Het computergrondrecht

Het Duitse Grondwettelijk Hof erkent een “grondrecht op het waarborgen van de vertrouwelijkheid en de integriteit van IT-systemen”, meldt Nu.nl. Dit grondrecht was de reden om een wet van de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen te vernietigen waarin de politie uitgebreide bevoegdheden kreeg om computers van burgers te doorzoeken. Uit het arrest van het Bundesverfassungsgericht blijkt dat men dit grondrecht als onderdeel van het Persönlichkeitsrecht, het recht van de burger om zich persoonlijk te ontplooien en ontwikkelen zolang dat maar de rechten van anderen niet schendt. Dit recht is in Duitsland expliciet in de Grondwet vastgelegd.

De Nederlandse grondwet heeft zo’n bepaling niet. Artikel 10 van onze Grondwet bevat wel een bepaling ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en deze bepaling zou een persoonlijkheidsrecht omvatten. En dat artikel 10 geldt ook op internet. De persoonlijke levenssfeer geldt niet alleen thuis, maar ook op de openbare weg, en eigenlijk in het hele openbare leven. Je hebt dus ook privacy op internet. Natuurlijk zitten daar wel grenzen aan. Om eens wat te noemen: wat je zelf publiceert op een openbaar medium, is nauwelijks nog als privé-informatie te beschouwen.

Het lastige in Nederland is dat je niet altijd een direct beroep op de Grondwet kunt doen. Artikel 120 van de Grondwet verbiedt de rechter te toetsen of een wetsbepaling in strijd is met de Grondwet. Maar dat gaat alleen over wetsbepalingen: een gemeentelijke APV, een bevel van een politieagent of een andere regeling die geen “wet in formele zin” (aangenomen door het parlement) is, mag wel worden getoetst aan de Grondwet.

De rechter mag wel een wet toetsen aan verdragen zoals het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Artikel 8 van het EVRM bevat ook een privacyregeling. Een Nederlandse wet die regelt hoe de politie je computer mag doorzoeken, mag niet in strijd zijn met dit artikel 8 EVRM. Blijkt dat toch zo te zijn, dan mag de rechter het wetsartikel niet toepassen.

Arnoud

Is ontslag nemen per e-mail rechtsgeldig?

Een lezer wilde per e-mail ontslag nemen, maar diens werkgever weigerde dat te accepteren omdat “e-mail geen rechtsgeldig medium is”. Oh?

Opzeggen mag in principe op elke manier, ook mondeling of per e-mail. Het kan zijn dat er bij CAO of in de arbeidsovereenkomst andere afspraken zijn gemaakt. Dan moet opzegging volgens die afspraken gebeuren.

Vaak staat er in een CAO dat opzegging “schriftelijk” moet. Je kunt je afvragen of met een e-mail daaraan voldaan is. Onlangs werd e-mail als “schriftelijk” gezien bij een ingebrekestelling. De redenering daarbij zou ook op kunnen gaan voor opzegging van arbeidsovereenkomsten, maar persoonlijk zou ik het daar niet op willen laten aankomen.

Het probleem bij opzeggen per e-mail is dat de opzegger moet bewijzen dat de e-mail is aangekomen, en de wederpartij alleen maar hoeft te ontkennen deze gehad te hebben. Het is dus niet verstandig om op te zeggen per mail. Net zo goed als mondeling ontslag nemen niet verstandig is.

Bij een bedrijfsnetwerk is er vaak een (redelijk) betrouwbare optie om een ontvangstbevestiging te vragen. Dat zou kunnen helpen als bewijs. Maar vaak toont zo’n ontvangstbevestiging niet aan wat de inhoud van de mail was.

