Het auteursrecht na een scheiding

Een lezer vroeg me:

Tijdens mijn echtscheiding kwam ook de verdeling van de foto’s aan bod. Fotografie is mijn hobby en heb dus door de jaren heen veel foto’s gemaakt. Kan mijn ex-echtgenote aanspraak maken op die foto’s?

Een auteursrecht kun je bezitten, weggeven, verkrijgen, vererven en ga zo maar door. Het is geen ‘zaak’ die je in eigendom kunt hebben, maar wel een recht – een vermogensrecht zoals de wet het noemt. Zulke rechten kunnen in een boedel vallen bij faillissement, en in het gemeenschappelijk vermogen als je trouwt in gemeenschap van goederen.

Aangenomen dat er niets geregeld is (bv. huwelijkse voorwaarden), zijn de auteursrechten dus gemeenschappelijk eigendom van de fotograaf en zijn partner. Dat volgt uit artikel 3:166 BW, en lid 2 daarvan zegt ook nog eens dat de verdeling 50/50 is.

Bij een gemeenschappelijk auteursrecht is exploitatie alleen mogelijk met instemming van beide partijen. Op grond van artikel 26 Auteurswet kan namelijk iedere rechthebbende los van de ander tegen inbreuk optreden. Ook uit het algemene burgerlijk wetboek (art. 3:170 BW) volgt dat het beheer “door de deelgenoten tezamen” moet gebeuren.

Bij een scheiding moet de boedel opgesplitst worden. Het is niet handig als de ex dan los van de feitelijk maker de auteursrechten kan exploiteren, dus op grond van de redelijkheid & billijkheid (art. 6:2 BW) zou je dan kunnen zeggen dat de rechten allemaal naar de maker moeten. Wel heeft de ex dan recht op een vergoeding. Zie ook Spoor/Verkade/Brein, p. 418.

Overigens, als de auteursrechten toch bij de fotograaf en niet zijn ex lijken te liggen, dan zou de ex nog wel kopieën mogen maken van foto’s waar zij op staat. Op grond van het portretrecht is het toegestaan (artikel 19 lid 1 Auteurswet) om een portret te kopiëren:

Als inbreuk op het auteursrecht op een portret wordt niet beschouwd de verveelvoudiging daarvan door, of ten behoeve van, den geportretteerde of, na diens overlijden, zijne nabestaanden.

De fotograaf hoeft echter niet de originelen af te geven om dit mogelijk te maken.

Naast het advies om je auteursrecht in je testament te zetten zou ik dan bij deze ook willen adviseren om auteursrecht mee te nemen in je huwelijkse voorwaarden. 🙂

Arnoud

“GeenStijl is gericht op digitale nieuwsvoorziening”

“Dit is een principezaak”, zeggen ze zelf. Maar een leuke opsteker is het wel: GeenStijl mocht een nieuwsbericht uit de Nijmeegse Stadskrant overnemen op haar eigen site, en pleegde daarbij geen inbreuk op het auteursrecht. Dat blijkt uit een vonnis (Een, Twee, Drie, Vier, Vijf, Zes) van de rechtbank Amsterdam van vorige week.

Overnemen van nieuwsberichten is voor veel bloggers doodnormaal, maar nieuwsmedia kunnen er aardig over schuimbekken. De situatie is niet eenvoudig: in de Auteurswet staat (artikel 15) de zogeheten persexceptie, het recht voor nieuwsmedia om actuele berichten van elkaar over te nemen. Daarbij moet wel bronvermelding worden gehanteerd, en mag het auteursrecht niet zijn voorbehouden. Zo’n voorbehoud staat vaak in het colofon trouwens, en het is de vraag of dat genoeg is.

Een open discussiepunt is of blogs überhaupt onder deze exceptie kunnen vallen. In 2000 werd dit voor kranten.com onder bevestigd beantwoord. Bij de laatste wetswijziging in 2006 van dit artikel werd “een ander medium dat eenzelfde functie vervult” toegevoegd aan het lijstje van media die van deze uitzondering gebruik kunnen maken. Daarbij werd opgemerkt:

Afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval kunnen de websites van een schoolkrant, een sportvereniging en een individuele website binnen de reikwijdte van de beperking vallen. Rechthebbenden die daar bezwaar tegen hebben kunnen hun belangen beschermen door het maken van een voorbehoud.

