“Met iBooks gemaakte boeken mogen niet bij de concurrent verkocht worden”

ibooks-only-store.pngHet zal Apple eens een keer niet zijn: wie e-boeken wil maken en verkopen op hun iBooks platform, moet beloven dat boek dan ook alléén via iBooks te verkopen. Gratis weggeven mag bij hoge uitzondering wel op meerdere platforms. Eh, wat?

Inderdaad, in de licentie op iBooks Author staat:

As a condition of this License and provided you are in compliance with its terms, your Work may be distributed as follows:
(i) if your Work is provided for free (at no charge), you may distribute the Work by any available means;
(ii) if your Work is provided for a fee (including as part of any subscription-based product or service), you may only distribute the Work through Apple …

en dat kun je maar op één manier lezen: wie geld vraagt voor het met iBooks Author gemaakte werk, mag het alleen verspreiden via Apple. En dan moet je een aparte overeenkomst sluiten waarbij Apple een deel van dat geld krijgt.

Kan dat? Ja, in theorie wel. Zowel in Nederland als in de VS bestaat contractsvrijheid; je mag afspreken wat je wilt, ook als dat normaal gesproken gek, ongebruikelijk of onredelijk is. Zeker als het gaat om zakelijke contracten. Je bent er zelf bij, en als jij al je rechten wil opgeven voor 1 euro of de ander complete exclusiviteit wilt geven en 90% van de inkomsten, tsja dan moet je dat zelf weten.

De blogger die dit signaleerde, reageert met “I didn’t agree to it.” Hij installeerde immers alleen maar de software, en had nergens een handtekening gezet. Maar dát is geen argument. Ook mondelinge of via een installatie-met-“I agree”-klik gesloten overeenkomsten zijn in principe rechtsgeldig. Wel zal Apple moeten bewijzen dat die overeenkomst gesloten is, en dat zal hier nog lastig worden, want deze app wordt geïnstalleerd zonder dat je de licentietekst moet lezen en accorderen.

Ook haalt hij het argument “contract of adhesion” aan. Dat is een Amerikaansrechtelijke constructie die neerkomt op “contracten zijn niet rechtsgeldig als een partij met machtspositie ze opdringt én er hele rare dingen in staan”. Bij ons bestaat dat niet. Wel hebben we de regels voor algemene voorwaarden die niet onredelijk bezwarend mogen zijn (ook niet bij bedrijven als wederpartij), maar gek is niet automatisch onredelijk bezwarend.

Hier zou je het argument moeten voeren dat die distributievoorwaarde onredelijk bezwarend is, en wel omdat Apple misbruik maakt van haar machtspositie als controleur van apps op de iPad om zo concurrerende platforms op oneerlijke wijze kapot te concurreren. Daar valt wat voor te zeggen maar een uitgemaakte zaak is het niet. Belangrijk lijkt me de vraag of er alternatieve iPadboekmaaksoftware is. Als die er is, dan kun je moeilijker van misbruik van macht spreken. Weet iemand of zulke software er is?

Verder lees ik veel misbaar langs de lijn “mag een EULA wat zeggen over wat je met de software maakt”, maar juridisch gezien is dat geen discussie. Een EULA is normaal gewoon rechtsgeldig, en als daarin staat “op wat u maakt met onze software gelden regel X en Y” dan heb je je daaraan te houden. Dat het zeer ongebruikelijk is, of moreel verwerpelijk, ben ik onmiddellijk met hem eens maar dat zijn juridisch geen (sterke) argumenten. Een boycot of vergelijkbaar protest lijkt me de enige reële manier om hier wat aan te doen.

Arnoud

Argh! Waar staan we nu met de Wet Van Dam?

Ok, argh. Heb je net een half jaar besteed aan uitleggen hoe de Wet Van Dam in elkaar steekt en een hoop in paniek geraakte klanten uitgelegd wat er nog wél kan, gaat ineens het hele ding op de schop. Althans, het reparatiewetje is aangehouden vanwege “nieuwe informatie” over de betekenis van de Overgangswet Nieuw BW. En dus gaan alle bedrijven nu roepen dat de Wet Van Dam is uitgesteld.