Op Flexmarkt het volgende advies:

De opzegging is pas geldig als het bericht van opzegging de andere partij heeft bereikt. De werkgever moet bij geschillen de bezorgdatum en het adres van de brief kunnen aantonen. Bewaar een kopie van de opzegbrief. Er is geen opzegging als blijkt dat de brief op het verkeerde adres is bezorgd. Daarom is een aangetekende brief het aangewezen middel. Want zelfs als de aangetekende brief niet wordt afgehaald bij het postkantoor, is de opzegging geldig. De geadresseerde draagt in dat geval het risico dat de brief hem of haar niet heeft bereikt. Dat geldt ook als de werknemer is verhuisd en geen adreswijziging heeft doorgegeven aan de werkgever. Vaak bevat een cao nadere regels.

Zie ook Arbeidsrechter.nl dat ook sterk afraadt om per e-mail ontslag te nemen.

Arnoud

Opzegtermijn van een dienstverlening op afstand

Wie iets koopt via internet, mag binnen zeven werkdagen na ontvangst van het product de koop ongedaan maken. Hij moet het product dan terugsturen (en zelf de verzendkosten betalen), en krijgt uiteraard zijn geld terug. Maar hoe zit dat bij het afnemen van diensten via internet? Denk aan een betaalwebsite of een via een 0900-nummer afgesloten abonnement.

Zeven werkdagen na sluiten overeenkomst<br/> De Wet Koop op Afstand zegt dat de bedenktijd van zeven werkdagen “van overeenkomstige toepassing” is op overeenkomsten voor dienstverlening (art. 7:46i BW). Dat betekent dat je binnen zeven dagen na de dag dat de overeenkomst wordt gesloten, deze mag ontbinden (art. 7:47i lid 6 BW). De dag dus dat de klant op de “Akkoord” of “Bestel”-knop drukt. Niet per se de dag dat je de bevestigingsbrief van de leverancier krijgt.

Alleen, art. 7:46c lid 2 eist dat de dienstverlener bepaalde informatie schriftelijk verstrekt bij de nakoming van de gesloten overeenkomst. Vanaf ontvangst van die brief heb je ook een zevendagentermijn om op te zeggen. In de meeste gevallen krijg je de brief natuurlijk pas enkele dagen later dan de dag waarop je de overeenkomst sloot, dus “zeven dagen vanaf de bevestigingsbrief” is een aardige vuistregel. Op tentamens E-commerce op juridische faculteiten krijgt dat antwoord echter niet het volledig aantal punten.

Als de dienstverlener vergeet de brief te sturen, of er onjuiste informatie in zet, dan verandert deze termijn in een driemaandentermijn. De leverancier heeft dan nog één redmiddel: hij kan de ontbrekende informatie nasturen, en dan heeft de klant ineens weer een termijn van zeven werkdagen na ontvangst van die informatie. De driemaandentermijn komt dan dus te vervallen.

Gratis proefabonnement?<br/> Nu lijkt het of je met deze bepaling bij elke dienst zeven dagen lang een gratis “proefabonnement” kunt nemen. Maar zo werkt het niet altijd. Art. 7:46i sub 5 BW zegt dat het ontbindingsrecht niet geldt voor dienstverleningen die met instemming van de klant zijn begonnen voordat de termijn is verlopen. Wie bijvoorbeeld een webhostingabonnement neemt, dezelfde dag nog inlogcodes krijgt en zijn website uploadt, kan zeven dagen later niet meer gebruik maken van de wettelijke opzegtermijn.

Als de leverancier vergeet te vertellen hoe het zit met de opzegtermijn, dan heeft de klant wel een bedenktijd en wel van drie maanden. Ook als hij meteen op dag één van de dienst gebruik kon maken. Ook hier kan de leverancier dan maar beter zo snel mogelijk de ontbrekende informatie nasturen: dan mag de klant binnen zeven werkdagen beslissen of hij er alsnog onderuit wil. Een zware sanctie voor de dienstverlener misschien, maar het is natuurlijk erg belangrijk dat de consument goed wordt geïnformeerd over de mogelijkheden van de geleverde dienst.

