Mag een schoolfoto op de website?

groepsfoto-klassenfoto.jpgEen lezer mailde me met deze vraag:

Wij zijn een openbare basisschool en hebben net een nieuwe website op het internet staan. Nu hebben wij de groepslijsten met de namen van de kinderen geplaatst en tevens de groepsfoto’s. Onze vraag is of dit niet in strijd is met de privacy van de kinderen?

Namen en foto’s waar personen herkenbaar op staan, zijn persoonsgegevens. Het publiceren van zulke informatie is een verwerking van persoonsgegevens die onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens valt. Dat betekent dat je als school in principe toestemming moet hebben van de betrokkenen. In dit geval de ouders, omdat de betrokkenen (de kinderen) natuurlijk minderjarig zijn.

Een paar jaar geleden hoorde ik van een kind wiens naam en foto ook op een schoolsite waren gezet, zonder dat ze dat zelfs maar was gemeld. Dat pakte bijzonder pijnlijk uit – het kind en zijn moeder waren ondergedoken voor de stalkende vader. Via Google had deze ze man ze snel weer gelokaliseerd. Nou is dat een extreem geval, maar het geeft wel aan waar je tegenaan kunt lopen bij publicatie.

Het beste is dus om de ouders expliciet om akkoord te vragen dat deze informatie van hun kinderen op internet te vinden is. Nu kan dat bij een grote basisschool lastig zijn. Denk bijvoorbeeld aan een groepsfoto waarbij één ouder publicatie niet wil en de overige 35 wel. Een kind ‘uitpixelen’ of van zwart balkje voorzien is ook zo wat, dus in zo’n geval zou je kunnen kiezen voor publicatie op een semi-besloten deel van de site. Met een Robots.txt bestand kun je zoekmachines weghouden van zo’n pagina. Daarmee zijn veel van de bezwaren weggenomen lijkt me.

Arnoud

Geld verdienen met Youtube filmpjes, mag dat?

Let op (19 september) Deze tekst is verouderd omdat Youtube haar voorwaarden heeft herzien!

Een lezer vroeg zich af:

Op onze site willen we gebruik gaan maken van ‘embedded’ Youtube-films. Geen Hollywoordfilms, maar bijvoorbeeld grappige filmpjes of productpresentaties of interessante lezingen. Maar onze site is wel commercieel, en ik kan me voorstellen dat we dan toch ergens tegen de regels van Youtube aanlopen. Mogen we bijvoorbeeld advertenties vertonen op de pagina’s met filmpjes, filmpjes op een betaald deel zetten of reclame maken met dat wij de leukste filmpjes hebben uitgezocht?

Youtube is een commercieel bedrijf, en vindt het dus niet leuk als anderen geld gaan verdienen met ‘hun’ content. Vandaar dat de Terms of Service in artikel 4D verbieden dat gebruikers geld verdienen met filmpjes die op Youtube staan. Tenminste, als dat het hoofddoel is van het overnemen of embedden van de filmpjes.

Advertenties op een pagina met een embedded filmpje mag dus best, maardat moet niet het voornaamste doel van de pagina zijn:

Prohibited commercial uses do not include: using the Embeddable Player to show YouTube videos on an ad-enabled blog or website, provided the primary purpose of using the Embeddable Player is not to gain advertising revenue or compete with YouTube;

En in de FAQ wordt uitgelegd dat het doel van dit verbod is te voorkomen dat mensen pagina’s maken met alleen filmpjes en advertenties. Want de enige die dat mag doen, is Google zelf.

Natuurlijk moet je altijd wel uitkijken dat de filmpjes legaal op Youtube staan. Want een illegaal aangeboden film via de embedded player doorgeven op een commerciële site is vrijwel altijd onrechtmatig. De maker van de film kan dan een schadevergoeding indienen.

Ik vraag me nu wel af hoe Youtube zelf geld verdient als mensen filmpjes via de embedded player vertonen.

Arnoud

Webhostingabonnement afgesloten door minderjarige, wat nu?

Een meelezende moeder kwam erachter dat haar vijftienjarige zoon een domeinhosting-abonnement van 180 euro per jaar had afgesloten. Zij was het daar niet mee eens. De meelezende hostingverkopers ongetwijfeld ook niet (wie heeft een betere offerte?) maar deze moeder wilde van het abonnement af. Kan zij dat?

