Richtlijnconform filteren van peer-to-peer verkeer

Het digitaal auteursrechtfilter is technisch haalbaar. Moeten providers dan nu peer-to-peer (P2P) verkeer van klanten gaan filteren?

In dit artikel, gepubliceerd in Intellectuele Eigendom en Reclamerecht (IER) bespreek ik of richtlijnconform filteren van internetverkeer mogelijk is. Download het artikel (PDF, 0.9 MB) of lees een samenvatting.

Arnoud

Hoe krijg je gestolen informatie van internet?

Verspreiden gestolen computerinformatie wordt strafbaar, meldde NU.nl donderdag. Het is nu verboden om in te breken in computersystemen en gegevens daaruit over te nemen, maar nergens staat dat anderen die die gegevens verder verspreiden, ook strafbaar zijn. Virtuele heling is dus legaal, en minister Hirsch Ballin wil nu verandering in brengen.

In zijn brief aan de Tweede Kamer legt de minister verder uit wat je nu al kunt doen aan gestolen informatie die mensen op internet verspreiden. Laat ik eens een poging wagen dit in minder ambtelijke taal te vertalen.

Ten eerste heb je meestal auteursrecht op de gegevens. Een tekst of foto is auteursrechtelijk beschermd, en kopiëren mag dan niet zonder jouw toestemming.

Mensen kunnen trouwens niet wegkomen met “ja maar ik citeer alleen maar uit de tekst”. Je mag namelijk alleen citeren uit rechtmatig gepubliceerd werk, en dus niet uit gestolen teksten.

Ten tweede heb je bij foto’s en films portretrecht. Ook hier weer: het gaat om materiaal dat je niet zelf gepubliceerd hebt, privéfoto’s dus. Zonder toestemming mogen zulke foto’s niet worden gepubliceerd.

De PriveEen voorbeeld: in 2005 werd de digitale camera van prinses Maxima gestolen. De foto’s daaruit doken op in de Telegraaf en de Privé. Dat werd verboden met een beroep op het portretrecht. Een beroep op de vrije nieuwsgaring werd afgewezen; zulke privéfoto’s hebben zelden tot nooit nieuwswaarde. En om het nieuwsfeit te melden dat de camera gestolen was (jaja, slim bedacht) hoef je de foto’s zelf niet te laten zien natuurlijk.

Daar kun je zowel de plaatser van de gegevens als diens provider op aanspreken. Ook kun je aangifte doen bij de politie, want opzettelijke inbreuk op auteursrecht of portretrecht is een misdrijf.

Als het gaat om bedrijfsgegevens, dan is er nog een derde optie. Het onthullen van bedrijfsgeheimen is namelijk strafbaar. En Hirsch Ballin wil dus een vergelijkbare bepaling voor privégegevens van natuurlijke personen invoeren.

Wat ik nog miste in het antwoord, is een beroep op de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Gestolen foto’s, maar ook tekstuele informatie met daarin gegevens over jezelf zijn persoonsgegevens en mogen alleen met toestemming worden verwerkt. En die is er natuurlijk niet. Een “aantoonbare noodzaak” is dan het enige toegelaten alternatief, maar dat zal er ook niet snel zijn bij publiceren van gestolen informatie.

Mede via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

De eisen voor inbreuk op auteursrecht

Een lezersvraag over het bewijzen van inbreuk op auteursrecht:

In hoeverre wordt geacht dat teksten hetzelfde kunnen zijn? Ik bedoel, het kan voorkomen dat er een paar regels zijn in een artikel die exact hetzelfde zijn als in een ander artikel. Is dit inbreuk op auteursrecht?

Dat twee dingen lijken, is niet genoeg. Er is pas sprake van inbreuk op auteursrecht wanneer er creatieve stukken ontleend zijn aan het origineel. Eerst moet dus worden vastgesteld welke van de twee op elkaar lijkende werken het oudste is. Vervolgens wordt gekeken welke stukken daarvan ook terug te vinden zijn in het jongste werk. Daarna is de vraag of die stukken ‘creatief’ zijn. Een zakelijke zin zoals “Peter is 32 jaar” is niet creatief, en als twee artikelen diezelfde zin bevatten, is dat nog geen inbreuk.

Als dit kan worden aangetoond, is er meestal sprake van inbreuk door het jongste werk. De maker daarvan kan echter nog bewijs leveren dat hij niet ontleend heeft, maar het zelf heeft gemaakt en dat de gelijkenis toeval is. Twee foto’s van het Paleis op de Dam in Amsterdam zullen veel op elkaar lijken maar kunnen best onafhankelijk gemaakt zijn.

