Discriminatie op datingsites

Een lezer mailde me over een datingsite waar hij als man voor allerlei diensten moest betalen, terwijl vrouwen van zowat alle mogelijkheden gratis gebruik van konden maken. Is dat niet verboden discriminatie?

Discriminatie, oftewel ongeoorloofd onderscheid maken, is inderdaad verboden. Hoe het precies zit, blijkt uit de Algemene wet gelijke behandeling. Artikel 7 van deze wet verbiedt het maken van onderscheid bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten. Een datingsite levert een dienst en valt dus onder dit artikel.

“Onderscheid” valt dan weer uiteen in direct en indirect onderscheid. Bij direct onderscheid wordt het criterium (hier: man of vrouw) zelf gebruikt voor het onderscheid. Bij indirect onderscheid wordt een ander criterium gebruikt dat indirect toch tot onderscheid tussen mannen en vrouwen leidt. Zo zou een eis om een stropdas te dragen indirect onderscheid op geslacht kunnen opleveren, omdat vrouwen die meestal niet dragen.

Hier is sprake van direct onderscheid, er wordt keihard gekeken naar het geslacht en op basis van alleen dat gegeven wordt de dienstverlening aangepast. Maar dat is soms toegestaan. In artikel 2 lid 3 van de Awgb een uitzondering staat voor “positieve discriminatie”:

Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet, indien het onderscheid een specifieke maatregel betreft die tot doel heeft vrouwen of personen behorende tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep een bevoorrechte positie toe te kennen ten einde feitelijke nadelen verband houdende met de gronden ras of geslacht op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat tot dat doel.

Het feitelijk nadeel zit hem hier in het punt dat vrouwen op datingsites vaak sterk in de minderheid zijn. De site wil dus graag vrouwen aanmoedigen om lid te worden, en dat is op zich een legitiem doel. Verder blijkt dat vrouwen ook wel een basistarief moeten betalen, dus helemaal gratis is het niet. Ik denk dus wel dat dit toegestaan is.

Arnoud

Do travel sites use cookies to dupe you into paying more?

Een lezer wees me op een opvallende observatie van prijzen op vliegwebsites (websites voor vliegtickets dus, grapjassen). Deze blijken door middel van cookies na te gaan of iemand een nieuwe bezoeker is of een vaste klant. In het laatste geval krijgt hij een hogere prijs voorgeschoteld.

Mag dat zomaar? Ja, dat mag zomaar.

Er is geen wet die eist dat je iedereen dezelfde prijs voorschotelt. Bij ieder aanbod mag je als aanbieder zelf weten welke prijs en welke voorwaarden je hanteert. Je mag zelfs bepaalde personen weigeren een contract aan te bieden. Dat laatste dan weer niet op verboden gronden zoals ras, geslacht of seksuele voorkeur maar dat is echt de uitzondering.

Of het slim is, is een andere vraag. Het komt altijd uit wanneer je het op internet gaat doen, want er zijn altijd mensen met tijd over die even kijken wat er gebeurt als ze uitloggen en nog een keer langskomen.

Maar als het lukt en de klant betaalt de hoge prijs, dan is dat mooi voor de winkelier. En nee, de klant kan geen claim indienen op het prijsverschil, net zo min als hij aanspraak kan maken op de aanbiedingsprijs die 1 dag na zijn aanschaf ingaat. (Ik heb als student op zaterdag bij de HEMA gewerkt, en ik ken alle smoezen – van zowel winkelier als klant – op dit punt.)

Arnoud

Verbeterde leesbaarheid van EULAs

eula-ridge-trail-bordje-sign-flickr-oregon-brandon.jpgAfgelopen weekend beklaagde Willem Kossen zich over de (on)leesbaarheid van de EULA. Nou erger ik me ook regelmatig aan rare passages, maar zijn insteek is toch net even anders:

Eula’s often contain a lot of legal jargon, which usually is gibberish to ordinary human beings. The question is, do they have to be this difficult to read?

Natuurlijk hoeft dat niet, dus waarom gebeurt het toch? Ik geloof er niets van dat juridische teksten moeilijk leesbaar moeten zijn. Mijn theorie daarover is dat mensen die EULAs schrijven geen feedback krijgen zoals ze dat bij ‘echte’ contracten wel krijgen. Als je een onbegrijpelijke exoneratie schrijft in een duur contract, zal de tegenpartij daar wat van zeggen en dan wordt het aangepast. Of op zijn minst verduidelijkt. Maar een EULA wordt door niemand beoordeeld voordat ‘ie online (of in het product) gaat, dus daar blijven de onbegrijpelijke items gewoon staan.

