Mag mijn school Windows eisen?

windows-mac-linux.jpgEen lezer vroeg me:

De opleiding die ik momenteel volg maakt gebruik van een Flash applicatie voor de wiskundelessen. Ik gebruik Linux, en daar werkt die applicatie eigenlijk niet goed op. Ik heb verschillende distributies, van Gentoo tot Ubuntu, geprobeerd maar het probleem blijft. Mijn docent geeft echter aan dat ik dat maar te accepteren heb: “Moet je maar gewoon Windows gebruiken”. Dus nu vroeg ik me af, kan ik van de school eisen dat ze hun applicatie crossplatform maken, of kunnen ze mij verplichten een dure Windowslicentie aan te schaffen?

Ik ken geen regels die zeggen dat opleidingen OS-agnostisch moeten zijn. Heel misschien als je indirect benadeeld wordt in een handicap of zo (screenreader die het alleen doet onder MacOS, of braille-apparaat met Linux).

In het algemeen geldt voor zover ik weet dat een onderwijsinstelling zelf mag bepalen welke eisen zij willen stellen aan deelnemers, zolang het maar geen verboden discriminatie oplevert. Als zij eisen dat je een roze sweater draagt, dan zal dat moeten. Willen ze geen leren tassen, dan zul je een geweven rugzak moeten kopen.

Voor software geldt denk ik hetzelfde. Zij hebben bepaalde software, en als jij die vakken wilt volgen dan moet je hun software gebruiken. Dat is denk ik niet anders dan wanneer ze je boeken voorschrijven of een rekenmethode die jou misschien niet ligt (de moderne staartdeling, wtf?). Dat jij liever een ander boek hebt, of dat jouw boeken goedkoper zijn, is geen argument om af te mogen wijken van de verplichte literatuur. En daarom denk ik dat Windows ook voorgeschreven kan worden.

Arnoud

Wordt een roman Creative Commons door copypasten uit Wikipedia?

michel-houellebecq-boek-creative-commons.pngOmdat de bekende Franse schrijver Michel Houellebecq grote stukken van Wikipedia heeft overgenomen, valt zijn roman nu onder de Creative Commons licentie, zo las ik in de Volkskrant. Die baseert zich op de blog van een Franse jurist (waarom diens leeftijd relevant is, snap ik niet) die diverse uit Wikipedia overgenomen passages aantrof in de roman en concludeerde dat Houellebecq daarmee de licentie heeft aanvaard.

Houellebecq verweert zich met de stelling dat hij slechts banale stukjes uit de encyclopedie heeft overgenomen en dat dit een aanvaarde stijlvorm in de literatuur is. Ondertussen staat de roman al wel al als vrije PDF online bij Archive.org.

Ik denk niet dat je uit het enkele feit dat er tekstjes zijn overgenomen, al mag concluderen dat de licentie dus is aanvaard. Creative Commons-licenties zijn contracten, en je moet dus iets aanwijzen dat bewijst dat de gebruiker de licentiebepalingen heeft geaccepteerd. Copypasten van de tekst lijkt mij daarvoor niet genoeg. Dat kan ook door slordigheid of door een (onterecht) beroep op citaatrecht gemotiveerd zijn.

Natuurlijk is het zo dat een professional geacht wordt te onderzoeken of er licentievoorwaarden gelden als hij andermans werk gebruikt. Dat blijkt uit bv. de Nederlandse en Belgische creativecommonszaken, plus de al wat oudere Netwise/NTS rechtszaak. Maar in al die zaken werd die onderzoeksplicht gebruikt om te concluderen dat er inbreuk werd gepleegd, en dat het verweer “ik dacht dat het publiek domein was” niet opging. Nergens werd geconcludeerd dat men dus vastzat aan de voorwaarden. Ook in de Duitse GPL–zaken werd de distributeur niet aan de GPL gehouden maar voor inbreuk veroordeeld.