Echter, in 2008 moest blogger Joffrey Vermeule nog 365 euro betalen voor overname van een nieuwsbericht. Zijn blog was geen nieuwsmedium. Ook enkele andere blogs konden niet met deze exceptie wegkomen.

Dat GeenStijl een nieuwsmedium is, staat echter buiten kijf. Ze zijn “gericht op digitale nieuwsvoorziening” zoals de rechter het formuleert. En omdat ze keurig (nou ja, keurig) aan bronvermelding hadden gedaan en er bij het artikel zelf geen voorbehoud te bekennen is, kent de rechter het beroep op artikel 15 toe. Het artikel mag dus worden overgenomen.

Ik ben benieuwd of ik zelf ook een nieuwsmedium ben eigenlijk.

Arnoud

Rechter verbiedt noemen bestandsnaam usenet-uploads

Het noemen van de bestandsnaam van uploads op usenet is een schending van het intellectuele eigendomsrecht, zo vatte Tweakers het samen. Eyeworks productions heeft via een zogeheten ex parte verbod (een procedure zonder hoor en wederhoor) bij de rechtbank Den Haag voor elkaar gekregen dat usenetcommunity FTD een aantal spots betreffende de film “Komt een vrouw bij de dokter” moest verwijderen, op straffe van een dwangsom van 10.000 euro per dag. Opmerkelijk daaraan is dat op FTD geen films of wat dan ook worden aangeboden; mensen posten berichtjes om elkaar te wijzen op downloadbaar materiaal op Usenet.

De advocaten van Eyeworks (waaronder Dirk Visser die toch beter zou moet weten) hebben bij de rechtbank Den Haag betoogd dat het schrijven over een downloadbare film op Usenet een “openbaarmaking” (publicatie) van diezelfde film is. Dit is apert onjuist, zoals ook herhaaldelijk de afgelopen zes jaar in de rechtspraak is uitgemaakt. De laatste keren waren in de Pirate Bay- en Mininova-zaken, waarbij diezelfde Visser namens BREIN te horen kreeg dat een torrentlink geen openbaarmaking is.

FTD heeft mei vorig jaar een bodemprocedure aangespannen tegen stichting BREIN om voor eens en altijd duidelijk te krijgen dat voor eigen gebruik downloaden van Usenet legaal is en dat het praten over downloadbare films en muziek niet tegen de wet kan zijn. FTD is dan ook zeer verbolgen dat Eyeworks een voorschotje neemt op deze rechtszaak en FTD aanspreekt met een claim die lijnrecht tegen de vaste jurisprudentie ingaat. In een kort geding op woensdag 19 (eerder is niet mogelijk) zal FTD vorderen dat het bevel ongedaan gemaakt wordt.

Naaktfotodief krijgt in hoger beroep strafverlaging

Het publiceren van naaktfoto’s op internet is op zichzelf genomen geen belediging. Dat blijkt uit een arrest van het Hof Leeuwarden van vorige week. De zaak was het hoger beroep in de Manon-Thomaszaak van vorig jaar april, waarin de verspreiding van foto’s en filmpje van de presentatrice naast auteursrechtenschending ook een belediging jegens haar werd genoemd. De veroordeling vanwege de auteursrechten blijft in stand.

De insteek “belediging” bij de rechtbank was gebaseerd op het idee dat publicatie van naaktfoto’s een inbreuk opleveren op het grondrecht van onaantastbaarheid van het lichaam. Die inbreuk is een “aantasting van de eer en goede naam”. Diezelfde redenering werd gehanteerd in een smaadzaak uit 2008 waarbij verspreiding van naaktfoto’s via filesharing als smaadschrift werd gezien. Ook daar was het enkele feit dat het naaktfoto’s waren, genoeg om van smaad te kunnen spreken.

Het Hof acht hier de context juist van wezenlijk belang:

Het plaatsen van een (privé)filmpje waarop een persoon naakt te zien is, is als zodanig en op zichzelf niet te beschouwen als het beledigen bij afbeelding.