Willem wijst op een aantal formules waarmee de leesbaarheid van teksten automatisch berekend kan worden. Die gaan uit van de Flesch Reading Ease test voor leesbaarheid. Deze test is kort gezegd gebaseerd op het aantal woorden per zin en het aantal lettergrepen per woord. Op basis van een aantal taalafhankelijke constanten komt er dan een getal uit dat de leesbaarheid representeert.

Er zijn diverse tools die dit voor de Engelse taal doen, maar voor Nederlands kan ik er geen vinden. Ik vond wel de constanten voor Nederlands, zodat in ieder geval in theorie de leesbaarheid van een Nederlandse tekst berekend kan worden. En wel als volgt:

fleisch-bouma-formule.gif

De leesbaarheid G wordt vervolgens gegeven door deze tabel:

Leesbaarheid G Stijl Overeenkomstige schoolopleiding
90 – 100 zeer gemakkelijk groep 6
80 – 90 gemakkelijk groep 7
70 – 80 vrij gemakkelijk groep 8
60 – 70 standaard vbo
50 – 60 vrij moeilijk MAVO, onderbouw HAVO/VWO
30 – 50 moeilijk bovenbouw HAVO/VWO
0 – 30 zeer moeilijk universiteit

Is er iemand met Perl- of andere relevante ervaring die deze formule in een script kan gooien en hieronder wil posten? Ik zit met name aan te hikken tegen hoe je een Nederlands woord in lettergrepen opsplitst, daar lijkt niet echt een standaardbibliotheek voor te zijn.

Arnoud<br/> Foto: Oregon Brandon, Flickr

Prive-internetgebruik geen reden voor ontslag

Niet-werkgerelateerd internetgebruik tijdens werktijd is op zichzelf geen reden voor ontslag, zeker als er een goede reden is voor dat internetgebruik en het werk er niet onder lijdt. Dat is kort gezegd het vonnis van de kantonrechter in Maastricht over een arbeidsconflict waarbij de werkgever van een werknemer afwilde omdat deze naar zijn smaak te veel internette.

De werkgever had op zich aan alle eisen voldaan: de regels over internet waren duidelijk geformuleerd en aan medewerkers gecommuniceerd. (En die regels lieten ruimte voor privé-gebruik van internet in perioden van inactiviteit.) Er waren vermoedens dat er “veelvuldig” privé werd geinternet, waarna een onderzoekje werd gestart om te achterhalen hoe veel dat nu eigenlijk was. Op basis daarvan kreeg de werknemer een gesprek, waarin hij te horen kreeg dat men per direct van hem afwilde.

De bewijslast bleek nogal mager: er was alleen een lijst met bezochte sites, maar geen informatie over wanneer en hoe vaak die sites zijn bezocht, en of het dan ging om werkelijk bezoek of bv. automatische refreshes (denk aan de Nu.nl homepage die dat elk kwartier doet). Verder was het nogal raar dat er geen waarschuwing werd gegeven maar direct op ontslag werd aangestuurd.

En -voor mij- het belangrijkste: de werknemer had een goede reden voor dit privegebruik van internet. Hij was immers op zoek naar informatie voor zijn autistisch kind en wilde ook contact met het thuisfront houden.

Uit het vonnis:

De kantonrechter stelt voorts vast dat het internetgebruik kennelijk geen enkele invloed heeft gehad op verweerders functioneren. Desgevraagd heeft verzoekster ter zitting medegedeeld dat op verweerders functioneren niets aan te merken valt. De kantonrechter is van oordeel dat in onderhavig geval een ernstige waarschuwing meer op zijn plaats zou zijn geweest dan het direct afstevenen op beëindiging van de arbeidsverhoudingen.

Het vonnis lezend krijg ik sterk het vermoeden dat hier (veel) meer achter zit dan alleen een vermoeden van excessief internetgebruik. Erg jammer dat dan er met de haren bijgesleept wordt om een ontslag te forceren. Want hoewel het ontslag werd afgewezen, zal het echt geen prettige werksfeer meer zijn daar.

Arnoud

Intrekken van Creative Commons, kan dat?

