Portretrecht en privacy voor geparkeerde auto’s

Diverse lezers, die voorzover ik kan zien niets met elkaar te maken hebben, mailden me vorige week met min of meer dezelfde vraag over portretrecht. Doorhalen wat niet van toepassing is:

In onze [straat, buurt] [rijden, parkeren] veel mensen nogal onveilig. Door al die fout geparkeerde auto’s [ontstaat veel verkeershinder, lopen overstekende kinderen gevaar, kunnen fietsers er nauwelijks nog langs]. Nu hadden wij bedacht om deze verkeerssituatie [met, zonder] de verantwoordelijke personen te fotograferen en die foto’s [op een plakbord, op school, in het wijkcentrum, op een website] te plaatsen om aandacht te vragen voor dit probleem. Het gaat ons er [niet, niet direct] om om mensen aan de schandpaal te nagelen. We willen alleen dat [mensen gaan, de gemeente gaat] inzien dat het zo niet langer kan. Maar mag zo’n actie eigenlijk wel van [het portretrecht, de privacywet]?

Fotograferen van mensen en auto’s in je omgeving mag gewoon. Het is publicatie die problematisch kan zijn. De mensen kunnen dan hun portretrecht inroepen. Portretrecht geldt zodra mensen herkenbaar in beeld zijn. Zou je dus mensen alleen onherkenbaar op de foto’s hebben, dan is er geen probleem met portretrecht. Let er wel op dat mensen soms ook herkenbaar zijn zonder dat je hun gezicht ziet. Iemand kan een opvallend kapsel hebben of herkenbare kleding (“die vrouw met de korte rokjes en het rode haar”).

Voor auto’s geldt geen portretrecht. Daar kan wel weer de Wet Bescherming Persoonsgegevens spelen. Een foto van een auto kan te herleiden zijn tot de eigenaar. Daarmee is het tonen van zo’n foto mogelijk een inbreuk op diens privacy.

Nummerborden afplakken kan daartegen helpen, maar het is geen perfecte oplossing. In zo’n beperkte omgeving als een buurt of straat weten mensen ook vaak wie de eigenaar is als het nummerbord afgeplakt is. Als er maar 1 moeder is met een Smart (of een Hummer), weet iedereen meteen wie dat is als je die Smart laat zien. Ook zonder nummerbord en zonder haar op de foto. Of wat te denken van de bakker die zijn kind met de bedrijfsauto afzet.

De inbreuk op de privacy kan te rechtvaardigen zijn omdat je een verkeersprobleem aan de orde wilt stellen. Het zal dan afhangen van de context waarin de foto wordt getoond. Als je foto’s van diverse situaties laat zien, met hooguit één of twee keer een bepaalde auto, dan lijkt me dat geen probleem.

Ga je één auto of eigenaar er uit lichten, dan is het nog maar de vraag of dat mag. Heeft die ene eigenaar het verdiend om zo in het zonnetje (koplamp?) gezet te worden? Dat riekt naar eigenrichting, zeker als nog helemaal niet vaststaat dat die persoon werkelijk verantwoordelijk is voor de overlast. Herkenbare foto’s tonen van verdachten is vrijwel altijd een inbreuk op hun privacy.

Ook zal meespelen hoe veel mensen de foto’s zien. Bij die school zou men de foto’s op een ouderavond kunnen laten zien aan de parkerende ouders. Dat is een heel wat beperktere groep dan het publiek van een website, en daarom zou dat eerder mogen dan foto’s met naam en toenaam op een website.

Kortom, dit mag [wel, niet, misschien].

Weten jullie nog buitengerechtelijke oplossingen voor parkeerproblemen? Het liefst legaal.

Arnoud

Plaatjes in je Powerpoint, dat moet, maar mag dat?

