Maar hij staat dáár!

imac-hij-staat-daarDiverse lezers wezen me op dit GeenStijlbericht over een gestolen laptop die de politie niet wilde terughalen. Op de bekende tendentieuze, ongefundeerde en nodeloos kwetsende wijze werd daar melding gemaakt van een poepdure hipstermachine die in 020-Gaza beneden zijn stand weg stond te kwijnen in het onrechtmatige bezit van werkschuw steeltuig. En de pliesie zat achterover want ja die wetgeving mevrouwtje, terwijl de Find My Mac gewoon zegt waar ie staat.

De ophef is in dit geval een tikje onterecht: de locatie die Find My Mac aangeeft, is een flatgebouw en preciezer dan dat is het niet te krijgen. Dus wat móet je dan als politie, de hele flat gaan doorzoeken?

Maar stel, de locatie zou wel precies genoeg zijn. De laptop werd gestolen ergens op het platteland, en de GPS-coördinaten zijn nauwkeurig genoeg om die ene boerderij eruit te pikken die zich tussen de akkers bevindt. Is dat dan bewijs genoeg voor een doorzoeking?

De wet eist een redelijk vermoeden van schuld, en het is de (onafhankelijke) rechter-commissaris die bepaalt of dat vermoeden genoeg onderbouwd is om een doorzoeking van een woning te rechtvaardigen. De afweging komt volgens mij neer op de vraag hoe betrouwbaar die Find My Mac-informatie is. En dan kom je gelijk bij de vraag, hoe weten we dat het wáár is, wat daar staat? Dat dat echt een gestolen laptop is en dat die zich daar bevindt.

Ook een complicatie kan zijn dat de laptop ondertussen doorverkocht is, waarbij de huidige bezitter geheel legaal eigenaar is geworden. Dat is namelijk een kronkel in onze wet: wie te goeder trouw een goed verwerft, wordt daar soms eigenaar van ook als deze eerder gestolen was. Er zijn wel mogelijkheden om als eigenaar je spullen terug te krijgen, maar triviaal zijn die niet. En wat daar met name steekt, is dat meestal de rechter daarover moet beslissen en dat kan rustig een jaar (of meer) duren.

Stel je fiets wordt gestolen en later zie je iemand daarop fietsen. Dan mag je die iemand aanhouden en overdragen aan de politie. Je mag alleen niet de fiets terughalen, want in de tussentijd is hij juridisch bezitter daarvan geworden. En dan is hij rechthebbende (art. 3:119 BW) tenzij jij kunt bewijzen dat het jouw fiets is. Dat zal niet meevallen zo midden op straat. Dus dan gaat de fiets mee naar de politie (als bewijs).

Bij een laptop zou je kunnen zeggen, ik weet het wachtwoord en mijn naam en foto staan bij het account. Dat zou ik wel eens uitgeprobeerd willen zien bij oom agent.

Arnoud

Mag je abusievelijk open staande webcams bekijken?

webcamEen lezer wees me op een site waar je open webcams kunt bekijken. Al deze webcams zijn op afstand te bekijken, omdat ze hun video-opnames live streamen via het web. Configuratiefoutje of over het hoofd gezien door de eigenaar, waarschijnlijk. Mag dat?

Laten we even aannemen dat de eigenaar er niet bewust voor gekozen heeft de hele wereld mee te laten genieten van zijn of haar webcam. De URL is echter geraden door iemand, wat eenvoudiger is dan je denkt: van de meeste modellen is de URL structuur bekend uit de handleiding, dus het is dan een kwestie van die op allerlei IP-adressen uitproberen en zien of webcamserversoftware iets terugzegt. Andere URLs worden door Google gevonden, omdat ze op een pagina ergens zijn opgenomen die net niet zo privé was als de eigenaar had gedacht. Bij Shodan vinden ze er dagelijks nieuwe – net als open routers, telefoons en windturbines(!).

Is dit computervredebreuk? Tsja. Het lijkt op het raden van een URL, waar we vorig jaar december een forse discussie over hadden. Als het veranderen van “20111225-3998” in “201201225-4003” computervredebreuk is, dan lijkt me het opvragen van “/mjpeg.cgi” op een random IP adres of “/cam2.cgi” dat ook. Je kunt zeggen dat een verschil is dat de URL-structuur bekend is, maar dan nog – dat die structuur opvraagbaar is op IP-adres 192.168.55.1, is dat bepaald niet.