Arnoud

Webstats van Nedstat opvragen geen inbreuk op databankrecht

Kent u dit icoontje nog? Inderdaad, Nedstat, de oudste bezoekersteller van Nederland. De dienst voor deze gratis teller (Nedstat Basic) werd in 2005 verkocht aan internet reclamebureau Ad Pepper, waarna het Webstat4U en -na enige ophef over floepvensters– Motigo Webstats ging heten.

Ad Pepper had plannen voor uitbreiding, en de tellerdienst van het Franse Weborama leek een aardige kandidaat om aan te kopen. Weborama maakte zich zorgen over klantverlies na die overname, en had toen het slimme plan om eens te kijken hoe populair die Webstats-tellers nu eigenlijk waren. Je kunt namelijk in de gebruikerscatalogus van Motigo kijken wie hun klanten zijn (keurig op categorie), en dan voor een willekeurige klant hun webstatistieken lezen.

Dat massaal opvragen viel natuurlijk op bij Ad Pepper. En omdat de overname ondertussen was afgeketst, lagen de verhoudingen toch al niet zo lekker, dus daar kwam een rechtszaak van: schending van databankrecht en ook nog eens doorbreken van een beveiliging (het negeren van robots.txt) en het ongeautoriseerd opvragen van al die gegevens.

De rechter ging in het vonnis handig voorbij aan de vraag of sprake was van een beschermde databank door meteen te kijken of er sprake was van geheel of gedeeltelijk hergebruik van die databank. Als dat er niet is, is je databankrecht niet geschonden. Weborama zou 27.800 items hebben opgevraagd. Dat was maar een fractie van de databank van Webstats: er bleken meer dan 1 miljoen Webstats-klanten te zijn. Geen gehele overname dus.

Opvragen van kleine stukjes van een databank mag, tenzij het gaat om voorkomen het “leegmelken” van de databank. En daar was bij deze éénmalige actie geen sprake van. Weborama had verder geen commerciele activiteiten ontplooid met de opgevraagde gegevens, dus van schade, laat staan ongerechtvaardigde schade was al helemaal geen sprake. Dus daarmee hield alles op: zonder schade geen vordering.

Het robots.txt bestand was trouwens geen doeltreffende technische voorziening ter bescherming van een databank, dus daar hoefde de spider van Weborama geen rekening mee te houden.

Net als bij het Gaspedaal-vonnis had ook Weborama in haar algemene voorwaarden (terms of service) dit soort acties verboden. En net als Wegener bij Gaspedaal kreeg Weborama hier ongelijk: je mag niet in je gebruiksvoorwaarden iets verbieden waar je geen recht op hebt. Weborama had geen databankrecht, dus mocht ze opvragen uit die onbeschermde databank niet via de achterdeur alsnog tegengaan.

Arnoud

Regels tegen oneerlijke handelspraktijken stiekem al maand van kracht

Sorry, ik zat vrijdag even niet op te letten. Toen speculeerde ik over de gevolgen van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken, en schreef daarbij dat dit toekomstmuziek was omdat deze richtlijn nog niet in onze wet omgezet was. Nou klopt dat op zich, maar de regels uit deze richtlijn zijn al wel van kracht, dankzij het fenomeen “richtlijnconforme uitlegrechtstreekse werking“. Dat betekent dat wie zich gedupeerd voelt door een oneerlijke praktijk van een bedrijf, nu al met de richtlijn in de hand van een overeenkomst af kan of schadevergoeding kan krijgen.

Normaal kun je geen direct beroep doen op Europese richtlijnen, omdat het geen wetten zijn maar instructies aan de nationale wetgever om hun wetboeken aan te passen aan de regels uit de richtlijn. Vandaar dus het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn. In veel gevallen (en ook hier) gebeurt dat door de richtlijn over te schrijven als wetsartikelen, maar dat hoeft niet. Stel je hebt al een equivalent wetsartikel, dan hoef je niets te doen.

