Het mag van mijn broer wel weer wat vager!

Familiebericht, of beter gezegd een column van mijn broer Richard over passie en concrete SMART doelstellingen.

Hoe mooi het op het eerste gezicht ook klinkt, zaken ‘concreet’ en ‘SMART’ maken zorgt ervoor dat de passie en bezieling verdwijnen. Ga maar na: in 1963 sprak dominee Martin Luther King zijn beroemde speech ‘I have a dream’ uit. Nog steeds vinden mensen dit een inspirerend betoog. King sprak over zijn droom en zette daarmee vele anderen aan hetzelfde te doen.

Wat zou er van zijn inspirerende woorden zijn overgebleven als er een manager naast hem was gaan staan die had gezegd: ‘Wacht even meneer King. Hoe groot is die droom van u? Wanneer is het doel geslaagd? Hoeveel fte’s heeft u nodig? Onder welke productgroep moet dat worden gebudgetteerd?’

Lees verder in Het mag van mij wel weer wat vager!

Vindt u ons op elkaar lijken trouwens?

Arnoud

De algemene voorwaarden van Robin Hood (gastpost)

“Zakelijke klanten zijn toch rijk”, zal de winkelier hebben gedacht die specifiek voor deze groep eindgebruikers onredelijk bezwarende voorwaarden heeft opgesteld. Deze winkelier heeft goed begrepen dat consumenten goed beschermd middels een aantal dwingende wettelijke verplichtingen. En dat die zelfde verplichtingen bij zakelijke klanten onder de noemer ‘regelend recht’ vallen en er dus van mag worden afgeweken. Deze winkelier ontpopt zich dan ook als nobele bandiet die van de rijke zakelijke klanten steelt en aan de arme consument geeft. Vanuit zijn stenen fort ligt hij samen met zijn bende werknemers op de loer tot op het moment dat hij een zakelijke klant kan strikken voor een van zijn ongunstige voorwaarden. Deze winkelier heeft daarmee wel wat weg van een moderne Robin Hood.

Zoals ik vorige keer in mijn stukje ‘Bijna goed is helemaal fout’ ook al opmerkte, hebben deze winkeliers goed in de gaten dat zij van (sommige) wetsartikelen mogen afwijken. Een moderne Robin Hood laat consumenten ongemoeid en benadeelt alleen de zakelijke klant. De opmerking waar ik de vorige keer mee begon verandert dan in zo iets als “Een zakelijke klant verliest zijn rechten als hij gebreken niet binnen zeven werkdagen na de koop heeft gemeld.”

Zoals gemeld gaat het hier om regelend recht. Daarom geef ik eerst aan hoe het allemaal werkt onder het regelend recht, dus zonder dat er afwijkende afspraken over zijn gemaakt. Later ga in op de vraag of de genoemde afwijking is toegestaan.

Onderzoeksplicht & mededelingsplicht<br/> Voor een koop, die geen consumentenkoop is, geld dat de koper het product moet onderzoeken of het product aan de overeenkomst beantwoord. De uitzondering hierop is als de verkoper bepaalde eigenschappen verzekerde of informatie, die de verkoper behoorde te kennen, niet aan de koper heeft meegedeeld. In dat geval geld net als bij een consumentenkoop dat de koper zich alleen bij de verkoper hoeft te melden nadat hij de ontdekking heeft gedaan.

“Binnen bekwame tijd na ontdekking betekent dat de koper de verkoper met spoed op de hoogte moet brengen.”, aldus de wetgever. (TK 2001-2002, 27 809, nr. 6) Wanneer de koper het product niet (volledig) hoeft te onderzoeken, zal dit doorgaans neerkomen op kortere periode dan bij een consumentenkoop het geval was geweest. De consument mag namelijk wel lanterfanten!

De Hoge Raad ontleedt, in het arrest LJN AZ7617 (HR 29 juni 2007, C06/002HR), de term bekwame tijd in een onderzoeksplicht en een mededelingsplicht. Daarbij geeft ze aan dat in twee specifieke gevallen, waaronder een consumenten op, de onderzoeksplicht niet van toepassing is. Over de onderzoeksplicht geeft de Hoge Raad aan:

In dat verband kunnen onder meer van belang zijn de aard en waarneembaarheid van het gebrek, de wijze waarop dit aan het licht treedt, en de deskundigheid van de koper.
Onder omstandigheden kan voor beantwoording van de vraag of de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoordt, een onderzoek door een deskundige nodig zijn (zie ook Parl. Gesch. Boek 7 (Inv. 3, 5 en 6), blz. 157). In beginsel mag de koper de uitslag van dit onderzoek afwachten zonder de verkoper van het onderzoek op de hoogte te brengen. Wanneer echter mag worden verwacht dat met het onderzoek langere tijd is gemoeid, of zulks tijdens de loop daarvan blijkt, volgt uit de strekking van art. 7:23 lid 1 dat de koper aan zijn wederpartij onverwijld kennis dient te geven van dat onderzoek en de verwachte duur ervan.