De vijftienjarige zoon is minderjarig. De wet (art. 1:234 BW) zegt dan dat hij niet zelfstandig overeenkomsten kan aangaan. Hij heeft toestemming nodig van zijn ouders om iets te kopen of verkopen. Nu is het natuurlijk niet echt praktisch als hij voor elke reep chocola een briefje van zijn ouders nodig zou hebben. Vandaar dat er ook in de wet staat dat die toestemming wordt verondersteld te zijn gegeven als het een rechtshandeling is “waarvan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van zijn leeftijd deze zelfstandig verrichten.”

Een kind van acht mag dus snoep kopen zonder dat de ouders daar iets aan kunnen doen (behalve zijn zakgeld inhouden). Een zeventienjarige kan tegenwoordig rechtsgeldig zelfstandig een abonnement voor een mobiele telefoon afsluiten, vond de Geschillencommissie Telecom. In 1999 oordeelde men nog anders: de ouders van een vijftienjarige konden het abonnement van hun zoon laten vernietigen met deze wetsbepaling.

Hoe zit dat nu bij webhosting? Ik zou niet snel aannemen dat het gebruikelijk is dat mensen van vijftien jaar zelfstandig webhostingaccounts nemen. De moeder kan de overeenkomst dus vernietigen. Zij kan dit doen door een brief te sturen waarin ze meldt dat

  • de zoon vijftien jaar was
  • zij niets van de overeenkomst wist
  • haar zoon geen toestemming van haar had
  • zij daarom de overeenkomst vernietigt krachtens artikel 1:234 BW

Voor zaken waarbij de minderjarige persoonsgegevens van zichzelf publiceert, gelden strengere regels. Zo mag een minderjarige onder de zestien jaar geen lid worden van een forum of profielensite zonder toestemming van zijn ouders, zelfs als het heel normaal zou zijn voor mensen van die leeftijd om lid te worden van die site.

Meelezende hosters: hoe controleren jullie of klanten meerderjarig zijn?

Arnoud

Andermans website nabootsen kan onrechtmatig zijn

Andermans website nabootsen kan onrechtmatig zijn, zo besliste de rechtbank in Leeuwarden afgelopen woensdag. Het ging hier om slaafse nabootsing van een website en een bedrijfsplan van de franchisegever.

Het bedrijf Monkey Town BV biedt anderen de mogelijkheid om een spelconcept (indoor speeltuinen voor kinderen) in franchise te nemen. De zoon van een Leeuwardse franchisenemer vond dat hij het net zo goed zelf kon doen, maar bleek daarbij de nodige tekst uit het ondernemingsplan en van de website van Monkey Town overgenomen te hebben.

Nu lijkt het me duidelijk dat als je andermans (in vertrouwen verkregen) bedrijfsplan overschrijft, je fout bezig bent. Naast schending van geheimhouding is dan ook sprake van inbreuk op auteursrecht. Maar ook van de website was het nodige overgenomen. Volgens het vonnis (LJN BC1569) ging het hierom:

Verder is de volgorde van behandelde onderwerpen op de website van Jungle City nagenoeg dezelfde als in het bedrijfsplan van Monkey Town. De website van Jungle City maakt voorts, evenals de website van Monkey Town, gebruik van een blauwe achtergrondkleur, van afbeeldingen van dieren in elementaire kleurstellingen, van hetzelfde lettertype en van dezelfde template.

Elk van die keuzes ligt redelijk voor de hand gezien de doelgroep en het onderwerp van de site. Op zich niets mis mee dus. Maar de combinatie van al die keuzes, plus het overnemen van teksten, was voor de rechter aanleiding om Jungle City toch te veroordelen:

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in dit geval sprake van het in hoge mate nabootsen van de producten (bedrijfsplan en website) van Monkey Town waardoor verwarring bij het publiek valt te duchten. Nu [gedaagde sub 2]. evengoed, zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid van de website van Jungle City, een andere weg had kunnen inslaan, handelt hij hierdoor onrechtmatig jegens Monkey Town.

Arnoud

Bezoekers website loggen verboden in Duitsland

Afgelopen voorjaar blijkt een Duitse rechtbank het bewaren van IP-adressen van website-bezoekers verboden te hebben, zo meldt heise. Het vonnis is nu pas gepubliceerd. Het bewaren van deze IP-adressen is een verwerking van persoonsgegevens, omdat ze (met enige moeite) terug te herleiden zijn tot individuele personen. En dan moet je een wettelijk toegelaten grondslag hebben, of toestemming vragen aan de Duitse broer van het College Bescherming Persoonsgegevens. Dat was niet gebeurd, dus de verwerking werd verboden.

