Verslag ICT, Recht en Vertrouwen-bijeenkomst in Den Haag

Volstaat ons juridisch kader nog voor alle nieuwe technologische ontwikkelingen? Over die vraag werd gisteren het ECP.nl-congres ICT, Recht & Vertrouwen gehouden in Den Haag. Dit in het kader van het project “Vertrouwen 2.0“, dat zich tot doel stelt een ‘roadmap’ te maken voor vertrouwen in de informatiemaatschappij. Hierbij een verslag.

Na een korte introductie van dagvoorzitter Bart Schermer van ECP.NL mocht Rogier van Laar van Logica CMG beginnen met een inleiding in de techniek en toepassingen. Hij onderscheidt vijf trends:

  1. Privacy als nieuwe valuta. Datamining en koppeling van persoonsgegevens is centraal voor veel nieuwe businessmodellen. Gratis profielen, adresboekdiensten, sociale netwerken of zelfs mobiele telefonie – in ruil voor gedetailleerde informatie over jezelf. Daarmee betaal je feitelijk met je privacy voor die dienst.
  2. Encryptie wordt gemeengoed. Nu is encryptie vaak nog een optie, maar het is veel meer aanwezig dan vroeger. Moest je lang geleden nog moeilijk doen met PGP plugins, vandaag is het een gemakkelijk te installeren Thunderbird extensie. En straks misschien zelfs standaard aanwezig zodat zelfs mijn moeder het gebruikt. Een open vraag blijft in hoeverre ook identiteiten (IP-adressen) beschermd zullen worden.
  3. Broadcasting identity. Iedereen kan meedoen, en iedereen lijkt dat ook te doen. Dit schept een behoefte aan redactie, controle en rubriceren.
  4. Ideologie als technische maatstaf. Niet langer mag alles wat kan, steeds meer landen, instanties en personen eisen blokkades of verwijdering van bepaald materiaal. Denk aan blokkades van Wikipedia of Youtube in Brazilië of China, de filters van Comcast bij peer-to-peer verkeer en het Belgische SABAM-vonnis.
  5. “Digital dragqueens”. Deze aandachttrekkende term verwees naar het feit dat zo’n 5% van de avatars van een ander geslacht is dan de speler. Mensen bouwen een ander personage op online dan ze offline zijn. Dat kan onverwachte complicaties hebben, zoals wanneer de Ierse belastingdienst je een aanslag stuurt op basis van wat je in je Hyvesprofiel beweert te bezitten.

Kees Stuurman (Van Doorne en UvT) besprak de ontwikkelingen in het juridisch kader. In de afgelopen tien jaar is er veel gereguleerd, vooral op Europees niveau. We hebben al uitgebreide regels voor elektronische handel, handtekeningen en aansprakelijkheid. De komende jaren zal er meer en ruimere regelgeving verschijnen, bijvoorbeeld voor online verzekeringen en elektronische akten. Het uitgangspunt is daarbij steeds meer verschoven van het oude “wat offline geldt, moet ook online gelden” naar “online moet er nog veel meer gelden”. Er is nu regelgeving te verwachten over bijvoorbeeld elektronische transacties tussen consumenten onderling (zoals op Marktplaats of eBay).

Daarna was het de beurt aan Christiaan Alberdingk Thijm van SOLV. Hij ging dieper in op de implicaties voor de auteurswet. Waar de wet steeds meer rechten toekent aan de exploitant, blijkt in de praktijk de consument, de afnemer van werk juist steeds meer te kunnen en te willen. Het achterliggende idee was dat rechthebbenden en afnemers graag op individueel niveau zouden willen onderhandelen over licenties en toegestaan gebruik. Vandaar DRM en kopieerbeveiligingen: dat zou deze afspraken juridisch afdwingbaar en controleerbaar maken.