Het arrest LJN BB7006, dat speelde bij de Rechtbank van Rotterdam, geeft hiervan een mooi concreet voorbeeld. Het geschil gaat over de levering van een schip waar een andere motor in blijkt te zitten. De koper laat de boot onderzoeken bij een technisch deskundige derde en bezoekt daarna een advocaat. De boot blijkt niet aan de overeenkomst te voldoen. Op het moment dat hij verhaal gaat bij de verkoper zijn er inmiddels 15 weken verstreken als gevolg van dit onderzoek. De verkoper stelt zich op het stand punt dat het hier niet gaat om een bekwame tijd daar 6 weken in de rechtspraak gebruikelijk zou zijn. De rechter oordeelt als volgt:

Nu gesteld noch gebleken is dat [eiser] zelf over specifieke kennis op het gebied van scheepsmotoren beschikt, is de in art. 7:23 lid 1 BW bedoelde klachttermijn niet reeds kort na 6 april 2006, maar eerst nadat hij een deskundige, Multidiesel B.V., had geraadpleegd gaan lopen. Kennelijk heeft [eiser] vervolgens een advocaat geraadpleegd mede met het oog op de vraag of de hoofdmotor aan de koopovereenkomst beantwoordde; daarom heeft ook dat onderzoek de aanvang van de klachttermijn opgeschort. Door daarna op 9 juni 2006 bij FTS wegens de gestelde non-conformiteit te reclameren, heeft [eiser] binnen bekwame tijd zoals in art. 7:23 lid 1 BW c.q. art. 6:89 BW bedoeld bij FTS geklaagd.

Terugkomend bij de Hoge Raad, dat het arrest LJN AZ7617 (HR 29 juni 2007, C06/002HR) behandelde, meld zij over de mededelingsplicht:

In het geval van een niet-consumentenkoop dient de vraag of de kennisgeving binnen bekwame tijd is geschied te worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden, waaronder het antwoord op de vraag of de verkoper nadeel lijdt door de lengte van de in acht genomen klachttermijn. Een vaste termijn kan daarbij niet worden gehanteerd, ook niet als uitgangspunt.

De tijd die de koper nodig heeft voor de meldingsplicht zal dus afhangen van hoeveel tijd hij feitelijk nodig heeft gehad en het nadeel dat de verkoper leid als dit langer duurt.

Onredelijke bezwarende voorwaarden<br/> Nu duidelijk is hoe de wetgever het regelend recht heeft ingericht, is nu van belang of de verkoper hiervan mag afwijken in het nadeel van de zakelijke koper. Voorwaarden als “Een zakelijke klant verliest zijn rechten als hij gebreken niet binnen zeven werkdagen na de koop heeft gemeld.” worden vaak opgenomen in de algemene voorwaarden. Speciaal voor algemene voorwaarden heeft de wetgever dwingend recht (art 6:246 BW) opgesteld. In artikel 6:233 sub a BW heeft de wetgever bepaald dat een voorwaarde vernietigbaar is

indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij

Het regelend recht gebied de zakelijke koper onderzoek of hij heeft gekregen wat de hem beloofd is en een negatief resultaat spoedig mededelen bij de verkoper. Hier mag best streng mee omgegaan worden, maar het mag er niet op neer komen dat de koper de verkoper helemaal niet kan houden aan de overeenkomst. Een dergelijke voorwaarden kan dan zeker als onredelijk bezwarend worden aangeduid. Als je verkoper na de koop niet meer wenst aangesproken te worden moet ie dat maar in heldere taal inde overeenkomst zelf regelen.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

Meningsuiting op internet ook grondwettelijk beschermd

Grondrechten gelden ook gewoon op internet. Dat lijkt logisch, maar het is toch goed om te zien dat dat principe ook in de rechtspraak gevolgd wordt. In een recent vonnis van de Europese strafkamer van de rechtbank Amsterdam wordt een uitlating op internet als “minder openbaar” aangemerkt dan bijvoorbeeld radio of televisie. Daarom zal er bij uitlatingen op internet minder snel sprake zijn van strafbare belediging of discriminatie.