Je kunt het over de auteursrechtelijke boeg gooien. Er lopen diverse rechtszaken over de vraag of het als eerste bekend maken van een webadres telt als publicatie, als ‘openbaarmaking’ van het werk telt. In de Britt-Dekkerzaak werd GeenStijl in eerste instantie veroordeeld op die grond. Zonder de publicatie van de URL door het shockblog had niemand de foto’s kunnen vinden, was kort gezegd het argument. En ook het linken naar wiskundesomuitwerkingen was om die reden onrechtmatig.

Dezelfde redenering kun je toepassen op deze webcamstreams. Een site die dan links daarheen verzamelt, schendt dan de auteursrechten. Maar, eh, wacht eens even: zít er wel auteursrecht op de output van een webcam? Dat lijkt me niet. Waar je bij geposeerde foto’s of wiskundesommen nog kunt spreken van creativiteit, ontbreekt die volledig bij webcambeelden. Die filmen gewoon de werkelijkheid, zonder dat de filmer iets creatiefs doet bij hoe deze in beeld komt. En zonder auteursrecht geen inbreuk.

Een privacyschending kan het natuurlijk altijd zijn, als er mensen in beeld komen. Maar volgens mij komt dat dan neer op het portretrecht – en omdat het hier gaat om niet-geposeerde beelden is de eis dan in hoeverre er sprake is van een redelijk belang tegen publicatie. Bij een camera die de straat filmt, lijkt me dat niet aan de orde. Van een camera in de slaapkamer mag je de beelden niet zomaar publiceren, ook niet als ze door domheid van de eigenaar opvraagbaar zijn via zijn webcam.

Arnoud

Mag ik een vals access point opzetten?

t-mobile-akkoor.pngOp Twitter kreeg ik de intrigerende vraag:

Is het illegaal om in de trein de wifi hotspot van m’n telefoon ’tmobile’ te noemen? En het verkeer te bekijken?

Op zich mag je natuurlijk je hotspot noemen wat je wilt, maar met specifiek die naam doe je alsof dit een hotspot is van het bedrijf T-Mobile. En dat is precies de hotspot die veel treinen tegenwoordig aanbieden.

Er is geen wetsartikel dat je specifiek verbiedt die naam te gebruiken (hoewel, het merkenrecht maar dat lijkt me nogal gezocht). Maar het gaat in het recht niet alleen om acties als zodanig, maar ook om de intenties. En vanwege de intentie hier (het meekijken met verkeer dat mensen op die hotspot gaan genereren) zou ik zeggen dat dit toch strafbaar is, en wel als poging tot aftappen van datacommunicatie.

Het opzettelijk en wederrechtelijk met een technisch hulpmiddel aftappen of opnemen van gegevens die voor iemand anders bedoeld zijn, is een strafbaar feit (art. 139c lid 1 Strafrecht). Zo’n telefoon/hotspot is een technisch hulpmiddel, en de gegevens die mensen daar overheen sturen zijn niet voor jou bedoeld. En de wederrechtelijkheid zit hem er hier dan in dat je het doet voorkomen dat je T-Mobile bent, de vertrouwde provider in de trein. Jezelf vals voordoen is eigenlijk altijd wel wederrechtelijk in zo’n context.

Het enkele áán hebben staan van die hotspot levert nog geen aftappen op, want er is dan nog geen data over je netwerk gegaan. Maar daarvoor kent het strafrecht de constructie van de “poging”: als je begonnen bent met een misdrijf te plegen maar dat misdrijf is nog niet daadwerkelijk gepleegd, dan is dat een strafbare poging tot plegen van dat misdrijf. Vereist is dat “het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard”.

Alleen maar dit als gedachtenexperiment bespreken op Twitter is niet strafbaar, want dan heb je nog niets aan voorbereidende handelingen gedáán. Maar die hotspot daadwerkelijk activeren lijkt me wel een begin van uitvoering.

Interessant wordt het nog als die hotspot beveiligd is, met een raadbaar wachtwoord dat echter niet publiek is (en niet “t-mobile”) of zo. Want als mensen zelf gaan raden wat je wachtwoord is, plegen ze computervredebreuk op je netwerk. En het sniffen van verkeer van inbrekers lijkt me niet verboden. Of ben je in zo’n situatie mensen aan het uitlokken om in te breken bij jou?