Je kunt je tegen zo’n inbreukclaim verweren door te zeggen dat je de voorwaarden geaccepteerd hebt, met dan als consequentie dat je eigen werk ineens vrij verspreidbaar wordt onder de licentie van Wikipedia. Of je kunt, zoals Houellebecq dus doet, stellen dat je in het geheel geen inbreuk maakt omdat het gaat om een banaal (en dus niet auteursrechtelijk beschermd) stukje dat je overnam, of omdat het eigenlijk gaat om een toelaatbaar citaat. Als dat verweer wordt toegewezen, dan zit je nergens aan vast. Wat niet beschermd is, kan niet onder een licentie vallen, en citaatrecht gaat boven de licentie.

Arnoud

Waarom zou je willen dat opensourcelicenties niet rechtsgeldig zijn?

Naar aanleiding van mijn bericht over die Belgische Creativecommonsrechtszaak kreeg ik de volgende vraag van een lezer:

Waarom maken jullie juristen er eigenlijk altijd zo’n punt van of die licenties wel rechtsgeldig zijn? Als ze niet rechtsgeldig zouden zijn, dan mag je op grond van het auteursrecht helemaal niets met het werk. Dus waarom zou iemand in vredesnaam willen betogen dat open source of Creative Commons geen geldige licenties zijn?

Tsja, sommige juristen vinden het nu eenmaal leuk om gaten te schieten in juridische documenten, puur omdat het kan. En vanuit academisch oogpunt is het ook wel een leuke vraag: kan dat eigenlijk wel, aansprakelijkheid uitsluiten in een licentieovereenkomst die door een consument-wederpartij wordt gesloten? En mag in België of Frans-Canada een Engelstalige licentie worden gesloten, of moet er een Franse vertaling bij zitten?

In de praktijk zie ik het niet gebeuren dat iemand gaat betogen dat de GPL of een andere opensource- dan wel Creativecommonslicentie als zodanig niet rechtsgeldig is en dus in zijn geheel vernietigd moet worden. Daar schiet je inderdaad bar weinig mee op, want dan heb je geen licentie meer en dan kan de rechthebbende het hele auteursrechtelijk arsenaal loslaten: van volledige proceskostenvergoeding tot beslaglegging en ex parte verboden.

Wat wél in de praktijk relevant kan zijn, is een betoog dat een specifieke clausule ongeldig is. Als dat namelijk geaccepteerd wordt, dan is er de mogelijkheid dat de rechter die specifieke clausule vernietigt. De licentie als geheel blijft bestaan, maar die clausule moet je dan wegdenken uit de tekst. Je ziet dit vaak bij algemene voorwaarden. Een voorwaarde die “onredelijk bezwarend” is, kan worden vernietigd, maar daarmee is niet het hele contract ongeldig verklaard.

En dat biedt perspectieven. Je zou bijvoorbeeld de aansprakelijkheidsclausule kunnen aanvechten, en daarna de leverancier van de opensourcesoftware aansprakelijk stellen voor schade door bugs in zijn software. Of, nog leuker: de “GelijkDelen” of copyleftclausule aanvechten en daarmee voorkomen dat je je eigen werk ook open source (of Creative Commons) zou moeten maken. Dus niet een discussie over of iets nu wel of niet een bewerking (“afgeleid werk”) is, maar een discussie dat het onredelijk of tegen de wet is dat men überhaupt mag eisen mag stellen aan bewerkingen.

Of dat laatste succesvol is, betwijfel ik ten zeerste. Ik kan eigenlijk geen reden bedenken waarom het onredelijk zou zijn dat een leverancier eist dat bewerkte versies van zijn software onder dezelfde licentie geplaatst moeten worden. Ok, intellectueel eigendom is heilig, maar dat argument geldt net zo hard voor de software wiens licentie je aanvecht. Er zijn wel een paar pogingen geweest, maar die zijn nauwelijks serieus te noemen.

Het zal dus wel nieuwigheid zijn: we kennen dat Creative Commons niet, dus het zal mogelijk niet rechtsgeldig zijn.