Na de pauze besprak Gerrit-Jan Zwenne (Universiteit Leiden en Bird & Bird) de privacywetgeving. Zwenne is kritisch over de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Deze gaat veel te ver en verbiedt allerlei doodnormale verwerkingen, zoals een smoelenboek op intranet of een cookie van een Japanse website. Zo zou ik deze blog moeten aanmelden omdat u uw naam achterlaat in de comments. Tegelijkertijd hoefde bijvoorbeeld Air France KLM vrijwel niets te doen toen de Amerikaanse justitie afgifte van passagiersdata eiste. Zwenne pleit voor een realistischer benadering. Kijk naar de risico’s, en niet alleen naar de theorie. Ontwerp privacy mee in nieuwe systemen (“privacy by design”).

Arno Lodder (Computer Law Institute) mocht praten over “realiteit 2.0”, de virtuele realiteit waar hij al eerder het boek Recht in een virtuele wereld over uitgaf. Aan de hand van aansprekende voorbeelden zoals de Habbo-diefstal en de Amerikaanse zaak van Bragg vs. Linden Labs liet Lodder zien welke problemen er in virtuele werelden allemaal spelen. Interessant wordt nog de zaak van Hernandez vs. IGE over gold farming.

Als laatste vertelde Cyril van der Net van wederom SOLV over handhaving van de wet op internet, in het bijzonder de auteurswet (waar Van der Net als wetgevingsjurist in 2004 bij betrokken was). Dat auteursrecht onder druk staat, is een open deur natuurlijk. Wat zou een oplossing kunnen zijn? Cyril zag een mogelijkheid voor collectief rechtenbeheer: net zoals de BUMA voor muziek en Stichting de Thuiskopie voor, inderdaad, de thuiskopie zou er bijvoorbeeld een beheersorganisatie voor rechten op internet kunnen komen. Ook zou een gespecialiseerde bemiddelaar of arbitrage-instantie voor auteursrechtgeschillen een goed idee kunnen zijn.

Na een paneldiscussie over mogelijke oplossingen. werd het tijd voor de borrel.

Alles bij elkaar een leuke bijeenkomst, vooral die borrel. Inhoudelijk was het vooral een nuttig overzicht van de bestaande problemen. De volgende keer zou het wel nuttig zijn om meer aandacht aan oplossingen te geven.

Arnoud

Mag ik alleen jongens in mijn clan?

Ok, deze is origineel. Een speler van Runescape was een clan begonnen en wilde daar geen meisjes bij. Eén van de geweigerde meiden was kennelijk juridisch onderlegd, want zij kwam met de Wet Gelijke Behandeling aanzetten. Als een werkgever een sollicitant niet mag weigeren omdat ze vrouw is, waarom deze clanleider dan wel?

De Wet Gelijke Behandeling verbiedt onderscheid op geslacht in veel gevallen. Wie een dienst aanbiedt of een aanbod tot een overeenkomst doet, mag in principe geen ongeoorloofd onderscheid maken (art. 7 lid 1 WGB). Dat geldt ook voor natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, als zij het aanbod in het openbaar doen.

Je zou kunnen zeggen dat een clan, een samenwerkingsverband tussen spelers in een virtuele wereld, een soort van dienst is. Of in ieder geval een samenwerkingsovereenkomst. Je belooft elkaar te helpen en je samen in te zetten voor de clan. Zolang zo’n clan beperkt blijft tot een klein groepje waar je alleen op uitnodiging lid van kunt worden, staat de WGB toe dat de leider op elke grond die hij wil mag kiezen of iemand lid mag worden of niet.

Wordt het aanbod in het openbaar gedaan, dan ligt het moeilijker. De enige redding voor deze jongen is dan nog de uitzondering dat het onderscheid mag als het gaat om “eisen die gelet op het privé-karakter van de omstandigheden waarop de rechtsverhouding ziet in redelijkheid kunnen worden gesteld.” (artikel 7 lid 3). Dat zie ik niet zo snel opgaan in deze situatie.

Van een andere orde is als de exploitant van het spel een dergelijk onderscheid zou maken. Dat speelde in 2006 bij datzelfde WoW toen een speler een ‘guild’ voor homoseksuele en lesbische spelers wilde opzetten. Exploitant Blizzard verbood dat omdat het aanleiding zou geven tot gescheld en geruzie van andere spelers.

Wat zal ik deze jongen adviseren? Wees blij dat er meisjes meedoen? 🙂

Arnoud

Wat kan een hosting provider eisen in een licentie?