Bij Wikipedia vond ik een discussie over het kunnen intrekken van een Creative Commonslicentie. De aanleiding was zo te lezen dat iemand zijn CC-foto ergens op zag duiken zonder de verplichte naamsvermelding erbij. Daar wilde hij actie tegen ondernemen, maar heeft dat veel nut als de foto als Creative Commons online staat? De inbreukmaker kan immers achter zijn rug om snel de naam erbij zetten en dan heel onschuldig kijken.

Een oplossing kan zijn gauw je foto overal verwijderen (of in ieder geval de Creative Commonslicentievermelding weghalen) en dan pas gaan klagen. Het juridische idee hierachter is namelijk dat de Creative Commonslicentievermelding (Creativecommonslicentievermelding? Creative-Commonslicentievermelding? Argh.) een aanbod is. Als je dat aanbod intrekt voordat de wederpartij het heeft kunnen aanvaarden, dan is het niet meer geldig.

Ene Wimmel vat mij samen:

[A]ls ik een aanbod doe een afbeelding aan jouw te licenseren onder bijvoorbeeld CC-BY, kan ik dat aanbod intrekken zolang jij dat nog niet hebt aanvaard. Heb je het wel aanvaard (en gebruik je die afbeelding dus onder de CC-BY voorwaarden), kan ik dat niet intrekken. Als een afbeelding op wikipedia zelf gebruikt wordt, kan ik dat dus ook niet stoppen. Maar wel verdere verspreiding voorkomen, waardoor het niet meer aan de doelstellingen van wikipedia voldoet.

Op zich klopt dat helemaal. Er is echter één angel hier: wat gebeurt er als iemand de foto plus de Creativecommons-licentievermelding (argh) van een derde ontvangt en dan mijn aanbod aanvaardt, terwijl ik net bezig ben overal die vermeldingen te verwijderen? Dan zit ik er toch gewoon aan vast, lijkt me zo. Ik heb het aanbod gedaan, en iemand die dat aanbod aanvaardt, mag de foto verspreiden. In mijn licentie staat dat die iemand dan alle ontvangers erop moet wijzen dat de Creative Commons-licentievermelding (argh) van toepassing is. Daarmee nemen al die ontvangers ook kennis van mijn aanbod.

Oftewel: ik kan mijn aanbod wel willen intrekken, maar zolang er ook nog maar één kopie ergens legaal online staat, is het altijd mogelijk de creativeCommonsLicentieVermelding (ARGH) alsnog te aanvaarden. Ik kan van een licentienemer niet verlangen dat hij de foto offline haalt, of dat hij die ARGH intrekt. Ik kan het vriendelijk vragen maar hij is niet verplicht mee te werken zolang hij zich netjes aan de voorwaarden uit de ARGH houdt.

En noodzakelijk gevolg van dat netjes de voorwaarden naleven is dat anderen mijn aanbod te zien krijgen en het daarmee kunnen aanvaarden. Ik krijg dus nooit meer de kans om tijdig aan hen te melden dat het aanbod is ingetrokken.

Arnoud

Algemene bonte voorwaarden (gastpost)

Algemene voorwaarden zijn voorwaarden die in meerdere overeenkomsten kunnen worden opgenomen. Ze moeten voor de koop aan de wederpartij (doorgaans de klant) worden overhandigd en van toepassing worden verklaard op de overeenkomst. Ondernemers hebben tal van redenen om algemene voorwaarden te hanteren. Op deze manier kunnen ze in één keer veel voorkomende voorwaarden goed regelen en hun rechtspositie verstevigen (lees: in uw nadeel afwijken van regelend recht). Plus, ze gelden ook als de klant ze niet gelezen heeft. De gebruiker van de algemene voorwaarden hoeft ze alleen te geven en van toepassing te verklaren op de overeenkomst.