Arnoud

Creative Commons ook in België rechtsgeldig

dogmazic-logo.pngOok Belgische rechters hebben weinig moeite met Creative Commons, meldde TechnoLlama gisteren. Een groep muzikanten had hun werk op de vrijemuzieksite dogmazic gezet onder de Creative-Commonslicentie Naamsvermelding-Geen Afgeleide Werken-Niet Commercieel. Enige tijd later bleek dat een commercieel festival deze muziek had gebruikt in een reclame. Men stapte naar de Nijvelse rechter, en die gaf de band gelijk.

In het Franstalige vonnis wordt geen seconde getwijfeld of Creative-Commonslicenties wel rechtsgeldig zijn: het is een licentie, daar staan voorwaarden in en daar moet je je aan houden. (Wel lijkt de rechtbank een beetje verbaasd te zijn dat de muzikanten niet bij Sabam zitten.)

Men verwijst expliciet naar het vonnis dat Adam Curry ooit tegen de Weekend kreeg, plus naar Spaanse en Amerikaanse rechtbanken die ook de rechtsgeldigheid van Creative Commons zouden hebben erkend. Ik vermoed dat het Amerikaanse vonnis stiekem gaat over open source (Jacobsen/Katzer), maar ik heb geen idee om welk Spaans vonnis het zou gaan. Wie helpt?

De licentievoorwaarden waren duidelijk op de website vermeld, dus de organisator had moeten weten dat ze gelden, aldus de rechtbank. Men had nog als verweer opgeworpen dat er een foutje was gemaakt: de hoofdpagina van die site vermeldt “Naamsvermelding-GelijkDelen” dus men was er vanuit gegaan dat dit ook voor alle content geldt. Maar daar gaat de rechtbank niet in mee. Een professionele organisatie heeft de plicht te onderzoeken welke voorwaarden precies gelden, oftewel die had moeten doorklikken. (Precies zoals ook Weekend te horen kreeg bij Curry.)

De rechtbank worstelt -wederom net als bij Curry/Weekend- met de vraag welke schadevergoeding moet worden toegekend. Immers wie zijn muziek gratis weggeeft, kan achteraf moeilijk zeggen dat hij licentievergoedingen heeft gemist. Hoewel je in het geval van een “NietCommercieel”-licentie zou kunnen zeggen dat er ruimte moet zijn voor betaalde licenties voor commercieel gebruik. Men schat de schade dan maar op 1500 euro per geschonden voorwaarde, oftewel 4500 euro. Dit onder het motto “we moeten iets”.

Oh ja, en dit is het betreffende nummer. Veel luisterplezier!

Arnoud

Moet een sitelicentie of EULA eigenlijk niet in het Nederlands?

english-language-choice.pngEen lezer vroeg zich af:

Mogen Engelstalige voorwaarden eigenlijk wel worden aangeboden aan Nederlandse gebruikers? Ze kunnen toch niet zomaar verwachten dat iedereen hier NederlandsEngels spreekt?

Ik zou niet weten waarom niet. Er is in de Nederlandse wet geen eis die zegt dat overeenkomsten gesloten moeten worden in een landstaal van het Koninkrijk.

Wel is er natuurlijk de algemene eis dat je overeenstemming moet hebben over wat je afgesproken hebt, en dat is wat lastig als je elkaar niet kunt verstaan. Een leverancier die niet controleert of zijn wederpartij hem wel begrepen heeft, zal een lastig verhaal hebben als hij achteraf het contract wil afdwingen. Maar bij een online dienst zal dat wel meevallen: iemand die een Engelstalige website gebruikt, toont daarmee aan dat hij het Engels toch wel beheerst. Goed, misschien niet het juridisch jargon, maar hoe veel mensen beheersen wél het Nederlands juridisch jargon?

(Ik moet nu wel denken aan het verhaal van het zevenjarig kind van een kennis, dat een vriendje uitlegde “en nu moet je op ie ag-ree klikken” om software geïnstalleerd te krijgen.)

Verder heeft de leverancier natuurlijk het argument “waarom klikt u Agree als u niet weet waarmee u akkoord gaat”. Op die voorwaarden valt het nodige op af te dingen, want die staan vol met onredelijke bedingen, maar akkoord gaan met iets dat je niet kunt lezen lijkt me toch wat gek.