Plaatjes in een presentatie zijn erg verstandig. Wie de Powerpoint zondag-serie volgt, weet ondertussen wel dat ik het belangrijk vind om afbeeldingen te gebruiken in presentaties in plaats van tekst. Een afbeelding versterkt wat je zegt; een bolletje met tekst herhaalt het alleen maar. Gelukkig zijn er veel mensen die hier rekening mee houden en elke sheet opvrolijken met één of meer leuke plaatjes. Maar het is wel uitkijken met auteursrecht op afbeeldingen.

Ook het in het openbaar vertonen van een (kopie van een) afbeelding is namelijk inbreuk op het auteursrecht. Dat is een vorm van openbaarmaken. Je hebt daar dus toestemming voor nodig, tenzij je het echt in zeer beperkte kring doet:

Onder een voordracht, op- of uitvoering of voorstelling in het openbaar wordt mede begrepen die in besloten kring, tenzij deze zich beperkt tot de familie-, vrienden- of daaraan gelijk te stellen kring, en voor de toegang tot de voordracht, op- of uitvoering of voorstelling geen betaling, in welke vorm ook, geschiedt. Hetzelfde geldt voor een tentoonstelling (art. 12 lid 4 Auteurswet).

Het citeren van een stukje van een afbeelding mag natuurlijk wel, als je iets over die afbeelding gaat vertellen in je presentatie.

Als je afbeeldingen als hoofdonderwerp of versiering van een sheet gaat gebruiken, dan moet je toch echt toestemming vragen. Of gebruik gratis stockfotosites zoals stock.xchng die je die toestemming bij voorbaat geven. Creative Commons-afbeeldingen bij Flickr zijn ook een dankbare bron voor beeldmateriaal in presentaties. En zolang je het beeld alleen laat zien en niet uitdeelt, hoef je alleen een bronvermelding te geven.

Meer tips en uitleg in mijn videopresentatie “Plaatjes op je website”:

Arnoud

Videoclip per beveiligingscamera

cctv-band.jpgStel je wilt een videoclip maken maar je hebt geen geld voor een camera. Wat doe je dan? Dan zoek je plekken op waar ze veel beveiligingscamera’s hebben, je treedt recht voor de lens op en je vraagt de firma vervolgens om inzage in je persoonsgegevens. Want een videopname waar je herkenbaar op staat, is een persoonsgegeven.

Dit is namelijk precies wat de Engelse band The Get Out Clause heeft gedaan met hun laatste nummer (ik krijg de embed niet werkend, sorry).

In principe zou dit in Nederland ook moeten kunnen. Ook bij ons zijn afbeeldingen en opnamen van mensen persoonsgegevens, zolang ze er maar herkenbaar op staan. Je zou dus bij de Blokker een kopietje moeten kunnen krijgen van de beveiligingsbeelden van het moment dat je in de winkel was. Maar of dat in de praktijk ook gaat werken?

Via Slashdot.

Arnoud

EK-actie Kruidvat onbereikbaar door massale belangstelling, mag dat?

kruidvat-folder.jpgDe website van Kruidvat was afgelopen maandag onbereikbaar door massale belangstelling voor haar EK-actie: honderd euro korting op een LCD televisie voor elk doelpunt van Nederland tegen Italie. Met drie doelpunten kwam de korting op 300 euro, zodat je nu die televisie voor de OTTO-esque prijs van maar 99 euro mee kon nemen. Tenminste, als je er doorkwam op de website, want die was natuurlijk zwaar overbelast.

De Consumentenbond vindt de excuses van Kruidvat echter onvoldoende en wil binnen een week een verder gaande, redelijke oplossing bereiken. Beide partijen zijn overeengekomen dat binnen één week duidelijk is wat deze oplossing inhoudt. Zo niet, dan zie ik het wel op een rechtszaak uitdraaien. Zeker als het klopt dat er maar 250 actie-televisies in voorraad waren. Dat is veel te weinig voor zo’n actie, zelfs als je in aanmerking neemt dat de actie slechts liep van half elf tot middernacht op de negende.