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is het belangrijkste verdrag voor grondrechten in Europa. Het recht op vrije meningsuiting wordt in dit verdrag gegarandeerd. Een inbreuk daarop mag alleen als dat bij wet geregeld is, de inbreuk noodzakelijk is om de goede naam of rechten van anderen te beschermen, en de maatregel ook nog eens de best passende (minst erge) remedie is om die anderen te beschermen.

Belediging, smaad, laster, haatzaaien en dergelijke zijn in het Wetboek van Strafrecht verboden. Een strafrechtelijke vervolging mag dus in principe, maar de staat moet hier wel heel terughoudend mee zijn. Het is tenslotte een zeer zwaar middel. In veel gevallen kun je het beter overlaten aan de beledigde of besmade persoon zelf om bij de rechter actie te ondernemen (of niet natuurlijk). En de vervolging moet ook nog eens noodzakelijk zijn om die anderen te beschermen. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens legt dit strikt uit: er moet een “dringende maatschappelijke noodzaak” zijn, een dringend algemeen belang, om op te treden tegen een meningsuiting. Dat zal er niet snel zijn – zeker als het gaat om politieke discussie mag je erg veel zeggen.

In deze zaak vond de rechtbank dat de uitlatingen wel degelijk beledigend bedoeld waren. Het waren vooral grove woorden zonder dat daar nu enige bijdrage aan een debat uit op te maken was. Maar: deze werden geuit op een forum, en voor strafbare belediging moet je in het openbaar gesproken of gepubliceerd hebben. En dat was hier niet het geval. De rechtbank vroeg zich af

of de groepen in kwestie redelijkerwijs tegen de beledigende uitlatingen konden aanlopen, en dus ongevraagd met de uitlatingen geconfronteerd konden worden, zonder zich daartegen te kunnen beschermen. Als verdachte de uitlatingen in zodanige openbaarheid had gedaan dat mensen er onverhoeds tegenaan zouden lopen, zou het opzet op de openbaarheid zonder meer zijn komen vast te staan. Aannemelijk is echter dat verdachte juist door de keuze voor het forum [naam forum] in de veronderstelling verkeerde – en ook de bedoeling had – dat zijn uitlatingen slechts door een klein groepje gelijkgestemden zouden worden gelezen. Zijn opzet was derhalve gericht op een beperkte mate van openbaarheid.

Je moest met andere woorden echt actief op zoek naar deze uitlating. Het was zelfs nodig om je te registreren op het forum voordat je het kon lezen. Je kon er niet onverhoeds tegenaan lopen, aldus de rechtbank. Daarmee vindt de rechtbank deze uitlating wezenlijk anders dan een mededeling op radio of televisie, waar je zomaar onverhoeds tijdens het zappen tegenaan kunt lopen.

Deze Europese strafkamer heeft nog meer uitspraken waarin aan het EVRM werd getoetst, gedaan. En dat is ook precies het doel van deze afdeling van de rechtbank: in het verleden werd niet altijd even expliciet nagegaan of een inbreuk op een grondrecht eigenlijk wel mocht gezien het EVRM. Vandaar dit samenwerkingsverband tussen de afdelingen strafrecht van de rechtbanken van Amsterdam, Alkmaar en Haarlem.

(Bedankt, Piter!)

Arnoud

Achterbankgesprek toch auteursrechtelijk beschermd

Auteursrecht krijg je ook bij spontane uitlatingen. Weliswaar moet er creativiteit aan te pas komen, maar die hoeft alleen uit het werk zelf te blijven. Of je als maker van plan was een werk te maken of niet, is irrelevant. Dat blijkt uit het arrest van de Hoge Raad in de zaak Willem Endstra van vorige week. Dit arrest kan van groot belang zijn voor bloggers, forumleden en andere internetters: ook uit de losse pols geschreven teksten op internet zijn auteursrechtelijk beschermd, zelfs als de auteur gewoon even zijn mening kwijt wilde en helemaal niet nadacht over auteursrechten of creatief schrijven.