Omdat het hosten en verspreiden van tekst, audio en video normaal inbreuk op het auteursrecht is, moet je een website zoals Youtube of Flickr toestemming geven om je materiaal te verspreiden. Dit regelen deze sites meestal vooraf in de gebruiksvoorwaarden voor de site, zodat daar niet apart overhandeld kan worden. Die voorwaarden kunnen erg ver gaan.

In maart 2008 kwam Adobe in het nieuws over de voorwaarden voor haar online fotobewerkingsdienst ‘Photoshop Express’. Die bepaalden dat Adobe een onbeperkte en eeuwigdurende licentie kreeg om alles te doen met foto’s van gebruikers. Tot en met het verkopen van muismatten met de foto erop, bijvoorbeeld. Op zich mag dat, maar het was niet echt netjes om dat alleen in de kleine lettertjes aan te geven. Adobe heeft snel de voorwaarden ingeperkt tot die rechten die nodig waren om de dienst uit te kunnen voeren.

Sommige sites gaan nog verder: die eisen simpelweg het auteursrecht op. Dat kan niet zomaar. Voor overdracht van auteursrecht is een akte nodig, een ondertekend geschrift met handtekening van de maker. Hoewel ook een elektronische akte rechtsgeldig is, zijn algemene voorwaarden uit een gebruiksovereenkomst nog geen akte.

Vorig jaar september maakte ik me nog boos over de exclusieve licentie van MaakJeZo. De tekst uit hun licentie gaf hen als enige het recht om het werk van hun gebruikers te mogen gebruiken. Dat is een leuke truc om om die beperking over overdracht van auteursrecht heen te komen. Want zelfs de licentiegever, de maker dus, mag niets meer doen met het werk dat hij in exclusieve licentie aan een ander geeft. Maar netjes is het niet.

De voorwaarden van Hoedoe.nl (door ICTRecht geschreven) eist geen exclusieve licentie, maar wel iets anders:

7.5. Door akkoord te gaan met deze Algemene Voorwaarden machtigt Gebruiker Applinet om op te treden (waaronder het nemen van juridische stappen) tegen onrechtmatig gebruik van zijn Hoedoe(s) in andere media.

Deze constructie is erg handig voor Hoedoe, zeker wanneer een tekst door meerdere gebruikers is geschreven (denk aan Wikipedia). In dat geval is het niet altijd duidelijk wie kan optreden tegen schendingen van de licenties van de site. Door deze clausule is Applinet, het bedrijf achter Hoedoe, in staat om dat zelf te doen, zelfs als de gebruiker later onvindbaar blijkt.

Wie nog gekke dingen in die voorwaarden ziet, mag ze hieronder kwijt. De vinder van de raarste clausule of grootste fout krijgt 10% korting bij zijn eerstvolgende opdracht bij ICTRecht. 🙂

Arnoud

Zenmoment voor de zondagmiddag

In de categorie “zei ze dat écht”:

In het algemeen kan gesteld worden dat commerciële reclame een stuwende rol speelt bij de ontwikkeling van het internet. De mogelijkheden hiervoor moeten in principe niet beperkt worden.

Bron: minister Jorritsma in 2000, naar aanleiding van Kamervragen over e-mailspam verzonden door Nederlandse bedrijven.

Gelukkig is de wetgeving tegenwoordig toch zo streng dat de mogelijkheden voor ongevraagde commerciële e-mail wel heel erg beperkt zijn.

Met dank aan de onbekende maar intrigerende bona fides die nog meer post dan ik.

Arnoud

AutoCAD tweedehands verkopen mag – of niet?

Mag je in de winkel gekochte software doorverkopen, zelfs als de EULA dat verbiedt? Deze al jaren lopende discussie is nu onderwerp van een rechtszaak tussen AutoDesk, de makers van AutoCAD, en ene meneer Vernor die tweedehands exemplaren van AutoCAD verkocht via eBay. Eergisteren liep er nog een aardige draad over bij Tweakers, en gisteren verscheen een tussenvonnis in kort geding dat zegt dat het mag.

