Prijsopvraagbotjes zijn geen inbreuk op databankrechten of geschriftenbescherming

| AE 2946 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 24 reacties

wegolo.jpgRyanair kan niet verbieden dat handige jongens met botjes geautomatiseerd prijsopgaven komen opvragen. Dat bepaalde het Hof Amsterdam vorige week. Ryanair ligt al langer in de clinch met handige jongens met botjes. Het bedrijf Wegolo had een botje lopen dat bij een prijsverzoek op haar site gauw op de achtergrond bij Ryanair opvroeg wat dat zou kosten. Ryanair maakte daar bezwaar tegen, omdat zij wilde dat mensen bij haar eigen site boeken (zodat ze zelf kunnen upsellen met hotels en autoverhuur natuurlijk). Ryanair beriep zich op databankenrecht en geschriftenbescherming, maar het Hof wijst dat af.

In eerste instantie had de rechtbank beslist dat Wegolo de geschriftenbescherming van Ryanair schond door het herhaaldelijk opvragen van gegevens uit het “geschrift” (lees: de databank) van Ryanair met haar prijsinformatie. Dat is opmerkelijk, omdat met de Databankenwet de geschriftenbescherming eigenlijk gewoon dood had gemoeten. Maar de rechtbank vond een leuke kronkel: een databank die niet beschermd is onder de Databankenwet, mag beschermd blijven onder de geschriftenbescherming.

Het Hof beslist anders, en terecht, zeker nu het Europese Hof onlangs nog eens heeft bepaald dat auteursrecht alléén mag gelden wanneer een werk een “eigen intellectuele schepping van de maker” is.

Ryanair kan geen databankenrecht claimen op haar vertrektijden- en prijzenlijsten. Natuurlijk niet, zou je zeggen, maar ik herhaal het toch maar even om blaffende databankrechtadvocaten tegen de schenen te schoppen. Een databankrecht geldt alleen als er een substantiële investering is gedaan in de opbouw of het opschonen van de databank zelf. Investeringen gedaan voor het maken van de gegevens tellen niet mee. Ryanairs gegevens zijn vluchttijden en prijzen, en alle kosten die daarmee gemoeid gaan, vallen buiten het databankenrecht.

Ook het feit dat Ryanair een verkoopdienst aanbiedt bij haar databank, telt mee. De website is in feite een webwinkel voor vliegreizen, en de kosten van die website zijn dan kosten voor het runnen van de webwinkel. Dat zijn óók geen databankrechtelijk relevante kosten.

De informatie van Ryanair zijn “gewoon” geschriften, beter gezegd verzamelingen van gegevens. Op grond van artikel 24a Auteurswet mag de rechtmatige gebruiker deze verveelvoudigen als dat noodzakelijk is om toegang te verkrijgen tot en normaal gebruik te maken van de verzameling. Dit kan niet in een licentie worden verboden of ingeperkt. Een bezoeker van de Ryanairsite mag dus opvragen wat een vliegreis kost.

Oók Wegolo mag dit doen, omdat de manier die zij toepast precies is “zoals de klant dat zelf ook zou doen”. Wegolo kopieert geen gegevensverzameling, maar doet een onderwaterquery op Ryanair’s site en schraapt de resultaten naar haar eigen layout. Daar is niets mis mee. Wellicht dat dat anders zou zijn, zo overweegt het Hof, als Wegolo’s scrapen zou leiden tot overlast. Grootschalig e-mailadressen scrapen voor spamverzending is een voorbeeld van zulke overlast, net als het overbelasten van de servers van Ryanair.

Verder doet Wegolo ook niets anders dat onrechtmatig is. Ze mag de prijzen van Ryanairs vluchten tonen en mensen overhalen een vlucht daar te boeken (daar heeft Ryanair zelfs profijt van) en het is niet illegaal om daarbij dan zelf de upsells van huurauto’s en dergelijke te doen. Dat Ryanair dan provisie daarop misloopt, is gewoon vrije concurrentie.

Het Hof gaat niet zo ver om de geschriftenbescherming als geheel illegaal te verklaren, wat ik wel een gemiste kans vind maar het was in dit geval niet nodig. Had Wegolo nou de hele prijslijst van Ryanair gekopieerd, dan was dit nog een leuke geweest. Maar voorlopig blijft dit punt dus nog even in juridisch limbo hangen. Wel zijn er leuke juridische opinies te over.

Arnoud

Blaffen met het databankenrecht

| AE 2845 | Innovatie | 24 reacties

Er zal recent wel een cursus databankenrecht voor juristen zijn gegeven of zo, want ik kreeg het de afgelopen weken opmerkelijk vaak: mensen met blafbrieven van advocaten tot wie zich wendden diverse site-eigenaren wiens gegevens werden overgenomen. Het overnemen van die gegevens zou onrechtmatig zijn (“en mogelijk zelfs strafbaar”) en dit dient onmiddellijk gestaakt te worden. Voorts dienen in het bijzijn van een notaris of forensisch IT-expert alle gegevens onomkeerbaar gewist te worden, plus nog eens enkele duizenden euro’s advocaatkostenvergoeding. In de meeste gevallen zijn die claims aperte onzin, en wel hierom.