Arnoud

De teniet gegane hardware

hardware-software-computer-gollem-huh.jpgHardware komt pas tot leven als het in een systeem wordt verwerkt en met software gevoed. Deze prachtige formulering vond ik via ITenRecht.nl in een vonnis uit 1999 dat kennelijk pas recent online kwam. Het ging hier om wat ITenRecht de “angst van iedere rechthebbende” noemt: een curator die je spullen niet teruggeeft terwijl je nog een euroton aan facturen open hebt staan.

In deze zaak had het failliet geraakte bedrijf QTecQ computers en bijbehorende software besteld bij leverancier ABB. Deze waren onder eigendomsvoorbehoud geleverd, wat wil zeggen dat QTecQ pas eigenaar zou worden nadat alle facturen waren betaald. Op zich een standaardmanier om die angst te bestrijden. Immers, wat geen eigendom is van de failliet kun je gewoon opeisen bij de curator.

De curator stelde in deze zaak echter dat afgifte niet hoefde omdat de hardware en software onderdeel was geworden van het grotere geheel van de sluiscomputers van QTecQ. En dan is er sprake van zaaksvorming:

Indien iemand voor zichzelf een zaak vormt of doet vormen uit of mede uit een of meer hem niet toebehorende roerende zaken, wordt hij eigenaar van de nieuwe zaak, tenzij de kosten van de vorming dit wegens hun geringe omvang niet rechtvaardigen.

En ja, dat betekent dat het eigendom van de oorspronkelijke eigenaar of eigenaren teniet gaat. Een standaardvoorbeeld: plaats je een dak op andermans huis, dan zijn de dakpannen niet meer je eigendom want ze zijn nu onderdeel van dat huis. Dat geldt ook als je ze had geleverd onder een eigendomsvoorbehoud. Natuurlijk heb je nog wel recht op betaling van je factuur voor de dakpannen (of het leggen van het dak), maar je kunt je dakpannen niet meer terugvorderen bij wanbetaling want het zijn je dakpannen niet meer.

Gaat dat ook op als je een stapel besturingscomputers ergens naar binnen rolt en aansluit? De president beschrijft de apparatuur zoals hij die ter plekke heeft mogen waarnemen:

De door ABB geleverde hardware bestaat uit tientallen componenten. De opstelling bij QtecQ omvat enkele manshoge en tenminste meterbrede metalen kasten, eigendom van QtecQ, waarin de hardwarecomponenten van ABB zijn bevestigd. De bezichtiging laat kasten zien die van onder tot boven zijn volgepakt met electronische apparatuur, de hardware, gemonteerd op bevestigingssystemen en onderling verbonden met veel bedrading. Voorts omvat de opstelling personal computers, beeldschermen en printers. Niet in geschil is dat de onderdelen van de opstelling zonder beschadiging uit de kasten kunnen worden gedemonteerd.

De functie van het systeem zal zijn om de computerbesturing van de sluizen mogelijk te maken, voegt hij daaraan toe. En dan komt die mooie zin over de hardware die tot leven komt. Want:

Indien de hardware van ABB uit het systeem wordt verwijderd is het zonder meer incompleet. Zonder hardware kan de functie van het systeem, besturing van de sluizen, niet worden verwezenlijkt. Het totaal van de aangeleverde onderdelen is door QtecQ samengevoegd tot een nieuw geheel met een specifieke functie.

En daarom acht men het systeem nu een nieuwe zaak, in plaats van een kamer waar toevallig wat apparatuur van QTecQ naar binnen geschoven is. Alles werkt met elkaar samen voor één doel, die sluizen besturen. En daarom geldt de wet over zaaksvorming: we vinden dit een nieuw systeem en dus is het een nieuw systeem. De hardware van ABB bestaat niet meer, en dus kan die ook niet meer worden teruggeëist.

Arnoud

Maar het zijn toch mijn foto’s?