Om maar met dat laatste te beginnen: nee, dat is niet waar, de Wet Van Dam is en blijft per vandaag van kracht. Een contract met stilzwijgende verlenging dat vanaf nu wordt aangegaan is alleen nog rechtsgeldig als dat na die verlenging op elk moment met een maand kan worden opgezegd. En dus zonder kosten of boetes.

Het discussiepunt zit hem in hoe de wet nu geldt voor al eerder aangegane contracten. Want hoewel Van Dam bij invoering in de memorie van toelichting had gezegd

Deze wijziging voorziet niet in overgangsrecht. Daardoor is deze wijziging ook van toepassing op reeds gesloten overeenkomsten.

werd er in de afgelopen maanden toch flink geroepen dat er wél overgangsrecht geldt. Er is immers de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek, die in 1969 (ja, 69) is aangenomen om de overgang van het ‘oude’ BW naar wat we nu hebben mogelijk te maken. In die wet werd geregeld hoe de nieuwe wet zou uitpakken voor bestaande contracten en andere zaken. Prima, dat was nodig destijds, maar is die wet werkelijk ook geldig voor álle wijzigingen van het BW die na 1969 doorgevoerd werden?

Natuurlijk, roepen alle uitgevers en sportschoolhouders, want die Overgangswet is een essentieel deel van de democratische samenleving. Wij moeten ons immers kunnen voorbereiden op de nieuwe wet, en een rechtsgeldige overeenkomst met eerlijk stilzwijgend gesloten verlenging van een jaar kan toch niet zomaar worden aangetast door een nieuwe wet?

Mijn sarcastische toon maakt wel duidelijk dat ik vind dat dit een onhoudbaar standpunt is. En gelukkig bleek prof. Loos het met me eens toen hij in een gastblog hier schreef

Het lijkt dan ook in strijd met de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om na de uitgestelde werking van een jaar, aan de uitgevers op basis van het overgangsrecht een extra termijn van een jaar toe te kennen. Het moge zo zijn dat gezien het ontbreken van een aanpassing van art. 191 Overgangswet NBW deze wet zich verzet tegen directe toepasselijkheid van de nieuwe bepalingen van de zwarte en grijze lijst op bestaande abonnementen. Niets verzet zich echter tegen anticiperende interpretatie van art. 6:233 sub a BW. Sterker nog: gezien de onmiskenbare bedoeling van de wetgever lijkt mij een dergelijke anticiperende interpretatie nogal voor de hand liggen.

Van Dam introduceerde vervolgens een reparatiewetje om nog eens expliciet die Overgangswet buiten toepassing te verklaren, maar verwees daarbij uitsluitend naar artikel 191. Dat artikel bepaalt dat je pas een jaar na inwerkingtreding van de wet je kunt beroepen op enige bepaling daaruit voor bestaande contracten. De reparatiewet zou dit artikel uitschakelen, zodat vast zou staan dat je ook bij bestaande contracten de Wet Van Dam kunt inroepen.

Otto Volgenant van Kennedy Van der Laan wees erop dat er óók nog een artikel 79 is, dat zegt dat reeds aangegane verlengingen niet kunnen worden opgezegd met een beroep op de Wet Van Dam. En dat artikel werd dus niet genoemd in de reparatiewet.

Waarom precies Van Dam de reparatiewet nu heeft aangehouden, kan ik niet zeggen. Het plaatst ons nu wel in een lastige situatie.

Enerzijds is goed verdedigbaar dat die expliciete zin uit de memorie van toelichting duidelijk maakt dat er géén overgangsrecht geldt, ook niet op grond van die Overgangswet. Iedereen had dit een jaar geleden kunnen zien aankomen, dus niet meer piepen nu.

Anderzijds was die reparatiewet kennelijk ergens voor nodig, en het openbreken van bestaande stilzwijgende verlengingen is iets waar uitgevers niet op hoefden te rekenen vanwege die overgangswet uit 1969.

Veel bedrijven waren zich al aan het voorbereiden op de Wet, en hebben zelfs hun voorwaarden al aangepast. Ik verwacht niet dat ze dat nu weer terug gaan draaien. Maar er zullen genoeg bedrijven zijn die nu nog hun oude voorwaarden hanteren en dat dus vrolijk in 2012 blijven doen – en mogelijk in 2013 ook nog, met een beroep op die overgangswet.