Een mooi voorbeeld is het al wat oudere Barbie/Sindy-arrest.

Barbie versus Sindy

De Barbie-pop (links) is auteursrechtelijk beschermd. De Sindy-pop (rechts) leek er wel erg veel op. De makers daarvan moesten toen proberen te bewijzen dat hun pop toch echt geheel zonder kennis van de Barbie gemaakt was.

Arnoud

India wil arrestatie directeur Nederlandse provider

Afgelopen zaterdag heeft de rechtbank van Bangalore in India opdracht gegeven de directeur van de Nederlandse internetprovider Antenna te arresteren omdat hij aanwezig moet zijn bij een rechtszaak wegens smaad, meldt Tweakers.

Het gaat hier over de vermeend smadelijke uitlatingen van de actiegroepen Schone Kleren Kampagne (SKK) en de Landelijke India Werkgroep. Antenna is hun internetprovider. Eerder werd gemeld dat ook XS4All betrokken was, maar de aanklacht tegen XS4All heeft men laten vallen.

In de comments reageert directeur Polman van Antenna:

Wij vinden het natuurlijk van den gekke dat je hier in Nederland als Nederlandse provider werkend voor een Nederlandse organisatie voor wie je een website host gedaagd wordt in India voor smaad. En nu internationaal vervolgd gaat worden en feitelijk in Nederland als Nederlander bent “opgesloten” . Justitie heeft ons gewaarschuwd voor de gevolgen van een arrestatiebevel in andere landen ook binnen Europa.

Oorspronkelijk betrof de aanklacht behalve smaad ook xenofobie, racisme en criminele samenzwering, omdat daar verdragen voor zijn om ons te kunnen laten uitleveren. Het gaat hier om het Europese verdrag tegen Cybercrime en het VN verdrag tegen georganiseerde misdaad. Beide verdragen bleken echter niet van toepassing omdat India deze verdragen nog niet had ondertekend. Indien dit wel was geweest zo werd ons verzekerd waren we al gearresteerd.

Hij legt ook nog uit dat er wel degelijk een uitleveringsverdrag is met India. Het gaat om een verdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk uit 1898 (!), dat in 1971 tussen India en Nederland van toepassing is verklaard (Tractatenblad 1971, 198 -met dank aan Danny Mekic’). Wie weet waar het staat: ik hoor het graag!

Zie ook de discussie bij ISPam.

UPDATE: (29 januari 2008) alle aanklachten zijn van de baan:

De SKK laat dinsdag weten dat de partijen ingestemd hebben met de komst van een ombudsman die klachten van werknemers gaat toetsen. Over de precieze invulling van zijn taak wordt binnenkort overlegd. Een commissie met onder anderen Lubbers zal de voortgang in de gaten houden.

Arnoud

Koppelverkoop van iPhones, mag dat?

Eind november verplichtte een Duitse rechtbank T-Mobile om in Duitsland de iPhone ook los te verkopen. Voor 999 euro weliswaar, maar toch. In hoger beroep werd deze beslissing teruggedraaid. In Nederland is het nog maar de vraag of zo’n verbod er zou komen.

Inderdaad, dit is koppelverkoop. Maar koppelverkoop is bij ons gewoon toegestaan. De logica daarachter is dat je gewoon met de verkoper kunt onderhandelen over ontkoppelen tegen een lagere prijs, of dat je naar een andere verkoper kunt gaan die niet aan de koppelverkoop doet.

Heeft de verkoper een (bijna)monopolie, dan gaat die redenering natuurlijk niet op. Vandaar dat koppelverkoop dan wel verboden is. Dat is dan misbruik van een economische machtspositie.

T-Mobile, die in Nederland de iPhone zal gaan verkopen, heeft echter absoluut geen machtspositie op de markt voor mobiele telefonie. Een abonnement op die dienst koppelen aan koop van een iPhone is dan dus geen misbruik.

Slimmeriken redeneren andersom: T-Mobile heeft vanwege haar exclusieve contract met Apple wel een monopolie op verkoop van de iPhone. Zij koppelt die dan aan een abonnement, en dat is misbruik van dat monopolie.

Die redenering gaat echter alleen op als de iPhone een afzonderlijke markt is. Een monopolie op een product is wat anders dan een machtspositie in de markt voor dat soort producten. Natuurlijk is het een uniek ding, maar er zijn genoeg andere smartphones die in ieder geval qua functionaliteit in de buurt komen. En in de markt voor smartphones heeft T-Mobile geen machtspositie.

