“Mag ik even een bevestiging van onze overeenkomst”

Weer een bedrijvenregister dat het deksel op de neus krijgt bij de rechter. VKM, exploitant van www.bedrijven2day.nl, had telefonisch contact gezocht met ene meneer Q en gemeld “Ik wil nog even een geluidsopname maken van uw opdracht tot vermelding van uw bedrijfgegevens op onze website”. De kantonrechter Groningen noemt deze vorm van acquisitie een “overval” en wijst de vorderingen af omdat VKM uitdrukkelijk de verplichtingen had moeten melden en de gebelde persoon een uitdrukkelijk akkoord had moeten vragen.

In april fileerde de kantonrechter Assen ook al de praktijken van een bedrijf dat mensen benaderde met de mededeling “opname van uw opdracht”, terwijl de gebelde persoon nog helemaal geen opdracht had gegeven. En dat gaat ook hier op:

Op geen enkele wijze, althans niet uit het overgelegde transcript, blijkt echter dat Q. tevoren al een opdracht heeft verstrekt. Nu daarvan niet gebleken is die mededeling dan ook onjuist.

Dat lijkt me een terechte conclusie. Wie meldt dat er al een contract zou zijn gesloten, moet daar enige hint of bewijs van geven. En bovendien is het dan nergens voor nodig om nog na te bellen. Het contract is gesloten of niet, en zo’n belletje verandert daar dan niets aan lijkt me. Als je bedoelt “we hebben een mondelinge overeenkomst met u die we graag nog even telefonisch bevestigen” dan had je dat maar wat duidelijker moeten zeggen. Beter gezegd heel wat duidelijker:

Met een dergelijke opzet van het gesprek wordt een mogelijke klant overvallen zonder dat voldoende duidelijk is met welke commerciële bedoelingen hij wordt benaderd. Tevens wordt gesuggereerd dat een opdracht is verstrekt terwijl het hier hooguit gaat om een aanbod een overeenkomst aan te gaan. Waar het gaat om de inhoud van het aanbod wordt slechts een bijna terloopse mededeling gedaan over de periode en betalingsverplichting van die klant. VKM had dit dan nadrukkelijk als aanbod aan Q. dienen voor te leggen met een uitdrukkelijke vermelding van de verplichtingen en hem een uitdrukkelijk akkoord daarop moeten vragen.

Nu VKM dat allemaal niet gedaan heeft, en ook niet heeft gekozen voor een brief ter bevestiging achteraf, moet zij het risico dragen dat mensen zich misleid voelen. Er is dus geen overeenkomst en VKM mag de proceskosten van Q vergoeden. Vijftig euro, want hij had er geen hele dag vrij voor hoeven nemen (eh, wat?).

Update (1 augustus) in ander vonnis ook geen overeenkomst met VKM want “gesteld noch gebleken is dat sprake is geweest van een eerdere opdracht” waar het telefoongesprek op voortbouwt. Ook “het feit dat de stem op de geluidsopname onmiskenbaar een mannenstem is en [gedaagde] een vrouw is” (ahem) weegt mee. Vrijwel hetzelfde in dit vonnis maar dan zonder de mannenstem.

Arnoud

Beelden van bewakingscamera niet bruikbaar als bewijs?

Straatrovers, inbrekers en zakkenrollers dreigen vrijuit te gaan indien in hun strafzaak gebruik wordt gemaakt van beelden van bewakingscamera’s, las ik bij Security management. Men baseert zich op een artikel in De Telegraaf waarin wordt gemeld dat camerabeelden niet zomaar door justitie kunnen worden opgeëist als bewijs, omdat het “gevoelige informatie” kan bevatten over iemands ras. Dat zou de Hoge Raad geoordeeld hebben.

Het was even spitten, maar ik vond een arrest van 23 maart waarin de offficier van justitie persoonsgegevens had gevorderd (naam, adres, postcode, woonplaats en eventuele foto) van de gebruikers van kaarthouders van een OV-chipkaart die in een bepaalde tijdsperiode op bepaalde metrostations hadden in- en uitgecheckt. Dit op grond van artikelen 126nd en <A HREF=”http://lexius.nl/Sv/126ud.