Buitengewoon frustrerend allemaal. Want ik verwacht niet dat er veel consumenten nu naar de rechter gaan stappen, en de Consumentenautoriteit lijkt in dezen ook niet echt een consumentvriendelijke interpretatie van de wet in te nemen. Grmbl.

Update (1 mei 2014) Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch zegt dat de Wet Van Dam wél zou gelden op bestaande overeenkomsten:

Nu de onderhavige overeenkomst dus vóór de inwerkingtreding van deze wet was uitgewerkt, kan de overeenkomst naar het oordeel van het hof niet meer onder de Wet-Van Dam vallen. Dit zou anders zijn indien de overeenkomst tussen partijen nog op 1 december 2011, zijnde de datum waarop de wet in werking trad, voortduurde.

Arnoud

Is een akkoordknop genoeg voor elektronisch akkoord?

i-agree.pngEen lezer vroeg me

Ik ben websitebouwer en maak een webshop voor een klant. Natuurlijk zit daar een bestelpagina in met de bekende knop “Akkoord”. Maar nu zie ik op internet soms een invulveld waar je zelf “Akkoord” moet intypen. Is dat eigenlijk niet beter? Zelf ‘akkoord’ intypen is minder foutgevoelig; op een button kun je per ongeluk klikken.

Juridisch gezien is er geen vereiste aan de vorm waarin het akkoord is gegeven. Een knikje met je hoofd is ook rechtsgeldig, om eens wat te noemen. Iets discutabeler is “Voortgezet gebruik van deze site impliceert akkoord met de voorwaarden”, maar in theorie zou ook dat genoeg kunnen zijn.

De enige vraag is of jij kunt bewijzen dát het akkoord is gegeven. Staat het knikje op film, dan is dat bewijs. Bevestigt iemand per mail, dan is die mail ook bewijs. Bewijs mag worden aangevochten, dus denk goed na wat voor manier je hanteert.

Een risico bij een akkoordknop is dat mensen per ongeluk op de knop drukken. Per ongeluk “akkoord” intypen is iets moeilijker. Maar die knop wordt zó veel gebruikt dat ik me niet kan voorstellen dat dit een reëel probleem zou worden. En goed verdedigbaar is dat het per ongeluk indrukken jouw schuld is: de winkelier kan niet zien of jij per ongeluk of met opzet klikt, en mag er dan (art. 3:35 BW) van uitgaan dat de klik bedoeld was als bestelklik.

Daar komt bij dat je bij internetbestellingen altijd een bevestiging moet sturen (art. 6:227c BW). Tot die tijd mag de besteller annuleren. Dus als iemand per abuis op de knop drukt en meteen mailt dat het een fout was, dan zit hij goed. En oh ja, de sitemoet vooraf een gelegenheid bieden (zoals een contactformulier) waarmee mensen “niet gewilde handelingen” kunnen herstellen.

Arnoud

Geldt storneren van je betaling als ontbinding van de koop?

Als je ontevreden bent over een aankoop, kun je die dan ongedaan maken door de betaling laten storneren? In maart vorig jaar schreef ik nog dat me dat niet verstandig leek: op zich heb je inderdaad recht op je geld terug wanneer de wederpartij niet levert wat hij heeft beloofd, maar zo makkelijk als “oh het bevalt niet” zeggen en gauw storneren is dat niet. Op zijn minst zul je eerst het bedrijven moeten aanschrijven over de gebrekkige kwaliteit van de dienst, zodat ze een poging kunnen wagen je alsnog tevreden te stellen.

Verder is voor ontbinden van een koop een mededeling, die schriftelijk of elektronisch mag zijn (art. 6:267 BW). Maar is een stornering van de betaling zo’n mededeling? Ik dacht van niet, hoe moet de verkoper daaruit begrijpen dat je de koop ongedaan maakt?

De kantonrechter in Haarlem dacht daar echter anders over. In een recente zaak over vliegtickets die via internet gekocht waren, beschouwt hij de stornering als een terechte en juiste manier om een overeenkomst te annuleren.