De in 2004 vermoorde vastgoedhandelaar Endstra had in 2003 en 2004 vijftien ‘achterbankgesprekken’ gevoerd met politieagenten. Journalisten Bart Middelburg en Paul Vugts hadden een boek gemaakt met de transcripties van de opnames. De erven Endstra probeerden publicatie te verhinderen met een beroep op hun auteursrecht. Zowel de rechtbank als het gerechtshof in hoger beroep oordeelde dat dat niet kon, omdat het nodig zou zijn dat “de maker er bewust voor heeft gekozen zijn verhaal in deze vormgeving te gieten” voordat iemand auteursrecht kan claimen.

De Hoge Raad weigert dit criterium. Auteursrecht krijg je als het werk origineel (niet overgeschreven) en bovendien creatief is. Creatief wil zeggen dat het ‘stempel van de maker’ te herkennen is in het werk. Maar bij de beoordeling mag je alleen naar het werk zelf kijken, en niet naar de achterliggende motieven of gedachten van de maker. Of iemand nu bewust of onbewust aan het ‘maken’ was, is niet relevant, en bovendien vaak onmogelijk te bewijzen.

Lex Bruinhof (Wieringa Advocaten en blogger) heeft het alvast maar uitgeroepen tot nieuw standaardarrest.

Het is duidelijk dat de Hoge Raad hier in optima forma bezig is als rechtsuitlegger, in een uitspraak die – naast het standaardarrest Van Gelder / Van Rijn uit 1946 – in de leerboekjes zal worden opgenomen. De Hoge Raad maakt duidelijk dat bij de beoordeling van de beschermbaarheid niet de maker centraal staat, maar het werk zélf. Anders gezegd: we hebben de maker en zijn geestesgesteldheid niet nodig om uit te maken of er sprake is van een beschermd werk of niet. Dat zou ook maar lastige bewijsproblemen opleveren. Nee, we kunnen naar het werk zelf kijken: dáár is het persoonlijk stempel (als het ware: objectief achteraf beschouwend) uit af te leiden. En dus hoeft er helemaal niet bewust een vorm gekozen te zijn, of iets coherents te zijn gecreëerd.

De zaak is terugverwezen naar het Hof, dat nu moet gaan oordelen of in de achterbankgesprekken het stempel van de maker terug te vinden is, zonder daarbij mee te wegen of het de bedoeling van die maker was om een beschermd werk te maken.

Bij de Volkskrant wordt nog gemeld dat Joran van der Sloot nu wellicht ook een auteursrechtelijke claim bij Peter R. de Vries kan leggen vanwege zijn bijrijdersstoeltapes (wat ik al in februari riep op Rechtenforum trouwens).

Hetzelfde geldt voor bloggers, forumleden en andere mensen die dingen op internet zetten. Zolang je maar creatief schrijft, dus niet puur zakelijk feiten meldt of een linkje noemt, heb je auteursrecht op wat je schrijft. Of dat nou je bedoeling was of niet.

Arnoud

(Web-)winkels opgelet: Consumentenbeschermer laat eerste tandjes zien (bij Marketingfacts)

Afgelopen vrijdag schreef ik over het jaarverslag van de Consumentenautoriteit bij Marketingfacts:

Een baby krijgt zijn eerste tandjes wanneer hij zo’n 5 tot 7 maanden oud is. Dat blijkt ook op te gaan voor de jongste toezichthouder van Nederland: de Consumentenautoriteit. Deze bewaker van consumentenrechten heeft in haar eerste jaar flink haar tandjes laten zien. Men onderzocht meer dan 70.000 klachten, trad zo’n 100 maal op tegen schendingen van de wettelijke regels voor consumentenbescherming en kwam met één boete van 88.000 euro.

Dat de Consumentenautoriteit hard nodig is, blijkt wel uit het jaarverslag dat onlangs verscheen. Maar bar weinig bedrijven blijken rekening te houden met de wettelijk verplichte rechten voor consumenten. Consumenten worden onjuist geïnformeerd over hun recht op retour of garantie of krijgen dure SMS-diensten aan hun broek zonder dat ze kunnen weten hoe ze er vanaf komen. Met name webwinkels krijgen er van langs: hun algemene voorwaarden blijken vaak onvindbaar, en ook aan de informatieplicht wordt lang niet altijd voldaan.

Lees verder over wat de Consumentenautoriteit zoal tegenkwam in (Web-)winkels opgelet: Consumentenbeschermer laat eerste tandjes zien bij Marketingfacts.