Er staat expliciet “De vordering kan niet betrekking hebben op persoonsgegevens betreffende … ras” in lid 2 van artikel 126nd. Het is binnen de jurisprudentie rond persoonsgegevens aanvaard dat een foto van iemand kan worden gezien als een “persoonsgegeven betreffende ras”, omdat je op een foto kunt zien wat iemands ras of etnische afkomst is. Een foto van een persoon mag dus niet worden gevorderd op grond van artikel 126nd Strafvordering.

Wel een grond biedt artikel 126nf Strafvordering, dat expliciet zegt dat foto’s en andere van deze gevoelige persoonsgegevens wel mogen worden gevorderd, maar alleen:

  1. in geval van verdenking van een ernstig misdrijf waar (kort gezegd) minstens 4 jaar cel op staat, en
  2. na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris.

Omdat die machtiging er niet was, oordeelde de Hoge Raad dat de pasfoto’s van de ovchipkaarthouders niet mochten worden afgegeven. Zij verwerpt daarbij het standpunt dat artikel 126nf alleen zou gelden als de officier de intentie zou hebben het ras van de mensen op de foto te willen weten. Ook als ‘bijvangst’ mag een officier geen gegevens over ras of etnische afkomst opvragen zonder machtiging van de rechter-commissaris.

Hiermee is er dus een grond om tegen elk gebruik van opgeëiste camerabeelden te ageren: er is geen machtiging voor gevraagd. Bovendien zal lang niet bij elke beroving of inbraak sprake zijn van een misdrijf dat een “ernstige inbreuk op de rechtsorde” oplevert, zodat die machtiging niet altijd gegeven zal worden.

Het lijkt me niet echt een wenselijke uitkomst, want het doorkruist compleet het mogen opvragen van camerabeelden. Maar ik zie niet 1-2-3 een antwoord hierop.

Update: in dit arrest vindt Gerechtshof Arnhem juist dat

Het gaat immers om beelden die (anders dan in het geval van de Hoge Raad) niet aan [bank] waren toevertrouwd, maar om een opname van een beveiligingscamera waarvan de aanwezigheid op allerlei plekken in de publieke ruimte en in het bijzonder bij pinautomaten van algemene bekendheid is. Om meer of anders dan een foto- of videoregistratie van de (bij een duidelijke opname voor het bewijs bruikbare) fysionomie van degene die voor een bepaalde geldtransactie van de pinautomaat in kwestie gebruik heeft gemaakt, gaat het hier niet. Van een (aan de beelden of de opnamen daarvan) voorafgegane verwerking van gevoelige persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 Wet bescherming persoonsgegevens, is bij deze registratie geen sprake geweest. Het verbod van artikel 18 van de wet doet zich (daarom) evenmin gelden. Het beeldmateriaal in kwestie kon daarom op de voet van artikel 126nd/ud van het Wetboek van Strafvordering worden gevorderd en kan en mag om die reden voor het bewijs worden gebruikt en het hof doet dat.

Update (22 november 2012): in deze uitspraak vindt de rechtbank Rotterdam dat er wél sprake is van een vormverzuim als niet met een machtiging is gevorderd, maar verbindt daar geen gevolgen aan:

Met de raadsman oordeelt de rechtbank dat artikel 126nf WvSv de juiste rechtsgrond was. De rechtbank constateert dat er sprake is van een vormverzuim. Echter, aan de materiële criteria van artikel 67 lid 1 WvSv, te weten dat een ernstige inbreuk op de rechtsorde is gemaakt en dringende noodzakelijkheid, is wel voldaan. Om die reden volstaat de constatering van het gemaakte verzuim.

Arnoud

Hoe bruikbaar is een gespreksopname als bewijs?

Een bewijsmiddel in de vorm van een CD-opname dient met de nodige behoedzaamheid te worden gewaardeerd, aldus de kantonrechter Assen in een ouder maar recent gepubliceerd vonnis. Hoewel je gesprekken mag opnemen en die opnames in beginsel als bewijs bruikbaar zijn, bieden de huidige audio-technieken dusdanig veel mogelijkheden voor vals spel dat de rechtbank niet blind wil varen op wat er te horen was op de CD.

