Bruce Sterling’s Open Source Speech

Via via kwam ik de Open Source Speech van science-fiction auteur Bruce Sterling tegen. Sterling is geen programmeur maar kan wel ontzettend goed aangeven hoe dingen in elkaar zitten. Deze speech, of beter rant, is al uit 2002 maar nog steeds actueel. En de ontwikkelaars krijgen er flink van langs:

It’s like life in a refugee camp. If you want Doctors Without Borders to show up, you don’t want to have yourself any kind of really nice refugee camp. With some flowers, and a safe place for old ladies to knit. You want that inferno of starvation and disease that looks really good on CNN. Because if you actually organized a refugee camp, then you’d have stuff like taxes and gas and electricity and police protection, as opposed to what one gets in squatters’ camps, which is, incessant internal quarrels. Because there’s never just one gang trying to run the anarchy. You get bitter quarrels, between Free Software and Open Source, between the Stallman hero-model and alternative business.

Oftewel: het verschil tussen open source en vrije software.

Arnoud

Rennen voor je leven (Want zo is het ook!)

Het blijft de moeite waard: Tink van Want zo is het ook!

Jarenlang heb ik me meerdere malen per week over moeten leveren aan de grenzeloze genade van de Nederlandse Spoorwegen. Het einde van deze terugkerende terreur is gelukkig in zicht: de studiën zijn zo goed als afgerond en, de baas zij geprezen, ik heb een baan dicht bij huis.

Lees verder in Rennen voor je leven. Arnoud

Hoe verdien je geld met content?

Mooi, al die wiki’s, blogs en websites, maar waar komt de inhoud vandaan? Kunnen we voor alles vertrouwen op de bereidwilligheid van de bezoeker die toevallig iets weet van het onderwerp, of zijn er onderwerpen waarbij er echt een professionele maker moet worden ingeschakeld? En waar wordt die dan van betaald?

Dit zijn lastige vragen, waar iedereen die met content bezig is zich mee bezig zou moeten houden. Irene Kress van Cirocco schrijft op Livre dat professioneel content maken lastig geworden is. De concurrentie met de “amateur” wordt heviger, maar dat is niet per se een bedreiging: de maker moet een nieuwe koers varen en zijn rol opnieuw uitvinden. Hoe ga je geld verdienen, als het niet is door per exemplaar afrekenen?

Content maken als zodanig kan moeilijk als bron van inkomsten blijven dienen. Dat model –afrekenen per exemplaar– is uit het tijdperk van de drukpers en ondertussen dus zwaar achterhaald. Dat devolueert tot content produceren op uurtje-factuurtje basis, en daar word je niet rijk van (zei de advocaat-in-spe).

Van content weggeven (bijvoorbeeld bijvoorbeeld via Creative Commons) kun je wel rijk worden, aldus Kress:

Content weggeven en zo loyale relaties creëren, is van groter belang geworden. Dit kan leiden tot het genereren van inkomsten uit de meer mainstream kanalen. En tot online werken met offline activiteiten en inkomsten. Voor de nieuwe generatie is het internet niet slechts een bibliotheek of enorme etalage; sociale netwerken op het internet zijn hét nieuwe bindmiddel. Waar online en offline door elkaar lopen.

Dat betekent dus multimediaal denken. Wat kan er allemaal met het werk? Is de film ook als game, als speelgoed of als attractie inzetbaar, en op welke platforms? Wat kunnen mensen allemaal doen met het werk? En hoe kun je daar geld voor vragen? Download een spelletje op de mobiel voor een paar euro, en wie het uitspeelt krijgt een code voor een beveiligd deel van de website waar meer informatie te lezen is over het nieuwe boek, dat vervolgens direct en met korting te bestellen is. En dat boek bevat weer essentiële achtergrondinformatie voor de film die via Itunes te downloaden is. Enzovoorts.