Arnoud

Productfoto’s en -tekst overnemen van je concurrent, mag dat?

Stel je wilt een webwinkel beginnen. Dan zijn foto’s en teksten van je producten natuurlijk een must. Dat kun je wel zelf gaan schrijven en fotograferen, maar niet iedereen heeft daar zin in. Wat doe je dan? Dan kopieer je dat van de concurrent. En wat doet die dan? Die begint een rechtszaak wegens inbreuk op het auteursrecht.

Webwinkel De Roode Roos had teksten en foto’s van “orthomoleculaire voedingssupplementen” (wie weet wat dat zijn, mag het zeggen) online. Concurrent De Rooij bleek dezelfde foto’s en teksten te hebben, inclusief spelfouten. Inbreuk op het auteursrecht, volgens De Roode Roos. Welnee, volgens De Rooij. Die teksten kwamen uit het Vademecum Integrale Geneeswijzen, en die foto’s waren helemaal niet auteursrechtelijk beschermd.

Pardon? Natuurlijk, als er geen creativiteit bij een foto komt kijken, zit daar geen auteursrecht op. Denk aan een pasfoto uit zo’n fotohokje, of de opnames van een vast opgehangen beveiligingscamera. Maar er is meestal maar bar weinig creativiteit nodig. Een productfoto vereist toch enig nadenken over hoek, belichting, kleurstelling en dergelijke om het product goed uit de hoek te laten komen. Maar De Roode Roos had toch iets meer moeten doen:

Het product maakt het hoofdbestanddeel uit van de foto, daaromheen is slechts een klein wit kader te zien. Kennelijk stond bij het maken van de foto’s een zo objectief mogelijke weergave van het product, van hoge kwaliteit en met goede zichtbaarheid van het etiket, centraal. … Hoewel de voorzieningenrechter niet ontkent dat ook binnen dit kader nog marginale variaties mogelijk zijn, zijn deze in dit geval van ondergeschikt belang aan de zo natuurgetrouw en correct mogelijke weergave van het te fotograferen product.

Daarmee waren deze productfoto’s niet auteursrechtelijk beschermd. Het enige creatieve was het watermerk met het logo van De Roode Roos, en juist dat had De Rooij er afgesloopt voordat ze de foto overnamen.

Ook op de teksten zat geen auteursrecht. De Roode Roos had niet letterlijk overgetypt, maar zich wel zwaar gebaseerd op dat Vademecum, en op de etiketten van de producten. Bovendien beschreven de teksten alleen kort en zakelijk objectieve informatie over de producten. En een opsomming van eigenschappen en ingrediënten van een product is niet auteursrechtelijk beschermd.

Toch kwam De Rooij niet zomaar weg met het overnemen van al die teksten en foto’s. Zo veel materiaal van je concurrent overnemen is maatschappij onzorgvuldig (“niet netjes”) en daarom toch onrechtmatig. In plaats van alles bij je concurrent te halen, had je ook zelf wat foto’s en teksten kunnen maken. Profiteren van het werk van je concurrent is niet de bedoeling.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

[Powerpoint zondag] De boodschap achter de grafiek (2)

Powerpoint zondag: een serie artikel over hoe je op een effectieve manier van Powerpoint gebruik kunt maken.

Met de juiste grafiek kun je een boodschap snel en duidelijk aan je publiek overbrengen, schreef ik schreef ik vorige maand. Je kunt trends laten zien, verhoudingen of absolute aantallen. Hoef je eigenlijk maar één cijfer te laten zien, vraag je dan af of je niet beter een sheet met alleen dat ene cijfer kunt laten zien.

Als je trends of verdelingen wilt laten zien, dan kunnen staafdiagrammen of taartdiagrammen een goed middel zijn. De meeste andere diagrammen lenen zich niet goed voor sheets.

Staafdiagrammen gebruik je om aantallen te vergelijken, bijvoorbeeld verkoopcijfers per regio of bevolking per land. Verticale staven kunnen langer zijn dan horizontale, wat de impact vergroot. Met een zogeheten gestapeld staafdiagram laat je de opbouw van de afzonderlijke staven zien. Gebruik dan liever horizontale staven.

Gebruik staafdiagrammen als de gegevens duidelijk aan een moment of evenement te koppelen zijn. Bijvoorbeeld verkoopcijfers per kwartaal of per regio, of bevolking per land. Lopen de gegevens door de tijd heen, gebruik dan liever een lijngrafiek.