Wie substantieel investeert in het opbouwen van een databank, heeft daarop een databankrecht. Dit recht is eind jaren negentig ingevoerd om producenten daarvan te beschermen tegen overname. Op een databank rust namelijk meestal geen auteursrecht, omdat het op een rijtje zetten van feiten niet ‘creatief’ is in de zin van de Auteurswet. Een databank maken kan wel hard werk zijn of veel geld kosten, maar dat zijn auteursrechtelijk geen relevante criteria.

Hard werk of veel geld zijn nadrukkelijk wél de criteria voor het krijgen van een databankrecht. Wie “substantieel investeert” in opbouw of onderhoud van een databank, heeft daar bescherming voor. Wat ‘substantieel” is, staat niet in de wet, maar 1,9 miljoen euro voor de Autotrack-site werd in november 2007 als substantieel aangemerkt.

Er is echter een belangrijke grens. De enige investering die je mag meetellen, is de investering op de databank zelf. Investeringen in een andere activiteit tellen niet mee. Anders gezegd: als je databank een bijproduct is van een andere activiteit, dan is deze niet beschermd. Dat blijkt uit het William Hill-arrest, dat bepaalde dat de lijsten met uitslagen van paardenraces geen beschermde databank waren omdat ze een bijproduct waren van het organiseren van die races. De investeringen waren gericht op dat organiseren, en niet op het maken van de lijstjes als zodanig. En een databankrecht krijg je als beloning voor het bouwen van een databank omdat je de substantiële investering dáárvoor anders niet terug kunt verdienen.

In Nederland komt dat ook gewoon terug in de rechtspraak. Zo weten we uit het Zoekallehuizen-arrest dat databanken van makelaars niet beschermd zijn. Post.nl verloor eind vorig jaar een rechtszaak over het eigendom van de postcodes, hoewel daarbij de rechter nu juist niet inging op het databankrecht. Wél beschermd was Autotrack.nl, maar ik vind het opbouwen van een databank met aangeleverde advertenties wel iets anders dan het naar HTML exporteren van een bestaande databank.

Niet dat zo’n arrest een beetje advocaat hindert bij het sturen van boze brieven zoals in de opening geschetst. Zo blogde ik eerder over de de app Trein en de RTL Gemist applicatie die inbreuk op databankrechten zouden maken, maar dat niet doen. Trein bestaat nog steeds, de Gemist app is vanwege angst voor legale stappen uit de lucht. En per mail heb ik er (binair geteld) nog een kleine hand vol langs zien komen.

Opmerkelijk vaak zie ik het van sportbonden, die het niet leuk vinden dat anderen applicaties gaan bouwen om ‘hun’ wedstrijden en standen in kaart te brengen. Want zij hebben het databankrecht op die uitslagen en wedstrijdschema’s – zeggen ze. Maar wie in William Hill de term ‘paardenrace’ vervangt door ‘voetbal/hockey/korfbal/tenniswedstrijd’, krijgt volgens mij precies te horen waar die bonden aan toe zijn: geen databankrecht natuurlijk.

Ook verbaasde ik me hogelijk (nou ja, eigenlijk niet) dat 9292ov databankrecht claimt op de dienstregeling van het openbaar vervoer. Is het organiseren van busroutes wezenlijk wat anders dan het organiseren van voetbalwedstrijden of paardenraces?

Een buitengewoon ergerlijke ontwikkeling. Juridisch blaffen terwijl je wéét dat er rechtspraak ligt die je standpunt onderuit gaat halen is buitengewoon ongepast. Maar vanwege de hoge kosten die je moet maken om terug te blaffen, komt men er vaak ongestraft mee weg.

Arnoud

Hoe verboden is omgekeerd zoeken in telefoongidsen eigenlijk?

| AE 1979 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 11 reacties

telefoongids-telefoonboek-gouden-gids-zoeken.jpgEen lezer vroeg me:

Op diverse sites kun je “omgekeerd zoeken” in telefoongidsen, dus op basis van een nummer de naam- en adresgegevens van een abonnee achterhalen. Als je dat wil aanbieden, moet je wel een CD-foongids kraken of iets anders illegaal doen. Maar stel nu dat je legaal bij die gegevens zou kunnen, mag het dan wel? Of is omgekeerd zoeken per definitie in strijd met de privacy?

Ik zou niet meteen durven zeggen dat het “kraken” van een CD-foongids illegaal is. Het is nog maar zeer de vraag of ereen databankrecht zit op een telefoongids. Je hebt namelijk alleen een databankrecht als je substantieel geïnvesteerd hebt in het telefoonboek zelf. Het lijkt me goed verdedigbaar dat een telefoongids een bijproduct is van het onderhouden van een telecommunicatiedienst.

Alleen geldt er hier de complicatie dat de telefoongids van KPN ondergebracht is in een aparte BV (De Telefoongids BV, inderdaad) wiens hoofdactiviteit is het onderhouden van de telefoongids. Het argument is dan dat de investeringen van DTG puur gericht zijn op de gids en daarmee geen bijproduct zijn. Ik kan het argument niet meteen weerleggen, maar ik heb er wel grote moeite mee dat een niet-beschermde databank alsnog beschermd wordt als je deze maar in een aparte BV stopt.