Arnoud

Het verschil tussen vrije software en open source

Op Bright las ik een artikel over de Neo1973 dat begint met:

De iPhone is prachtig, maar programmaatjes draaien van derden is er niet echt bij. Ok, programmeurs kunnen programma’s schrijven zolang deze in Safari draaien, maar de iPhone blijft een duur, gesloten systeem.

En dat deed me meteen denken aan de klaagzang van de FSF over de iPhone, die precies gelanceerd werd op de dag dat GPL versie 3 uitkwam:

Tomorrow, Steve Jobs and Apple release a product crippled with proprietary software and digital restrictions: crippled, because a device that isn’t under the control of its owner works against the interests of its owner.

Alleen is het antwoord van de FSF niet veel meer dan “het moest niet mogen”, terwijl het antwoord van open source op de iPhone een stuk duidelijker is:

De Neo1973 heeft een 2,8 inch touchscreen, geïntegreerde AGPS, bluetooth, micro SD-kaart, is een quad band telefoon, draait op open source Linux, is sim-lock vrij en kost slechts 300 dollar.

Meer over dit apparaat bij Ars Technica.

En dat laat precies zien wat het verschil is tussen vrije software en open source. Open source is één van de succesvolste modellen voor softwareontwikkeling. Vrije software is een politieke beweging, waarbij het maken van software slechts een middel is.

UPDATE: (27 juli) vandaag publiceerde Livre mijn artikel GPL versie 3 is in feite tegen open source.

Arnoud

Discussie over GPL versie voor Busybox

Een voorbeeldje van de praktische problemen die we kunnen verwachten met GPL versie 3: heftige discussie over de licentie van Busybox in LWN: Busy busy busybox. Busybox is een veelgebruikt stuk software in embedded systemen, dat zo ongeveer alle veelgebruikte Linux-tools vervangt maar vele malen kleiner is.

Busybox was altijd onder “de GPL”, en de huidige maintainer wilde dit omzetten in “GPL versie 2 of 3”. Dual licensing dus, zodat bedrijven konden kiezen of ze liever versie 2 of versie 3 wilden gebruiken. Dat gaf veel discussie, want de oorspronkelijke auteur claimde dat het project begonnen was met “de GPL” en nu dus naar GPL versie 3 zou moeten gaan.

What followed was a long discussion on whether DRM differs from simply putting the code into ROM, whether the FSF is more worthy of trust than IBM, whether a move to a GPLv2-only license was possible, how much of Bruce’s original contribution remains, and so on. Interested parties are encouraged to go into the BusyBox list archives and spend considerable time plowing through the postings; they do not always show the free software community at its best. The real outcomes, however, are this:

BusyBox will be GPLv2 only starting with the next release. It is generally accepted that stripping out the “or any later version” is legally defensible, and that the merging of other GPLv2-only code will force that issue in any case.

Bruce Perens wants his contributions to keep the “any later version” language, and has requested (“and required”) that the copyright notices reflect this wish. Accommodating a contributor’s wishes in this regard is normally done, but Rob Landley has refused to go along; his reason, in the end, boils down to “I’m mad at Bruce and don’t want to.”

Zie ook de uitgebreide kritiek uit the Jem Report waarover ik eerder blogde. Mijn eigen commentaar komt na mijn vakantie trouwens.

Arnoud

Algemene voorwaarden van Internetproviders

Wanneer gelden de algemene voorwaarden van Internetproviders? Deze vraag was van belang in een recent geschil tussen het bedrijf Pander Consultancy en Internetprovider Scarlet (Planet). Pander had een zakelijke ADSL-verbinding afgenomen, maar wilde deze al snel weer opzeggen. Dat gaf de nodige problemen, waardoor Pander vijfentwintig werkdagen zonder internetverbinding heeft moeten werken en zo schade opliep. In de algemene voorwaarden van Scarlet werd aansprakelijkheid voor zulke schade echter uitgesloten. Kon Scarlet zich daarop beroepen?