Arnoud

Je personeel bespioneren met camera’s, wanneer mag dat?

media-markt-cameratoezicht-foto-mania-posterMedia Markt heeft in vijf vestigingen in Nederland personeelsleden met geheime camera’s gefilmd, las ik bij z24. Een ‘mystery shopper’ met verborgen camera filmde zijn interactie met het personeel, en achteraf werden werknemers hiermee geconfronteerd. In het artikel verdedigt de Media Markt zich met het argument dat men de beelden alleen voor “interne trainingsdoeleinden” zou inzetten, wat net zoiets is als een verbeterde gebruikservaring of zorgvuldig geselecteerde derden: klinkt goed, het zegt alleen niets. Wanneer mag je nu je personeel filmen?

Er zijn twee wetten die een rol spelen bij cameratoezicht: de strafwet en de Wet bescherming persoonsgegevens. Die laatste speelt een rol zodra je beelden opslaat op een manier dat je er eenvoudig in kunt zoeken, meestal bij digitale opslag omdat er dan timecodes en zo aan vast zitten. Als je alleen live meekijkt (een deurbelcamera bijvoorbeeld) is er geen sprake van een verwerking. En ja, camerabeelden zijn persoonsgegevens want je kunt er kenmerken van mensen op zien. Bijzondere persoonsgegevens zelfs.

Met de strafwet zijn we snel klaar. Een aangebrachte camera die de openbare ruimte filmt, mag mits er duidelijk voor is gewaarschuwd. Een camera die een besloten ruimte filmt, vereist een waarschuwing én een belangenafweging. Ook bij niet-aangebrachte camera’s, dus ja als je op een verjaardag met de handycam gaat zwaaien dan moet je dat even aankondigen.

Volgens het College Bescherming Persoonsgegevens (Cbp) mag een personeelslid alleen worden gefilmd als er een vermoeden is van fraude of diefstal, staat er in het artikel. Dat is nou ook weer wat streng geformuleerd. De nieuwslezers van RTL worden echt niet gefilmd omdat ze verdacht worden van fraude. Wél is het zo dat als je het niet vooraf bekend maakt, je dit moet melden bij het Cbp en die kunnen dan een voorafgaand onderzoek starten om te bepalen of het door de beugel kan.

Hoofdregel bij de Wet bescherming persoonsgegevens is dat je toestemming nodig hebt om iemands persoonsgegevens te verwerken. Dat geldt dus ook voor cameratoezicht. Maar in de meeste gevallen wordt op het werk zonder toestemming gefilmd. Je valt dan terug op de “eigen dringende noodzaak die zwaarder weegt dan de privacy” zoals dat heet. Een belangenafweging. En wat het Cbp hiermee zegt, is dat die afweging eigenlijk altijd neerkomt op dat het niet mag, tenzij bij zo’n vermoeden van fraude of diefstal.

Filmen voor trainingsdoeleinden of evaluatie van iemands performance lijkt me op zich geen probleem, mits het vooraf gemeld is. En hoe heimelijker het gefilm, hoe meer je daarbij zult moeten uitleggen vooraf. De camera-opstelling bij de interne training lijkt me geen probleem, maar zo’n mystery shopper voelt wel iets ernstiger. Hoewel je natuurlijk bij die melding niet hoeft te zeggen “de persoon met de camera is 1.80 lang en heeft rood haar” of zo. Zeggen dát er gemystershopt met camera wordt, zou al genoeg moeten zijn.

Wel denk ik dat de beelden in principe alleen aan de medewerker zelf (en zijn manager en HR) vertoond mogen worden. Ze vertonen in de bioscoop waar al het personeel verplicht moest opdraven, gaat me iets te ver. Dat leidt al snel tot voor gek staan. En ik denk dat dáár dan ook de ophef vandaan komt. Als de mysteryshopper alleen had gefilmd bij wijze van ondersteunend bewijs, en ze waren alleen vertoond als de medewerker de gang van zaken zou betwisten, dan zie ik het probleem niet.

Arnoud

Moet mijn contactformulier SSL-beveiligd zijn?

https-secure-secuur-netwerkEen lezer vroeg me:

Op mijn site wil ik een contactformulier toevoegen. Nu las ik dat je dan verplicht een SSL-verbinding (https) toe te passen, dat is nogal een dure grap voor mij. En toen zag ik dat jij op je blog geen SSL-verbinding hanteert, niet bij je contactformulier en niet bij het plaatsen van reacties. Dus mag ik dan concluderen dat het niet hoeft?