In deze zaak had Cheaptickets.nl (echte naam Beins Travel Group, BTG) bemiddeld bij een vliegticket Amsterdam-Kopenhagen via maatschappij Sterling. Kort na de boeking is Sterling failliet gegaan, zodat de reiziger geen gebruik kon maken van het ticket. Hij storneerde dan ook meteen de betaling, maar Cheaptickets.nl stapte naar de rechter: zij had toch keurig het bestelde ticket geleverd, dus er moest gewoon betaald worden.

De rechter constateert allereerst dat in de procedure van Cheaptickets.nl gezegd wordt dat je na je eerste bevestiging binnen 24 een tweede e-mail met daarin het e-ticket moet krijgen. Die was nooit ontvangen, zodat Cheaptickets.nl in gebreke is gebleven. Omdat Sterling ondertussen failliet is, is het onmogelijk voor Cheaptickets.nl om alsnog deze leverplicht na te komen. En bij een situatie van “blijvende onmogelijkheid tot nakoming” mag de wederpartij de overeenkomst meteen annuleren.

En dat heeft de reiziger gedaan door de stornering:

[gedaagde] heeft vervolgens door middel van de stornering van de betaling de overeenkomst tussen partijen (feitelijk) ontbonden op grond van het tekortschieten van BTG en is daardoor niet (meer) gehouden om BTG te betalen.

De rechter leest dus in een stornering impliciet de boodschap “ik doe dit omdat jullie niet meer kunnen nakomen”. Dat is klantvriendelijk maar ik zou het toch een risico vinden. En een briefje of mailtje met toelichting lijkt me dan ook weinig moeite om je formeel in te dekken.

Oh, en zelfs als Cheaptickets.nl wel het e-ticket had gemaild voordat Sterling failliet zou zijn gegaan, had ze geen recht op de volledige som gehad. Cheaptickets.nl bemiddelde immers slechts, dus alleen Sterling had de volledige reissom kunnen opeisen. Een bemiddelaar heeft slechts aanspraak op een bemiddelingsvergoeding, en wel van zijn principaal – Sterling dus.

Arnoud

Tot wanneer mag iemand reageren op een Marktplaatsadvertentie?

marktplaats-nl-voorpagina-handel-veiling.pngHangen er bij jullie supermarkt nog veel van die briefjes met tweedehands bankstellen en dergelijke? Bij mij zijn het er de laatste tijd opvallend weinig. Ongetwijfeld komt dat doordat iedereen zijn spullen nu gewoon op Marktplaats.nl of een van de vele andere advertentie- of veilingsites kan zetten. Veel eenvoudiger, en een grote kans dat je ergens iemand vindt die het wel wil hebben. Maar wat nu als er meerdere mensen reageren?

Bij een veiling nodig je mensen uit om te bieden, en jij kiest dan het beste (hoogste) bod. Je bent dus vrij om een bod af te wijzen, maar als je tegen iemand zegt dat hij hem krijgt, dan zit je daaraan vast. Het kan goed zijn om deadlines te koppelen aan de veiling, dan krijg je duidelijkheid. Veel veilingsites bieden ook de optie een eindtijd te zetten op het biedingsproces.

Als er niets staat, dan is het lastig. De wet zegt niet meer dan dat je een ‘redelijke tijd’ moet geven voor de aanvaarding (art. 6:221 BW). Maar ja, wat is redelijk bij een advertentie op Marktplaats? Hoe snel mag je verwachten dat iemand reageert?

Volgens Franken/Kaspersen/De Wild (p. 164) dien je mensen toch wel enkele dagen te geven bij een aanbod per e-mail. Ik denk dat dat ook wel opgaat bij een aanbod via Marktplaats of eBay. Wil je écht een kortlopende veiling, dan moet je dat er gewoon bij zetten.

Arnoud

Er zitten minderjarigen in mijn spel!

inschrijven-leeftijd.pngEen lezer vroeg me:

In het online spel dat ik speel, zie ik steeds vaker minderjarige deelnemers. Het spel kent volgens mij geen minimum-leeftijd maar vereist wel dat minderjarigen met toestemming van hun ouders spelen. Ik krijg niet de indruk dat die deelnemers die toestemming hebben. Welke verantwoordelijkheid heb ik als volwassen speler tegenover die minderjarige spelers, of tegenover het beheer?