Juridisch gezien is een Internetabonnement hetzelfde als elk ander contract. De ene partij betaalt een zeker bedrag, en de ander levert een dienst. In dit geval dus toegang tot Internet. Daarbij gelden natuurlijk regels, die in algemene voorwaarden vastgelegd zijn. Niet iedereen leest ze, maar deze ‘kleine lettertjes’ gelden ook als de wederpartij ze niet gelezen heeft bij het afsluiten van het contract. De enige eis is dat de gebruiker (Scarlet dus) de wederpartij (Pander) een redelijke mogelijkheid moet hebben geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen (art. 6:233(b) BW).

Maar, zo vertelde Pander, dat was nooit gebeurd:

De accountmanager van Scarlet, A, [is] op 23 maart 2005 bij haar langsgeweest om de overeenkomsten op te stellen en te ondertekenen. Zij heeft op dat moment aan A gevraagd haar een exemplaar te verstrekken van de door Scarlet gehanteerde algemene voorwaarden. A beschikte echter niet over een exemplaar van de algemene voorwaarden. Op het verzoek van Pander nadien alsnog een afschrift toe te zenden, zou A hebben toegezegd dat te zullen doen, doch Pander heeft nooit een exemplaar van Scarlet ontvangen, aldus Pander.

Verwarrend daarbij was wel dat Pander het contract vervolgens heeft getekend met daarin de zin “Door ondertekening van deze overeenkomst verklaart u de algemene voorwaarden van Scarlet ontvangen en geaccepteerd te hebben.”

Was dat nu genoeg om aan te nemen dat de voorwaarden toch gelden? Nee, oordeelt de rechter, de gebruiker (Scarlet) moet concreet aangeven wanneer en op welke wijze aan de wederpartij een afschrift van de algemene voorwaarden ter hand is gesteld. Het was dus aan Scarlet om meer feitelijke gegevens te verschaffen omtrent het ter hand stellen van de algemene voorwaarden. Maar:

Zij heeft dit echter niet gedaan, maar heeft volstaan met aan te voeren dat haar accountmanagers altijd een setje documenten, waaronder de algemene voorwaarden, mee zouden nemen.

En die zin uit het contract dan, waarin Pander zegt ze te hebben ontvangen?

Deze standaardbepaling is slechts een fictieve verklaring omtrent de kennisneming van de algemene voorwaarden en kan niet worden aanvaard als een nadere uitzondering waarmee aan het door de wetgever beoogde uitgangspunt van terhandstelling kan worden voorbijgegaan.

Kortom, Scarlet heeft niet bewezen dat Pander werkelijk de algemene voorwaarden heeft gehad. Daarom worden ze niet bindend verklaard. En omdat een provider gewoon aansprakelijk is voor schade bij een niet-werkende verbinding, zou Scarlet op moeten draaien voor die 25 dagen. Ware het niet dat Pander onvoldoende onderbouwd had waarom hij die schade had geleden. Daarom oordeelde de rechter dat Pander nu eerst met die onderbouwing moet komen, zodat hij daarna kan bepalen of en hoe veel schade voor de rekening van Scarlet gaat komen.

Arnoud

Persoonsgebonden domeinnamen worden opgeheven

Op 31 december 2007 zullen alle persoonsgebonden domeinnamen worden opgeheven. Dit zijn de nooit echt aangeslagen domeinnamen van het soort “jansen.173.nl”, zodat alle Jansens hun eigen naam konden registreren. Vanwege dat rare nummer deden de Jansens dat echter niet of nauwelijks. De enige mooie vond ik Bram Heerink alias de heer Www die met het nummer 112 er vandoor ging.