Met een contactformulier sturen mensen persoonsgegevens in. De wet eist dat je die persoonsgegevens ‘adequaat’ beveiligt tegen misbruik en ongeautoriseerde toegang. Een SSL-beveiliging is de meest voor de hand liggende en simpelste manier om dit te doen, vandaar dat vrijwel iedereen dat middel toepast bij bestel- en contactformulieren.

De wet zegt echter nergens létterlijk dat SSL-beveiliging verplicht is. Sterker nog de wet bepaalt eigenlijk nergens überhaupt letterlijk welke maatregelen genomen moeten worden. Je moet als beheerder/exploitant van een site zelf bepalen welke maatregelen gepast zijn gezien de aard van de informatie en het mogelijk misbruik daarvan.

Bij een bestelformulier op een website stuur je allerlei gegevens op waarmee je een juridisch bindende bestelling plaatst, vaak inclusief betaalgegevens (creditcardnummer). Die kunnen worden gesnift en hergebruikt, en dat is wel ernstig genoeg om beveiliging bij het verzenden te vereisen.

Maar bij een blogcommentaarformulier? Oké stel iemand zit in hetzelfde internetcafé als jij, monitort het draadloze netwerk en onderschept je naam en reactie. En dan? Dan kan hij ook reageren op mijn blog. En de reactie te weten komen, drie seconden voordat deze online gaat voor de hele wereld. Nou en?

Het enige stukje echt vertrouwelijke informatie is het e-mailadres, dat ik als beheerder wel zie maar de andere reageerders niet. Tsja. Is de kans op misbruik van dat e-mailadres groot genoeg om een SSL verbinding op dat formulier te rechtvaardigen?

Arnoud

Mag Spamhaus eigenlijk wel een spammerszwartelijst publiceren?

De grootste DDoS-aanval uit de geschiedenis, heet het met enige retoriek. Zelfbenoemd spambestrijder Spamhaus was vijf dagen onbereikbaar door een gigantische hoeveelheid dataverkeer. De reden heeft te maken met het feit dat Spamhaus de hosters Cyberbunker en CB3ROB als spammer of spammersvriend had aangemerkt. Dit omdat deze geen maatregelen nemen als Spamhaus vindt dat hun klanten spammen.

Tegenover webwereld zegt Sven Kamphuis van CB3ROB:

Ze denken dat ze de baas op internet, maar wíj zijn de baas. Op deze manier willen wij hun dubieuze rol in het daglicht zetten. Het is een slecht idee om censuur uit te besteden aan een vaag clubje dat aan niemand verantwoording aflegt.

Hetgeen de vraag oproept: mág Spamhaus inderdaad zomaar roepen “partij X is een spammer” volgens zelfbedachte criteria?

Nou ja, op zich natuurlijk wel. Vrijheid van meningsuiting en zo. Alleen, Spamhaus is niet zomaar een pipo met een blog die een mening produceert (zoals ik) maar een invloedrijke organisatie wiens meningsuiting directe gevolgen heeft. Als ik zeg “X is een spammer” dan gebeurt er verder weinig, als Spamhaus dat zegt (middels toevoeging aan hun blacklist) dan kan X ineens niet meer mailen.

Natuurlijk, daar zit geen spatje dwang achter: een heleboel providers luisteren op vrijwillige basis naar Spamhaus en hebben ooit bedacht dat zij volautomatisch de partijen gaan blokkeren die de spambestrijder aanwijst. Dat is hun keuze, en niet die van Spamhaus – niemand hóeft hun blacklist te hanteren, toch?

In 2000 wilde de Vereniging tegen de Kwakzalverij “een zo objectief mogelijke lijst presenteren van de kwakzalvers die [in de 20e eeuw] de hoofdrol vertolkten”. Een orthomanueel genezer maakte bezwaar tegen vermelding in de lijst, omdat hij naar eigen zeggen absoluut geen kwakzalver was. De Hoge Raad oordeelde dat de lijst legitiem was als vrije meningsuiting, met name omdat de Vereniging een eigen duidelijke definitie had geschreven waar de genezer aan voldeed. Dat andere media de lijst overnamen zonder die genuanceerde definitie erbij, kon niet voor rekening van de Vereniging komen.