Met een taartdiagram laat je zien hoe groot de delen van een geheel zijn. Beperk je daarbij tot de vier of vijf grootste delen. Voeg in de grafiek zelf met grote, duidelijke letters toe wat we zien. Bij “Overig” of “rest” hoeft geen legenda, dat snapt je publiek vanzelf. Laat het belangrijkste deel er uit springen. Pas op voor het Pacman-effect.

Met lijngrafieken laat je trends zien. Een lijngrafiek is alleen vaak erg lastig leesbaar door de dunne lijnen. Je zou het gebied onder de lijn van een kleur kunnen voorzien, zodat je de groei duidelijk zichtbaar maakt. Heb je meerdere lijnen die door elkaar lopen, dan wordt het erg lastig daar een goede sheet van te maken. Visualiseer dan liever de conclusie en bewaar de lijngrafiek voor het bijbehorende artikel.

Lijngrafieken werken alleen als je op de horizontale as de tijd of iets dergelijks laat zien. Bij verkoopcijfers per regio is een lijngrafiek niet zo zinvol. Gebruik dan liever een staafdiagram.

Lijngrafieken zijn niet geschikt om precieze cijfers te laten zien. Als er één of twee hoogtepunten (of dieptepunten) in de grafiek zitten, kun je deze markeren met een tekstballon. Maar vraag je dan wel af of het zin heeft de hele lijngrafiek te tonen.

Een variant van de lijngrafiek is de stapelgrafiek. Deze splitst een trend uit naar de verschillende bijdragen. Zo kun je bijvoorbeeld laten zien hoe de omzet gegroeid is over tijd, en tegelijk waar deze omzet vandaan komt. Stapel niet te veel categorieën in je stapelgrafiek. Houd het bij de vier of vijf belangrijkste.

Een bellengrafiek gebruik je als je drie variabelen hebt. Op de X- en Y-assen komt bijvoorbeeld tijd en omzet, of omvang bedrijf en investering in duizenden euro’s. De grootte van de bellen geeft de derde variabele aan. Stel je meet van een aantal bedrijven het aantal octrooien dat ze hebben, en je wilt laten zien hoe dat zich verhoudt tot zowel de omvang van het bedrijf als hun investering in onderzoek en ontwikkeling (R&D). In een bellengrafiek ziet dat er dan zo uit:

De grootte van de bellen laat dus het aantal octrooien zien, en de positie in de grafiek geeft aan hoe groot het bedrijf is en hoe veel het investeert. Bellengrafieken kunnen snel complex worden, dus wees hier terughoudend mee.

Arnoud

Virtueel centen oprapen loont?

Toen ik een hele tijd geleden een Google Adsense account opende, maakte Google 79 cent naar me over om te verifiëren of mijn bankrekeningnummer klopte. Toch leuk als eerste inkomsten. Er zijn meer diensten die dat doen, onder andere Schwab en E*Trade. Kun je rijk worden van die centjes? Ene Michael Largent (sic) heeft het geprobeerd, las ik op NU.nl. De truc:

Largent schreef een computerscript dat hem automatisch vele malen aanmeldde. Zo opende hij zo’n 58 duizend beleggingsrekeningen, waarop de kleine bedragen binnenkwamen. Ook van Googles betaaldienst Checkout wist hij op vergelijkbare wijze ruim achtduizend dollar los te peuteren.

Op zich is dat legaal. Alleen, die bedrijven houden natuurlijk bij wie er een account opent, dus je zult heel veel bedrijven moeten vinden om hier rijk mee te worden. Of je neemt natuurlijk een valse naam aan met een eveneens vals rekeningnummer. En dat heet fraude.

Wie weet er legale trucs om rijk te worden met Adsense of andere internetdiensten?

Arnoud

De ondernemer op de Marktplaats.nl

Een lezer verkoopt regelmatig producten via Marktplaats.nl, en vroeg zich af wanneer hij nu te maken zou krijgen met de wettelijke regels voor consumentenkoop. Hoe veel producten moet hij daarvoor verkopen? Of welk ander criterium geldt er om te bepalen of hij zich aan deze regels moet houden?

Bij een consumentenkoop gaat het om de verkoop van een product aan een consument. Maar de verkoper moet dan wel handelen “in de uitoefening van een beroep of bedrijf”, zoals de wet (artikel 7:5 BW) dat noemt. Het lastige is alleen dat de wet daar geen definitie voor geeft. Er is dus geen duidelijk criterium waarmee dit eenduidig vast te stellen is.