Het doorverkopen van een legaal aangeschaft exemplaar van een auteursrechtelijk beschermd werk is legaal, zo staat letterlijk in de Amerikaanse auteurswet (17 USC 106). Natuurlijk mag je geen kopieën maken en die verkopen, dit recht is beperkt tot het ene legaal gekochte exemplaar. Softwareleveranciers stellen echter al jaren dat dit recht niet opgaat voor software: je koopt geen software zoals je een boek koopt, maar je sluit een gebruiksovereenkomst. En als je software niet koopt, heb je geen “legaal aangeschaft exemplaar” en dan valt er niets door te verkopen.

In principe mag dat. Niet elke transactie waarbij je in ruil voor geld iets in je bezit krijgt, is een koop. Je kunt iets huren, lenen of tijdelijk in gebruik nemen. En zeker voor software had de Amerikaanse wetgever ook voorzien dat dat moest kunnen, zo blijkt uit de wetsgeschiedenis en uit de schaarse jurisprudentie. Uit de al wat oudere zaak United States v. Wise concludeert de rechter dat het gaat om de vraag hoe lang de licentie geldig is. Als deze eeuwigdurend is, is het een koop. Moet je na een zekere periode de zaak teruggeven, of vervalt de licentie na zekere tijd, dan was het een gebruiksrecht.

Echter, daar staat een hele trits recentere uitspraken tegenover die zich baseren op de tekst van de licentie. Als daarin staat dat de transactie geen koop is, dan mag de transactie niet als koop gezien worden. De rechter gaf in dit vonnis (via Cadcamnet) toe dat hier een levensgroot conflict zat. Hij ging daarom af op de oudste jurisprudentie. Je moet wat, nietwaar. Zijn uitspraak zou hoe dan ook in tegenspraak zijn met een deel van de jurisprudentie, geeft hij zelf toe. De bedoeling is natuurlijk dat AutoCAD in hoger beroep gaat en zo de hogere rechters dwingt om de knoop eens door te hakken.

Via Slashdot.

Arnoud

Opheffen van meerdere accounts, wanneer moet dat?

Een meelezende forumbeheerder mailde me:

Wij hebben geconstateerd dat een gebruiker meerdere gebruikersnamen in gebruik bleek te hebben (laten we zeggen: A, B en C). Dat is in strijd met ons forumreglement. Ik heb gebruiker A daarom aangeschreven. A heeft gereageerd en ontkende B en C in gebruik te hebben. Nu eist A in een e-mail verwijdering van zijn gebruikersnaam en al zijn berichten. Ook eist hij hetzelfde voor B en C.

Iemand die zijn account op een website of forum wil opheffen, kan opheffing eisen bij de beheerders. Dat blijkt uit de privacy-richtsnoeren van het College Bescherming Persoonsgegevens. Berichten van die persoon moet je dan ook verwijderen, tenzij dat de structuur en begrijpelijkheid van de discussie zou verstoren. In dat geval moet je ze zo veel mogelijk anonimiseren.

Hier is het lastige dat persoon A eerst ontkent eigenaar te zijn van accounts B en C, en vervolgens eist dat ze opgeheven worden. Als het beheer zelf overtuigd is dat B en C inderdaad door dezelfde persoon gebruikt worden (bijvoorbeeld omdat ze op hetzelfde moment vanaf hetzelfde IP-adres gebruikt zijn), dan zou het verzoek geen probleem moeten zijn.

Wel moet je natuurlijk controleren dat het echt A is die de mail met het verzoek stuurt. Ik zou zeggen dat zo’n verzoek vanaf het gebruikersaccount moet komen dat moet worden opgeheven (via een privébericht naar beheer bijvoorbeeld). Niet vanaf een Hotmail- of Gmail-account. de beheerder mag er vanuit gaan dat iemand die het wachtwoord heeft van een account, de eigenaar ervan is.

Dat lost meteen het probleem op met B en C: als meneer A daar ook de eigenaar van is, kan hij probleemloos drie pb’s sturen vanaf elk van de accounts en dan is het beheer keurig ingedekt.

Arnoud

Wat moet Marketingfacts met klachten over mijn haar?