In deze zaak ging het om een vermelding in een bedrijvengids op internet, een onderwerp waarbij bij iedere internetondernemer meteen een belletje “pas op, mogelijke oplichters” zou moeten rinkelen. Het bedrijf met de gids had een ondernemer telefonisch benaderd en opende als volgt:

Goedemiddag, u spreekt met [X] van bedrijfsregister, www.bedrijfsregister.nl. Ik wil nog even een geluidsopname maken van uw opdracht tot vermelding van uw bedrijfsgegevens op onze website”

De ondernemer kon zich echter niets herinneren van zo’n opdracht. Hij ging echter uit van de goede trouw van de beller en kreeg een toezegging dat hem na het gesprek een kopie van het contract zou worden gestuurd. Vervolgens moest hij nog een keer aangeven inderdaad in de gids te willen, waarvan een voicelog zou worden gemaakt als bewijs.

De rechter verwerpt het beroep op de voicelog omdat deze hooguit kan bewijzen dat er gesproken is over een eerdere afspraak, maar niet dat die afspraak is gemaakt. Het gaat om telefonische acquisitie, een techniek waarvan bekend is dat er nogal wat malafide bedrijven gebruik van maken. Een bedrijf dat via dat kanaal te werk gaat, moet dus meer doen om te bewijzen dat zij wel te goeder trouw heeft gehandeld en dat er echt een overeenkomst is. Het risico van misverstanden of onduidelijkheden komt dan ook voor rekening van het bedrijf.

Zo moeilijk is dat trouwens niet, aldus de kantonrechter:

Niet valt in te zien waarom, als daadwerkelijk aansluitend aan een telefonische opdracht een schriftelijke bevestiging wordt toegestuurd, niet wordt verzocht om (een afschrift van) die bevestiging ondertekend retour te zenden.

En nog een leuke opmerking die ik jullie niet wil onthouden:

Overigens en geheel ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat de bij repliek overgelegde CD waarop de geluidsopname zou staan niet uit te luisteren valt; noch op een “normale” cd-speler, noch op een (geavanceerde) computer.

Arnoud

Wat is de juridische status van ontvangstbevestigingen?

Da’s nog eens een originele vraag: wat is de juridische status van ‘read receipts’ (lees- en ontvangstbevestigingen) die sommige e-mailprogramma’s sturen als een bericht wordt geopend?

Deze techniek ken ik vooral uit Microsoft Outlook. In een e-mail die je via dit programma verstuurt, kun je aangeven dat je graag een ontvangst- of leesbevestiging wil hebben. Binnen een bedrijfscontext kan dat dan zelfs centraal en verplicht geregeld worden: de gebruiker heeft er dan weinig zeggenschap over.

Maar als het gaat om internetmail, dan ligt dat anders. Ik ken geen programma dat dan volautomatisch en ongevraagd die bevestigingen stuurt. Sommige programma’s vragen erom (zoals mijn Thunderbird) zodat je zelf kunt beslissen of en wat er moet gebeuren. Anderen negeren deze verzoeken gewoon.

Afijn, heeft zo’n verzoek of de daarop verstuurde bevestiging enige juridische status? Dat hangt er vanaf (ja sorry) wat je bedoelt met “status”. Het eerste waar ik dan aan denk, is gebruik als bewijs. In het civiele recht, dus tussen personen en bedrijven onderling, mag je in principe alles naar voren dragen om je stellingen te ondersteunen. Een gekregen ontvangstbevestiging kan dus als bewijs dienen als je moet bewijzen dat je een e-mail verstuurd hebt.

Natuurlijk, hij kan worden vervalst of onterecht zijn verstuurd, maar als de wederpartij daar niet moeilijk over doet, doet de rechter dat ook niet. En zelfs als de wederpartij er wel een punt van maakt, dan nog is het maar de vraag of hij het daarmee van tafel krijgt. Blijkt die wederpartij namelijk elke keer bevestigingen te sturen, dan is het wel heel raar dat net bij die ene mail de bevestiging vervalst zou zijn.

