Dochter klaagt ouders aan wegens babyfoto’s op Facebook

facebook-duitsland-likeEen achttienjarig meisje uit Oostenrijk heeft haar ouders aangeklaagd omdat die zonder haar toestemming babyfoto’s op hun Facebook-account hadden gepost. Dat meldde Het Nieuwsblad onlangs (dank, Koen). De ouders van de vrouw (sinds wanneer zijn volwassenen ‘meisjes’?) publiceerden dagelijks babyfoto’s van hun dochter, al vanaf dat zij elf was. Dit ondanks aandringen van de dochter. Kan dat?

Ja, op zich kun je je ouders aanklagen. Als je meerderjarig bent, staat niets daar juridisch aan in de weg. Bij minderjarigen is dat wat ingewikkelder, maar het kan ook. De vraag is alleen, hebben de ouders hier iets verkeerd gedaan?

Ook kinderen hebben recht op privacy (en portretrecht valt daaronder). En meer algemeen bepaalt de wet (artikel 1:247 lid 1 en 2 BW) en het VN-Kinderrechtenverdrag dat ouders een zorgplicht hebben om hun kind op te voeden (zie ook deze gastblog van Noortje Mulder ).

Maar zoals altijd met dit soort algemene normen, zijn er geen harde regels over hoe daaraan te voldoen. Het komt dus neer op een belangenafweging: in hoeverre draagt dit bij aan een goede zorg voor het kind, welk privacybelang heeft het kind en welk gerechtvaardigd belang mogen de ouders daar tegenover stellen?

Van publicatie van babyfoto’s van jezelf zullen weinig elfjarigen en ouder erg blij worden. Maar is gêne voelen over wat je ouders doen genoeg voor een schadeclaim? Dat gaat me ook weer wat ver. Misschien moet je het dan zoeken in de reden van publicatie. Een foto of wat tonen aan geïnteresseerden, dat is nog ergens informatief en blijft tussen de ouders en hun vrienden. Maar op Facebook meer dan 500 foto’s zetten waar de hele wereld het kan zien – en dus ook vrienden/vriendinnen van het kind – maakt het een ander verhaal. Ergens daartussen ligt denk ik een grens, maar een formule daarvoor is niet te geven.

Wat vinden jullie? Gaan deze ouders te ver, of moet deze dochter gewoon maar tolereren dat haar ouders foto’s plaatsen?

Arnoud

Volkskrant moet schadevergoeding betalen aan man op foto Schiphol

volkskrant-schiphol-veiligDe Volkskrant moet 1.500 euro schadevergoeding betalen aan Mohammed Rashid, die stond afgebeeld bij een artikel over veiligheid op Schiphol. Dat meldde NRC gisteren. Rashid werd bij een controle gefotografeerd, en de foto verscheen onder tendentieuze kop in de Volkskrant. Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant, ziet het vonnis als het begin van het einde van de persvrijheid. Eh, kom nou.

Remarque denkt kennelijk dat de persvrijheid als grondrecht boven de privacy staat. Dat is dus niet zo: grondrechten zijn in Nederland gelijkwaardig, en bepalen wie er wint bij twee grondrechten (privacy versus persvrijheid) is dus altijd een kwestie van alle factoren bij elkaar optellen en een conclusie trekken.

Remarque:

We hebben Rashid niet bij naam genoemd, wij hebben hem nergens van beschuldigd, we hebben hem op geen enkele manier met terrorisme willen associëren. Maar volgens de rechter moeten we rekening houden met mogelijke associaties bij de lezers. ‘Mogelijke associaties’; ik vind dat glad ijs.