Maar als de wetgever te laat is met de aanpassing, dan kun je een direct beroep doen op die bepalingen uit de richtlijn die “onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn”richtlijnconforme interpretatie van de regels uit de Richtlijn eisen. Dat maakt het mogelijk om een bestaande wetsbepaling zo uit te leggen dat de uitkomst net is of de Richtlijn al wel ingevoerd is. Voor algemene voorwaarden heb je nu al de mogelijkheid om ze te vernietigen door te zeggen dat ze onredelijk bezwarend zijn. Bewijs daarvan kun je nu leveren door de richtlijn oneerlijke handelspraktijken te laten zien: wat daar verboden is, moet worden gezien als onredelijk bezwarend. (update 7 februari 2008) En zeker de bepalingen uit de zwarte lijst lijken mij evident voldoende nauwkeurig om nu al van toepassing te zijn. Je kunt nu dus al naar de rechter met deze zwarte lijst in de hand om je recht te halen. Piter “Volledig bericht” de Weerd had dit in december al gezien trouwens.

De Stichting Reclame Code heeft alvast maar de Nederlandse Reclame Code aangepast: bij klachten over reclame in tijdschriften of op radio of televisie kunt u nu direct gebruik maken van de verboden uit de richtlijn.

De twaalf zwartste zwartelijstitems zijn:

  1. Lokkertjes: de consument verlokken tot kopen door reclame te maken voor een product tegen een zeer lage prijs zonder dat daarvan een redelijke voorraad aanwezig is.
  2. Zogenaamde “gratis” aanbiedingen: een product als “gratis”, “voor niets”, “kosteloos” en dergelijke omschrijven als de consument iets anders moet betalen dan de onvermijdelijke kosten om in te gaan op het aanbod en het product af te halen dan wel dit te laten bezorgen.
  3. Kinderen er rechtstreeks toe aanzetten om geadverteerde producten te kopen (“Koop het boek nu”) of om hun ouders of andere volwassenen ertoe over te halen die producten voor hen te kopen (“Er is een nieuwe video ‘Alice en het toverboek’ van Fondi uit – vraag je moeder die bij de tijdschriftenhandel te kopen.”) Kinderen rechtstreeks aanzetten tot het kopen van een product was op televisie al verboden; de zwarte lijst breidt dit verbod uit tot alle media, met name internet.
  4. Bedrieglijk beweren dat een product een geneeskrachtige werking heeft, bijvoorbeeld in het geval van allergieën, haarverlies en overgewicht.
  5. Advertorials: redactionele inhoud in de media, waarvoor de handelaar heeft betaald, gebruiken om reclame te maken voor een product, zonder dat dit duidelijk wordt uit de inhoud.
  6. Piramidesystemen: een piramidesysteem waarbij de consument tegen betaling kans maakt op een vergoeding die eerder voortkomt uit het aanbrengen van nieuwe consumenten in het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van goederen.
  7. Prijzen: de bedrieglijke indruk wekken dat de consument een prijs heeft gewonnen als er in feite geen sprake is van een prijs, of als het ondernemen van stappen om in aanmerking te kunnen komen voor de prijs afhankelijk is van de betaling van een bedrag door de consument of indien daaraan voor hem kosten zijn verbonden.
  8. Misleidende voorstelling van de rechten van de consument: wettelijke rechten van consumenten voorstellen als een onderscheidend kenmerk van het aanbod van de handelaar.
  9. Beperkte aanbiedingen: bedrieglijk beweren dat het product slechts gedurende een zeer beperkte tijd beschikbaar zal zijn om de consument onvoldoende tijd te geven een geïnformeerd besluit te nemen.
  10. Taal van de klantendienst: beloven de consumenten een klantendienst te verschaffen en deze dienst vervolgens enkel beschikbaar stellen in een andere taal zonder dit duidelijk aan de consument te laten weten alvorens deze zich tot de transactie verbindt.
  11. Niet-gevraagde leveringen: vragen om onmiddellijke dan wel uitgestelde betaling of om terugzending of bewaring van producten die de handelaar heeft geleverd, maar waar de consument niet om heeft gevraagd.
  12. Europese garantie: op bedrieglijke wijze de indruk wekken dat voor een bepaald product service na verkoop beschikbaar is in een andere lidstaat dan die waar het product wordt verkocht.