Als deelnemer heb je geen speciale verantwoordelijkheden of plichten als je ontdekt dat andere deelnemers minderjarig zijn. Minderjarigheid is -in het contractenrecht- een kwestie tussen de contractspartijen, de deelnemer en het beheer dus. Als deelnemer heb je niets te maken met die contractuele relatie. Iedere deelnemer heeft een eigen contract met het beheer, en de (on)geldigheid van één contract staat volstrekt los van de andere contracten, en van de relatie tussen die contracthouders onderling.

Het beheer mag eisen dat deelnemers zestien (of achttien) jaar of ouder zijn, en mag redelijke maatregelen invoeren om dit af te dwingen. In de praktijk gaat het meestal goed, omdat je er niets van merkt dat iemand minderjarig is. Een 14-jarige kan ook prima discussiëren op een forum of meedoen aan een spel. Als minderjarigen moeten betalen, dan wordt het lastig. En bij profielen van minderjarigen ligt er ook een probleem: de privacywet verbiedt dat, zonder toestemming van de ouders.

Maar nogmaals, dit is allemaal een probleem tussen de deelnemer (en diens ouders) en het beheer. Heeft het beheer de leeftijd gecontroleerd en toestemming van de ouders gekregen, dan mag een minderjarige probleemloos meedoen. Zijn relatie tot medespelers is dan niet anders dan die van de volwassen spelers. Of je met zo iemand wilt samenspelen, is een andere kwestie, maar dat is meer iets van persoonlijkheid.

Hooguit zou je als medespeler het beheer kunnen tippen: “Weten jullie wel dat persoon X eigenlijk 13 jaar is”. Als het beheer dat nog niet wist, dan kunnen ze met zo’n klacht op onderzoek uitgaan en eventueel persoon X uitsluiten totdat diens ouders zich melden met de goedkeuring. Als het gaat om een site die voor volwassenen bedoeld is (bijvoorbeeld vanwege erotische inhoud, die niet aan zestienminners mag worden getoond), dan lijkt me zo’n tip bijna verplicht, omdat je dan heel theoretisch kunt zeggen dat je anders medeplichtig wordt aan het laten vertonen van erotiek aan zestienminners (art. 240a Strafrecht). Maar dat is echt een extreme uitzondering.

Iets realistischer: je komt een speler tegen met een betaald premiumaccount of met vele dure spullen waarvan je weet dat die met echt geld zijn gekocht. Je ontdekt dat die persoon twaalf is en hij/zij zegt dat zijn ouders er niets van weten. Moet je dan iets doen? Moreel gezien: misschien. Juridisch gezien: nee. Je kúnt hier niets mee, want dit raakt jouw contractuele relatie tot het beheer niet.

Arnoud

Mogen proefabonnementen nu wel of niet stilzwijgend verlengd worden?

stilte-stilzwijgen-verlengen.jpgEen lezer vroeg me:

Recent werd ik lid van een dienst waarbij je elke dag gratis een proefmonstertje van een schoonheidsproduct toegezonden krijgt. Je moet dan op een website invullen hoe dat bevalt, maar het kost niets. Dacht ik, want in de laatste week las ik het contract nog eens door en op pagina 6 stond dat als ik niet deed, het contract zou worden omgezet in een jaarcontract waarbij de producten ineens wél geld zouden kosten. Ik was nog net op tijd met opzeggen. Maar is dat eigenlijk wel legaal, zo mensen iets gratis beloven en ze dan aan een jaarcontract hangen?

Of proefabonnementen stilzwijgend verlengd mogen worden, is onder de huidige wet onduidelijk. Veel rechtspraak lijkt van mening dat stilzwijgende omzetting van een proefabonnement niet redelijk is, maar een uitgemaakte zaak is het niet. Meestal verliest de abonnementsgever het omdat de omzetting te zeer verstopt is om bindend te zijn, of omdat de spelregels wel héél eenzijdig zijn opgesteld (“als u niet binnen 3 werkdagen na het eerste product van de 12 een notariële akte laat beteken door een deurwaarder die Feng Shui-gecertificeerd is, wordt het abonnement omgezet in een jaarcontract”).