Arnoud

Briefgeheim voor privéberichten bij forums

De meeste forumsoftware heeft de mogelijkheid ingebouwd om deelnemers elkaar privéberichten (pb’s) te laten sturen. Alleen de ontvanger kan die dan lezen – en de beheerder natuurlijk, want de beheerder kan alles. Maar mag dat wel, zo vroeg een lezer van deze blog me onlangs.

Ik zou zeggen van niet, tenzij de beheerder een dringende reden heeft die te maken heeft met de goede werking van het forum. Het heet niet voor niets privébericht: mensen verwachten dat de inhoud daarvan privé is en blijft. En dan hebben zij er recht op dat de beheerder uit het bericht blijft.

Een dringende reden kan bijvoorbeeld zijn dat iemands inbox verstopt is, dat de beheerder een bevel van justitie kreeg om de inhoud van een pb af te geven of dat de virusscanner aangaf dat er een probleem was met een bericht.

Er is geen briefgeheim voor e-mail, en dus ook niet voor privéberichten op forums. Maar specifiek voor beheerders (administrators) zijn er wel regels over geheimhouding van privé communicatie van gebruikers.

Medewerkers van bedrijven die een telecommunicatiedienst (“dienst die geheel of gedeeltelijk bestaat in het overbrengen van signalen via een elektronisch communicatienetwerk”) aanbieden, zijn strafbaar als ze kennisnemen van de inhoud van die overgebrachte communicatie. artikel 273d Wetboek van Strafrecht. Afhankelijk van hoe je de definities leest is goed verdedigbaar dat de beheerder van een forum daar ook onder valt.

Je zou als beheerder in je forumreglement kunnen aangeven dat alle berichten, ook pb’s, gelezen worden. Dan wordt het een ander verhaal. Als je weet dat alles gelezen zal worden, heb je geen privacy. Maar dat moet dan wel heel expliciet vermeld worden, ik zou zelfs zeggen bij het scherm waar je de pb’s schrijft.

Arnoud

De blogpost als column en de grenzen van de meningsuiting

Blogger Peter Breedveld moet Vodafone een schadevergoeding betalen vanwege uitlatingen op zijn site Frontaal Naakt. Breedveld maakte zich daar erg kwaad over de slechte dienstverlening die hij van Vodafone kreeg, en noemde de medewerkster in kwestie met naam en toenaam. En dat laatste kwam hem op een schadevergoeding van 500 euro te staan.

De rechter stelt in het vonnis een weblog gelijk aan een column. In columns is het prima om een ongezouten mening te geven en een situatie eens flink te overdrijven om je punt te maken. En dat geldt zeker als het gaat om misstanden aan de kaak stellen, zoals de vaak berucht slechte behandeling door callcenters.

Maatschappelijke misstanden, meer of minder ernstig, moeten in beginsel in de openbaarheid kunnen worden gebracht. Het gaat hier om het fundamentele recht van de vrijheid van meningsuiting. Dat recht is echter niet absoluut. Het vindt zijn grens waar rechten en belangen van anderen, bijvoorbeeld het recht op recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zwaarder wegen. Of dat laatste het geval is moet aan de hand van de omstandigheden van het geval beoordeeld worden.

In de omstandigheden van dit geval wogen volgens de rechter zwaar dat Breedveld de medewerkster vele malen met naam en toenaam noemde. Daarbij ging het hem er om om haar zodanig neer te zetten dat toekomstige werkgevers dat gegarandeerd zouden moeten vinden – en vanwege de overtrokken beschuldigingen niet zouden huren. En dat maakte het onrechtmatig:

Waar het vandaag de dag gebruikelijk is om, wanneer men iets van iemand wil weten (bijvoorbeeld bij sollicitaties), op de betreffende naam te ‘googlen’, is het waarschijnlijk dat [eiseres sub 2] hierdoor aanzienlijke reputatieschade heeft opgelopen.

Arnoud

De rol van de provider bij geschillen met diens klanten

De rol van de internetprovider bij onrechtmatig handelen van klanten blijft een lastig probleem. De wet eist alleen dat providers materiaal blokkeren als dat onrechtmatig of inbreukmakend blijkt te zijn. In de jurisprudentie is een eis van het afgeven van persoonsgegevens ingevoerd. Volgens het Lycos/Pessers-arrest moeten providers hun klanten identificeren wanneer er mogelijk sprake was van onrechtmatig gedrag en er geen andere manier was om de klant op te sporen. Dat gaf al snel problemen bij providers. Nu speelt bijvoorbeeld de afgeleide vraag of providers hun klanten moeten kúnnen identificeren. Mag je dan nog wel anoniem zijn op internet?