Je kunt kijken naar bijvoorbeeld een inschrijving in het handelsregister. Als die er is, dan handelt de verkoper bedrijfsmatig. En als hij een BV of andere rechtsvorm heeft opgezet, is het ook duidelijk. Maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Wat te denken bij bijvoorbeeld iemand die een Tupperware-party organiseert bij haar thuis? Volgens de Tekst & Commentaar is dat ook bedrijfsmatig handelen. De Tupperware-lady zal dus bijvoorbeeld moeten bewijzen dat een defect aan een product dat binnen zes maanden optrad, de schuld is van de koper (7:18 lid 2 BW, zie ook Alex’ gastpost over conformiteit).

In een zaak uit november 2007 kwam deze vraag aan de orde bij een hondenfokker. De koper had een pup gekocht van deze fokker, maar de pup bleek chronische nierfalen te hebben. De koper beriep zich op zijn wettelijke bescherming als consument, en de verkoper verweerde zich dat hij geen professionele fokker was. Hoe ging de rechter hiermee om?

Wil sprake zijn van beroeps- of bedrijfsmatig fokken, dan dient sprake te zijn van het in een zekere omvang en anders dan incidenteel fokken. … Het hof neemt als uitgangspunt dat ten aanzien van de vraag of de verkoper in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gehandeld beslissend is wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden. Veel zal afhangen van de manier waarop de verkoper naar buiten treedt. De professionaliteit van het handelen, dient aldus van geval tot geval te worden beoordeeld.

Vervolgens toetst het Hof een hele serie criteria, en komt tot de conclusie dat geen van allen een conclusie rechtvaardigen dat de verkoper bedrijfsmatig bezig was. Ik loop ze even langs:

  • Een fokkerij hebben: een bedrijfsmatige fokkerij kan natuurlijk, maar niet elke fokkerij is een bedrijf.
  • Een naam voeren: de klant noemde dit een handelsnaam, maar bij ook bij pure hobbyfokkers is het gebruikelijk om je kennel een naam te geven. Als uit de naam iets zou blijken dat een professionele activiteit suggereert, zou dat misschien anders zijn (denk aan woorden als “professional”, of “services”).
  • Adverteren: de verkoper adverteerde in een clubblad met haar dekreu en pups, maar omdat het blad alleen op hobbyisten gericht was, en een kleine oplage had, was de advertentie nog geen bewijs van professioneel handelen. Ook consumenten adverteren producten en diensten die zij willen leveren.
  • Een website hebben: goed, het speelde in 2004, maar ook toen al hadden genoeg consumenten en hobbyisten websites. Een fokker die trots is op zijn kennel, kan daar dus een website voor maken en daarop melden dat hij een dekreu heeft waar anderen tegen betaling gebruik van mogen maken.
  • Een betaalde kracht hebben: de verkoper betaalde iemand om te helpen in de kennel. Dat kunnen ook consumenten doen (bijvoorbeeld de hulp in de huishouding). Ook dat zegt nog niet dat je een bedrijf hebt dus.
  • Deskundig en ervaren zijn: de verkoper deed dit al jaren, maar ook hobbyisten kunnen zeer deskundig en ervaren zijn. Wederom geen bewijs dus.

Geen van de genoemde criteria afzonderlijk, noch de combinatie daarvan, overtuigde het Gerechtshof dus dat sprake zou van beroeps- of bedrijfsmatig handelen door de verkoper.

De Belastingdienst hanteert andere criteria. Zij kijken naar tijd die je in de activiteit steekt, of je financieel risico loopt, of je jezelf naar buiten presenteert als onderneming en natuurlijk of je winst maakt. Daarover kwam in deze zaak niets aan de orde. Maar het lijkt mij dat iemand die door de Belastingdienst als ondernemer wordt aangemerkt, voor het consumentenrecht als “verkoper die handelt uit beroep of bedrijf” gezien zal worden.

Met dank aan Rechtenforum.nl.