Een lezer vroeg me:

Een tijd geleden heb ik een professioneel fotograaf ingehuurd om mooie foto’s van mezelf te maken voor op mijn website. Nu werk ik sinds kort bij een nieuw bedrijf, en die wilden graag foto’s van medewerkers online. Maar nog geen week nadat ik die foto ook daar had neergezet, ontving ik al een rekening van de fotograaf wegens schending van zijn auteursrecht. Kan dat zomaar? Het zijn toch mijn foto’s? Ik heb (flink) betaald voor het maken van die foto’s!

Ja, dat kan zomaar en nee, het zijn niet jouw foto’s. Hoe gek het ook klinkt: als je iemand betaalt om foto’s, teksten of wat dan ook voor jou te maken, dan word je daar geen eigenaar van. Je krijgt alleen een gebruiksrecht – je mag die foto’s gebruiken conform de afspraken, meer niet.

Het is dus zaak om bij het inhuren meteen duidelijke afspraken te maken over wat er wel en niet mag met het werk dat je bestelt. Je kunt afspreken dat alle rechten naar jou gaan, maar dat moet dan wel schriftelijk en ondertekend. Je kunt ook een brede licentie afspreken, of opties inbouwen dat een bepaalde andere vorm van gebruik ook mag mits je dan maar een bepaald bedrag extra betaalt.

Over die factuur: die zul je (waarschijnlijk) moeten betalen. In de algemene voorwaarden van de fotograaf zal ongetwijfeld iets staan over een boete bij ongeautoriseerd gebruik. Ik maak me vaak kwaad om de onterechte scrabbleclaims van fotografen, maar in dit geval zijn zulke claims wel ergens op gebaseerd: die algemene voorwaarden zijn deel van je contract. En als jij afspreekt dat je een boete zult betalen, dan moet je die boete betalen.

Arnoud

Amerikaans Hof: auteursrecht op software kan niet uitgeput raken

“EULAs, and whatever nonsense they may contain, are legally binding in the US.” OSNews berichtte afgelopen vrijdag over een arrest van het Amerikaanse Hof van beroep (9th Circuit) waarin werd geoordeeld dat levering van software niet als verkoop gezien moet worden, maar puur als een licentieverstrekking. Dat betekent dat een verkrijger van software in de VS deze niet mag doorverkopen als dat in de licentie verboden is. Het principe van “first sale” oftewel uitputting geldt daarmee niet (meer) voor software in de VS.

Het Hof komt hiermee terug op een vonnis uit 2009 waarin de rechtbank juist wél oordeelde dat een licentienemer van software gerechtigd is deze door te verkopen. Tenminste, als hij de software op de originele dragers doorverkoopt natuurlijk. De basis daarvoor was de regel uit het auteursrecht die zegt dat legaal op de markt gekomen “exemplaren” vrijelijk mogen worden doorverkocht. Het Hof zegt nu dat die regel niet geldt voor software, omdat daarbij de licentie (EULA) vérgaande beperkingen stelt aan het gebruik. Meer precies: uitputting geldt niet wanneer

  1. De auteursrechthebbende expliciet het woord “licentie” gebruikt.
  2. De licentie “significantly restricts the user’s ability to transfer the software” (oftewel gebruikt een standaardzin dat de licentie niet overdraagbaar is).
  3. De licentie “imposes notable use restrictions” (zoals dat maar één gebruiker de software mag gebruiken).

Als aan die drie eisen is voldaan, dan zou volgens het Hof duidelijk moeten zijn dat je géén eigenaar bent van het exemplaar maar slechts een gebruiker. Je zou dit kunnen vergelijken met een huurder – die weet ook duidelijk dat hij huurt en niet koopt, en dat zijn gebruik aan de nodige beperkingen onderworpen is.

De zorg van OSNews, en ook van Ars Technica, is dat het Hof hiermee lijkt te zeggen dat rechthebbenden alles in zo’n EULA mogen zetten en dat dat dus bindend is. Dat gaat me wat te ver. Het Hof zegt in het arrest alleen dat áls aan die drie items voldaan is, er geen sprake is van uitputting. Men ontkent niet dat er ontoelaatbare eisen in een licentie kunnen staan.