Daarbij is in aanmerking te nemen dat de Vereniging c.s. blijkens de vaststellingen van het hof het grote publiek willen waarschuwen voor wat zij als kwakzalverij beschouwen, en dat zij zelf door de inhoud en context van hun publicaties geen onduidelijkheid laten bestaan over wat zij daarmee bedoelen.

In 2012 vorderde een chiropractor bij de Amsterdamse rechter dat het de Reclame Code Commissie verboden zou worden een uitspraak te doen over zijn reclame. De rechtbank bepaalde echter dat ook de RCC gewoon vrijheid van meningsuiting heeft en dus mag zeggen wat zij vindt van de praktijken van de man.

De omstandigheid dat de uitspraken van de Commissie als gezaghebbend worden ervaren en dat haar aanbevelingen op grote schaal worden nageleefd, hetgeen de SRC onbetwist heeft aangevoerd, geeft er slechts blijk van dat de SRC een in de reclamewereld bestaande behoefte aan een systeem van toezicht op de wijze waarop reclame wordt gemaakt bevredigt en is een teken dat de SRC in de verwezenlijking van haar statutaire doelstellingen succesvol is gebleken.

In beide zaken schemert wel door dat het belangrijk is dat je duidelijke maatstaven hanteert over wanneer iemand een kwakzalver, oneerlijke-reclameman of spammer is. Ook moet je daar op een eerlijke manier aan toetsen.

En hoe gezaghebbender je bent, hoe zorgvuldiger je moet zijn. Sta je bekend als objectieve beoordelaar, dan moet je zorgen dat je dat blijft. Dat zagen we bij een rechtszaak tegen de Consumentenbond:

Gegeven de invloed die aan zijn oordelen wordt gehecht, dient de informatieverstrekking en advisering [van de Consumentenbond] deskundig, objectief en duidelijk te zijn. Gezien de reputatie van de Consumentenbonden de impact van door hem ingenomen standpunten, dient de wijze waarop de Consumentenbond met die standpunten naar buiten treedt te voldoen aan hoge eisen van zorgvuldigheid, duidelijkheid en neutraliteit.

Alles bij elkaar zie ik dan ook voor Spamhaus geen probleem om te publiceren wie zij spammer acht, mits ze daar duidelijke criteria voor hanteert en objectief handelt. De criteria zijn er, en er is een snelle procedure voor verwijdering als je meent dat je onterecht opgenomen bent. Dat lijkt me dus in theorie prima in orde.

Wel bekruipt me het gevoel dat veel providers érg makkelijk lijsten als Spamhaus volgen. En dat is toch wel opmerkelijk. Niemand koopt blindelings op basis van wat de Consumentenbond zegt, en uitspraken van de Reclame Code Commissie leiden ook niet tot volautomatische advertentieblokkades bij de (vrijwillig) aangesloten uitgeverijen. Waarom doen we dat bij e-mailspam eigenlijk wel?

Arnoud

Meesurfen met internet van de buren toch wél computervredebreuk

Oké dus toch. Meeliften bij het internet van de buren is wel degelijk computervredebreuk, bepaalde de Hoge Raad gisteren. In 2011 had het Gerechtshof nog bepaald dat hiervan geen sprake is omdat een router geen “geautomatiseerd werk” is in de zin van de strafwet. Maar het was toch echt de bedoeling van de wetgever om inbreken op netwerken onder computervredebreuk te rangschikken.

In deze strafzaak had een jongen via het netwerk van de buren op het NSFL-imageboard 4chan een dreigende tekst geplaatst (“I”ll go and kill some peeps from my old school”). In het hoger beroep had het Gerechtshof bepaald dat dat meeliften bij dat netwerk niet strafbaar was (het dreigen zelf wel), want de wet (art. 80sexies Strafrecht) definieert een ‘geautomatiseerd werk’ als

een inrichting die bestemd is om langs elektronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en over te dragen.

Het Hof interpreteerde die “en” als een AND: een apparaat moet alle drie die dingen doen met (een gegeven set) gegevens. En een router doet dat niet, want die slaat de gegevens die hij routeert niet op. Derhalve is het onmogelijk computervredebreuk op een router te plegen.