Update (20 februari 2011) zie ook deze zaak waarin

De advertentie op het Internet was gesteld op naam van [bedrijf 1] (r.o. 4.1. onder a), de eenmanszaak van [appellante]. [echtgenoot appellante] heeft ter gelegenheid van de comparitie van partijen verklaard dat “ons bedrijf” [bedoeld is: het [bedrijf 1] van [appellante]; toev. hof] zo’n 30 à 40 paarden binnen heeft staan, waarvan enkele merries die ieder jaar een veulen krijgen waarvan sommige worden verkocht. [appellante] bood met enige regelmaat onder haar bedrijfsnaam paarden te koop aan op het Internet. Dit alles leidt het hof tot de conclusie dat de verkoop van Pubertha aan [geïntimeerde] is geschied in het kader van het bedrijf van [appellante].

Update (22 mei 2012) iets andere context: verlies je je bijstandsuitkering als je gaat handelen op Marktplaats? Niet per se;

Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB 15 maart 2011, LJN BP8124) is het voor ontvangers van bijstand niet verboden om goederen via internet te verkopen, mits daarvan en van daaruit verkregen verdiensten tijdig melding wordt gemaakt aan het bijstandverlenend orgaan. De opbrengst van incidentele verkoop van privégoederen, al dan niet via internet, wordt in het algemeen niet als inkomen aangemerkt, zodat daarvan in beginsel geen mededeling behoeft te worden gedaan.

Arnoud

Aansprakelijk voor organisatie forumborrel?

Telt de organisatie van een forumborrel ook als internetrecht? Een lezer was lid van een forum dat weer eens een bijeenkomst/borrel wilde organiseren. Altijd lastig om vrijwilligers te vinden natuurlijk, maar gelukkig wierp een nieuw lid zich op als organisator. Hij zou sponsors gaan zoeken, de zaal regelen, sprekers inhuren en een leuke aangeklede borrel met broodjes en nootjes laten aanrukken. U voelt hem al aankomen:

Die man heeft flink uitgepakt. Zalen gehuurd, catering, sprekers, alles van de bovenste plank. Uiteindelijk zijn er voor rond de 12.000 euro aan afspraken gemaakt. Vervolgens blijkt dat de “sponsors” helemaal niet bestaan of maar een heel klein bedragje betalen, terwijl hij altijd heeft gezegd dat er geld genoeg was. De verhuurders, cateraars en sprekers komen nu met hun rekening. Het forumlid heeft geen cent en zegt dat de forumbeheerders verantwoordelijk zijn, het is tenslotte ‘hun’ forum. Klopt dat?

Het forum is zelf geen stichting, vereniging of andere rechtspersoon. Het forum kan dus zelf niets kopen of huren. Alleen de individuele leden kunnen dat. Ze mogen er gerust bijzeggen dat het foor het forum is, maar juridisch is dat niet relevant. Zij zijn zelf aansprakelijk en verantwoordelijk voor hun eigen aankopen.

Deze organisator heeft waarschijnlijk gezegd namens het forum de zaken te huren/kopen. Juridisch zou je hem dan kunnen zien als vertegenwoordiger of gemachtigde van de beheerders. De verkoper of verhuurder kan dan de beheerders aanspreken, als die de indruk hebben gewekt dat die persoon inderdaad hen vertegenwoordigde. Bijvoorbeeld doordat de bevestigingsmail naar de beheerder is gestuurd en die een positieve reactie hebben gestuurd.

Is die indruk niet gewekt, dan heeft de organisator de dingen zelf gekocht of gehuurd en dan moet hij betalen aan de verkopers/verhuurders. Hij moet dan bewijzen dat de beheerders van het forum hem beloofd hadden dit te vergoeden, maar dat zal niet meevallen omdat het waarschijnlijk de bedoeling was dat de sponsors dit zouden doen. Dan kom je bij de vraag wat men zou hebben gewild dat er zou gebeuren als de sponsors niet over de brug zouden komen, en dat is een hele lastige.

Met een stichting schep je helderheid over wie of wat het forum nu eigenlijk is. Maar nog steeds heb je dan het probleem dat mensen zich kunnen opwerpen als organisator, en dan namens de stichting dingen gaan kopen of huren. Blijken die dan de stichting met een grote schuld op te zadelen die binnen hun bevoegdheid viel, dan draait de stichting daarvoor op. Wel kan de stichting dan de schade verhalen op die persoon, want die had gegarandeerd dat er sponsors waren en dat klopte niet. Maar ja, of daar dan veel te halen valt?

Mocht iemand behoefte voelen om een blogborrel voor deze blog te organiseren: dat mag, maar je krijgt wel eerst een contract van tien pagina’s voor je neus natuurlijk. 🙂

Arnoud