Want, zo schrijft de Consumentenbond:

Gelet op het feit dat Kruidvat klanten massaal heeft benaderd per e-mail, de te verwachten grote belangstelling voor een LCD TV tijdens het EK voetbal zeker met een dergelijk groot prijsvoordeel, was de voorraad van 250 exemplaren te beperkt. Een product dat wordt aangeboden tegen een actieprijs behoeft weliswaar niet in onbeperkte mate leverbaar te zijn, maar dient volgens de regels voor het maken van eerlijke reclame wel ’in voldoende mate’ aanwezig te zijn.

Nou had Kruidvat natuurlijk ook niet kunnen bedenken dat Nederland drie doelpunten zou scoren die wedstrijd, maar als er zo massaal reclame wordt gemaakt, dan moet je er rekening mee houden dat je ook een massale toeloop op je website krijgt.

Arnoud

Geen kosten voor klant dankzij algemene voorwaarden verkoper

Meestal zijn algemene voorwaarden erg eenzijdig geformuleerd, zodat alleen de verkoper er zelf iets aan heeft. Maar soms heb je als klant ook iets aan de algemene voorwaarden van de verkoper. Bij Jurofoon vond ik een mooi voorbeeld: een NVM-makelaar mocht geen rekening sturen aan een huizenzoekende klant, omdat hij zich niet aan de NVM-voorwaarden had gehouden.

De klant was een voetballer bij AZ die natuurlijk een huis in Alkmaar nodig had. De makelaar heeft hem twee keer een middag langs te koop staande huizen rondgereden, en hem ook nog een informatiemap gegeven. Daarbij had geen van beide partijen iets gezegd over kosten. De rechter vindt dat de klant daarnaar had moeten informeren. Nu die dat niet gedaan had, mocht de makelaar er vanuit gaan dat hij een betaalde opdracht aan het uitvoeren was. De factuur volgde dan ook snel: €1.725,50.

Maar wat stond in artikel 16 van de NVM-voorwaarden:

Tenzij anders overeengekomen vergoedt de consument bij opdracht voor bemiddeling bij koop of huur de kosten die de makelaar ten behoeve van de consument maakt. Ten aanzien van het maken van deze kosten en de omvang ervan dient de makelaar tevoren met de consument overleg te plegen en afspraken daaromtrent schriftelijk of elektronisch vast te leggen.

Omdat de makelaar dat had nagelaten, kon hij geen kosten vergoed krijgen van de klant. Bovendien moest hij ook nog eens de proceskosten (300 euro, maar toch) van de klant betalen.

Arnoud

Blogruzies en weghalen van blogberichten

Een collegablogger vroeg me:

Onlangs is er bij een weblog waar ik ook voor schrijf een van de medebloggers weggegaan. Hij heeft echter bij zijn vertrek zonder overleg al zijn (meer dan 100) posts verwijderd van de weblog. Ik heb ze teruggezet omdat ik het zonde vond, en nu mailt hij dat ik zijn auteursrecht schend. Maar dat auteursrecht ligt toch bij ons als hij op onze blog publiceert?

Een blogger heeft zelf het auteursrecht op wat hij schrijft. Ook als hij dat op andermans blog doet. Door publicatie draagt hij het auteursrecht niet over maar geeft hij alleen toestemming, een licentie om dit werk te publiceren op een blog. Voor overdracht is een ondertekend document nodig waarin dat expliciet opgeschreven is. Dat mag elektronisch (mail met digitale handtekening) maar een publicatie op een website is nog lang geen overdracht.

Deze licentie werd gegeven zonder vooraf afgesproken einddatum. De vraag is dan of het redelijk is dat de auteur deze zomaar in kan trekken. Voor opzegging van een langlopende overeenkomst geldt dat het er vanaf hangt:

Of in een concreet geval opzegging mogelijk is, moet volgens de rechtspraak van de Hoge Raad beantwoord worden aan de hand van de redelijkheid en billijkheid in verband met de omstandigheden van het geval. Ten aanzien van duurovereenkomsten die voor onbepaalde tijd zijn aangegaan, neemt de (lagere) rechtspraak in kwantitatief de meeste gevallen aan dat opzegging zonder meer mogelijk is, mits een redelijke opzegtermijn in acht worden genomen. (Hijma et al., “Rechtshandeling en Overeenkomst”, nr. 297)

Maar ja, wat is een redelijke opzegtermijn bij een publicatie op internet?