Arnoud

Wanneer moet je een geband persoon teruglaten op je forum?

Van forums verwijderd (geband) worden is een regelmatig terugkerend onderwerp hier. Logisch ook: de gemoederen lopen hoog op en dan wordt er al snel met juridische taal gegooid. Hier weer een lastige die we nog niet gehad hebben.

Eén van onze bezoekers had nogal ongezouten en vaak grove meningen gepost op ons forum. Vanwege taalgebruik en klachten van anderen is zij na een paar waarschuwingen tijdelijk geband. Na die ban kwam ze weer terug en begon alles van voren af aan. Toen hebben we haar permanent verbannen, zoals ook in ons reglement staat. Toen kwam ze vanaf een ander IP-adres terug met een andere usernaam, die we vervolgens ook weer opgeheven hebben. Nu schrijft zij: “ik wil alleen maar op het forum kunnen posten. Jullie bans zijn een schending van mijn vrije meningsuiting en ik ga daar stappen tegen ondernemen.”

Als site-beheerders heb je natuurlijk het recht om je site in te richten zoals je wilt. Maar als je je site openstelt voor anderen, dan kun je niet zomaar meer eenzijdig bepalen hoe alles verloopt. Je moet dan rekening houden met de belangen van je bezoekers.

Een goed huisreglement is dan van wezenlijk belang. Daarin zet je wat je wel en niet gewenst acht op je forum, en wat je gaat doen als mensen zich daar niet aan houden. Na een waarschuwing een tijdelijke en daarna een permanente uitsluiting is bijvoorbeeld een prima regeling. Zolang maar duidelijk is wat de regels zijn.

Desondanks kunnen forumbeheerders of moderators niet zomaar elk bericht om elke reden verwijderen of aanpassen. Iemands meningsuiting is beschermd, en er moet dus een geldige reden zijn om dat te doen. Bij illegale bijdragen (belediging, racisme, inbreuk op andermans rechten) is er evident zo’n geldige reden aanwezig. Reclame mag ook zomaar verwijderd worden. En berichten die off-topic zijn, kunnen verplaatst of eventueel verwijderd worden. Maar inhoudelijk ingrijpen bij on-topic discussies zou zeer uitzonderlijk moeten zijn.

Wie zich echter aantoonbaar misdraagt en bij herhaling de regels overtreedt, mag van een forum worden uitgesloten. Belooft hij dan beterschap, dan mag het forum hem terugnemen maar dat hoeven ze uiteraard niet te doen. Dat is dan de keuze van de beheerders.

Arnoud

Microsoft wil Yahoo! kopen, mag dat?

Microsoft wil internetbedrijf Yahoo overnemen voor 44,6 miljard dollar (omgerekend net geen 30 miljard euro), maar mag dat eigenlijk wel? Microsoft heeft al de nodige rechtszaken en andere procedures aan de broek wegens haar dominante machtspositie. Het bedrijf is een van de drie grootste bedrijven ter wereld in de markt voor zoekmachines en aanverwante diensten, naast Google en het Yahoo dat ze nu willen overnemen.

Als die markt van drie naar twee grote spelers teruggaat, zou je dat kunnen zien als slecht voor de concurrentie. Dat is al snel een reden om zo’n overname te verbieden. Hoe minder spelers, hoe minder concurrentie en daar is de consument niet bij gebaat. Update (3 februari) de eerste klacht is binnen: het duopolie Google/Microhoo is een te grote bedreiging voor de privacy.