Menig winkelier ontpopt zich dan ook als een moderne Robin Hood en hanteert een of meerdere onredelijk bezwarende voorwaarden. Maar wanneer is een voorwaarde onredelijk bezwarend? Het antwoord op deze vraag is niet eenduidig te geven. Allereerst: wanneer een beding tegen dwingend recht in gaat, d.w.z. wanneer de winkelier niet van een bepaald wetsartikel mag afwijken of niet aan de voorwaarden voldoet om daar van af te wijken. Ten tweede kunnen consumenten en kleine ondernemers een beroep doen op een dwingende zwarte en grijze lijst van bedingen die respectievelijk ten alle tijden onredelijk bezwarend zijn of vermoed worden onredelijk bezwarend te zijn. Tot slot zijn dat die bedingen waarvan de rechter oordeelt dat ze onredelijk bezwarend zijn. Volgens de Kamer van Koophandel gebeurt dit op grond van de volgende vier criteria:

  • de aard en de overige inhoud van de overeenkomst;
  • de wijze waarop de voorwaarden tot stand gekomen zijn;
  • de wederzijdse belangen van partijen (voor zover van elkaar bekend) en
  • de overige omstandigheden van het geval.
De Robin Hoods onder de winkelier hanteren o.a. bedingen waarbij de wederpartij:
  • onvoorwaardelijk en voor onbepaalde tijd wordt verhinderd de door de gebruiker toegezegde prestatie op te eisen;
  • onvoorwaardelijk afstand doet van zijn bevoegdheid tot ontbinding;
  • verhinderd wordt om vergoeding te eisen voor directe (en indirecte) schade die ten gevolgen van schuld van de gebruiker is ontstaan.

Maar sommige winkelier maken het wel erg bont met het volgende beding:

Reclames ten aanzien van de bedingen in deze voorwaarden als onder meer bedoeld in het Nieuw Burgerlijk Wetboek Boek 6 titel 5 afdeling 3 artikel 233 sub a (nietigheid ten aanzien van een of meerdere bedingen op grond van het onredelijk bezwarend zijn) dienen eveneens binnen 8 (acht) dagen na kennisneming van deze voorwaarden of het tijdstip waarop daarvan redelijkerwijs kennis genoten had kunnen worden, schriftelijk en aangetekend bij X te zijn ingediend onder nauwkeurige opgave van de feiten waarop de reclames betrekking hebben. Het recht op reclame vervalt op het moment dat de overeenkomst tot stand is gekomen. Wederpartij doet afstand van het zich nadien beroepen op het onredelijk bezwarend zijn van een of meer bedingen in deze voorwaarden, voor zover de eventueel als onredelijk bezwarend gevoelde bedingen niet door de wetgever dwingend zijn voorgeschreven.

Als u dit beding tegenkomt, moeten alle alarm bellen gaan rinkelen. In begrijpbaar Nederlands staat hier namelijk “Wij hanteren onredelijke voorwaarden en die moet u maar slikken”. En daarbij maken ze allemaal dezelfde fouten. Het Burgerlijk Wetboek heet al lang niet meer het Nieuw Burgerlijk Wetboek. En artikel 6:233 BW biedt de wederpartij om de rechter te vragen dit beding te vernietigen, niet om het nietig te verklaren. Het artikel valt onder dwingend recht omdat in artikel 6:247 BW bepaald is dat hier niet van afgeweken mag worden.

Wie kent er meer van zulke bonte Robin Hoods?

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

P.S. Alles wat een begin heeft, heeft een einde. Dit is voorlopig mijn laatste column geweest. Ik heb mijn columns de afgelopen jaren met veel plezier geschreven. En ik hoop dat jullie er eveneens van genoten hebben, net zoals ik genoten heb van de columns van Branko Collin en het kijkje in de keuken van mr. A.H. (Bert) Staring. Tot slot wilde ik Arnoud bedanken voor zijn redactionele vaardigheden achter de schermen.

Wat moet ik onderzoeken als ik iets koop?

jeans-spijkerbroek.pngEen lezer vroeg me:

Laatst kocht ik een broek, gewoon in de winkel in de stad. Hij bleek heel makkelijk te scheuren, dus ik ben teruggegaan om te klagen over de nonconformiteit. Maar nu zegt de winkel dat ze hem niet hoeven terug te nemen omdat ik mijzelf vooraf niet voldoende heb “geinformeerd” over de stevigheid. Is dat zo? Heb ik een plicht om dat soort dingen te controleren?

Inderdaad, er is zoiets als een ‘onderzoeksplicht’: je moet als koper bepaalde dingen onderzoeken. Bij kleren bijvoorbeeld of het wel de goede maat is en wat je van de kleur vindt. Je kunt dus niet zomaar achteraf zeggen “ach het is de verkeerde maat, geef maar een andere”.

De vraag is altijd wat je nu precies moet onderzoeken en wat niet. Daar zijn een paar vuistregels voor.