Met de Wet Van Dam komt daar per 1 december verandering in. Proefabonnementen van dag-, nieuws, weekbladen en tijdschriften mogen niet langer automatisch tot verlenging leiden maar dienen na de proeftijd automatisch te eindigen. Het stilzwijgend omzetten van zo’n proefabonnement staat op de zwarte lijst: zo’n beding is dus altijd te vernietigen, ongeacht de reden waarom het bedrijf dit beding zou willen gebruiken. (Wel mag men natuurlijk vrágen of u het proefabonnement beviel en of u door wilt gaan, dat is geen stilzwijgende verlenging.)

Voor proefabonnementen in andere gevallen (bv. wekelijkse toezending van beautyproducten of een betaalwebsite) geldt dat zij wél stilzwijgend verlengd mogen worden. Echter, na stilzwijgende verlenging gelden de gewone regels uit deze nieuwe consumentenwet: de consument mag deze elke dag opzeggen, met een opzegtermijn van maximaal een maand.

En eventjes commercieel: met onze Wet Van Dam-generator maak je snel en voor slechts 45 euro algemene voorwaarden die Van Dam-conform zijn én rekening houden met bovenstaande regel over proefabonnementen.

Arnoud

Een telefooncontract sluiten onder bedreiging

telfort-bellen.pngNiet helemaal internetrecht, maar vooruit: als je onder bedreiging een telefoonabonnement sluit, kun je dat ongedaan maken. Dat blijkt uit een recent vonnis van de rechtbank Rotterdam. Een meisje had maar liefst vijf van die abonnementen gesloten in korte tijd, na zwaar bedreigd te zijn door drie jongens. Eén van die abonnementen was met Telfort, en het bedrijf eiste nu via een incassobureau betaling van abonnements- en belkosten van € 1.093,52.

Op zich kent de wet een regeling voor contracten die je onder bedreiging bent aangegaan. Artikel 3:44 BW bepaalt dat je een contract mag vernietigen als dit tot stand is gekomen “door bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden”. En van bedreiging is sprake als het slachtoffer bedreigd is met “onrechtmatig handelen” (dat klinkt wel héél zakelijk) op zo’n manier dat een redelijk oordelend mens daardoor kan worden beïnvloed.

Dat hiervan sprake was in dit geval stond buiten twijfel. Er was ook aangifte gedaan van de bedreigingen door de drie. Een juridische complicatie was alleen dat Telfort niemand had bedreigd, terwijl artikel 3:44 toch impliciet lijkt te bedoelen dat de wederpartij degene is die de bedreiging uit.

De kantonrechter motiveert zijn vonnis uitgebreid want dit is een principiële kwestie. Het verweer dat een telefoonabonnement is afgesloten onder bedreiging door een derde, wordt de laatste paar jaren regelmatig gevoerd in zaken als de onderhavige, zo begint hij de beoordeling. Hij schetst vervolgens de typische omstandigheden: jonge mensen (met name meisjes) sluiten in belwinkels dure contracten in de aanwezigheid van meerdere anderen (meestal jongens) waarbij ook nog eens dure telefoons worden afgenomen. De winkels controleren niet of nauwelijks of die persoon dat wel echt wil. Ook niet als blijkt dat deze persoon al meerdere abonnementen heeft. Een kredietcheck vindt ook niet plaats: men volstaat met 1 cent afboeken om het rekeningnummer te valideren.

En vanwege al die omstandigheden kan Telfort deze dame niet houden aan het contract. De bedreiging was dan misschien wel door een ander gepleegd, maar dit was zeker niet de eerste keer dat zoiets is gebeurd. Telfort had ondertussen maatregelen moeten nemen om te voorkomen dat mensen onder zulke omstandigheden aan dure contracten worden gebonden. Dat heeft ze niet gedaan, dus dan moet ze het risico maar dragen dat er soms onterecht contracten worden afgesloten die dan bij de rechter worden geannuleerd.

Eerder oordeelde de rechtbank Haarlem op vergelijkbare manier, hoewel die koos voor “misbruik van omstandigheden”, wat een iets lichtere toets is. De rechtbank Dordrecht nam eerder een andere insteek: op bedreiging kan men zich niet beroepen, maar het telecombedrijf had wel moeten onderzoeken of de aanvraag ook echt gewild was door de consumentklant. Er waren immers omstandigheden genoeg om daaraan te twijfelen. Ook andere rechtbanken komen via vergelijkbare redeneringen tot dezelfde conclusie.