‘Mogelijke associatie’? Ik lees wat anders in het vonnis:

Nu het hier een ernstige kwestie betreft die de gemoederen in negatieve zin bezighoudt, stelt [eiser] zich terecht op het standpunt dat publicatie van zijn foto bij deze tekst inbreuk maakt op zijn persoonlijke levenssfeer, te meer nu het hier gaat om een paginabrede foto, waarop hij duidelijk herkenbaar is en die op de voorpagina van een landelijk dagblad is afgedrukt. Deze inbreuk treft [eiser] als persoon des te ernstiger, omdat hij een – zoals De Volkskrant omschrijft – moslim-achtig uiterlijk heeft en omdat onveiligheid in deze tijd sterk wordt geassocieerd met terrorisme vanuit islamitische hoek.

De rechter zegt dus precies wat vrijwel iedereen al wel op zijn klompen aanvoelde: een persoon met ‘moslimachtig’ uiterlijk op de foto bij een controle met een kop over dreigende onveiligheid bij Schiphol, dat wekt de indruk dat hij iets terroristisch is. Daar is niks speculatiefs aan. Volkomen terecht dus dat de rechter hier de publicatie onrechtmatig verklaart en een schadevergoeding toewijst (€1.500).

Dat de controles op zich nieuws zijn, doet daar niets aan af. Het was eenvoudigweg niet nodig om deze man herkenbaar in beeld te brengen bij dit nieuwsfeit. En dat samen met de evident te verwachten negatieve associatie voor meneer maken dat de publicatie niet door de beugel kon.

Einde van de persvrijheid? Welnee. Gewoon een dertien-in-een-dozijn vonnis over privacy versus publicatie, waarbij alle omstandigheden op een rijtje zijn gezet en de rechter onder de eindstreep komt tot “nee, dit mocht niet”. En volgens mij hoort het ook zo te werken in een rechtsstaat: je publiceert, je neemt je verantwoordelijkheid onder de wet en als je te ver blijkt te zijn gegaan dan fluit de rechter je terug.

Arnoud

Mag de Volkskrant een portretfoto tendentieus koppen?

volkskrant-schiphol-veiligDe Volkskrant kreeg boze reacties op de voorpaginafoto van dinsdag, las ik gisteren. In dat artikel kondigde men een groot verhaal aan over beveiliging van Schiphol door het leger (en dus niet meer alleen politie en marechaussee), met een foto van een controle van een man met een “moslim-achtig uiterlijk” (zie plaatje hiernaast, foto Guus Dubbelman). Die was daar niet over te spreken: met de kop “Is Schiphol nog veilig?” direct boven zijn hoofd werd hij toch behoorlijk tendentieus neergezet. Schending van portretrecht?

Nee, zegt de Volkskrant. Het ging om de verscherpte controle, en het beeld laat die zien, niets meer en niets minder. Meneer staat op de foto omdat hij wordt gecontroleerd net als iedereen daar, puur toeval dus. Oké de kop was misschien een tikje onhandig maar uiteindelijk is dat niet heel erg, als ik het goed begrijp.

En trouwens, dat mag gewoon want: “Bij foto’s die kranten in de openbare ruimte maken, weegt het recht op vrije nieuwsgaring in principe zwaarder.” Maar nee. Grondrechten zijn in Nederland gelijkwaardig (HR Van Gasteren/Hemelrijk), het is dus zeker niet zo dat de vrije meningsuiting wint tenzij. Ook niet dat de privacy wint tenzij – het is een belangenafweging waarbij je alle factoren van het geval bij elkaar optelt en dan een conclusie trekt.

In maart hadden we discussie over een foto bij de NOS van een gewonde stewardess bij de aanslag van toen op Zaventem. Soort van dezelfde situatie: de foto liet een actuele en belangrijke nieuwssituatie zien, maar de persoon die herkenbaar centraal stond, was een toevallig onderwerp en niet de focus van het nieuws. In die situatie kun je moeilijk zeggen dat de nieuwswaarde van de foto automatisch over de privacy van die persoon heen gaat.

Daarbij komt dat je een foto niet los van de context kunt zien. En de context wordt hier gezet door de kop, dus die als ‘onhandig maar ach’ aan de kant schuiven gaat niet op. Dat bepaalt in hoge mate of het een privacyschending en/of aantasting van eer en goede naam oplevert.