Als tegemoetkoming had SIDN gedacht aan 25 euro. Wel moeten mensen dan tekenen dat ze geen verdere juridische stappen tegen SIDN zullen ondernemen vanwege de opheffing. Arnout Veenman van ISPam is erg kritisch over dit voorstel:

De vraag is of de wijze waarop SIDN dat nu doet daar aan voldoet. Een tegemoetkoming van 25 euro in de kosten mag gezien worden als aardig, maar het is en blijft natuurlijk een fooi in vergelijking met het verlies dat veel houders zullen leiden. Daarnaast ben ik van mening dat een overgangsregeling, die bestaat uit over 5 maanden je domeinnaam kwijt raken en 25 euro krijgen wanneer je SIDN vrijwaart van juridische stappen tegen dat besluit, niet als een goede overgangsregeling kan worden gezien.

Maar ja, wat moet SIDN anders?

Arnoud

Kan een verbod op gewelddadige spellen zoals Manhunt 2?

Jeroen Dijsselbloem reageert op de gaming-community. Eind juni heeft dit PvdA-kamerlid kamervragen gesteld over de juridische mogelijkheden om in Nederland het gewelddadige en sadistische spel Manhunt 2 te verbieden. De gaming-community was daar unaniem zeer negatief over. De site Gamez.nl schreef bijvoorbeeld onder de veelzeggende titel Vijanden van de game-industrie een nep-aanklacht dat “Jeroen D.” zou oordelen zonder enige verdieping in de materie en de grondbeginselen van de vrijheid van meningsuiting zou hebben aangetast. Met name dat eerste stak veel mensen: het spel is nog niet uit, kun je op basis van reclame en wat mensen er over bloggen concluderen dat het spel wel veel te gewelddadig zal zijn?

In zijn reactie schrijft Dijsselbloem:

Ik heb niets tegen games, integendeel. En ik zie meer nadelen dan voordelen van een verbod. Principiële bezwaar is natuurlijk dat een verbod de vrijheid van meningsuiting en van de persoonlijke levensfeer zou beperken. Praktische bezwaar is dat een verbod helemaal niet te handhaven zou zijn.

Hij zoekt echter naar de mogelijkheden van een verbod op dit spel omdat het een goed voorbeeld is van games die steeds geweldadiger en sadistischer zijn. Dat zou het risico van gedragbeïnvloeding bij jongeren vergroten, zeker als de beelden heftiger zijn en de speler minder stabiel is. Hij verwijst naar onderzoek, wat in de comments sterk in twijfel getrokken wordt.

Spellen doen wel degelijk iets met mensen. Zo berichtte PCM in november 2006 over een onderzoek dat aantoonde dat het spelen van gewelddadige videogames wel degelijk invloed heeft op de hersenactiviteit:

Door het spelen van gewelddadige videogames wordt het gedeelte van de hersenen dat over de emoties gaat geactiveerd, terwijl het gedeelte van de hersenen dat gaat over zelfbeheersing, focus en concentratie gaat in activiteit afneemt.
Dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat jongeren dus gewelddadig worden van het spelen van games. Zeker omdat games vaak gespeeld worden als uitlaatklep, juist om agressie kwijt te kunnen. En nee, je gaat er ook niet minder van lezen.

Juridisch gezien zal een verbod op spellen als deze uiterst lastig worden. Joop Atsma (CDA) stelde dat dit zou kunnen op grond van “aanzetten tot geweld”. Het is verboden om een foto, film of spel “waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar” aan minderjarigen te tonen. Ook mag een omroep geen programma’s uitzenden “die de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar ernstige schade zouden kunnen toebrengen”. In de Eerste Kamer is daarover gezegd dat deze inderdaad zien op zaken zoals excessief geweld en (harde) pornografische scènes.

De bewijslast voor zo’n verbod is echter zeer gecompliceerd. Al was het maar omdat Joop Atsma dan ook verboden moet worden omdat hij Arjan Dasselaar aanzet tot geweld. En dat moeten we natuurlijk niet hebben.

