Gastpost: Grenzen aan de informatievrijheid?

| AE 8831 | Ondernemingsvrijheid | 28 reacties

onlinegokken.jpgDeze week ben ik met vakantie. Traditiegetrouw deze week dan ook een aantal gastposts. Vandaag trappen we af met Lourens la Roi over het blokkeren van internetsites op last van de overheid.

Het blokkeren van internetsites op last van de overheid: is dat een bedreiging van de goede werking van het internet? Of is het juist terecht dat de overheid grenzen kan trekken in het onbegrensde aanbod van informatie op internet, bijvoorbeeld omdat dat aanbod inbreuk maakt op de rechten van anderen of om consumenten te beschermen tegen malafide kansspelaanbieders?

Vlak voor het zomerreces van de Tweede Kamer werd een besluit genomen over het wetsvoorstel “Kansspelen op afstand”. Voor de fijnproevers: wetsvoorstel 33 996, Het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand . Kansspelen op afstand dus oftewel online gokken. Het wetsvoorstel werd aangenomen. Een mijlpaal, mag je wel zeggen.

Een eerder voorstel om kansspelen via internet mogelijk te maken (in de vorm van een soort proef) strandde op 1 april 2008 in de Eerste Kamer. Het nummer “Valerie” van Amy Winehouse en Mark Ronson stond op dat moment hooog in de top 40, het Nederlands elftal deed nog gewoon mee aan een EK (en won ruim van achtereenvolgens Italië en Frankrijk om vervolgens in de kwartfinale van Rusland te verliezen) en WhatsApp moest nog beginnen.

De grondslag van het net aangenomen wetsvoorstel (waarover de Eerste Kamer dus nog moet beslissen) bestaat eruit dat de overheid (de Kanspelautoriteit) een vergunning kan geven voor online gokken. In de wetgeving aangeduid als “het verlenen van een vergunning voor kansspelen op afstand”.

De wetgever realiseert zich dat er al veel Nederlanders online gokken. De bedoeling van dit wetsvoorstel is om die Nederlandse gokkers een betrouwbaar aanbod te bieden. De betrouwbaarheid van de aanbieders en van hun dienstverlening wordt getoetst bij de vergunningaanvraag en daarna wordt daarop doorlopend toezicht gehouden. De bedoeling van wet en van vergunningverlening is om consumenten uit te nodigen om gebruik te maken van dat ‘legale aanbod’. Daar staat dan tegenover dat het illegale aanbieders van online kansspelen zo moeilijk mogelijk moet worden gemaakt. Voor dat doel heeft de Kansspelautoriteit de beschikking over handhavingsinstrumenten. Eén van die instrumenten is het geven van een ‘bindende aanwijzing’, een nieuwe bevoegdheid. Die bindende aanwijzing kan gericht zijn op het staken van het verlenen van betaaldiensten aan aanbieders van online kansspelen. Maar die aanwijzing kan ook zijn gericht op aanbieders van een ‘openbare elektronische communicatiedienst’ tot het ontoegankelijk maken van gegevens.

Dat laatste onderdeel van de aanwijzingsbevoegdheid stuit op verzet omdat dit in de praktijk een internetfilter zou betekenen. De Kansspelautoriteit zou de bevoegdheid hebben om providers te dwingen het internetverkeer ‘te vervalsen’waarmee de betrouwbaarheid van het internet wordt aangetast. Bovendien zou zo’n aanwijzing niet effectief zijn. Een motie van D’66 met de strekking dat zo’n aanwijzing niet mag betekenen dat een ISP wordt gedwongen tot “het manipuleren, blokkeren of filteren van internetverkeer, waaronder DNS-verkeer”, werd aangenomen.

Wat ik in de berichtgeving niet heb gelezen, is dat de Kansspelautoriteit verplicht is om zo’n aanwijzing aan ISP’s eerst voor te leggen aan de rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam. Een onafhankelijke, rechterlijke toets dus. Van “Noord-Koreaanse” toestanden is daarom volgens mij geen sprake – of het moet zijn dat er in zo’n toets van de rechterlijke macht geen vertrouwen bestaat.

Wat het gebrek aan effectiviteit betreft: eerder is in verschillende uitspraken aangegeven dat het enkele feit dat een (internet)blokkade kan worden omzeild, de maatregel nog niet ineffectief maakt. Ik realiseer me maar al te goed dat er altijd mogelijkheden zijn om zo’n blokkade te omzeilen. Maar het gaat er om dat het gebruikers moeilijk wordt gemaakt bepaalde sites te benaderen of bepaalde content te dowloaden.