Verder heb ik er nog moeite mee om hier van ‘gewoon’ een foto aan de openbare weg te spreken. Mensen worden staande gehouden door politie of marechaussee, daarbij kun je moeilijk nog spreken van vrijwillig ergens in de openbaarheid zijn. En dan op de foto gezet worden is dus heel wat anders dan toevallig gewoon langs een openbare camera hobbelen. Als ik een camera zie, kan ik omlopen. Maar als ik staandegehouden ben, kan ik dat niet. Dat weegt óók mee.

Bij NRC las ik nog het argument dat de fotograaf wilde laten zien dat: “Dit is de werkelijkheid. Alleen de moslimmannen worden uit de rij gepikt.” Dat zou kunnen, maar dat is niet uit het artikel terug te halen. En uiteindelijk weeg je nieuwswaarde en privacy op basis van wat er is gepubliceerd, niet wat er gepubliceerd had kunnen worden of wat er oorspronkelijk boven stond voordat de koppenmaker los mocht.

Het gewraakte artikel bevat nu overigens een andere foto die dezelfde politieactie laat zien maar zonder expliciet in beeld zijnde staandegehoude passant. Wat volgens mij het punt onderstreept dat de meneer van de oude foto er echt niet toe doet.

Arnoud

Fotografe eist 1 miljard dollar van Getty Images

blafbrief-boze-hond.pngDe bekende Amerikaanse fotografe Carol Highsmith (1946) heeft de stockfotobedrijven Getty Images, Alamy en een aantal andere bedrijven aangeklaagd wegens schending van haar auteursrechten, meldde onder meer IE-forum onlangs. Highsmith had een serie foto’s gedoneerd aan de Library of Congress en daarbij onbeperkt hergebruik van die foto’s toegestaan. Het doet dan op zijn zachtst gezegd raar aan dat bedrijven als Getty dan geld vragen voor een licentie op die foto’s. Helemaal als ze dat van de fotograaf óók vragen. Eh, wacht, wat?

Inderdaad: de hele heisa begon omdat Highsmith een blafbrief van Getty kreeg omdat ze foto’s publiceerde uit de Getty-collectie. Precies, haar eigen foto’s. En toen ze bij Getty ging kijken, bleken die gewoon de gedoneerde foto’s te hebben overgenomen en hun eigen bedrijfsnaam erbij te hebben gezet.

Mag dat zomaar? Nou ja, als je een foto doneert – een royaltyvrije onbeperkte licentie verleent – dan mag ook een bedrijf als Getty die foto natuurlijk gebruiken. Het opnemen in die collectie en beschikbaar stellen aan hun klanten is dus legaal.

Geld vragen voor het beschikbaar stellen? Aha, nu wordt het spannend. Ik dénk dat dat ook wel mag, als je het construeert als een vergoeding voor de dienst van het aanbieden van die collectie. Het heeft een zekere waarde als je immers makkelijk kunt zoeken in een gecureerde verzameling foto’s, in plaats van zelf allerlei websites en/of Congresbibliotheken af moet lopen in de hoop op wat leuks.

De rechtenvermelding van Getty, dáár gaat het echt mis. Getty zet bij de foto namelijk (bijna) niet wie de fotograaf is, en doet het vervolgens wel voorkomen of je alléén de rechten hebt die Getty je verleent. En dat is feitelijk onjuist en bovendien een schending van de morele rechten van Highsmith (art. 25 Auteurswet). Plus, het weghalen van ‘rechteninformatie’ is ook een overtreding van de Auteurswet (art. 29b).

In 2014 won fotograaf Morel van Getty (en AFP) toen zijn foto’s van de ramp op Haïti werden overgenomen zonder toestemming. Dus dat belooft wat. Wel is er een belangrijk verschil: Highsmith vraagt geen geld voor haar foto’s, dus dat maakt het aantonen van schade een stuk lastiger. Hoewel in de VS een systeem van statutory damages hebben: ongeacht de schade moet dat bedrag worden opgehoest (tenzij de schade meer is).

Het blijft me verbazen hoe dat werkt bij Getty. Ik snap ook steeds minder waarom ze zo berucht zijn met hun claims: ik ken geen enkele rechtszaak waarbij ze tegen een website hebben doorgepakt.

Arnoud

Mag je iemands gezicht opzoeken op sociale netwerken?

findface-ruslandRusland is in de ban van FindFace, een app waarmee gebruikers anderen kunnen identificeren door een foto van ze te maken, meldde de Volkskrant vorige week. De app vergelijkt een foto van iemands gezicht met profielfoto’s op Vkontakte, de Russische variant van Facebook. En dat is dan weer handig voor stalkers en dergelijk volk. Oh jee.

Het zal wel weer aan mijn antieke opvattingen over innovatie liggen, maar wat is dat toch dat iets nieuw is omdat het in een app zit? Want heel spannend voelt het niet: gezichtsherkenning als technologie bestaat al jaren, en dat matchen tegen foto-databanken is ook niet echt nieuw. Ook niet als app. (Oké, zomaar even toegang krijgen tot alle foto’s van een sociaal netwerk dat is een creatieve hack, dat wel.)

Mag het? Ja, leuke vraag. Dan haal ik maar weer de Wbp van stal: een foto maken is een verwerking van iemands persoonsgegevens, en dat zul je dus moeten rechtvaardigen onder een eigen noodzaak als er geen toestemming of contract is. (Met portretrecht kom je er niet want dat geldt pas bij publicatie, en de FindFace foto wordt niet gepubliceerd.) Tegen de Volkskrant zei ik dat de gebruikers onder de uitzondering voor huishoudelijke verwerking vallen, maar misschien moet ik daarop terugkomen: als cameratoezicht op de openbare weg er buiten valt, waarom dan niet los fotograferen op de openbare weg? Zeker in combinatie met dat matchen op een netwerk van derden.

Doet FindFace iets verkeerd? Die staat immers hoe dan ook grootschalig persoonsgegevens te verwerken door foto’s te herkennen en te matchen. Dat lijkt me wel, maar ze zouden kunnen zeggen dat ze per geval steeds in opdracht handelen van de consument die doel en middelen kiest, en daarmee zijn zij slechts bewerker en niet zelfstandig aan te spreken voor overtreding van de Wbp. Onder de Privacyverordening zal dat anders liggen, maar die heeft nog twee jaar overgangsrecht voor de boeg.

Daarbij komt – en dat is wel vaker met zulke apps – dat er ook allerlei legitieme toepassingen zijn van zo’n app. Het is handig om snel profielen van je vrienden te vinden. En hoe weet die app nou of jij een stalker bent of de beste vriend van die vrouw die je net fotografeerde?

Het is voor mij vooral de vraag hoe populair dit gaat worden, en hoe het dan misgaat. De eerste rechtszaak zal de toon zetten. Een principiële niet-Facebooker of een al jaren gestalkte dame, dat maakt nogal uit. Plus natuurlijk dat matchen op Facebook iets ingewikkelder is dan bij Vkontakte, dus de implementatie zal nog niet meevallen.

Arnoud

Mag de NOS een portret publiceren als dat nieuws is?

video-camera-filmen-fotoDe foto ging de hele wereld over en al snel gingen media op zoek naar de vrouw op de foto, schreef de NOS vorige week. De foto was een van de eerste foto’s van de aanslag in Zaventem, en toonde een daarbij gewond geraakte stewardesse. Nieuws? Zeker. Maar wel nieuws waarbij deze dame in haar ondergoed in gewonde toestand herkenbaar in beeld is. Moet dat nou? Mag dat nou?

In feite zijn dit dezelfde vragen. Het mag (juridisch) omdat het moet (van de nieuwswaarde). Iets formeler gezegd: er is hier sprake van een botsing tussen twee grondrechten, de uitingsvrijheid van de journalist en de privacy van de persoon in beeld. Die twee grondrechten zijn gelijkwaardig, dus je kunt alleen concluderen dat het mag op basis van een afweging van alle argumenten voor en tegen. Het is niet zo dat de privacy altijd wint of juist dat als het nieuws is, je het maar moet slikken als je in beeld bent.

De grote argumenten vóór zijn de urgentie en het belang van het nieuws. Dit gebeurt nú en hier zie je wat er gebeurt. Dergelijke argumenten rechtvaardigen al heel snel het tonen van het beeld. Beeld zegt veel meer dan woorden, zeker bij urgente en belangrijke, schokkende zaken.

Daar staat tegenover dat het hier niet gaat om een bekend persoon, of zelfs maar een specifiek ‘doelwit’ waardoor je zou kunnen zeggen dat de identiteit van deze dame ertoe doet. Het was een ongerichte aanslag immers. En dan voelt het als een kleine moeite om even een blurcirkel over haar gezicht te halen. Dus waarom dat niet even gedaan? (Terzijde: ik vond ooit een fotocollage waarbij in de VS alleen de borsten en in Europa alleen het gezicht van een selfie waren geblurd.)

Maakt het nog uit dat de foto op Facebook stond? Dat denk ik hier niet. Het was immers de fotograaf die deze op Facebook zette, niet de geportretteerde. Als je zelf welbewust een privéfoto geheel publiek zet, en deze foto blijkt nieuwswaarde te hebben, dan is een privacyargument om publicatie tegen te houden nauwelijks nog denkbaar. Maar wat de fotograaf doet met het portret, is volstrekt irrelevant voor het portretrecht van degene op de foto.

Het portretrecht noemde ik inderdaad niet in de analyse. Dat staat wel in de wet (art. 19-22 Auteurswet) maar in feite is dat niet meer dan een uitwerking van de algemene regel over die botsende grondrechten. Bij een portret als deze – wat de wet een “portret anders dan in opdracht” noemt – moet bij publicatie een afweging worden gemaakt van de belangen voor en tegen publicatie. De voornaamste aanvullende waarde van het portretrecht is bij het portret in opdracht (dan geldt een publicatieverbod zonder toestemming) en bij andere belangen dan privacy (bv. het gebruik van een BN’er in reclame).

Alles bij elkaar denk ik dat het tonen van de foto wel door de beugel kon. De actualiteit en ernst rechtvaardigen dat, en het blurren kost net even meer tijd en tast misschien toch de zeggenschap van het beeld aan. Ik snap alleen niet wat de nieuwswaarde is van vervolgens gaan achterhalen wie deze dame is, waar ze werkt en wat ze aan het doen was?

Arnoud

Mag de HEMA haar fotosoftware zomaar uitzetten?

hema-foto-softwareDeze software wordt op 16 februari 2016 vervangen door een geheel nieuwe versie, las ik in de Google Cache. Want de huidige pagina werkt niet meer, net zo min als de software zelf. En daarmee hadden mensen toch jarenlang fotoalbums opgebouwd. Het haalde onder meer de kranten. Kan de HEMA die software zomaar uitschakelen?

Omdat de HEMA van leverancier gewisseld is, kunnen de oude albums niet meer worden verwerkt en moet iedereen dus overstappen. Begrijpelijk op zich, maar alle oude data (de albums en vaak ook de fotobestanden zelf) zijn nu weg. En het lijkt erop dat daar geen oplossing voor is.

Volgens de HEMA is het aangekondigd in de nieuwsbrief en op Facebook, maar lang niet iedereen raadpleegt die kanalen natuurlijk. Het verbaast mij ook: hoe moeilijk is het een popup in die software op te nemen “Let op, over 3 maanden stopt deze software met werken”? Dat lijkt me wel zo zorgvuldig.

Helaas is er wettelijk eigenlijk niets geregeld. Online software is juridisch niet anders dan een glazenwasser: zolang er een overeenkomst is, kun je aanspraak maken op de dienst, maar zodra een der partijen opzegt, houdt dat op. En resultaten van die dienst bestaan juridisch niet, tenzij het om concrete fysieke zaken gaat maar een online fotoalbum is dat niet. Data is juridisch niets.

En ja, de HEMA mag zo’n overeenkomst eenzijdig opzeggen. Dat staat in de wet (art. 7:408 lid 2 BW). Het gaat hier om een overeenkomst voor onbepaalde tijd, en dan mogen beide partijen die opzeggen wanneer dat zo uitkomt. Wel moet je daarbij rekening houden met de belangen van je wederpartij, maar zoals we in de T-Mobile Flex&Relax-zaak zagen, dat gaat vooral over opzegtermijn en soms een schadevergoeding aanbieden.

Schade is niet echt aan de orde. Je zou ze dus op (het aankondigen van) de opzegtermijn kunnen aanspreken, maar ook dat is niet heel sterk. En dan nog. Stel ze hadden wél drie maanden van tevoren gezegd “De dienst stopt, sorry”, dan nog ben je best ontevreden: je wilt je data en de bijbehorende albums (de metadata) graag exporteren naar een andere dienst (of dienstverlener). Maar precies dat is nu net niet wettelijk geregeld. Data-export is geen recht.

Wat mij betreft is dát het eerstvolgende dat in het consumentenrecht wordt geregeld, maar ik vrees dat we dan nog wel even kunnen wachten. De enige juridische optie is dan nog te beredeneren waarom het redelijk is dat een leverancier dit moet aanbieden. Alleen, wat is dan het argument? Iets graag willen maakt het nog niet redelijk. Gaan er maatschappelijk dingen mis? Is dat beetje extra werk van de foto’s zelf in kopie bewaren nu echt zo bezwaarlijk? Móet je wel deze software gebruiken of zijn er gewoon alternatieven die wel een exportknop hebben?

Arnoud

Hoe groot mag een foto-citaat anno 2016 zijn?

pasfoto-lijstje-kader-polaroid.jpgEen lezer vroeg me:

Ik wil signaleringen posten naar actueel nieuws, inclusief stukje tekst en foto. Ik weet dat dat in principe mag, maar moet het nog steeds net zo’n postzegel zijn als in 2007? Hoe groot mag een geciteerde foto zijn?

Op foto’s zit auteursrecht, en die mag je dus niet zomaar overnemen zonder toestemming. Alleen als je een wettelijke uitzondering kunt vinden, en je je houdt aan de voorwaarden daarvan, kun je wegkomen met geen toestemming vragen (en dus ook geen schadeclaim hoeven te betalen).

Het citaatrecht is zo’n uitzondering. Voor aankondiging, bespreking, kritiek en dergelijke op een werk mag je een deel daarvan overnemen (en bij een klein werk het hele werk), mits je niet meer overneemt dan nodig is voor jouw doel en je netjes de bron en de naam van de maker vermeldt. Dit geldt ook voor beeld: wil je commentaar geven op een foto, dan mag je die tonen en wil je een film aankondigen, dan mag je de poster of een paar stills laten zien.

In 2007 speelde dit in de context van huizenzoekmachines. In één van die zaken werd toen bepaald dat een thumbnail van 194×145 pixels een toelaatbaar citaat was in het kader van aankondigen van zoekresultaten (“dit huis is te koop, klik hier voor de Funda advertentie”). Dat was voor die tijd een prima fotootje, maar anno 2016 word je uitgelachen zonder beeldvullende foto met softone filter. Hoe verouderd is de wet dus?

Eigenlijk is dat een oneerlijke vraag, want de wet noemt helemaal geen getallen. Het citaatrecht (art. 15a Auteurswet) komt neer op ‘niet meer dan nodig’. Letterlijk:

[Vereist is dat] het citeren in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd;

Hier zijn dus geen harde getallen op te plakken. Het komt altijd neer op, kun je motiveren waarom in dit geval deze omvang redelijkerwijs geoorloofd was gezien je doel.

In 2014 publiceerde HP/De Tijd een artikel over recent in de pers verschenen foto’s van Volkert van der G. en Marc Dutroux. Die waren recent vrijgelaten, en diverse media brachten paginavullende foto’s met grote koppen. HP/De Tijd wilde daarop reageren en publiceerde bij haar artikel screenshots van de kranten, inclusief grote foto (2/3e van het artikel, volgens de fotograaf). Meer dan een thumbnail, dus de fotograaf stapte naar de rechter: dit was gewoon herpubliceren van de foto met een paar obligate zinnen om het een artikel te laten lijken.

De rechter bepaalde echter dat het citaatrecht heir wel degelijk opgaat. De wijze van reproductie was nodig voor de lezer om te kunnen zien hoe groot de foto in de originele media was gebruikt. Die moet je dan gewoon groot kunnen zien. Toegegeven, de foto was wel een erg groot deel van het artikel. Echter:

Het citaatrecht is echter een zwaarwegend en diep geworteld recht dat een belangrijke bouwsteen is voor de vrijheid van meningsuiting. Voor de te maken afweging is het relevant dat HP/De Tijd een opinieblad is dat met het artikel verslag doet van een actuele en wezenlijke discussie over de spanning tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Gezien die omstandigheden was het gerechtvaardigd om de foto’s in groot formaat te publiceren. Iets dergelijks werd eerder bepaald in een zaak over een grote foto (50% van de webpagina) die als ankeiler diende naar een artikel over de afgebeelde persoon.

De foto kan worden beschouwd als ondersteuning van de inhoud van het interview en heeft een duidelijke functie bij de tekst door het bericht goed herkenbaar te maken voor de lezer en met als doel de lezer door te laten klikken naar het volledige artikel op de achterliggende site. De foto heeft derhalve als doel de lezer een indruk te geven van het betreffende artikel.

Daar staat tegenover dat als je een foto primair als versiering gebruikt, je geen citaatrecht kunt claimen. Een voorpaginavullende foto was geen citaat, omdat er nauwelijks aandacht werd besteed aan de inhoud van de foto en deze dus alleen maar als versiering en lokkertje diende.

De grenzen zijn dun, maar het komt er dus op neer dat de foto duidelijk inhoudelijk relevant moet zijn. Mijn vuistregel: als het artikel zonder de foto niet meer ‘werkt’, en ook moeilijker te begrijpen wordt met kleiner beeld, dan is het een rechtsgeldig citaat (mits met bronvermelding natuurlijk). Daar staat dan weer tegenover dat “Je zult niet geloven wat je op deze foto’s ziet”-achtige artikelen eigenlijk alleen bestaan bij de gratie van het overgenomen beeld, en dat is dan ook weer niet de bedoeling. Dus het moet wel een ‘echt’ artikel zijn, maar daar een definitie van geven, daar kom ik niet uit.

Is er een verschil tussen wat HP/De Tijd deed en wat je op Buzzfeed en consorten ziet?

Arnoud

Wanneer mag je een Facebookfoto in je eigen groep publiceren?

facebook-profielEen lezer vroeg me:

Onlangs ontdekte ik dat een foto van mijn paardrijdende dochter in een mij onbekende Facebook-groep werd gedeeld. De beheerder gaf aan dat hij dat deed omdat de foto tijdens een bepaald evenement had gemaakt en ik de foto voor het publiek had gedeeld. Hij mocht daarom van de Facebook-regels een kopie maken en die in een nieuwe groep publiceren, zei hij. Klopt dat?

Onder normale omstandigheden was het antwoord simpel: nee, je mag op internet gevonden foto’s niet verder publiceren zonder toestemming (behalve citaatrecht en een paar andere hier niet relevante dingen). Dat dingen vrij op internet staan, betekent niet dat er geen auteursrecht meer geldt.

Specifiek op Facebook kan dat soms iets anders liggen. Dat komt omdat je op grond van de Terms of Service van het sociale netwerk niet alleen Facebook een gebruiksrecht op je foto’s geeft, maar ook anderen. Althans:

you grant us a non-exclusive, transferable, sub-licensable, royalty-free, worldwide license to use any IP content that you post on or in connection with Facebook . (…) When you publish content or information using the Public setting, it means that you are allowing everyone, including people off of Facebook, to access and use that information, and to associate it with you (i.e., your name and profile picture).

De ‘public’ setting wil zeggen dat iedereen erbij kan, dus niet alleen een door jou gekozen beperkte groep. Volgens de regels van Facebook mogen anderen die informatie dan opvragen. Of herpubliceren in kopievorm op Facebook ook mag, is een ander verhaal. Dat staat er niet bij, en de gewoonte op Facebook is dat je foto’s herpubliceert door ze te delen via de “Share” functie. Ik kan geen concrete bron vinden van wat Facebook rekent onder ‘use’ maar gezien die gewoonte vermoed ik dat Facebook het niet de bedoeling vindt dat je foto’s downloadt en opnieuw uploadt.

Op grond van je portretrecht is er overigens weinig aan te doen. Als je als ouder zelf foto’s van je kind publiceert, kun je portretrecht verder vergeten wanneer een ander de foto gebruikt binnen de licentie die je er zelf bij zette.

Arnoud

Museum claimt copyright op foto’s van schilderijen zonder auteursrecht

blackboard-zwarte-lijst.jpgSoms denk je: nee, al die rants over auteursrecht, ik overdrijf. Het is gewoon een recht als alle andere, en het is internetgekkigheid waardoor het allemaal zo raar lijkt soms. En dan lees je “Een Duits museum klaagt Wikimedia aan omdat daar foto’s op staan van schilderijen zonder auteursrecht. Het museum is het niet eens met opname van deze foto’s in de Wikimedia Commons, en stelt dat de foto’s wél onder auteursrecht rusten omdat, eh, ja waarom eigenlijk?

Auteursrecht verloopt 70 jaar na de dood van de maker. Wat je daar ook van vindt: een portret uit 1862, geschilderd door de in 1886 overleden Caesar Willich, is nu in het publiek domein. Daar is geen twijfel over mogelijk.

Toch vindt het Mannheimer Museum dat zij rechten heeft op de foto’s die Wikimedia heeft opgenomen. Er zit meer achter dan alleen “auteursrecht want wij verdienen geld in de souvenirshop”: Heise meldt dat men de “Lichtbilder”-regeling uit het Duitse auteursrecht inroept (72 Urhebergesetz) dat bepaalt dat op foto’s een termijn van 50 jaar na eerste publicatie zit. (Dat mag van Berne.) En die foto’s zijn nog geen 50 jaar oud.

Leuk geprobeerd natuurlijk, maar er zit nog wel één voorvraag bij: is er enige creativiteit te ontwaren in de foto? Want zonder eigen intellectuele creatie van de maker is het onmogelijk een auteursrecht te claimen, zo bepaalde het Hof van Justitie alweer een paar jaartjes terug. Onze geschriftenbescherming sneuvelde om die reden – het enige criterium daarvoor was “het staat op schrift” en dat mag niet van het Europese auteursrecht.

Waar is de creativiteit in een foto van een schilderij? De handboekjes auteursrecht roepen bij die vraag standaard enigszins plichtmatig dingen als lichtinval, hoek, schaduw of sluitertijd en dat geloof ik graag maar bij een foto van een schilderij met niets meer of minder dan het schilderij? Een foto die identiek zou zijn aan een vergelijkbare foto van een ander? Nee, dat gaat hem niet worden. Deze foto’s zijn publiek domein, punt.

(RTL zet dan weer © Wikimedia Commons bij een plat screenshot met een foto van een publiekdomeinschilderij, wtf.)

Arnoud