Ook in Nederland is een IP-adres een persoonsgegeven. Weliswaar kun je niet meteen zien wie er achter een adres zit, maar als het theoretisch kan, gegeven IP-adres en tijdstip, dan heb je te maken met persoonsgegevens.

Toch denk ik dat de Nederlandse wet het niet verbiedt om bezoekers van je website te loggen. De Wet Bescherming Persoonsgegevens zegt dat persoonsgegevens zoals IP-adressen alleen voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden verzameld mogen worden. Daarbij moet de betrokkene ondubbelzinnig toestemming geven, wat ook via algemene voorwaarden kan gebeuren. Wel moet de bezoeker dan natuurlijk weten dat er gelogd wordt. Dit zou in de privacy-statement van de site moeten worden uitgelegd.

Een verwerking van persoonsgegevens moet normaal worden aangemeld bij het College Bescherming Persoonsgegevens. Verwerkingen die vallen onder de vrijstelling computersystemen, zijn legaal en hoeven niet te worden aangemeld. Eén van de toegestane verwerkingen van deze vrijstelling is “de controle op en het beveiligen van de computersystemen of computerprogramma’s”, en ook verwerking voor “het beheer van de systemen of programma’s” hoeft niet te worden aangemeld.

Het zal dus afhangen van het doel van het bijhouden van de logfile. Wie de logs of clickstream gebruikt om meer te doen dan de goede werking van de site of server te verzekeren, zal waarschijnlijk moeten aanmelden. Of op zijn minst de gegevens moeten anonimiseren door het IP-adres te wissen.

Dat past ook bij de specifiek hiervoor geschreven bepaling van artikel 11.5 van de Telecommunicatiewet:

De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en de aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst verwijderen dan wel anonimiseren de door hen verwerkte en opgeslagen verkeersgegevens met betrekking tot abonnees of gebruikers, zodra deze verkeersgegevens niet langer nodig zijn ten behoeve van de overbrenging van communicatie, onverminderd het tweede, derde en vijfde lid.

Een website is een “openbare elektronische communicatiedienst”, dus is een website verplicht om verkeersgegevens (IP-adressen) zo snel mogelijk te verwijderen of te anonimiseren. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de gegevens tot statistieken te verwerken en daarna de logfile te verwijderen. Uit statistieken blijkt niet meer wie wat bezoekt tenslotte.Ik zat te slapen: een website is een “dienst van de informatiemaatschappij” en daarmee per definitie geen electronische communicatiedienst.

ISPam.nl merkt nog op dat dit consequenties kan hebben voor de dataretentie verplichting:

Naast de implicaties die dit vonnis mogelijk zal hebben voor zoekmachines en portals, laat dit ook zien hoe bizar de dataretentie verplichting voor ISP’s is. Volgens de Duitse privacywetgeving, die op de zelfde Europese richtlijn als de Nederlandse is gebaseerd, is het bewaren IP-adressen van website bezoekers niet toegestaan, terwijl de dataretentie wetgeving het verplicht stelt dat, elk gebeld telefoonnummer, bezochte website en verstuurde e-mail moet worden geregistreerd en voor lange tijd moet worden bewaard.

Dat gaat me te ver. Artikel 8 sub b van de WBP bepaalt dat opslaan en verwerken mag als “de gegevensverwerking noodzakelijk is om een wettelijke verplichting na te komen waaraan de verantwoordelijke onderworpen is”. Een dataretentie-plicht is natuurlijk zo’n wettelijke verplichting.

Als er dus een wet komt die eist dat providers deze gegevens twee jaar(!) bewaart, dan is dat geen conflict met de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Arnoud

Geenstijl.nl: “UVA niet meer welkom!” (2)

Half september had Geenstijl ineens besloten UvA-studenten te weren, toen bleek dat een UvA-onderzoeksproject de volledige content en comments van haar site had overgenomen. In De nieuwe reporter nu een terugblik met reacties van onderzoeker en hoogleraar Maarten de Rijke, verantwoordelijk voor het project, en Geenstijl’s Dominique Weesie.

Dominique Weesie, directeur van GeenStijl, zegt dat vooral de openbaarmaking van de lezersreacties op De Rijke’s site Zookma in verkeerde aarde viel. “Het copyright van die reacties ligt in principe bij de mensen die commentaar geven. Er bestaat wel citaatrecht, maar niet als je alles volledig overneemt. Bovendien stond er op hun website dat ze de verzamelde informatie aan derden ter beschikking wilden stellen. Daar waren we het ook niet mee eens. We willen niet dat er straks berichten verschijnen dat onze lezers het ene merk pindakaas lekkerder vinden dan het andere.”

