hoe zouden jullie dit aanpakken als je de verantwoordelijke informatiemanager was bij de overheid?

Arnoud

Is het legaal in je licentie barre arbeidsomstandigheden te verbieden?

Een nieuw fenomeen in licentieland: de Anti 996 licentie, een variant op de opensource BSD licentie die een unieke beperking kent. De licentienemer (gebruiker van de software) mag in zijn bedrijf geen onwettige arbeidsomstandigheden toelaten. De term “996” komt uit een Chinese praktijk- van 9 tot 9 werken, 6 dagen per week – dat leidde tot een protestbeweging om arbeidsomstandigheden te verlichten. Leuke inhaker dus, wie deze software gebruikt moet zijn personeel betere arbeidsvoorwaarden geven of in ieder geval gewoon de wet naleven. Een loffelijk initiatief, maar mag dat eigenlijk wel in een opensourcelicentie?

De bepaling is simpel en effectief geformuleerd:

The [licensee] must strictly comply with all applicable laws, regulations, rules and standards of the jurisdiction relating to labor and employment where the individual is physically located or where the individual was born or naturalized; or where the legal entity is registered or is operating (whichever is stricter). In case that the jurisdiction has no such laws, regulations, rules and standards or its laws, regulations, rules and standards are unenforceable, the individual or the legal entity are required to comply with Core International Labor Standards.

De ILO dient daarbij als minimumstandaard. Deze standaard verbiedt onder meer kinderarbeid en eist dat men zich mag verenigen in vakbonden, om eens twee controversiële onderwerpen te noemen.

Papier is geduldig, dus als jij deze eis in je licentievoorwaarden wilt opnemen en je wederpartij wil dit accepteren dan is dat juridisch verder helemaal prima. De praktijk kent dit al – grotere organisaties nemen vaak in hun inkoopvoorwaarden ook eisen op omtrent maatschappelijk verantwoord ondernemen, garanties tegen kinderarbeid en afspraken over groen ondernemen.

Specifiek bij open source is het echter iets spannender. De definitie van “open source” zoals gepubliceerd door het OSI verbiedt namelijk dat opensourcelicenties onderscheid maken naar “field of endeavour”. Dat is primair bedoeld tegen zaken als commercieel gebruik verbieden of eisen dat de software niet voor massavernietigingswapens wordt ingezet. Maar je zou in theorie ook kunnen zeggen dat deze bepaling dus gebruik in sweatshops verbiedt of discrimineert tegen ondernemingen met inzet van kinderarbeid. Daarmee zou de clausule dus tegen de open source definitie zijn.

Omdat de licentie zich nadrukkelijk beperkt tot het conformeren aan de toepasselijke lokale wetgeving, heb ik daar wel wat twijfels bij. Het onderliggende argument is dan namelijk dat je niet mag discrimineren op grond van iets dat de wet overtreedt. Ik zou het nogal onredelijk vinden als dat niet mag. Ik weet dat al langer geldt dat je “not to be used for Evil” niet mag zeggen, maar ethisch kwaad vind ik wezenlijk wat anders dan wettelijk verboden. Een verboden handeling mag niet. Een kwade handeling hoort niet, maar mag wel.

Arnoud

Mag je iemand er publiekelijk op wijzen dat hij heel dom privéinformatie publiceert?

“Zet nooit, maar dan ook helemaal nooit, je boardingpass op Twitter @peterverhaar. En roep al helemaal niet mensen op om het te doen.” Aldus techjournalist Daniel Verlaan op Twitter vorige week. Aanleiding was een actie van bankier Verhaar tegen de ‘klimaatterroristen’ waarbij je door een Tweet met je boardingpass laat zien dat je tegen klimaatverandering bent. Of zoiets. Bepaald handig is die oproep niet: zoals journalist Verlaan liet zien, kun je met de informatie op een boardingpass erg veel doen: “Ik weet nu naast jouw privégegevens ook de namen, e-mailadressen en telefoonnummers van je vrouw en dochter.” Maar mag je dat wel achterhalen, met die informatie?

Natuurlijk is het in principe computervredebreuk om in te loggen met publiek aangetroffen accountgegevens, zoals een boardingkaartnummer en een achternaam. Je dringt dan binnen in een systeem onder de hoedanigheid van de luchtpassagier, en je weet dat je daar niet mag zijn in die hoedanigheid. Dat de gegevens publiek te vinden waren, maakt daarbij niet uit. (Als je ooit denkt “de informatie is publiek dus ik mag X”, dan heb je -als vuistregel- juridisch geen gelijk.)