Daar komt nog bij dat Microsoft een dominante positie (bijna-monopolie) op de desktop heeft, met XP en Vista. Elke integratie van Microhoo Search (of hoe het dan ook maar gaat heten) in Windows is dan al heel snel misbruik van die dominante positie om de concurrentie op de markt voor zoekdiensten te verpesten. En ook dat mag niet.

Aan de andere kant, Microsoft en Yahoo kunnen afzonderlijk niet tegen de gigant Google op. Een consolidatie van deze ‘kleintjes’ zou dan een machtsblok kunnen zijn waardoor Google minder dominant wordt in deze markt. En dat is juist een reden om de overname toe te juichen.

Ars Technica kwam halverwege januari met een uitgebreide analyse over de businesskant van een overname als deze.

Wat denken jullie? Een tweede machtige partij die tegenwicht voor Google kan bieden, of wederom een vorm van misbruik van de machtspositie van Microsoft?

Arnoud

De fair use policy (FUP) van providers als oneerlijke handelspraktijk

Onbeperkt spareribs eten, maar u moet het wel redelijk houden. Dat vind ik niet echt onbeperkt, u wel? Toch is dat feitelijk hetzelfde als wat veel internetproviders gebruiken: onbeperkt internetten, maar met een fair use policy (FUP). Deze zegt dan dat het internetverkeer “redelijk” moet zijn of “niet veel meer dan het gemiddelde van alle klanten” of iets van die aard.

Bij de aankondiging van mijn artikel Contracten met internetproviders werd in de reacties de vraag gesteld:

Als een provider een Fair Use Policy hanteert, is het dan nog redelijk dat de provider adverteert met “geen datalimiet” en “onbeperkt internettten”? Ik vermoed zelf van niet, want er is wel een datalimiet en het internetten is niet onbeperkt.

Nu komt er binnenkort verbod op oneerlijke handelspraktijken. Als deze wet er door is, is het verboden om als handelaar iets te doen waardoor

het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen aanmerkelijk wordt beperkt en de gemiddelde consument daardoor een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen dat hij anders niet had genomen.

Hieronder vallen bijvoorbeeld trucs als elke week opheffingsuitverkoop of een stuntaanbieding die om vijf over negen al is uitverkocht “maar we hebben nog wel veel andere mooie producten”. Maar het gaat niet alleen om dat soort malafide zaken. De regels zijn algemener. Zo mag je geen misleidende omissie hebben in je advertentie: geen essentiële informatie weglaten die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen.

Als voorbeelden hiervan noemt het wetsvoorstel:<BR/> a. de voornaamste kenmerken van het product, in de mate waarin dit gezien het medium en het product passend is;<BR/> d. de wijze van betaling, levering, uitvoering en het beleid inzake klachtenbehandeling, indien deze afwijken van de vereisten van professionele toewijding;

De toegestane hoeveelheid dataverkeer van een internetabonnement lijkt mij een zeer essentieel kenmerk. Dit bepaalt voor een groot deel hoe duur een abonnement is. En om abonnementen te kunnen vergelijken, moet je weten wat je bij elk abonnement mag.

Bovendien is “fair use policy” bepaald geen duidelijke omschrijving van de wijze van uitvoering de overeenkomst. Hoe weet ik zelfs maar wanneer ik meer gebruik dan mijn medegebruikers?

Een provider moet dus volgens dit wetsvoorstel aangeven wat er nu precies mag. Een vage omschrijving als “in alle redelijkheid” laat essentiële informatie weg en is daarmee misleidend.