Volgens De Rijke gebeurde de publicatie van de reacties per ongeluk. “Dat was niet de bedoeling. Wij zijn ook niet zozeer geïnteresseerd in individuele blogposts of commentaren. We indexeren vele tienduizenden Nederlandse weblogs om op een hoger, geaggregeerd niveau vast te stellen wat er nu speelt.”

Geaggregeerde informatie valt niet onder het auteursrecht, dus wat dat betreft loopt het project wel goed. En deze verwerking van persoonsgegevens valt waarschijnlijk wel onder de vrijstelling Wetenschappelijk onderzoek en statistiek van het College Bescherming Persoonsgegevens. We zullen het dus maar houden op een slordigheid waardoor de individuele gegevens openbaar werden.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Keyword meta-tags zijn dood; lang leve de magneetwoorden

Ooit, toen zoekmachines nog naïef waren, kon je met een META-tag in je webpagina extra trefwoorden toevoegen. “Britney Spears” was een populaire (dit is lang geleden), en als je het een paar keer herhaalde, kwamen fans van de zangeres vanzelf op jouw homepeetsj met foto’s van je cavia. Nee, het nut van die truc heb ik nooit echt begrepen.

Trefwoorden toevoegen kan natuurlijk wel een nuttig doel hebben. Bijvoorbeeld synoniemen of fout gespelde varianten van het onderwerp van de pagina vermelden. Maar er werd zo veel misbruik van gemaakt dat zoekmachines er steeds minder waarde aan hechtten. En nu zijn meta-tags dood, meldt Search Engine Land (gevonden via Technology & Marketing Law Blog).

Ondertussen gaf het onderwerp de nodige commotie bij juristen: mag je andermans merk in je meta-tag vermelden? Is dat gebruik van het merk? Geen triviale vraag (wel een leuk afstudeeronderwerp. Bij merkgebruik moet het merk wel zichtbaar zijn voor de klant, maar meta-tags zijn onzichtbaar. Is het dan wellicht subliminaal adverteren?

Tegenwoordig draait het om de Google Adwords, Yahoo Search Marketing, gesponsorde koppelingen of magneetwoorden: advertenties die verschijnen bij bepaalde zoekopdrachten of trefwoorden bij zoekmachines. In principe zijn die toegestaan, zo blijkt uit de jurisprudentie.

De oudste zaak is VNU/Monsterboard. In hoger beroep werd het toegestaan dat Monsterboard haar vacature-advertenties toonde bij zoekopdrachten met het woord “intermediair” er in. Dit ondanks het merkrecht op de tijdschrift-titel Intermediair van VNU.

In de zaak van Douwe Egberts (Sara Lee) tegen koffieveroper Capriole werd toegestaan dat Capriole advertenties toonde voor DE koffie bij zoekopdrachten voor “douwe egberts”:

Door het handelen van Capriole worden de eigen websites van Sara Lee/DE niet minder bereikbaar dan zij zonder dat handelen geweest zouden zijn. Capriole maakt gebruik van de mogelijkheden die het internet biedt om hoog op de resultatenpagina’s te komen en daardoor de kans te vergroten dat de eigen website wordt bezocht. Dat is, zonder bijkomende omstandigheden waarvan in dit geval niet is gebleken, ten opzichte van anderen die die mogelijkheden niet wensen te benutten niet als misbruik te kwalificeren.

De zoekmachine zelf pleegt trouwens ook geen merkinbreuk, zo bepaalde de rechter in de Farm date-uitspraak.

Arnoud

Netschaap is heel wat anders dan Netscape!

Gebruikte u vroeger Netscape? En noemde u dat ook Netschaap? Nou, Christian Takes ook, en die registreerde het zelfs als domeinnaam. Dat vond Netscape niet leuk, dus naar goed Amerikaans gebruik komt er dan een rechtszaak. Want zeg nou toch zelf, u zou als consument toch ook in de war raken als u deze twee logo’s zag:

Daar moet ik wel bij zeggen dat dit iets verder ging dan een woordspeling: er werden ook e-mail forwarding diensten aangeboden via die domeinnaam. Dat vond de rechtbank in 2003 commercieel gebruik van het merk Netscape. In hoger beroep kreeg de domeinnaam-houder, Rede, echter gelijk: de e-maildiensten worden niet aangeboden onder de naam “Netschaap”, en daarmee is geen sprake van merkinbreuk.