Goed, het gaat om belediging en niet om smaad maar de achterliggende gedachte is dezelfde. Uit de context moet blijken dat je de bedoeling had om iemands eer en goede naam aan te tasten. Dat blijkt niet uit het enkele feit dat je een naaktfoto online zet. (Ik kan geen legitieme andere reden bedenken om zonder overleg een naaktfoto online te zetten, maar goed.)

De schending van de auteursrechten blijft grond om de verdachte te veroordelen. Wel wordt de oorspronkelijke veroordeling wat genuanceerd. De foto’s waren namelijk in eerste instantie alleen gepubliceerd in gedeelde mappen op MSN van zes contactpersonen. Dat is volgens het Hof geen openbaarmaking in de zin van de Auteurswet. Het publiceren op Youtube is dat natuurlijk wel.

Naast auteursrecht werd ook nog het portretrecht opgevoerd: het openbaar maken van een portret zonder daartoe gerechtigd zijn is namelijk ook een strafbaar feit (artikel 30 Auteurswet, en ja ik moest dat ook even nazoeken). Opmerkelijk genoeg oordeelt het Hof dat wél sprake is van publicatie van een portret wanneer je die portretfoto in zo’n gedeelde map zet.

Opmerkelijk, maar begrijpelijk, want het Hof vindt schending van de privacy (waar het portretrecht over gaat) belangrijker dan de commerciële belangen van de fotograaf:

Het hof heeft hierbij in aanmerking genomen hetgeen met betrekking tot openbaarmaking in artikel 12 van de Auteurswet is opgenomen en de strekking van de Auteurswet die er op gericht is het commerciële belang van de auteursgerechtigde te beschermen.

[Bij de schending van het portretrecht] spelen niet alleen commerciële belangen een rol maar ook privacy-belangen van de geportretteerde.

De 180 uur werkstraf waartoe hij in eerste instantie werd veroordeeld, wordt verlaagd naar dertig uur. Ook wordt het smartengeld dat de man moet betalen verlaagd van 5.000 naar 3.000 euro. Wel is hij zijn computer kwijt – die is immers gebruikt om het misdrijf “schenden auteursrecht” te begaan.

Arnoud

Mag ik recensies overnemen?

google-review-recensie-overnemen.pngEen lezer vroeg me:

Ik wil een site gaan bouwen waar producten gerecenseerd en besproken worden. Nu zijn er wel meer van die sites, maar ik heb een paar leuke dingen bedacht waardoor mijn site toch uniek gaat zijn. Alleen heb ik dan wel veel recensies nodig. Kan ik die zo van al die andere sites afplukken of is dat schending van het auteursrecht?

Waarschijnlijk is dat inderdaad een schending van het auteursrecht. Ook een recensie is een creatief werk, tenzij het natuurlijk gaat om éénregelige tekstjes met “lekker gegeten” of iets dergelijks. Zo’n werk mag je niet herpubliceren zonder toestemming van de recensent, de plaatser dus.

Vaak is het echter niet zozeer de recensent als wel de site waar de recensie staat die zich wil verzetten tegen overname. Dat ligt lastiger. Zonder auteursrecht kun je niets doen tegen overname, en het auteursrecht wordt niet overgedragen doordat iemand een recensie op een site zet. Je zou het kunnen proberen met een tekst in je voorwaarden als “Recensent machtigt Sitebeheerder hierbij tot optreden in rechte tegen overname van de recensie”, maar ik moet de eerste rechtszaak daarover nog zien.

Het is wel toegestaan om korte stukjes uit een recensie over te nemen, bijvoorbeeld de eerste paar zinnen. Dat is een citaat, en dus toegestaan ondanks het auteursrecht. Je moet wel de bron noemen en een link terug plaatsen naar de originele site (en rel=nofollow is dan bijzonder flauw).

Beheerders van sites kunnen deze voorzien van Google’s code voor rijke knipsels (rich snippets) om overname gemakkelijker te maken. Dat klinkt paradoxaal: je wilt niet dat je recensies worden overgenomen, dus waarom zou je dat vergemakkelijken? Nou, dat is een leuke krocht in het recht: als genoeg mensen vinden dat het op deze manier moet kunnen, dan wordt dat zo – maar andere manieren worden dan verdacht of zelfs in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid. Oftewel als je maar vaak genoeg één vinger geeft, wordt nemen van de hand mogelijk verboden.