Of deze verplichting eigenlijk wel past binnen de Europese wetten, is een open vraag. Het Europese Hof van Justitie zit nog te dubben, maar de conclusie van de advocaat-generaal was duidelijk: dat mag niet. Afgeven van persoonsgegevens mag alleen met een grondslag in de wet, en die is er niet. Jurisprudentie en de “maatschappelijke zorgvuldigheid” is geen wet.

Maar hoe moet het dan wel? Advocaat Remy Chavannes publiceerde een nieuwe aanpak in het Nederlands Juristenblad: de John Doe-procedure, Nederlandse stijl (de Nomen Nescio (NN)-procedure dus eigenlijk).

In de VS is het mogelijk om iemand voor de rechter te dagen als je nog niet weet hoe die persoon heet of waar hij woont. In Nederland heb je minstens een naam en liefst eigenlijk ook een woonadres nodig.

Hoe zou de procedure volgens Chavannes bij ons gaan werken?

De eiser dagvaardt de anonieme klant, met een zo duidelijk mogelijke omschrijving. ‘De houder op 15 mei 2006 van het e-mail adres xyz@example.com’ zou bijvoorbeeld genoeg moeten zijn. Die dagvaarding moet dan in een landelijk dagblad gepubliceerd worden, en op alle beschikbare elektronische middelen naar de anonymous in kwestie gestuurd worden. In dit geval dus een mailtje aan xyz@example.com.

Eventueel zou de provider de plicht kunnen krijgen om als een soort van postbus op te treden, en de dagvaarding door te sturen aan de klant.

Vervolgens blijft de klant anoniem in de rechtszaak. Hij kan bijvoorbeeld zijn advocaat machtigen en zelf thuisblijven. De advocaat heeft dan een zwijgplicht over de identiteit van de gedaagde. Als extra zekerheid kan eventueel naam en adres bij de rechtbank onder zegel worden gedeponeerd.

In deze rechtszaak wordt dan eerst uitgevochten of de klant bekendgemaakt moet worden. Daarbij kan de klant bijvoorbeeld aantonen dat hij een klokkenluider is en dus een gerechtvaardigde angst voor represailles heeft. Als de rechter vindt dat de gegevens toch bekend moeten worden, kan de eiser met dat vonnis naar de provider en de gegevens opeisen. Dat zal dan met name belangrijk zijn om schade te verhalen op de boedel van de gedaagde.

Chavannes verwijst nog naar het 286 pagina’s dikke proefschrift van Anton Ekker over anoniem communiceren, waarin deze ook een voorstel doet voor een John Doe-achtige verzoekschriftprocedure.

Het grootste nadeel bij beide voorstellen dat ik zie, is dat de provider partij wordt bij het dispuut. Al was het maar vanwege zijn rol als postbus. Hoe hard moet de provider zijn best doen om de correspondentie tussen klant en eiser aan te laten komen? Wat gebeurt er als hij een brief van een partij kwijtmaakt? Wordt hij dan aansprakelijk voor de door die partij verloren procedure?

Een alternatief dat ik persoonlijk interessanter vind, is de provider een bindend advies laten inwinnen bij een onafhankelijke commissie. Deze kent dan de specifieke situatie waarin providers zich bevinden, en kan vanwege haar expertise snel tot een oordeel komen. De provider verplicht zich het advies van die commissie uit te voeren. Daarmee hoeft zij zelf niet langer juridische expertise op dit gebied op te bouwen, iets wat met name voor kleine providers een probleem is.

Arnoud

Hyperlink naar opruiiend materiaal mogelijk strafbaar

Hyperlinks zijn legaal, behalve in bijzondere gevallen. Inbreuk op auteursrecht is de meest voorkomende uitzondering, maar ook bijvoorbeeld linken naar een smadelijke publicatie kan onrechtmatig zijn. Hyperlinken kan zelfs strafbaar zijn.

In een zaak over opruiing via internet heeft de rechter nu beslist dat een directe link naar een opruiiend geschrift strafbaar kan zijn. Het verspreiden van een “geschrift of afbeelding waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid” is strafbaar (art. 132 Wetboek van Strafrecht). De rechter stelt een “directe link” hiermee gelijk:

Door het plaatsen van een dergelijke link kan de lezer met slechts één handeling (te weten het klikken/dubbel klikken op de link) het onderliggende document opvragen en lezen. Het onderliggende document is daarmee zodanig verbonden met de link dat door het plaatsen van de link het onderliggende document in zekere zin onderdeel is geworden van het stuk waarin de link is geplaatst. In die zin wordt naar het oordeel van de rechtbank door het plaatsen van de link ook het onderliggende document verspreid.