Doet de naam Netschaap afbreuk aan de reputatie van Netscape? Nee:

Dat de reputatie van Netscape wordt aangetast door netschaap of natschaap acht het hof niet aangetoond, nu het hof onvoldoende is gebleken dat netschaap of natschaap negatief appelleren aan het merk Netscape. Voorts is het hof onvoldoende gebleken dat Rede ongerechtvaardigd voordeel trekt uit het merk Netscape door daarvan misbruik te maken of te parasiteren op de reputatie van het merk. Niet valt in te zien welk (commercieel) voordeel Rede bij het gebuik van netschaap of natschaap, mede gelet op de websites daarvan en de op die websites aangeboden diensten, ten koste van het merk Netscape tracht te behalen.

En nu kan het “vrolijk schaapje dat leeft in de virtuele wereld van het Internet” weer “de mensheid op de hoogte houden van de schaapheid.”

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

De geschriftenbescherming: tegen integraal overnemen

Naar aanleiding van het Jaap-vonnis nog even over de geschriftenbescherming die succesvol ingeroepen werd tegen de integrale overnamen van huizenomschrijvingen van de makelaarsites. De tekstjes in kwestie waren zo kort dat je je af kunt vragen of ze wel creatief genoeg waren voor auteursrecht. Maar dat deed er niet toe, want Jaap nam integraal over en dat mag ook niet bij “onpersoonlijke geschriften”.

Artikel 10, lid 1, sub 1 van de Auteurswet bepaalt dat onder werken van letterkunde, wetenschap of kunst mede verstaan worden “alle andere geschriften”. Uit met name dat alle heeft de Hoge Raad afgeleid dat voor geschriften de eis van creativiteit en originaliteit niet geldt. De enige eisen zijn:

  1. De tekst is op schrift gesteld. Een elektronisch geschrift telt ook.
  2. <li>De geschriften zijn openbaar gemaakt of bestemd om openbaar te worden gemaakt. Boodschappenlijstjes zijn dus niet beschermd door de geschriftenbescherming.</li>
    

Een puur feitelijk en zakelijk lijstje woorden is als zodanig dus ook beschermd. De omvang van de bescherming is wel een stuk minder dan bij creatieve werken. Alleen het openbaar maken en/of verveelvoudigen van een ‘eenvoudige herhaling’ van het werk is verboden.

Wel moet bij inbreuk worden bewezen dat er specifiek van dat geschrift is overgenomen. Dat is lastiger dan het lijkt: is mijn woordenlijst ontleend aan het Groene Boekje, het Witte Boekje of de dikke Van Dale? Je moet dan bijvoorbeeld kijken naar typefouten en andere slordigheden die uniek zijn voor het geschrift.

Geschriftenbescherming staat los van de auteurswet. Zoals Dick van Engelen het omschrijft:

Uit het Televizier-arrest (NJ 1966, 116) blijkt dat, hoewel deze geschriftenbescherming op een uitleg van artikel 10(1)(1) Aw is gebaseerd, het geen auteursrecht betreft maar om een sui generis recht gaat. De Hoge Raad gaf aan dat de bepalingen van de Auteurswet slechts naar analogie op niet-oorspronkelijke geschriften van toepassing zijn. Voor ieder voorschrift van de Auteurswet dient afzonderlijk bekeken te worden of, en in hoeverre, dat op een niet-oorspronkelijk geschrift van toepassing is.

Geschriftenbescherming is altijd een ‘hot topic’ geweest voor juristen. Het past niet binnen de Auteurswet, die immers ontworpen is voor creatieve en originele werken. Geschriftenbescherming beschermt iets dat met alleen hard werken (een lijstje maken) verkregen is.

Toen de Databankenrichtlijn er door kwam, was dan ook de verwachting dat de geschriftenbescherming opgeheven zou worden. Een databankrecht was specifiek bestemd voor het beschermen van lijstjes die met hard werken maar zonder creativiteit verkregen was.

Geschriftenbescherming komt uit de auteurswet, en ook die werd aangepast naar aanleiding van de Databankenrichtlijn. Voor lijstjes en dergelijke mocht vanaf toen alleen nog de eis worden gehanteerd dat “de keuze of de rangschikking van de stof een eigen intellectuele schepping van de maker vormt”. Een bloemlezing of een lijst met de “Top 100 mooiste popsongs” is daarmee beschermd. Maar een onpersoonlijk geschrift waaruit geen creatieve keuze of rangschikking blijkt, valt buiten de boot. Einde van de geschriftenbescherming dus.