Dat er weerstand bestaat tegen overheidsbemoeienis op internet begrijp ik. Maar in de basis heeft de wetgever juist gekozen voor die overheidsbemoeienis. De overheid gaat immers een oordeel geven over online (kansspel) dienstverlening. Dat heeft logischerwijs tot gevolg dat het aanbod waarvoor geen vergunning is gegeven, illegaal is.

De letterlijke onbegrensdheid van het internet is een groot goed. Dat beseft ook de Europese Commissie en die spant zich daarom in om eventuele grenzen bij online dienstverlening tegen te gaan. Maar de vrijheid van informatie en het gemak dat heel veel informatie voor iedereen (met een apparaat dat toegang heeft tot internet) altijd beschikbaar is, maakt het lastig te accepteren dat er grenzen zijn aan die informatievrijheid. Bepaalde informatie is illegaal, bijvoorbeeld omdat de verspreiding ervan leidt tot een inbreuk van belanghebbenden op hun auteursrecht. Of omdat de overheid van mening is dat bepaalde informatie niet aangeboden zou mogen worden – bijvoorbeeld omdat die informatie niet betrouwbaar genoeg is zoals bij illegale goksites.

Al met al heb ik een dubbel gevoel over de huidige tekst van het wetsvoorstel Kansspelen op afstand. Dat dubbele gevoel zit ‘m er in dat ik de enorme voordelen van de ontwikkeling van het internet zónder overheidsbemoeienis – en daarmee de flexibiliteit ervan – heel goed zie. Tegelijkertijd behoort het tot ons werk als Kansspelautoriteit om effectief op te kunnen treden tegen illegale content, tegen illegale gokwebsites om precies te zijn. Het optreden tegen illegale gokwebsites door middel van het opdracht geven tot IP- en DNS blokkades is volgens het huidige wetsvoorstel niet mogelijk. Alle reden dus om op zoek te gaan naar alternatieve manieren van de aanpak van illegale gokwebsites. Voor goede ideëen op dat gebied sta ik altijd open.

Lourens la Roi, senior-handhavingsjurist Kansspelautoriteit. Deze blog is op persoonlijke titel geschreven.

Nee, netneutraliteit geldt niet voor websites (maar zou dat moeten?)

| AE 7459 | Ondernemingsvrijheid | 11 reacties

marketingfacts-netneutraal-dmsaIn het DMSA-model is de toegang tot de mobiele versie van de website exclusief voorbehouden aan de gebruikers van merken mobiele telefoons en tablets die daarvoor een overeenkomst hebben afgesloten met Marketingfacts, meldde Marketingfacts vorige week. Het bleek een stunt vanwege hun vernieuwde site, maar het riep bij veel mensen wel vragen op over netneutraliteit. Want eh, waarom mag UPC niet de toegang tot Netflix beperken maar zou Marketingfacts wél bezoeken mogen beperken?

Formeel is er weinig tegenin te brengen als een website bezoekers weigert op basis van gebruikte apparatuur. De regels over netneutraliteit gelden namelijk alleen voor partijen die “internettoegangsdiensten” leveren (art. 7.4a Telecomwet) en een website is per definitie geen “internettoegangsdienst”. En een regel als deze analoog inroepen kan eigenlijk niet: er staan boetes op het overtreden van deze regel, en dan wordt de wet strikt uitgelegd, oftewel alleen als je er letterlijk onder valt dan moet je doen wat er staat. Rechtszekerheid.

Meer algemeen bepaalde de Hoge Raad in het Ab.fab arrest alweer enige tijd geleden dat de eigenaar van een server bepaalt wie daar toegang toe krijgt en onder welke voorwaarden. Als XS4All een spammer mag weren, en Elsevier linkschmensen, waarom Marketingfacts dan niet een iPhonegebruiker?

Het achterliggende idee is dat er vrije concurrentie is: als M! zo dom is om alleen gebruikers van bepaalde apparaten toegang te verlenen, dan zitten de lezers zo bij de concurrent en dus lost het probleem zich vanzelf op. Maar ja, dat dachten we bij internettoegang ook en daar blijkt het niet echt te werken. Bovendien, ís er wel concurrentie? Kun je zeggen dat bijvoorbeeld Frankwatching een concurrent voor Marketingfacts is, en gaan Nu.nl-lezers zo naar de Volkskrant of Telegraaf als hun laptop buiten de gesponsorde deal valt?

De wet aanpassen is op zich eenvoudig: “Dit artikel geldt ook voor dienstverleners van de informatiemaatschappij” in art. 7.4a Telecomwet, en niemand mag meer bezoekers weigeren behalve als ze overlast veroorzaken of spammen, of als congestie of een gerechtelijk bevel dit vereisen. Dat zou de DMSA-deal onmogelijk maken. Maar eh, gaat dat niet érg ver, iedereen op je site moeten laten?