UPDATE (7 februari 2008) omdat de Richtlijn al ingevoerd had moeten zijn, is tegenwoordig “richtlijnconforme interpretatie” van de regels uit de Richtlijn van kracht. Dat maakt het mogelijk om een bestaande wetsbepaling zo uit te leggen dat de uitkomst net is of de Richtlijn al wel ingevoerd is. Voor de FUP heb je nu al de mogelijkheid om deze algemene voorwaarde te vernietigen door te zeggen dat die onredelijk bezwarend is. Een richtijnconforme uitleg van deze eis (conform de richtlijn oneerlijke handelspraktijken dus) moet er dan toe leiden dat de FUP onredelijk bezwarend is omdat essentiële informatie weggelaten wordt. Meer hier.

Arnoud

Andermans site scrapen, wanneer mag dat?

Voor Netters, een community voor webbouwers, schreef ik een juridische analyse over scrapen, hergebruik van stukjes content van andermans site.

Scrapen is een vorm van uitbesteden. Een zoekmachine bouwen is veel werk. En dat geldt niet alleen voor algemene zoekmachines zoals Google, maar ook voor speciale zoekmachines voor huizen, auto’s, contactadvertenties en noem maar op. Veel van dat werk zit hem in het verzamelen en onderhouden van de content. Hoe houd je je database up-to-date, wanneer verwijder je een te koop staand huis en bij welke advertenties moet je ingrijpen omdat er iets illegaals wordt verkocht? Erg fijn dus als je al dat gedoe kunt uitbesteden, en jij je alleen bezig hoeft te houden met zoekresultaten tonen – en natuurlijk de advertenties er omheen.

Maar ja, dan moet die advocaat wel een recht in stelling kunnen brengen. Zomaar iets laten verbieden gaat meestal niet. Dus wat valt er juridisch te doen tegen scrapen? Of omgekeerd, wat mag je scrapen van andermans site?

Lees verder in Andermans site scrapen, wanneer mag dat? bij Netters.

Arnoud

Het merk cyberlaw

Het lijkt erop dat ik deze blog niet meer aan Amerikanen mag laten lezen. Tenminste, als de Amerikaanse jurist Eric Menhart zijn zin krijgt. Die heeft namelijk het woord “cyberlaw” als merk laten registreren voor zijn juridische diensten op het gebied van internetrecht (cyberlaw dus, ja).

Op de EFF blog is te lezen:

Eric Menhart may call himself a cyberlawyer, but we think he has a lot of learn about cyberlaw — and common sense. Menhart is the author of a blog about cyberlaw issues called, logically if not innovatively, “Cyberlawg.” (As he says in the top right corner, “Cyberlawg = Cyberlaw blog.”) And he is “principal attorney” in a firm called “CyberLaw P.C.” OK, OK, we get it, he practices technology law. Based on this, he’s applied for a trademark on the use of the term “cyberlaw” in connection with the practice of, um, cyberlaw.

Volstrekt onrealistisch natuurlijk. Om merkbescherming te krijgen, moet je naam “onderscheidend vermogen” bezitten. Dat wil zeggen dat mensen aan de hand van het merk jouw dienst moeten kunnen herkennen en onderscheiden van diensten van je concurrenten. Een naam als SOLV kan dus prima voor een advocatenkantoor. Maar “advocaten en notarissen” is niet geschikt als merknaam. Iedereen in het vakgebied biedt immers advocaten- en/of notarisdiensten aan.

Natuurlijk kun je wel een bestaand woord als merk deponeren. Er geldt niet, zoals bij octrooien, de eis dat de merknaam een nieuw woord of samenstelling moet zijn. Een bekende uitgeverij heet bijvoorbeeld Boom, en dat mag gewoon. Het bedrijf heeft geen monopolie op het woord “boom” maar kan alleen andere uitgeverijen verbieden zich zo te noemen.

In 2003 is iets dergelijks ook al eens geprobeerd met “Computer Law“, wat uiteraard net zo hard afgewezen werd. Daar werd trouwens ook uitgemaakt dat “.com” achter je naam plakken het nog geen merknaam maakt.

Via Slashdot.

Arnoud