Allereerst is er de regel dat je niet hoeft te onderzoeken wat voor zich spreekt. Koop je bij een kledingzaak een broek, dan mag je verwachten dat die geschikt is om aan te doen en mee rond te lopen (en op mee te gaan zitten natuurlijk). Koop je bij een stoffenzaak een lap op een rol, dan moet je wel even navraag doen of je daar een broek van kunt maken.

Een andere regel is: als de winkelier iets zegt, hoef jij dat niet meer te onderzoeken. Zegt hij “dit is maat 34”, dan hoef jij het labeltje niet meer te controleren, ook niet als de broek eruit ziet als een maat 48.

Een variant daarop is dat als de winkelier iets niet zegt maar hij dat wel had moeten doen, hij jou niet kan verwijten dat je het niet hebt onderzocht. Anders zegt: spreekplicht gaat voor onderzoeksplicht. Weet de winkel dat die stof snel verbleekt, dan moet hij dat zeggen. Doet hij dat niet, dan kan hij omruilen niet weigeren met het argument “je had toch even kunnen vragen over de kleurvastheid”.

En natuurlijk kan op basis van de welbekende ‘omstandigheden van het geval’ alles anders komen te liggen. Wil jij iets bijzonders met die broek (bv. chemische stoffen in plastic bakjes rondsjouwen) dan moet jij vragen of dat wel kan (“gaat zoutzuur hier meteen doorheen?”).

Praktisch gezien loont het vaak de moeite om zo veel mogelijk te vragen, hoewel lang niet iedere verkoper (m/v) daar het antwoord op zal weten. Maar dat is voor risico van de winkel.

Bij webwinkels is de mogelijkheid tot vragen stellen een stuk beperkter, daarom is er ook een herroepingsrecht van zeven werkdagen. In die periode kun je de broek dus uitproberen en er zelf achterkomen dat hij snel verbleekt bijvoorbeeld. Maar dat geldt niet voor alles: je mag niet uitproberen of de broek bestand is tegen zoutzuur.

Arnoud

Nokia doet een Otto?

nokia-n900-aanbieding.pngVia GoT vond ik een N900 in de shop van Nokia met wel een hele mooie aanbieding: drie Bluetooth koptelefoons, een bluetooth luidspreker en een 16GB geheugenkaartje. Dit alles heeft een waarde van zo’n 500 euro, en de telefoon zelf is al 600 euro waard. De prijs: 599 euro all-in.

Update: (13:08) een lezer mailde me deze screenshot van de website:

nokia-n900-in-de-verpakking.png

Te mooi om waar te zijn? Dat dachten er meer inderdaad. En de vergelijking met de Otto-“aanbieding” van een LCD TV voor 99 euro is dan snel gemaakt. In die zaak werd in hoger beroep bepaald dat je niet zomaar mag vertrouwen op al te mooi klinkende aanbiedingen op webshops. Een belangrijke reden daarbij was dat mensen niet even de moeite namen om na te vragen of die prijs wel klopte.

Hier werd wel degelijk navraag gedaan. En Nokia gaf nog antwoord ook:

Deze informatie klopt inderdaad maar is enkel van toepassing op de toestellen die via onze online shop worden aangekocht.

En later:

Deze actie is tijdelijk en enkel voor aankoop via de online shop. De inhoud klopt wel degelijk.

Dus tsja, wat moet je dan als tweaker-consument? Als de wiedeweerga bestellen natuurlijk.

Maar een paar dagen later veranderde Nokia ineens van insteek:

Wij zijn net op de hoogte gebracht dat de informatie op die op onze website stond niet correct was. Indien u het verkoopspakket van de N900 toch al zou aangekocht hebben dan kan u erop rekenen dat u het toestel kan terugsturen en u het volledige bedrag teruggestort zal krijgen. Wij willen onze excuses aanbieden voor deze vergissing.

Oftewel, “oeps foutje hier is uw geld terug”.

Maar zo werkt dat niet. Koop is koop, en Nokia zit hier gewoon aan vast.

Het mag dan ongetwijfeld een foutje zijn geweest, maar als je eigen medewerkers tegenover klanten bevestigen dat “de inhoud wel degelijk klopt” dan komen de gevolgen van dat foutje toch echt voor rekening van het bedrijf. Daar kunnen honderd disclaimers of verkoopvoorwaarden niets aan veranderen.

Welke Tweaker heeft zin om naar de kantonrechter te gaan hierover? Ik ga graag mee.