Arnoud

The Jem Report uitgesproken kritisch over GPL versie 3

Jem Matzan, een bekende auteur over open source in o.a. Linux Today, is uitgesproken kritisch over GPL versie 3. Onder de kop “GPLv3 license marks GNU’s decline” schrijft hij:

We will look back on this and say that June 29, 2007 was the day when the Free Software Foundation jumped the shark, creating an impassable chasm where there was already an uncomfortable rift between the Free Software Foundation and GNU Project, and the larger free software and open source worlds. The GPLv3 adds restrictions galore for developers and users alike, none of which are designed to be understood by the people who matter most — programmers and users. The FSF tells us that the new restrictions in the GPLv3, on patents, patent licensing, and hardware capabilities, are there to make us more free. That’s right — more restrictions are being forced on us so that we can be “more free.” If that sounds like a big steaming pile of nonsense to you, then I’m with you, brother.

Zo ver ga ik niet, maar de insteek bij GPLv3 vind ik wel degelijk erg negatief. Zoals ik al schreef, men is “tegen” van alles en niet zozeer “voor” iets. Als je niet uitkijkt, kan dat een sfeer oproepen van wij-hebben-gelijk en voor-afwijkende-meningen-is-geen-plaats en dat komt de samenwerking niet ten goede.

Een ander punt van kritiek is de begrijpelijkheid. Waar een programmeur met een beetje goede wil nog wel door GPL versie 2 heenkomt, zal dat met versie 3 niet meevallen. Hij is twee keer zo lang en drie keer zo moeilijk te begrijpen. Die nieuwe verboden vereisen de nodige moeizame juridische constructies.

UPDATE: (27 juli) vandaag publiceerde Livre mijn artikel GPL versie 3 is in feite tegen open source.

Arnoud

Debat over netneutraliteit

Netkwesties schrijft over netneutraliteit, het doorgeven van Internetverkeer zonder aanziens des afzenders:

De kwestie gaat om open internet, gelijkwaardige toegang tot alle online bronnen en uiteindelijk om gelijke vrijheid van meningsuiting voor iedereen. Dat zeggen de protagonisten van netneutraliteit in de VS. Tijdens de ECP-bijeenkomst voegde Joost van der Vleuten van de afdeling telecom- en energiestrategie van Economische Zaken daar een belangrijk punt aan toe: “Het gaat niet alleen om downloaden, maar ook om het uploaden, want steeds meer mensen publiceren zelf en meer en meer maakt video daar onderdeel van uit. Krijgen ze voldoende bandbreedte en mogelijkheden om hun ideeën aan iedereen kenbaar te maken?”

Het debat komt overwaaien uit Amerika, waar concurrentie en regelgeving een stuk minder is dan bij ons. Maar het onderwerp is ondertussen ook hier actueel. Providers blijken bijvoorbeeld filesharing verkeer “af te knijpen” als web en e-mail daarmee in het gedrang komen. Is dat nu een kleine groep niet de boel laten verpesten, of een strijdig ingrijpen met het ongereguleerde natuur van Internet?

In Nederland lijkt onze overheid voor netneutraliteit te zijn. Dat past ook binnen de huidige wet- en regelgeving. Volgens de wet (art. 6:196c BW) is een provider niet aansprakelijk voor informatie gepubliceerd door anderen. Dit geldt echter alleen wanneer hij niet het initiatief tot het doorgeven van de informatie neemt, en niet bepaalt aan wie de informatie wordt doorgegeven. Ook mag de provider de doorgegeven informatie niet selecteren of wijzigen. De provider moet dus echt als “doorgeefluik” fungeren. Daarom zouden providers ook voor netneutraliteit moeten zijn.

Maar providers hebben tegelijkertijd te maken met een sterke groei van het verkeer. Kun je verlangen dat zij alsmaar meer hardware en bandbreedte kopen?

Iedere abonnee moet voortdurend direct toegang kunnen krijgen met een breedband verbinding, maar een provider kan niet voor al zijn abonnees tegelijk capaciteit kopen en beschikbaar houden. Elke provider houdt rekening met de online-offline verhouding. Hoe meer offline, des te lager zijn kosten en des te hoger de winst.

Arnoud