Voor Marketingfacts schreef ik een column over aansprakelijkheid van hosters en forumbeheerders:

“Die Engelfriet heeft raar haar.” Als iemand dat op Marketingfacts zou schrijven, zou ik hem of haar een proces aan kunnen doen wegens smaad. Het is tenslotte een aantasting van mijn eer en goede naam, ook al is het misschien wel waar. Maar ja, vind die anonieme reaguurder maar eens. Een e-mailadres kun je niet dagvaarden. Marketingfacts zelf is makkelijker te vinden, en ze hebben nog geld ook. Dan pak ik die wel, zij zijn tenslotte medeplichtig door die reactie openbaar te maken.

Heel ver zal ik daarmee niet komen, want M! geniet wettelijke bescherming. Zij zijn niet aansprakelijk voor opmerkingen over raar haar van haar gebruikers, of voor schendingen van privacy, inbreuken op auteursrecht of andere rare dingen die die gebruikers uithalen. Tenminste, wanneer de redactie ingrijpt als er een klacht komt over zo’n opmerking, en die klacht blijkt “onmiskenbaar onrechtmatig” (juridisch voor “wanneer die reactie echt niet kan”). Maar wanneer kan iets nou echt niet? Hoe raar ís mijn haar?

Lees verder in Wat moet Marketingfacts met klachten over mijn haar?.

Arnoud

Informatieverzamelaars vs. Robots.txt (Bart Beuving)

Op het altijd zeer leesbare blog van auteursrechtadvocaat Bart Beuving deze keer een bijdrage over Informatieverzamelaars vs. Robots.txt. Er is veel te doen geweest over het scrapen van andermans site. Databankrechten, auteursrechten en zelfs de geschriftenbescherming werden van stal gehaald om te voorkomen dat slimme jongens ermet duur gemaakte databanken vandoor gaan.

Beuving bespreekt nu een vaak onderbelicht aspect: de robots.txt regels. Via dit bestand kan een sitebeheerder aangeven wat robots wel en niet geacht worden te doen op een site. Maar dat is puur een beleefdheidsnorm: robots kunnen immers net als elke browser elke pagina opvragen op een site, of dat nou “mag” van robots.txt of niet.

Kun je daar iets aan doen? Nee, betoogt Beuving terecht:

Op grond van de auteurswet is het onrechtmatig om ‘doeltreffende technische voorzieningen’ te omzeilen. In normaal Nederlands: onder meer het ‘kraken’ van beveiliging is niet toegestaan. Door de Nederlandse rechter is echter in de kwestie Web Measurement Services/Weborama (ziehier, AE) uitgemaakt dat het negeren van een robots.txt niet wordt beschouwd als het omzeilen van een technische voorziening is en dus ook niet onrechtmatig is.

Inderdaad. Robots.txt is een beleefdheidsnorm. Netiquette. Die norm schenden is inderdad niet netjes, maar je onfatsoenlijk gedragen is niet onrechtmatig. Trek eens de lijn naar de ‘echte’ wereld: wat zou er moeten gebeuren als een marktkraamhouder een bordje ophangt “Medewerkers van concurrenten mogen onze prijzen niet opschrijven om er zelf onder te gaan zitten”? Kan de ene marketman dan de andere aanklagen wegens negeren van het_bordje.txt? Ik mag hopen van niet.

Maar dan schrijft Beuving:

Aan de andere kant: het opzetten en instandhouden van een informatiewebsite vereist substantiële investeringen in de vorm van tijd en geld. Verdienen dergelijke investeringen niet een betere bescherming?

En daar ben ik het volstrekt mee oneens. Elke commerciële activiteit, en niet alleen het opzetten van informatiewebsites, vereist substantiële investeringen in de vorm van tijd en geld. Maar om nu enkel en alleen om die reden een exclusief recht op die activiteit te geven gaat mij veel en veel te ver. IE-rechten worden bijvoorbeeld pas verstrekt als je iets bijzonders doet: je hebt een uitvinding gedaan, een nieuw dessin ontworpen of een werk van letterkunde of kunst gemaakt. Daar kan ik nog wel een rechtvaardiging in zien (ook al blijkt die rechtvaardiging in de praktijk niet te kloppen). Maar het enkele hard werken, wat de Amerikanen sweat of the brow noemen (Feist), behoort geen rechten op te leveren.