Een andere ‘status’ van ontvangstbevestigingen is die binnen de privacywet. Mag je zomaar kijken op andermans PC of ze je mail gehad of zelfs gelezen hebben? Ik zou zeggen van niet, als het om privemail gaat. Ik bepaal zelf of en wanneer ik mails lees en wat ik daarmee doe. Zo’n bevestiging vragen is dan op zichzelf prima, zolang ik maar kan beslissen of die wordt verstuurd. E-mailprogramma’s moeten dus standaard die berichten niet beantwoorden.

Er zijn ongetwijfeld nog meer ‘statussen’ van zo’n berichtje. Ben je aansprakelijk voor een niet verzonden (of valselijk verzonden) bevestiging bijvoorbeeld? Maar uiteindelijk is het een beetje een gekke vraag: het gaat er niet om wat zo’n berichtje als zodanig voor status heeft, maar wat je er gezien een bepaalde context mee mag doen.

Arnoud

Waarom zou e-mail niet rechtsgeldig mogen zijn?

Bij Security.nl beantwoorde ik de juridische vraag Is een aanmaning per e-mail rechtsgeldig? en dat leverde aardig wat discussie op. Ik zie namelijk echt niet wat er mis is met e-mail als volwaardig communicatiemiddel beschouwen. Dat mensen hun mail niet lezen lijkt me in principe hun risico. Ik doe dagelijks zaken per e-mail en ik zie het zelden fout gaan. Waarom hechten mensen zo aan dat stuk papier op de deurmat?

Uitgangspunt is voor mij de bekende regel uit het recht: wie stelt, bewijst. Wil je iemand aansprakelijk stellen, aanmanen of een andere juridisch relevante mededeling doen, dan zul jij moeten bewijzen dat de mededeling is ontvangen door de wederpartij. In sommige gevallen zegt de wet nu dat dat “schriftelijk” moet. Denk aan een ingebrekestelling. Een dagvaarding moet zelfs per deurwaarder. Maar waarom zouden die schriftelijke stukken niet per e-mail of ander elektronisch middel uitgebracht kunnen worden?

Natuurlijk, er zijn vele e-mailadressen en maar 1 adres in de gemeentelijke basisadministratie. Je moet dus meer werk doen als eiser, want je zult moeten bewijzen dat je er vanuit mocht gaan dat het gebruikte e-mailadres hoorde bij die persoon en dat het bericht met voldoende waarschijnlijkheid gelezen is of in ieder geval voorbij het spamfilter gekomen is. Zulke criteria en bewijslast zullen soms lastig zijn, maar als je dat bewezen krijgt dan is er volgens mij niets mis met dat adres gebruiken.

Gebruik je een random adres dat toevallig op pagina zes in Google stond toen je mijn naam googelde, dan heb je denk ik wel een probleem (ik heb volgens mij iets van 50 e-mailadressen gescoord de afgelopen 15 jaar, geen idee wat er nog werkt). Maar er staat op mijn homepage een e-mailadres en contactformulier, en uit alles blijkt dat die homepage actueel en correct is. Wat is er dan mis mee met dat adres gebruiken om mij ergens van op de hoogte te stellen?

Een alternatief kan zijn dat je een reactie op iemands blog achterlaat met dat adres ingevuld. Of je bent actief op een forum met je e-mailadres in het profiel. Of, heel simpel, de ontvanger reageert op de mail met bijvoorbeeld de opmerking “deze factuur klopt niet, ik had al betaald”. Dan is het toch duidelijk dat dit adres bij die persoon hoort?

Maar e-mail is niet betrouwbaar genoeg, is dan het argument. Er zijn overactieve spamfilters bijvoorbeeld. Nou en, denk ik dan. Wij hadden vroeger een hond die zijn tanden graag in de post zette. Dat was dan toch echt mijn probleem. Waarom mijn hond wel en mijn spamfilter niet?