Update (7 februari 2013) het Hof Den Bosch bepaalt dat je wel met een goed verhaal moet komen waarom je onder bedreiging dat contract hebt gesloten (en met bewijs). Enkel zeggen dat je in de winkel was met “ongure heren” en dat de telecomoperator moet weten dat zulke dingen gebeuren, is niet genoeg.

Arnoud

Uw bestelling is geen bestelling maar slechts een aanvraag

usps-confirmation-bevestiging.pngRegelmatig zie ik in algemene voorwaarden of bevestigingsmails bij webwinkels een formulering als de volgende:

Deze e-mail bevestigt alleen uw bestelling bij Webwinkel. De koopovereenkomst ontstaat pas als wij u met een verdere e-mail informeren over het verzenden van de producten.

De gedachte hierachter is dat zolang men geen koopovereenkomst heeft gesloten, de webwinkel vrij is om de bestelling te weigeren. Immers, geen contract dan ook geen verplichtingen. Maar of dat zo makkelijk gaat, valt te bezien.

Hoofdregel uit de wet is dat je een overeenkomst (contract) hebt gesloten wanneer de ene partij een aanbod doet dat de ander aanvaardt. Daarbij gelden eigenlijk geen harde regels over de vorm waarin dat moet gebeuren. Hooguit krijg je soms bewijsproblemen, zoals bij een mondelinge overeenkomst. Maar dat je lastig kunt bewijzen wat er is afgesproken, betekent niet dat je geen afspraak hebt.

Een aanbod is een aanbod als het voldoende concreet is om te bepalen wat je krijgt en wat daar tegenover staat. Wie dus zegt “dit boek voor 19,95” doet een aanbod. Aanvaarding vereist niet meer dan een ondubbelzinnige mededeling dát men aanvaard: “ja, prima, verkocht”. Na ontvangst van die mededeling is de verkoop van dat boek een feit.

Je kunt op zich je aanbod voorzien van de mededeling dat het geen aanbod is maar slechts een openingsbod of “uitnodiging om in onderhandeling te treden” (zoals dat juridisch heet). De wederpartij kan dan niet volstaan met “ja, prima, verkocht” maar moet de discussie aangaan en pas als partijen daarna zich akkoord verklaren, is er een overeenkomst gesloten. Dit kan ook in een webwinkel: zet bij je productaanbod dat dit niet bindend is en dat er nog onderhandeld moet worden.

Zo’n mededeling kan echter niet worden verstopt in algemene voorwaarden. Die worden immers pas van toepassing verklaard als de overeenkomst gesloten is. Het is juridisch niet mogelijk om een overeenkomst te sluiten waarop je algemene voorwaarden van toepassing verklaart waarin staat dat die sluitingshandeling geen overeenkomst sluit. (Ik krijg al hoofdpijn van dit moeten opschrijven.)

Verder mag je -zeker als consument- verwachten dat als je iets bestelt in een webwinkel, je ook daadwerkelijk iets koopt. Zo werkt vrijwel elke webwinkel, dus daar mag je spreken van een “gewoonte” in de branche die je kan steunen bij de rechter.

Het lijkt me dan ook dat in het algemeen de rechter zal oordelen dat er wél een overeenkomst is gesloten als je op de site een “bestel” of “koop” knop gebruikt en pas daarna te horen krijgt “dank u voor uw aanbod om in onderhandeling te treden”. Staat er op de site “vraag een offerte”, dan zal het duidelijk zijn dat er geen overeenkomst is gesloten.

Arnoud

CA beboet eindelijk elektronicaondernemingen voor garantiemisleiding

Dát werd een keer tijd zeg! De Consumentenautoriteit heeft vijf elektronicaondernemingen boetes opgelegd van EUR 90.000 per bedrijf voor het misleiden van consumenten over hun garantierechten, meldde men in een persbericht. Op grond van de wet heeft de consument recht op een product conform de verwachtingen, en gratis herstel of vervanging als dat niet zo blijkt te zijn. Dat staat al zo’n twintig jaar in de wet, maar veel bedrijven blijven koppig “één jaar garantie” geven of proberen dure bijkoop van garantie te slijten aan klanten. Hopelijk is deze 90.000 euro boete de schop onder de kont die dit soort winkels verdient.