Arnoud

Ik word zo moe van stichting Brein

brein-hoofdpijn.jpgEn nee, niet omdat ik zo vroeg mijn bed uit moest op Koninginnedag voor een interview met de NOS over hun laatste akkefietje: de eis dat kabelprovider Ziggo doorgifte van de Pirate Bay zou staken. Iets waar Ziggo begrijpelijkerwijs geen zin in heeft. Dat wordt dus een rechtszaak – die brief was alleen maar de wettelijk verplichte formaliteit (art. 3:305a BW) voor Brein voordat ze zo’n zaak mogen starten.

Zo’n zaak loopt nu ook tegen Usenetprovider News-Service. Waarom nu pas de naam van NSE bekend gemaakt is, is me niet duidelijk; Brein had de zaak al in januari aangespannen en meestal blaast men dan meteen hoog van de toren. (NSE is een klant van me maar ik heb geen bemoeienis met deze zaak, ik doe FTD al en dat is druk zat.)

NSE biedt betaalde toegang tot Usenet, Ziggo biedt toegang tot internet. Beide partijen beroepen zich op art. 6:196c, dat zegt dat ‘dienstverleners van de informatiemaatschappij’ niet aansprakelijk zijn voor informatie die ze doorgeven (Je kunt trouwens nu heel goed zien wie klakkeloos Brein-persberichten overschrijft want daarin stond “art. 1:196c”.). Brein stelt zich op het standpunt dat Usenet als zodanig geen legitieme dienst is en dus gewoon niet aangeboden mag worden. En Ziggo moet TPB gewoon blokkeren want TPB is een verboden site dus dat is net zoiets als kinderporno.

Nu vind ik het prima om de discussie te voeren of Usenet als zodanig (of de alt.binaries hiërarchie in het bijzonder) al of niet aangeboden mag worden. Of welke verantwoordelijkheid een provider zou moeten hebben als een site door de rechter verboden is.

Waar ik alleen zo moe van word, is de manier waarop Brein die discussie voert: via rechtszaken en niet via de politiek of het publiek debat. Zoals ze het zelf zeggen:

Het doel van BREIN is een raamwerk van rechtspraak met betrekking tot Internet op te bouwen dat rechthebbenden in staat stelt illegaal aanbod snel en effectief aan te pakken.

Dat raamwerk komt er kort gezegd op neer dat alles verboden moet worden dat ook maar enigszins behulpzaam kan zijn bij het up- of downloaden zonder toestemming. En natuurlijk dat alle betrokken partijen daar proactief op gaan filteren. Vandaar dus de vele rechtszaken tegen torrentsites, MP3-zoekmachines, de ruzie met FTD en nu dus de rechtszaken tegen een Usenet- en een internetprovider.

Zo’n raamwerk is echter iets dat in de wet thuishoort: de wetgever maakt de afweging wat er wel of niet verboden hoort te zijn, en niet de rechter op voordracht van een private lobbyclub. Zeker, de wet loopt zwaar achter maar dan ga je niet op eigen houtje alvast maar wat verzinnen (en ze verzinnen een partij leuke constructies bij Brein) en net zo lang procederen tot je je zin krijgt. Dat daarbij het gehele wettelijk kader platgewalst wordt is dan kennelijk acceptabele collateral damage.

De vraag “moeten bepaalde sites verboden worden” of “wanneer moeten providers sites blokkeren” zijn fundamenteel want ze raken aan het grondrecht op toegang tot internet. Dergelijke fundamentele beslissingen verdienen discussie in het parlement en afgewogen wetgeving – niet een vonnis afgedwongen door een lobbyclub.

Arnoud

Driehonderd jaar auteursrecht

statute-anne-copyright.jpgAuteursrecht is driehonderd jaar oud. Op 10 april 1710 werd de Statute of Anne, de eerste wet over rechten voor auteurs op hun werken aangenomen in Engeland. Voor die tijd waren er wel wetjes over het al of niet mogen drukken van werken, maar die richtten zich alleen op drukkers. De Statute of Anne was de eerste die auteurs rechten gaf. Zonder hun toestemming mocht hun boek niet worden gedrukt. Gebeurde dat toch, dan:

Then such Offender or Offenders shall Forfeit such Book or Books, and all and every Sheet or Sheets, being part of such Book or Books, to the Proprietor or Proprietors of the Copy thereof, who shall forthwith Damask and make Waste-Paper of them

(Ik weet niet precies wat “to damask” is.) En ook dit kennen we nu nog: een rechthebbende kan inbreukmakende exemplaren in beslag laten nemen en vernietigen.