Nee, ik zie echt geen onoverkomelijke bezwaren tegen het aanmerken van e-mailberichten als communicatiemiddel voor juridische berichten. Zolang je de bewijslast maar legt waar hij hoort: bij de verzender. Het zal niet altijd meevallen om te bewijzen dat een mail is aangekomen, maar als het hem lukt dit te bewijzen, waarom zouden we dan zeggen “oh maar e-mail is niet rechtsgeldig, sorry!”

Arnoud

Bewijzen van vervalsing van e-mail

In september vorig jaar schreef ik over het bewijzen van de echtheid van e-mail. Het vervalsen en aanpassen van mails die als bewijs worden ingezet blijkt vaker te gebeuren, vandaar dat ik nog even terug wil komen op dit onderwerp.

Hoe kun je het beste reageren op een vervalste e-mail?

Allereerst is het belangrijkste dat je meteen protesteert bij de wederpartij. Ontken ten stelligste dat je die mail hebt verstuurd of dat je die mail in die vorm hebt ontvangen. Als je zo’n mail maanden laat liggen, wordt het moeilijk om achteraf nog te roepen dat deze vervalst zou zijn.

Kijk of je de originele mail nog hebt. Maak daar een printout van, inclusief alle headers. In ieder geval ligt er dan bewijs dat er iemand zit te rommelen met de mails, mocht het naar de rechter gaan.

Stond er iemand in CC op de mail? Die kan dan misschien als getuige wat zeggen.

Wie zijn mail niet op de eigen PC opslaat maar via IMAP of webmail leest, heeft wellicht nog het argument dat de mail buiten zijn bereik wordt opgeslagen. Het manipuleren van mails waar je alleen via een webinterface bij kunt, is bijzonder lastig. Een screenprint van de mail zoals hij daar in de mailbox zit, is dus mooi tegenbewijs. Je kunt ook een getuige laten inloggen of laten kijken op het scherm zodat die kan verklaren dat hij de mail in die vorm heeft gezien in de mailbox.

Inhoudelijk is er wellicht ook wat te zeggen, afhankelijk van wat er aangepast of vervangen is. Iedereen heeft zo zijn eigen taalgebruik. Zijn de aangepaste teksten in diezelfde stijl? Staan er typefouten in die jij nooit maakt, of ontbreken de fouten die je juist wel maakt?

Als laatste: de vervalste mail is over het algemeen nadelig voor jou (waarom wordt deze anders gemaakt). Kijk dus eens of je ander bewijs kunt vinden dat die inhoud weerlegt. Als er bv. tig mails van jou zijn waarin je zegt “ik weiger te betalen” en in die ene mail staat “ok ok ik zal betalen” dan maakt die stapel weigermails deze ene mail ongeloofwaardig.

Arnoud

Hoe bewijs je dat iets op internet heeft gestaan?

Een lezer mailde me:

Hoe bewijs je dat iets op internet heeft gestaan? Als je iemand aanspreekt op bv. inbreuk op auteursrecht, is de kans aannemelijk dat hij bij een aanmaning de documenten direct van internet verwijdert. Nu kan je screenshots en foto’s maken, en je kan zelfs derden vragen de pagina’s te bekijken en daar eventueel over te getuigen, maar is dit voldoende?

Er zijn geen harde regels over bewijs in dit soort rechtszaken. Je mag alles aanvoeren en laten zien waarmee je je stelling aannemelijk maakt. Het is aan de rechter om te bepalen hoe veel waarde hij aan iets toekent. Over het algemeen zijn ze sceptisch bij beweringen dat screenshots fake zijn, zeker als daar geen onderbouwing bij komt met bv. wat er dan wel stond.

Ik zou bij een sommatie naar een inbreukmaker altijd een screenshot meesturen. Dan heb je bewijs, de brief met die screenshot zit ook bij hem in het dossier en hij zal moeten reageren. Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand dan zegt “die screenshot is fake”.

Als je echt zekerheid wil, print dan de pagina uit en ga ermee naar de Belastingdienst. Die dateren alles waar ze een stempel op kunnen zetten. Dateringsdiensten zijn eigenlijk voor uitvinders die hun werk willen beschermen, maar voor deze situatie (en voor bewijs van echtheid van e-mail) kan het ook goed. En het is nog gratis ook.