Je zou hier goed kunnen betogen dat je als blogger weet dat publicatie “voor de eeuwigheid” is, en dat je daarom je eenmaal gegeven niet meer kunt intrekken. Of er moet iets heel bijzonders aan de hand zijn. Bijvoorbeeld een blog dat ineens “commercieel gaat” en deze auteur is het daar volstrekt niet mee eens. Dan kan hij de licentie intrekken omdat hij geen medewerking hoeft te verlenen aan een zodanig anders geworden blog.

Wie heeft hier wel eens mee te maken gehad?

Arnoud

Geld verdienen met Youtube filmpjes, mag dat?

Let op (19 september) Deze tekst is verouderd omdat Youtube haar voorwaarden heeft herzien!

Een lezer vroeg zich af:

Op onze site willen we gebruik gaan maken van ‘embedded’ Youtube-films. Geen Hollywoordfilms, maar bijvoorbeeld grappige filmpjes of productpresentaties of interessante lezingen. Maar onze site is wel commercieel, en ik kan me voorstellen dat we dan toch ergens tegen de regels van Youtube aanlopen. Mogen we bijvoorbeeld advertenties vertonen op de pagina’s met filmpjes, filmpjes op een betaald deel zetten of reclame maken met dat wij de leukste filmpjes hebben uitgezocht?

Youtube is een commercieel bedrijf, en vindt het dus niet leuk als anderen geld gaan verdienen met ‘hun’ content. Vandaar dat de Terms of Service in artikel 4D verbieden dat gebruikers geld verdienen met filmpjes die op Youtube staan. Tenminste, als dat het hoofddoel is van het overnemen of embedden van de filmpjes.

Advertenties op een pagina met een embedded filmpje mag dus best, maardat moet niet het voornaamste doel van de pagina zijn:

Prohibited commercial uses do not include: using the Embeddable Player to show YouTube videos on an ad-enabled blog or website, provided the primary purpose of using the Embeddable Player is not to gain advertising revenue or compete with YouTube;

En in de FAQ wordt uitgelegd dat het doel van dit verbod is te voorkomen dat mensen pagina’s maken met alleen filmpjes en advertenties. Want de enige die dat mag doen, is Google zelf.

Natuurlijk moet je altijd wel uitkijken dat de filmpjes legaal op Youtube staan. Want een illegaal aangeboden film via de embedded player doorgeven op een commerciële site is vrijwel altijd onrechtmatig. De maker van de film kan dan een schadevergoeding indienen.

Ik vraag me nu wel af hoe Youtube zelf geld verdient als mensen filmpjes via de embedded player vertonen.

Arnoud

Vraag aan Europees Hof: wanneer zijn Adwords legaal?

Verkopen van “genuine replica” merkproducten is een populaire bezigheid. Je moet natuurlijk wel kunnen adverteren, en onlangs maakte Google het met haar nieuwe Adwords-policy bedrijven een stuk gemakkelijker. In de EU is het nu toegestaan om advertenties te kopen op andermans merknaam. Daar maken verkopers van “echte replicaproducten” handig gebruik van. In Frankrijk werd Louis Vuitton daar erg boos om. Zij stapte naar de rechter, en deze heeft nu vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie over hoe het Europese merkenrecht moet worden geinterpreteerd als het gaat om gesponsorde koppelingen.

Het Hof stelt drie vragen, die ik niet letterlijk ga overnemen (lees ze bij Legalis in het Frans of probeer de Google Vertaling eens).