Maar goed, laten we eens aannemen dat er inderdaad geen databankrecht zit op een telefoongids. Kun je dan een omgekeerd-zoekendienst aanbieden?

Telefoongidsen vallen onder de Telecommunicatiewet, artikel 11.6. Dit artikel vereist toestemming voor opname in de gids, en ook nog eens aparte toestemming voor omgekeerd zoeken in lid 3. Bij mijn weten vragen telecomaanbieders alleen maar om toestemming om je “in de gids” op te nemen, en dat is dus nog geen toestemming voor omgekeerd zoeken. Een omgekeerd-zoekendienst kan dus niet legaal worden aangeboden, tenzij de aanbieder daarvan apart toestemming vraagt aan de betrokken abonnees.

In 2007 heeft DTG geprobeerd de OPTA los te laten op deze diensten, met precies dat argument. De OPTA vond dat echter niet opportuun:

Het college is van oordeel, dat het verschijnsel “omgekeerd zoeken” op zichzelf genomen niet als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt ervaren, voor zover dit belang wordt beschermd door artikel 11.6, derde lid, van de Tw. De Richtlijn verbiedt omgekeerd zoeken niet en er zijn landen waarin “omgekeerd zoeken” wettelijk is toegestaan. Bovendien zijn bij het college in de afgelopen twee jaar geen klachten binnengekomen van natuurlijke personen (lees: particulieren of consumenten) over het zonder hun toestemming aanbieden van mogelijkheden tot omgekeerd zoeken.

Opmerkelijk: op grond van de privacy is het vereiste van aparte toestemming ingevoerd, maar omgekeerd zoeken is geen schending van de privacy. Maar als er geen klachten van consumenten zijn binnengekomen, dan hoeft de OPTA inderdaad niet op te treden. Het achterliggende idee lijkt te zijn dat mensen die geven om hun privacy, toch al niet in de gids staan (of een anonieme prepaid nemen). Dat DTG het vervelend vindt, is geen argument, want artikel 11.6 is er voor de eindgebruiker en niet voor de aanbieder.

Ik kan daaruit alleen maar de conclusie trekken “het mag niet, maar totdat er mensen grootschalig gaan klagen, zal de OPTA niet optreden”. Dus zolang die omgekeerd-zoekendiensten maar klein en onopvallend genoeg blijven, kunnen ze in de marge blijven opereren.

In juni vorig jaar meldde de staatssecretaris nog dat een “aantal marktpartijen” overwoog deze dienst aan te gaan bieden. Ik neem aan dat dat de telecomaanbieders zelf zijn, die dan via het inschrijfformulier die toestemming gaan regelen. Ik ben heel benieuwd wat er dan gebeurt.

Arnoud

Open source databanken: de OpenDatabankLicentie versie 1.0

| AE 1683 | Intellectuele rechten | 3 reacties

Al eerder gemeld, maar nu is het definitief: de nieuwe open source licentie voor open en vrije databanken. Databanken bevatten vooral feitelijke data, en er komt zelden creativiteit aan te pas. Bestaande open source licenties zijn eigenlijk vooral bedoeld voor software, en ook de Creative Commons-licenties passen niet goed bij databanken. Vandaar deze nieuwe licentie…. Lees verder

Afgeleide werken bij Openstreetmap (1)

| AE 1606 | Intellectuele rechten | 10 reacties

Op de discussielijst van het OpenStreetmap project een interessante discussie over het mixen van kaartgegevens uit verschillende bronnen. Een bedrijf had data uit het Nationaal Wegenbestand (NWB) en data uit de OpenStreetmap kaartgegevens gebruikt om kaarten mee te maken. OpenStreetmap gegevens zijn beschikbaar onder Creative Commons BY-SA, zodat afgeleide werken ook Creative Commons moeten worden…. Lees verder

Imiteren van je concurrent, hoe ver mag je gaan? (bij Netters.nl)_

| AE 1526 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 8 reacties

Productfoto’s en -tekst overnemen van je concurrent, mag dat, schreef ik in juni vorig jaar naar aanleiding van een rechtszaak tussen reformwebwinkels De Roode Roos en De Rooij. Nu is er een bodemvonnis (via Boek9.nl) dat een en ander bevestigt. Naar aanleiding hiervan schreef ik een artikel bij webbouwersgemeenschap Netters: Het sleutelwoord voor een goede… Lees verder

OpenStreetMap gaat naar OpenDatabaseLicense

| AE 1486 | Intellectuele rechten | 1 reactie

Alweer een nieuwe open source licentie. Deze keer niet voor software, en ook niet voor teksten of foto’s, maar voor kaartmateriaal. Het OpenStreetMap-project gebruikte al jaren een Creative Commonslicentie maar omdat die in de praktijk toch wat onduidelijk bleek voor de geografische gegevens, heeft men nu een nieuwe licentie ontworpen (via LWN; bedankt Armijn). Op… Lees verder