Arnoud

Hoe bescherm ik mijn idee tegen mijn programmeur?

Een lezer vroeg me:

Al een tijd werk ik aan een internetspel. Het concept is uniek en de uitwerking heb ik in de vorm van schetsen en een draaiboek. Maar nu moet de site worden gebouwd, en daar heb ik een designer/programmeur voor nodig. Alleen: ik ben bang dat die er vandoor gaan met mijn idee. Hoe kan ik dit spel nu vastleggen zodat dit niet mogelijk is?

Een idee, zoals een spelconcept, is moeilijk te beschermen. Hoe verder het is uitgewerkt, hoe meer bescherming mogelijk is. In dit geval is er een duidelijke uitwerking: schetsen van het spelverloop en een draaiboek met spelregels en andere concrete zaken. Dat is waarschijnlijk wel genoeg om auteursrecht te kunnen claimen op het spel. En daarmee kan de vraagsteller anderen verbieden het idee te kopiëren.

Of beter gezegd, verbieden zijn uitwerking te kopiëren. Want als die ander het idee achter dat spel neemt en daar zijn eigen draaiboek bij maakt, is dat geen inbreuk op het auteursrecht. Ideeën zijn vrij, ook als je het idee tegenkwam in een auteursrechtelijk beschermd werk. Wel moet je als overnemer natuurlijk uitkijken dat je werkelijk het idee en niet de uitwerking overneemt.

Als je iemand inhuurt om werk voor de realisatie van het spel te doen, is er meer mogelijk. Je kunt dan in het contract vastleggen dat hij geheimhouding over het spelconcept zal betrachten, dat de realisatie jouw eigendom wordt en bovendien dat hij geen concurrerende spellen zal ontwikkelen gedurende een zekere periode. Natuurlijk is de andere partij vrij om die eisen af te wijzen, maar dan krijgt hij de opdracht niet. En tekent hij wel, dan zit hij er aan vast.

Arnoud

Opzegtermijn van een dienstverlening op afstand (2)

Een lezer had via internet een telefonieabonnement afgesloten, maar na het lezen van de bevestigingsbrief wilde hij er toch maar weer vanaf. Geen punt zou je zeggen, bij diensten op afstand kun je binnen zeven werkdagen opzeggen immers. Dat deed de lezer dan ook, maar het bedrijf accepteerde dit niet:

De wettelijke herroepingstermijn is zeven werkdagen vanaf de dag dat u de overeenkomst sloot, oftewel de dag dat u op “Bestellen” klikte op onze website. U bent daar zeker een week overheen, dus u kunt hier geen gebruik meer van maken.

De klacht dat hij de brief pas na die zeven werkdagen in huis had gekregen, mocht niet baten. Volgens de wet is het zeven werkdagen na klikken op “bestellen”, en wanneer de brief komt maakt niet uit. Aldus het bedrijf.

Nou, dat is dus fout.

In art. 7:46i BW staat: “[bij een dienst op afstand] lopen de in art. 46d lid 1, 1e en 2e volzin, bedoelde termijnen vanaf het sluiten van de overeenkomst”. Die twee zinnen gaan over de hoofdregel van het herroepingsrecht bij een koop op afstand: zeven werkdagen na ontvangst van het bestelde.

De hoofdregel is bij diensten dus: zeven werkdagen vanaf het sluiten van de overeenkomst. En dat zie je ook overal terug: in voorlichtingsbrochures over koop op afstand en in vonnissen (zoals deze of deze).

Maar 7:46d lid 1 kent nog een derde volzin, en die lijkt niemand ooit gelezen te hebben:

De eerste zin is van overeenkomstige toepassing vanaf de voldoening binnen de in tweede zin bedoelde termijn aan alle in art. 46c lid 2 gestelde eisen.

En deze volzin is ook van toepassing op diensten op afstand. Eén van de eisen uit art. 7:46c lid 2 BW is dat er een brief gestuurd moet worden met daarin informatie over het herroepingsrecht. Vanaf het moment van ontvangst van die brief loopt er dus ook een zevenwerkdagentermijn!

Oftewel, een dienstverlener kan het herroepingsrecht niet weigeren als iemand binnen zeven werkdagen na de bevestigingsbrief aangeeft de overeenkomst te willen annuleren.

Het zou ook wel een beetje raar zijn als verkopers wel en dienstverleners niet gestraft zouden worden voor het laat sturen van de bevestigingsbrief.

Arnoud