De CA meldt dat uit hun onderzoek bleek dat de vijf beboete bedrijven gedurende de onderzoeksperiode consumenten onjuiste of onvolledige informatie hebben verstrekt over hun garantierechten. De sanctiebesluiten laten zien waar het om gaat: men biedt bijkoopgarantie van twee tot vijf jaar en presenteert dat bij wijze van reclame. En reclame maken met wettelijke rechten (of extra geld vragen voor wettelijke plichten) is een oneerlijke handelspraktijk.

Zo vat de CA het beleid van de Harense Smid zo samen:

Wanneer de fabrieksgarantie is verstreken en er geen garantie is bijgekocht, dient de consument te betalen voor reparaties, tenzij (en voor zover) De Harense Smid de reparatiekosten op de fabrikant kan verhalen.

Dat is natuurlijk volstrekt onjuist. Wanneer het gaat om gewone conformiteitsproblemen, dan moet de winkel de kosten zelf dragen. Hij mag dat dan vervolgens (altijd) verhalen op de fabrikant, en die mag dat niet weigeren.

De Block handelt zo:

De Block [voert] een beleid dat erop neerkomt dat bij reparatie van apparaten waarop geen (bijkoop)garantie van toepassing is, in eerste instantie de consument steeds de volledige reparatiekosten moet voldoen of in elk geval de rekening of prijsopgave voor de reparatie ontvangt. garantie.

Oftewel je moet eerst betalen en pas als je klaagt dan krijg je dat misschien terug.

Concurrent Mikro-Electro zegt, kort samengevat

dat bij defecten die zich voordoen buiten de fabrieksgarantietermijn altijd ten minste een deel van de reparatiekosten moet worden betaald door de consument

En ook dat is apert onjuist: de fabrieksgarantie zegt niets over hoe lang het product meegaat, oftewel hoe lang je mag verwachten dat een product functioneert.

Micro-Electro verkoopt ook een servicepakket waarbij je “tegen een zeer aantrekkelijke éénmalige premie” vijf jaar lang geen kosten zou hoeven dragen van arbeidsloon, voorrijkosten, administratiekosten, vervangingskosten of reparatiekosten. Maar nergens werd gezegd wanneer je dit nodig zou hebben, afgezien van “[er] bestaat altijd de mogelijkheid dat u geconfronteerd wordt met een kostbare reparatie.”

Scheer & Foppen had iets vergelijkbaars, maar paste dat in 2009 aan tot een “Total Care Servicecertificaat” dat meer zou bieden dan de wettelijke garantieregeling. Als je dat certificaat nam, dan betaalde je geen kosten,

Over de gehele looptijd van het Servicecertificaat dus; geen onkosten voor de klant, dus ook niet voor het klantdeel zoals wettelijk bepaald.

Maar er is geen wettelijk bepaald klantdeel. Men doelde waarschijnlijk op de oude Nederlandse regel dat je bij een defect in jaar 4 van een product dat 10 jaar meegaat, je 4/10e moest betalen omdat je product dan “weer als nieuw” was en dus de levensduur verlengd zou zijn. Die praktijk is echter in strijd met Europees recht.

De brancheorganisatie Uneto-VNI, waarvan de vijf beboete ondernemingen lid zijn, heeft inmiddels een garantiecode geupdate. Deze werken uit dat je in de eerste twee jaar gewoon gratis herstel of vervanging moet krijgen bij een conformiteitsprobleem. Wel blijft die 4/10e-regeling bestaan, hoewel met de toevoeging dat

Het kan redelijk zijn om dan van de consument een bijdrage te vragen in de kosten. Dit kan bijvoorbeeld in het geval van een aanzienlijke verlenging van de levensduur van het product.

Ik vrees dat veel winkels nu tóch gaan zeggen dat hun reparatiekosten altijd hier onder vallen. De Consumentenautoriteit juicht dit initiatief toe, zeggen ze in het persbericht. Ik hou het bij een ietwat mopperig “nou vooruit maar dát stukje zullen we nog wel eens zien”.

Arnoud