Meer algemeen: informatie wil vrij zijn. Informatie gaat vrij zijn. Je kunt dus beter een businessmodel verzinnen waarbij je niet afhankelijk bent van het als enige bepaalde informatie aanbieden. Anderen zullen die van je overnemen. Je moet iets toevoegen. Je bent de eerste, of je selecteert het beste, of je sorteert het het handigste. Zoiets. Bij Marketingfacts verscheen onlangs nog het bericht dat FUnda haar marktaandeel terug aan het winnen is op sites als Miljoenhuizen en Jaap. Het gaat dus om kwaliteit en actualiteit niet alleen om aantallen advertenties.

En wat vinden jullie?

Arnoud

Half miljoen boete voor Nederlandse spammers

De telecomtoezichtouder OPTA heeft twee bedrijven een boete van totaal zo’n half miljoen euro opgelegd voor het versturen van spam, meldt o.a. Tweakers. Dit is de hoogste boete ooit in Nederland voor ongevraagde reclame per e-mail.

De OPTA had de spammerts al eerder gewaarschuwd, maar die verstuurden vervolgens nog zo’n 4,5 miljoen e-mails. En tsja, dan wordt men boos. Zoals voorzitter Chris Fonteijn van OPTA het zegt in het besluit:

Als je na een waarschuwing doorgaat met het lastigvallen van consumenten met ongevraagde e-mails, dan kun je een zware boete verwachten. Dit is dan ook de hoogste boete die OPTA tot nu toe voor het overtreden van het spamverbod heeft opgelegd.

De boete mag dan de hoogste ooit zijn, maar hij is nog steeds minder dan de 1,7 miljoen die de spammerts verdiend zouden hebben met hun 0900-nummers. In de spam werden mensen namelijk opgeroepen een duur 0900-nummer te bellen om voor thuiswerk te solliciteren, maar ze bleken alleen maar lang aan de lijn gehouden te worden. Meer mocht de OPTA echter niet opleggen: dit was het maximumbedrag dat voor overtredingen als deze kan worden opgelegd.

Wat me verbaasde, is dat de OPTA niets had gedaan met de klachten over het 0900-nummer. Iemand verlokken om zo’n duur nummer te bellen en deze dan zo lang mogelijk aan de lijn houden, dat moet toch strafbaar zijn? Niet dus. Nog niet – er komt een wetswijziging die dit soort dingen expliciet gaat verbieden. Maar weet iemand wat deze wijziging inhoudt? De OPTA heeft het over “wijziging van artikel 4.4 Telecommunicatiewet, BUDE (Besluit Universele Dienstverlening en Eindgebruikersbelangen) en het RUDE (Regeling Universele Dienstverlening en Eindgebruikersbelangen).” Het recentste wetsvoorstel dat ik ken is TK 30661, en daarin zie ik geen verwijziing naar 4.4 Tw.

Geenstijl wijst nog op de “gedeeltelijk stomme” uitspraak van de Raad voor de Journalistiek over één van de twee bedrijven.

Arnoud

Ga ik akkoord met de voorwaarden van deze site? (bij Netters)

Voor Netters schreef ik dit artikel over gebruiksvoorwaarden van websites:

“Ik ga akkoord met de voorwaarden.” Het is één van de meest voorkomende en meest genegeerde zinnen op websites. Iedereen hier heeft al tientallen keren vakjes aangeklikt met zo’n tekst ernaast. Maar wie (behalve ondergetekende) leest vrijwillig zulke teksten?

Toch zijn die voorwaarden cruciaal. Je maakt tenslotte gebruik van andermans server en andermans dienst, en de eigenaar mag daar in principe elke voorwaarde aan koppelen die hem goeddunkt. Het is aan de gebruiker om te bepalen of die voorwaarden hem aanspreken.

Lees verder in Ga ik akkoord met de voorwaarden van deze site? bij Netters.

Arnoud