De Statute of Anne was de directe inspiratie voor de eerste Amerikaanse auteurswet. In continentaal Europa duurde het nog even voor er iets vergelijkbaars kwam, tot de Berner Conventie van 1886 was er daar weinig eenvormigheid. Een belangrijk verschil: volgens de Statute was het verplicht om een copyrighted work te voorzien van een expliciete auteursrechtvermelding, en de Berner Conventie verbood iedere formaliteit.

Weet iemand nog een leuk verjaardagskadootje voor deze driehonderd jaar oude grijsaard? 🙂

Arnoud

Rijksoverheid stapt over op Creative Commons Zero Licentie

creative-commons-zero-public-domain.pngAlle informatie op de website van de Rijksoverheid kan vrij worden hergebruikt, meldde collega-jurist Stefan Kulk gisteren. De copyrightvermelding op Rijksoverheid.nl vermeldt nu dat alles toegestaan is met werken op deze site, tenzij er een expliciet voorbehoud staat bij een individuele tekst of afbeelding. De gebruikte ‘licentie’ is CC Zero, een Creativecommonsvariant waarbij afstand wordt gedaan van alle auteursrechten.

Maar is dat wel nodig, vraag ik me dan af. Op wetten, besluiten en verordeningen, rechterlijke uitspraken en administratieve beslissingen zit geen auteursrecht (artikel 11 Auteurswet). Al het andere resultaat van creatieve arbeid van ambtenaren is gewoon auteursrechtelijk beschermd, maar daarvoor is er een soort van wettelijke licentie, artikel 15b Auteurswet:

Als inbreuk op het auteursrecht op een door of vanwege de openbare macht openbaar gemaakt werk van letterkunde, wetenschap of kunst, waarvan de openbare macht de maker of rechtverkrijgende is, wordt niet beschouwd verdere openbaarmaking of verveelvoudiging daarvan [tenzij een expliciet voorbehoud is gemaakt]

Eerlijk gezegd zie ik qua effect weinig verschil tussen de CC Zero declaratie en dit artikel.

Het enige echt verschil is dat de copyrightverklaring van toepassing is op alles op Rijksoverheid.nl en het wetsartikel alleen op werken waar de overheid het auteursrecht op heeft. Een foto in een overheidsfolder waarvan de rechten bij de fotograaf liggen, mag dus niet zomaar worden gekopieerd. Maar met een foto op Rijksoverheid.nl mag dat wel – tenzij je erbij ziet staan dat de rechten voorbehouden zijn.

Ik kon trouwens zo snel geen voorbehouden vinden, maar houd me aanbevolen voor linkjes.

Arnoud

Recensie: Orphan Works – De zoektocht naar een internationaal werkbaar model

sterenborg-boek-orphan-works-weeswerken.pngEen groot maar lastig zichtbaar probleem in het auteursrecht zijn de zogeheten weeswerken: boeken en andere werken waarvan de rechtensituatie onduidelijk is maar waar (waarschijnlijk) nog wel auteursrecht op rust. Het herpubliceren of op internet zetten daarvan is een groot risico. Mocht de auteur zich alsnog melden, dan kan hij forse schadeclaims neerleggen. Als gevolg daarvan blijven veel archieven onontsloten en gaan zulke werken soms zelfs fysiek verloren omdat inscannen of restaureren dan niet zinvol is zolang het juridisch risico niet te regelen is.

Hoe dit probleem op te lossen is het onderwerp van het boek Orphan Works – De zoektocht naar een internationaal werkbaar model van jurist Daniël Sterenborg. In een uitgebreid overzicht bespreekt hij de problemen en de voor- en nadelen van diverse voorgestelde oplossingen.