1. Is het verkopen van gesponsorde koppelingen naar imitatie- of replicasites een vorm van merkinbreuk?<br/> Dit is natuurlijk de hamvraag. Het verkopen van replica- of imitatiemerkproducten is meestal merkinbreuk, zelfs als je erbij zet “replica vuitton”. Maar Google verkoopt de producten niet zelf. Zij verwijzen alleen naar sites die dat wel doen. Die sites maken ook reclame met behulp van de merknaam, en dat is al snel merkinbreuk. Uit uitspraak C-228/03 van het Hof van Justitie (Gilette/ La Laboratories) blijkt dat dat bijvoorbeeld het geval is als het aangeboden product wordt voorgesteld als een imitatie of namaak van het merkproduct.

Alleen, wie publiceert nu eigenlijk de reclame? Google of de adverteerder?

2. Kan de houder van een beroemd merk optreden omdat door dit gebruik ongerechtvaardigd voordeel getrokken wordt van het merk?<br/> Louis Vuitton is een zogeheten “beroemd merk” (art. 6bis van het Unieverdrag van Parijs) en heeft daarom recht op extra bescherming van haar merk tegen allerlei vormen van misbruik. Niet alleen mag je zulke merken niet gebruiken voor dezelfde of vergelijkbare producten, maar je mag ze ook niet op andere manieren gebruiken als je daardoor zonder geldige reden ongerechtvaardigd voordeel trekt uit het merk. Deze vraag komt dus neer op: zijn Google’s advertentieinkomsten uit advertenties naar sites met namaakproducten “ongerechtvaardigd voordeel” dat Google verkrijgt uit het merk?

In Nederland werd Google in 2007 nog vrijgesproken van merkinbreuk op het merkrecht van Farmdate. Daar speelde wel mee dat “Farm date” niet bepaald een sterk merk is voor daten met boeren.

3. Zou je Google als “provider” (dienstverlener) kunnen aanmerken zodat zij aansprakelijk wordt op het moment dat ze op de hoogte is gesteld door de eigenaar van het handelsmerk van het illegale gebruik?<br/> Google slaat advertentieteksten op haar servers op, en toont die wanneer mensen bepaalde zoekwoorden intypen. Daarmee is Google vergelijkbaar met een provider die webpagina’s opslaat en op verzoek opstuurt. Providers, in mooi juridisch “dienstverleners van de informatiemaatschappij” zijn pas aansprakelijk als ze op de hoogte zijn gesteld en dan niet ingrijpen. Deze constructie wordt bij auteursrecht veel gebruikt, maar je zou het bij merkinbreuk ook kunnen toepassen.

In 2006 speelde in Nederland iets dergelijks bij een zaak van merkhouder Stokke tegen Marktplaats. Deze probeerde te verhinderen dat mensen op Marktplaats namaakkinderstoelen verkochten met het merk “Tripp Trapp”. De rechtbank vond het echter niet nodig dat Marktplaats een preventief filter voor zulke advertenties zou moeten invoeren. Controle achteraf hoefde ook niet – Marktplaats had een notice and takedown systeem (“Melding van Inbreuk Programma”) waarmee merkhouders klachten konden indienen:

Met het ontwikkelen en in bedrijf houden van een programma met behulp waarvan inbreukmakende advertenties kunnen worden gemeld en verwijderd, voldoet Marktplaats aan hetgeen van haar op grond van de voor haar geldende zorgvuldigheidsplicht kan worden verlangd.

Google zou dus bij Adwords een vergelijkbare dienst kunnen invoeren. Merkhouders kunnen dan klagen over advertenties van namaakproducten op hun merknaam, en Google kan dan net als andere providers een notice en takedown procedure voeren.

Zou dat kunnen werken? Het lijkt me erg kwetsbaar voor misbruik en onderling gepest.

Arnoud

Moet een koop op afstand in originele staat retour?

Wie iets koopt bij een webwinkel, mag dit binnen zeven werkdagen terugdraaien. De winkelier moet het artikel dan terugnemen, en natuurlijk het geld teruggeven. Dat staat in de Wet Koop op Afstand, art. 7:46d BW. Het idee is dat je het product kunt uitproberen in die zeven werkdagen, om zo te besluiten of het bevalt of niet. Maar daarbij bestaat de kans dat het product (of de verpakking) beschadigd raakt. Mag je het dan nog terugsturen? En zo ja, mag de winkelier dan een deel van het geld houden als vergoeding voor die schade?