De Hoge Raad raadpleegde de wetsgeschiedenis en ontdekte dat de wetgever toch echt bedóeld had om ook inbraak op netwerken onder computervredebreuk te rekenen:

Artikel 80sexies Sr, zoals dit wordt aangevuld door het onderhavige wetsvoorstel, definieert geautomatiseerd werk als een inrichting die bestemd is om langs elektronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en over te dragen. Met dit begrip worden op zichzelf staande computers aangeduid, maar ook netwerken van computers en geautomatiseerde inrichtingen voor telecommunicatie. Van belang is wel dat de inrichting zowel gegevens kan opslaan als deze verwerken én overdragen.” (Kamerstukken II, 2004-2005, 26 671, nr. 10, blz. 31)

Het hoeft dus niet per se om één apparaat te gaan waar je alle drie die functies mee kunt uitvoeren. Een netwerk met apparaten dat in zijn totaliteit in staat is tot zenden, ontvangen en opslaan is ook goed. Daarmee was dat netwerk van de buren van de /b/tard wel degelijk een ‘geautomatiseerd werk’ waar hij op binnengedrongen was.

Een rechter is dus een DWIM compiler van het recht. Wetten moet je niet alleen letterlijk lezen, de bedoeling is soms belangrijker dan de tekst.

Arnoud

Argh, wéér een popup – “D66 wil bijsluiter voor datagraaien in de cloud”

waarschuwing-webwereldHier krijg ik búitengewoon veel jeuk van. Aanbieders van clouddiensten die niet gevestigd zijn in Europa moeten verplicht en compleet duidelijk maken dat data toegankelijk kan zijn voor geheime diensten en onderworpen aan surveillance door buitenlandse autoriteiten, meldde Webwereld gisteren. NEE. Gewoon NIET. Het wérkt niet, mensen om toestemming vragen nadat je ze een door een jurist opgestelde tekst hebt geïnformeerd over de mogelijke risico’s.

Ja, de cloud is eng en de Amerikaanse al helemaal. De NSA tapt het hele internet, en de FBI kan met geheime gag orders en zonder gerechtelijk bevel een heel datacenter leegtrekken op het moment dat je derde voornaam twee letters gemeen heeft met iemand uit een terroristendatabank. Dus als je als politicus zegt, hier gaan we wat aan doen, dit kan zo niet langer: helemaal prima. (Of de angst reëel is, is een andere discussie.)

Maar als je zegt, de VS doen dingen met persoonsgegevens die in strijd zijn met de wetgeving rond persoonsgegevens en de fundamentele grondrechten die wij in de Europese Unie respecteren, dan moet je dus zeggen: blijf met je rotpoten van onze persoonsgegevens af. Oftewel dan verbied je Europese hosters/dienstverleners om met de Amerikaanse cloud te werken.

Vind je dat dat óók weer wat te ver gaat, dan ga je met de Amerikanen bakkeleien dat die hun wetten moeten aanpassen. Of je zegt, het gaat in de praktijk prima dus we draaien lekker totdat we horen dat het misgaan en dán gaan we de boel verbieden. En dat signaal kun je eventueel ook naar Washington sturen.

Wat je alleen vooral NIET moet gaan doen is op dat moment zeggen: weet je wat, we gaan de burger opvoeden dat ze moeten beseffen dat buitenlandse veiligheidsdiensten mogelijk meekijken en dat de FBI niet gebonden is aan onze Grondwet. En al helemáál niet met een popup. Want dat wérkt eenvoudig niet – zie de cookiewet.

Iets juridischer komt het erop neer dat ze in de Privacyverordening wil opnemen dat doorgifte aan een buitenlandse (lees: niet-EU) cloudprovider alleen mag met aparte toestemming van de betrokkene (argh, popup) en dan ook nog eens

after having been informed in clear, unambiguous and warning language through a separate and prominently visible reference to:
– the possibility of the personal data being subject to intelligence gathering or surveillance by third-country authorities; and
– the risk that the protection of personal data and fundamental rights provided by Union and Member State law cannot be guaranteed, despite the legal basis of the transfer

Het idee van “leg mensen uit hoe het juridisch zit en dan maken ze een geïnformeerde keuze” is een idealistisch maar buitengewoon irreëel denkbeeld als we het hebben over de gemiddelde internetter. Hoe kan ik nu vrijwillig en zinnig de afweging maken, ja, dat is prima dat de CIA en de NSA mij gaan profilen en de FBI mijn data besnuffelt? Wat betékent dat? Ga ik op de No Fly lijst als ik blogs als deze plaats op WordPress?