Sterenborg signaleert drie essentiële knelpunten: het formaliteitenverbod uit de Berner Conventie, de territoriale werking van wetten en de wijze waarop auteurs (en rechthebbenden) zich (niet) hebben georganiseerd.

Omdat de Berner Conventie het verbiedt om auteursrecht pas te verlenen als een of andere formaliteit is vervuld, is het onmogelijk om een verplicht register op te bouwen waar alle werken in terecht moeten komen. (En nee, die Berner Conventie gaat voorlopig nog niet weg want hij zit verankerd in diverse internationale handelsverdragen.)

Binnen deze beperking zijn allerlei creatieve oplossingen bedacht, die Sterenborg overzichtelijk op een rijtje zet en toetst aan acht criteria om hun haalbaarheid te bepalen. Alle juridische constructies die ik ken, plus een aantal nieuwe, krijgen uitgebreid de aandacht. De praktische oplossingen neigen meestal naar collectieve vertegenwoordiging, zodat gebruikers zich bij een centraal loket kunnen melden om de gebruiksvoorwaarden en vergoeding te kunnen regelen. Zo’n loket kan opereren op vrijwillige basis, bijvoorbeeld zoals stichting Foto Anoniem die gebruikers in staat stelt de rechten bij foto’s van onbekende fotografen af te kopen tegen een gepaste vergoeding. De stichting vrijwaart dan de gebruiker van claims mocht de fotograaf toch opduiken.

Controversieel is de optie om zo’n afkoopsysteem verplicht te stellen. Dat zou namelijk betekenen dat in feite iedere auteur, fotograaf of muzikant lid moet worden van de betreffende organisatie (of zelfs overheidsinstantie). Daar is tot nog toe slechts in bepaalde landen een organisatie voor (in West-Europa), in het merendeel van de landen is dit het geheel niet georganiseerd. Bovendien gaat daarmee in feite het gehele auteursrecht op de kop.

Ook zijn wettelijke oplossingen voorgesteld. In de VS overweegt men het begrip fair use uit te breiden of vast te leggen dat niet meer dan “reasonable compensation” kan worden verlangd van een inbreukmaker die zijn best gedaan heeft de auteur te zoeken en daarbij een “qualifying search in good faith” heeft uitgevoerd. Naar Europees recht (civil law) ligt een specifieke wettelijke uitzondering voor orphan works meer voor de hand. Maar die voorstellen stuiten op veel weerstand en zullen niet snel wereldwijd worden doorgevoerd. Zoals Sterenborg al zegt, “Als er al wetgeving komt, wordt deze volop belobbyd door de georganiseerde industrieën die een lang en alomvattend auteursrecht voorstaan.”

Volgens Sterenborg is er geen internationaal wettelijke oplossing op korte termijn te verwachten. In de praktijk lijkt er echter consensus te ontstaan over een open norm die de “diligent search” centraal stelt. Open, omdat wat die search precies inhoudt, nader ingevuld moet worden. Als deze norm voldoende steun in de praktijk krijgt, kan zij doorwerken in de wet. In de VS kan dat via haar open norm van fair use. In Europa zal daar nadere wetgeving voor nodig zijn.

Een ietwat onbevredigende oplossing, omdat er veel onzekerheid zal blijven bestaan. Maar iets beters is er niet binnen het systeem van de huidige auteurswet.

Arnoud

Zit er auteursrecht op Google Streetview?

streetview-copyright-google-hoezo.pngEen lezer vroeg me:

Zit er copyright op de beelden van Google Streetview? En zo niet, waarom zegt Google dan van wel?

Nee, er zit geen auteursrecht (copyright) op de foto’s die de Google-Streetviewauto heeft gemaakt. Die auto (zie bijvoorbeeld deze foto) heeft een vaste camera op het dak gemonteerd, die afgesteld is om elke zo veel seconden een foto te maken. Daar zit volstrekt geen creativiteit van de bestuurder in. En zonder creativiteit van de maker van de foto kan er van auteursrecht geen sprake zijn.

Waarom Google het dan toch claimt? Een reflex, waarschijnlijk: wij hebben het gemaakt dus we zetten er “copyright Google” op.

(Let op: de Streetview API en andere diensten bovenop de foto’s kunnen wel degelijk beschermd zijn, want het maken daarvan is wel degelijk creatief.)

Arnoud