De juridische constructie achter dit recht is “ontbinding”. Dat wil zeggen, het contract was geldig maar wordt bij deze opgeheven, en de partijen moeten nu de eerder verrichte prestaties ongedaan maken (art. 6:271 BW). Daaruit volgt, zo bleek tijdens de invoering (26861, nr. 5, p. 24) van dit wetsartikel:

Hij zal het door hem ontvangen product derhalve in de staat waarin hij het heeft ontvangen moeten retourneren aan de verkoper. Is dit niet mogelijk, dan is de consument gehouden tot schadevergoeding voor zover de tekortkoming aan hem kan worden toegerekend (artikelen 6:74 e.v. jo. 6:273 e.v. BW).

Het criterium daarbij is dat je vanaf het tijdstip dat je redelijkerwijze met een ontbinding rekening moest houden, verplicht bent zorgvuldig om te gaan met het product. De vraag is natuurlijk wanneer dat tijdstip ingaat. Ik zou denken dat dat vanaf de ontvangst van het product is, omdat je bij het product geïnformeerd wordt over de zevendagentermijn waarbinnen je mag ontbinden. Zolang je dus nog aarzelt of je het product wilt houden, moet je netjes omgaan met het product en de verpakking.

Doe je dat niet, dan heb je weliswaar nog steeds recht om het terug te sturen, maar zul je wel een vergoeding moeten betalen voor de schade aan de verpakking of het product zelf.

Wie is hier wel eens tegenaan gelopen? En werd de retour toch geaccepteerd?

Arnoud

Zijn de spelregels echt bindend?

Een belangwekkend vonnis voor online games? In ieder geval vermakelijk om te lezen. In 2001 deed een man mee met het tv-programma Weekend Miljonairs. De vraag voor 32.000 euro was “Wat ontdekte Robert J.L. Guppy in 1866?” Niet spieken! De vier mogelijke antwoorden waren: a. een aquariumvisje; b. een pygmeeënstam; c. radium; d. Hawaï. Meneer koos antwoord b, en na ongeveer een half uur (althans, zo lang duurt dat voor mijn gevoel als ik kijk) gaf Robert ten Brink aan dat het toch echt antwoord a had moeten zijn.

Daar was deze meneer het niet mee eens, en hij stapte naar de rechter om alsnog zijn 32.000 euro te incasseren. De motivatie: meneer Guppy ontdekte helemaal geen aquariumvisje. Hij ontdekte weliswaar een bepaald visje in Trinidad, maar anderen hebben dat visje naar Robert Guppy genoemd. Bovendien zat het visje dat hij had ontdekt, helemaal niet in een aquarium. De vraagstelling was dus zodanig slordig dat Weekend Miljonairs hem niet zomaar kan verwijten het foute antwoord gegeven te hebben.

Maar nee:

De vraagstelling in samenhang met de daarop te geven antwoorden is verder ook zodanig dat, ook indien iemand zou weten dat Guppy niet de ontdekker maar de naamgever van de vis was, geen van de andere antwoorden in aanmerking komt zodat ook in dat geval het door gedaagde als juist aangemerkte antwoord zou zijn gegeven. Het is ten slotte heel wel mogelijk dat men een vis die thans veel in aquaria wordt gehouden een aquariumvis noemt zonder dat daarmee wordt gesuggereerd dat deze vis in een aquarium is ontdekt.

Natuurlijk is het wat slordig om ‘ontdekker’ en ‘naamgever’ met elkaar te verwarren. Maar dat is nog niet zodanig slordig dat je alsnog je prijzengeld mag incasseren.

Bovendien had het tv-programma in haar spelregels opgenomen dat de beslissing van de spelleiding bindend is. En ja, daar zit je dan aan vast als de spelleiding zegt dat antwoord a het juiste moet zijn.

Via Jurofoon.

Arnoud