Ik snap hier wérkelijk helemaal niets van. Als er iets is dat de privacywetgeving en het concept “privacy is belangrijk” kapot maakt dan is het wel het idee “als we maar verplicht stellen dat iedereen het mensen maar uitlegt, dan komt het goed”. Nee. Mensen zijn niet bezig met privacy, wíllen daar niet mee bezig zijn; zij vertrouwen erop dat bedrijven zich netjes gedragen en dat anders de overheid optreedt.

In heel uitzonderlijke gevallen waarin een gemiddelde(!) burger redelijkerwijs zowel ja als nee zou kunnen zeggen, kan ik me nog iets voorstellen bij een aparte opt-in. Maar dat behoort echt een uitzondering te zijn en te blijven, en niet de hoofdregel die ie in de privacywetgeving is geworden. Net als bij cookies. Of je zegt, cookies en tracking zijn te eng voor woorden, verbieden die hap. Of je zegt, de technologie werkt maar er is ruimte voor misbruik – en dan verbied je het misbruik. Maar je gaat niet zeggen “dat misbruik is eigenlijk wel oké als mensen op ja klikken”.

“U gaat dood van deze sigaret” werkt al maar nauwelijks. Dus waarom zou “Mogelijk dat uw fundamentele rechten zoals gegarandeerd door het EU Handvest niet gewaarborgd worden ondanks dat de overdracht legaal is” dat dan wel zijn? (En ja dat gaat de tekst zijn, laat dat maar aan de nu-cookieverklaring-schrijvende juristen over.)

Argh. Echt.

Arnoud

“Jurisdictie wordt bepaald door waar je informatie als eerste binnenkomt”, pardon?

transatlantic-cable-kabel-internetIk heb een paar arresten gemist geloof ik. In NRC Handelsblad van gisteren stond een artikel over de cloud, met daarin de intrigerende opmerking:

Ja, Softlayer is een Amerikaans bedrijf, waarvoor Amerikaanse wetten gelden. Maar alleen voor informatie die als eerste in de VS is opgeslagen: „Het Amsterdamse deel is Nederlands. Informatie die hier als eerste binnenkomt, valt dus onder Nederlandse wet.”

Nee. Néé. Gewoon níet. Hoe kóm je bij dat criterium, “als eerste opgeslagen”. Noem mij één wet of gerechtelijke uitspraak waar dit uit volgt.

Voor zover ik weet zijn de Amerikanen heel simpel: als we erbij kunnen valt het onder ons recht. En aangezien 90% van de cloud fysiek in de VS staat, is dat lekker makkelijk voor ze. (Dit even los van hoe makkelijk ze erbij mogen, patriotacttechnisch.)

Verder ken ik geen enkele uitspraak van een rechter dat jurisdictie bepaald wordt door waar data het éérst binnenkomt. Het Hof van Justitie hier houdt het bij dingen als “gericht op een land”, door bv te kijken naar wat voor telefoonnummer je hebt, welke taal, valutakeuze en bezorgmethoden. Bol.com is Nederlands want 0900-nummer, iDealbetaling, Nederlands en Post.nl. Waar de servers staan en dat de domeinnaam een .com is, maakt niet uit. En over waar de data voor het eerst binnenkwam staat er al helemáál niets in die arresten.

Nog een leuke quote:

Wij passen de capaciteit van het serverpark daarop aan: informatie die op dat moment niet nodig is, verplaatsen we binnen ons netwerk naar een plek waar iedereen slaapt, zeg aan de Oostkust van de VS.

Ik heb me altijd afgevraagd wat er gebeurt als je in de VS een Nazi-site host (die daar legaal is) die dan ’s nachts naar Duitsland drijft (waar dat heel erg verboden is). Dan ben je dus strafbaar door de acties van je cloudprovider.

Iemand enig idee waar hij dit op baseert?

Arnoud

Eindelijk: Richtsnoeren voor beveiliging van persoonsgegevens van de toezichthouder

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft een richtsnoer uitgebracht voor de beveiliging van persoonsgegevens, meldde Nu.nl. Het is al jaren een lastige discussie: wat moet je doen qua beveiliging van persoonsgegevens. De wet houdt het bij “adequate” maatregelen, maar dat is inderdaad nogal vaag en multi-interpretabel. En zeker als het gaat om techniek willen mensen gewoon harde regels: dit moet, dat is verboden en als je zus doet dan moet je ook zo.