Alleen, vooraf screenprints maken en dateren is leuk, maar dit wordt pas een probleem als de wederpartij in de rechtszaal ineens begint te roepen dat de screenshot fake is. En dan ben je al te laat om nog de Belastingdienst te laten stempelen. Dus ook dit biedt geen 100% zekerheid. Maar die heb je ook niet nodig: je moet de rechter overtuigen dat jouw verhaal aannemelijker is dan dat van de wederpartij. Theoretische mogelijkheden zijn daarbij minder belangrijk dan wat zich in jouw concrete geval kan hebben voorgedaan. Als je geen van beiden een computerdeskundige bent, dan is de kans klein dat er met de HTML-codes geknutseld is of dat er fake sites gebouwd zijn.

Arnoud

Wikipedia als bron van rechtspraak

wikipedia-recht.pngWikipedia is geen bron, maar een startpunt. Zo gaan de meeste academische instellingen om met de vrije encyclopedie met de rare licentie. Maar de site raakt flink ingeburgerd, en wordt daarmee toch gewoon zelf als bron gezien. Onderzoeker Maurice Schellekens van de Universiteit van Tilburg ging eens op zoek naar Wikipedia-bladerende rechters en deed wat opmerkelijke ontdekkingen.

Zo vond hij diverse arresten van de Hoge Raad waarin Wikipedia gebruikt wordt om feiten te achterhalen:

  • In arrest LJN AX9404 onderbouwde de advocaat-generaal de stelling “De slaap is een bekende kwetsbare plek in de schedel.” met een verwijzing naar Wikipedia’s lemma Slaap (anatomie), waar nu wellicht een [[citation needed]] hoort te staan.
  • In arrest LJN AZ8803 werden definities voor speed en amfetamine uit Wikipedia ontleend.
Nu is de conclusie van een advocaat-generaal nog geen rechtspraak, maar Schellekens zocht verder en vond onder andere de Spinning-zaak waarin de voorzieningenrechter in Wikipedia opzicht of “spinnen” nu een algemene term was en daarmee niet langer een geldige merknaam. De rechter concludeerde: “Het uitgebreide artikel in de Wikipedia kan gezien worden als een opstap naar opname in de gevestigde woordenboeken.”

Schellekens:

This case seems to be particularly worrisome. Wikipedia was part of a direct argument in the reasoning that led to the outcome of the case. Think again, it could have been one of the parties that wrote the Wikipedia entry about spinning!

Schellekens haast zich om toe te voegen dat hij geen bewijs heeft dat dat is gebeurd, maar het is inderdaad zonder meer mogelijk.

Maar gelukkig blijken er ook zaken te zijn waarin Wikipedia de rechtszaal niet binnenkomt. Zo mocht in LJN AZ2550 Wikipedia niet gebruikt worden als bron:

Voornoemde bron kan naar het oordeel van de rechtbank, zonder nadere motivering van verweerder, niet als betrouwbare bron worden aangemerkt. Informatie van internet is niet zonder meer betrouwbaar en/of volledig zonder na te gaan wie die informatie heeft geplaatst en of derden deze informatie kunnen wijzigen.

Bij NJBlog vond ik nog een ander artikel over googelende rechters. Zij zeggen:

[De rechter] moet partijen tenminste in de gelegenheid stellen zich uit te spreken, variërend van wraking tot procesrechtelijke en inhoudelijke betwisting, voordat hij een oordeel velt.

En dat lijkt me ook wel zo eerlijk. Het is ook wat om pas in het vonnis te lezen dat je een zaak verloren hebt op grond van een Wikipedia-lemma.

Zijn er omstandigheden waaronder een Wikipedia-pagina wel zelf als bron voor een stelling gebruikt kan worden?

Arnoud

Hoe bewijs je dat iemand je e-mails heeft ontvangen?

Een lezer vroeg zich af hoe sterk hij stond bij een opzegging per e-mail. Het bedrijf vertelde hem namelijk in eerste instantie dat ze die mail nooit hadden ontvangen, en pas nadat de opzegtermijn was verlopen, ontdekte het bedrijf dat deze in het spamfilter was beland. Had hij nu tijdig opgezegd?