Arnoud

Marriott wil hotspots van gasten in vergaderruimtes blokkeren

| AE 7282 | Ondernemingsvrijheid | 12 reacties

De Marriott-keten van hotels is niet van plan eigen wifi-netwerken van gasten te blokkeren, maar “vanwege de veiligheid(!!1!)” wil men wel hotspots van gasten in vergaderruimtes blokkeren. Dat verklaart de keten tegenover de Amerikaanse toezichthouder FCC naar aanleiding van een onderzoek naar haar blokkeerpraktijken een half jaartje terug. Uiteraard heeft die spin op het blokkeerplan niets te maken met de ophef die anders zou ontstaan.

Het Marriott Hotel in Nashville werd vorig jaar door de toezichthouder FCC op de vingers getikt voor “willfully or maliciously interfering with any radio communications”. Men had een apparaatje in gebruik dat deauth-commando’s stuurde om zo wifi-netwerken middels hotspots van klanten te verstoren. Dat is weliswaar niet het jammen in klassieke zin, maar het effect is hetzelfde: geen werkende eigen hotspot, dus dan maar het (dure) hotel-wifi. En dat mag dus niet in de VS.

Bij ons zou dit denk ik vallen onder de denial-of-service aanval (art. 138b Strafrecht):

Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk en wederrechtelijk de toegang tot of het gebruik van een geautomatiseerd werk belemmert door daaraan gegevens aan te bieden of toe te zenden.

Marriott geeft nu toe dat haar plannen breder zijn dan die ene stagiairhotelmanager maar gooit er de nuancering tegenaan dat het voor de veiligheid is:

The question at hand is what measures a network operator can take to detect and contain rogue and imposter Wi-Fi hotspots used in our meeting and conference spaces that pose a security threat to meeting or conference attendees or cause interference to the conference guest wireless network.

Ik kan me echter niet aan de indruk onttrekken dat dit een redelijkmakend sausje is dat bedoeld is om iets los te weken uit de strenge regel van de FCC, zodat er vervolgens een haakje gevonden kan worden om de “gebruikerservaring” erin te fietsen (wacht, in de saus fietsen?) en dan gewoon op de oude voet verder te gaan.

Althans in vergaderzalen dan – in kamers en in de lobby wil men sowieso niets blokkeren. Logisch, want die mensen gaan geïrriteerd ergens anders heen en mensen die een dag een seminar hebben met 300 man die kopen de upgrade naar het hotelwifi voor 300 man. Oh sorry, ik doe cynisch.

Arnoud

Mijn provider blokkeert spam, mag dat eigenlijk wel?

| AE 7150 | Ondernemingsvrijheid | 17 reacties

Een lezer vroeg me: Onlangs ontdekte ik dat mijn provider een eigen spamfilter hanteert, en wel op een vervelende manier: er waren belangrijke mails van een Aziatische klant geblokkeerd. Ik ben daar nooit over geïnformeerd en men zegt nu zelfs dat het filter er niet af kan “vanwege de integriteit van het netwerk”. Mag dat… Lees verder

Mag een advertentieblokker een betaalde whitelist hebben?

| AE 5974 | Informatiemaatschappij | 12 reacties

Intrigerend. Advertentieblokker AdBlock Plus werkt met een betaalde whitelist: bedrijven die liever niet meteen geadvertentieblokkeerd willen worden, kunnen het bedrijf achter Adblock Plus betalen om standaard op een witte lijst te komen. Natuurlijk kan de gebruiker alsnog die bedrijven of hun advertenties blokkeren maar dan moet je wel moeite gaan doen, en als het gaat… Lees verder

Mag een universiteit Bittorrent afsluiten in studentenflats?

| AE 2927 | Ondernemingsvrijheid | 59 reacties

De Rijksuniversiteit Groningen gaat bittorrent-verkeer afsluiten in studentenflats, meldde Tweakers vrijdagmiddag. Het afhandelen van de klachten van internationale auteursrechthebbenden over uploadende studenten werd ze te gortig, als ik het goed lees. Dat gaf natuurlijk ophef, en -je kunt erop wachten- Kamervragen. Voor de verandering ga ik de zaak eens aan de hand van die kamervragen… Lees verder

Mijn werkgever verbiedt me te Twitteren, mag dat?

| AE 2757 | Ondernemingsvrijheid, Privacy, Uitingsvrijheid | 42 reacties

Een lezer vroeg me: Op mijn werk blijkt de toegang tot Twitter te zijn geblokkeerd. Navraag leerde dat de directie bang was voor imagoschade als werknemers gingen twitteren. Daarom had men Twitteren categorisch verboden in het arbeidsreglement. Ik mag dus niet op het werk Twitteren maar óók niet thuis op mijn eigen computer! Kan dat… Lees verder