Niet helemaal. Uit de parlementaire geschiedenis van de wetswijziging blijkt dat de wetgever bij de omzetting van de Databankenrichtlijn er uitdrukkelijk voor heeft gekozen om de geschriftenbescherming krachtens de Auteurswet in haar toen bestaande vorm te handhaven. Art. 10 lid 4 van de Auteurswet sluit alleen geschriftenbescherming uit voor geschriften die als databank te zien zijn. Professor Hugenholtz (IVIR) merkte al in zijn annotatie bij Hof van Justitie 9 november 2004 (British Horseracing Board/William Hill) op dat dit niet hoort:

de richtlijn is in de Nederlandse wet verkeerd geïmplementeerd. De wet had geen ruimte mogen laten voor auteursrechtelijke bescherming van niet-oorspronkelijke databanken, ongeacht of daarin substantieel geïnvesteerd is of juist niet.

Geschriftenbescherming blijft daarmee een rare kronkel in het Nederlands auteursrecht.

Lex Bruinhof van Wieringa Advocaten ergert zich aan het oprekken van de geschriftenbescherming tot ook foto’s:

Een foto kan dus tot geschrift worden (althans onder dezelfde bescherming vallen) als deze samen met tekst één geheel vormt. Aldus de rechter, althans. Dat gaat mij veel te ver. De geschriftenbescherming is al een buitenbeentje in ons auteursrecht; het ook nog eens gaan oprekken daarvan is mijns inziens vragen om moeilijkheden. En ook helemaal niet nodig. In mijn beleving zijn foto’s op makelaarssites doorgaans oorspronkelijk genoeg om voor bescherming in aanmerking te komen. Maar goed, de rechter erkent thans dus ook “fotogeschriften”.

Arnoud

Profielensite CU2 niet aansprakelijk voor inline links gebruikers

Hyperlinks zijn legaal, behalve in bijzondere gevallen. Inline linken, het direct verwijzen naar een afbeelding op een andere site in je eigen site, kan zo’n bijzonder geval zijn. In september 2004 oordeelde de Rotterdamse rechter in kort geding dat zulk hergebruik van plaatjes inbreuk was. Maar nu is er een vonnis (wederom in kort geding) waarin profielensite CU2 juist vrijuit ging nadat een gebruiker een inline link had gelegd in zijn profiel naar een afbeelding van een schilderij.

In de voorwaarden van CU2 staat dat het verboden is om inline te linken naar andermans afbeeldingen zonder toestemming, en de afbeelding werd dan ook prompt verwijderd na de klacht van de schilder. De vraag was nu of CU2 al eerder had moeten ingrijpen, omdat de link er al een tijdje stond. Dat hoefde niet:

Naar het oordeel van de kantonrechter is niet gebleken dat CU2 zich schuldig heeft gemaakt aan een onrechtmatige gedraging, of onrechtmatig nalaten, jegens [eiseres], omdat CU2 onmiddellijk na de melding van [eiseres], inhoudende dat de op haar auteursrecht inbreuk makende afbeelding op de website van CU2 was gezien, deze (link) heeft verwijderd. Gesteld noch gebleken is dat CU2 al langer op de hoogte was, of had kunnen zijn, van de plaatsing van de afbeelding van het schilderij van [eiseres] op de website [website 2], laat staan van het onrechtmatige karakter van die plaatsing.

CU2 is een hosting provider, en in de wet staat dat hosting providers pas aansprakelijk zijn als ze gewezen zijn op het inbreukmakend materiaal en het dan niet meteen weghalen.

De algemene voorwaarden en het actief reageren op klachten gaveb waarschijnlijk de doorslag:

Daarnaast heeft CU2 in haar algemene voorwaarden haar gebruikers verboden om te linken naar afbeeldingen die niet van de gebruiker zelf zijn, zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbende op die afbeelding. Met het voorgaande heeft CU2 genoegzaam voldaan aan haar verplichtingen als beheerder van die website. Geen rechtsregel verplicht CU2 elke onrechtmatige gedraging van derden, waaronder haar klanten, bij voorbaat te voorkomen of onmogelijk te maken, wanneer dat in dit geval technisch al uitvoerbaar zou zijn.

Tip via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud