De blauwe lijst voor algemene voorwaarden

blauwe-lijst-algemene-voorwaarden-onredelijk.pngJullie kennen natuurlijk de grijze en zwarte lijsten van (vermoedelijk) onredelijk bezwarende algemene voorwaarden, maar er is ook een blauwe lijst. Deze lijst, afkomstig uit Richtlijn 93/13/EEG, is een beetje te vergelijken met de grijze lijst. Er staan bedingen op die onredelijk kunnen zijn. Deze blauwe lijst wordt vrij weinig gebruikt in de rechtspraak, maar er staan toch een paar leuke zaken op waar je als consument je voordeel mee kunt doen.

Zo staat er op deze lijst het beding “de verkoper te machtigen zonder geldige, in de overeenkomst vermelde reden eenzijdig de voorwaarden van de overeenkomst te wijzigen”. Dat doet denken aan deze blog over zomaar wijzigen van de gebruiksvoorwaarden. De richtlijn verplicht de nationale rechter om ambtshalve (dus ook als er niet om gevraagd wordt) te toetsen of een beding dat op deze lijst staat onredelijk is. Zo’n wijzigingsbeding moet dus hoe dan ook elke keer onder de loep genomen worden. Hoe veel waarde zo’n vermelding heeft, is niet helemaal duidelijk. Uit de conclusie A-G bij dit arrest van de Hoge Raad maak ik op dat het niet zo sterk is als de grijze lijst, waar een automatische omkering van de bewijslast geldt.

Een ander interessant beding gaat over boetes. Op onze grijze lijst staat alleen een beding over opzegkosten (sub i); die mogen alleen als ze een “redelijke vergoeding voor geleden verlies of gederfde winst” zijn. Maar op de blauwe lijst staat

de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen

Dit gaat dus over elke tekortkoming, wat een heel stuk breder is dan tussentijds opzeggen. Dit speelde bijvoorbeeld in deze zaak over een boete van ” 22,69 per dag die een creditcardmaatschappij kon opleggen als je niet meteen de creditcard opstuurde wanneer zij daarom verzochten. De rechtbank vond het idee van een boete als aansporing niet onredelijk, maar had wel bezwaar tegen het feit dat de boete onbeperkt kon oplopen (in casu tot maar liefst ” 17.834,34).

Het boetebeding staat dus in geen enkele verhouding met de hoofdvordering van slechts ” 3.796,03 waarbij ook meegewogen moet worden het feit dat gedaagde kennelijk vanaf 6 september 2004 de kaart heeft gebruikt (zie 2.2 van het tussenvonnis van 4 juli 2007) noch misbruikt. Verder bevredigt de uitleg van eiseres omtrent de noodzaak van het boetebeding niet omdat dit beding, gelet op de aard en inhoud van artikel 12 van de algemene voorwaarden, kennelijk niet van toepassing is bij een reguliere beëindiging conform artikel 11 van de algemene voorwaarden. Aldus is dit boetebeding, waar niet over onderhandeld kan worden, in de wijze waarop eiseres het toegepast wenst te zien onredelijk bezwarend voor gedaagde in de zin van artikel 6:233 aanhef en sub a BW.

Ik krijg nogal eens vragen over boetebedingen bij allerlei websites, dus het is goed te weten dat je daar op zijn minst een punt van kunt maken.

Het verbaast me trouwens dat boetebedingen bij niet-nakoming niet op de grijze lijst staan. Is een boetebeding zo redelijk dan?

Update: zie ook het Eindrapport van de LOVCK-werkgroep van de kantonrechters, waarin men ambtshalve toetsing van algemene voorwaarden uitwerkt én richtsnoeren (aanwijzingen) geeft over hoe om te gaan met boetes voor tussentijds opzeggen door consumenten (of wegens wanprestatie). Met kritische noot bij NJB.

Heel kort: de schade is = restant winkelwaarde toestel (inclusief BTW) + helft van onbetaalde maandelijkse belcomponenten. Als de telefoonmaatschappij echter de vordering uit eigen wil meteen beperkt tot 75% van de resterende abonnementstermijnen, zal de rechter dit overnemen tenzij de consument specifiek verweer voert.

Arnoud

Bedrijfssoftware voor eigen doeleinden gebruiken: reden voor ontslag

Hela, een zinvolle disclaimer. Stel je werkt bij een bedrijf en je krijgt elke ochtend deze tekst in een popup voor je neus:

This computer system is owned by Kennametal Inc. The entire System, including all related equipment, networks and network devices, is provided for authorized Kennametal business use and all use should be consistent with that purpose. Use of the System constitutes consent to monitoring of any activity of communication by Kennametal Inc. During monitoring, information on the System may be examined, recorded, copied and used for other authorized purposes. Unauthorized or improper use of the System may subject user tot disciplinary action, up to and including termination.

Zou je daarvan onder de indruk raken? Ik zou zelf vooral geïrriteerd zijn na de eerste drie dagen en een programmaatje installeren dat de popup meteen wegklikt, maar voor de werkgever in dit vonnis was het een goed argument in een ontslagzaak. De werknemer bleek namelijk diverse malen de software van Kennametal gebruikt te hebben om voor eigen rekening en tegen betaling gereedschappen te ontwerpen voor derden. Iets dat ook precies is wat Kennametal doet.

Zoals de rechter het formuleert:

Deze handelwijze van [werknemer] kan niet gerechtvaardigd worden door de afwijzing van zijn (herhaalde) verzoek om salarisverhoging, daar een goed werknemer niet op deze wijze reageert op een dergelijke, voor hem teleurstellende afwijzing.

Het gevraagde ontslag wordt verleend, maar vanwege het 40-jarige dienstverband krijgt de man wel een vergoeding van 31.419,36 euro mee naar huis.

Via Boek9.nl.

Arnoud

Is een website inclusief domeinnaam?

Een lezer vroeg me:

Stel een partij A heeft een website (inclusief domeinnaam) ontwikkeld en verkoopt deze aan B. Er is geen verkoopcontract, maar ze hebben op MSN gezegd dat B de website mag overnemen. B heeft betaald en de logingegevens gekregen. Nu, een maand later, wil B dat de domeinnaam ook op zijn naam komt te staan, maar A zegt dat dat niet bij de koop zat. Een site is wat anders dan een domeinnaam zegt hij. B zegt dat de website zonder die domeinnaam niks waard is, omdat iedereen de site kent onder die naam.

Een verkoop via MSN is ook rechtsgeldig, want er zijn geen eisen aan hoe je een contract (overeenkomst) sluit. Het probleem is alleen dat je dan niet alle afspraken netjes op een rijtje hebt met handtekeningen als bewijs van akkoord eronder.

Nu komen onduidelijkheden wel vaker voor, en er zijn dan ook regels in het recht om te bepalen wat er nu eigenlijk afgesproken is. Juristen kennen dit als de Haviltex-formule. Uitgangspunt is dat niet alleen de tekst van de overeenkomst zelf bindend is, maar dat je ook moet kijken naar welke betekenis de partijen aan de tekst gaven en wat ze over en weer van elkaar mochten verwachten.

In dit geval komt dat dus neer op de vraag wat A en B voor ogen hadden toen ze het contract sloten. Was het de stilzwijgende bedoeling dat de domeinnaam mee zou gaan? Of had B wel door dat A de domeinnaam wilde houden?

Om die vraag te beantwoorden, kun je bijvoorbeeld kijken in de e-mails, chats en dergelijke wat er gezegd is over de site. Heeft B gezegd dat het zo’n mooie domeinnaam is, dan zou dat een aanwijzing kunnen zijn dat de domeinnaam bij de koop zit. Heeft A gezegd dat hij van de site afwil omdat die niet past bij de domeinnaam, dan lijkt me dat een sterke dat de domeinnaam er niet bij hoort.

Een belangrijke aanwijzing kan zijn wie verzocht om de domeintransfer. Als dat A was, dan blijkt daaruit dat hij destijds meende dat B de domeinnaam zou krijgen. (Hoe kan B het eigenlijk overzetten als A geen autorisatie daarvoor geeft?)

Ook kun je kijken naar wat gebruikelijk is in de branche. Als “iedereen” vindt dat de domeinnaam erbij hoort, dan heeft A pech. Op de veemarkt koop je pas een koe als er handjeklap is gedaan, ook al staat de afspraak op papier en ligt dat bij de notaris.

Afijn, de wijze les is dus alles tot in detail op papier zetten. Of laten zetten door een gespecialiseerd jurist kuch 🙂

Arnoud

60 miljard voor auteursrechteninbreuk geëist

copyright-board-canada.pngEn ik maar denken dat Canadezen de rustige noorderburen in Amerika zijn. Een groep muzikanten (waarvan Chet Baker de bekendste lijkt te zijn) heeft in Canada een rechtszaak gestart waarin maar liefst 60 miljard Canadese dollar wordt geëist wegens auteursrechteninbreuk. En nee, dit gaat niet over filesharende studenten maar over gebruik door de muziekindustrie zelf. Die blijkt jarenlang CD’s uitgebracht te hebben zonder daarvoor royalties te betalen. De reden? Men “kon de maker niet vinden”.

Canada heeft als een van de weinige landen een regeling voor ‘weeswerken’, werken waarvan de maker onbekend of onbereikbaar is. Wie in zo’n geval het werk wil gebruiken, kan een verzoek indienen bij de Copyright Board of Canada om een licentie. Als de Board het verzoek aanvaardbaar vindt, dan krijg je te horen welke royalties je moet betalen, en die worden dan uitgekeerd aan de auteur als die ooit gevonden wordt.

Deze Board werkt met een “Pending List”, een lijst waar je een voorlopige aanvraag op kunt zetten. Daarover wordt nog niet beslist en dus hoef je ook nog niet te betalen. Het idee is dan echter wel dat je ook nog niet het werk gaat uitgeven, maar uit de aanklacht blijkt dat dat laatste toch gewoon gebeurt. Michael Geist legt uit:

Over the years, the size of the pending list has grown dramatically, now containing over 300,000 songs. From Beyonce to Bruce Springsteen, the artists waiting for payment are far from obscure, as thousands of Canadian and foreign artists have seen their copyrights used without permission and payment.

It is difficult to understand why the industry has been so reluctant to pay its bills. Some works may be in the public domain or belong to a copyright owner difficult to ascertain or locate, yet the likes of Sarah McLachlan, Bruce Cockburn, Sloan, or the Watchmen are not hidden from view.

De berichtgeving rond deze zaak heeft een hoog “stelletje hypocrieten”-gehalte, wat niet helemaal onterecht is maar wel afleidt van de echte zaak.

Dit is namelijk precies het probleem dat vaker wordt gesignaleerd bij regelingen rond weeswerken. Je kunt van elk werk wel claimen dat je niet weet wie het gemaakt heeft, en zo aanspraak maken op de regeling. Dat is niet de bedoeling, dus dat moet worden dichtgetimmerd met een goede definitie van “weeswerk”. Maar wanneer is iets een weeswerk? Hoe bewijs je dat je echt maximaal je best hebt gedaan die auteurs te vinden?

Arnoud

Foto maken? Kom maar op met die auteursrechten

Een lezer wees me op een discussie op Flickr over een copyright release form dat de band Mars Volta fotografen onder de neus schuift die vragen of ze bij optredens mogen komen fotograferen. Het is een van de eenzijdigste en meest botte overeenkomsten die ik heb gezien. (Ze krijgen trouwens geen link omdat hun site ongevraagd herrie maakt als je die opent.)

Zo mag je de foto’s die je maakt, hooguit een jaar lang exploiteren. Daarna moet je opnieuw toestemming vragen. Logisch ook, want de band wil graag alle auteurs- en andere rechten hebben op de foto’s die je maakt – inclusief de rechten voor op Mars:

2. I hereby acknowledge that you shall own all rights in the Photos, including the copyrights therein and thereto, and accordingly, I hereby grant, transfer, convey and assign to you all right, title and interest throughout the universe in perpetuity, including, without limitation, the copyright (and all renewals and extensions thereof), in and to the Photos.

Je morele rechten moet je ook afstaan, wat overigens maar beperkt kan. Zo kun je afstand doen van je recht op naamsvermelding of het recht je te verzetten tegen wijzigingen van het werk, maar niet van het recht om tegen verminkingen van je werk op te treden. De clausule houdt daar geen rekening mee en zegt kortweg:

4. I hereby waive all rights of droit moral or “moral right of authors” or any similar rights or principles of law which I may now have or later have in the Photos.

Deze clausule is dus te kort door de bocht en kan door de rechter nietig worden verklaard.

Hoewel? Men vindt eigenlijk dat dit onder Amerikaans recht zou moeten vallen, en daar doen ze helemaal niet aan morele rechten (wat op zichzelf in strijd met Berne is maar dat is weer een hele andere discussie). Want:

5. This Certificate contains the entire understanding of the parties and will be governed by the laws of California in the United States of America applicable to contracts entered into in California in the United States of America.

Of dat opgaat, betwijfel ik. Je kunt een rechtskeuze in een contract opnemen, maar er zal toch wel enige band moeten zijn tussen het gekozen land en het onderwerp van het contract (of de partijen). Als het gaat om een optreden in Nederland, zou ik niet weten waarom Amerikaans recht van toepassing zou moeten/mogen/kunnen zijn.

Maar goed, even afgezien van deze veel te botte formuleringen: kan dit? Ja, dit kan. Het is een overeenkomst tussen twee zakelijke partijen, en in die gevallen hebben de partijen vrijwel onbeperkte contractsvrijheid. Dus als de band dit wil, dan mag ze dat eisen. Wil de fotograaf daar niet mee akkoord gaan, dan heeft hij pech en mag hij geen foto’s komen maken. Want als een optreden op prive-terrein plaatsvindt, dan mag je niet fotograferen als de organisatie dat niet wil.

In de discussie bij Flickr nog een prachtige opmerking:

“Given the jumping up and down by musicians when it comes to protecting their rights & right to earn a decent living, it seems astonishingly hypocritical that their agents (publicists, etc) are basically bullying others in creative industries to sign away their own rights.”

Hoewel dat natuurlijk niet zo hypocriet is als het lijkt: het is dezelfde club (de agents/managers) die alle rechten wil controleren ongeacht wat de creatievelingen daaraan hebben. Ouderwetse hebberigheid dus.

Afijn, dan maar een andere band fotograferen die niet zo moeilijk doet.

Arnoud

Het nut van garantie bijkopen

garantiebewijs.pngWie een product koopt, mag verwachten dat dit bepaalde eigenschappen bezit. Dat heet de conformiteitseis: het product moet conform de redelijke gewekte verwachtingen zijn van de koper. Wat die verwachtingen precies zijn, is lastig te zeggen. Een auto kopen bij de dealer is wat anders dan een auto kopen bij een sloperij. Maar wat wel eenvoudig te zeggen is, is dat àls het product niet conform de verwachtingen is, de winkelier moet zorgen voor kosteloos herstel of vervanging.

Veel winkels bieden de mogelijkheid om garantie bij te kopen, met de belofte dat als je dat doet, je tot soms 3 jaar lang kosteloze reparatie of vervanging van je product krijgt. Maar wat is het nut van die belofte als de inhoud precies is waar je wettelijk gezien recht op hebt? Niet veel, zou ik zeggen.

Een belangrijk voordeel van garanties is dat ze de bewijslast omkeren. De winkelier moet aantonen dat een schade buiten de garantie valt, anders wordt deze geacht onderdeel van de garantie te zijn. Je koopt de discussie over conformiteit in feite af. Met garantiebewijs gaan ze meteen aan de slag, maar kom je met het wetboek in de hand dan ben je een paar uur bezig en dan nog kun je nul op het rekest krijgen. “Dat staat dan misschien in de wet maar het is niet ons beleid meneer” heet het dan. En wat doe je dan?

Sommige winkeliers of fabrikanten gaan verder dan wettelijk nodig is. Zo heb ik een laptoptas van Victorinix met “levenslange garantie”. Dat wil zeggen dat ik bij elke beschadiging gratis een reparatie of zelfs een nieuwe tas krijg. Ook wanneer de schade in feite mijn fout is (een te zware belasting deed de draagriem afbreken).

Er zijn echter ook garanties die minder bieden dan waar je wettelijk recht op hebt. Men belooft “1 jaar gratis reparatie” en weigert na dat jaar iedere vorm van medewerking omdat “de garantie verlopen is”. Dat is gewoon keihard verboden. Zolang het product nog in de economische levensduur zit, dient de winkelier het kosteloos te herstellen of een nieuw product te leveren.

Een leuke: als je betaalt voor garantie maar die blijkt minder op te leveren dan waar je wettelijk recht op hebt, waar sta je dan?

Een leuke redenering hierover vond ik in nr. 57 van de juridische reeks Bijzondere overeenkomsten. Zij stellen dat een garantie vernietigbaar is wanneer deze beperkter blijkt dan de wettelijke garantie. De wettelijke regels rond conformiteit zijn van dwingend recht, en een contractsbepaling die daar tegenin gaat, is dan simpelweg niet geldig. En dat betekent dat je je geld terug kunt vragen, want je hebt dan betaald voor een nietige prestatie. Dat wordt helemaal leuk op zaterdagmiddag bij de servicedesk: ik wil graag mijn geld terug voor het garantiebewijs want ik had er niets aan.

Arnoud

Eigendom van een weblog, volgens de CAO

labor-werk-werknemer-arbeid-arbeidsovereenkomst.pngVan wie is deze blog eigenlijk, vroeg biblioblogger Gerard Bierens zich afgelopen week af. Hij was bij een seminar geweest waar was verkondigd dat “alle materiaal wat door de medewerkers geproduceerd wordt, of dat nu gebeurt onder werktijd of op de camping” eigendom zou worden van de HBO-instelling waar men werkzaam was. Dit zou zo in de HBO-CAO (Sinterklaastip: dat rijmt) vermeld staan. Dus kan een in vrije tijd onderhouden weblog dan toch ineens van de onderwijsinstelling zijn?

De tekst van de CAO (zipfile) vermeldt hierover

Artikel E-7 Auteursrechten en industriële eigendom<br/> De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit
  • het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet,
  • het uitvinden van een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze in de zin van de Rijksoctrooiwet of
  • het kweken of winnen van een ras waarop een kwekersrecht kan worden gevestigd als bedoeld in de Zaaizaad- en Plantgoedwet
komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen, uitvinden, kweken of winnen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de werkgever.

Dit lijkt sterk op de regels die al in artikel 7 van de Auteurswet zelf staan, namelijk dat

Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.

De vraag wanneer nu sprake is van “het vervaardigen van bepaalde werken”, is een lastige. Er zijn twee makkelijke situaties: (1) het behoort tot je taakomschrijving dat je die werken zult maken, en (2) je krijgt een specifieke opdracht om die werken te maken. Maar hier is de situatie niet zo makkelijk: er is geen opdracht gegeven om te bloggen, er staat niets in het arbeidscontract over bloggen maar de blog heeft wel enige binding met het werk. En misschien wordt er wel eens geblogd onder werktijd. Dat geeft een groot grijs gebied.

Het is dan verstandig om aanvullende afspraken te maken. Dat kan individueel (als bijlage bij je arbeidsovereenkomst) maar ook collectief. Het is dus op zich rechtsgeldig om in een CAO te bepalen waar de auteursrechten komen te liggen. Echter, het criterium “ten behoeve van de werkgever” is wel erg breed, breder dan wat de Auteurswet zelf bepaalt in ieder geval. Alles dat positief afstraalt op de werkgever kan wel ten diens behoeve zijn.

In februari hadden we een vergelijkbare discussie over de TU/e, waarin mij verweten werd “alleen maar vanuit de student” te redeneren bij de vraag of de TU/e auteursrechten van studenten kan opeisen bij het inschrijvingsformulier. Immers -en ik citeer Alfons Laudy van Octrooicentrum Nederland: “Voor de universiteiten is van belang dat het onderwijs hanteerbaar blijft. En dat komt bij projectonderwijs onder druk te staan als de rechten van (deel)uitvindingen bij studenten liggen.”

Door alle rechten bij de instelling te leggen, blijft het inderdaad allemaal zeer hanteerbaar voor die instelling. Maar een zo algemene regel doet geen recht aan de situatie van vandaag waarin werknemers en studenten steeds meer werken zelf publiceren naast hun dienstverband. Het is eenvoudigweg niet meer redelijk om als instelling of werkgever alles toe te eigenen (met hooguit “er kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt” want de bureaucratie is daar niet op ingesteld en de onderhandelingspositie van de werknemer te zwak). Een regeling zoals deze HBO-CAO verdient een expliciete uitzondering voor bloggen en andere duidelijk eigen activiteiten.

Arnoud

“Roken schaadt de garantie”

sigaret-apple-appel.pngApple trekt de betaalde garantie voor Macs in als blijkt dat er in de buurt van de computer is gerookt, want reparatie is volgens Apple dan te ongezond, zo stond op Webwereld. Amerikaanse site Consumerist had een aantal klachten verzameld van rokende Macgebruikers die hun reparatie geweigerd zagen:

Did you know, that smoking isn’t good for your computer, either? It’s true, at least according to Apple. Two readers in different parts of the country claim that their Applecare warranties were voided due to secondhand smoke. Both readers appealed their cases up to the office of God Steve Jobs himself. Both lost.

Kan dat zomaar? Ik denk dat je van een iPhone mag verwachten dat deze ook werkt als de gebruiker een roker is. Het zou dus tegen de conformiteitseis zijn als een apparaat daardoor stukgaat. Oftewel Apple moet dan gratis repareren of vervangen.

Maar het lijkt erop dat het argument niet zozeer is dat het apparaat niet tegen rook kan: het is de reparateur die niet tegen rook kan. Of beter gezegd, Apple wenst haar reparateurs te beschermen tegen meeroken en wil ze dus niet verplichten een naar rook stinkend apparaat te repareren.

Natuurlijk is het zo dat je als werkgever een veilige omgeving moet creëren voor je werknemers, en ook meer algemeen ervoor moet zorgen dat je werknemers niet nodeloos in gevaar moeten komen. In Nederland hebben we ook nog artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet, dat eist dat werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. Op grond daarvan zou je kunnen eisen dat de reparatieruimte vrij blijft van naar rook stinkende apparatuur van klanten. Maar is dat altijd redelijk?

Ik heb de Voedsel- en Warenautoriteit gevraagd hoe dit zit: kun je als werkgever iemand verplichten om met sigarettenrook in aanmerking te komen? Op het gebied van computers schoonmaken is daarover niets bekend, maar het probleem is in het algemeen wel bekend. Veel cafés hebben namelijk een rookruimte, en ook die moet schoongemaakt worden. Zo las ik in het Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten deze passage over rookruimten:

Niet-rokers hoeven deze ruimten in beginsel niet te betreden. Dit neemt niet weg dat er ook mensen zijn die in de rookruimten werkzaamheden moeten verrichten. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan schoonmaak- en onderhoudspersoneel. Ook wanneer zij hun schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden verrichten wanneer er niet wordt gerookt in de rookruimten, dan nog zal er sprake zijn van blootstelling aan tabaksrook.

De werkgever kan een schoonmaker wel degelijk verplichten om de rookruimte te reinigen. Wel dient de werkgever dan alle mogelijke maatregelen te nemen om hinder en overlast te beperken. Bijvoorbeeld dat de werknemer de rookruimte betreedt na openingsuren of als er niet wordt gerookt.

Naar analogie lijkt het me dan ook dat je als reparateur kunt worden verplicht een naar rook stinkende computer schoon te maken. Wel denk ik dat je dan kunt eisen dat er een afdoende afzuiging wordt geplaatst, of dat je buiten mag werken. Of wat je maar kunt doen om die sigarettenstank te vermijden.

Arnoud<br/> Foto afkomstig van Consumerist.

OPTA: Afknijpen internet is reden voor opzeggen contract

Enige tijd geleden werd bekend dat internetprovider UPC haar klanten nog wel eens ‘afkneep’, de internetsnelheid sterk terugbracht als klanten te veel downloaden. De telecomtoezichthouder heeft dit onderzocht en publiceerde gisteren haar oordeel: dit is een contractswijziging, en klanten hebben het recht om dan op te zeggen. Alleen nu niet, want UPC heeft het heel snel weer ongedaan gemaakt.

OPTA baseert haar oordeel op artikel 7.2 Telecommunicatiewet, dat bepaalt dat een consument het recht heeft om bij een wijziging van het contract door de provider het contract op te mogen zeggen. Hoewel de tekst van het artikel alleen spreekt van ‘wijziging’, moet het wel gaan om een voor de consument nadelige wijziging.

Volgens OPTA is afknijpen zo’n nadelige wijziging:

Het college oordeelt dat een structurele beperking van de internetsnelheid bij het gebruik van bepaalde diensten in zijn algemeenheid een wijziging van een beding in de overeenkomst is, die niet aantoonbaar in het voordeel van de abonnee is. De vraag of het een wijziging van een schriftelijk of niet-schriftelijk overeengekomen beding betreft, doet daarbij niet ter zake.

In dit geval ziet men het knijpen door de vingers, meldt Webwereld, omdat UPC “de wijziging zeer snel ongedaan heeft gemaakt”. Het oeps-sorry-overactieve-stagiair excuus dus.

Mooi om te weten dat ik van mijn UPC-abonnement af kan als ze dit nog eens doen.

Arnoud

Een rode kaart voor de algemene voorwaarden

Tijd voor weer eentje in de categorie “maffe algemene voorwaarden”. Een lezer tipte me over de gebruikersvoorwaarden (sic) van Voetbal.nl. Daarin staat onder andere dit:

9. WIJZIGEN VAN GEBRUIKSVOORWAARDEN Voetbalmedia behoudt zich het recht voor iets weg te halen uit, toe te voegen aan of te wijzigen in de gebruiksvoorwaarden. Iedere verandering is direct van kracht en dus rechtsgeldig. Wanneer u de site blijft gebruiken, gaat u akkoord met eventuele veranderingen. Het is uw verantwoordelijkheid om iedere keer dat u de website bezoekt, de gebruiksvoorwaarden te raadplegen, zodat u op de hoogte blijft van eventuele wijzigingen. Voetbalmedia behoudt zich te allen tijde het recht voor om tijdelijk of permanent de inhoud van de website te wijzigen, iets toe te voegen, iets stop te zetten op deze website, zonder aankondiging of aansprakelijkheid.

Op zich heeft elke website wel iets dergelijks in haar gebruiksvoorwaarden staan. Die voorwaarden zijn bedoeld voor de lange termijn, en dan is het op zich redelijk dat de aanbieder van de dienst (want dat is een website, juridisch gezien) de voorwaarden van tijd tot tijd mag herzien.

Hier wordt echter wel heel erg eenzijdig dit recht opgeëist. En op deze manier is het niet rechtsgeldig, omdat het in strijd is met de zogeheten grijze lijst van “vermoedelijk onredelijk bezwarende bepalingen” uit algemene voorwaarden. Op die lijst staat namelijk (sub c):

Vermoedelijk onredelijk bezwarend is een beding dat de gebruiker de bevoegdheid verleent een prestatie te verschaffen die wezenlijk van de toegezegde prestatie afwijkt, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden.

Dit veranderbeding biedt de gebruiker, de site Voetbal.nl dus, de mogelijkheid om op elk moment een geheel andere dienst te leveren. Echter, de wederpartij mag dan niet zomaar opzeggen. Daarmee valt het beding onder dit lid C. Het is dus vermoedelijk onredelijk, wat wil zeggen dat Voetbal.nl zal moeten aantonen dat zij echt niet anders kan dan het op deze manier doorvoeren. Lukt dat niet, dan kan het beding worden doorgehaald.

Ik zou niet weten hoe ze dat gaan doen. Het is volstrekt triviaal om die tenzij-zin erbij te zetten en een redelijke termijn in te voeren waarbinnen de voorwaarden zullen worden ingevoerd. Kondig de wijziging op de homepage aan, stuur geregistreerde leden een berichtje en bied ze dertig dagen om akkoord te gaan of op te zeggen.

Ik zie ook geen enkele reden om zonder waarschuwing en op elk moment de voorwaarden te moeten aanpassen. Wat is er zo dringend dat het geen paar weken kan wachten?

Arnoud