De richtsnoeren zijn geen harde set met eisen, maar vooral een pleidooi voor bedrijven en instellingen om er eens goed voor te gaan zitten en je principes op orde te krijgen. Want eisen dat je SSL gebruikt is leuk, maar helpt je geen zier tegen een aanvaller die met een handige SQL truc je database leegtrekt. En neit alleen een keertje zitten, maar continu verbeteren oftewel het bekende plan-do-check-act:

  1. Beoordeel de risico’s die de gegevens en de aard van de verwerking met zich meebrengen voor de betrokkenen en bepaal op basis daarvan het gewenste beveiligingsniveau.
  2. Maak gebruik van algemeen geaccepteerde beveiligingsstandaarden.
  3. Controleer met zekere regelmaat of de beveiligingsmaatregelen daadwerkelijk zijn getroffen en worden nageleefd.
  4. Pas waar nodig de beveiligings­maatregelen aan.

Je zou zeggen dat dit triviale kost is maar aangezien het huidige beveiligingsproces bij veel clubs neerkomt op

  1. We doen maar wat
  2. Als iemand piept klagen we hem aan
is het kennelijk nodig.

Een punt dat bij beveiliging trouwens vaak wordt vergeten is dat je ook moet streven naar zo min mogelijk gebruik van persoonsgegevens. Het is formeel een overtreding van de Wbp als je kilo’s persoonsgegevens hebt in een perfect veilige omgeving, terwijl je ook met een half ons had toegekund.

Steeds vaker wordt het verwerken van persoonsgegevens uitbesteed. Je administratie gaat via een SaaS-dienst, je CRM systeem gaat de cloud in, voor de mail gebruik je Outlook.com en de nieuwsbrieven gaan via zo’n handige dienst die ook het afmelden voor z’n rekening neemt. Heel mooi allemaal maar dan heb je wel een bewerkersovereenkomst nodig (ADV: maak er eentje met onze nieuwe bewerkersovereenkomstgenerator) want wettelijk gezien zijn al deze dienstverleners ‘bewerkers’ en dan is zo’n contract verplicht. Ja, ook als ze alleen een database met interface bieden en jij nog steeds zelf aan de knopjes moet draaien.

De verantwoordelijke is verantwoordelijk voor het bewerken door de bewerker. Ook waar het de beveiliging betreft. Lekt zo’n nieuwsbriefsysteem dus e-mailadressen, dan mogen de adreseigenaren jou daar aansprakelijk voor stellen. In die bewerkersovereenkomst kun je hier onderlinge afspraken over maken, gebaseerd op hetzelfde plan-do-check-act principe. Een recht van audit is dus vrij cruciaal.

Individuele afspraken zijn hierbij soms lastig, en bovendien zit niet iedere bewerker te wachten op een audit door elke individuele klant. Het middel van de Third Party Memorandum (wat het CBP in goed stonecoaldutch Third Party Mededeling noemt) biedt dan wellicht soelaas. De TPM biedt dan inzage in hoe de bewerker werkt, en als dat niveau van werken goed genoeg is dan kun je met die bewerker in zee.

Een ander punt dat je écht moet gaan regelen is hoe je omgaat met datalekken. Want het is niet de vraag óf dat gaat gebeuren maar wanneer. Zeker als je met zo’n handige clouddienst werkt. Wie gaat dan melden aan de betrokkenen dat dit is gebeurd, en wie draait op voor de reputatie- en andere schade?

Het blijft jammer dat het Cbp weinig meer kan doen dan richtsnoeren uitgeven en waarschuwen. Daadwerkelijk handhaven is moeilijk: ze hebben bar weinig menskracht én ze mogen niet beboeten. Ze kunnen alleen waarschuwen en dan een dwangsom opleggen voor de toekomst. Dat is frustrerend want veel bedrijven redeneren dan, ik wacht wel tot ik gewaarschuwd ben en tot die tijd loop ik lekker snel en goedkoop binnen met mijn bestandjes en lijsten. Het wordt tijd dat ze, net zoals de OPTA bij de telecommunicatieregels gewoon meteen mag beboeten. Tenminste, als je een effectieve privacywet en een goede beveiliging van persoonsgegevens wilt afdwingen.

Arnoud