In Nederland lijkt uitputting voor voorgeinstalleerde software juist wel te bestaan, tenminste volgens de rechtbank Dordrecht. Die oordeelde:

Er zijn dus exemplaren van de CAD-software geïnstalleerd op dragers (werkstations) in het verkeer gebracht door middel van eigendomsoverdracht aan Nelcon door de exclusief distributeur Han Dataport, en dus met toestemming van de auteursrechthebbende. … Dit heeft tot gevolg dat Han Dataport zich niet kon verzetten tegen de verdere verspreiding van deze software(…).

De inhoud van de licentie was daarbij irrelevant.

Deze aanpak van de rechtbank Dordrecht spreekt me wel aan, maar hij gaat alleen op voor verkoop van software op fysieke dragers. En daarvan is steeds minder sprake natuurlijk vandaag de dag. Meer en meer software (maar ook andere content, zoals muziek en films) gaat digitaal, en daarbij geldt de uitputtingsregeling sowieso niet. Wat mij betreft wordt het tijd om hier expliciete regels over te maken (wat ook in het Ninth Circuit-arrest gezegd wordt.)

Arnoud

Juridische zucht: de gebruiksvoorwaarden Coca-Cola Regular®

coca-cola-tractor-fail.jpgHet blijft lachen met gebruiksvoorwaarden van websites. Een lezer wees me op de gebruiksvoorwaarden Coca-Cola Regular® (inderdaad met ®), met deze prachtige opmerking:

coca-cola-licentieren-geen-nederlands.png

Volgens mij is licentiëren prima Nederlands, hoewel het niet in de Van Dale of het Groene Boekje staat. Maar eh, lézen voordat je zo’n tekst online zet is toch niet zo veel gevraagd?

Van de rest van de gebruiksvoorwaarden krijg ik ook kromme tenen, bijvoorbeeld van zinnen als:

De gebruiker weze gewaarschuwd dat The Coca-Cola Company zijn intellectuele eigendomsrechten op agressieve wijze en met inzet van alle rechtsmiddelen zal doen naleven, met inbegrip van strafrechtelijke vervolging.

of de regeling rond hergebruik, die neerkomt op “u mag niets gebruiken behalve wat onder ‘Pers’ staat, en dat mag u niet gebruiken”:

met uitzondering van de afbeeldingen van mensen of plaatsen die niet zijn opgenomen in de rubriek “Pers” van de site mag u de inhoud alleen downloaden voor niet-commercieel, persoonlijk gebruik en op voorwaarde dat u ook alle copyright- en andere eigendomsvermeldingen overneemt; <br/> de inhoud van de rubriek “Pers” van de site mag niet worden gereproduceerd;

Wie kan me uitleggen wat hier staat en wat ik mag met de inhoud van deze site?

Ik zou ze graag aansprakelijk stellen voor mijn hoofdpijn op dit moment, maar helaas:

Aanvullend en onder verwijzing naar de aanwezigheid van discussies, chatsessies, berichten, verzendingen, bulletin-boards en dergelijke op de site wijst de onderneming alle aansprakelijkheid af voor, of voortvloeiend uit, verboden, dreigend, bedrieglijk, misleidend, grof, intimiderend, lasterlijk, schandelijk, vulgair, obsceen, schandaliserend, opruiend, pornografisch of profaan materiaal of ander materiaal dat kan worden beschouwd als strafrechtelijk of aansporend tot strafrechtelijk vergrijp, aanleiding kan geven tot het inroepen van de burgerlijke aansprakelijkheid of op een andere manier een inbreuk op enige wet kan vormen op een van de rubrieken van de site.

Ik begin me nu wel af te vragen wat voor rare content ik op die site ga aantreffen als het nodig is om zó expliciet alle vormen van viezigheid op te sommen. Zucht.

Arnoud<br/> Foto: Coca-Cola’s Funniest Fails.