Punt is natuurlijk dat Verlaan werkt als journalist, en daarbij technologie en met name security als aandachtspunt voor zichzelf geclaimd heeft. Hij bouwde onder meer de site Laat je niet hack maken, die mensen in gewone taal uitlegt wat wel en niet verstandig is bij online security. En als zo’n journalist ziet dat iemand met een profiel als Peter Verhaar publiekelijk oproept om zoiets doms te doen, dan snap ik meteen dat hij dat publiceert. Zoals een twitteraar het vergeleek: “ik ben tegen de bankmaffia, u ook, post dan uw creditcard voor en achter”.

Een journalist mág zoiets ook, in het kader van het aan de kaak stellen van een misstand. Ook als daarbij een strafbaar feit nodig was. Als journalist mag je soms net een klein stapje verder gaan, als dat in het belang is van je publicatie en je geen andere manier hebt om je punt te maken.

De vraag is dus, had Verlaan die noodzaak om in te loggen en die gegevens van vrouw en kind te noteren en (geanonimiseerd) te publiceren? Ik zou zeggen van wel: Verhaar begaat zo’n ernstige en onverantwoorde fout dat daar onmiddellijk een signaal tegen gegeven moet komen. En iemand die zo oliedom is, zal van enkel “dat is niet handig!!1!” van een nerdjournalist (sorry Daniel) niet onder de indruk zijn. Die persoonlijke informatie is dan nodig om direct het signaal te geven, doe dit niet, houd ermee op. Dus ja, dit mocht.

Arnoud

Mag nu.nl ontkennen van klimaatverandering verbieden op haar nujij.nl reactiesite?

Het ontkennen van klimaatverandering of de invloed van de mens daarop, is op NUjij niet langer toegestaan. Zo opende Nu.nl vorige week een bericht om haar nieuwe beleid omtrent dit onderwerp toe te lichten. NU.nl heeft een verantwoordelijkheid om bezoekers van betrouwbare informatie te voorzien, zo licht men toe: ook de reacties van haar miljoenen bezoekers vallen daaronder, omdat deze zo groots zichtbaar zijn krijgen ook deze een groot bereik. Nu.nl neemt daarom haar verantwoordelijkheid en verbiedt het verspreiden van deze onwaarheid. Wat me dus vele mails gaf met de vraag of dit censuur is, of Nu.nl dit mag et cetera.

Het flauwe en pedante antwoord is dat dit geen censuur is omdat die juridische jargonterm betekent dat de overheid voorafgaand toezicht op een uiting toepast. Nu.nl is geen overheid en kan dus niets of niemand censureren. Het bedrijf (Sanoma bv) beslist zelf wat er op haar site wordt gepubliceerd, en of ze iets weigeren omdat het klimaatveranderingsontkenning is of omdat het moeilijk leesbaar is, is dan hun eigen keuze. Huisregels mag je zelf verzinnen.

Of toch niet. Want juist bij grote clubs zoals Sanoma/Nu.nl zit je praktisch toch met een probleem: worden daar bepaalde berichte of onderwerpen geweerd, dan verdwijnen ze effectief van de publieke radar. Je kunt natuurlijk wel een eigen site beginnen of op een vaag Amerikaans forum je betoog vervolgen, maar geen hond die dat leest. Je wilt, nee je moet op Nujij zijn om je mening effectief te uiten.

Een discussie die al langer speelt, onder meer toen Volkskrantblog ging sluiten en vele mensen boos waren omdat ze hierdoor hun mening niet meer kwijt konden. Maar je hebt geen recht op meningsuiting bij een ander. In beginsel dan. Heel misschien kan dat anders liggen:

In de Europese Appleby-zaak wilde een groep demonstranten in een winkelcentrum ” ook een semi-openbare ruimte ” haar mening uiten. De (private) eigenaar verbood dit op grond van zijn eigendomsrecht. Het EHRM oordeelde dat dit in beginsel inderdaad toegelaten was. Het eigendomsrecht woog zeer zwaar en kon in beginsel slechts opzij gezet worden wanneer sprake was van “preventing any effectieve exercise of freedom of expression or [if] it can be said that the essence of the right has been destroyed (r.o. 47).”

De Nujij-klimaatveranderingsoorzaaksontkenners zouden dus alleen een punt hebben als je werkelijk nergens anders effectief je mening over dit onderwerp kwijt zou kunnen. Daar valt dus wat voor te zeggen als inderdaad “de reacties op NU.nl miljoenen keren per maand gelezen worden en dus een belangrijk onderdeel van ons informatieaanbod zijn” bij de bekendste nieuwssite van Nederland.

Tegelijk denk ik dat hier ook meespeelt dat dit nauwelijks nog een serieuze discussie te noemen is. De wetenschappelijke consensus is al vrij lang dat klimaatopwarming door de mens veroorzaakt wordt. Dus op dat punt nog willen debatteren over te ja dan te nee, is geen heel sterk rechtens te respecteren belang. Daar krijg je de rechter dan ook een stuk minder snel warm voor dan voor bijvoorbeeld jouw politieke visie over zeg het basisinkomen (stel dat Nu.nl dat zou weren).

Arnoud

Tegenwoordig weet iedereen wél wat ACAB betekent

Weet u nog, dat rechters niet mogen googelen? Dat was een zaak uit 2011 waarin de Hoge Raad bepaalde dat een rechtbank niet zomaar in Google mag kijken om te zien hoe bekend een afkorting is, om vervolgens iemand die die afkorting gebruikte te veroordelen. Die afkorting was ACAB, in 2011 redelijk bekend maar ten tijde van de overtreding een stuk minder. De rechtbank had op zijn minst de bevindingen aan de verdediging voor moeten leggen. Maar nu in 2018 is er een nieuw arrest (Hof Amsterdam) waarin googlen wél mag.

In deze zaak ging het om exact dezelfde afkorting. De verdachte zong tijdens een voetbalwedstrijd de tekst “ACAB, ACAB” en keek daarbij naar politieagenten. Deze arresteerden hem voor belediging van een ambtenaar in functie. De verdachte verklaarde niet te weten wat deze term betekende. Dat voelde voor mij ook wat onwaarschijnlijk, en met mij het Gerechtshof.

Het Hof pakt Google erbij, stelt de zoekperiode in op beperkt tot uiterlijk de datum van het delict(!), en constateert dat over de afkorting (en de beledigende betekenis daarvan) zeer veel nieuwsberichten zijn gepubliceerd, zowel door regionale als landelijke media. En dat vind ik dan leuk: die berichten kwamen mede naar aanleiding van die zaak uit 2011 waarin juist werd gezegd dat Googelen niet mag om de bekendheid van een term vast te stellen.

Het Hof concludeert nu dat gezien de landelijke bekendheid van de uitspraak en de term deze nu wel algemeen bekend geacht wordt te zijn. Daarop wordt de man veroordeeld voor belediging. En dat klopt dus – met zo veel bekendheid in pers en online over die uitspraak, kun je vandaag de dag niet meer volhouden dat je dit niet wist. Al helemaal niet in een voetbalcontext, wat mij betreft.

Arnoud (Dat ik in deze blog nergens hoef te zeggen wat ACAB betekende, zegt natuurlijk ook wel wat.)

Van rare websites krijg je rare vergeetrechtzaken

Een arts die op de vingers is getikt door het tuchtcollege moet verwijderd worden uit de zoekresultaten van zoekmachine Google. Dat meldde Trouw vorige week. Waarmee ze overigens bedoelen dat een bericht over dat vingertikken verborgen moet blijven in de zoekresultaten, niet dat de arts geheel onvindbaar moet worden. De rechtbank Amsterdam had in december vorig jaar bepaald dat het ging om een irrelevant en tendentieus bericht, dat de arts niet hoefde te worden nagedragen ondanks de voorwaardelijke schorsing die hem door de tuchtrechter was opgelegd. Een baanbrekende zaak, aldus zijn advocaat, maar wat mij betreft is dit niets bijzonders en klopt het helemaal met de regels die we al hadden.

De arts had enkele jaren terug een operatie uitgevoerd en daarbij een fout gemaakt. Dat leidde tot een tuchtrechtelijke procedure onder de Wet BIG (Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg). De arts kreeg in eerste instantie een schorsing opgelegd, maar in hoger beroep werd dat een voorwaardelijke schorsing.

Wie nadien op de naam van de arts zocht, vond hoog in de resultaten de site zwartelijstartsen punt nl (die zelf zegt “Deze website is niet bedoeld als leedtoevoeging of schandpaal.” maar ik zie dat anders) met daarin naam, BIG nummer en foto van de arts, plus de tuchtrechtelijke uitspraak en een citaat uit een regionale krant over de kwestie.

De arts had nogal last van die vermelding, en vroeg Google om verwijdering uit zoekresultaten op zijn maam. Die weigerde dat, omdat het om zakelijke berichtgeving ging over zijn professionele activiteiten. De Autoriteit Persoonsgegevens was dezelfde mening toegedaan, mede omdat de arts nog in zijn proeftijd van de voorwaardelijke schorsing zat en de berichtgeving daarmee nog actueel was. Bovendien zou een gemiddelde patiënt niet bij het BIG register kijken of zijn arts een tuchtuitspraak tegen zich had, maar wel in Google.

Daarop stapte de arts naar de rechter, die hem in tegenstelling tot Google en de AP wél gelijk gaf. De rechtbank zet daarbij voorop – zoals de HR eerder bepaalde – dat bij Google’s zoekdienst de privacy van daarin opgenomen personen in principe wint, tenzij er bijzondere redenen zijn om de informatie wél te tonen. Normaal is de afweging van grondrechten gelijkwaardig (persvrijheid versus privacy), maar bij Google dus niet.

Dan is dus de vraag, wat zijn hier die bijzondere redenen. De site had aangedragen dat zij juist de openbaarheid met naam en toenaam kiezen omdat het publiek te lastig falende artsen kan vinden. Beroepsfouten door artsen zijn zeer kwalijk, dus logisch dat daar aandacht voor moet komen. En het huidige systeem vanuit de wet om dat te doen, voldoet niet genoeg.

Dat laatste ziet de rechtbank anders:

[dat] de wetgever in de wet BIG een uitgekiend wettelijk systeem heeft vastgelegd om bekendheid te geven aan beroepsbeoefenaren die een (voorwaardelijke) tuchtrechtelijke maatregel opgelegd hebben gekregen. Volgens de wet BIG wordt iedere tuchtrechtelijke maatregel in het BIG-register (www.bigregister.nl) gepubliceerd, met een zeer beperkte vermelding van de reden voor de oplegging. De tuchtrechtelijke maatregelen zijn vrij eenvoudig te vinden als in het (digitale) BIG-register wordt gezocht op de naam van de zorgverlener.

Wie dus echt wil weten of er wat speelde met zijn of haar arts, kan dat met een gerichte zoekopdracht achterhalen. Maar dat is heel wat anders dan gewoon je arts googelen en al dan niet verouderde of herroepen berichtgeving vinden, en op die basis concluderen dat je te maken hebt met een sjoemelarts (nog zo’n term van die site). Zeker als die site zich ook nog eens tooit met de toch tendentieuze term ‘zwarte lijst’, wat meer impliceert dan enkel een voorwaardelijke tik op de vingers. En het helpt al helemaal niet als blijkt dat die zwarte lijst kennelijk vrij willekeurig (met eigen, niet gepubliceerde criteria) sommige berispte artsen wel en andere niet publiceert, plus ook artsen die géén tuchtrechtelijke uitspraak tegen zich hebben.

Daar staat dan grote last voor de arts tegenover. Ik schrok er een beetje van wat de rechtbank zegt over het BIG register:

Bovendien heeft [verzoekster] diverse publicaties van de artsenfederatie KNMG overgelegd waaruit blijkt dat de publicatie van een tuchtrechtelijke maatregel in (enkel) het BIG-register – door de KNMG ‘naming and shaming’ of een ‘digitale schandpaal’ genoemd – voor de artsen die het betreft een zo grote invloed heeft, zowel persoonlijk als professioneel, dat ruim de helft van hen heeft overwogen te stoppen met werken.

Als alleen al de vermelding daar zó veel impact heeft, dan snap ik wel dat je zeker niet ook nog eens in een door willekeurige mensen opgezette zwarte lijst Dit alles bij elkaar maakt dat de rechtbank geen omstandigheden ziet om de privacy van de arts aan de kant te zetten, integendeel. Google moet dan ook binnen zeven dagen zorgen dat dit zoekresultaat niet meer wordt getoond als mensen de arts bij naam googelen.

Gezien deze feiten verbaast die uitspraak me niets. Baanbrekend zou ik hem ook weer niet noemen, de rechter past ‘gewoon’ het kader toe van alle vergeetrechtzaken. Dat het BIG register een eigen vergeet- of juist ‘herinner’-functie heeft, is wel een bijzonderheid maar ik zie die in het voordeel van de informatievrijheid. De relevante informatie over artsen is daar te vinden en wordt zorgvuldig beheerd. Wie wat wil weten of zijn arts, kan daar dus gewoon terecht. En als informatie niet meer relevant is, wordt dat door een onafhankelijke partij gescreend en weggehaald. Dat lijkt mij beter dan zelf googelen.

Arnoud