Van die conclusie schrok men zelf kennelijk ook, want vervolgens wordt deze vérstrekkende bepaling meteen genuanceerd:

De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of het enkel plaatsen van een link ook moet vallen onder de strafbaarstelling van artikel 132 van het Wetboek van Strafrecht. Die vraag is van belang omdat de rechtbank niet aannemelijk acht dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om het enkele plaatsen van een link in alle gevallen onder die strafbepaling te laten vallen. Gevolg daarvan zou immers onder meer zijn dat (de exploitanten van) internetzoekmachines – die links produceren naar aanleiding van ingevoerde zoektermen – ook onder deze strafbepaling zouden komen te vallen als die links leiden naar opruiende geschriften en/of afbeeldingen. Bij bepaalde zoektermen is het immers onontkoombaar dat die links opleveren naar geschriften of afbeeldingen waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid.

En u voelt ‘m al aankomen: het moet afhangen van de relevante concrete omstandigheden van het geval.

Arnoud

Forumlid worden als minderjarige vereist toestemming ouders

“Ik stem toe met de voorwaarden en ben ouder dan 13 jaar.” Wie zich op een Nederlandstalig forum registreert dat phpBB gebruikt, moet op deze zin klikken om de registratie te voltooien. Die zin is rechtstreeks afkomstig uit de Amerikaanse versie, waar de Children’s Online Privacy Protection Act eist dat forumbeheerders uitdrukkelijke toestemming van de ouders moeten vragen voordat ze personen onder de 13 jaar lid mogen laten worden van het forum.

De Nederlandse wet is veel strenger. Voor personen onder de zestien jaar is toestemming van diens ouders of verzorgers nodig.

Minderjarigen (personen onder de achttien) kunnen alleen overeenkomsten sluiten als zij daarvoor toestemming hebben van hun ouders of verzorgers. Een overeenkomst zonder toestemming kan altijd door de ouders worden teruggedraaid. De wederpartij heeft dan pech; hij kan zich niet beroepen op bijvoorbeeld het feit dat hij dacht dat de koper meerderjarig was. Registratie bij (lid worden van) een forum is ook een overeenkomst en valt dus ook onder deze regel.

De toestemming wordt verondersteld te zijn gegeven als de overeenkomst voor personen van diezelfde leeftijd gebruikelijk is. Een twaalfjarige kan dus rechtsgeldig een blikje cola kopen op het station. Een zeventienjarige kan een mountainbike kopen. De ouders van deze twee kunnen daar niets tegen beginnen.

Internet is natuurlijk erg populair onder jongeren, dus je kunt goed verdedigen dat lid worden van een internetforum gebruikelijk is. Daarmee is het voor jongeren toegestaan om zich zonder expliciete toestemming van hun ouders op te geven. Zou je denken.

De spelbreker hier is namelijk de artikel 5 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Bij registratie op een forum geef je namelijk persoonsgegevens aan de site. Daarvoor is toestemming van de ouders nodig als de minderjarige de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt.

En die toestemming moet altijd expliciet worden gegeven. De regel hierboven van “verondersteld te zijn gegeven” geldt hier niet.

Het “ik ben ouder dan dertien” moet in Nederland dus “ik ben minimaal zestien” worden.

En dat realiseren zich maar weinig sites. Habbo Hotel: “wanneer je jonger bent dan 12 jaar”). Myspace “verklaart en garandeert u dat … u 14 jaar of ouder bent”. Sugababes en Superdudes: “Je moet minimaal 13 jaar zijn om lid te mogen worden”. Hyves: stelt geen eisen. TMF: idem. De Nederlandse vertalers van phpBB bevelen zelfs aan de hele controle te verwijderen.

De Richtsnoeren persoonsgegevens op internet van het College Bescherming Persoonsgegevens leggen uit waarom:

De dagelijkse gang van zaken op internet is dat veel jongeren gedetailleerde informatie over zichzelf en hun vrienden en kennissen publiceren op internet, op een eigen website of in sociale netwerkomgevingen. Zo lang de betrokkenen geen hinder ondervinden van dergelijke publicaties, kan het wettelijk toestemmingsvereiste daarbij soms zinloos lijken. Bij publicatie op internet moet echter rekening worden gehouden met het feit dat de gevolgen pas jaren later merkbaar kunnen worden, door koppeling van gegevens over een persoon door de tijd heen, of omdat een jongere zich in een nieuwe omgeving (bijvoorbeeld bij wisseling van school) op een andere manier wil kunnen ontwikkelen dan voorheen.

Arnoud