Auteursrecht op voorgeïnstalleerde software uitgeput

Weer eens een leuk vonnis over software dat tegen de vastgeroeste opinie van leveranciers aanschopt: het kopen van hardware met voorgeïnstalleerde software is toegestaan, ook als in de licentie staat dat dat niet mag. Dat vonniste de Rechtbank Dordrecht onlangs. De auteursrechten op die software zijn uitgeput zoals dat heet, en de auteursrechthebbende kan dan niet meer optreden tegen doorlevering van die exemplaren. (Wel tegen nieuwe kopieën natuurlijk.)

Het bedrijf Nelcon (later hernoemd tot Kalmar) had een aantal werkstations met voorgeïnstalleerde CAD-software aangeschaft. Bij de verkoop van een deel van haar bedrijf zouden deze werkstations met software ook worden overgedragen, maar de leverancier (Han Dataport) daarvan verzette zich daartegen. In de voorwaarden stond namelijk deze (redelijk standaard)riedel:

Verkoper verleent koper voor de geleverde programma’s en bijbehorende documentatie een niet-exclusief en niet overdraagbaar gebruiksrecht voor intern gebruik, voor de doeleinden waarvoor deze producten geleverd worden. Koper is ervoor verantwoordelijk dat deze programma’s en documentatie zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verkoper niet voor derden toegankelijk zijn.

Tijdens de discussie of de overdracht wel of niet mocht meldde de leverancier nog dit:

Want zoals je weet heeft Nelcon weliswaar gebruikslicenties van CAD400 maar dit houdt onder geen beding in dat Nelcon het recht heeft om deze gebruikslicenties aan derden over te dragen, uit te lenen, te verkopen etc.

De rechtbank verwerpt deze stelling echter: als je rechtmatige verkrijger van software bent, dan heb je een wettelijk gebruiksrecht (hela!) en dat kan de leverancier niet zomaar ongeldig verklaren.

De vraag is dan dus: ben je rechtmatig verkrijger als je een bedrijfsonderdeel overneemt inclusief hardware en software? En maakt het uit of in de EULA staat dat de software niet mag worden overgedragen?

De rechtbank constateert terecht dat in de wet niet staat wat een “rechtmatige verkrijger” is. Degene die de software van de rechthebbende (of zoals hier, van een wederverkoper) heeft gekregen, is in ieder geval rechtmatig verkrijger. En, zo zegt de rechtbank: ook de opvolgende verkrijgers van exemplaren ten aanzien waarvan het verspreidingsrecht is uitgeput.

Oftewel, de concrete exemplaren die legaal op de markt zijn gebracht, kunnen worden doorgeleverd en daar kan de rechthebbende niets aan doen. En daarom gaat het hier precies goed voor Nelcon, want die hebben de hardware mèt de voorgeïnstalleerde software doorverkocht.

En de voorwaarden dan, die dit verbieden? Daar heeft de ontvanger van de software niets mee te maken, want die heeft ze niet geaccepteerd. En bovendien gaat voor haar het uitputtingsrecht boven zo’n licentietekst.

[De leverancier] stelt weliswaar dat uit de algemene voorwaarden voortvloeit dat de software niet zonder toestemming van Han Dataport mocht worden overgedragen of aan een ander in gebruik gegeven. Dat baat haar in het auteursrechtelijke kader echter niet. Een dergelijk verbod van verdere overdracht staat immers haaks op de wettelijke uitputtingsregel.

Wel kan het wanprestatie (contractschending) zijn van de originele verkrijger, zo zegt de rechtbank. Die had zich immers verplicht de software niet over te dragen maar heeft dat toch gedaan. Ik moet zeggen dat ik daar wel moeite mee heb: als het wettelijk uitputtingsrecht geldt in zo’n situatie, dan zie ik niet waarom de licentienemer wanprestatie zou plegen. Maar goed, dat was een opmerking terzijde.

Menno Weij van Solv Advocaten wijst erop dat de rechtbank wel erg makkelijk tot deze conclusie komt. Een uitgemaakte zaak onder juristen is het niet, maar daarvan zie je niets terug in dit vonnis. Ik sluit me daarbij aan, het is een leuke uitspraak maar ik zou er niet meteen heel hard van willen gaan roepen dat doorverkopen van software nu dus altijd mag.

Arnoud