In Nederland geldt wat juristen de “ontvangsttheorie” noemen: jij moet als afzender bewijzen dat de beoogde ontvanger je berichten ook werkelijk gekregen heeft. Vandaar dat mensen voor belangrijke dingen aangetekende post gebruiken, dat is afdoende bewijs. De ontvanger hoeft de berichten trouwens niet gelezen te hebben. Als hij enveloppen ongeopend in de kachel stopt, zijn de gevolgen voor zijn risico.

Bij e-mail kunnen veel dingen misgaan, een spamfilter is een voorbeeld maar zeker niet het enige. En zelfs als er in werkelijkheid niets misgegaan is, kan de ontvanger ook gewoon keihard ontkennen de mail gehad te hebben. In deze zaak kwam men daar nog mee weg ook. De afzender kon alleen bewijzen de mail verstuurd te hebben, maar niet dat deze ook werkelijk in de mailbox van de geadresseerde beland zou zijn.

Dat wil echter niet zeggen dat e-mail dus geen geschikte manier is om op te zeggen. Je mag namelijk op elke manier die je hebt, bewijzen dat de mail is aangekomen. In dit geval heeft het bedrijf de mail wel degelijk ontvangen, alleen stond deze in een map waar ze zelden keken. Dat is niet anders dan dat men de postbus linea recta in de bak met oud papier stopt omdat er zo veel reclame bij zit. Dat mag, maar is voor risico van de eigenaar van de postbus. Je kunt ook even controleren of er echte post tussen zit natuurlijk.

Het lijkt mij dan ook dat deze lezer tijdig opgezegd heeft. De mail is tijdig aangekomen, maar het bedrijf heeft deze niet gelezen. Dat is voor hun risico.

Wat vinden jullie? Valt een spamfilter onder je eigen risico? Ook als het filter door de provider gerund wordt en het bedrijf via een aparte interface de spams moet bekijken?

Arnoud

Risico van verzending bij koop op afstand

doos-bezorging-bezorgdienst-afleveren.jpgEen lezer had iets besteld bij een webwinkel, maar het pakje kwam nooit aan. Toen hij de webwinkel om opheldering vroeg, meldde die doodleuk dat de bezorging voor zijn eigen risico kwam. Dat stond zo in de algemene voorwaarden, en bovendien had de lezer “zelf de vervoerder gekozen”. Dat wil zeggen, hij had afgeweken van de standaardkeuze (DHL) en een andere vervoerder uit het lijstje op de website gekozen.

Volgens 7:11 BW ligt het risico van bezorging van een koop op afstand bij de verkoper tot het moment van aflevering bij de koper. Hoewel hiervan afgeweken kan worden, mag dat niet in de algemene voorwaarden gebeuren (art. 7:6 lid 2 BW).

De verkoper verstopt zich hier achter de zinsnede “een door deze aangewezen vervoerder”. De strekking hiervan is dat als de consument zelf met een vervoerder aankomt, het niet meer eerlijk is dat de verkoper opdraait voor de schade als die vervoerder onbetrouwbaar blijkt. Zolang de verkoper het aanbod van vervoerders bepaalt, kan hij nagaan of ze betrouwbaar genoeg voor hem zijn. Wil de koper per se dat een of andere vage fietskoerier het servies komt bezorgen, dan is het redelijk dat dat voor rekening van de koper komt.

Maar het feit dat de koper een lijstje met mogelijke vervoerders te zien krijgt, maakt nog niet dat de uiteindelijke vervoerder niet “door de verkoper aangewezen is”. De verkoper heeft er immers een aantal aangewezen, en laat de koper een voorkeur uitspreken. Het zou wat erg makkelijk zijn als je per definitie onder 7:11 BW uit kwam als je meer dan één vervoerder onder contract had. Die uitzondering geldt dus alleen als de koper met een voor de verkoper onbekende vervoerder aan komt zetten.

Wie heeft er wel eens beschadigde producten bezorgd gekregen? En hoe lang wezen verkoper en vervoerder met het vingertje naar elkaar voor de aansprakelijkheid?

Arnoud